GIGNOBITS!


Elke lente heeft e NKdeE wel weer iets nieuws uitgevonden om ons te verblijden met creatief vertier. Dit jaar zijn het de GIGNOBITS!

gignobits004

Wat is een GIGNOBIT?

Een GIGNOBIT is een vierkant plaatje van 6 x 6 cm met een tweelagige representatie van een stukske beweging/gebeuren op. Met die vierkantjes kunt ge Gignogrammen leggen, dat zijn 2D voorstellingen van bewegingen of van een gebeuren.

Het is tweelagig omdat ge 1. een losse, brute laag hebt (in blauw-groene bister in de voorbeelden) ie de algemene neiging van de beweging of het gebeuren weergeeft en 2. een meer solide, meetkundige lijn die de wijze van voortgang van de beweging of het gebeuren preciseert (de lijn in zwarte inkt).

Elk GIGNOBIT is in onze GIGNOMENOLOGIE de kleinste  opdeling in de beschrijving (in het GIGNOGRAM) van een beweging/gebeuren gedurende een bepaald tijdsverloop.
Hoe moet ge u at voorstellen? Wel: de beweging begint aan een van de 4 kanten van het BIT, gedraagt zich gedurende haar verblijf op een bepaalde manier (het kronkelt, gaat rechtoor, zwaait of, splitst…) en eindigt aan één of meerdere andere kanten van het BIT. Als er geen zwarte uitlijn is houdt de beweging op in het BIT of ze stijgt of daalt naar een andere dimensie (bewegingstransformatie, bv. van duwen op een pianotoets naar geluid, transmissie van een motor, …).

Ge ziet: GIGNOBITS zijn eigenlijk uitgevonden om abstraherend te leren nadenken over bewegingen als beweging en niet als ding. Dat is niet simpel, maar met de GIGNOBITS is dat wel plezant! Heel plezant!

gignobits003

Wat kunt ge ermee doen?

Van alles. Spellekens verzinnen meestal. Een voorbeeld: levensloop leggen.

Kies uit uw massa aan beschikbare GIGNOBITS al leggende 36 GIGNOBITS (ge moet wel zien dat ge plaats genoeg hebt). Eens uw Gignocircuit gelegd is, begint ge het te interpreteren, aan te vullen waar ge zomaar wat gelegd had eerste: probeer verbanden te leggen tussen terugkerende patronen in uw leven, verwachtingen en teleurstellingen, gelukkige wendingen en mislukkingen. Pas waar nodig het circuit aan, ook, experimenteer!

Door uw levensloop zo in een ‘flowchart’ te bekijken leert ge daar anders naar kijken dan anders over denken als ge gewoon zijt. Heel amusant en leerrijk! En prima als alternatieve ergotherapie ne keer, bv!

levensloop
dv 2018 “levensloop gelegd in GIGNOBITS 26-04-2018”

Een ander voorbeeld: een GIGNOPOEM leggen. Ge neemt een vast aantal GIGNOBITS en ge leest wat ge legt als gedicht:

gignopoem
o wiebelende vreugde van de rode rand aan witte bloemen met spelende kinderen aan de grote vijver nu het donker wordt!

Tof! Ik wil GIGNOBITS!

Joa. Ge kunt er zelf maken è, da’s heel plezant. Ik zal het laten zien op de Opendeurdag van de Kathedraal bij Gosse op de Bereklauw (op de Kunstroute data 10-18u)!

Benodigdheden:

  • snijmachien
  • karton
  • bister
  • chinese inkt
  • waaierpenseel en brede pen;

Werkwijze

  • snij vierkantjes van 6×6 cm
  • trek in chinese inkt uw ‘bewegingsverloop’ per kaartje
  • geef de ‘flow’ aan met bister
  • één van de 4 zijden krijgt ewa extra bister (terwijl dat ge dat doet spat ge wat ‘per ongeluk’ op de andere kaartjes die ge daaronder laten liggen had – dat is goed voor de cohesie bij de look ’n feel van uw GIGNOBITS
  • de bister nog een beetje retoucheren met puur water, dan krijgt die ewa kleurdiepte

Als ge te lui zijt om dat zelf te maken of joa sèg ik zie dat gewoon niet zitten gij peinst dat ik niks anders te doen heb zekers, euh ja, dan kunt ge er ook bij mij bestellen €20 voor 36 stuks (dirkvekemans@yahoo.com – gratis verzending in BENELUX). Ik zal er bij Gosse ook ewa meebrengen è.

