ViLT

Neue Kathedrale des erotischen Elends, nl weblog (v.2)

MOMENT

moment (133)


(voor cb) de laatste momenten komen & worden verleden. groots zijn onze lichamen ’s nachts, zachte giganten, bergketens onder één naam ter ligging geklonken. angst in mij stuwt, parelt zweet. nadert abject  de afscheidsmiddag. een poos lang voorgeschreven zijn:het schuifelen, het ontwijken der gekende oogkleuren; de diepte van het afgrijzen; het smeken & kermen dat ik zoals het bier wegens drankgebrek niet over de lippen krijg. nu, opgemaakt het totaal […]

Lees verder →

moment 131


(voor cb) de weg is weg, niet meer dan dat, een lijn van hier naar nergens in het land dat niets anders doet dan eindigen aan de horizon, de andere lijn. als je zit te wachten op het moment waarop het wachten stopt, zijn alle momenten eender inclusief het moment dat het wachten stopt, want als de tijd gezuiverd is van de verwachting staat er nergens nog iets anders op […]

Lees verder →

moment 129


(voor cb) nu ik u afgezworen heb zoals men bij het sterven lucht & zee & licht & alle wervelingen  van het schone afzweert omdat men niets daarvan überhaupt zal missen want men is er niet meer… nu ik u verloren heb zoals een stupide banaal lijk het leven heeft gelaten & daar als lijk noppes nog aan veranderen kan tenzij domweg blijven gvd herhalen dat het geen zin had […]

Lees verder →

moment 128


(voor cb) pits, steek, krab, vermorzel haar. slinger haar het raam uit. krets de letters van haar naam het boek uit, weg uit deze tijd. de stop eruit: afgang brbrbrbr bl bl bleuh in zigzagzig & bloep valt dan het uitgepoepte muzeprojectiel, plasje klodderbloed ketchupflatsj op de stoep is ’t schorriemorrie kinderwijf. geen botten, vel of haar blijft over! die feeks zat begot te dabben in ’t geniep naar al […]

Lees verder →

moment (127)


(voor cb) “in november pleurt de regen gaten in het donker”. de taal schift, namen verschuiven, woorden laten de zin plots los waarin ze net nog zaten. klonters klank drijven hulpeloos de mauve wervel in de koeken van de bakkers kleven aan de plank de feiten draaien uit op erger dan verwacht de schoolhoofden schudden meewarig het hoofd de oude assistent geraakt nooit meer hogerop een kindsterretje loopt mak & […]

Lees verder →

moment (126)


(voor cb) het woord wordt wakker, beeld verhaalt een lijntje lichaam wiegend op een fiets, schoudertje bloot (aan mij komt geen dood) & vlug de lens krijgt lippen, likt & slurpt & slikt & spuwt fotonen ter fixatie het kader in. hans beschildert uitgezogen eierschelpen, velimir verdeelt de tijd & georg wil de kleuren horen zwart is hard & geel is veel & rood volmaakt & rond & groot. ik […]

Lees verder →

moment (125)


(voor cb) mijn stem is lucht verplaatst door zwarte vogels, mijn oog betast het spinrag in de hagen, de rood omrandde wolkjes slippen toe, gedaante naast gedaante, toe tot dek. genadig is de herfst: her & der barmhartig rot grijpt bomen & de zomer stuiptrekt, ligt vol gaten. slijmerig tentakels uit de vette aarde omzwachtelen het holle in mijn huid. het nihil van de treurnis druipt letters op het macadam […]

Lees verder →

moment (124)


(voor cb) ik word bevraagd. een ijsschots zuidwaarts drijvende zeg ik dan, alsof de antwoorden niet op elke muur te lezen staan. daarop een leeuw met klamme klauwen. het noorden kwijt, smeltend, rillend, leeuw & schots ben ik, zeg ik omdat hun oceaan uit woord bestaat met wat getallen zout. er is de mist waaruit ik prooien knip. een vrouw, aandoenlijk schoon & triest omdat haar stem slechts echo’s kent, […]

Lees verder →

moment (123)


(voor cb) flarden witomrand de wolken drijven in de wolken over & sluiten uit de verte in het duister van de ogen. ik bekijk de ochtendmechaniek, zie hoe dauw & kilte op mijn huid een rilling tekenen. er wordt geaarzeld of treurnis weer de dag zal kleuren binnen zandsteen ordentelijk gezaagd, gestapeld, laag op laag, het soort fatsoen waarmee de lijken liggen in het massagraf. nijd & angst in slierten […]

Lees verder →

moment (122)


“Down, down, down” Lewis Carroll, Alice in Wonderland (voor cb) net nog was ik jou omsluitende heelal. wij smolten samen in de deugd van duister, rust, hereniging in de weemoed van de slaap. wakker plots, duimen wreven teder over duimen & de nacht zong zacht het lied genaamd begeerte, het licht der sterren beschreef met stralen strak het weke ogenblik der penetratie. Alles schoof met alles in elkaar tot één, […]

Lees verder →

moment (121)


