de Naakte Waarheid (4/4174)


Anja was an exemplary student and her behaviour was utterly Truthfull but at night she was subjected to alarming dreams of herself as an ecstatically ravished torso in a Semi-geometric space. She searched for clarification in the works of

Alfred J. Semi, but nowhere in the 26 volumes of his work was to be found any reference to this particular geometry. One night there was a full moon and the waves of pleasure were moving through her body with greater power than usual. Suddenly text started to ap

pear in the forms surr

ounding her torso. It took her a while to figure out that the text ran through and was thus

telling a STORY if one just read it in the right order!

lijst met een aantekening


  • over de vlakte die onze vlakte is, ligt het veroverde vlakke in de wind te drogen en de geurige hersenschimmels vliegen ons bij het verkrampen in de ogen, alsmede de rode kristallen van de woordenmuur, de slierten scheldwegverf uit de grote hebgoederenpot, het rozige balken van de verknechte dieren, de gekraakte libellenvleugels, het zwarte schopschoenenleder…
  • in het wieken binnen het  luchtwieken bij het verwaaien verdwijnen de wieken die het waaien in het licht drijven en het droeve wordt ons van de lijven gerukt als ware het genaaid uit de huiden die wij ons lang geleden al afstroopten, en is zulk een smakeloos vertoon niet het plaatsloze zinderen gelijk dat onze stemmen tijdloos hun stem geeft, uiteindelijk?
  • de eigenaar van de blauwe Daewoo met nummerplaat WO2010 wordt dringend verzocht zijn wagen te verplaatsen. het krassen van de gebeden op het kogelvrije glas van de code mengt zich in de naar adjectievenoverdaad neigende zomerbries. men gewaagt van een nieuw hoogtepunt. de molenstangen met hun roestige grijpers voeren nieuwen plokken lijk aan.

een jongen van een jaar of tien loopt gehuld in een wapperend wit laken de eindeloze rij schermen af. aan een van de schermen zit zijn vader te huilen omdat die blijkbaar een vlek inkt gemorst heeft op een ongelooflijk gedetailleerde tekening van een zeilschip. de jongen duwt de vader een stok in de hand, knielt en houdt zijn handpalmen open. “sla mij” zegt de jongen, “dan gaat het huilen weg”.

de vader slaat 3 rode strepen in de handen van de jongen. het huilen gaat weg. de jongen begint te tekenen. de vader hult zich in het laken en gaat de schermen verder af.

inputtekst (2010)

dv 2019 – “WUNJO

opgave (4/7)


IV

Anke slaat heur lange benen over elkaar, de diafane zijde
schuift geluidloos over het oker van haar dijen.

jij, die geborgen gloed, het goed
dat je onze ogen doet


– Maaike

ze doet perfect wat er van haar verlangd wordt, volgt
tot de letter het protocol. ze is het protocol.

ze breekt met haar wijsvinger voorzichtig het zegel
ruikt even aan het topje van haar vinger
om de geur van was op te slaanontrolt
de rol. een slok water nog, een vlugge blik 
naar mij, het einde dat ik nog ben,
dit stompje van mijzelf.

en dan vangt ze vastberaden aan,
in klare stem, met de lezing van 


Anke Veld
of
de 8 Geschiedenissen van de Afloop, geschreven en schrijvende,

van en tijdens
de Ondergang

inputtekst (2010)

dv 2019 – “sa touffe le cœur noir de la lumière” – A6

het


‘het’ in de RADIO KLEBNIKOV

in mijn ogen wellen de tranen om de dode zoon.
in mijn ogen staat gegrift het leed om de gestorven dochter.
in mijn ogen breken open koude zakken vol met bloed.
in mijn ogen helt het zinkende schip naar zinken.
in mijn ogen klaagt en kraait en lacht de kraai om ons.

in mijn ogen danst een lijk dat liefde heette.
in mijn ogen zitten ogen die de genocide leest.
in mijn handen bloeit de kennis en methode van het moorden op.
in mijn mond schreeuwt er een schreeuwen ‘er’ en schuurt de stem uit mij.
in mijn vingers knaagt de onmacht als een felle reumakramp.

door mijn armen trekt het leven weg en uit de lijven.
in mijn aders schuimt en snottert zwakte vol van zelfverachting.
in de nood kent men inderdaad zichzelf en daardoor ook zijn vrienden.

ik ben het.
ik ben het echt.
ik ben het helemaal.

het lacht. het weent. het danst en drinkt. het doet wat u en ik zouden doen.
het wil deeltjes vangen van mijn as in de bewegingen die ik hen leerde.
het zoekt restanten van verlangen in het rot waar ooit mijn tulpen stoeiden.
het breekt de aarde open in een geile hunker naar wat rust en peis.
het vindt daar helder slechts het felle blinken van een zeis.
het is de grimas op een dood en zwaar verminkt gelaat.

het schrijft dat ik het ben en het bestaat.

inputtekst (2010)

dv 2019 – ‘la main se ferme: elle aime le rien que je suis’ -A6

Vertel mij, Tijd…(Lode Kok 2009)


“Vrijheid. Wat is vrijheid ? Vrijheid is niet wat wij als vrijheid vereren, vrijheid is niet die veelbelovende lege ruimte in onze gedachten, vrijheid is geen peis en vrede, vrijheid is de wilde woekering van het zelfzuchtige binnen de grenzen van het toelaatbare. En er over. Ver er over”. Lode Kok scandeerde de woorden en stond zijn publiek niet toe de aandacht te verliezen in gemopper of gemompel.

