FU#3 – OK’OIL en FU#4 JOAT


Hier de Fonetische Uitwerking (FU) van de Nahdadisten van de C-M’s van 18 en 19-05. Voor de explicatie en de oorsprong van de FU’s zie https://dirkvekemans.com/2018/05/17/fu-2-gla/

 

FU #3 – OK’OIL

18-05-OK-OIL

 

Uitspraak van deze FU:

(2x uitgesproken)

noot: u merkt dat de fonetische weergave in IPA slechts een benadering is, ik heb geen passend teken gevonden voor de convulsieve klik aan het begin van de FU

Voorbeelden van semantisering (verduring) in het gebruik:

  • “’t is goe, laat het zijn”
  • “’t is genoeg geweest ik bol het hier af”
  • “merci, laat maar zitten”
  • “nen andere keer misschien”
  • “laat mij ne keer gerust, truttemie/voddenvent”
  • “interessant maar uwen doemp maakt mij misselijk”

 

FU #4 – JOAT

 

19-05-JOAT

 

Uitspraak van deze FU:

(3x uitgesproken)

Voorbeelden van semantisering (verduring) in het gebruik:

  • ‘met plezier!”
  • “dat spreekt voor zich”
  • “bij u of bij mij?”
  • ’t is wel ewa warm hier è”
  • “ik dacht al dat ge’t nooit zou vragen”
Advertenties

FU #1 – ZVAI en FU #2 – GLA


Fonetische Uitwerking (FU)

Van een Werkende Invocatie van de Muze (WIM) kan je ’s ochtends bij het ontwaken een Calque-Muse (C-M) maken. Tijdens een Calque-Muse teken je (naar beste vermogen) wat je ziet als je naar de WIM kijkt en als afsluiting probeer je de exercitie af te ronden met een samenvattend gebaar (“nah, dadist!“).

Het grafische spoor van dat gebaar kan nadien grafisch en sonoor worden uitgewerkt en die uitwerking noemen we Fonetische Uitwerking omdat het als betekenis-genererend programma een grafisch-sonore output retourneert bij input van de WIM-observatie in ontwakende toestand.

Het blijft natuurlijk een groot vraagteken welke status we de toch wel erg willekeurige toekenning van een uitspraak aan een dergelijke grafische restant van een gebaar moeten geven. De NKdeE Neofiet zal elke vraag daarover beantwoorden met de uitspraak “’t is ’t gebaar dat telt”

Schematisch:

      W+O => FU

waarbij de inputs
W= de observatie van een WIM in ontwakende of pas ontwaakte toestand (de Calque)
O = de hypothetische ontdromingsgedachten van het calquerende subject

 

FU#1 – ZVAI

FU-16-05-ZVAI
dv 2018 – FU van C-M#1 van de WIM van 14/05/2018

 

Uitspraak van deze FU:

 

FU#2 – GLA

FU-17-05-GLA
dv 2018 – FU van C-M#2 van de WIM van 14/05/2018

Uitspraak van deze FU:

(twee maal uitgesproken)

 

het afsluitende gebaar gemarkeerd op de C-M die aan de basis ligt van deze FU:fuopdeCM

 

Asemische Formance #2: aanmaak van een WIM


WIM
dv  –   WIM aangemaakt op 14/05/2018 – inktafdruk op papier 85×55 cm

Tijdens de tweede Asemische Formance (een betekenisloze performance, zie https://dirkvekemans.com/2018/05/01/inleiding-op-de-asemische-formance/) gaan we een Werkende Invocatie van de Muze (WIM) aanmaken.  Een WIM kan gebruikt worden voor alle doeleinden waarvoor een echte Muze gebruikt kan worden, het is geen model van een Muze maar een Werkende Instantie (Klasse)  die enkel dient opgeroepen te worden.

WERKWIJZE
——————-

  1. maak (snel maar geconcentreerd,  niet gehaast) op een voldoende groot papier (80×50 cm en groter) in inkt en pastel een asemisch werk met als titel “Asemische Invocatie van de Muze”
  2. besproei het werk lichtjes met detergent (ik gebruikte TWIDO Allesreiniger van den Aldi maar eender welke huishoudelijke verstuiverbus met detergent is oké) en bedek het met een tweede blad van dezelde grootte en wrij lichtjes om de achterkant om aldus een afdruk van de inkt te bekomen. leg de afdruk opzij op de grond
  3. bedek het originele werk met een tweede vel papier om een tweede afdruk te bekomen. Leg deze afdruk naar beneden gericht op de eerste afdruk.
  4. ga op de twee papieren liggen en aanroep de Muze.
    spreidt de drie papieren open op de vloer om ze te laten drogen. De eerste afdruk en de originele tekening zijn goed voor de Brolverwerking (volg jouw gewone procedure voor Afval). De tweede afdruk is nu jouw Werkende Invocatie van de Muze (WIM). Voortaan als je een Muze nodig hebt kan je deze WIM gebruiken zonder het hele proces te hoeven herhalen. WIMs gaan makkelijk een jaar of tien mee.
  5. neem een bad en dan wat foto’s om je Formatie te documenteren en te delen. Het delen van een Formatie is erg belangrijk, maar beantwoordt NOOIT vragen over de Formatie, want doen alsof een Formatie uitleg vereist wordt gezien als aanmatigend boerenbedrog en is strafbaar met excommunicatie uit de Kathedraal!

