weigering 10/20


X

het schuiven verder was een schuiven
van drek: uit elke klank droop stank
want zelfs de maan bekroop de naam
en kromde vol haar galm van schaterlach.

de weg lag in de weg dus weg de kleuren eerst
en een lichter grijs werd toen het vale licht.
in boeken prevelde vergeefs het leven troost
alsof het wit niet zwart op wit.

er gaapte echter klare afgrond tussen
het vervloekte en het blad
waarop het vervloekte zelf
de naam geschreven had.

voor het eerst een keer toen weer
van hogerhand de stank werd ingewreven,
brak plots de hoop los tot een schroeien,
maar vooralsnog zweeg het zwart en weigerde.

 

weigering10

alles in categorie  ‘weigering’

Advertenties

weigering 9/20


IX

de weg naar huis was om de hoek
maar eerst stond hier
met grimas en te voet
het zwijgen opgesteld als wet.

er diende nog vertaald te worden
van  zeldzaam opgetekend infernaals
naar het beproefde vers van pijn en bloed.

drie van hen, de vriend voorop.
drie slagen en en een voet
van hoe het zwijgen hoorde.

van enig kind, zo wordt verteld,
was na die dag geen sprake meer.

 

weigering09

alles in categorie  ‘weigering’

weigering 8/20


VIII

"Zo hebben mensen, miljoenen dit gemeen
Mijn nachten of mijn dagen."
Hugues C. Pernath

een kind bedrieg je met grotesken niet,
het kijkt naar wat het ziet,
en hoort ook in de naam nog klaar
de klank van de bekentenis.

het pretpark is een haag van haat
en spugenden en wie wil stampen,
stampt want kijk maar het gekrijs
brengt vuur in dode zonneogen.

de meester sleurt het binnen
en maakt met veeg en mep
een eind aan de verrijzenis.

het lachen buiten maakt de grotten aan
waarin het eigen snikken als een zang
weerklinkt, een waakvlam van betekenis.

 

weigering08

alles in categorie  ‘weigering’

weigering 7/20


VII

laag na laag omzwachtelt zich
het geblakerde, de zwarte zon
die in zichzelf verdween.

de windels nijd verdrogen
bij ontstentenis aan spijt maar
stroef en stram de lelijkheid
zit het vervloekte als gegoten.

het vervloekte oogst successen
bij vertoon van het groteske:
kijk hoe afgehakte handen willen
aaien, hoor wat toegesnauwde
stemmen doen met zingen.

vol geloof in eigen kunnen, vlot
verschuivend in het maatpak huid
trekt het vervloekte erop uit.

 

weigering07

alles in categorie  ‘weigering’

weigering 6/20


VI

het gespeelde wordt bewaard
als precieuze sintels, gouden as
van de voorgoed verwenste zon.

elke centimeter groei vergroot
de plicht het te verzwijgen. nee,
op elke vraag kan het slechts leven,
een leven scheelt het wat er schort
en leven is van dood de weigering.

het vervloekte haat en slaat
het licht uit het gespeelde leven
want licht verraadt in spleten, lokt
verwijten uit de oorsprong
die te kijven staat.

later, in de salivatie van de troost,
proeft de klaar gespeelde onschuld
de als de dood herkende flagella
van eigen nijd en haat.

 

weigering06

 

alles in categorie  ‘weigering’

 

weigering 5/20


V

het kind speelt eenzaam kind
want elkeen mijdt met recht de naam.
alleen wie het niet zo te noemen hoeft,
ziet nog de vreugde zonder blaam.

lang voordat de tijd begon
heeft de verdoemenis de eeuwigheid
geklonken aan de dood: het niets
waaraan geen zijn ontkomt.

van schuld is hier geen sprake:
wat geschied is blijft geschiedenis
maar onherroepelijk in elk spel
stroomt uit gespletenheid de spijt.

en daar de naam intiem is met de dood
dient hier te leven het vervloekte
in de valwind van de weigering.

 

 

 

weigering05

 

alles in categorie  ‘weigering’

weigering 4/20


de vloek is eeuwig.
de oorsprong is altijd eerder
al met vloeken klaar.

universa komen, universa gaan
de eeuwigheid is klaar in haar bestaan.
de zwarte vlek van het vervloekte
is de plek waaruit wij zijn ontstaan.

mussen fladderen, zwaluwen
gieren laag over de velden. 
onmiskenbaar vloekt de vloek.

de dood bevrijdt het kind.
de dood is altijd de dood
van het vervloekte.

 

 

weigering04

 

alles in categorie  ‘weigering’