 

GIGNOBITS zijn OPEN SOURCE CATHEDRALWARE beschermd met CC BY-NC-SA 3.0 dus ge moogt daarmee doen wat ge wilt maar zegt vanwaar dat ge ’t hebt en ge moogt er geen winst mee maken.

Advertenties

over mystiek


nostalgia
dv 2018 – “nostalgia” – 15,5 x 22cm – €30

De literatuur in de huidige Neo-Kathedraalse Schrijfpraktijk

In de praktijk van de Asemische Lezing stelden we onlangs  het lezen van een tekst en het schrijven ervan als evenwaardige ‘stromen’ zowel bij de lectuur als bij de schriftuur. Elk lezen impliceert een schrijven en elk schrijven is meteen ook een lezen. Bij beide activiteiten wordt het menselijke bewustzijn of een machinale vervanging daarvan zowel op haar lees- als op haar schrijfmethodes aangesproken.

Achterliggend is de spraak natuurlijk de verbindende laag, hoezeer die in de codering en decoderingsactiviteit ook wordt weggedacht.  In het algemeen stellen we een tendens vast dat alles wat betrekking heeft met de codering en de decodering van de menselijke interactie met de machinaal ingerichte cultuur zoveel mogelijk wordt ‘weggemoffeld’. Interactie op basis van iconografische visuele input wordt verkozen boven talige input, maar ook daar wordt het teken zoveel mogelijk ‘onzichtbaar’ gemaakt, de indruk moet gewekt worden dat de ‘bewustzijnsinhoud’ (wat dat ook moge zijn) geheel automatisch opgaat in het nu-moment van de virtuele ‘omgeving’ waarbinnen alles is afgestemd op de commerciële sturing van de gebruiker. In de producten die als ‘literair’ worden gelabeld wordt daartoe de eeuwenoude mythe van de auteur als het creatieve genie hoog in ere gehouden: de mysterieuse auteursinstantie waarvan om de zoveel tijd geheel vanuit het niets een nieuw meesterwerk op de toonbank floept.

De literatuur zou, zo oppert men wel eens, daarin een tegengif kunnen zijn doordat in de literaire schrijf-lees interactie traditioneel inderdaad het teken en de formele organisatie van de talige betekenis op een oneigenlijke manier naar de voorgrond werd geschoven. Werd. De ‘cultuurindustriële’ versie van de literatuur met haar al lang niet meer ‘vernieuwende’ maar vooral nieuwe producten, haar nieuwste sterauteurs, de meest recente bankprijzen en haar maximale productleeftijd van een week of twee doet zulks natuurlijk allerminst. De cover van het glanzend nieuwe product en de marketing via de sociale media  is 10 keer belangrijker dan de manier waarop de ‘auteur’ met het talige teken in zijn ‘werk’ omgaat.
Daarin, zo wordt middels boomende cursussen ‘Creatief schrijven’  alom gepromoot, mag er vooral geen storende moeilijkheid zijn en is alles geoptimaliseerd op een maximaal publieksbereik binnen de steeds kleiner wordende doelgroep. 121 Tinten grijs, maar vooral zo grijs mogelijk. Leuk!
Soit, zulks is onmiskenbaar een aflopend proces en enkel van historisch belang, het houdt ons in dit lopende onderzoek niet bezig. Wij beperken ons tot de actieve beleving van de literatuur als een schrijf-en leesgebeuren in wat er nog rest aan share-cultuur, iets wat als de Neo-Kathedraalse prognoses uitkomen, zo ongeveer nu stilaan aan een aarzelende opgang gaat beginnen. Daar zijn echter geen garanties voor te bekennen, ik heb wel enige aanduidingen maar zelfs die zijn zeer vaag, het is niet meer dan een euh, onvoorzichtige prognose. Een NKdeE Waarneming.

Men moet zich daarbij vooral geen illusies koesteren: de literatuur gaat door die vermeende nieuwe bloei niet, zo dat überhaupt al wenselijk was, terug worden wat ze ooit geweest is. De informatisering heeft van elk talig teken in de eerste plaats een stuk code gemaakt, en de literatuur is door dat code-karakter onherroepelijk hertekend tot een substroom in een geheel van multimediale coderingspraktijken. We zijn niet meer in Kansas en Kansas is Kansas niet meer.