 

kleine leer


naar de Daxue (Grote Leer) toegeschreven aan Zengzi (12e eeuw)

de bepaalden tot deugdzaam bestuur dienen het bestuur te verbeteren
de bepaalden tot bestuur dienen het huishouden te verbeteren
de bepaalden tot het huishouden dienen zichzelf te ontwikkelen
de bepaalden tot zichzelf dienen de gevoelens te beheersen
de bepaalden tot de gevoelens dienen de wil te verhogen
de bepaalden tot de wil dienen de kennis te vergroten
de bepaalden tot kennis dienen  de dingen te onderzoeken
de bepaalden tot de dingen ontdekken het gebeuren

de ontdekking van het gebeuren verandert de dingen
de veranderde dingen wijzigen de kennis
de gewijzigde kennis verhoogt de wil
de verhoogde wil bedient de gevoelens
de bediende gevoelens vergroten de deugd
de grotere deugd veraangenaamt het huishouden
het aangename huishouden vereenvoudigt het bestuur
het eenvoudige bestuur pleziert de bepaalden

 

einding
dv 2018 – “einding -the end of things” – crayon & bister  – 16x16xcm – €20

GIGNOBITS!


Elke lente heeft e NKdeE wel weer iets nieuws uitgevonden om ons te verblijden met creatief vertier. Dit jaar zijn het de GIGNOBITS!

gignobits004

Wat is een GIGNOBIT?

Een GIGNOBIT is een vierkant plaatje van 6 x 6 cm met een tweelagige representatie van een stukske beweging/gebeuren op. Met die vierkantjes kunt ge Gignogrammen leggen, dat zijn 2D voorstellingen van bewegingen of van een gebeuren.

Het is tweelagig omdat ge 1. een losse, brute laag hebt (in blauw-groene bister in de voorbeelden) ie de algemene neiging van de beweging of het gebeuren weergeeft en 2. een meer solide, meetkundige lijn die de wijze van voortgang van de beweging of het gebeuren preciseert (de lijn in zwarte inkt).

Elk GIGNOBIT is in onze GIGNOMENOLOGIE de kleinste  opdeling in de beschrijving (in het GIGNOGRAM) van een beweging/gebeuren gedurende een bepaald tijdsverloop.
Hoe moet ge u at voorstellen? Wel: de beweging begint aan een van de 4 kanten van het BIT, gedraagt zich gedurende haar verblijf op een bepaalde manier (het kronkelt, gaat rechtoor, zwaait of, splitst…) en eindigt aan één of meerdere andere kanten van het BIT. Als er geen zwarte uitlijn is houdt de beweging op in het BIT of ze stijgt of daalt naar een andere dimensie (bewegingstransformatie, bv. van duwen op een pianotoets naar geluid, transmissie van een motor, …).

Ge ziet: GIGNOBITS zijn eigenlijk uitgevonden om abstraherend te leren nadenken over bewegingen als beweging en niet als ding. Dat is niet simpel, maar met de GIGNOBITS is dat wel plezant! Heel plezant!

gignobits003

Wat kunt ge ermee doen?

Van alles. Spellekens verzinnen meestal. Een voorbeeld: levensloop leggen.

Kies uit uw massa aan beschikbare GIGNOBITS al leggende 36 GIGNOBITS (ge moet wel zien dat ge plaats genoeg hebt). Eens uw Gignocircuit gelegd is, begint ge het te interpreteren, aan te vullen waar ge zomaar wat gelegd had eerste: probeer verbanden te leggen tussen terugkerende patronen in uw leven, verwachtingen en teleurstellingen, gelukkige wendingen en mislukkingen. Pas waar nodig het circuit aan, ook, experimenteer!

Door uw levensloop zo in een ‘flowchart’ te bekijken leert ge daar anders naar kijken dan anders over denken als ge gewoon zijt. Heel amusant en leerrijk! En prima als alternatieve ergotherapie ne keer, bv!

levensloop
dv 2018 “levensloop gelegd in GIGNOBITS 26-04-2018”

Een ander voorbeeld: een GIGNOPOEM leggen. Ge neemt een vast aantal GIGNOBITS en ge leest wat ge legt als gedicht:

gignopoem
o wiebelende vreugde van de rode rand aan witte bloemen met spelende kinderen aan de grote vijver nu het donker wordt!

