ViLT

Neue Kathedrale des erotischen Elends, nl weblog (v.2)

Anke Veld

Onderdelen van de net novel- netgebeurtenis Anke Veld

rot in het oog


dv 2017, ink & bister on paper, A5   – Ben je bang? – Nee. – Je bent niet bang? – Nee. Waarom zou ik? – Lees dan verder. Anke Veld, “Maaike”, 2017, ergens nadien.   Advertenties

Lees verder →

het niets is een uitvinding


8 mei 2005. Mei is mijn Maya. Nederland ontwaakt uit haar consumentenroes. Lode schrijft: Ongeluk voor twee personen Bespottelijk, ook hier, is het opgeven van bloed ter verduidelijking, de donatie clarificeerplasma, het wat glijdt er nu weer in het duidingsveld, het wie vaart er daar mijn aderlating aan, het hoe heks ik het hier uit. Kom, kortom, de bel gaat, schuif aan, treedt binnen, bestel ons een ongeluk voor twee […]

Lees verder →

Lode’s doel


‘Die lieve coele mei, die is ons ontdaen’ Anon. 15de eeuw mei is mijn maya & doet mij geloven dat het absoluut vele, het schone in mijn enige niets is verscholen hoe zoetelijk zingt het & wil het de nachtegaal hoe hoog & hoe lustig zoekt ook de leeuwerik hoe wild & onzinnig graven mijn honden hoe dicht in zichzelf heeft mijn ik zich gesloten mei is mijn maya & […]

Lees verder →

Lore’s lied


“Mijn lief es leet, mijn heyl verdriet, Aldus ende wers es mi ghesciet; Ic biddu, vrauwe, ghedinct mijns yet Eer ic van rouwen sterve.” Anon., Gruuthuuze MS, 15de eeuw “De tijd is een hoer” dv, Anke Veld 13/04/2018 mijn lief is leed, mijn heil verdriet van pijn ken ik het einde niet ik bid u muze voltooi mijn lied eer ik van zeer moet sterven. de zon is zwart, mijn […]

Lees verder →

Anna’s anagram


“Den tijdt die gaet voorbij // en hij Bewijst scheydens termijn/ Gheen blijven hebben wij // hier vrij” Carel van Mander De tijd gaat hier voorbij  & hij bewijst op zicht door zijn termijn dat wij niet blijvend zijn of vrij. Met pijn verscheiden wij per dag een dag als straf van ons verblijf weer af & raken wij reikhalzend met een vingertop verlangen de ochtend straks al aan. De […]

Lees verder →

u, een apocrief vlak van het Pad van de Wenende Nacht


Izeganz tot het Onderbergse u, de oordelenden jaloers, wrokkig, inhalig u, die mij de Stem ontzegt van alle grote lyrici in mij opdat ik uw gebral versterken zou, uw krijsende smeekbede om uw dood, uw ontkenning van het leven dat uzelf halsstarrig aan uw kinderen ontzegt omdat u verkrampt staat in de illusoire strekking van uw ik een lid van het niets, een gat op oneindig zoals u het strenger, […]

Lees verder →

kurkentrekkerslogica


Misschien komt het doordat mijn vader gestorven is, toen ik op uiterst intense wijze Pascal Quinard’s La parole de la Délie aan het lezen was,  die samenloop van omstandigheden heeft er alleszins toe bijgedragen dat mijn fascinatie voor Maurice Scève’s meesterwerk “DELIE,  Object de plus haulte vertu”  vandaag enorm is. Quinard’s boek is ‘zijn’ Scève, een ontzettend rijk, duister en mooi essay dat vooral het programma van Quinard afdraait. Net […]

Lees verder →

Brand


OPGAVE I een binnenste handpen. onduidelijk of geheel afwezig is de bandering (ook de lichtval speelt een rol) “we dienen de letters open  te breken om de klanken te bevrijden” II ik ben de dode, de blinde, de luchtloze schaduw kleine gewervelde dieren, aas, afval botten boten boterham (lo ki koei) motten moten motoren (lo ki soot) koppen kopen koperen potten poten potelen III – La Voix et la Gaffe […]