Wat ons, gelovigen in de Bewegingsleer van de Neue Kathedrale daarbij interesseert is hoe we zoveel mogelijk van de literaire traditie kunnen laten aansluiting vinden met de hier en daar al voorzichtigjes ontluikende ‘oneigenlijke’ coderingspraktijken. Onder ons noemen dat ‘de meubelen redden’. Niet dat we denken dat proces te kunnen sturen vanuit enige ideologische overtuiging, daarvoor zijn wij al te zeer op bijzonder kwalijk quasi-taoistische wijze vreemd aan elke publieke of geheime agenda. Neen, wij willen gewoon heel pragmatisch ontdekken wat er ‘werkt’ in deze totaal veranderde en snel nog meer veranderende situatie. Van niets zijn we zeker (oef!) buiten van het feit dat we willen lezen en schrijven (aja, dat blijft plezant), dus willen we graag weten hoe we best gaan lezen en schrijven, want we hebben dat nodig. Het is, voor ons, gewoon een kwestie van gezondheid in de praktijk. En gezondheidskwesties zijn altijd uiteindelijk een kwestie van leven of dood.

Niets belet ons om in een dergelijke functionele benadering van literatuur als een I/O van teksten, als een vol historisch en actueel gebeuren in plaats van als een productie en consumptie-proces waartoe men het in functie van de cynische nu-cultuur wenst te herleiden, om in dergelijke herwaardering van lezen en schrijven als een participatief gemeenschapsgebeuren ook de mystiek te betrekken.

Mystiek?

Maar is de mystiek dan geen alles overschrijdende ervaring die zich niet enkel aan het tekstuele maar aan al het talige ja zelfs aan het voor de leek reële onttrekt, een uiting van het Onzegbare? Jazeker, voor de mystici die de mystieke ervaring hebben of hadden, lijkt dat zo te zijn, althans volgens de beschikbare getuigenissen.

Wij, de  niet-mystici, kunnen over de ervaring zelf niet spreken en kunnen daarover beter maar zwijgen. Maar we hebben wel al die teksten. En aangezien heel veel lyrici, waaronder uw dienaar, een duidelijke link tussen Lyriek en mystiek in hun begrip van de Lyriek hanteren, is het voor ons gignomenologisch onderzoek van de lyriek aangewezen om zeker ook de mystiek als corpus van gelijksoortige teksten aan een gedegen functionele analyse te onderwerpen. We zullen erover zwijgen, maar dan wel in alle talen.

Als inleiding daartoe hebben we vandaag een tekst van Gershom Scholem gekozen. Het eerste hoofdstuk van zijn “Zur Kabbala und ihrer Symbolik” (1960) is allerminst beperkt tot de kabbala en geeft ons voldoende materiaal omtrent de mystiek in haar algemeenheid, los van specifieke religieuze tradities om een hanteerbaar functioneel model van de mystiek als tekstuele I/O op te stellen.

Dat model beoogt uiteraard geen ‘verklaring’ van de mystiek (“wie zijn wij etc….”) te zijn: het is enkel een zeer bescheiden startmodel, een vlugge schets, een niemandalletje dat we planten als zaadje, iets dat mogelijkerwijze kan uitgroeien tot een Neo-Kathedraalse methode om de mystiek in haar lyrische lezing te betrekken. Het kan. ’t Zou schoon zijn. On verra.

We stellen hier dat eerste hoofdstuk van Scholem’s boek ter beschikking in een Engelse vertaling, zodat u ons verder betoog, zo dat er al komt zou kunnen volgen. We raden overigens iedereen aan om de rest van het boek te lezen: als je iets over de Kabbala wil lezen dan is het zeker nog steeds het werk van Scholem daarover, en dit boek is een uitstekende eerste kennismaking.

