journal intime #129

jt129 – un optimisme intégral – SCHEPIJS

vanochtend las ik een opiniestuk in het NRC over wat met ‘afrekencultuur’ is gaan noemen, naar de Engelse vrees voor de ‘cancel culture’. ik ergerde mij daarbij nogal aan de wereldvreemdheid van de auteur, een historicus van wie je toch zou verwachten dat hij de actualiteit kan duiden vanuit het perspectief van zijn opleiding, die van alle richtingen in de menswetenschappen toch als minst wereldvreemde bekend staat.

in het volle besef van de futiliteit ervan schreef ik dan toch maar die ergenis van mij af in de hiernavolgende verbale gedachtenlozing, waarvoor mijn oprechte excuses.

over de afrekencultuur

het recht op vrije meningsuiting was en is een afgedwongen recht dat elk burger eender wat en waar mocht en mag beweren in weerwil van de overheid en hoe die het graag wil of zou willen horen.

zo is dat. dat mochten en dat mogen we. alleen is het nu zo dat je je mening net zo goed in je bed voor je zelf kan uit mompelen als je niet ergens toegang hebt tot een ‘platform’, een ‘spreekbuis’, een ‘medium’.

nu hoe je het amalgaam van plaatsen waar je mening kan gehoord worden ook noemen wil, heden ten dage is zo’n ‘locus’ weinig anders nog dan een betaald zitje.
het betaalde zitje is goedkoop zolang je mening onbelangrijk, neutraal en rendabel is: zolang het zichzelf ‘verkoopt’. eender welke opinie over de nieuwe haarkleur van Beyoncé is vaneigens zelfbedruipend en zal uitgebreid aan bod komen…

het betaalde zitje wordt duurder naarmate ze meer afwijkend, belangrijker, en/of onrendabel is.

dat maakt dat elke mening sowieso gekwantificeerd wordt: ze wordt op dat raster gelegd en haar prijs wordt bepaald. dat gebeurt niet door iemand, ook niet door een of ander duister consortium, maar door de zgn. ‘vrije’ markt die uiteraard wel bespeeld wordt door diverse schimmige tot gitzwarte ‘belangengroepen’.

wat men dan de ‘open debatcultuur’ pleegt te noemen stelt niet veel anders meer voor dan wat geschud met het raster ten einde te bepalen in welk vakje het gekweel in kwestie thuishoort zodat het naar behoren geprijsd naar de ‘vrije’ markt kan vloeien.

die onvermijdelijke kwantificatie van elke opinie in het moordende spel van vraag en aanbod wordt verder gekenmerkt door obstinate (koppige) afwezigheid van de overheid in de organisatie ervan.
de overheid wijst elke verantwoordelijkheid van de hand, want zij mag immers niet ingrijpen bij deze ‘vrijheid’ van meningsuiting.

wat volgt is dan, onder de verdeelde zitjes, het huidige zwarte pieten spel waarbij de verantwoordelijkheid wordt doorgeschoven of naar de media die stuk voor stuk op ‘vrije markt’ principes van vraag en aanbod zijn georganiseerd, of naar culturele opiniebepalers zoals universiteiten die eveneens als bedrijf worden gerund, of naar bepaalde satanisch kwaadwillige politici. in feite dus naar de dichtsbijzijnde Speerse spektakelfaçade voor het mombakkes, de eigenface van de kwantificatiecultuur zelf, die wij allen in ons midden toelaten en zelfs toejuichen.

want uiteindelijk is het natuurlijk allemaal onze eigen ‘schuld’: wij staan toe dat bedrijven als Facebook, Google en Twitter bepalen wat er wel en niet mag gezegd worden
wij staan toe dat er nagenoeg geen enkele vrijplaats, geen enkel onbepaald kanaal van informatie meer bestaat
wij dringen er bij onze overheid die wij verkiezen niet op aan dat er voor ons als burger zulk een digitaal platform dat vrij is van commerciële belangen wordt gecreëerd (de kostprijs daarvan is bij een degelijke uitbouw waarbij je de burger gaandeweg laat zien dat wanneer hij er direct zijn geld aan geeft ipv indirect via belastingen, wanneer je laat zien waarvoor zij betaalt, belachelijk klein)
wij beweren al sinds 1990 dat we ‘van computers niks begrijpen’ en het zijn wij, u en ik, die wat dit en vele andere dingen betreft al onze burgerrechten cadeau gedaan hebben aan voornoemde spelers, de uitbaters van het meningenpretpark waarbinnen ik hier, op Facebook en elders mag beweren wat ik wil, want tegen de financiële overmacht die deze macht over mij en jullie wil behouden als een rechtmatig verworven eigendom, kan ondertussen niemand meer op.

ofwel, misschien? ik zie het graag gebeuren…

dus kunnen we het woord ‘afrekencultuur’ misschien beter her-begrijpen, ‘hermunten’ – zo zeggen jullie dat toch niet? – als die cultuur waarin je als individu voortdurend afgerekend wordt op de marktwaarde die je hebt, dwz. hoeveel er van jou nog geëxploiteerd kan worden, wat de data die jij genereert door hier binnen de globale database van het internet voortdurend rond te klikken en jouw mening te fulmineren nog opbrengt aan de kassa.
een kassa die voor ieder van ons netjes afgesloten en buiten zicht en buiten bereik blijft, en zeker dan voor de naarstig speurende overheden, maar ach, da’s maar een zielig hoopje kleine adverteerders, een slecht georganiseerde bende prutsers waarvan de meest effeciënte elementen overigens ter controle een ruime toelage krijgen, rechtstreeks uit de kassa, hier, niet bij jou.

en deze afrekencultuur floreert geheel dankzij jouw al te bereidwillige medewerking, waarvoor niemand jou ooit bedanken zal, laat staan betalen.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma


journal intime #128

jt128 – l’uniformité de toutes choses – IJSSCHEP

stel je voor dat alle dingen, de dingen die wij zien en betasten en gebruiken, het koffielepeltje, jouw smartenfoon, de potloodscherper, de auto van de buren en het zwaard van ardoewaan, stel je voor dat al die dingen op ons zouden gelijken, niet oppervlakkig maar echt essentieel, in wezen, dus zoals jij en ik echt zijn, werkelijkheid vormen, ze zouden dan enkel verschillen in hun verschijningsvormen, in hun kleuren, hun geuren, hoe ze aanvoelen als je ze aanraakt en wat je ermee doen kan dus aja oké het spreekt dat je met het koffielepeltje geen moslim de arm gaat afhakken of dat je de potloodscherper niet neemt om naar het trouwfeest van je oudste zoon met de dochter van een maffiabaas te rijden en dat jij niet echt helemaal mij bent en ik jou niet als jouw lief je aan het neuken is, maar goed, stel je voor dat we allemaal toch in wezen en in essentie dat een en hetzelfde ding zouden zijn dat alle verschillen uiteindelijk één voor één wegvallen, na veel vijven en zessen, dat alle kleuren zouden samenvloeien tot een vaalgrijs witachtig schijnsel , dat alle geuren samenklitten als een garenkluwen tot een enerverende chloorstank, dat al het tastbare en al het tastende tot éénzelfde laag van uniformiteit zou zijn uit elkaar gevallen en dat er in gans het universum niks anders meer te zien, te ruiken of te voelen, laat staan te horen zou zijn en dat alles dus oef seg uiteindelijk die rust van het niets, nee van het eenvormige, het onderscheidsloze zou hebben gevonden…


op dat moment, wanneer je erin slaagt om je dat voor te stellen, om het te voelen, te ruiken, te zien, dan heb jij misschien ook bereikt wat Antonin Artaud vanochtend met mij klaarspeelde toen hij mij de 4 nee 5 woorden ‘l’uniformité de toutes choses’ te lezen gaf, maar toen belde een vriendin mij op om af te spreken voor vanavond, en jazeker ik ga graag met je mee zei ik en ik vergat alles van wat ik daarnet vertelde weer en een mooie avond was het, ja dat is het zeker geworden, maar toch ook weer een avond die voorbij is, zoals alle avonden daarvoor wel wat anders waren maar toch avond ook en voorbij vooral. 

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

journal intime #127

jt 127 – l’aplanissement de la vie – WERKDRUK

ochtendtekeningske van een fictief mens. mijzelf weer als een of ander verlopen rockwijf vermoedelijk.

ik heb mijzelf beloofd om te proberen een uitlegje te schrijven voor een tijdschrift, en meteen voel ik mij beklemd, benauwd, gevangen in de dwingende logica van een wereld die niet de mijne is. als een leeuw in een kooi, ha.

ik voel mij helemaal niet onbegrepen, dat is het niet. het probleem is eerder: ik hoor hier gewoon niet thuis. mijn denken, mijn aanvoelen, mijn motivaties en mijn bekommernissen zijn niet compatibel met die van de mensen om mij heen en van mijn inzichten moet niemand wat hebben want niets daarvan kan ooit stroken met hoe zij handelen. ik begrijp hun motivaties wel, ik zie waarom zij wat betrachten en ik zie er vaak de schoonheid van in , ik bemin zovele van hen daarom, van op veilige afstand toch, omdat hun streven altijd zo nobel lijkt en ook wel is en hoe zij dan falen telkens door hun eigen zelfzucht weer maar eens te onderschatten en door zichzelf buiten het vernietigende oordeel te plaatsen dat zij hoe dan ook wel over de ander blijven vellen en ach, wat zou het, ik weet heus wel dat men alles wat ik zeg of schrijf of doe zal blijven ontkennen tot ikzelf dood en vergeten ben en het veilig wordt geacht om eindelijk te gaan toepassen wat ik heel de tijd wou aanreiken. dat het dan veel te laat zal zijn maakt niet uit, het is immers het gebaar dat telt. een gedachte is veel waard.

als ik wil dat het beter gaat met hen, kan ik beter zwijgen, want alles wat ik zeg is sowieso onaanvaardbaar, alleen al omdat het van mij komt.

en ik wil helemaal niks. ik verfoei mijn gelijk als een verschrikkelijke vloek en ik wil niemand of niets ‘hebben’, en ik ben helemaal niet eenzaam of ongelukkig, ik wil enkel zoveel mogelijk van dat verdomde ik vanaf waar niemand wat aan heeft en ik wil enkel weten, zoals Bernard Réquichot, waar het werk mij heen wil voeren. niet waarom. waar, en hoezo, daar.

het werk wil ‘ik’ worden, er gans in oplossen, maar traagjes zoals na het vrijen je er in super slow mo kan op oefenen om het uit elkander glijden zo lang mogelijk te rekken. want ik wil tot op de laatste seconde van 4 mei 2054 ten volle blijven genieten van deze uiterst langzame dood.

dus, dag na dag, uur na uur, jaar na jaar zit ik bij mijn versie van de ‘voyante’ van Artaud [ARTAUD 1956, p.123-128] en samen bekijken wij stilzwijgend wat er nou weer uit mijn bewegen hier op aarde opwelt, wat er zich uitgebraakt wil zien, en hoe die ophoestingen verder uitvlakken in het leven, op de vaalt om mij heen. maar zoiets stuur je dus beter niet naar een tijdschrift, in this dying day and age.

‘I can see it all before me’ neurieën wij samen, en dan lachen we wel eens, maar meestal bekwamen we ons in stilte verder in het verabsoluteren van de onverschilligheid bij het trage maar ononderbroken gestage naderen van onze onvermijdelijke ondergang.

journal intime #125

jt125 – Tous les rêves sont vrais – ZAKGELD

WIE HEEFT NIET, … (voetnoot)

Ik bevestig – en ik houd vast aan dit idee – dat de dood niet buiten het rijk van de geest is, dat hij binnen bepaalde grenzen kenbaar en benaderbaar is door een bepaalde gevoeligheid.

Alles wat in de orde der schriftuur het principe van ordelijke en heldere waarneming loslaat, alles wat tot doel heeft een omkering van de schijn te creëren, twijfel te introduceren over de positie van de beelden van de geest ten opzichte van elkaar, alles wat verwarring zaait zonder de kracht van de gedachte die opkomt te vernietigen, alles wat de dingen op hun kop zet door het ontredderde denken een nog groter aspect van waarheid en geweld aan te bieden, dat alles biedt een oplossing voor de dood, brengt ons in verbinding met de meer verfijnde gemoedstoestanden te midden waarin de dood zich uitdrukt.

Daarom zijn het zwijnen allemaal, zij die dromen zonder hun voorbije dromen te betreuren, zonder een gevoel van afschuwelijke nostalgie over te houden aan zulk onderduiken in vruchtbaar onbewustzijn. De droom is waar. Alle dromen zijn echt. Ik heb het gevoel van oneffenheden, van landschappen alsof ze gebeeldhouwd zijn, van golvende aardstukken die bedekt zijn met een soort vers zand, waarvan de betekenis is:

“spijt, teleurstelling, verlating, breuk, wanneer zien we elkaar weer?”.

Niets lijkt zozeer op liefde als de roep van bepaalde droomlandschappen, als het omlijnen van bepaalde heuvels, van een soort materiële leem waarvan de vorm als het ware op het denken is gegoten.

Wanneer zien we elkaar weer? Wanneer zal de aardse smaak van je lippen weer in de buurt komen van de angst van mijn geest? De aarde is als een werveling van dodelijke lippen. Het leven graaft voor ons de afgrond uit van alle vermiste strelingen.Wat hebben we te maken met deze engel die zich niet heeft weten te tonen? Zullen al onze gewaarwordingen voor altijd intellectueel blijven, en zullen onze dromen niet in staat zijn om vuur te vatten bij een ziel waarvan de emotie ons zal helpen om te sterven? Wat is deze dood waar we voor altijd alleen zijn, waar de liefde ons niet de weg wijst?

WORDT VERVOLGD

Antonin Artaud – uit L’ Art et la Mort (1929) [ARTAUD 1956, p.117-121]
vert. NKdeE 2020 – CC Free Culture License 4.0

A.A. NDL

NOOT: de Kathedraal stelt al haar vertalingen gratis ter beschikking van haar lezers, je mag er wat ons betreft letterlijk alles mee doen wat je maar bedenken kan, maar vermeldt wel ergens dat je het goedje van de Neue Kathedrale des erotischen Elends kreeg. op die manier krijgen anderen ook wind van ons verder geheel belangeloos exemplarisch activisme. dank en klik u weg in vrede.

commentaar en suggesties bij de vertalingen graag naar dirkvekemans@yahoo.com

originele tekst
(https://ebooks-bnr.com/artaud-antonin-le-pese-nerfs-fragments-dun-journal-denfer-lart-et-la-mort/):

J’affirme – et je me raccroche à cette idée que la mort n’est pas hors du domaine de l’esprit, qu’elle est dans de certaines limites connaissable et approchable par une certaine sensibilité.

Tout ce qui dans l’ordre des choses écrites abandonne le domaine de la perception ordonnée et claire, tout ce qui vise à créer un renversement des apparences, à introduire un doute sur la position des images de l’esprit les unes par rapport aux autres, tout ce qui provoque la confusion sans détruire la force de la pensée jaillissante, tout ce qui renverse les rapports des choses en donnant à la pensée bouleversée un aspect encore plus grand de vérité et de violence, tout cela offre une issue à la mort, nous met en rapport avec des états plus affinés de l’esprit au sein desquels la mort s’exprime.

C’est pourquoi tous ceux qui rêvent sans regretter leurs rêves, sans emporter de ces plongées dans une inconscience féconde un sentiment d’atroce nostalgie, sont des porcs. Le rêve est vrai. Tous les rêves sont vrais. J’ai le sentiment d’aspérités, de paysages comme sculptés, de morceaux de terre ondoyants recouverts d’une sorte de sable frais, dont le sens veut dire :

« regret, déception, abandon, rupture, quand nous reverrons-nous ? »

Rien qui ressemble à l’amour comme l’appel de certains paysages vus en rêve, comme l’encerclement de certaines collines, d’une sorte d’argile matérielle dont la forme est comme moulée sur la pensée. Quand nous reverrons-nous ? Quand le goût terreux de tes lèvres viendra-t-il à nouveau frôler l’anxiété de mon esprit ? La terre est comme un tourbillon de lèvres mortelles. La vie creuse devant nous le gouffre de toutes les caresses qui ont manqué. Qu’avons-

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

kosmotheia

je kan bij (her)lezing van de theaterteksten van Artaud beginnen dromen over updates van het Theater van de Wreedheid, en dan kom je allicht nogal snel uit bij internationaal geproducete kut- en lulsnoeverijen vol opspattend geil en klassiek-grieks opgesnoven, bloederige, lichamelijke heldhaftigheden met een onuitputtelijke voorraad aan ‘poeier van het huis’ waarmee je dan ondanks alle schandalen Vlaanderen’s eer en glorie kan gaan vertegenwoordigen op de elitaire podia van de Verenigde Verwende Fortkindjes van Europa en Daarbuiten.

kijk: ik was vanochtend al mobiele agent-cabines aan het bouwen die als avatar-behuizingen zouden kunnen dienen op een materiële setting waar je kan op inloggen om dan virtueel en volledig coronaproof zou kunnen deelnemen aan het ‘spel’ en het ‘schouwen’ daarvan, waarbij de burg natuurlijk brug werd, de seks volledig taktiel ‘echt’ en de prijskaartjes voor een snuff-sessie onbetaalbaar voor iedereen buiten voor hen die nog net niet het eeuwige leven konden betalen. sterven op de scène als finaal spektakelaanbod na het toch maar saaie tripje naar Mars.

misschien missen we dan toch iets van het opzet van Artaud’s theaterhervormingen want die zochten wel degelijk een maatschappelijke relevantie. dus bedacht ik maar snel volgende hypothese, die zo je ze als werkbaar wenst te aanvaarden en verder bij te stellen, het voordeel heeft dat je niks meer moet bouwen, laat staan betaalbaar maken.

ter opfrissing kan je vooraf nog ff meekijken in het Ijzerboekje met de vertaling van Simon Vinkenoog die op het voorwoord na uiteindelijk nog best te pruimen is, zij het dan wel – ik citeer een mij dierbare in de chat daarstraks – ‘toch wat houterig en stroef in de lezing’


hypothese: de ‘wreedheid’ van Artaud is misschien wel de inhumane gestrengheid, de onverzettelijke onverschilligheid van de algoritmische bepaling die ons allen nu en hier (op FB bv.) tot mondige zwijgers en dilettant-nukkige slaven knecht.
het theater van de wreedheid is dan doorheen het zwarte gat van de spektakelmaatschappij (Debord) binnenstebuiten gefloept en wij zijn de alle controle of individuele interpretatie van onze rollen ontzegde spelers, de machteloze profielen rond een voor ons onzichtbare publiekskring in het midden.

wij vermoeden dan in onze megalomane paranoia een bende complotterende machthebbers in het publiekscentrum, maar wat er schouwt kunnen wij als verblinde spelers niet zien, het is een intelligentie die wij niet als dusdanig kunnen ‘begrijpen’.
en ach, de uitbaters van de netwerkvoorzieningen hebben heus wel wat beters te doen dan naar ons oeverloos geëmmer en gekrakeel te kijken, en zij garanderen maar al te graag onze privacy om onze data te kunnen verhandelen. who gives a shit.

toch: wij worden aanschouwd, wij worden afgespeeld in een kosmotheia* dat geheel buiten ons om georchestreerd wordt volgens de ‘demonische’ natuurwetten van het Rot en het Kapitaal.
al onze kwaliteiten worden op hun nominale waarde gekwantificeerd en van daaruit aangewend voor verdere verspreiding in het heelal of vernietigd. want elke klik is een stap verder in de afgesloten en alsmaar meer toegenepen corridor van de ons toegestane handelingen: onze mogelijkheden zijn immers beperkt tot wat betaalbaar is.

de apocalyps is geen oogwenk maar een voortdurend tijdperk, een geduldig sloopwerk van millennia. of iets minder lang, wat u en ik betreft.