Tof! Ik wil GIGNOBITS!

Joa. Ge kunt er zelf maken è, da’s heel plezant. Ik zal het laten zien op de Opendeurdag van de Kathedraal bij Gosse op de Bereklauw (op 6/05/2018 van  10-18u)!

Benodigdheden:

  • snijmachien
  • karton
  • bister
  • chinese inkt
  • waaierpenseel en brede pen;

Werkwijze

  • snij vierkantjes van 6×6 cm
  • trek in chinese inkt uw ‘bewegingsverloop’ per kaartje
  • geef de ‘flow’ aan met bister
  • één van de 4 zijden krijgt ewa extra bister (terwijl dat ge dat doet spat ge wat ‘per ongeluk’ op de andere kaartjes die ge daaronder laten liggen had – dat is goed voor de cohesie bij de look ’n feel van uw GIGNOBITS
  • de bister nog een beetje retoucheren met puur water, dan krijgt die ewa kleurdiepte

Als ’t echt niet lukt om er zelf te maken, kunt ge bij mij thuis uw setje compleet met POSTdozeke komen halen tegen vrije bijdrage.

 

GIGNOBITS zijn OPEN SOURCE CATHEDRALWARE beschermd met CC BY-NC-SA 3.0 dus ge moogt daarmee doen wat ge wilt maar zegt vanwaar dat ge ’t hebt en ge moogt er geen winst mee maken.

over mystiek


nostalgia
dv 2018 – “nostalgia” – 15,5 x 22cm – €30

De literatuur in de huidige Neo-Kathedraalse Schrijfpraktijk

In de praktijk van de Asemische Lezing stelden we onlangs  het lezen van een tekst en het schrijven ervan als evenwaardige ‘stromen’ zowel bij de lectuur als bij de schriftuur. Elk lezen impliceert een schrijven en elk schrijven is meteen ook een lezen. Bij beide activiteiten wordt het menselijke bewustzijn of een machinale vervanging daarvan zowel op haar lees- als op haar schrijfmethodes aangesproken.

Achterliggend is de spraak natuurlijk de verbindende laag, hoezeer die in de codering en decoderingsactiviteit ook wordt weggedacht.  In het algemeen stellen we een tendens vast dat alles wat betrekking heeft met de codering en de decodering van de menselijke interactie met de machinaal ingerichte cultuur zoveel mogelijk wordt ‘weggemoffeld’. Interactie op basis van iconografische visuele input wordt verkozen boven talige input, maar ook daar wordt het teken zoveel mogelijk ‘onzichtbaar’ gemaakt, de indruk moet gewekt worden dat de ‘bewustzijnsinhoud’ (wat dat ook moge zijn) geheel automatisch opgaat in het nu-moment van de virtuele ‘omgeving’ waarbinnen alles is afgestemd op de commerciële sturing van de gebruiker. In de producten die als ‘literair’ worden gelabeld wordt daartoe de eeuwenoude mythe van de auteur als het creatieve genie hoog in ere gehouden: de mysterieuse auteursinstantie waarvan om de zoveel tijd geheel vanuit het niets een nieuw meesterwerk op de toonbank floept.

De literatuur zou, zo oppert men wel eens, daarin een tegengif kunnen zijn doordat in de literaire schrijf-lees interactie traditioneel inderdaad het teken en de formele organisatie van de talige betekenis op een oneigenlijke manier naar de voorgrond werd geschoven. Werd. De ‘cultuurindustriële’ versie van de literatuur met haar al lang niet meer ‘vernieuwende’ maar vooral nieuwe producten, haar nieuwste sterauteurs, de meest recente bankprijzen en haar maximale productleeftijd van een week of twee doet zulks natuurlijk allerminst. De cover van het glanzend nieuwe product en de marketing via de sociale media  is 10 keer belangrijker dan de manier waarop de ‘auteur’ met het talige teken in zijn ‘werk’ omgaat.
Daarin, zo wordt middels boomende cursussen ‘Creatief schrijven’  alom gepromoot, mag er vooral geen storende moeilijkheid zijn en is alles geoptimaliseerd op een maximaal publieksbereik binnen de steeds kleiner wordende doelgroep. 121 Tinten grijs, maar vooral zo grijs mogelijk. Leuk!
Soit, zulks is onmiskenbaar een aflopend proces en enkel van historisch belang, het houdt ons in dit lopende onderzoek niet bezig. Wij beperken ons tot de actieve beleving van de literatuur als een schrijf-en leesgebeuren in wat er nog rest aan share-cultuur, iets wat als de Neo-Kathedraalse prognoses uitkomen, zo ongeveer nu stilaan aan een aarzelende opgang gaat beginnen. Daar zijn echter geen garanties voor te bekennen, ik heb wel enige aanduidingen maar zelfs die zijn zeer vaag, het is niet meer dan een euh, onvoorzichtige prognose. Een NKdeE Waarneming.