[Gershom_Scholem]_Religious_Authority_and_Mysticism (pdf-bestand)

 

(Wordt vervolgd)

 

de trekplek en de dreun


trekplek

staarlicht veertien door het wolkenhemdje 
rokstofrest veert op geur van oevergras
aarde traag betrekt de fluksontbloting
LAIS handvlakvol al graagte klatert

      hemelscheurend helder is het vreugdelied
      van eufraat tigris is zij stroomgebied

blik die philtrumaait, likt en schouderdruipt
weerzin al daar enkel weerzienswanhoop 
ziet het zien.
              verlangen stuwt verlangen
tot het in de takken kladden taal vertrapt


deze Ouwense trekplek is meteen ook vertrek voor een alternatief ritmisch-melodisch dizain dat het rijmcorset vervangt door (al even beklemmend, het moet spannen è) een  recursieve, ritmische ‘enveloppe’: een dreun.
ge kunt, en nu wordt het interessant, die enveloppe ook tekenen è, zo bv. in een dubbele articulatie van het schriftgebaar zoals in graffiti de spuitbeweging verzelfstandigt tot een tag:

laisfrase

die grafische tag wordt dan de mal voor de beweging, die natuurlijk primair een gedachtenbeweging is, een mentaal gebeuren (dat ge ook neurofysiologisch kunt gaan detecteren, identificeren, coderen en wie weet: programmeren)

de LAISdreun is een basisritme van drie hoofdklemtonen en een bijklemtoon dat uitdeint Die dreun wordt ook in het hele dizain als structuurprincipe gebruikt, vandaar dat het een recursieve dreun is. Op het einde, in de laatste verzen, verwatert de dreun zodat je het hele dizain kan lezen als 10 x de dreun die op zich ook weer een dreun is: het dizain als elfje, hihi.

uiteraard kon ik het niet laten om in het midden van al dat gedreun een wat ik noem ‘lyrisch stretto’ te plaatsen. al dien dreunen, dat werkt fugatisch in op de hersenen omdat ge met de ene dreun in de echo van de andere dreun terecht komt en daar waar de dreunen verstrengelen kunt ge als Bachliefkozer natuurlijk een strettooke placeren è, want wat is ne fuga anders dan een omstandige manier om net die stretto mogelijk te maken? joost zal het geweten hebben!

ge krijgt een  epigram omgevormd tot gram-epiek: er wordt niet naar een conclusie toe geschreven maar het schrijven is de aanzet, vaak een irrationele taalcluster, de gebeurtenis  die uitdeint in het geschrevene.

hier is de gebeurtenis de nogal rijke cluster ‘staarlicht veertien’: het licht van de zon is het staren van Apollo/Acteoon op de jonge nimf Daphne/Diana, dat staarlicht valt dus op haar maan en veert daar op de tien van haar perfectie (oeieoei en zo jong nog, daar schuurt de censuur al heur billen), de onschuld van het uitspelen van de klederkens en het waterplenzen.

het verlangen van de geilblik van de medeplichtige lezer ook al, mannelijk, of lesbisch, ge ziet hoe onlosmakelijk diep ‘filosofisch’ het schrijven versleuteld is met het mannelijke begeren, tja, maar bon, soit, het begint hier op het uitleggen van uw eigen mop te lijken,-

ik wou maar zeggen : dit ligt meer in het verlengde van de resultaten van het asemische schriftonderzoek waar ik momenteel net die ‘bewegingsenveloppe’ in  het sublexicale consistentievlak aan het onderzoeken ben.

de boeken van Jim Leftwich, dat moet gezegd,  komen al dadelijk goed van pas om de gevolgde onderzoeksmethoden hier te documenteren.
leest:

” there’s more to do, in the close readings to discover how nonverbal fields envelope clusters of words with an ancanny emanation of what, not meaning, stuff
Stuff, i dont know, light, energy of some sort “

Tom Taylor in een brief geciteerd door jim leftwich in rascible & kempt, Vol I, p.18

 

rasc_kempt1
(niet twijfelen dus è mensen: spaart en koopt die boekskens)

het gelaat is


het gelaat en het is wat het is

en het vervallen mannenvlees vervalt en vlees kapt vlees van ’t bot
dikke plakken zakken  in de zompe varkensgeulen en kalm maar
drammerig de volgzame dames kokhalzen en luide boeren zij
de in gemompel vervallende bevelen vanop hun wakke hoogte
en de herenessenties zwiepen als wormpjes aan vishaken uit de
vette herenlijven en woordalen persen kolossale alen heer uit
de aalpokken op de barstende lippen van het aangezicht

het aangezicht hangt aan uw handen en aan uw kleren
het aangezicht druipt langs uw benen in uw linkerschoen
het aangezicht herpakt zich een seconde in de spiegel
tot een aangezicht dat ook bekend stond als uw gelaat

en uw gelaat is het gelaat:

  • waarvan de ogen guren uit twee dompe zweerwolken
  • waarin de pus uit gaten druipt waar ooit de neus niesde
  • waarvan de kaak somtijds aan het schouderblad blijft haken
  • waarvan het verstervingsweefsel één wordt met het hersenrot
  • waarvan het tandengruis ritmisch in de tong van leder zeeruist
  • nu ook in handige slurpverpakking

en het is wat het is.