(voor cb) een ogenblik is geen moment. het,  het moment vindt plaats waar ogen zich sluiten. artichoc, hartsgedaver liefde diep in de liefde, de, een iteratief van daad, dader & dagelijks dat weet je de zon komt op, welk kwaad kunt gij mij dan verwijten?  lekker is wat lekker is. de droom van zijn is mij ontnomen, het zwart dat ik als negatieve god omarmde. & wat dan nog? niets […]

Lees verder →

moment (120)


(voor cb) “E’ mi par d’or in ora udire il messo che madonna mi mande a sé chiamondo cosi dentro e for mi vo congiando e sono in mon molt’ anni si dismesso,” Petrarca 349 ik? mij zelf? ik zie mijzelf niet meer. een flits ontlading in een zweem verlangen. wie ben ik? stempelkussen van jouw huid, mijn stem is groeve, muziekspiraal, een wimpel liefde in de wind. zeg mij […]

Lees verder →

moment (119)


  (voor cb) in de gedachte ontwikkelt zich het denken (het oester parel ding) in de liefde gaat liefde aan zichzelf voorbij (teveel haast). de smart, doch, kent geen einde, het lijden blijft banaal zichzelf. er zijn zovele rode bakstenen om ons heen. huis waarin het leven leven zoekt, waar enkel haren hoofdloos dwarrelen, & spijt kronkelt omdat noch ik of jij blijk geven jij of ik te zijn. ik […]

Lees verder →

moment (118)


(voor cb) “Il sonno è’n bando, e del riposo è nulla; ma sospiri e lamenti in fin l’alba, e lagrimi che l’alma a li occhi invia.” Petrarca 223 hoe ik je mis kan ik niet vertellen. vertellen vormt verraad. geen slaap wordt mij gegund. dat is dat. dus wat doe ik ? niet slapen & wachten (open ogen zeggen niets, het lijken wel woorden). het blinde noodlot heeft mij dit […]

Lees verder →

moment (117)


(voor cb) de spot & het afgrijzen in de ogen is de hoed die ik heb afgezet. mijn hand is vingers aan een houten staaf, mijn arm is hand van mijn verlangen & ik doorkruis zo zonderling dit rijk zo zonder horizon. mijn slapen raken aan een lucht die massa is, versneden door die scherpe tinteling ting ting van de onmeedogende herinnering. de kraai kraakt wormen uit de aarde, de […]

Lees verder →

moment (116)


(voor cb) herinnering, valse mal voor het verleden, kader dat niet weg wil gaan voor je alles herbeleeft, obstakel, foto die de feiten tegenspreekt. de wind in je haren, het fijne streepje regen op je blouse. onmogelijke dagen, oesternachtomarming de ontkenning doet zo wonderbaarlijk deugd, dus schiet mij neer, jaag een kogel door die vervloekte kop van mij. breek mij af tot ik niet ik meer ben. genade wil ik […]

Lees verder →

moment (114)


(voor cb, met dank aan de bijdragen van de bezoekers van Bezet de Tuin) verwende verwaande hanzaplasten met de schrik in uw broek. knaagdieren in mijn vlees. vrak. schel schelt de bel. heil de senegalezen. iemand speelde bach te deum la victoire pijpen & krijsen. schoon was het eens. stompe knal. kris kras amourettes collectioneren vliegermasjien weren. nihil nihil nihil 14 punten. anna, uw buik is onvruchtbaar. de lege pomp […]

Lees verder →

moment (113)


(voor cb) zwarte wirwar kabels buizen pijpen lijnen die zich om- & in- & dan ontkaderen.  grauwe tunnelwanden dikke strepen orgel schelle graffiti barst uit in rustpunt lichtgloed eind- station (een grote sjofele reiszak leunt aan tegen de e van een gekleurde sterveling). stap ik uit of rij ik nog de rit mee terug? lege fles. geen begrip nu, hoef ik niet, verdien ik niet. elke bocht is de ronding […]

Lees verder →

moment (112)


(voor cb) “E’ mi par d’or in ora udire il messo che madonna mi mande a sé chiamando:” Petrarca 349 niets nieuws vandaag. jouw afwezigheid is naakte takken in de leegte, veelvoud in de wind. zijn kinds kabaal: de bladeren van afgunst wuiven zich weg. kruip toch je bed in met je metaforen, snerpen ze. slaafs neuk ik dan als, gelijk & zo alsof. gelukkig zal de dag zijn dat […]

Lees verder →

moment (111)


(voor cb) in de dagen, nachten dat je bij mij lag, onze monden die eensluidend zuchtten, (het smeken, vruchteloos, om mededogen). vergeet mij niet want dan sterven wij. vergeten doe ik niet. ik zie een nimf wier mond de dag zo weids omsluit, hulp die ik in dank aanvaard. bloemblaadjes dwarrelen rondom mij, kleur & geur die mij omringen, strelen & verstillen doen het onvergetelijke. schoonheid is een harde leraar, […]

Lees verder →

moment (15)


(voor cb) doorheen de perverture van wat er is, valt de eenvoud van de eeuwigheid. het ene sijpelt door alsof  alles niets was, in eigen zijn gegrond. hulpeloos, met kromme benen de lieden lopen verloren. waarheen trekken wij vandaag ten strijde? de voddenman doet alle vodden in een mand. de lijken mogen slapen in het lege ledikant. er kwettert wat gevogelte, diep in het bos & een boom laat alle […]

Lees verder →