*Het Franse woord is een geleerde ontlening aan Latijn theātrum ‘plaats waar schouwspelen gezien worden, theater‘, dat zelf ontleend is aan Grieks théātron ‘id. ‘ . Dat woord is een afleiding van theâsthai ‘aanschouwen, waarnemen’, afgeleid van théā ‘aanblik, schouwspel’, van onbekende verdere herkomst. (> WIKIPEDIA) – Cosmos (= Gr. κόσμος (kosmos)). De oorspronkelijke betekenis is: orde.

journal intime #124

jt 124 – l’image d’un panique déjà éprouvée – GELDZAK

WIE HEEFT NIET, … (2)

Ik beschreef net een sensatie van angst en droom, van angst die in de droom binnen glijdt een beetje zoals ik mij voorstel dat de agonie moet binnenglijden en zich voltrekken in de dood.
In ieder geval, zulke dromen kunnen niet liegen. Ze liegen niet. En die aaneengeregen doodssensaties, die verstikkingen, die wanhoop, dat inslapen, die verlatenheid, die stilte, zie je die niet met de uitvergrote spanning van een droom, met het gevoel dat er een nieuwe zijde van de realiteit voor goed achter jou ligt?
Maar kijk, op de bodem van de dood of de droom herbegint de angst. Deze angst die zich als een elastiek opspant en je plots bij de keel grijpt, ze is noch onbekend, noch nieuw. De dood waar men is ingegleden zonder er zich rekenschap van te geven, de terugkeer als lichaamsklomp, dat hoofd – het moest zo nodig , dat hoofd dat het bewustzijn en het leven bevat en dus ook de ultieme verstikking – het moest zo nodig, ook dat hoofd, de kleinst mogelijke opening door. Maar het huivert tot in het diep der porieën, en het heeft door het heen en weer schudden in ontzetting het idee gekregen, het gevoel dat het opgeblazen is, dat zijn angst vorm heeft gekregen, dat die onder de huid ontsproten is.

En omdat uiteindelijk de dood toch niets nieuws is, maar integendeel maar al te bekend, zien we niet aan het eind van deze inwendige gisting het beeld van een reeds ervaren paniek? De kracht van de wanhoop lijkt bepaalde situaties uit de kindertijd te doen weerkeren, waarin de dood zich zo helder en als een eenduidige stroom van ontzetting aandiende. De kindertijd kent een bruusk ontwaken van de geest, van intense uitbreidingen van het denken dat de latere leeftijd verloren heeft. In sommige paniekangsten uit de kindertijd, bepaalde grootse en onredelijke verschrikkingen waarin het gevoel van een niet humane dreiging loert, is het onbetwistbaar dat de dood verschijnt
als het scheuren van een nabij membraan, als een optillen van de sluier van de wereld die nog vormloos en onzeker is.

Wie heeft niet de herinnering aan ongeziene uitbreidingen, van de orde van een geheel mentale werkelijkheid, en die hem vervolgens nauwelijks verbaasd hebben, die echt aan het woud van zijn kinderlijke zintuigen werden opgeleverd? Uitbreidingen geïmpregneerd met perfecte, alles doordrenkende kennis, uitgekristalliseerd, eeuwig.

Maar welke vreemde gedachten onderstreept die, van welke uiteengereten meteoor reconstrueert het de menselijke atomen?

Het kind ziet herkenbare theorieën van voorouders waarin het de oorsprong van alle van mens tot mens bekende gelijkenissen noteert. De wereld der verschijningen groeit en stroomt over naar het gevoelloze, het onbekende. Maar de verduistering van het leven komt eraan en van dan af zijn dergelijke staten alleen nog maar te bereiken door een absoluut abnormale luciditeit ten gevolge bijvoorbeeld van drugs.

Vandaar het immense nut van toxische stoffen om de geest te bevrijden, te verheffen. Leugens of niet vanuit het oogpunt van een werkelijkheid waar men meestal weinig mee aankan, een werkelijkheid die slechts een van de meest voorbijgaande en minst herkenbare gezichten van de oneindige realiteit is, een werkelijkheid die samenvalt met de materie en daarmee vergaat, vanuit het oogpunt van de geest herwinnen die substanties hun superieure waardigheid, waardoor ze als hulpmiddel het dichtst bij en het nuttigst bij de dood komen te staan*.

WORDT VERVOLGD

Antonin Artaud – uit L’ Art et la Mort (1929) [ARTAUD 1956, p.117-121]
vert. NKdeE 2020 – CC Free Culture License 4.0


*hier staat een lange voetnoot die je morgen vertaald krijgt…

A.A. NDL

NOOT: de Kathedraal stelt al haar vertalingen gratis ter beschikking van haar lezers, je mag er wat ons betreft letterlijk alles mee doen wat je maar bedenken kan, maar vermeldt wel ergens dat je het goedje van de Neue Kathedrale des erotischen Elends kreeg. op die manier krijgen anderen ook wind van ons verder geheel belangeloos exemplarisch activisme. dank en klik u weg in vrede.

commentaar en suggesties bij de vertalingen graag naar dirkvekemans@yahoo.com

originele tekst
(https://ebooks-bnr.com/artaud-antonin-le-pese-nerfs-fragments-dun-journal-denfer-lart-et-la-mort/):

Je viens de décrire une sensation d’angoisse et de rêve, l’angoisse glissant dans le rêve, à peu près comme j’imagine que l’agonie doit glisser et s’achever finalement dans la mort.

En tout cas, de tels rêves ne peuvent pas mentir. Ils ne mentent pas. Et ces sensations de mort mises bout à bout, cette suffocation, ce désespoir, ces assoupissements, cette désolation, ce silence, les voit-on dans la suspension agrandie d’un rêve, avec ce sentiment qu’une des faces de la réalité nouvelle est perpétuellement derrière soi ?

Mais au fond de la mort ou du rêve, voici que l’angoisse reprend. Cette angoisse comme un élastique qui se retend et vous saute soudain à la gorge, elle n’est ni inconnue, ni nouvelle. La mort dans laquelle on a glissé sans s’en rendre compte, le retournement en boule du corps, cette tête – il a fallu qu’elle passe, elle qui portait la conscience et la vie et par conséquent la suffocation suprême, et par conséquent le déchirement supérieur – qu’elle passe, elle aussi, par la plus petite ouverture possible. Mais elle angoisse à la limite des pores, et cette tête qui à force de se secouer et de se retourner d’épouvante a comme l’idée, comme le sentiment qu’elle s’est boursouflée et que sa terreur a pris forme, qu’elle a bourgeonné sous la peau.

Et comme après tout ce n’est pas neuf la mort, mais au contraire trop connu, car, au bout de cette distillation de viscères, ne perçoit-on pas l’image d’une panique déjà éprouvée ? La force même du désespoir restitue, semble-t-il, certaines situations de l’enfance où la mort apparaissait si claire et comme une déroute à jet continu. L’enfance connaît de brusques réveils de l’esprit, d’intenses prolongements de la pensée qu’un âge plus avancé reperd. Dans certaines peurs paniques de l’enfance, certaines terreurs grandioses et irraisonnées où le sentiment d’une menace extra-humaine couve, il est incontestable que la mort apparaît

comme le déchirement d’une membrane proche, comme le soulèvement d’un voile qui est le monde, encore informe et mal assuré.

Qui n’a le souvenir d’agrandissements inouïs, de l’ordre d’une réalité toute mentale, et qui alors ne l’étonnaient guère, qui étaient donnés, livrés vraiment à la forêt de ses sens d’enfant ? Prolongements imprégnés d’une connaissance parfaite, imprégnant tout, cristallisée, éternelle.

Mais quelles étranges pensées elle souligne, de quel météore effrité elle reconstitue les atomes humains.

L’enfant voit des théories reconnaissables d’ancêtres dans lesquelles il note les origines de toutes les ressemblances connues d’homme à homme. Le monde des apparences gagne et déborde dans l’insensible, dans l’inconnu. Mais l’enténèbrement de la vie arrive et désormais des états pareils ne se retrouvent plus qu’à la faveur d’une lucidité absolument anormale due par exemple aux stupéfiants.

D’où l’immense utilité des toxiques pour libérer, pour surélever l’esprit. Mensonges ou non du point de vue d’un réel dont on a vu le peu de cas qu’on pouvait en faire, le réel n’étant qu’une des faces les plus transitoires et les moins reconnaissables de l’infinie réalité, le réel s’égalant à la matière et pourrissant avec elle, les toxiques regagnent du point de

vue de l’esprit leur dignité supérieure qui en fait les auxiliaires les plus proches et les plus utiles de la mort*.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

journal intime #122

jt 122 – l’ étalon d’un néant qui s’ignore – NEUSPUNT

Fragmenten uit een Dagboek van de Hel (slot)

De streng die ik priemen laat uit het intellect dat me bezighoudt en het onbewuste dat me voedt,  vertoont steeds fijnere draden in het hart van het vertakkende weefsel. En het is een nieuw leven dat herboren wordt, dieper en dieper, meer welbespraakt, dieper geworteld.

Nooit kan er door deze ziel die zich wurgt enige precisie worden gegeven, want de kwelling die haar doodt ontvleest haar vezel na vezel, beweegt zich onder het denken, dieper dan daar waar de taal kan reiken want het is de verbinding zelf van dat wat haar maakt en spiritueel samenhoudt, die afbreekt in de mate waarin het leven haar noodt tot voortdurende helderheid. Nooit enige helderheid op deze lijdensweg, op deze cyclische en fundamentele martelgang. En desondanks leeft ze, maar in een duren vol eclipsen waarbij het vluchtige zich immer mengt met het onbeweeglijke en het verwart met die doordringende taal van klaarte zonder duur. Deze vervloeking is in hoge mate leerzaam voor de diepten die zij beslaat, maar de wereld zal er de les van niet verstaan.

De emotie gewekt door het ontluiken van een vorm, de aanpassing van mijn stemmingen aan de mogelijkheid van een discours zonder duur, is mij een heel wat dierbaarder toestand dan de bevrediging van mijn activiteit.
Het is de toetssteen voor bepaalde geestelijke leugens.

Het is dit soort stappen achteruit die de geest maakt van onder het bewustzijn dat hem fixeert, om de emotie van het leven op te zoeken. Deze emotie die verder ligt dan het bepaalde punt waar de geest haar zoekt, en die opduikt in haar volle rijkdom van vormen en in een verse stroom, deze emotie die de geest het overweldigende geluid van de materie biedt, de hele ziel stroomt erheen en gaat op in haar brandend vuur. Maar meer nog dan van het vuur raakt de ziel in vervoering van de klaarte, het gemak, de natuurlijkheid en de ijzige oprechtheid van deze materie die te vers is en die koud en warm blaast.
Hij daar weet nu wat de verschijning van deze materie betekent en van welke onderaardse slachting dat ontluiken de prijs is. Deze materie is de maatstaf van een niets dat zich niet kent.

Als ik mij denk, zoekt mijn gedachte zich in de ether van een nieuwe ruimte. Ik sta op de maan zoals anderen op hun balkon. Ik neem in de breuklijnen van mijn geest deel aan de planetaire zwaartekracht.

Het leven zal gebeuren, de gebeurtenissen zich afspelen, de spirituele conflicten zich oplossen, en ik zal er geen deel aan hebben. Ik heb niets te verwachten, niet van de fysieke noch van de morele kant. Aan mij is de voortdurende smart en de schaduw, de nacht van de ziel, en ik heb geen stem om te schreeuwen.
Verkwansel uw rijkdommen ver van dit ongevoelige lichaam waar geen enkel seizoen, geestelijk noch zinnelijk, vat op heeft.

Ik heb het domein van de smart en de schaduw gekozen zoals anderen dat van de uitstraling en de ophoping van de materie.
Ik werk niet in de uitgestrektheid van welk domein dan ook.
Ik werk in de unieke duur.

ANTONIN ARTAUD – 1926
uit: La Pèse-nerfs in [ARTAUD 1956, p. 105-107)
vert. NKdeE 2020 met behulp van DeepL en deze vertaling van Hans Van Pinxteren

originele tekst
(http://archives.skafka.net/alice69/doc/aa_fragdunjournaldenfer.htm):

La corde que je laisse percer de l’intelligence qui m’occupe et de l’inconscient qui m’alimente, découvre des fils de plus en plus subtils au sein de son tissu arborescent. Et c’est une vie nouvelle qui renaît, de plus en plus profonde, éloquente, enracinée.

Jamais aucune précision ne pourra être donnée par cette âme qui s’étrangle, car le tourment qui la tue, la décharne fibre à fibre, se passe au-dessous de la pensée, au-dessous d’où peut atteindre la langue, puisque c’est la liaison même de ce qui la fait et la tient spirituellement agglomérée, qui se rompt au fur et à mesure que la vie l’appelle à la constance de la clarté. Pas de clarté jamais sur cette passion, sur cette sorte de martyre cyclique et fondamental. Et cependant elle vit mais d’une durée à éclipses où le fuyant se mêle perpétuellement à l’immobile, et le confus à cette langue perçante d’une clarté sans durée. Cette malédiction est d’un haut enseignement pour les profondeurs qu’elle occupe, mais le monde n’en entendra pas la leçon.

L’émotion qu’entraîne l’éclosion d’une forme, l’adaptation de mes humeurs à la virtualité d’un discours sans durée m’est un état autrement précieux que l’assouvissement de mon activité. C’est la pierre de touche de certains mensonges spirituels.

Cette sorte de pas en arrière que fait l’esprit en deçà de la conscience qui le fixe, pour aller chercher l’émotion de la vie. Cette émotion sise hors du point particulier où l’esprit la recherche, et qui émerge avec sa densité riche de formes et d’une fraîche coulée, cette émotion qui rend à l’esprit le son bouleversant de la matière, toute l’âme s’y coule et passe dans son feu ardent. Mais plus que le feu, ce qui ravit l’âme c’est la limpidité, la facilité, le naturel et la glaciale candeur de cette matière trop fraîche et qui souffle le chaud et le froid. Celui-là sait ce que l’apparition de cette matière signifie et de quel souterrain massacre son éclosion est le prix. Cette matière est l’étalon d’un néant qui s’ignore.

Quand je me pense, ma pensée se cherche dans l’éther d’un nouvel espace. Je suis dans la lune comme d’autres sont à leur balcon. Je participe à la gravitation planétaire dans les failles de mon esprit.

La vie va se faire, les événement se dérouler, les conflits spirituels se résoudre, et je n’y participerai pas. Je n’ai rien à attendre ni du côté physique ni du côté moral. Pour moi c’est la douleur perpétuelle et l’ombre, la nuit de l’âme, et je n’ai pas une voix pour crier. Dilapidez vos richesses loin de ce corps insensible à qui aucune sais ni spirituelle, ni sensuelle ne fait rien.

J’ai choisi le domaine de la douleur et de l’ombre comme d’autres celui du rayonnement et de l’entassement de la matière.

Je ne travaille pas dans l’étendue d’un domaine quelconque.

Je travaille dans l’unique durée.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

journal intime #121

jt 121 – il s’agit de la durée de l’esprit – HAARDVUUR

Fragmenten uit een Dagboek van de Hel (3)

Ik voel de afbrokkelende grond onder mijn gedachten, en ik word ertoe gebracht om de termen die ik gebruik te overwegen zonder de steun van hun intieme betekenis, hun persoonlijke ondergrond. En beter nog, het punt waarop dit substraat zich lijkt te verbinden met mijn leven wordt mij ineens vreemd gevoelig, en virtueel. Ik heb het idee van een onvoorziene en vaste ruimte, waar normaal gesproken alles beweging, communicatie, interferentie, pad is.
Maar deze afbrokkeling die mijn denken in zijn grondslagen bereikt, in zijn meest urgente communicatie met de intelligentie en met het instinctmatige van de geest, vindt niet plaats op het gebied van een gevoelloos abstractum waaraan enkel de hogere delen van het intellekt zouden deelhebben. Niet zozeer de geest die intact blijft, bestekeld met punten, maar de zenuwbaan van het denken wordt door dit afbrokkelen bereikt en afgeleid. Het is in de ledematen en het bloed dat deze afwezigheid, deze onderbreking zich bijzonder sterk doet voelen.

Een grote koude,
Een wrede onthouding,
Het voorgeborchte van een nachtmerrie vol botten en spieren, met de gewaarwording van maagfuncties die klapperen als een vlag in het fosforesceren van de storm.

Embryonale beelden die elkaar als met de vinger verduwen en niet met enige materie in verbinding staan. 

Ik ben mens door mijn handen en mijn voeten, mijn buik, mijn vlezen hart, mijn maag waarvan de knooppunten mij verbinden met het bederf van het leven.

Men heeft het over woorden, maar het gaat niet om woorden, het gaat om de duur van de geest.
Deze afvallige woordenschors, men moet zich niet inbeelden dat de ziel er niet bij betrokken is. Naast de geest is er het leven, is er het menselijk leven in wiens cirkel die geest draait, met hem verbonden door een veelvoud van draden…

Nee, al dat lichamelijke ontwortelen, al die beknottingen van de lichamelijke activiteit en het ongemak van het zich afhankelijk voelen in het lichaam, en ook dat lichaam zelf, beladen met marmer en liggend op slecht hout, dat is niet gelijk aan de pijn van het beroofd zijn van de fysieke kennis en het gevoel van innerlijk evenwicht. Dat de ziel in gebreke blijft bij de taal en de tong bij de geest, en dat deze breuk door de velden der zinnen trekt als een grote voor van wanhoop en bloed, dat nu is de grote kwelling die niet de bast of het staketsel ondermijnt, maar de STOF der lichamen. Het is deze dwalende vonk die op het spel staat, waarvan men het gevoel heeft dat ZIJ HET WAS, een afgrond die op zichzelf de hele mogelijke omvang van de wereld wint, en het gevoel is dat van zodanige nutteloosheid dat het lijkt op de knoop van de dood. Deze nutteloosheid is als de morele kleur van deze afgrond en deze intense verbijstering, en de fysieke kleur ervan is de smaak van bloed dat in cascades door de openingen van de hersenen stroomt.

Men kan mij wel vertellen dat deze moordkuil in mijzelf ligt, ik neem deel aan het leven, ik vertegenwoordig de fataliteit die mij verkiest, en het bestaat niet dat al het leven van de wereld mij op een gegeven moment bij zich meetelt, want door haar aard zelf bedreigt zij het principe van het leven. Er is iets verheven boven iedere menselijke bezigheid: het is het voorbeeld van deze monotone kruisiging, van deze kruisiging waarbij de ziel zichzelf verliest en blijft verliezen.

ANTONIN ARTAUD – 1926
uit: La Pèse-nerfs in [ARTAUD 1956,105-107)
vert. NKdeE 2020 met behulp van DeepL en deze vertaling van Hans Van Pinxteren

A.A. NDL

NOOT: de Kathedraal stelt al haar vertalingen gratis ter beschikking van haar lezers, je mag er wat ons betreft letterlijk alles mee doen wat je maar bedenken kan, maar vermeldt wel ergens dat je het goedje van de Neue Kathedrale des erotischen Elends kreeg. op die manier krijgen anderen ook wind van ons verder geheel belangeloos exemplarisch activisme. dank en klik u weg in vrede.

commentaar en suggesties bij de vertalingen graag naar dirkvekemans@yahoo.com

originele tekst
(http://archives.skafka.net/alice69/doc/aa_fragdunjournaldenfer.htm):

Je sens sous ma pensée le terrain qui s’effrite, et j’en suis amené à envisager les termes que j’emploie sans l’appui de leur sens intime, de leur substratum personnel. Et même mieux que cela, le point par où ce substratum semble se relier à ma vie me devient tout à coup étrangement sensible, et virtuel. J’ai l’idée d’un espace imprévu et fixé, là où en temps normal tout est mouvements, communication, interférences, trajet. Mais cet effritement qui atteint ma pensée dans ses bases, dans ses communications les plus urgentes avec l’intelligence et avec l’instinctivité de l’esprit, ne se passe pas dans le domaine d’un abstrait insensible où seules les parties hautes de l’intelligence participeraient. Plus que l’esprit qui demeure intact, hérissé de pointes, c’est le trajet nerveux de la pensée que cet effritement atteint et détourne. C’est dans les membres et le sang que cette absence et ce stationnement se font particulièrement sentir.

Un grand froid, une atroce abstinence, les limbes d’un cauchemar d’os et de muscles, avec le sentiment des fonctions stomacales qui claquent comme un drapeau dans les phosphorescences de l’orage. Images larvaires qui se poussent comme avec le doigt et ne sont en relations avec aucune matière.

Je suis homme par mes mains et mes pieds, mon ventre, mon coeur de viande, mon estomac dont les noeuds me rejoignent à la putréfaction de la vie.