12 april 2009, 20u00 MET. Hij was uitgenodigd door het Humanistisch Verbond van A., het provinciestadje waar hij nog school had gelopen omdat hij in sommige kringen gold als een ‘experimenteel schrijver’ met ‘vooruitstrevende ideeën’. Het zou hun beste dag niet zijn. Hij was stipt begonnen en keek nu vernietigend naar een bruinogige met een gitzwarte paardenstaart achteraan die te laat en dus nerveus en nu onhandig ook nog naar haar zitplaats stommelde.

[gestommel]

Paardenstaartje zit, ze strijkt haar rokje glad, het gezichtje hoogrood aangeschoten. Lode kijkt, Lode ziet haar, voorbij de sluiers van haar bruine ogen en ze weet het.  Hij gaat verder:

« Vrijheid is geen uitnodigende leegte, geen geruststellende ruimte, geen comfortzone, geen huiselijk ding. Vrijheid is zelfs geen vatbaar begrip. Met het woord ‘vrijheid’ benoemen we een gewelddadig, excessief  proces van overheersing, vernietiging vanuit een blind, naar binnen gekeerd midden, een alles opslokkende vreetkern die wat het niet verteren kan onmiddellijk weer afscheidt in een woeden rond zich. Vrijheid ontsnapt aan het benoembare omdat het een verlangen is dat zichzelf ontvlucht. Je kan niet zeggen wat jij onder vrijheid verstaat want dan is het geen vrijheid meer, dan kan het niet meer razen. Vrijheid is een vloedgolf, een storm, een onlesbare dorst, een tsunami  die wat het niet slikken of vernietigen kan verwerpt langs de weg van de minste weerstand ». Paardenstaartje slikt zichtbaar en maakt een knoopje van haar blouse los. Het wipneusje trilt.

 

Myriam had hem verleden week gedumpt voor Roland, een gespierde, cokesnuivende motard met een voorliefde voor exotische reizen en Dark Ambient Drone, het soort muziek waarvan de liedjes minimaal 12 minuten lang dezelfde volle wav-grafiek geven in Audacity. Dat soort genie.
Lode gaf daarbij geen krimp. Hij sliep niet, at nauwelijks maar hij gaf geen krimp. De Lode in de spiegel  ’s ochtends was een scharrelende kakkerlak op de met brandijs geplaveide bodem van de échte hel, die ònder die van Dante. Lode keek niet meer in de spiegel. De gebenedijde Myriam had haar wonderlijke werk perfect gedaan: hij had begrepen dat het zijn lot was, dat hij altijd alleen zou blijven, ongeliefd en onbegrepen ook, hoe kon het anders? Er was de vloek al, die hem nooit verlaten zou. En dan, wie houdt het langer dan enkele maanden uit bij een monomane sociopaat  die dag na dag 15 uur met het ‘Werk’ bezig is? Het ‘Werk’ was immers zijn ‘vrijheid’, zijn alles bepalende …vloek.

 

Het Werk kiest en het Werk beschikt. Soit, voorlopig kon hij nog wel seks en affectie scharrelen op gelegenheden als deze, maar de toekomst lag als een bloot bot in de woestijn voor hem te bleken: hij zou eindigen zoals Nietzsche, zoals Baudelaire, zoals Joyce, Goethe, zoals iedere uitverkorene : neurotisch, lijdende aan duizend kwalen en kwaaltjes, absoluut vereenzaamd, verslaafd aan drank, medicijnen en wat dan ook er dan op de markt nog betaalbaar is voor een uitgeslotene, een ongewenste, een vervloekte. Soit.


Maar zo ver waren we nog niet. Eerst dit nog.