Lees verder →

Uit


& Het was bijna zeven maart & er gebeurde niets. Er gebeurt nooit iets in een verhaal. De spinnen hadden mij  die nacht gebeten in mijn rechterkuit & mijn rechterpols. Zijn spinnen rechts? Ik dronk genoeg om niet te hoeven dromen, maar straks diende ik weer te stoppen. Dan zal  ik weer sluiks  kijken, dacht ik, wég van dit leven, met de glimlach, de spleten in waar het stof mijn […]

Lees verder →

In


Het is zeven maart & de maan staat vol. Er gebeurt iets, ik moet het vertellen. Het verraad is in de zin gebakken, genot met de o van o zo mooi. Je hebt mij helemaal, zeg ik, ik geef het op. Abdicatie. De straatstenen kotsen een eendere slijm, het rijmt, het is lente. We rijden samen naar huis. Ik geloof. Dit kan. Niet. Tweeverdienerslogica is een schoon woord. Het glinstert […]

Lees verder →

necrosis


Anke staat voor de deur, ze drukt haar neus plat tegen het raam & roept mijn naam. De deur kraakt,  ik laat haar binnen, ze weet anders niet waarheen te gaan.  Ze zegt ik heb je hier het lichaam meegebracht van Sneeuwwitje, het heeft nog net een zijden jurkje aangedaan, de borstjes priemen.  Ze vraagt mij wat ik wil & ik zeg niets & bied haar koffie aan. De geur […]

Lees verder →

storm


& de gevangenen zijn de gevangenen zij zitten gevangen in de gevangenis de vermoorden zijn de vermoorden zij liggen dood & stil als vermoord de hongerigen zijn de hongerigen zij lijden honger omdat zij honger hebben de daklozen zijn de daklozen zij slapen eten & kakken zonder een dak boven het hoofd de verminkten zijn de verminkten zij strompelen nogal of klungelen met 1 hand de armen zijn de armen […]

Lees verder →

maaike (1)


De eerste dood van Izeganz Een plank op de grond, een tang, een hamer & een roestige nagel. Izeganz staat voor mij met een bloedend gat in zijn hand, bevend,  maar wanneer hij begint te spreken verstillen zelfs  buiten de kraaien. Elke beweging verdwijnt, de stilstaande as van de tijd biedt enkel plaats voor de klank van zijn stem. “ik sta zot van u Maaike, gij zijt een groot zwart […]

Lees verder →

soupire


de nacht versleutelt letters tot gloeipriemen tastend naar gesis in de open wonde de wereld bronst, wij gloeien, stoken, sintels. hé jij daar, leg nog ‘s  een blondje op het vuur (knars je tanden in de maat) Anke neemt plichtsbewust haar rechterknie in de linkerhand, ze lacht spontaan, haar naakte rug schittert in de zon. Ze is ontstaan uit de nevelen van dit land, haar wortels slingeren ver in het […]

Lees verder →

anke veld verkast naar vekeland


doremiade vanuit een lijf vol maden mi is maar een nare naam die ik mij aan do hé si het is maar re maar er is hier & hier is zon & jij blijft hier tot van dit nu de tijd vertraagt & tot in ons hemelrijk vervaagt. centrale daken vervloeken & vervlagen mij in de storm die je bent. je bent mijn geile gril. ik lig te rillen in […]

Lees verder →

gedachten omwallen de gedachten


anke veld is een 8-vlakkige net-novel waarin de verteltijd ruwweg samenvalt met de vertelde tijd voornamelijk omdat  de publicatie ervan wegens gebrek aan tijd & middelen samenvalt met het schrijfproces Dit, zo blijkt, is een stukje uit het vlak genaamd ‘Lode’ Elk Vlak is genoemd naar het centrale personage (avatar) ervan. “Decay is a limitropic process through which the object shrinks progressively toward zero without eventuating the act of annihilation […]