On me parle de mots, mais il ne s’agit pas de mots, il s’agit de la durée de l’esprit. Cette écorce de mots qui tombe, il ne faut pas s’imaginer que l’âme n’y soit pas impliquée. A côté de l’esprit il y a la vie, il y a l’être humain dans le cercle duquel cet esprit tourne, relié avec lui par une multitude de fils…

Non, tous les arrachements corporels, toutes les diminutions de l’activité physique et cette gêne qu’il y a à se sentir dépendant dans son corps, et ce corps même chargé de marbre et couché sur un mauvais bois, n’égalent pas la peine qu’il y a à être privé de la science physique et du sens de son équilibre intérieur. Que l’âme fasse défaut à la langue ou la langue à l’esprit, et que cette rupture trace dans les plaines des sens comme un vaste sillon de désespoir et de sang, voilà la grande peine qui mine non l’écorce ou la charpente, mais l’ETOFFE du corps. Il y a à perdre cette étincelle errante et dont on sent qu’ELLE ETAIT un abîme qui gagne en soi toute l’étendue du monde possible, et le sentiment d’une inutilité telle qu’elle est comme le noeud de la mort. Cette inutilité est comme la couleur morale de cet abîme et de cette intense stupéfaction, et la couleur physique en est le goût d’un sang jaillissant par cascades à travers les ouvertures du cerveau.

On a beau me dire que c’est moi ce coupe-gorge, je participe à la vie, je représente la fatalité qui m’élit et il ne se peut pas que toute la vie du monde me compte à un moment donné avec elle puisque par sa nature même elle menace le principe de la vie. Il y a quelque chose qui est au-dessus de toute activité humaine : c’est l’exemple de ce monotone crucifiement, de ce crucifiement où l’âme n’en finit plus de se perdre.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

journal intime #120

jt 120 – la séparation à jamais – VUURHAARD

Fragmenten uit een Dagboek van de Hel (2)

Je hebt het goed mis om te zinspelen op deze verlamming die mij bedreigt. Ze bedreigt me wel degelijk, en het wordt elke dag erger. Ze bestaat al en het is een vreselijke realiteit. Natuurlijk doe ik nog steeds (maar hoe lang nog?) wat ik wil met mijn ledematen, maar het is al lang dat ik mijn geest niet meer beveel, en dat mijn onbewuste mij geheel beveelt met impulsen die uit de diepte van mijn nerveuze razernij komen en uit het kolken van mijn bloed. Schielijke en snelle beelden, en die in mijn gedachten alleen maar woorden van woede en blinde haat spreken, maar die als messteken of bliksem door een opgekropte hemel gaan.

Ik draag het stigma van een dood die mij dwingt tot waar de echte dood mij niet bevreest.

Deze angstaanjagende vormen die naar voren komen, ik voel dat de wanhoop die ze mij brengen, leeft. Hij kruipt tot aan die knoop van het leven waarna de wegen naar de eeuwigheid opengaan. Het is werkelijk de scheiding voor altijd. Zij schuiven hun mes in dat midden waar ik mij mens voel, zij snijden de vitale banden door die mij verenigen met de droom van mijn lucide realiteit.

Vormen van een kapitale wanhoop (waarlijk vitaal),
Viersprong der scheidingen
Viersprong van de sensatie van mijn vlees,
Verlaten door mijn lichaam,
Verlaten door elk mogelijk gevoel in de mens.
Ik kan het alleen maar vergelijken met de toestand waarin men zich bij een zware ziekte midden in een delirium bevindt, te wijten aan de koorts.

Uit de antinomie tussen het gemak diep in mij en mijn uiterlijke moeizaamheid ontstaat de foltering waaraan ik sterf.

Laat de tijd voorbijgaan en de sociale stuiptrekkingen in de wereld de gedachten van de mensen teisteren, ik ben vrij van elke gedachte die door de fenomenen is doorweekt. Laat mij maar in mijn uitgerekte nevel, bij mijn onsterfelijke onmacht, bij mijn onzinnige verwachtingen. Maar men dient goed te weten dat ik van geen enkele van mijn fouten afstand doe. Als ik het verkeerd heb ingeschat, is het de schuld van mijn vlees, maar die klaarten die mijn geest van uur tot uur laat uitfilteren, dat is mijn vlees waarvan het bloed zich hult in bliksemflitsen.

Hij spreekt van narcisme, ik antwoord hem dat het om mijn leven gaat. Ik aanbid niet mijzelf maar het vlees, vlees in de sensibele zin van het woord. Alle dingen raken mij slechts voor zover ze op mijn vlees inwerken, ermee samenvallen, en tot op dat punt dat ze het schokken, en verder niet. Niets raakt mij, interesseert mij dat zich niet onmiddellijk tot mijn vlees richt. En daar hij spreekt tot mij over het Zelf. Ik antwoord hem dat het Ik en het Zelf twee verschillende termen zijn en niet te verwarren, en het zijn heel exact die twee termen, die balanceren, die het evenwicht van het vlees uitmaken.

ANTONIN ARTAUD – 1926
uit: La Pèse-nerfs in [ARTAUD 1956,105-107)
vert. NKdeE 2020 met behulp van DeepL en deze vertaling van Hans Van Pinxteren

A.A. NDL

NOOT: de Kathedraal stelt al haar vertalingen gratis ter beschikking van haar lezers, je mag er wat ons betreft letterlijk alles mee doen wat je maar bedenken kan, maar vermeldt wel ergens dat je het goedje van de Neue Kathedrale des erotischen Elends kreeg. op die manier krijgen anderen ook wind van ons verder geheel belangeloos exemplarisch activisme. dank en klik u weg in vrede.

commentaar en suggesties bij de vertalingen graag naar dirkvekemans@yahoo.com

originele tekst:

Tu as bien tort de faire allusion à cette paralysie qui me menace. Elle me menace en effet et elle gagne de jour en jour. Elle existe déjà et comme une horrible réalité. Certes je fais encore (mais pour combien de temps ?) ce que je veux de mes membres, mais voilà longtemps que je ne commande plus à mon esprit, et que mon inconscient tout entier me commande avec des impulsions qui viennent du fond de mes rages nerveuses et du tourbillonnement de mon sang. Images pressées et rapides, et qui ne prononcent à mon esprit que des mots de colère et de haine aveugle, mais qui passent comme des coups de couteau ou des éclairs dans un ciel engorgé.

Je suis stigmatisé par une mort pressante où la mort véritable est pour moi sans terreur.

.Ces formes terrifiantes qui s’avancent, je sens que le désespoir qu’elles m’apportent est vivant. Il se glisse à ce noeud de la vie après lequel les routes de l’éternité s’ouvrent. C’est vraiment la séparation à jamais. Elles glissent leur couteau à ce ventre où je me sens homme, elles coupent les attaches vitales qui me rejoignent au songe de ma lucide réalité.

Formes d’un désespoir capital (vraiment vital), carrefour des séparations, carrefour de la sensation de ma chair, abandonné par mon corps, abandonné de tout sentiment possible dans l’homme. Je ne puis le comparer qu’à cet état dans lequel on se trouve au sein d’un délire dû à la fièvre, au cours d’une profonde maladie.

C’est cette antinomie entre ma facilité profonde et mon extérieure difficulté qui crée le tourment dont je meurs.

Le temps peut passer et les convulsions sociales du monde ravager les pensées des hommes, je suis sauf de toute pensée qui trempe dans les phénomènes. Qu’on me laisse à mes nuages éteints, à mon immortelle impuissance, à mes déraisonnables espoirs. Mais qu’on sache bien que je n’abdique aucune de mes erreurs. Si j’ai mal jugé, c’est la faute de ma chair, mais ces lumières que mon esprit laisse filtrer d’heure en heure, c’est ma chair dont le sang se recouvre d’éclairs.

Il me parle de Narcissisme, je lui rétorque qu’il s’agit de ma vie. J’ai le culte non pas du moi mais de la chair, dans le sens sensible du mot chair. Toutes les choses ne me touchent qu’en tant qu’elles affectent ma chair, qu’elles coïncident avec elle, et à ce point même où elles l’ébranlent, pas au-delà. Rien ne me touche, ne m’intéresse que ce qui s’adresse directement à ma chair. Et à ce moment il me parle du Soi. Je lui rétorque que le Moi et le Soi sont deux termes distincts et à ne pas confondre, et sont très exactement les deux termes qui se balancent de l’équilibre de la chair.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

journal intime #117

jt117 – mes moelles parfois s’amusent – WERKHUIS

het leek mij interessant om de invoer van de tekenmodule los te koppelen van het ontwaken (ook al omdat je niet bewust aan ‘het eerste woord dat in je opkomt’ kan denken, zonder al behoorlijk wakker te zijn, wie heeft dit weer verzonnen?) en gewoon te systematiseren.

dus nu wordt de ‘ik’ (=testpersoon) wakker en krijgt meteen het volgende woord uit de lijst voorgeschoteld. die lijst is opgebouwd uit omkeerbare samenstellingen: NL substantieven die zijn samengesteld uit twee andere substantieven die in beide volgorde een bruikbare samenstelling vormen, bv. HUIS + WERK : HUISWERK is een woord, maar WERKHUIS ook.

het lijstje is samengesteld with a little help van mijn FB-vriendjes (dank u lieve FB-vriendjes, ik ben zeer streng geweest in de selectie en heb enkel de woorden opgenomen waarover geen twijfel kan bestaan):

RAND+WEG
VUUR+HAARD
NEUS+PUNT
GELD+ZAK
DRUK+WERK
IJS+SCHEP
KUNST+ROOF
BRON+WATER
HUIS+MOEDER
BAK+VIS
AUTO+RACE
STAM+BOOM
HOOFD+STUDIE
JENEVER+BESSEN
JAAR+BOEK
AARDAPPEL+PLANT

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

journal intime #116

jt116 – les tetes moins que les trous – HUISWERK

DE STRAAT

De seksuele straat leeft op
langs de ongepaste gevels,
de cafés, waar misdaad kwettert,
ontwortelen de lanen.

In de zakken branden sexehanden
en de buiken drinken langs onder;
alle gedachten laten het klinken,
en de koppen minder dan de gaten.

LA RUE

La rue sexuelle s’anime
le long de faces mal venues,
les cafés pepiant de crimes
deracinent les avenues.

Des mains de sexe brûlent les poches
et les ventres bouent par-dessous;
toutes les pensees s’entrechoquent,
et les tetes moins que les trous.

Antonin Artaud, uit BILBOQUET [ARTAUD 1956, p.226]

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

ARTAUD 1947: Artaud, Antonin, Van Gogh le suicidé de la société, Gallimard, Paris, 2018, ISBN 978-2-07-076112-8

ARTAUD 1956: Artaud, Antonin, Oeuvres Complètes Tome I, Gallimard, Paris, 1956

BARTHES 1995: Roland Barthes, Oeuvres complètes vol. III , Paris: Seuil, 1995

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHAUVIRÉ 2003: Chauviré Christiane, Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein dans Rue Descartes, nr 39, Wittgenstein et L’art (februari 2003), PUF

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

FREUD 1989 I: Freud, Sigmund, Colleges inleiding tot de psychoanalyse . Inleiding tot de psychoanalyse 1/2, Boom Meppel Amsterdam, 1989

KUSTERS 2014: Kusters, Wouter, Filosofie van de Waanzin, Lemniscaat, Rotterdam 2014

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

MURRAY 2014: Murray, Ros, Antonin Artaud, The Scum of the Soul, London, Palgrave Macmillan, 2014, ISBN 978–1–137–31057–6

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960

journal intime #115

jt115 – le vrai néant effilé – VELDSLAG

Er bestaat een zure en troebele beklemming, even machtig als een mes, waarvan de opdeling het gewicht heeft van de aarde, een beklemming met klaarten, met de interpunctie van afgronden, gekneld en geperst als punaises, als een soort hard ongedierte en waarvan alle bewegingen verstard zijn, een beklemming waarin de geest zich worgt, zichzelf snijdt, – zich doodt.
Zij verbruikt niets dat haar niet toebehoort, zij komt voort uit haar eigen asfyxie.
Zij is een bevriezing van het merg, een afwezigheid van mentaal vuur, een circulatiegebrek van het leven.
Maar de opiate* beklemming heeft een andere kleur, zij heeft niet dat metafysisch verglijden, dat wonderlijke imperfecte accent. Die stel ik mij voor als vol echo’s, grotten, labyrinten, omkeringen; vol pratende vuurtongen, actieve geestesogen en het klappen van sombere bliksems vervuld van rede.
Dus de ziel stel ik mij wel heel centraal voor en toch tot in het oneindige opdeelbaar, en verplaatsbaar als een ding dat is. Ik stel mij de ziel gevoelend voor, die tegelijk strijdt en toegeeft, en haar tongen in alle zinnen draait, en haar geslacht vermenigvuldigt, – en zich doodt.
Het is nodig het echte uitgerafelde niets te kennen, het niets dat geen orgaan meer heeft. Het niets van de opium heeft in zich de ruimte van een zwart gat als de vorm van een voorhoofd dat denkt, dat gesitueerd heeft.
Maar ik spreek van de afwezigheid van het gat, van een soort lijden dat koud is en zonder beelden, zonder sentiment, en dat is als een onbeschrijfbare aborterende stomp.

Antonin Artaud

de originele tekst uit ‘ L’Ombilic des Limbes’:

        Il y a une angoisse acide et trouble, aussi puissante qu’un couteau, et dont l’écartèlement a le poids de la terre, une angoisse en éclairs, en ponctuation de gouffres, serrés et pressés comme des punaises, comme une sorte de vermine dure et dont tous les mouvements sont figés, une angoisse où l’esprit s’étrangle et se coupe lui-même, — se tue.
       Elle ne consume rien qui ne lui appartienne, elle  naît de sa propre asphyxie.
       Elle est une congélation de la moelle, une absence de feu mental, un manque de circulation de la vie.
       Mais l’angoisse opiumique a une autre couleur, elle n’a pas cette pente métaphysique, cette merveilleuse imperfection d’accent. Je l’imagine pleine d’échos, et de caves, des labyrinthes, de retournements; pleine de langues de feu parlantes, d’yeux mentaux en action et du claquement d’une foudre sombre et remplie de raison.
        Mais j’imagine l’âme alors bien centrée, et toutefois à l’infini divisible, et transportable comme une chose qui est. J’imagine l’âme sentante et qui à la fois lutte et consent, et fait tourner en tous sens ses langues, multiplie son sexe, — et se tue.
         Il faut connaître le vrai néant effilé, le néant qui n’a plus d’organe. Le néant de l’opium a en lui comme la forme d’un front qui pense, qui a situé la place du trou noir.
         Je parle moi de l’absence de trou, d’une sorte de souffrance froide et sans images, sans sentiment, et qui est comme un heurt indescriptible d’avortements.

[ARTAUD 1956, p.72-73]


** de ‘angoisse’ ten gevolge van opiumgebruik. Enkele bladzijden terug, in de tekst ‘Lettre à monsieur le Legislateur de la Loi sur les Stupifiant’, heeft Artaud een fel pleidooi gehouden voor het zelfbeschikkingsrecht van de opiumgebruiker die onderworpen aan zijn vreselijk mentale lijden, zich bij gebrek aan beter gedwongen ziet om zijn toevlucht te nemen tot dergelijke middelen. Niemand heeft het recht hem daarvoor te criminaliseren. Immers “Toute la science hasardeuse des hommes n’est pas supérieure à la connaissance immédiate que je puis avoir de mon être. Je suis seul juge de ce qui est en moi”, een argument dat o.i. nog steeds stand houdt, maar bon, wie zijn wij etc.
Elkwegs: het lijkt er fel op dat Artaud met deze tekst wou aantonen dat hij weet waarover hij praat, om zo de argumentatie daar kracht bij te zetten.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

ARTAUD 1947: Artaud, Antonin, Van Gogh le suicidé de la société, Gallimard, Paris, 2018, ISBN 978-2-07-076112-8

ARTAUD 1956: Artaud, Antonin, Oeuvres Complètes Tome I, Gallimard, Paris, 1956

BARTHES 1995: Roland Barthes, Oeuvres complètes vol. III , Paris: Seuil, 1995

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHAUVIRÉ 2003: Chauviré Christiane, Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein dans Rue Descartes, nr 39, Wittgenstein et L’art (februari 2003), PUF

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

FREUD 1989 I: Freud, Sigmund, Colleges inleiding tot de psychoanalyse . Inleiding tot de psychoanalyse 1/2, Boom Meppel Amsterdam, 1989

KUSTERS 2014: Kusters, Wouter, Filosofie van de Waanzin, Lemniscaat, Rotterdam 2014

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

MURRAY 2014: Murray, Ros, Antonin Artaud, The Scum of the Soul, London, Palgrave Macmillan, 2014, ISBN 978–1–137–31057–6

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960

dagboek zonder dagen (16)

// vertaling van Bernard Réquichot’s “Journal sans dates” REQUICHOT 2002 p.107-149 – hopelijk elke dag een stukje – de paginanummers van de Franse tekst worden op een aparte regel rechts uitgelijnd in klein bold lettertype vermeld boven de betreffende pagina in deze vertaling

[…p.118…]

Net zoals het mogelijk is om de gedachten in wakende toestand aan een discipline te onderwerpen, is het mogelijk om de gedachten en de gevoelens van dromen te disciplineren: er toe komen om bepaalde zaken bewust niet te dromen, vervolgens er toe komen om bewust bepaalde andere dingen te dromen, die dromen te registreren, er een zeker bewustzijn van te hebben, er de herinnering van verbeteren om zo van de slaap wat nieuwe bagage aan kennis over te houden en zo de slaap om te vormen tot een onderzoeksmiddel. Er voor zorgen dat de vreemde vondsten van de dromen ons tijdens de rest van het leven naar een beter begrip van die zaken leiden, waarvan we ons nog niet bewust zijn: dat die zaken langzaam stijgen van het onbewuste onbekende en onvoelbare naar het gekende, het bewuste en het voelbare. Dat daargelaten zijn er toch bepaalde gedachten uitgesloten uit het mentale in wakende toestand die zelfs geen toevlucht vinden in de droom. Deze uitsluitingen van het bewustzijn, uitsluitingen uit de droom zullen hun toevlucht zoeken (is het nog leven) in de meest obscure afwezigheid van het denkbare, het verlangen en het gevoel. Er zal heel natuurlijk een verhouding ontstaan tussen de slaap en het waken: in de slaap ontwikkelen zich de materialen bestemd om zich af te scheiden van het onbewuste, terwijl die zaken die bestemd zijn om het bewuste te verlaten zich nog voordoen in de droom vooraleer zich meer definitief af te zetten in de meest onwaarneembare gebieden.

Het idee komt zo uit het voorbewuste, uit het onbewuste, uit wat achter het onbewuste ligt, neemt het zijn aanvang in de nacht van het onwaarneembare en het onvoorstelbare. maar door ons te trainen in de kennis die zich ontwikkelt in die achterwereld, door discipline, door ons meer bewust te maken van die ideeën, die gevoelens, die gewaarwordingen die er nog nauwelijks zijn en waarop de dromen een straal daglicht werpen, benaderen wij een beter begrip van dat onwaarneembare en dat onvoorstelbare.