Men moet zich daarbij vooral geen illusies koesteren: de literatuur gaat door die vermeende nieuwe bloei niet, zo dat überhaupt al wenselijk was, terug worden wat ze ooit geweest is. De informatisering heeft van elk talig teken in de eerste plaats een stuk code gemaakt, en de literatuur is door dat code-karakter onherroepelijk hertekend tot een substroom in een geheel van multimediale coderingspraktijken. We zijn niet meer in Kansas en Kansas is Kansas niet meer.

Wat ons, gelovigen in de Bewegingsleer van de Neue Kathedrale daarbij interesseert is hoe we zoveel mogelijk van de literaire traditie kunnen laten aansluiting vinden met de hier en daar al voorzichtigjes ontluikende ‘oneigenlijke’ coderingspraktijken. Onder ons noemen dat ‘de meubelen redden’. Niet dat we denken dat proces te kunnen sturen vanuit enige ideologische overtuiging, daarvoor zijn wij al te zeer op bijzonder kwalijk quasi-taoistische wijze vreemd aan elke publieke of geheime agenda. Neen, wij willen gewoon heel pragmatisch ontdekken wat er ‘werkt’ in deze totaal veranderde en snel nog meer veranderende situatie. Van niets zijn we zeker (oef!) buiten van het feit dat we willen lezen en schrijven (aja, dat blijft plezant), dus willen we graag weten hoe we best gaan lezen en schrijven, want we hebben dat nodig. Het is, voor ons, gewoon een kwestie van gezondheid in de praktijk. En gezondheidskwesties zijn altijd uiteindelijk een kwestie van leven of dood.

Niets belet ons om in een dergelijke functionele benadering van literatuur als een I/O van teksten, als een vol historisch en actueel gebeuren in plaats van als een productie en consumptie-proces waartoe men het in functie van de cynische nu-cultuur wenst te herleiden, om in dergelijke herwaardering van lezen en schrijven als een participatief gemeenschapsgebeuren ook de mystiek te betrekken.

Mystiek?

Maar is de mystiek dan geen alles overschrijdende ervaring die zich niet enkel aan het tekstuele maar aan al het talige ja zelfs aan het voor de leek reële onttrekt, een uiting van het Onzegbare? Jazeker, voor de mystici die de mystieke ervaring hebben of hadden, lijkt dat zo te zijn, althans volgens de beschikbare getuigenissen.

Wij, de  niet-mystici, kunnen over de ervaring zelf niet spreken en kunnen daarover beter maar zwijgen. Maar we hebben wel al die teksten. En aangezien heel veel lyrici, waaronder uw dienaar, een duidelijke link tussen Lyriek en mystiek in hun begrip van de Lyriek hanteren, is het voor ons gignomenologisch onderzoek van de lyriek aangewezen om zeker ook de mystiek als corpus van gelijksoortige teksten aan een gedegen functionele analyse te onderwerpen. We zullen erover zwijgen, maar dan wel in alle talen.

Als inleiding daartoe hebben we vandaag een tekst van Gershom Scholem gekozen. Het eerste hoofdstuk van zijn “Zur Kabbala und ihrer Symbolik” (1960) is allerminst beperkt tot de kabbala en geeft ons voldoende materiaal omtrent de mystiek in haar algemeenheid, los van specifieke religieuze tradities om een hanteerbaar functioneel model van de mystiek als tekstuele I/O op te stellen.

Dat model beoogt uiteraard geen ‘verklaring’ van de mystiek (“wie zijn wij etc….”) te zijn: het is enkel een zeer bescheiden startmodel, een vlugge schets, een niemandalletje dat we planten als zaadje, iets dat mogelijkerwijze kan uitgroeien tot een Neo-Kathedraalse methode om de mystiek in haar lyrische lezing te betrekken. Het kan. ’t Zou schoon zijn. On verra.

We stellen hier dat eerste hoofdstuk van Scholem’s boek ter beschikking in een Engelse vertaling, zodat u ons verder betoog, zo dat er al komt zou kunnen volgen. We raden overigens iedereen aan om de rest van het boek te lezen: als je iets over de Kabbala wil lezen dan is het zeker nog steeds het werk van Scholem daarover, en dit boek is een uitstekende eerste kennismaking.

[Gershom_Scholem]_Religious_Authority_and_Mysticism (pdf-bestand)

 

(Wordt vervolgd)