moment (133)


topmoment(voor cb)

de laatste momenten komen & worden
verleden. groots zijn onze lichamen ’s nachts,
zachte giganten, bergketens onder één naam
ter ligging geklonken. angst in mij stuwt,

parelt zweet. nadert abject  de afscheidsmiddag.
een poos lang voorgeschreven zijn:het schuifelen,
het ontwijken der gekende oogkleuren; de diepte
van het afgrijzen; het smeken & kermen dat ik

zoals het bier wegens drankgebrek niet over
de lippen krijg. nu, opgemaakt het totaal
der dagen, is kijkstof saffraan, is dat kristuskruis-
afdruipen dadelijk een ogenblik van goud. geen

genade. maandag is de kast  van jouw kledij
ontdaan. dinsdag werd er ingepakt. rilling. ik
wacht nog steeds tot het moment gebeurt.

Bewaren

Bewaren

moment 131


werk van CB

(voor cb)
de weg is weg, niet meer dan dat, een lijn
van hier naar nergens in het land dat niets anders
doet dan eindigen aan de horizon, de andere
lijn. als je zit te wachten op het moment waarop

het wachten stopt, zijn alle momenten eender
inclusief het moment dat het wachten stopt,
want als de tijd gezuiverd is van de verwachting
staat er nergens nog iets anders op dan stop.

soms duikt er in het tikken nog een deuntje op
een tuimeling sierlijk, avontuurlijk & gemeten
zoals de stierenspringers van Knossos, zo vat
ik dan de kans op nog wat schoonheid samen

van toen er nog geen wachten was, zingende.
de stilte slaat de domme droom weer plat. ik
wou dat ik van taal het knopje uit gevonden had.

moment 129


CB 2016
CB 2016

(voor cb)

nu ik u afgezworen heb zoals men bij het sterven
lucht & zee & licht & alle wervelingen  van
het schone afzweert omdat men niets daarvan
überhaupt zal missen want men is er niet meer…

nu ik u verloren heb zoals een stupide banaal lijk
het leven heeft gelaten & daar als lijk noppes nog
aan veranderen kan tenzij domweg blijven gvd
herhalen dat het geen zin had het leven te laten:

de revelatie is niet de aanblik van het naakte
na de ontdekking is er niets ontdekt, na de
revolutie is er niets veranderd, na het vrijen
is de liefde niet veroverd, na de soep komen

niet vanzelf de patatten. de revelatie is het rukken
aan het zeil, de ontdekking het ontdekken, de revolte
bloeit, de liefde is het vrijen & de patatten zijn op.

moment 128


cb79(voor cb)

pits, steek, krab, vermorzel haar. slinger haar
het raam uit. krets de letters van haar naam
het boek uit, weg uit deze tijd. de stop eruit:
afgang brbrbrbr bl bl bleuh in zigzagzig &

bloep valt dan het uitgepoepte muzeprojectiel,
plasje klodderbloed ketchupflatsj op de stoep
is ’t schorriemorrie kinderwijf. geen botten, vel
of haar blijft over! die feeks zat begot te dabben

in ’t geniep naar al dat duur geheim gerief. haar
lippen & haar oren had ze aan het bed geplakt. rode
plakken siliconen overal met knetterdraden aan.
weg ermee, alles naar beneden dat niemand iets nog

ziet van haar. goed ja. jij bent gered, bewaard in oorden
aan de buitenkant van dit hier waar de woorden woelen.
bij alles wat ik zeg ontsta jij daar in ’t niets, ver weg.

moment (127)


werk van cb (21/09/16)

(voor cb)

“in november pleurt de regen gaten in het donker”.
de taal schift, namen verschuiven, woorden laten
de zin plots los waarin ze net nog zaten. klonters
klank drijven hulpeloos de mauve wervel in

de koeken van de bakkers kleven aan de plank
de feiten draaien uit op erger dan verwacht
de schoolhoofden schudden meewarig het hoofd
de oude assistent geraakt nooit meer hogerop

een kindsterretje loopt mak & mank wat planten
op te noemen. op het filmpje strandt de wijkagent
in pardoes misplaatste slachtafval. de dichter leest
zijn eigen letters stijf met handenvol pietluttigheid.

in mijn mond de bloedblaar breekt & lost de beelden
weer, de kleuren jus d’orange & vunzig blauw, karmijn
& zuur slik ik het jaar weer in, zwart van herinnering.

moment (126)


beeld: CB, 2016, zie Pimpelmeest
beeld: CB, 2016, zie Pimpelmeest

(voor cb)

het woord wordt wakker, beeld verhaalt een lijntje
lichaam wiegend op een fiets, schoudertje bloot (aan
mij komt geen dood) & vlug de lens krijgt lippen, likt
& slurpt & slikt & spuwt fotonen ter fixatie het kader

in. hans beschildert uitgezogen eierschelpen, velimir
verdeelt de tijd & georg wil de kleuren horen zwart is
hard & geel is veel & rood volmaakt & rond & groot. ik
smeer met paul de sliertenbodem algenduister uit. angst

glibbert tussen tenen! grijpend naar de blote enkels (op
je voetzool betastte ik mijn plan, mijn plan werd lijf
met sidderpret & glinsteroog & welvend zweet & spier
& sleutelmelodie), – stil nu kinders, stil! start de ochtend-

spraak: de dauw schenkt duizendmaal de zonnegloed &
daphne is mijn buurvrouw, okeren godin & maagd & hoer
want hoort hoe heilig zij verkouden haar oktober zingt.

moment (125)


werk van cb, zie http://www.facebook.com/Pimpelmeest
werk van cb, zie http://www.facebook.com/Pimpelmeest

(voor cb)

mijn stem is lucht verplaatst door zwarte vogels, mijn
oog betast het spinrag in de hagen, de rood omrandde
wolkjes slippen toe, gedaante naast gedaante, toe tot dek.
genadig is de herfst: her & der barmhartig rot grijpt bomen

& de zomer stuiptrekt, ligt vol gaten. slijmerig tentakels
uit de vette aarde omzwachtelen het holle in mijn huid. het nihil
van de treurnis druipt letters op het macadam die dadelijk
tot vlek vervagen. spichtig nog wat zonnestralen zoeken glas

om zich tot bloedens toe een weg te banen naar het oker
der maan. maar ook de uil is heengegaan. ik, mummie
in de tombe, ik sijpel weg. het graf naast mij is leeg. de
gliefen vurig in het donker op de natte muren vertellen

ons verhaal alsof herhaling na herhaling niets tot iets
vertalen kan. ooit & ambitieus een wonderkind ontbloot
mijn borst. kraaien zwermen uit, verslinden dan de aarde.