Afbeeldingsresultaat voor Réquichot Ecrit divers

commentaar

ik weet het niet maar ik denk niet dat ze elkaar gekend hebben Réquichot en Artaud. ik denk ook niet dat beide personen erg compatibel waren, ’t is een ander afdeling om het zo oneerbiedig te zeggen…
soit, we houden de kerk in ’t midden met nog ’s een paragraafke vertaling van Bernard vandaag…

mss., zo hoor ik mij denken, ben ik zelf wel een soort meta-zot, een ontsnapsel uit een verder onbekende dimensie van de waanzin, dat ik mij zo begrepen voel bij beiden. tja. ja sè.Deleuze, da’s ook nog ewa thuiskomen, maar da’s niet zo bekend maar dat was ook nie echt ne gewone ze. die kon er in zijne privè ook nie een beetje neffens derailleren.ach ach, ge moogt er niet teveel over doordenken net zoals over Amerika en de Amerikanen dezer dagen. als ge daar op begint door te denken wordt ge zotter dan zot van verdriet en pure horror want allez dat is toch puur een zwart gat van absolute horror nu en zeggen dat daar ontelbare letterlijk ontelbare verschrikkelijk lieve en schattige menskens wonen die net als wij alleen maar vragen om af en toe een beetje gerust te mogen zijn en blij te zijn bij elkaar. ’t is erg en nog erger is dat er niks aan te doen is en dat we hier van geluk mogen spreken toch…

weet ge als ge daar te lang over doordenkt over dat soort zaken geraakt ge helemaal ommuurd door de absolute onleefbaarheid van hoe onze werkelijkheid, dat stukske van ons aller illusies dat we blijkbaar delen kunnen, van hoe die communiceerbare fictie zich verhoudt tot wat het in onze verbeelding zou kunnen zijn, enerzijds en dat van binnen uit, als we zo ommuurd zitten al, ook nog ’s opstijgt het gevoel van hoe het ‘echt’ zit, want we weten dat niet bewust dat we dat weten maar we weten het wel onbewust en dat is dan geen echt weten maar een onontkenbaar besef, een weten van het niet-weten zoals wanneer ge weet dat ge iets vergeten zijt, wel als die nest binnen de onmogelijkheid van enige uitweg uit de realiteit naar het imaginaire ook nog ’s komt opzetten dan begint ge pas de ware toedracht van de woorden van zowel Réquichot als Artaud te begrijpen, te doorgronden, niet omdat ge het ‘snapt’, ge kunt het zelfs niet uitleggen, maar gewoon omdat ge het ervaart omdat het in uw puttekensputteke ook aan het gebeuren is, alleen hebt gij nog de luxe dat ge het naar believen af kunt zetten omdat ge die kracht nog over hebt, terwijl die twee pipo’s er vrijwel constant geheel aan overgeleverd waren, het moesten ondergaan. feesten van angst en pijn.

die fameuze écriture du réel, wat het ook moge worden, wat daaruit voort gaat komen, en je voelt dat er iets heel erg hoognodig Iets wil worden alsof de ganse wereldziel in alle kottekens van de humane expressie aan het pushen is om dat Iets er uit te krijgen, die fameuze Gebeurte die ons overkomen gaat, echt fameus plezant gaat het denkelijk toch nie worden hoor.

achteraf misschien, als we het horen jengelen met een engelenstem.

maar bon, ’t is nu niet alsof we daarin enige keuze hebben, dat is ongeveer het domste wat je daarbij kan denken.

blijven ademen dus, zoals ons moeder moest doen van de bevalmadam.

journal intime #114

jt114 – Le sol est tout conchié d’âmes – SLAGVELD

de dichters heffen de handen
daar waar trilt het levend vitriool,
op de tafels idool is het zwerk dat
beentrekt in een boog. het lid

murwt een tong van ijs in elk
gat, elke kier die de hemel zo
voortschrijdend open laat.

de vloer is gans onder gescheten
met zielen en vrouwen met leuke
sexe-deeltjes, heel kleine krengen
die hun mummies afwikkelen.

Les poètes lèvent des mains
où tremblent de vivante vitriols
sur les tables le ciel idole
s’ arc-boute, et le sexe fin

trempe une langue de glace
dans chaque trou, dans chaque place
que le ciel laisse en avançant.

Le sol est tout conchié d’ämes
et de femmes aux sexe joli
dont les cadavres tous petits
dépapillotent leurs momies.

Antonin Artaud – uit ‘L’Ombilic des Limbes’ in [ARTAUD 1956, p71]

NKdeE 2020 – ‘les poètes [se] lèvent des mains – Artaud’ – A5 -potlood-krijt-wasco

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

ARTAUD 1947: Artaud, Antonin, Van Gogh le suicidé de la société, Gallimard, Paris, 2018, ISBN 978-2-07-076112-8

ARTAUD 1956: Artaud, Antonin, Oeuvres Complètes Tome I, Gallimard, Paris, 1956

BARTHES 1995: Roland Barthes, Oeuvres complètes vol. III , Paris: Seuil, 1995

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHAUVIRÉ 2003: Chauviré Christiane, Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein dans Rue Descartes, nr 39, Wittgenstein et L’art (februari 2003), PUF

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

FREUD 1989 I: Freud, Sigmund, Colleges inleiding tot de psychoanalyse . Inleiding tot de psychoanalyse 1/2, Boom Meppel Amsterdam, 1989

KUSTERS 2014: Kusters, Wouter, Filosofie van de Waanzin, Lemniscaat, Rotterdam 2014

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

MURRAY 2014: Murray, Ros, Antonin Artaud, The Scum of the Soul, London, Palgrave Macmillan, 2014, ISBN 978–1–137–31057–6

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960

journal intime #113

jt113 – Une fatigue de commencement du monde – WERKVELD

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

journal intime #110

jt110 – la conscience bestiale de la masse – voorNAAM

bon, ‘la conscience bestiale de la masse’: ‘het dierlijke bewustzijn van de massa’.

waarover heeft Antonin het met die woorden?
laten we ons prille maar dagelijks toch wat groeiende begrip van de ‘samenhang’, de conceptuele cluster ‘waanzin en creativiteit’ ’s samenvatten met daarin als gouden (?) draad de Neo-Kathedraalse theorievorming verwoven als verklarend bindmiddel. gewoon, met de moed der wanhoop, al schrijf-denkende in de richting van die woorden.

wat kan er zoal gebeuren in het veld van de waanzin-crea-cluster? wel, dit, bijvoorbeeld:

een getroffene die tijdens de privé-apokalyps (een tautologie) van de psychose zonder werkbaar mentaal defensiesysteem achterblijft in de onleefbare zone van het echte, doet middels zijn schizofrene gedragingen verwoedde pogingen om een nieuwe stabiliteit te verwerven. de schizofrenie is niet enkel ziekte maar ook (poging tot) zelfgenezing van het psychisme (Oury).
vaak werkt bij de getroffene de beschermende waan van het talige denken niet meer, we zien dan naast pogingen tot constructie (groei, creatie als croissance) van alternatieve (pseudo-)talige realiteiten waarin de verwondingen kunnen omzeild worden, ook in het gedrag wat wij noemen een regressie naar het animale. de getroffene gaat tekeer.

vanuit de devolutionaire logica van de Neo-Kathedraalse leer kunnen we echter veronderstellen dat het hier eerder een (theoretisch onmogelijke) teruggang naar een vroeger stadium van het Rot betreft. we weten vanuit de theorie dat zulk een terugkeer onmogelijk is omdat de toegenomen complexiteit bij groei zulks gewoon niet toelaat: je kan geen kennis vergeten, geen taal wegdenken.

wij, u en ik,
de met werkelijkheidszin behepten,
de functionerende realiteitsgeaarden,
de acceptabel-operationele profielen,
wij kunnen wel de stresserende waanzin van onze talige gedachten middels mindfulnessoefeningen of meditatie tijdelijk deels neutraliseren of tot stilstand brengen om zo de hogere rust van het animale ‘bewustzijn’ te ervaren en daardoor mentaal weerbaarder worden, maar zulk een toestand kan enkel volgehouden worden door strikte afzondering en beperking van zintuiglijke invoer.

wanneer we echter noodgedwongen in een dergelijke regressie belanden is er enkel pijn en lijden: de resten van het zelf, van het ‘bewustzijn’ bloeden leeg in feesten van angst en pijn. naakte, bloedende lijven staan wild te gesticuleren in eigen uitwerpselen en willen bijten, moorden schoppen slaan. of we zitten quasi-katatonisch in een hoekje aan een touw te rafelen en dat touw, o gruwel, dat touw ‘zijn’ wij…

niettemin staan niet wij
maar dergelijke lijdenden ‘dichter’ bij het Echte en kunnen zij in heldere momenten of periodes in staat geacht worden om de wanen van onze talige en gezond werkende ‘realiteiten’ als dusdanig waar te nemen, ze te zien als wanen dus.
het geeft deze getroffenen ‘bijzondere krachten’, het zijn ware ‘zieners’ omdat zij als evident onze wanen als wanen zien gebeuren. terwijl wij ons in de complexiteit benodigd voor de instandhouding van onze kostbare werkelijkheid, terwijl wij ons in al die details letterlijk verliezen, zien zij het evidente: die psychiater hier voor mij staat zich gewoon op te geilen aan de wilde waanzin van een ‘waarheid’ die hij in mij meent te bespeuren. diene pipo investeert zijn neuklust in mij.

hm, oei, dat komt niet goed. Docteur L. kan maar beter snel naar zijn Sylvia terugkeren en een haardvuur-met-leeuwenhuid episode ensceneren…

maar goed, dat daargelaten: op honderd-en-een andere manieren zijn sommige, verbaal nog alerte ‘patienten’ ons normopaten te slim af: zij zien gewoon dwars door onze vunzige praatjes.
de spiegel die de waanzin voorhoud aan de normopaat die de waanzinnige opsluit en isoleert is hoe dan ook confronterend en werkt machtsmisbruik in de hand. de maatschappelijke haat wordt dan ook ogenblikkelijk gewekt bij het minste vertoon van dergelijk spiegelgedrag. wat de schizofreen opwekt bij de massa der brave burgers is de waarheid van het dierlijke bewustzijn, een waarheid die zij kost wat kost ten allen tijden dienen te verdringen want het vergeten daarvan is de basis van hun mentale ‘gezondheid’.

en zo zien we dan meteen waarom het expliciteren van deze teksten van Artaud totaal zinloos is.
als we het correct doen verliezen we enkel tijd, want dit kan je ook onomstotelijk in de tekst zelf op veel kortere tijd lezen, en eenieder die het daar niet wil lezen zal zich nog veel minder de moeite getroosten om deze voor ‘onwillige’ normopaten vertaalde versie te doorlopen. die wil daar niet mee leren omgaan, die wil dat niet eens willen zien als een middel tot zelfreflectie en gedragsverbetering, die wil kost wat kost blijven wonen in de villa van zijn gelijk, zijn ‘realiteit’.

die wil enkel ‘afstand nemen’, en van mij als explicator verwacht hij niet een herhaling maar een manier ‘to get over Artaud’ , een workaround van de nieuwe leugenachtigheid.

(wacht, schijterig schatzeke, ik zal er voor alle zekerheid nog ergens een dt-fout inzetten zodat je niet lang hoeft te zoeken om het beweerde als amateuristische quatch weg te zetten. ah kijk daar, ja, bij de spiegel, waar men het door heeft dat het eigenlijk over hen gaat, dan hoef je het einde niet mee te maken.

voorhoudt.)

elke explicatie is een nieuw verband rond dezelfde eewige wonde en het etteren verergert alleen maar. een maatschappij die niet meer met haar waanzinnigen om kan, die daar moet ‘over geraken’ en daarvan moet ‘afstand nemen’, die niet meer begrijpen wil wat er aan de hand is, maar alles glad wil strijken met medicatie en euthanasie, zo’n maatschappij lijdt aan een bijzonder kwalijke vorm van autodestructieve normopatie (DMS7, p.1843 -2018).

als de corona-kuur niet helpt, zullen we klimaatschocks moeten toedienen.



BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

journal intime #109

jt109 – la pensée est un luxe de paix – PEPER

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

journal intime #108

jt108 – la vérité torride d’un soleil de deux heures de l’après-midi – STEEN

de monologen van Artaud zijn horzels die rond het zwarte gat van het Echte cirkelen en elk facet van je innerlijke stem mee willen sleuren in dat gat.

de onderwerpen zijn excuses om de bewegingen te kunnen uitvoeren, elke boodschap of betekenis is secundair, een bijzaak omdat je nou eenmaal een zaak nodig hebt om de lezer erbij te houden.

de lezer is de ander die hij zelf niet kan zijn omdat hij enkel schrijvende iemand is, alleen zo redt hij zich van de complete desintegratie. zolang hij schrijft is hij de lezer en de lezer overleeft (‘Oedipus Rex‘).

in de betogen volgt hij het parcour, elk woord ligt precies op de juiste plaats op het parcour want hij kan enkel die beweging maken en bij die beweging ja daar ligt dat woord daar, en nergens anders.

het accurate van de expressie bij Artaud is een vanzelfsprekendheid, hij beweegt zich immers net als Réquichot aan de binnenkant van zijn schrijven, van zijn denken, van zijn veelvuldig afgebeelde schedel: “à l’interieur de sa pensée” zo zegt Réquichot het. ‘Inside het Mombakkes’

de feiten, de details de doeken van van Gogh het is theater, een opstelling waarbij elk detail betekenisvol is omdat het daar en dan daar moet zijn. er kan niks fout gaan, het stuk is al geschreven, het programma loopt.

maar wat is het dan? wat drukt Artaud uit? wat is zijn expressie en waarom raakt die ons zo diep zonder dat we kunnen duiden waarom?
wat denken we dan wel niet dat hij gezegd heeft als hij is uitgeraasd, als we het woordje Popocatepetl met een vraagteken de tekst van ‘Van Gogh Le suicidé de la societé’ zullen zien afsluiten binnen enkele dagen want ik lees het boekje heel erg traag en in kleine stukjes?

elk jaar wordt er weer meer geschreven in antwoord op die vragen, de stapel is al lang een werf van stapels geworden, Guust Flater heeft er zijn hol in gemaakt. ‘Inside het Mombakkes II

niks. nada, ingetinge. alles wat we daarop antwoorden is totaal naast de kwestie. want wat er bij de lectuur van Artaud gebeurt is enkel dat Artaud gebeurt in onze lezing die dus eigenlijk een (her)schepping is van het gebeuren dat Antonin Artaud werd genoemd, geen representatie maar een recreatie, een occult roeren in de ketel van onze gedachten en een alchimistisch opgewekte ‘création’ die tegelijk een ‘croissance’ is, een wildgroei, een kanker van de gestes die Artaud als een voleerde sjamaan aanbracht in het vaste kluwen van zijn taal. zolang het Frans van Artaud gesproken en begrepen wordt, zal deze ‘recreatie’ mogelijk blijven en zullen de gevolgen even ‘dramatisch’ zijn. ‘I put a Spell on you’

dramatisch want het is theater en het is tragedie want het toont, telkens weer en telkens even doeltreffend, de vernietiging van Antonin Artaud, hoe het kosmische Rot aka de Natuur hem verteerd: als we de brandmerken, de gloeipunten van zijn sigaretten volgen die hij even precies plaatst in het vloeipapier van de Franse taal dan Vincent Van Gogh zijn penseelstreken op het doek weet te toveren, dan beleven we de récréation van het stuk ‘le Sort d’ Artaud le Momo’ aka ‘Inside het Mombakkes’ .

en het is een theater van de wreedheid dat ons allen raakt omdat het ook ons overkomt, alleen zitten wij in de donkerrode pluchen zetels van de parterre van de gepriviligeerde realiteit, of op een der balkons van de al goedkopere werkelijkheid, of misschien zelfs hoog in de vogelenbak van de waan te roepen en te schelden dat het allemaal maar fake is en fictie, maar hoedanook zijn we beter af dan de ontelbare massa’s ontelbaren die buiten het doodeenvoudige, hypernormale kreperen ondergaan, zonder enige mogelijkheid om ‘afstand te nemen’.

maar alles is beter dan zelf op de planken te staan want daar voel en beleef je van iedereen alles, daar ben je het levende eindje van de samenleving dat door de samenleving wordt afgebonden en als een clitoris betast en bevingerd wordt en beknepen en gemarteld tot het zich spartelend zelfmoordt en uitspat in het geil en het bloed.

en als jou reactie daarop is dat je ‘afstand neemt’ en ‘je erover zet’ (“get over it”, Ros Murray) ja dan heb je nog niet door, of dan wil je niet begrijpen dat het theater waarin je het stuk mocht bijwonen integraal deel uitmaakt van het stuk en dat je wel uit het theater kan stappen en naar huis rijden naar je lieve man en je kindjes of je poesje of hondje, maar dat je het Stuk* zelf nooit kan verlaten, tenzij dan als niet-meer-jij, maar zelfs dan zijn er geen garanties.

ah nee: heb jij de indruk dat Artaud al uit het Stuk verdwenen is? uit
le Sort d’ Artaud le Momo’ aka ‘Inside het Mombakkes’ aka ‘Het Zou Zomaar Kunnen’.

Strindberg wist dat, Von Gogh wist dat, Hölderlin wist dat, Nietzsche wist dat, Gerard de Nerval wist dat, Velimir Chlebnikov wist dat, Paul Celan wist dat, Antonin Artaud wist dat en ja, tja, nu weet jij het ook è.


“neen, 1,5 meter is goed hoor, verder hoeft niet, zo verzekert men ons”.

“idd. : dit NKdeE-seizoen is het jaar van de angst”.
neen, de haat is volgend jaar pas, vanaf september dus”.
“haha, neeje, voor mij hoeft dat niet hoor, ik heb heel deze toestand ook nergens aangevraagd of zo è.” “laat ons hopen, ja”

“ja, jij ook. doei!

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma


*als sommigen hierbij in het Leuvense weer last krijgen van hun megalomane Koenstencentrumpsychose kan ik de zelfmoordlijn aanbevelen, erg classy en meegaand, of tja, doe het gewoon è, voor papa en mama zal het toch nooit goed genoeg zijn wat je doet…

journal intime #107

jr 107 – formidables ébullitions internes – WAPEN

een sleutelgegeven in mijn leventje is mijn bijziendheid: ik ben redelijk zwaar myoop, -4,5 aan het rechteroog, -11,5 aan het linker. het grote verschil tussen de twee ogen is vrij uitzonderlijk heb ik mij laten vertellen.

tot het eerste studiejaar, dus heel de kleuterklas, was dat niemand opgevallen, maar toen moest er van het bord gelezen worden en dat lukte niet echt. tot die tijd had ik dus een radicaal verschillende visie op de realiteit, letterlijk dan.

ik heb altijd vermoed dat mijn breintje door de nood aan compensatie voor het gebrek aan eenduidige visuele informatie behoorlijk euh, aparte denkwegen heeft ontwikkeld in die eerste jaren, en dat ik mede daardoor zo’n rare kwispel geworden ben.

afgezien daarvan ben ik gewoon krankjorum en totaal mesjogge, maar dat is bekend.


Jean Oury beschrijft in zijn ‘Création en Schizophrenie’ herhaaldelijk het schizofrene gedrag van zijn patiënten, vooral ook van diegenen die zich te buiten gaan aan een onstuitbare creatiedrang, als een genezingsproces na de traumatische apocalyps van de psychose: het mentale systeem zoekt zich een nieuwe leefbaarheid in relatie tot het onleefbare echte en daardoor zien we de patient ook gedreven bedrijvig in de zone van de ‘Fabrique du Pré’ , de Lacaanse orde van het Echte.

het verschil tussen de ‘art brut’ van die patiënten en de ‘oeuvres’ van mensen als Van Gogh en Artaud ligt ‘m vaak al daar, objectief in dat de meeste patiënten eerder toevallig, na een instorting, grijpen naar de creatieve middelen om zich een nieuwe band te vormen met die fameuze werkelijkheid van ons, hypocriete normopathen en zij die zich oprecht voordoen als ‘normalen’ of sociaal-geadapteerden.

ik maak er nu wat een karikatuur van, maar bij Artaud en Van Gogh is het duidelijk dan een terugvallen op een reeds werkende ‘band’ met de realiteit, want zij gebruikten beiden reeds lang voor hun ‘umwendung’ hun ‘Kunst’ als communicatie met de Ander en als dialoog met zichzelf en als verweer tegen het oprukkende Echte.

die functies heeft het zowat, denk ik, maar dan ook voor iedereen, elk specimen van onze soort:

  1. artificiële brug naar buiten, daar waar er om redenen geen sprake kan zijn van een ‘vanzelfsprekende’ verhouding tot de Ander (Bildung?)
  2. constituerende dialoog met het zelf, ook al als compensatie voor de eenzaamheid
  3. een manier om het exces aan stuwing vanuit het Echte verwerkt te krijgen (de Freudiaanse sublimatie?)
  4. een manier om de blokkades veroorzaakt door de resten van de perforaties van het Echte (de steenpuisten waar Artaud gewag van maakt, de inerte blokken van de materie van de dingen die hun destin nervrotique komen opeisen) te doorbreken/ op te lossen (garagefunctie, het gewone onderhoud, iedereen die het vlaggen heeft kent dat wel, als je geen toegang krijgt tot uw garage riskeer je zwaar verslaafd te raken aan vervangverslavingen zoals drank, drugs of medicijnen, eetstoornissen en seksverslavingen kunnen ook die functie krijgen, maar pas op want seks kan elk van deze vier functies net zo goed vervullen zodat het geheel onduidelijk wordt of Don Juan niet de grootste kunstenaar aller tijden moet worden genoemd. de jury kan er Kierkegaard op nalezen…)

misschien moet ik het lijstje nog aanvullen, maar die 4 functies maken dat we pas van een mentaal gezond individu kunnen spreken als het individu een of meerdere creatieve routines (of seks dus) heeft ontwikkeld / ter beschikking die deze functies voor haar/hem/hen hebben. d’r moet alleszins nog een en ander gesitueerd worden in het Spiegelmeer der Erotomanen (broeder Artaud heeft mij opgedragen om het Freud-Lacan verbond der zielepeuteraars zo te benoemen.) misschien was Sylvia toch beter bij Bataille gebleven, hoor.

maar neen, Zij, la Maklès, zij staat daar allemaal boven. soit. te laat zijn we toch….

en bij alles van instorting, het hele gamma gaande van dipje tot apocalyptische psychose, kan het mentaal gezonde individu daarop terugvallen è. men zal begrijpen dat mijn idee van ‘mentale gezondheid’ bij gebrek aan ‘essentie’ nooit absoluut kan zijn, maar altijd relatief aan de omstandigheden. zo zie ik mij perfect in staat om van personen die gedrag vertonen dat in elke samenlevingskring zonder de minste twijfel gecatalogiseerd zou worden als ‘zot’, ‘waanzinnig’ of enige andere variant van dat label, om van dat soort kwispels en kweddels te zeggen dat zij in perfecte mentale gezondheid verkeren.

tja.

ik denk dat je het in de richting van Leibniz’ idee van de best mogelijke wereld moet zoeken, mijn concept van ‘mentale gezondheid’, hier, nu ik het al uitschrijvende aan het opbouwen ben.

wat is de Neo-Kathedraalse Bouwkunde toch overheerlijk simpel en oogverblindend waanzinnig! soms vraag ik mij toch af wat er mis met jullie dat jullie niet eens aan een crypteke ofzo begonnen zijn, maar bon, ’t zal er niet in zitten zekers…

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

journal intime #106

jt106 – le destin névrotique des choses – WENS

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

journal intime 106

jt105 – inondation de corbeaux noirs dans les fibres de son arbre interne – ORGEL

Roland Barthes weer, over Artaud deze keer:

“L’écriture d’Artaud est située à un tel niveau d’incandescence, d’incendie, et de transgression, qu’au fond il n’y a rien à dire sur Artaud. Il n’y a pas de livre à écrire sur Artaud. Il n’y a pas de critique à faire d’Artaud. La seule solution serait d’écrire comme lui, d’entrer dans le plagiat d’Artaud.” [google translate in nieuw tabblad]

[BARTHES 1995, p.63]

bon, daar zit nog wat eer in: hij kan er niks mee aan, en hij is daar eerlijk in. want net als bij Réquichot moet Barthes ook de woorden van Antonin Artaud naast zich neerleggen, want iets ervan herhalen, dat kan je niet als je Barthes bent want dan ontken je alles wat je zelf doet.

heel de ‘literatuur’ die er over Artaud bestaat, kan er enkel op gericht zijn om hem onschadelijk te maken, want elk woord van Artaud is een ontegensprekelijke aanklacht, een onaanhoorbare schreeuw en een onmogelijke waarheid. Artaud lezen heeft weinig van een dialoog, en alles van een ondergaan.