Lees verder →

Gelukt


& We gaan drie eendere tunnels door & het gelige licht van de pilonen vertrekt de tijd in een eender ritme. Het busje is hermetisch afgesloten maar voor alle zekerheid houden we de nortonpakken maar dicht tot we uit de geïnfecteerde zone zijn. Het geluid van het busje weerkaatst op de tunnelwand, de banden kleven met diepe, vette trillingen op het gegroefd beton. Seffens zakken we nog door dit oponthoud, […]

Lees verder →

sta zo niet


& “Sta zo niet met uw kont te zwieren, seffens komt de wereld klaar”. Mijn tong raakt net niet haar oorschelp als ik het haar toefluister in de volle zaal. Er gaat een rilling door haar lijf, ze glanst gespannen als een eigenhandig door Cage geprepareerde piano. De eerste spreker komt binnen, het wordt stil in de zaal. De blauwe zijde van haar kleed raakt mijn handen, vervluchtigt, raakt mijn […]

Lees verder →

Verheffen nee ik zal je niet


& Een duif glijdt van het dak honderd meter verder naar een boompje zonder haar vleugels ook maar één slag te bewegen. Ze schuift haar lichaam bij de hengsels in de rail van hier naar later. Daar bij het gammele poortje, daar sta je te zwaaien, je hebt het koud & je wil weg maar je lippen blijven maar bewegen van ‘nu’ & van ‘dag’ & ‘tot later’. Een fikse […]

Lees verder →

Hij wavet nog bijwijle het reële in


[Lode over merels & het niets van g*d] Merels hebben een gele bek. Dat weet ik nog. Het zijn brutale stadsbeesten ook. De mormels lopen zichtbaar wormen uit de betonnen randen van de bloemenperkjes te benen & op te schrokken. Ik schrik ervan, hoe het diertje ritselend door de struiken schiet, met een vette worm bengelend uit de bek. Zo lag er laatst nog één op straat, het kreng verhardde […]

Lees verder →

met voorafgaandelijk terdege gezegende tekstophopingen


de aankondiging is de avant-garde van het gebeuren het gebeuren is in augustus we zitten in maart nu, toch? als het zo verder gaat, komt de avant-garde hopeloos te laat khlebnikov.wordpress.com wordt mede gekentekend door de wonderen der techniek: klik erop & het gebeurt Ondertussen wil ons opleggen de geuglende Integrator der Opera de diep-doordachte verbanden, een windsels van fijne zijde gemengd met ruw linnen van vaderlandsche inslag:   FANTASME […]

Lees verder →

gruis (Rob)


Jij mag kiezen, jij bent de lezer, het is jouw lijf. Ruis. Geruis. Gruis. Je zal je de ogen hebben opengehaald aan het zwarte raster van je keuze. (Geen kleur op het einde, op het einde is er geen kleur, er is nooit kleur op het einde). Ruist. Rust. Rest. Je zal gekozen hebben. Roest. Ruzie. Reuze. Rust. Kom toch binnen(de glazen deuren zwieren open alsof iemand je angstzweet geroken […]

Lees verder →

fragment ‘Anke Veld’ uit 2005


Lode Tijd. O tijd. Mijn trein komt eraan. Op tijd. Net als vroeger. Vrijdagavonden in Antwerpen waar niemand nog weet van heeft. Gelukkig. La vie d’artiste, een stille gooi naar een denkbeeld, stemloze klanken die naar een afgrond snellen, zoals die kettingrokende topless tapkastpoes die in een bodemloze Antwerpse bar met haar gescheurde vingernagels de asse uit asbakken schraapt, een verhaal dat je niemand vertellen kan, teveel vet, teveel vuiligheid, […]