“Vrijheid is niet het doel van het individu, vrijheid maakt het individu. Vrijheid is voor het nog vormloze individu een onbereikbaar Buiten, een onmogelijkheid die het Binnen van het Zijn aanmaakt en bepaalt. Het Zijn immers, en het ‘ik’ dat is daarin, is immers niet een ‘gegeven’ maar het product van een humaan verlangen waarvan het vrijheidsstreven een modaliteit is. Vrijheid bootstrapt het stuurloze bewustzijn in een loop van rauw, objectloos verlangen en lanceert  het in de waanzin van de identiteit. De identiteit is een grotesk monster, een staketsel van grijpen en graaien rond een obscene leegte, een mormel vol maden en wormen en stinkende  lompen rond een stalen geraamte met vlijmscherpe stekels en huid-afschurend braam. Een buitenaards het dat schreeuwt om bevestiging, spiegels, omarming en verwerping, liefkozing en kwelling zodat het zich kan uitklaren tot een lieflijk klontertje kwikzilver, een ongrijpbaar maar supersterk ik, de  Nengelse Moeder van elke Abonimatie”

 

paardenstaartje

Zo ging het toen. Ergens midden in het duffe zaaltje begonnen kille horrorbeelden van Myriam met de glazen blik van het murwe slachtoffer onder een acefale bloedbestreepte neukstier te versmelten met een warm-gouden gloed waarin Paardenstaartje heur blouse uitdagend aan heur pinkje liet bengelen en heur staartje ontbond tot een wervelende cascade van zachte diepzwarte glans.  ‘3D projectie van visuele associaties als hulpmiddel bij het verwerken en memoriseren van hoog-informatieve lezingen’: Lode borg het ideetje weg en schoof de fantasieën opzij tot het tijd was voor de realiteit die uiteindelijk vrij goed aan de verwachtingen voldeed. De kleine burgerij van A. applaudisseerde driftig, het virus van het fascisme 2.0 was afgeleverd in de daartoe voorbestemde kweekpoel. Maar vooral: het zuchtje dat Paardenstaartje liet bij het klaarkomen was misschien vrijwel onhoorbaar maar o zo verslavend. Hij is nog steeds op zoek naar een manier om de hoogst frêle maar immens rijke luister daarvan op een gepaste manier in zijn theorie te verwerken. Een nieuwe ero-module in het VELD-programma, misschien?

De Tijd vertelt het wel.

vochten voor anke


circulaire pornolettristenode* aan de gemeente Doel en haar restbewoners (mei 2009)

het is fijn om een doel te hebben in het leven. doel. d d doe
oe oe oe oe_el lll lelele.l l l lee ee hee éééééévvvv v e n n nn.
laat tongen occlusieven pulken uit de letteretter. spuw. anke
is het veld waar het spant rond de gaatjes in het on-lijf.

het aarzelt niet, het kent geen twijfel, het sist haar naam als
hoofdverdachte in oorverdovend zwijgen. annnngggke. nke. vleuh
vld. vleuh de. veult. het fijnere het frutselt aan behahaakjes. het
dringt in, dipt de vingers diep in zomp van de waarheid. slik

het door als oester, en als je korrel voelt, verwek je een parel. snij.
lepra treft mijn handen, vingerkootjes dansen weg van ons. jij
draait beheerst een hoofddoek rond je nekslag,  jij zweet ons uit,

je voelt het glijden op je rug als in nat gras een gezapige slang. buit
zit er in de grijphuid, je voelt kadaver van nood en wending, besluit
echter laat op zich wachten, vochten komen uit als schandalen. het,

inputtekst 4/5/2009, zie aldaar

*een pornolettristenode geeft traditioneel geen ene moer om  haar onderwerp maar schept een bijna mechanisch-zinnelijk genoegen in het contingente samenklonteren van haar letters. het pornolettrisme is geen literatuur. 
een circulaire pornolettristenode kan je doorlopend lezen, ze kent geen einde of begin

vochten
dv 2018  – ‘vochten’ – pastel – A5

déjà vu


lais3
dv 15-1-2018 – “lais” – potloodtekening -A4 – in vertrouwen geruild

 

LA

Met de lijn van een roos gevorkt in uw schoot, een
punt waardoor in het lege vlak de leegte aanvangt
en weldra er liefde wolkt en haat, waarmee gij
ruimte splijt en rekt de tijd zodat een hand ons

de hand aanreikt, waarmee wij onze vingers
ertoe kunnen bewegen ons de ogen
en de lippen te sluiten, ons tot kalmte te
manen, ons de klederen van angst en nijd
te laten ontvallen en naakt in de zon

het ware te verwerpen:

zodat de traan ons ontrollen kan
waarin onze beeltenis verschijnt.

 

IS

De klank vervalt er
te snel. Het zerpe zeept
het zure in en in het zilte
zeikt verziekt van leed
het lieve godenkind:

“Jullie waren hier eerder al. Ik
zag jullie naamloos staan.

De hazewinden die het licht
najagen in het licht waarin
de winden waaien die enkel
de wanhopigen zien, zij

bliezen het in de sofers
die het zuchtend leeg
en naast hun letters spelden:

jullie doen ons dit in duizendvouden aan,
er komt geen eind aan dat vergaan.

 

lais2
dv 15-1-2018 – “f*ck you gods” – altered book page, unsigned – €1500