Ros Murray, die dit citaat van Barthes aanhaalt in zijn Artaudboek zegt daarover:

In order to write about Artaud one must to some extent be able to ‘get over’ Artaud, as it were, and to take a certain amount of distance.

[MURRAY 2014, p.6]

vanuit de verte, en alsof er niks gebeurt is. zoals je de honger in de wereld behandelt, of de klimaattoestand, of de onthoofde meisjes in Iran, of zoals je de literaire kwaliteiten van de Max Havelaar roemt terwijl wat er beschreven wordt nog bezig is.

alsof Artaud niet vanaf zijn eerste boek consequent en doelbewust zijn werk heeft opgehangen in het leven, ter destructie, als invoer, als offer, als gave?

Je souffre que l’Esprit ne soit pas dans la vie et que la vie ne soit pas l’Esprit, je souffre de l’Esprit-organe, de L’Esprit-traduction, ou de l’Esprit-intimidation-des-choses pour le faire entrer dans l’Esprit.
Ce livre je le mets en suspension dans la vie, je veux qu’il soit mordu par les choses extérieures, et d’ abord par tous les soubresauts en cisaille, toutes les cillations de mon moi à venir. [google translate in nieuw tabblad]

[ARTAUD 1956, ( L’Ombilic des Limbes), p49]

alsof het werk van Artaud helemaal niks verwacht van jou, alsof het niks vraagt, net zoals ik bijna iedereen die zichzelf ‘schrijver’ of ‘auteur’ durft te noemen, zich gedraagt alsof we ergens in een enclave van de tijd zitten , een samenraapsel van momenten waarin je nog ‘vrij aan literatuur’ kunt doen een soort virtuele mix van wat jaren ’20, met wat scheutjes jaren ’50 en ’60 op een bodempje klassiek een laagje schuim van actualia erop en goh ja, kom, lekker voortkwebbelen, lieve literatoren onder elkaar, ha ziet, een oorlogsromanneke, ja jij gaat vast een prijs winnen met je nieuwe boek deze keer, eens kom je toch aan de beurt…

get over it, Vekemans, neem toch wat afstand.
1,5 meter, is dat goed? mag ik echt niet mee naar Mars?

pour en finire…
allez kom è…

wat vraagt Artaud van ons?
vraagt Artaud van ons dat wij over hem zouden schrijven? neen, Antonin Artaud vraagt niet dat wij over hem zouden schrijven.
vraagt Artaud dat wij hem zouden uitleggen? neen, Antonin Artaud vraagt geenszins dat wij hem zouden uitleggen.
vraagt Artaud van ons dat wij hem zouden herhalen? dat wij zouden schrijven zoals hij schreef? neen, Antonin Artaud vraagt nergens dat wij hem zouden herhalen of dat wij zouden schrijven zoals hij schreef.
maar wat vraagt dan die waanzinnige zeikerd dan van ons? wat wil dat krapuul van ons?

Antonin Artaud vraagt dat wij hem zouden lezen.
Antonin Artaud vraagt dat wij kennis zouden nemen van het werk waaraan hij leed.
Antonin Artaud vraagt ons, smeekt ons, beveelt ons om de geest aan het werk te zien, die in hem Antonin Artaud vermoordde, net zoals de kankerkraaien van het geweten van de samenleving de innerlijke boom van Van Gogh vernietigden.
Antonin Artaud hoopt dat wij tenminste een manier zouden vinden om die vernietigende kracht te verlossen. want het is die vernietigende kracht, die stem, die dwars door het leven van Antonin Artaud in elk moment daarvan vraagt, eist om gehoord te worden, en hij zelf kon niks anders doen dan alles wat eerst Antonin Artaud en toen Antonin Nalpas en toen Artaud Le Momo deed en al die daden en al die woorden samen waarmee hij al die jaren van lijden samenviel, was en is en zal altijd de best mogelijke manier zijn om ons duidelijk te maken wat het allemaal wil zeggen…

Antonin Artaud vraagt dus enkel dat wij hem zouden lezen, en dat we verder, als behorende tot een wereld die elke dag kut met groene saus eet en geflaggeleerde jezekenspenis, a.u.b. als het enigszins zou kunnen toch graag zoveel mogelijk onze mistroostige geile bek zouden houden.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

ARTAUD 1947: Artaud, Antonin, Van Gogh le suicidé de la société, Gallimard, Paris, 2018, ISBN 978-2-07-076112-8

ARTAUD 1956: Artaud, Antonin, Oeuvres Complètes Tome I, Gallimard, Paris, 1956

BARTHES 1995: Roland Barthes, Oeuvres complètes vol. III , Paris: Seuil, 1995

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHAUVIRÉ 2003: Chauviré Christiane, Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein dans Rue Descartes, nr 39, Wittgenstein et L’art (februari 2003), PUF

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

FREUD 1989 I: Freud, Sigmund, Colleges inleiding tot de psychoanalyse . Inleiding tot de psychoanalyse 1/2, Boom Meppel Amsterdam, 1989

KUSTERS 2014: Kusters, Wouter, Filosofie van de Waanzin, Lemniscaat, Rotterdam 2014

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

MURRAY 2014: Murray, Ros, Antonin Artaud, The Scum of the Soul, London, Palgrave Macmillan, 2014, ISBN 978–1–137–31057–6

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960

journal intime #104

jt104 – oppression tentaculaire d’une espèce de magie civique – DIENAAR

als, zoals sommige godsdienstwaanzinnigen beweren, er een god is, en in het licht van zijn Zijn de orde van het Woord en de woorden van de Orde in dienst staan van de waarheid van het Ding en van de orde van de dingen van de Waarheid, dan en alleen dan is er een onderscheid te maken tussen de waanzin van Van Gogh en de waanzin van Artaud en de waanzin van de Paus en de waanzin van Hitler en de waanzin van Jezus en de waanzin van Boeddha en de waanzin van Nietzsche en de waanzin van Koningin Fabiola en de waanzin van Eddy Merckxs en de waanzin van Prince en de waanzin van Kahlo en de waanzin van Jodorowsky en de waanzin van Maradonna en de waanzin van Hermans en de waanzin van Job en de waanzin van Verbrugge en de waanzin van Ghandi en de waanzin van Trump en de waanzin van Leopold en de waanzin van Einstein en de waanzin van Kuifje en de waanzin van Michelangelo en de waanzin van Lacan en de waanzin van Dante en de waanzin van Song en de waanzin van Mohammed en de waanzin van Réquichot en de waanzin van Barthes en de waanzin van Yeats en de waanzin van Shakira en de waanzin van Nero en de waanzin van Lessing en de waanzin van Celan en de waanzin van Peeters en de waanzin van Schauvlieghe en de waanzin van Lismont en de waanzin van Yeats en de waanzin van Li en de waanzin van Kabila en de waanzin van en de waanzin van Plath en de waanzin van Freud en de waanzin van Reich en de waanzin van Mowgli en de waanzin van Allende en de waanzin van Jelinek en de waanzin van Sun Ra en de waanzin van Newton en de waanzin van Blake en de waanzin van Pisan en de waanzin van Ghysbrecht en de waanzin van Vekemans en de waanzin van al uw vriendjes op Facebook en de waanzin van al de vriendjes van uw vriendjes op Facebook en ook die hun vriendjes en de vriendjes daarvan, zelfs die in het echte leven.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

journal intime #103

jt103 – voûte astrale, coupole sombre – WISSEL

als je iets ‘au fond‘ leest zoals Bernard Réquichot beweerde dat hij las – en ik geloof hem want als je Réquichot ten gronde leest, dan merk je gewoon dat hij inderdaad zijn lectuur heeft meegedacht, laten gebeuren in zijn hoofd – dan (her)schrijf je eigenlijk meteen wat je leest. je maakt je de tekst eigen: je schrijft het over in jouw begrip en dat begrip is niets anders dan een vertaling naar de woorden die voor jou begrijpelijk zijn. een soort stille klankverschuiving.

want begrip is niet, begrip gebeurt: als je iets begrijpt laat je het gebeuren. als je deze tekst niet au fond wil lezen, ga je er niks van snappen. als je hem wel au fond leest, is er niks (meer) aan te snappen: het is gebeurd.

het is heel erg moeilijk om op een scherm dat licht uitstraalt ‘au fond’ te lezen.

Antonin Artaud maakt aan het begin van zijn tekst over Van Gogh [ARTAUD 1947] een rijtje van namen: Baudelaire, Edgar Poe, Gérard de Nerval, Nietzsche, Kierkegaard, Hölderlin, Coleridge, Van Gogh. we voegen daar dan ook maar Antonin Artaud aan toe.

aja. ons kent ons: als Rilke het over Cézanne heeft, dat lazen we gisteren nog, heeft hij het over zichzelf. hij zegt het zelf. en het is 1947, Artaud weet dat hij Artaud is, hij is bijna dood.

dat soort mensen brengen ‘envoûtements‘ (betoveringen) teweeg in de voûte astrale (het astrale gewelf), in de trieste koepel (‘coupole sombre’) die vol gewasemd is met de slechte wil, het giftige chagrin van de meeste mensen, “la vemineuse agressivité du mauvais esprit de la plupart des gens”.

jarenlang electroshocks toegediend krijgen is niet bevorderlijk voor de positiviteit van het mensbeeld. om van die verstokte erotomanie van de psychiaters maar te zwijgen (‘l’érotomanie invétérée des psychiatres’).

de woorden van Artaud wèrken. onze werkelijkheid vertoont barsten als we ze lezen. er komt licht door, vreemd licht, verontrustend licht. wanneer we geconfronteerd worden met werken van de andere personen uit dat rijtje van Artaud, merken we iets soortgelijks, een gelijkaardige kwaliteit, een onmiddellijkheid en een effectiviteit die verder moeilijk te duiden is.

het komt binnen’, zeggen we wel eens. ‘het dringt door‘. we kunnen niet zeggen wat ‘het’ is, maar het is herkenbaar, als het gebeurt zeggen we: ‘daar heb je het weer’.

heeft Artaud het juist hier? klopt dat wat hij zegt met onze ervaringen? voor mij klinkt het heel erg ‘waar’, maar wie ben ik? en als het ‘waar’ is, wat zegt dat dan over die mensen, over die werken, en wat zegt dat over ons? wat gebeurt er hier?

denk er ’s over na, a. u. b. want de vraag die ik mij hier stel, en zo dadelijk gaarne aan u wil voorleggen, veronderstelt een moment van bezinning over die inleidende vragen, en behoorlijk wat welwillendheid van uw kant. de vragen zijn inleidend, en ook retorisch omdat ze niet dadelijk een antwoord behoeven, maar ze laten ook heel goed doorschijnen dat ik zelf geen antwoorden heb, dat ik dat ook niet pretendeer te hebben.

maar misschien draai ik u wel een loer, en doe ik maar alsof en is heel deze tekst een manier om mij van uw welwillendheid te verzekeren en u zo later op slinkse wijze te overtuigen van mijn verborgen agenda?

het zou zomaar kunnen.

de vraag die ik mij stel is: wat gebeurt er als je wat Antonin Artaud in zijn geschrift over Van Gogh beweert, ernstig neemt en dus toestaat dat zijn woorden gebeuren in je hoofd?

wat gebeurt er als je Artaud leest zoals Bernard Réquichot placht te lezen, ‘au fond’?

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

ARTAUD 1947: Artaud, Antonin, Van Gogh le suicidé de la société, Gallimard, Paris, 2018, ISBN 978-2-07-076112-8

ARTAUD 1956: Artaud, Antonin, Oeuvres Complètes Tome I, Gallimard, Paris, 1956

BARTHES 1995: Roland Barthes, Oeuvres complètes vol. III , Paris: Seuil, 1995

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHAUVIRÉ 2003: Chauviré Christiane, Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein dans Rue Descartes, nr 39, Wittgenstein et L’art (februari 2003), PUF

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

FREUD 1989 I: Freud, Sigmund, Colleges inleiding tot de psychoanalyse . Inleiding tot de psychoanalyse 1/2, Boom Meppel Amsterdam, 1989

KUSTERS 2014: Kusters, Wouter, Filosofie van de Waanzin, Lemniscaat, Rotterdam 2014

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

MURRAY 2014: Murray, Ros, Antonin Artaud, The Scum of the Soul, London, Palgrave Macmillan, 2014, ISBN 978–1–137–31057–6

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960

portretgeste #5

enorm ontkleedt de omarming
trekt treurend bloot de nood
die grijpt het laken en kaal
ligt te rillen het herfstruiflijfje
met de stugge struik van de wil.

journal intime #102

jt102 – demain, je te parlerai à nouveau de moi – AANDACHT

het Frans had eigenlijk Duits moeten zijn want het kwam uit de pen van het Rilke-ding gedropen op 9 oktober 1907, een van de 18 brieven die het in die maand schreef aan zijn vrouw Clara. er is in die dagen in Parijs een Cézanne tentoonstelling en het Ding pompt alles wat het in huis heeft aan grote kunstenaarsidealen in de aldaar gelooide huid van de schilder.

ik had het hiernaast afgebeelde boekje gevonden in de Kringwinkel en Oury vermelde die Cézanne-brieven en d’r staat er dus 1 van de 18 in. ‘vooruit dan maar’, moet ik gedacht hebben.

het is wel slecht voor mijn maag zo ’s morgens vroeg maar bon er zit dus gelukkig nog die Franse filter op. misschien kan er ’s iemand proberen om Rodin in het Schauens te vertalen? of zou dat te Speers ogen?

soit. die Clara moet wel blij geweest zijn met zo’n belofte.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

portretgeste #4 – ‘de ster die zich in mij ontdubbelt heeft met mijn hand de onbereikbaarheid gemeen’

dagboek zonder dagen (15)

// vertaling van Bernard Réquichot’s “Journal sans dates” REQUICHOT 2002 p.107-149 – hopelijk elke dag een stukje – de paginanummers van de Franse tekst worden op een aparte regel rechts uitgelijnd in klein bold lettertype vermeld boven de betreffende pagina in deze vertaling

De materie is zonder begin, de geest komt evenals het leven voort uit de evolutie van de materie. Het is daarom dat het kleinste fenomeen van de materie in zich de potentie draagt van de geest en het leven. Omdat de materie zich zonder twijfel op min of meer zeldzame wijze op elke plaats van het universum bevindt, kunnen we zeggen: elk deeltje van het universum bevat in potentie geest en leven. Omdat elk deeltje van het universum sinds oneindige tijden bestaat, heeft elke deeltje sinds oneindige tijden al ontelbare cycli van metamorfoses doorlopen, van leven en dood. De tijd beweegt in het binnen van het universum en beweegt op zichzelf; hij geeft aan elke plaats een geschiedenis even oud als de ganse wereld en gelijkaardig aan eender andere waar materie, leven en denken overlappen.
Vanaf een zekere zwaartegraad wordt het denken universeel: dat is waar voor de dichter, de wijze, de kunstenaar en ieder waarvan de activiteit een

p.118

middel tot kennis is. het is daarom dat wanneer zij die graad bereiken hun verslagen hen onderling verrijken omdat ze een gemeenschappelijke taal spreken. Door verschillende middelen tot kennis komen ze bij die gemeenschappelijke plaats waar ze hun zienswijzen met elkaar kunnen confronteren. Vandaar dat de studie van het fundamentele begint wanneer de gescheiden middelen tot kennis aftreden.