 

gelaat
dv 2018 – “een piek van het consumentengelaat in de tendenzenzee” – 18 x 27m

 

van nu en straks


nu de daad gebaart
in droge kronkels
van het net niet raken
aan de kiltetegels dood

en als het straks van grijze lippen niet wil nippen,
als het straks van starre tongen niet wil likken,
als het straks op zoek naar het moment de monden
met monden in de haatmonden open spalkt,

doen vloeien te zeer de stem zal gebieden de lichamen
die hun vlees beamen met hun kokhalzende spreken
van de kolkrivier, van de gutsletters en zich verslikken
in het woordstolsel vlokkend in de misselijk makende tijd;

een stenen slang zijt gij
die mij mijn naam ontnam
en mij als woord vervlecht
in uw lege woordenleer

maar mijn gram palt in de klokgaten
en marmer stuift nog eerder weg dan dan dit
verlangen stoppen zal verlangen op te roepen,
door mij in u en dwars door u zó op te leven

zoals uw bekken bij het golven op scharnierde,
zoals uw hoofd en oog de trilling had van donker licht,
zoals uw huid en hand tot spiegelijs verglaasde,
zoals uw tong de kilte gaf en kloeg van uw genot.

 

 

 


gramschroef
dv2018 – digimontage “trisonique”

tussendoortje voor het slapengaan


Neen, niet die van De Kampioenen. Over W.B. Yeats, omdat ik daar nogal mee bezig ben, de laatste tijd.

yeatskniphuur

Het is daarbij aangenaam om te merken hoe grondig rationeel Yeats is in zijn zoektochten, ondanks alles in zijn beweringen wat wij nu (terecht, meestal) afdoen als flauwe zever. Hij zoekt bijvoorbeeld een verklaring voor instinctief gedrag en kan die enkel plaatsen in een verleden waar ergens iets iets geleerd moet hebben zodat het individu nu beseft dat X slecht is en die ‘instinctieve’ aversie voor X  kan zo voor hem enkel worden verklaard als kennis van de doden aan de ‘ontvankelijke’ levende. Hij trekt de voor hem enig mogelijke conclusie en onderbouwt die dan ook zo goed en zo kwaad hij kan. Veel korter bij een hypothetisch-deductieve vorm van wetenschappelijkheid kom je niet snel.

Bij gebrek aan onderbewuste, of enig ander ‘denkbaar’ systeem van intuïtieve kennisverwerving wordt dus de oorzaak ‘gevonden’ in ‘the dead living in their memories’ (ANIMA MUNDI  XII) en het ‘psychisch’ overdragen van gedachten en gevoelens over de grens van de dood heen.  Bij Yeats wint wel de literaire Neo-Platoonse autoriteit het nog van de ‘doctors’ in de psychologie die nog in haar kinderschoenen staat, maar Yeats blijft wel steevast uitzonderlijk ‘rationeel’ en zeker onderlegd in zijn misvattingen.

Yeats kan zich dan ook geen andere ‘ratio’ voorstellen dan diegene die gebaseerd is op wat hij kent, net zoals wij nu een totaal verkeerde “intuïtieve” omgang hebben met wat wij ‘rationeel’ achten. Hen enige voordeel dat wij hebben is de mogelijkheid om te tijdshiften binnen het heden: op sommige plaatsen is het op sommige vlakken nog 2006 in bepaalde wereld-‘delen’ elders lijkt het op diezelfde ‘vlakken’ wel 2025. Op die manier slagen sommigen van ons er in om zich (pijnlijk) bewust te worden van hun eigen misvattingen en te komen tot een nieuwe, optimistische en dynamische visie op een werkbare waarheid. Maar bon, dat is veel gevraagd ineens, natuurlijk.