Lees verder →

pad verheft zich via pad tot een bestand


De… het afstappen, 14 à 15 passen per treinstel… het is van de…niet. De afwachtende houding. Bestraffing van de afwachtende houding. Logenstraffing van de schuld aan het dienstweigeren. Het weigert geen dienst, het ontkent. et ik kan niet anders. Het zwemt in cellofaan gedachtengoed. Het wemelt maar wat, het koekt aan in de randjes van de bevlekte cabinevensters. De donkerrode krinkelende waterblub van het zichzelf regenererende inri-virus. Schuls bij schot […]

Lees verder →

dit is niet dit dit is dit in dit


dit is niet dit dit is dit in dit disons: De vereiste duidelijkheid te scheppen over de auteursrechten van de universiteit en haar werknemers met inbegrip van de bestudering van globale bifurcaties is een taak van de administrateur, net zoals het een taak is van alle ICT gebruikers om de vereiste duidelijkheid te scheppen over de wenselijkheid van dergelijke financiele steun aan religieuze voorzieningen met inbegrip van skeletmorfologie en reconstructie […]

Lees verder →

&


Een boom in dit huis, uit de vloer vorkt een stam, de daksponten kraken. Een oude handgehaakte sprei geurt muf op je benen, de thee is al lauw.Je hoorde een geluid, je dacht dat het de storm was buiten, maar daar wordt je het salon al uitgesleurd, een gezichtsloze vrouw sleurt je de kleren van het lijf, je wordt het bad ingeduwd. De scene verwildert. Wakker worden. Handen slaan, duwen, […]

Lees verder →

&


Twijfels bij de zin van dit bestaan ? Onrust & angst, maar vooral : je wil de wereld begrijpen ? Neem een stoel, ga naar je tuin. Kies een plant uit, maakt niet uit welke. Zet je stoel voor de plant, neem plaats, kijk naar de plant. Denk aan niets anders dan aan wat je ziet. Neem waar die plant. Blijf kijken. Begrijp de wereld.Je staat als een blad te […]

Lees verder →

&


Werken is ontspanning, & dat heb je nodig. Maar eerst eten. Druk je gezicht in de holte, je masker in het masker in de muur. Open je mond. De geursimulator zet het grommen van je maag in gang. Je lippen door duizenden tongen betast. Glijdingen, kronkels, het priemen van peper & de vers krakende sla op je tong. Sappen schieten je verhemelte langs, een zachte, zeemzoete bal ontrolt zich in […]

Lees verder →

&


De deur gaat niet open. Wanneer gaat de deur open? De deur gaat nooit open. Zwijg. Halfweg je werktijd & je hebt nog niet eens je eten verdient. De score in de linkerhoek maak je niks wijs. Hou van haar stem. Adem in, adem uit. Sneller die rechterhand. De wol van haar trui knarst op haar huid. Ze had het koud. ‘Heb je het koud ?’ Begraaf je gezicht : […]

Lees verder →

&


Het appartement heeft geen vensters, maar de muur naar het oosten is een vierkant van glas. Geen tussenmuurtjes, geen kamers, niet moeilijk doen. Hou het eenvoudig : de deur centraal in het westen, rechts daarvan het bed, links de zetel gericht naar het wereldscherm. Voedselvoorziening & reinigingscabine in de noordelijke wand ingebouwd. Werkblad zuidelijk. Het geheel is een balk van 5 hoog, 5 breed, 7 diep, gericht naar het oosten. […]

Lees verder →

&


Een boom in dit huis, uit de vloer vorkt een stam, de daksponten kraken. Je wordt het salon uitgesleurd, men duwt je het bad in, een gezichtsloze vrouw haalt in een oogwenk met een glasscherf van je beide armen de slagaders open. Een gordijn van blauwgrijze lianen wordt over je hoofd getrokken. De scene verwildert. Handen slaan, duwen, hakken. Donker kloppende zuigpompen sleuren je benen omlaag. Dit is verdrinken : […]

Lees verder →