Afbeeldingsresultaat voor Réquichot Ecrit divers

journal intime #100

jt100 – la création est un accroissement d’être – BRAILLE

etymologisch is elke creatie een aangroei.
de creator, de homo faber die iets schept is dus een vergroeiing van het oorspronkelijke begrip van ‘maken’, ‘tot stand brengen’, meer een zaaier, een bevruchter van het land of een cultivator van een reeds onderscheiden groeibeweging.

er is in onze talen een waarneembare tendens naar nominalisatie en naar reïficatie en van daaruit ook naar kwantificatie omdat de verdingelijking net in functie van het telbare, het verrekenbare gebeurt. die tendens maakt elke kwalificatie, elke vorm van waardering, van het hechten van kwaliteit, maar ook van het respecteren van de eigen-aardigheid van de ruimte ondergeschikt.

in de visie van Freud heeft een Ding een leegte nodig, een afgesloten binnen, en we zien dat ook in het denken het Zijn bij Parmenides (maar reeds daarvoor al waarschijnlijk) geconstrueerd wordt rond het Niets, het niet-zijn: een ding wordt pas telbaar als het wordt afgewogen tegen de afwezigheid ervan. de reïficatie aab de basis van het Zijn en de Dingen is van in het begin verbonden met de vereisten die de handel stelt aan de omgangstaal: het zijn wordt pas een Zijn als het begint te tellen.

het is dus allemaal goed en wel dat Oury het creatieve veld opent als mogelijkheid, als ‘jareche’ waar de zieke terug tot een aangroei van een consistent Subject kan komen, het is prima dat hij dat ziet als een groeiproces in de schizofrenie als genezing, als vicariante reconstructie na de catastrofe van de psychose, maar we moeten daar misschien nog een stapje verder in gaan en durven het ‘zijn’ als prescriptie, als normering voor het ontwikkelen van stabiel doorlaatbaar schild rond het Echte.

ook in onze omgang met niet-humane vormen van intelligentie kunnen we ons maar beter wat trainen in de acceptatie van een radicale alteriteit, want als er ooit een emergentie optreedt van zo’n alternatief ‘bewustzijn’ zal het quasi zeker geen bewust ‘zijn’ worden, want dat ‘hebben’ wij al en eerstegraadsrecursies blijken op geen enekel ander domein ‘levensvatbaar’ te zijn, dat zijn waarschijnlijk ook mathematisch aantoonbare doodlopende functies.

maar we zijn dat soort tolerantie niet gewend è: onze distinctiedrift verhinderd ons al om het volgens de Gignomenologie hoger in te schatten ‘bewustzijn’ van de dieren als dusdanig te erkennen. in onze hoofden gebeurt er helemaal niets in het gemoed van een paard, een hond laat staan een kikker of een regenworm. en dat terwijl we met onze indrukwekkende wetenschap bijna dagelijks meer te weten komen over ‘quasi-intelligent’ gedrag van godbetert eencelligen. zelfs als er een ‘volstrekt automatisch verlopende levensvorm’ als een virus er in slaagt om de hele wereldeconomie plat te leggen zijn we niet bereid iets te laten afdingen op onze kosmische almacht, onze onbetwiste plaats op de bovenste trede van de evolutionaire ladder.

vandaar dat de Kathedraal en haar legendarische Bewoners er niet om treuren kunnen dat wij de kosmische devolutie van het leven, de herinterpretatie van het Darwinisme als het verhaal van een voortdurende Degradatie, een verrotting binnen de energetische verkramping van de materie, dat wij de hogere waarschijnlijkheid van die waarheid hebben ontdekt, een hogere waarschijnlijkheid die wij onder meer afleiden aan het feit dat deze kijk op de zaken de verklaring van enorme complexiteiten op sommige terreinen veel eenvoudiger zal blijken te maken.

het kan hoegenaamd de pret niet derven, een beetje taoist zou dat moeten kunnen inzien. deze verschrikkelijke ‘umnachtung’ (hihi) haalt enkel de ridicule megalomanie van onze soort onderuit en zeg nu zelf: wordt het niet de hoogste tijd dat wat met z’n allen wat volwassen worden? dat we die kinderlijke grootheidswanen achter ons laten, in de verschrikkelijke speelkamers van onze morbiede geschiedenis?

dat moeten we natuurlijk nog hard maken, die scheermes-van-Ockham hypothese dat de devolutie efficiënter is als model dan de evolutie, maar bon, normaliter zullen we daar niet veel moeite voor hoeven te doen, het Rot vindt daar vanzelf haar weg wel in, nu we het poortje naar de hel ervan hebben opengelaten. het slot erop was overigens al eeuwen kapot, zonder god was het ding al gans doorgeroest toen Nietzsche er begon mee te rammelen…

en ach, hard of niet: het kleinste kind kan toch zien dat onze toestand met de dag erger wordt, je ziet, voelt, hoort en ruikt dat gewoon gebeuren. erg is dat niet hoor. alleen een klein beetje erger als voorheen altijd. een ietsje.

maar wees gerust het kan nog eindeloos veel erger, het is een gekende waan van ons, een ‘known bug’ dat we denken dat het einde nabij is. dat is het ook, maar nabij is astronomisch bijzonder relatief.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

portretgeste 2 – ‘m: haar dansen is een troetel in het ritme van de nacht’

journal intime #99

jt99 – la possibilité vicariante de la logique du montrable – HOUT

in de evolutieleer spreken we van geografische vicariantie of allopatrische soortvorming wanneer een geografische scheiding een bevolking van een soort plots geografische scheidt van haar soortgenoten zodat de beide groepen zich onafhankelijk van elkaar anders gaan ontwikkelen. een vicariant is dan een taxon (soort) als resultaat van dat proces.

de term ‘vicariantie’ werd blijkbaar ook door sommige vroege euh neurologen gebruikt, het soort dat dierenbreinen selectief ging verminken om te zien wat het dier dan nog kon. vicariantie was dan het alternatief voor de stricte localisatietheorie die ervan uitging dat het brein redundante massa had waarin het een soort back-up maakte voor het geval er beschadigingen optraden. neen, ik verzin dit niet het staat hier uitgelegd.
de ‘vicariationisten’ dachten dat het brein eender waar in de redundante massa een beschadigde functie kon herinrichten. maar ook nu nog gaat deze discussie omtrent de localisatie van breinfuncties verder en duikt de term daar nog op.

de term ‘vicariatie’ (zonder ‘n’) wordt dan weer gebruikt in de alternatieve natuurgeneeskunde waarmee men daar wil aangeven dat de ene ziekte, wanneer onderdrukt door behandeling, een andere ziekte kan veroorzaken: bij toxiciteit zoekt het lichaam een uitweg door bv. fistelvorming, maar als men die symptomatisch gaat behandelen kan de huidziekte later via ‘progressieve vicariatie’ terugkeren, zie bv. deze uiteenzetting daarover

Jean Oury gebruikt de term om te suggereren dat de ethetische creativiteit een ‘vicariante’ functie kan hebben om de onmogelijkheid van talige communicatie op te vangen, met het geval Wölfli als bekendste voorbeeld

J’ avais parlé à ce propos d’un processus de vicariance. La vicariance est une suppléance fonctionnelle; par exemple, si un rein est défaillant, si même on doit l’enlever, l’autre rein fonctionne bien plus qu’avant. C’est par analogie avec ce processus biologique de vicariance j’ avais émis l’hypothèse que, dans la schizophrénie, un processus de création esthétique peut avoir cette fonction. Il peut en résulter le Sujet découvre un niveau d ‘existence bien plus original: il se met: à peindre, à faire de la sculpture, à écrire …

[OURY 1989, p.131]

ik heb naar de verschillende manieren waarop de term gebezigd wordt wat willen opzoeken omdat al deze elementen in de ‘enforme’, de ‘Gestaltung’ van Oury’s kijk op het creatieve en de schizofrenie duidelijk meespelen. zo heeft hij het ook over de schizofrenie als een genezingsproces waarbij de persoonlijkheid zich net via deze vicariante functie in het creatieve veld plots spectaculair weet te herstellen: er is een vicariant ‘Sujet’ geëmergeerd in de creatieve arbeid.

dat verklaart ook volgens Oury waarom sommige schizofrenen die creativiteit even compulsief beoefenen, als de eerste de beste ‘gedreven’ kunstenaar. dat is bijna een platitude, vind ik, dat een ‘echte’ ‘kunstenaar’ ook gewoon waanzinnig is. ik draag mijn waanzin dan ook als een kwaliteitslabel, een trots en onontvreemdbaar want uniek bezit en ik maak er ook geen geheim van dat mocht ik niet meer kunnen/mogen verder doen met mijn creatieve ‘werk’ (dat tevens een genieten is, een jouissance) dat ik dan binnen de kortste keren totaal krankjorum zou worden, dat ik effectief zou doordraaien en tot gewelddaden zou overgaan, tegen mijzelf dan, want ik sla enkel vliegen dood. hoewel katten best ook een ommetje maken als ik een kwade dag heb. zeker nu ik zelf de ‘uitweg’ van de verslaving afgesloten heb, dat was vroeger mijn uitweg uit de verstikkende ‘normopathie’ .

want dit valt voor mij niet te ontkennen: er is wat ‘Trieb’ betreft geen enkel gebeurlijk verschil is tussen de gedrevenheid van de maatschappelijk toch nog steeds wat aanzien genietende en alleszins ‘aanvaarde’ ‘kunstenaar’ en het creatieve gedrag van menig als waanzinnig weggezette lijdende. we hebben het allemaal even erg ‘vlaggen’.

Aan het eind van zijn betoog op 2 maart 1988 komt Oury terug op het geval Schreber (ik zou het – maak geen vergissing – hier in dezelfde bewoordingen kunnen hebben over het geval ‘Van Gogh’ of ‘het geval Réquichot’ of ‘het Vekemans’, hoor); hij betreurt daar dat Schreber van zijn vader niet had mogen tekenen, en dat hij anders misschien wel zo een vicariante uitweg uit de ziekte zou gevonden hebben. dat is nu net wat ik met de techniek van de asemische lezing wil aantonen: dat je daar dus geen creatieve ‘ervaring’ voor nodig hebt, ik heb al mensen die van zichzelf vinden dat ze ‘niks creatief’ zijn met deze techniek zien verbaasd staan van de schoonheid die er uit hen kwam.

maar Oury weet dat zelf best ook wel, want helemaal op het einde heeft hij het op die dag over de ‘Gelassenheit‘ zoals je die blijkbaar bij Heidegger kan terugvinden, dat je mensen de ruimte moet geven en niet jouw visie [op creativiteit] opdringen en over de nood aan een ‘jachère‘, een plek braakland, overgelaten aan zon wind en regen want daar groeit geen ‘mauvais herbe’ op, onkruid vergaat immers niet omdat het niet bestaat.

vandaag was ook de dag dat ik de techniek van het aanmaken van een geste binnen een bepaalde corridor voor het eerst wou uitbreiden tot het uitdrukken van de gedachte aan een persoon, zoals ik die in mijn brein meen te (kunnen) evoceren. hier is de geste die bij mij emergeert als ik aan Bernard Réquichot denk (ik heb de uitspraak niet opgenomen, dus geen audio, sorry).

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

journal intime #98

jt98 – Dépôts de signifiants, grains de jouissance – LUCHT

dingetjes zijn het, kiezels op een kiezelstrand, maar jij alleen jij zoekt die kiezels er uit die je opraapt en mee naar huis neemt alwaar ze herinnering worden en actieve beleving elke keer als je ze bekijkt, betast, in je handen houdt.

het genot van het hebben, van het gekozen hebben, van het belang hechten, betekenis geven.

kijk: een uniek album van hoogsteigen taalafzetting in grafiet op papier!

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

journal intime #97

jt97 – qu’est-ce que comprendre la folie – WA TER

waarom kan ik u niet zeggen wat deze ‘kleine’ fuga in sol klein, BWV 578 van Bach ‘betekent’?

o, ik kan gerust honderduit vertellen wat dit prachtige stukje muziek voor mij betekent, dat ik er nog steeds tranen van in de ogen krijg als ik het stretto door mij heen voel gaan, ik zou lyrisch worden mocht ik u mogen vertellen hoe ik het urenlang zonder al te denderend resultaat heb willen spelen op het Hammond-orgel van mijn vader, maar ik ga u, in weerwil van de titel van deze reeks, al die intimiteiten besparen. want dat is geen antwoord op de vraag, dat is niet wat deze fuga ‘betekent’ , wat die ‘zou willen zeggen’…

waarom horen we bij muziek, of dans of een schilderij zo vaak de mensen zeggen dat het ‘niet in woorden te vatten is’, dat het ‘onzegbaar’ is, ja zelfs dat het ‘niet van deze wereld’ is?

het standaard-antwoord van de Nieuwe Kathedraal van de erotische Ellende op alle waarom-vragen is : “het zal u leren”.

in dit geval zou Ludwig Wittgenstein het eens zijn met deze Kathedraalse koan, want zoals Christiane Chauviré in haar artikel “Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein” [CHAUVIRÉ 2003] ons zeer helder duidelijk maakt berusten de ideeën over het onzegbare (‘the ineffible’ in de Engelse tonnen boeken daarover) die aan Wittgenstein worden toegeschreven geenszins tot zijn opinie daarover.
voor Wittgenstein was die nood aan verwoording van de esthetische ervaring een artificiële nood die opgewekt werd en eigen was aan het filosoferen. een normaal mens luistert naar de fuga en geniet, alleen filosofen of betweterige bloggers zoals ik vragen zich luidop af wat die fuga nou ‘wil zeggen’…

Kierkegaard heeft immers overschot van gelijk als hij beweert dat muziek en dans ‘hogere kunsten’ zijn dan de kunsten in het talige domein zoals theater of poëzie omdat ze veel ‘onmiddellijker’ werken: zij hebben het ‘middel’ het medium van de taal niet nodig. wat wil het zeggen, die muziek? als het wat wou zeggen had Bach de woorden wel genoteerd en niet de noten. God spreekt in zijn muziek, dat zou onze Johann zeker beamen maar wat Hij zegt is niks anders dan de muziek zelf.

Jean Oury valt op 6 januari 1988 op het einde van zijn lezing in als derde stem bij de zich al verstrengelende meningen van Wittgenstein en Kierkegaard als hij wijst op het grote gevaar van reductie als je je begint af te vragen wat het zou kunnen betekenen om te begrijpen wat sommige patiënten doen als zij zich ‘als gedrevenen’, ‘in hun waanzin storten’ op de creatieve expressie.

want als het te begrijpen was, zouden ze het misschien ook gewoon kunnen zeggen, maar geen van de lijdenden doet dat, dus zou het maar al te gek van ons zijn als we hun waanzinnige expressie zouden willen reduceren tot de talige vorm van begrijpelijkheid die voor hen op evidente wijze niet meer werkt.

het is toch met enige schroom dat ik in dit soort gezelschap bijna gedwongen word om een vierde stem dit thema te laten herhalen en ik klim dan ook maar heel ff op het al te gladde orgelzitje om dan weer snel in vier woorden af te dalen tot mijn ware proportie van boekloos en confuus bevingerd dichtertje. ik doe het, denk ik, maar best met de pedalen, want ik word bij god zenuwachtig als men mij op de handen kijkt.

waarom toch hebben u en ik, die toch deze muziek al hebben om alles van het goddelijke tot diep in onze ziel te laten ervaren, waarom toch zijn wij anders dan de vogel die met zijn Messiaens gefluit gods glorie moeiteloos beamen en herhalen kan, zo onherroepelijk getroffen door de onaflatende plaag van de taal? waarom, zo vraag ik u?

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

ARTAUD 1947: Artaud, Antonin, Van Gogh le suicidé de la société, Gallimard, Paris, 2018, ISBN 978-2-07-076112-8

ARTAUD 1956: Artaud, Antonin, Oeuvres Complètes Tome I, Gallimard, Paris, 1956

BARTHES 1995: Roland Barthes, Oeuvres complètes vol. III , Paris: Seuil, 1995

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHAUVIRÉ 2003: Chauviré Christiane, Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein dans Rue Descartes, nr 39, Wittgenstein et L’art (februari 2003), PUF

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

FREUD 1989 I: Freud, Sigmund, Colleges inleiding tot de psychoanalyse . Inleiding tot de psychoanalyse 1/2, Boom Meppel Amsterdam, 1989

KUSTERS 2014: Kusters, Wouter, Filosofie van de Waanzin, Lemniscaat, Rotterdam 2014

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

MURRAY 2014: Murray, Ros, Antonin Artaud, The Scum of the Soul, London, Palgrave Macmillan, 2014, ISBN 978–1–137–31057–6

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960

journal intime #94

jt94 – il se passe quelque chose la – BAL LAST

in het Frans gebeurt het niet, maar hij. als Jean Oury wil zeggen dat er iets gebeurt, daar in die Fabrique du Pré van hem, dan moet hij eerst over ‘hem’: er gaat iets ‘hem’ voorbij daar: het gebeuren dat verder even onpersoonlijk en abstract wordt gedacht als in eender welke andere taal (voor zover ik die ken en da’s dus niet bijster ver), moet in het Frans eerst door de mannelijke zijnspoort.

als het regent valt dat zo niet op (dat hij regent – ‘il pleut’) maar omdat het gebeuren reflexief is, is het wat opvallender: hij moet zichzelf nog ’s voorbij, en, dat weten we, daar heeft Hij het soms knap lastig mee.

ja, ik weet het. stilstaan bij dit soort versteende eigenaardigheden in een taal wekt wantrouwen op, in deze tijd. dat heb ik al mogen merken. het nazisme heeft de deur van de historische taalkunde te fel besmeurd. ik vond en vind dat doodjammer, want op ‘Germaanse’ (ik studeerde, lieve kindjes, in de tijd dat talen nog per familie werden bestudeerd, da’s nu ook al niet meer nodig/wenselijk) vond ik het vak Historische Taalkunde eigenlijk het enige boeiende. ik bleef dan ook maar uit die lessen weg, stel je voor dat ik mijn verachte studierichting (ik wou filosofie doen, maar dat mocht niet) ook nog interessant ging vinden. nee, ik vind dat geen gemiste kans, mijn universitair débacle. bij de betekenaar ‘gemiste kans’ denk ik aan geheel andere euh, dingetjes.

elkwegs: dat is dus een spijtige toestand, die obstructie van de historische linguistiek, want de taal heeft haar eigen Fabrique du Pré waarin ‘vanalles’ gebeurt dat sporen nalaat en die worden momenteel nauwelijks nog onderzocht.

maar ook dat verandert wel weer, binnenkort, markeer mijn woord .

ik haal die il-kwestie hier omdat die noodzaak in het Frans om telkens in die termen te spreken mij een serieuze hinderpaal lijkt om te kunnen twijfelen aan de vanzelfsprekendheid van het Zijn, de basisvoorwaarde om te komen tot de Neo-Kathedraalse Eclips in het Moment (onze versie van het zen satori ding). il est incontournable! wee o wee: mijn Gignomenologie gaat nooit doorbreken in de francofone wereld! il n’y a rien à faire, de nijdigaard!

seg, wat denk je, zou het niet zo zijn dat wij allemaal wel hetzelfde brein hebben en daardoor min of meer allemaal op dezelfde manier denken maar dat wat dat betreft de taaldiversiteit zorgt voor een openheid die maakt dat we niet vastdraaien in onze eigen code? ik heb altijd gedacht dat we die diversiteit echt nodig hebben en dat dus die Babelse vloek eerder een zegen was. men zegt altijd dat we minder gewelddadig worden als we mekaar maar beter begrijpen, maar ik geloof daar niet zoveel van. eerder het tegendeel. zonder die taalverschillen hadden we elkaar al lang geleden de kop in geslagen. als ‘ja maar zo bedoelde ik het niet’ niet meer werkt is de kous te snel af.

maar goed. iets geheel anders wat ik vandaag bedacht bij de Oury-lectuur is dat Freud ook wel heel erg bepaald werd in zijn denken door de Romantische Bildungs-gedachte die in zijn tijd nog gemeengoed was. een karakter werd opgebouwd, dus is het maar logisch dat je een onbepaalde onderlaag hebt die alsmaar vaster en complexer wordt.

in onze degradatietheorie zullen we dat toch ietwat moeten herzien. als het ego bij Freud van alles nodig heeft qua negatiemechanismen ‘pour pouvoir se construire’ zoals ik vandaag bij Oury lees, dan is dat streven naar het gezonde ik als een voltooide werf enkel vanzelfsprekend als je evolutief denkt. dan valt ook die eigenaardige reflexieve wending in het ‘se construire’ helemaal niet op, net zoals er in een album van Suske en Wiske er geen haan naar kraait als Jerommeke in staat blijkt om zichzelf op te heffen: de sterkste man ter wereld kan dat nou eenmaal, dat weet toch iedereen…

misschien, opperen wij dan uiterst voorzichtig want er resteren ons nog amper een lezertje of vier, misschien is het toch meer aannemelijk dat de boorling in zijn verworpen staat en geconfronteerd met de taterende Ander niet anders kan dan afdalen in de schizofrene hel van het Ik, compleet met haar locale kringen van de taal?

ik wil wel ’s bekijken wat dat geeft als je die hele Bildungsgeschichte van Freud 1.0 in haar Lacan-update die de toevoegingen van Freud 2.0 blijkbaar veelal ongedaan wil maken, van in den beginnen (en ver daarvoor) omdraait, en je je luidop (maar toch best niet te luid en in een beveiligde omgeving) afvraagt hoe het zover is kunnen komen dat alles in onze samenleving erop gericht is op onze nieuwe exemplaren zo snel mogelijk te laten degraderen tot de normopaten die onze ‘werkelijkheid’ beheersen, euh, wij dus, al bestaan er ernstige twijfels of ik nog wel bij die wij der niet-waanzinnigen mag gerekend worden.

als het onderbewuste, zoals Lacan zegt, inderdaad als een taal georganiseerd is, dan zou dat ‘gebied’ net zo goed een toonbeeld zijn van menselijke onmacht, maar dat geloof ik eigenlijk nu al niet meer. maar om uit te zoeken hoe het dan wel zit, moeten we dus eerst een werkbare kennis van de bestaande theorie verwerven. aha, juicht, verworpenen der aarde, we hebben een excuus!

we gaan nog veel moeilijke boekskens mogen lezen, denk ik , vooraleer we dat soort vage noties in een de fragiele snoepjesmachine van de falsifieerbare hypothese kunnen frommelen om er dan met veel gehamer wat schamele resultaten uit te prutsen, papierkens handleiding bij een gummibal, die niemand wil lezen laat staan geloven.

een ronduit zalig vooruitzicht, vind ik dat, een ware vista van rust en vrede in deze uiterst beklemmende tijden…