Toch, dit moet enigszins bekend klinken, hoe ver we ons ook verdiepen in de ‘actuele’ stand van zaken in een of ander kennisgebied, we ontdekken steevast hetzelfde: dat we ‘er’ eigenlijk totaal verkeerd over dachten, dat onze ‘intuïtie’ niet klopt met de werkelijkheid die veel veel problematischer is dan we hadden gedacht. Dat die ‘ratio’ van ons, als we die zijn eigengereide gang laten gaan,  er eigenlijk iets heel anders over zegt dan wij, in al onze ‘redelijkheid’ er over dachten.  Het is de formule voor het nu bijna wekelijks verschijnende nieuwe-paradigma-bestsellerboek. Aan nieuwe paradigma’s geen gebrek dezer dagen.

Wat wij als evident denken, onze ‘winst’ ten opzichte van het ‘bijgeloof’ van Yeats is daarbij, en dat komt misschien hard aan bij sommigen,  zo miniem dat het verwaarloosbaar is. Het is een cliché al ondertussen maar vooruitgang is er wat betreft de omvang van onze ‘klare zone’ eigenlijk niet, enkel voortgang. En de voortgang is eerder een afgang, want de aankoekende duisternis in de breinen neemt eerder toe dan af. Dat heeft dan weer alles met de overload aan data te maken die we te verwerken krijgen, waar we alsmaar moeilijker de nodige informatie kunnen halen. Dat maakt mensen dan euh, geprikkeld.

Probeer een hedendaagse ‘intellectueel’ maar ’s uit te leggen hoe haar website werkt: je krijgt meer irrationele shit over je heen dan een verpleger in Merksplas, Duffel of Bierbeek.

Meer nog: we zijn qua literaire kennis en omgang met de bronnen van onze cultuur een eeuw of tien weggezakt in het verval, de Marvell-superhelden doorslagjes, dat kennen we nog, veel meer schiet er van de actieve bronnenkennis procentueel gezien niet meer over. In tv-kwissen draven universitairen op die denken dat de voornaam van Kafka Kamiel is. Wat moet doorgaan voor een ‘groot dichter’ in de Nederlandse taal publiceert rammelende flutgedichten in de krant en wordt er op ‘sociale’ media nog voor bejubeld ook. En als je dan consequent wil doorschrijven met de technische middelen die er gelukkig eindelijk zijn, word je als ‘radicaal’ gebrandmerkt, want ja tja, dat soort consequentie doorprikt wel alle illusies die letterlijk als lucht aan de argeloze burger verkocht worden. Het kan gratis, die marginale tekstdistributie voor wat er nog rest aan literaire cultuur, maar nee er moet betaald worden want anders ‘betekent’ het niks. Je zou voor minder uiterst rechts-accelerationist worden zoals Nick Land en hopen dat het zaakje maar snel onderloopt.

Erg? Tja, vraag dat aan de kakkerlakken, voor je het licht uitdoet.

Ach het is een fase, het zal wel weer beteren ooit, dat denk je maar. Er is toch niks tegen te beginnen. gewoon voortdoen is de boodschap en de problemen laten bij hen die ze veroorzaken. Ik blijf daarbij, ondanks wat u hier misschien in wil lezen, want enig doemdenken dat staat er hier niet, zeer optimistisch: ik geloof echt dat dit maar een enorm woelige overgang is, dat het ‘opklaren’ eigenlijk al wat begonnen is. Vraag is wel wie er de lijken gaat tellen, hoeveel tijd er nog nodig is vooraleer die nieuwe Aufklärung van ons kan doordringen tot in de hoofden van de bezitters die er wat mee aankunnen. In Amerika worden de wetenschappers nog net niet het land uitgezet.

Soit, dichtertjes zoals ik kunnen daar (gelukkig maar) weinig aan verhelpen.

Mijn eigen praktijk is ondertussen de facto zo goed als ‘untouchable’ geworden: ik heb niks van ‘luxe’ maar ik heb ook niks echt ‘nodig’ nog daarvan, ik vind onderdak en eten en internet al een hele luxe en ik word min of meer met rust gelaten, net omdat ik niks heb om jaloers op te zijn. Ja, kwispels zoals Francken of Homans of De Block, die zouden nog wel iets vinden om hun nijd op bot te vieren, maar bon, die zouden een stuk chocolade uit de handen van een stervende hongerige ritsen omdat die er ‘geen recht op heeft’.
Maar nee dus : dat dichtersleventje van mij dat is op zich al een enorme luxe. De Giordano Bruno’s van dit tranendal hebben het een pak erger gehad…

Wat storend is, vind ik wel, is dat aanmatigende in de verheerlijking van het NU. Het aantrekken door de meest onbekwame kinkels van het woord ‘literatuur’ als een verse Hema-onderbroek.