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

journal intime #93

93 – ouvrir l’attente dans le fermé – GE NI JAA L

ik heb vandaag mijn dagje niet, het loopt niet echt, maar bon we zullen van de nood een deugd maken en pogen enkele algemeenheden over de opzet van mijn werk te verwoorden, een korte status quastionis van de Gignomenologie, da’s altijd een goede oefening. en de kans is bijzonder klein dat er van de kant der gignomenologen veel kritiek gaat komen over de onvolledigheid hiervan.

het begon al vanochtend. je kan het horen aan mijn uitspraak van het woord ‘geniaal’ dat ik al efkens wakker was: en er zit belachelijk veel theater in die uitspraak, een bruisende zee van ironie waarin de tegenstrijdige zingevingen aan het (voor mij) onzinnige concept van de genialiteit doorklinken in de functionele herhaling van de klanken. tja, als ik al in mijn bed begin te acteren…

elkwegs: er zat, zit ook een onmiskenbaar uniciteit in de uitspraak, want het zit namelijk zo: elke, eender welke uitspraak (vocalisatie) is (achteraf extern bekeken) een keuze uit ontelbare mogelijke manieren waarop een woord kan worden uitgesproken (inclusief alle ‘foutieve’ en ‘onbegrijpelijke’ wijze van uitspraak, dus ook die van mensen die onze taal niet kennen, de uitspraak van zwakzinnigen, van na-apende peuters, van simulerende machines). in de praktijk is het dan en daar altijd de enig mogelijke uitspraak, maar dat is dan weer iets voor de determinatiediscussie die eigenlijk al afgesloten was voordat ze begon (de vrije wil is een illusie, de tijd is een zintuig).

toch, achteraf bekeken, de invoer van het woord zal in een oneindige reeks van ‘uitspraakopstellingen’ nooit tweemaal dezelfde zijn, al was het maar omdat er steeds een minimaal tijdsverschil zal zijn tussen de herhaalde uitspraak van dezelfde uitspraakopstelling.

de term ‘uitspraakopstelling’ is bewust gekozen omdat het woord vermag te verwijzen naar het gebruik van ‘configuratie’ in bv. de configuratie van een computer, waarbij dus verschillende onderdelen een werkend geheel maken, een ding dat werkt.

ik ben als ik ’s ochtends mijn woordjes herhaal zo’n ding dat werkt als uitspraakconfiguratie. we maken van dergelijke aggregaten of configuraties abstractie tot de eenheid van een werkend ding (functionalisme in het denken dat devolueerde naar de concretisatie ervan in de Object georienteerde programmatie (OOP)) omdat we dat gewend zijn, omdat we dat kunnen en we weten dat abstracties nuttig zijn, dat we daar wat aan hebben. we zijn dat zodanig gewend dat we niet meer zonder kunnen in onze voortdurende behoeftebevrediging, dat het een vanzelfsprekendheid is geworden.

wat het ook moge wezen: we hebben dingen nodig, we hebben het begrip van een ding nodig waarin het ding altijd hetzelfde is zodat we er op kunnen bouwen.

we kennen dat ding-dat-werkt al heel vroeg in ons leven: aan de geur van melk in de verte heb je niks, aan een tepel waar melk uitkomt als je zuigt heb je alles. maar die tepel als ding-dat-werkt is al heel wat anders dan het veel complexere ding aangeduid met ‘uitspraakopstelling’ om maar te zwijgen van het concept ‘geniaal’. de tepel is veel ‘echter’, zelfs al werkt het ding soms niet (mama heeft geen melk) want kijk ’s naar die andere ‘dingen’: vooraleer er twee mensen het eens geraken over wat voor ding ‘geniaal’ is, zijn we allicht twee levens verder: we hebben daar geen tijd voor dus laten we die dingen voor wat ze zijn en gebruiken we de woorden in de hoop dat iedereen ze min of meer begrijpt. o jee: we bedoelen een ding maar het bestaat niet echt want iedereen vult het min of meer anders in en iedereen spreekt het woord ervoor dan nog ’s min of meer anders uit.

taal en de dingen die we ermee fabriceren in onze gedachten of via de actieve coderingen in een talig programma genereren op die manier een explosie van complexiteit die oncontroleerbaar is van het moment dat ze hun intrede doen. veel wetenschappelijke activiteit bestaat er net in om die hopeloos complexe taal te omzeilen met gereduceerde taalvormen, formeel taalgebruik, waarvan de wiskunde voor velen het nec plus ultra is dat zelfs de status van enige echte werkelijkheid voor zich kan opeisen.

vanuit de psychologie weten we echter dat elke ‘werkelijkheid’ een constructie is, een fictionalisering, een gemaakt ding dat ons psychisch beschermd voor het totaal onleefbare Echte. alleen zijn we nog niet bereid om daar in de andere wetenschappen de nodige conclusies uit te trekken, omdat de mensen daarvan het belang niet inzien en de psychologen zelf eigenlijk ook niet, misschien omdat , euh, nee dat ga ik nu maar ff niet zeggen :-)


eenheid – meervoudigheid – totaliteit.
realiteit – negatie -beperking.
substantie – oorzaak – wederkerigheid.


wasda? ‘da’ zijn drie reeksen van categorieën van Kant. dat zijn dingen die werken die we volgens Kant a priori kennen en gebruiken, zegt Kant. u, ik en iedereen, want het zijn universele categoriëen. hm. wel wel.

van de enkelingen die Kant gelezen hebben komt er misschien nog 1 iemand heel toevallig ooit ’s op deze tekst van mij uit en die persoon zal zich dan misschien vaag kunnen herinneren wat Kant nou ook weer bedoelde met één van die categorieën. ikzelf vergeet dat soort indelingen prompt na lezing, mijn geheugen is zaligmakend zeefgelijkend. maar daar gaat het niet om.

het punt is dat deze kennisobjecten enkel functioneren binnen een theorie waarin zij welomschreven zijn, binnen een werkend systeem, een programma. het programma van Kant is, dat wordt alom gezegd, en ik neem dat aan, van een indrukwekkende grootsheid. op basis van dit systeem, een kritiek van onze manier van denken, komt Kant uiteindelijk tot een ethiek, een kritische bezinning over het juiste handelen (die iedereen om een even indrukwekkende manier volslagen naast zich neer legt, tenzij dan de professoren en studenten in de Kantenklos en de heilige die het eindelijk ’s van een ander hoort).

dat is een beetje de traditie in de (westerse/academische) filosofie: je bouwt een kennistheoretisch systeem waarmee je aansluit bij een van de lopende ismes (realisme, idealisme, rationalisme, vitalisme,…) en daaruit distileer je dan uiteindelijk een ethiek waar je de lezer duidelijk maakt dat we allemaal beter zo en zo zouden handelen en dat en dat zouden doen, maar ja, ’t was maar een idee hoor en nu ga ik sterven. als je wat verdwaalt in al die stelsels en ethieken en groots opgezette denksystemen krijg je echt een verbluffende kijk op wat een menselijk brein allemaal kan verzinnen. de filosofie is een onuitputtelijke bron van zelfbewondering van en voor de gedevolueerde mensaap.

d’r is maar 1 minpuntje aan: ’t zijn allemaal mannelijke systemen en overal staat het Zijn centraal (de ontologie) en elke versie van het Zijn is ontworpen voor de accomodatie van dat ene Ding, waarvan we ondertussen gezien hebben dat het een fictie is die we enkel gemakshalve een bestaan toekennen omdat we geleerd hebben dat dat nuttig was.

en we belijden dan wel de letter van de wetenschap die zegt dat God eigenlijk dood is en het Zijn een fictie, maar we luisteren nauwelijks naar de Geest van de wetenschap laat staan dat onze acties haar Ziel veruitwendigen. (grapje onder deontologen) (sorry).

omwille van dat ene schoonheidsfoutje op het blazoen van de filosofie wil de NKdeE een non-filosofie nastreven die het Zijn overbodig verklaart en het Ding slechts wil gebruiken als het zich nuttig weet te maken (stofzuigen? ’t afwasmachien leegmaken?). want als er één fictie mogelijk was die zoveel kan verwezenlijken als het Ding en het Zijn, dan ligt het in de aard van het concept ‘fictie’ dat er meerdere mogelijkheden moeten bestaan en dat we die andere mogelijkheden niet hebben onderzocht, dat is makkelijk verklaarbaar door de afhankelijkheid die we in de loop der eeuwen hebben opgebouwd van het Zijn en de Dingen in hun steevast mannelijk perspectief. onze beginvraag bij dat alternatief onderzoek was aanvankelijk moeilijk te stellen, zonder enig Ding om te beginnen. maar uiteindelijk vonden we toch een eerste formulering die ons vruchtbaar leek: wat gebeurt er als we niet meer vragen naar het wat van de dingen, hun existentie (die dus verworpen wordt) maar naar de hoedanigheid van hun gebeuren. hoe werken deze fictieve dingen (als fictie), hoe gebeuren zij als ding binnen de fictie van hun zijn? deze methode is uiteindelijk een geradicaliseerde fenomenologie in de traditie die door Husserl is ingezet, vandaar dat we onze opzet ook een ‘gignomenologie’: de leer die onderzoekt hoe het gebeuren verschijnt aan onze waarneming. de filosofie zelf wordt in die optiek een soort van historische narratologie, een praktijk die eigenlijk al door Derrida en Deleuze beoefend werd, al waren geen van beiden bereid om die laatste stap te zetten.

vanuit die gignomenologische opzet die we heel stilletjes aan verder willen uitbouwen en intern meer consistent maken, proberen we nu de mogelijkheid van het onmogelijke te verkennen: een methode om tot een schrift van het (op z’n Lacan’s te begrijpen) Reële te komen, een manier, om het in de bewoordingen van Oury te zeggen, om een gesturale communicatie te ontwikkelen die geënt is op de site van de emergentie, een site die Oury aanduid met de verwijzing naar het boek van Francis Ponge, de Fabrique du Pré, een temporele virtuele locus, als het echt moet een Heideggeriaans Oord te situeren voor alle logica en voor de werking van de Freudiaanse verdringing, maar daarvoor moet ik nog behoorlijk wat bijlezen in de bepaald uitgebreide stallen van Sigmund en Jacques.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

journal intime #92

jt 92 – Le présent c’est quand je parle – VER DWA LE

wanneer Jean Oury het in zijn ‘Création et Schizophrénie‘ [OURY 1989] over een ‘site’ heeft, een Heideggeriaans Oord* waar de Fabrique du Pré van Francis Ponge staat te draaien, dan heeft hij het over een geheel virtuele locus die toch een ‘echte’ extensie heeft in het spatio-temporele continuum.

dat is tenminste wat je kan veronderstellen, want Oury definieert niet, hij evoceert door middel van referenties een landschap en voert de lezer mee op een wandeling doorheen dat landschap, ondertussen ons geanimeerd wijzende op allerlei merkwaardigheden die zich in dat landschap manifesteren. de leeservaring geeft mij een aangenaam gevoel van ruimte en vrijheid

de tweede sessie van het academiejaar 1987-88, die van 2 december 1987 [OURY 1989 p. 89-103] is weer net hetzelfde soort wandeling als we in de eerst kregen. de strategie van het boek is duidelijk nu: door een opeenvolging van dergelijke wandelingen ontstaat er een vertrouwdheid met het landschap en kan het landschap zelf een site worden om Oury te ontmoeten, om te delen in zijn ervaring van de site van de theorie. het is meer een verwijlen met dan dat het een exposé is.

hier doen we hetzelfde soort wandelingen, en we ontmoeten daarbij allerlei theoretische merkwaardigheden waarlangs we bewegingen maken die niet altijd even correct zijn, maar we hopen dat we wel reactie krijgen als we te fel uit de bocht gaan en we lezen en herschrijven ook voortdurend zelf onze bschrijfbewegingen om zo tot een minder met fouten belast parcour te kunnen afleggen.


wanneer Lacan zegt ‘Le présent c’est quand je parle’ geeft hij daarmee aan wat waarschijnlijk ook de neurologische basis voor onze nu-ervaring is. we weten immers dat het brein een twee-snelheden-brein is waarbij de prikkelverwerking, de sensatie bliksemsnel is (de snelheid van de electriciteit?) en de ‘hogere’ cognitie een relatief trage snelheid kent.
dus als we praten horen we niet alleen onszelf praten, we begrijpen ook deels wat we zeggen opnieuw terwijl we het uitspreken, in een lus waarin ook een correctiemechanisme actief is en waar er tot groot jolijt van de analyst ook vreselijk veel kan fout lopen dankzij allerlei verdringingen, condensaties en ontkenningen.

de weg van het praten loopt, zo las ik onlangs in een artikel van Ariane Bazan, via een beweging die in de hersenen de feitelijke aansturing van de motoriek alvast simuleert en ik kon het mij dan zo voorstellen dat je die simulatie dus ook naar believen op ‘luidop denken’ kan worden gezet, een switch-ervaring die ons zo vertrouwd is dat we ze al als metafoor kunnen hergebruiken voor het overdenken van de eigen gedachten.

eigenlijk feitelijk beleven we zo voortdurend onze eigen ‘futur anterieur’: het uitgesprokene is de voltooide vorm van de toekomstige tijd die we denken. daar ligt misschien ook de neurologische basis voor onze intuitie die al weet dat ze iets gaat weten vooraleer het gedacht is. een intuitie die van het ene voorvoelen in het volgende blijft doorlopen tenzij ze aan de interruptie van het taal wordt onderworpen (“L’interreption” – Maurice Blanchot, dat moet ik nog lezen).

onze proprioceptie (fr: ‘proprioception’ onlangs op Arte opgevoerd als ons ware zesde zintuig) die voortduren tegen hoge snelheid ons lichamelijk zelfbeeld produceert, wordt via de taal verklankt tot spraak die in de eerste plaats samenspraak is, als samenspraak ontstaan en georganiseerd is, zoals geluid ook communicatief in groepen van apen wordt gebruikt: een klankenstroom die de andere klankenstromen onderbreekt en zo sociale betekenis opbouwt, een ‘wonen’ om het met een korrel Heidegger te zeggen, van de groep in het Oord van de klank.

taal is dus een vorm van omgang vooraleer het betekenisproductie is, een ware commerce in de attentie-economie van de groep. de logos brengt daar echter verandering. want wanneer is er van logos sprake? dat is wanneer de taal als een netwerk van betekenaars een zekere autonomie bereikt via de herinnerde beleving van het ‘toevallige’ verbinden van bepaalde klank(combinaties) met bepaalde betekenaars (de mentale simulaties van de motorische sturing die nodig is voor de uitspraak) en van daaruit met woorden die supra-individueel overleven in het ‘organisme’ van de taal, om die metafoor maar ’s te gebruiken want in de taal kan je net zo min over de taal spreken als dat je het schaakspel al schakende kan uitleggen, maar we behelpen onszelf zo, want de taal dwingt ons om de taal een bestaan toe te schrijven dus moeten we ook wel kunnen zeggen wat de taal is want anders ontkennen we sebiet het bestaan van God nog, dedju.

maar oké, bon, goed, zover zijn we dus: we hebben een logos die een autonoom systeem geworden is in wat ondertussen tot een heuse spreektaal verworden is. maar wat zien we: hoe meer autonomie die logos krijgt (de Orde van het Woord – Foucault) hoe meer alienatie die logos veroorzaakt bij het individu, want wat zij in de mond neemt is eigenlijk vreemd aan haar. via de techniek wordt de logos ook nog ’s vertaald naar het mechanische dat meer een meer greep krijgt op onze levens, tot we in een stadium beland zijn waarbij onze ‘omgang’, onze attentie-commerce niet meer rechtstreeks met andere individuen wordt gevoerd maar via de omweg van het schrift verloopt, via de rol, via het boek, het gedrukte boek, het mechanisch gereproduceerde boek en tenslotte de interactieve app: de tekstspleetjes op/in je Facebook ping-Ding.

wanneer het misgaat, bij diverse vormen van schizofrenie komt heel dat systeem van sociale veruitwendiging vaak tot stilstand, we zeggen dan die persoon geblokkeerd zit, of dat er ‘niks zinnigs meer uit komt’.
de band met de spreektaal en de logos is afgebroken, vernield door traumatische ervaring of gedegradeerd door ziekte of overbelasting.

we zagen bij de vorige wandeling in Oury’s landschap dat de ziekte zelf een vorm van herstel kan zijn, die heel traagjes dde innerlijke beleving terug laat aansluiten op de sociaal acceptabele beweging. op de wandeling vandaag lezen we ondermeer hoe Gisela Pankow die band tussen patient en analyst terug tot stand weet te brengen door de patient met klei te laten werken zonder daarbij de bewerking tot het talige te willen gaan reduceren, zonder te willen interpreteren, want de klei dat ‘is’ dan de patient, daar gebeurt wat er ook innerlijk gebeurt. er wordt een nieuwe communicatiemethode geënt (Oury spreekt van ‘griffes’) op het door de ziekte afgesloten innerlijk.

in de techniek van de asemische lezing kan je iets soortgelijks bewerkstelligen, en dat geeft de asemicus ( en ev. de begeleider) de kans om te werken met zijn/haar zelfbeeld. want de schriftbeweging komt ook tot stand in dat oord van het Pré, voordat het cognitieve niveau de kans heeft gekregen om alles met haar logos toe te ritsen. het is dus eigenlijk fout van Oury om te zeggen dat er daar sprake is van een poëtische logica, want er is daar geen logos te bespeuren en er wordt ook niets gemaakt zoals er in de poëzie dingen worden gemaakt. wat er gebeurt is pure lyriek, het zingen van de nog-niet geïndividualiseerde ziel

het verschil tussen poëzie en lyriek kan je het best uitleggen met een voorbeeld van dichters: Herman de Coninck bv;, die maakte op meesterlijke wijze poëzie, die schreef teksten die af waren (en toe). als je een de Coninck leest, dan lees je over iets, en dan heb je het wat dat betreft gehad, daar heb je niks meer aan toe te voegen.

een lyricus daarentegen, neem Van Ostayen als voorbeeld, die brengt niks tot stand, die heeft het nergens over, die laat iets gebeuren. de lyricus staat toe dat de lyriek via hem naar de lezer vloeit die het dan ook kan ervaren. lyriek ontstaat ondanks de lyricus, dankzij zijn/haar bereidheid om te sterven ervoor, de ervaring ervan is hem/haar duizend keer meer waard dan eender welke eer, faam of beloning.

poëzie is een product gemaakt door een dichter die over iets het laatste woord wou hebben. wat hem uiteraard van harte gegund weze. lyriek is deelname aan de wereldziel, een tijdelijke oplossing van elke individualiteit.

da’s eigenlijk alles wat ik wou zeggen vandaag, maar ik vond de weg ernaar toe ook wel best plezant.

tot morgen!


*als je in een theorie niet kan verdwalen functioneert ze niet meer als theorie, vind ik, dan is het hooguit nog mest voor een nieuwe theorie die wel nog kan wèrken. als ik Heidegger lees voel ik walging en dat vraag ik mij uiteraard af hoe dat komt. ik denk dan, wel dit is nou net de Herman de Coninck van de filosofie: het is allemaal prachtig en het klopt als een bus, maar het is proppensvol toe-geschreven, dood-gemaakt, conceptueel af en lyrisch kapot dat het afstotelijk wordt. dit is voorwaar industrieel opgewerkte Platoonse grotshit. het Ding zwaait de plak. ik voel mij haast letterlijk in de mond genomen.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

ARTAUD 1947: Artaud, Antonin, Van Gogh le suicidé de la société, Gallimard, Paris, 2018, ISBN 978-2-07-076112-8

ARTAUD 1956: Artaud, Antonin, Oeuvres Complètes Tome I, Gallimard, Paris, 1956

BARTHES 1995: Roland Barthes, Oeuvres complètes vol. III , Paris: Seuil, 1995

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHAUVIRÉ 2003: Chauviré Christiane, Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein dans Rue Descartes, nr 39, Wittgenstein et L’art (februari 2003), PUF

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

FREUD 1989 I: Freud, Sigmund, Colleges inleiding tot de psychoanalyse . Inleiding tot de psychoanalyse 1/2, Boom Meppel Amsterdam, 1989

KUSTERS 2014: Kusters, Wouter, Filosofie van de Waanzin, Lemniscaat, Rotterdam 2014

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

MURRAY 2014: Murray, Ros, Antonin Artaud, The Scum of the Soul, London, Palgrave Macmillan, 2014, ISBN 978–1–137–31057–6

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960

journal intime #91

jt 91 – il faut travailler le “pate” humaine qui nous entoure – WACH TEN

de eerste séance van Jean Oury’s seminarie van 1987-1988 in diens Création et Schizophrénie [OURY 1998], is een ware grabbelton van werktuiglijke concepten. Oury laat zijn usual suspects opdraven in een Petrarkeske Trionfo van de Weide, de Pré, zijn naar eigen zeggen onvertaalbare hoofdconcept. hij verwijst daarmee naar Francis Ponge’s titel ‘Fabrique du Pré‘, titel van een boek waarin Ponge als een ware voorvader van de Kathedraal de interne keuken van zijn schrijverij publiek maakte en liet zien hoe het gedicht ‘Pré’ tot stand kwam.