Maar bon, dat is dan eerder wel weer net mijn probleem è. Morgen ewa gaan wandelen misschien. Slaapwel.

echt waar


“The doctors of medicine have discovered that certain dreams of the night, for I do not grant them all, are the day’s unfulfilled desire, and that our terror of desires condemned by the conscience has distorted and disturbed  our dreams.”

W.B. Yeats, Per Amica Silentia Lunae XII, 1917

-> waar is het woord wie zal het weten
wie is verantwoordelijk wie zal het
zoeken wie zal het zeggen aan welke
betrokkene wie zal geloven wie niet

wil zal niet willen wie niet hoort niet
antwoorden wie zal de hoofdrol wie
een bijrol vertolken waar is het voelen
wie staat er daar in het donker wat

heb jij gedaan voor de zaak wie ben je
ècht hoe durf je mij te verwijten weet
je wel waar je wel weet je wel wat je wel

en hoe wij lijden het verdriet de terreur
de rompslomp van het verlangen ik gun ze
niet alles die dokters want dit is nog echt

 

PASL-scheme
dv 2018 – schema van de werking van het maskerconcept als poort in Per Amica Silentia Lunae

noten hierbij:

  • merk op dat als het masker wegvalt als ‘active image’ heel het systeem alleen maar kan instorten: er moet een Daimon achter het masker zitten, de presentie is nodig anders vallen alle stromen stil, de ‘keuzes’ Dichter-Held-Heilige storten in en er rest enkel nog het fatum van de materiële noodwendigheid die als onleefbaar wordt gedacht
  • er is wel al een sterk aanvoelen van noodwendigheid in de expressie: de Dichter kan enkel spreken uit teleurstelling, de Held enkel ten onder gaan, de Heilige enkel renonceren
  • de anteros van de Heilige wordt neutraal-afstandelijk gedacht, de afkeer is slechts onthechting, heeft qua intensiteit niets van het verlangen, de lust van de Dichter. Het religieuze lijkt hier voor Yeats enkel interessant als het een eenmakingsverlangen is, van Juan de la Cruz citeert hij ook de unie-met-god-extase
  • Yeats denkt echt in ‘beelden’: de Daimon drukt de impressies (van het avondlijke schermen) op de ogen van de dichter voor hij inslaapt, de beweging in bv. sectie VIII is goed te volgen in echte ‘tekstbeelden’ zoals bij Petrarca in de Triumphi de opeenvolging van mythologische tropen de beelden in het brein worden geactiveerd, zo activeert Yeats de tekstbeelden van Goethe – Heraclitus – The Wanderer, komt zo op de Daimon uit die als ‘tegenspeler’ meteen de geliefde (‘sweetheart’) activeert dan astrologie etc: dit is geen ‘logisch’ tekstverloop (je moet niet de ‘ideeën’ volgen achter de woorden, maar de woorden toelaten de beelden te triggeren) maar een Swaanenburgse degressie, een dérive, een fatale gedrevenheid door de Daimon, een lopend programma dat haar beoogde werking op de lezer niet mist, het maakt de overtuiging van Yeats waar, van hardware op hardware.

    Yeats schrijft de gedachtebeweging, het leest ook in leesduur de duur van de gedachte (wat het tekstmasjientje hier ook doet: de schrijfact is weggeschreven, de auteur lost op in de geschriften).
    Op deze manier sterkt Yeats zich natuurlijk ook al schrijvende in zijn overtuiging: hij leest de eigen schriftuur en ervaart keer na keer de ‘waarheid’ ervan: “I know this to be true”

    Het is ook ‘waar’, t.t.z. niet te falsifiëren, als je alle ‘hulpklassen ‘ beschikbaar hebt, alle data inclusief informatieve ‘fermenten’, dan wèrkt het programma ook en al lezende ervaar je de beeldenreeks van Yeats inclusief zijn waarheidsgevoel.

    De ontologische status van die ervaring, van die ‘waarheid’ is N.O.P.. (Niet Ons Probleem), wij onderzoeken slechts of dit schema mits de nodige aanpassingen nog bruikbaar is, hoe dit kan bijdragen tot een beter auteursbegrip en in hoeverre we de Lyriekervaring programmeerbaar kunnen maken.