Oury lijkt bij dit concept de tekst van Ponge meer als een activerend label te gebruiken voor alles wat de artistieke Gestaltung als ‘oeuvre’ voorafgaat, dan als een echte verwijzing naar de schrijfmethode van Ponge zoals die in het boek wordt tentoongesteld

(een tentoonstelling is nog geen simultane beleving en interactie met de lezer, die mogelijkheid had Ponge nog niet, maar daar komen we ongetwijfeld later op terug).

elkwegs, het punt is dat Oury onder die Pré-hoofding een hele reeks van extern ontwikkelde ideeën laat samenvloeien en die toevloed, dat is me nogal wat.
want de Fabrique du Pré is bij Oury niet alleen alles wat pre-rationeel, pre-intentioneel, pre-representatief of pre-predicatief is, het is een ganse site, een landschap, en een passage daardoor want de weg is het wandelen. wat treffen we aan op deze site, een lijstje want het bespaart mij veel verder opzoekingswerk:

  • Husserl’s kernconcept van de ‘Abschattung‘, de schets waarvan het door Husserl veronderstelde directe contact met het Reële door Oury fel in twijfel getrokken wordt: wat de Abschattung laat verschijnen is niet het Echte maar (reeds) een Gestaltung
  • Heidegger’s Dasein (Oury verwijst uitdrukkelijk naar de tekst ‘Bâtir, habiter, penser’ uit de vertaalde ‘Essais et conférences’) veronderstelt van het individu een onderwerping aan de ‘normopathiek’: we worden gevat in de profielen van alle dag (ik actualiseer) die ons de toegang tot de zone van de site ontzeggen. we leiden aan normaliteit.
  • Julia Kristeva’s semiotische Chora, met name zoals dat geevoceerd wordt in haar Baktine-tekst over diens Carnavalwerk (dat voornamelijk refereert naar Rabelais, het boek werd in mijn lezing het startschot voor de vijf edities van het Klebnikov Carnaval (2008-2014)
  • diverse loci bij Lacan, diens 4 discours S1, S2, S en ‘a’, hoe een passage van het ene discours naar het andere ons toestaat ons te distanciëren van het onmogelijke Réel
  • de Nachträglichkeit van Freud en de grafiek van de ‘boucle retroactive’ van Lacan die hij daarmee verbindt
Index of /mirror/www.valas.fr/IMG/gif
  • de noties van het interval, scandering en de interrupt bij Maurice Blanchot (we moeten de tekst ‘L’interruption‘ lezen, staat er)
  • de correctie die Jacques Schotte aanbrengt op de verkeerde interpretatie van Freud’s ‘Versagung’ dat je niet zomaar mag vertalen met ‘frustration’ omdat de analysator moet zwijgen: het Versagen verwijst ook naar het uitputten van het zeggen, het laten uitpraten, zodat het Verzwegene of het tussen de regels gezegde zichtbaar kan worden in de vrije uitstroom van de narratie
  • het kosmogenitische punt van Klee ( ha dat kennen ook we al)
  • de site du Pré is ook de plaats waar we de Urverdrängung, de oerverdringing van Freud dienen te situeren
  • de site is beschrijfbaar met de tool van het pentagram van Viktor Von Weizsäcker, die het terrein van de primaire sensaties stratifieert met de basismodaliteiten van de Trieb : moeten, willen, kunnen, mogen en zullen (‘sollen’)
  • het terrein van de primaire sensaties wordt ook beschreven door Henri Maldiney in diens ‘Regard, parole, espace’ (dat boek zou ik morgen moeten voorhanden hebben))
  • het terrein valt samen met de ‘paysage’ van Erwin Straus en vormt de basis van een echte diagnose: je moet de patient ontmoeten in zijn landschap, door het landschap passeren en er deelhebben aan de ‘Geschmack und Atmosphäre’ (ik leer hier meer Duits per uur dan op gans mijn humaniora) van Hubertus Tellenbach

tja, we gaan nog een maand moeten wachten voor we daar binnen mogen è ze zijn daar al met meer dan tien!

ondertussen kunnen we echter hier al bekijken hoe dat ‘travailler le “pate” humaine qui nous entoure’ er in onderstaande aangrijpende projectie van Maja Jantars M[other]land kan aanvoelen:

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

ARTAUD 1947: Artaud, Antonin, Van Gogh le suicidé de la société, Gallimard, Paris, 2018, ISBN 978-2-07-076112-8

ARTAUD 1956: Artaud, Antonin, Oeuvres Complètes Tome I, Gallimard, Paris, 1956

BARTHES 1995: Roland Barthes, Oeuvres complètes vol. III , Paris: Seuil, 1995

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHAUVIRÉ 2003: Chauviré Christiane, Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein dans Rue Descartes, nr 39, Wittgenstein et L’art (februari 2003), PUF

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

FREUD 1989 I: Freud, Sigmund, Colleges inleiding tot de psychoanalyse . Inleiding tot de psychoanalyse 1/2, Boom Meppel Amsterdam, 1989

KUSTERS 2014: Kusters, Wouter, Filosofie van de Waanzin, Lemniscaat, Rotterdam 2014

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

MURRAY 2014: Murray, Ros, Antonin Artaud, The Scum of the Soul, London, Palgrave Macmillan, 2014, ISBN 978–1–137–31057–6

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960

journal intime #90

jt 90 – par la vertu du signifiant – WAL GING

in mijn lezing van Jean Oury’s Création et schizophrénie [OURY 1989], een serie uitgesproken weigeringen om to the point te komen, was ik vanochtend aanbeland bij de laatste séance van het eerste seizoen (1986-1987), het deel dat Oury eerst in annexen wou weergeven bij de substantie van wat nog komen moet – het tweede seizoen dat ik nog kan ochtendbenchen – maar dat hij bij nader inzien toch liever in extensu weergaf om ook het groeiproces van die hoofdtekst te kunnen meegeven.

we maken in het boek dus ook de verharding ter boekstaving van de ideeën weer die erin ontwikkeld worden, het boek wil de lezer de ervaring van de totstandkoming van het boek meegeven, het incorporeert haar eigen methode.

het verschilt in aard niet zoveel van wat er hier gebeurt aangezien deze teksten die u nu leest zoals de aanwezigen bij de séances de bevoorrrechte getuigen waren van de uitspraak van de gedachten van Oury, later wellicht ook de invoer voor een verder onderzoek gaan vormen. Neo-Kathedraals onderzoek, de echte fan weet dat nog, is een zoeken naar de afwezige Kathedraal en daardoor het bouwen ervan.

het gaat mij hier om de methode, laten we wel wezen, niet om het belang van de inhoud, ik maak nergens aanspraak op, mijn Kathedraal is immens veel groter en belangrijker dan ikzelf maar ze zal zichzelf net zo goed moeten waarmaken op het moment dat ik er niet meer ben om haar in leven te houden. je moet weten waar je mee bezig bent, au moins.

de methode is niet vreemd aan die van Lacan die in zijn Écrits boek (’t is besteld) van 1966 daartoe ook het essay over Poe’s Purloined Letter vooraan plaatste om duidelijk te maken dat het medium deel uitmaakt van de methode. het is de erkenning voor het onlosmakelijke talige van het denken – en de (pre)talige organisatie van het onbewuste bij Lacan (Oury) – die ons eigenlijk dwingt om de methode in de communicatie van het onderzoek te betrekken, niets minder dan de eerlijkheid, is dat, uiteindelijk.

het is begrijpelijk als misvatting maar toch ook wat tragisch dat net die mensen die deze eerlijkheid aan de dag leggen zoals Lacan en Derrida vaak charlatanerie, mystificatie en hautaine moeilijkdoenerij verweten wordt, maar bon, soit, dat soort verwijten zijn vaak enkel het probleem van degenen die ze uiten.

elkwegs: de sublimatie, zo herhaalt Oury ons vandaag [OURY 1989, p.73], is de passage van het object van verlangen naar het Ding (‘la Chose‘) en het Ding is het betekenisloze dat de inscriptie toelaat, het betekenen. want de signifiant (‘betekenaar’) is in het Saussure-schema per definitie de betekenisloze drager van de signifié (‘betekende’).

onze dagelijkse geste is uiteindelijk zo’n oefening in sublimatie: we fixeren een beweging tot een herhaalbaar spoor, een corridor, die net door de fixatie haar betekenis als spontaan gebaar verliest: het wordt niets meer dan dat wat je ziet.

de overgang van gebaar (emotioneel geladen beweging in het moment) naar geste (het gebaar geabstraheerd tot (on-tijdig?) teken met een ‘afgesproken’ betekenis) herhaalt in een labo-situatie met 1 testpersoon de genese van een betekenaar. ik vind elke dag een nieuw schrift uit bestaande uit 1 teken, met 1 betekenis die door haar uniciteit alle betekenis verliest.

de labo-situatie is natuurlijk niet zoals het werkelijk gebeurt: in de werkelijkheid kan een geste of een andere betekenaar enkel die functie krijgen door iteratie na iteratie van interpersoonlijk gebruik in (differentie)relatie tot een reeds bestaand (taal)systeem.

en die werkelijkheid is op zich een talige constructie, een fictie van het echte, dat noodzakelijk onbereikbaar blijft.

toch: mijn dagelijkse oefening heeft het voordeel dat je het keer na kaar, kan zien (en horen) gebeuren, hoe ‘artificieel’ het proces ook is. het valt nog te bezien, wat precies we zo te zien krijgen.
wat we theoretisch al dachten te kunnen besluiten (de falsifieerbare hypothese) is dat het niet anders kan dan een hoogst-individuele verzameling van hoogst-individuele betekenaars worden, waarbij er een zekere verknoping van klank, gebaar en vooraf bestaande ‘betekenis’ merkbaar zal worden.

het belangrijkste evenwel is dat we gewoon zien wat het wordt, en dat we ons net als Bernard Réquichot laten leiden tot daar waar het werk naartoe wil, los van enige vooropgestelde eisen van ‘markt’ of andersoortige ‘waarde’ .

met die reserve wel, dat als er moet uit ramen gesprongen worden, het werk dat vaneigens alleen mag doen. iedereen zijn ding è.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

ARTAUD 1947: Artaud, Antonin, Van Gogh le suicidé de la société, Gallimard, Paris, 2018, ISBN 978-2-07-076112-8

ARTAUD 1956: Artaud, Antonin, Oeuvres Complètes Tome I, Gallimard, Paris, 1956

BARTHES 1995: Roland Barthes, Oeuvres complètes vol. III , Paris: Seuil, 1995

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHAUVIRÉ 2003: Chauviré Christiane, Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein dans Rue Descartes, nr 39, Wittgenstein et L’art (februari 2003), PUF

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

FREUD 1989 I: Freud, Sigmund, Colleges inleiding tot de psychoanalyse . Inleiding tot de psychoanalyse 1/2, Boom Meppel Amsterdam, 1989

KUSTERS 2014: Kusters, Wouter, Filosofie van de Waanzin, Lemniscaat, Rotterdam 2014

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

MURRAY 2014: Murray, Ros, Antonin Artaud, The Scum of the Soul, London, Palgrave Macmillan, 2014, ISBN 978–1–137–31057–6

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960

journal intime #88

jt 88 – On est plongé dans le desgana – WOEL PUT

Oury beweert van het Catalaanse woord “desgana” (‘tegenzin’) dat het onvertaalbaar zou zijn, maar eigenlijk bedoelt hij dat we de Franse vertalingen ervan niet op die manier kunnen gebruiken, dat geen enkel Franse variant op ‘ à contrecœur’ ons de ruimte, het landschap bieden van de Catalaanse depressie.

het is niet onzinnig om onze verhouding tot de taal te benaderen zoals je een onze verhouding met de ruimte kan analyseren. in het landschap van onze moedertaal, ons thuisland, ons dorp, onze eigen kamers is onzin rommel die we opruimen uit wat we horen/lezen. mensen die praten in een ons onbekende taal op de trein zijn storend, we proberen die niet te horen, want het betekenisloze ervan waar zij dan wel belang aan schijnen te hechten is uiterst irritant.
we aanvaarden ook maar met mate nieuwigheden in ons landschap: een overdaad aan leenwoorden is als storende nieuwbouw in onze vertrouwde wijk. enzoverder.

en sommige woorden vormen een ruimte op zich, een geheel omsloten gevoel, een basisconditie in het willen-moeten-mogen-kunnen-zullen pentagram van Viktor Von Weinsäcker. Kijk ik heb toch een correcte weergave van het Duitse ‘sollen’ gevonden, al is ons ‘zullen’ in die gebiedende wijs misschien wat verouderd. waarom vergat ik dat?

hoe meer Freud je leest, hoe achterdochtiger je wordt. Freud is een echt virus. heeft er iemand al ’s Freud met de eigen methodes aangepakt? deed Luce Irigaray dat niet? we moeten het checken, want eigenlijk moet je dat met elke voorname systeemdenker doen: Kant bekritiseren op z’n Kants, Derrida deconstruëren, Freud en Lacan op de sofa. Freud lijkt mij bij de eerste indruk (na 40 bladzijden ‘Psychopathologie van het dagelijkse leven’) een onverbeterlijk gedeprimeerde narcist die een heel systeem bedacht heeft om in eindeloos dikke boeken honderduit zijn meest banale gedachten een belang te kunnen geven die ze wel moeten hebben, aja het zijn wel Sigmunden è, die lusten zichzelf dus iedereen moet ervan lusten.

hoe dan ook: een onbewezen stelling zegt dat elke succesvolle denkmethode een zwakke plek van haar bedenker verhult. diezelfde volkswijsheid klettert tegenwoordig ook van de aandachtsmolens van de sociale media waar je regelmatig de slogan ‘ walk your talk’ of ‘practice what you preach’ voor de voeten geworpen krijgt, nog voor je iets wou zeggen.

wat ons het meeste ergert zijn de eigen fouten opmerken in de ander, zeker als de ander een ouder is, want dan weten we het onbewust wel, dat we net hetzelfde doen als papa/mama. dus als de jonge Sigmund, of Immanuelleke of één der Jacques gemerkt hebben wat er echt wérkte bij hun ongenaakbare papa’s (of mama’s), hebben ze daar ongetwijfeld zonder enige aarzeling hun levenswerking van gemaakt.

maar ja: zij zijn zelf niet veel beter, dus loop the loop en confronteer dat levenswerk met de eigen methode en hopla daar heb je de kak in de ventilator, om het even in sappig Nengels te stellen.

dat kan je dus ook: taallandschappen als gordijnstoffen kaarten over elkaar draperen en dan een mixed grill bestellen. een beetje Belg wil daar mayonaise bij. wie in een woelput geboren wordt, moet zich het genot van het woelen eigen durven maken.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

journal intime #84

jt84 – ‘il faut que la main trace‘ – WOOR DEN BOEK

op 5 november 1986, de dag van de eerste sessie waarvan het eerste hoofdstuk van Jean Oury’s ‘Creation et schizophrénie‘ de uitgeschreven versie is, is het nog niet zo lang geleden dat André Leroi-Gourhan overleden is. Oury schrijft diens naam verkeerdelijk met een y, maar betoont hem wel het nodige respect door te vermelden dat hij zijn noodzaak om iets met de handen te doen terwijl hij dacht gemeen had met zijn misschien bekendere tijdgenoot Lévi-Strauss: die moest ook iets kunnen kribbelen om zijn aandacht bij het discours ‘at hand’ te houden.

Oury deelt blijkbaar mijn gevoeligheid voor de letterlijke manifestatie van ons denken in onze handmotoriek. hij heeft ook weinig op met de academische vereisten van de ‘wetenschappelijke’ publicatie en is meer met zijn toehoorders bezig dan met de ‘eindbestemming’ van zijn tekst als hij op het einde van de tekst in de uitgeschreven versie zijn belofte laat staan dat hij wel voor wat bibliografische data zou zorgen, een volgende keer: het eerste hoofdstuk is het enige met bibliografische voetnoten en een eindbibliografie ontbreekt ten ene male aan het boek.

ik gniffel en herken in dit soort beweging de hand van meester Jacques, en ik bedoel daarmee niet de mariolerende Lacan.

Oury is dan wel geen schizofreen (“Mais je suis pas un schizophrène! Je ne crois pas!” [OURY 1989, p.22]) ook hij wil, moet en kan in dit boek zijn ‘Gestaltung’ maken, door op zijn manier te ordenen, decoreren, imiteren, spelen en symbolizeren om zich zo ten volle te kunnen manifesteren bij de gelukkige lezende die dat allemaal mag beleven, mag herschrijven naar haar geheugen.

de briljante case-studie die hij uitvoerig citeert aan het eind van dit hoofdstuk, met de violente uitstoot aan hoogwaardige referenties in de pissig beknopte voetnoten eronder, heeft ook de functie om voor deze Gestaltung de nodige ruimte te maken. we zijn hier niet om te zeveren è, dit zijn ernstige zaken. het beeld van de naakte 17-jarige Paulette P die naakt in haar eigen pis staat te stampvoeten en bezeten te brullen tegen de piepjonge Oury brandt pas echt door in ons als we zijn onmachtige bedenking lezen als commentaar bij de scène waar hij haar ouders hetzelfde meisje laag na laag ziet aankleden met hun onmachtige liefde: “Comment voulez-vou après cela que sa mère comprenne bien que sa fille est atteinte d’une trés grave maladie?” [OURY 1989, p.28]

bon, jullie willen referentie: wel voila, hier zie, begin daarmee en dan kunnen we praten, of liever, dan ben ik bereid te luisteren naar jouw vragen want ik doe dit uiteraard voor jou, voor mij, voor ons allemaal.

het bestaande systeem durven opgeven om iets te bereiken dat werkt, is wat deze man kenmerkt en uitzonderlijk siert, ik geniet van het te zien gebeuren. want het gezegde en later uitgeschrevene mag dan wel gedateerd zijn, in de lezing blijft het gebeuren. dit is de ware magie van het woord. misschien komt dat wel omdat hier de juiste volgorde gerespecteerd blijft: dat er eerst gedacht werd, vervolgens gesproken en daarna herinnerd om het te kunnen doorgeven voor een herneming; de taal is immers een uiting van onmacht die je kan instrumentaliseren om ze voor anderen overbodig te maken. als je kan zwijgen, als je woorden overbodig zijn, dan pas heeft het geholpen.


een ander tekst van Oury die ik gisteren aantrof wil ik hier nog vermelden, het betreft een lezing gehouden in Leuven in 1997. vooral voor mijzelf misschien omdat ik hem dan makkelijker terugvinden kan. ik citeerde er vanochtend al uit op ons aller vergeetput van de eeuwige nu-beleving, de Facebookapplicatie, met een bedenking vooraf. ik herneem zowel de bedenking als het citaat hier:

Respect voor de specificiteit van elk individu is uiteindelijk zelfrespect omdat in de volstrekte uniekheid van het moment elk verschil en dus het kwantificeerbare volledig vervalt: in het moment is iedereen even ‘zielig’, is iedereen gelijk in de afwezigheid van wet.

De ethiek wordt in wat ik een verlicht rationalisme (een neo-rationalisme light, een gezonde, dynamische en vooral leefbare versie ervan?) zou willen noemen daardoor meer een besef van een gebrek aan keuze (gezond verstand als begrip van gezondheid), een niet anders kunnen dan een (zouden) moeten, en wat is er meer sensibel dan in het licht van dat besef te willen kunnen? We moeten willen kunnen de ander (en het andere!) helpen omdat we dan onszelf helpen in de absolute ‘democratie’ van de ziel. En de educatie daarin is een interactie die begint met het creëren van de spreekruimte voor het andere.

“Et le choix éthique est justement de respecter l’autre à son niveau le plus singulier. Le plus singulier, c’est quelque chose qui est en rapport avec le désir et c’est ce qui n’arrive pas à pouvoir se manifester chez les schizophrènes. Le traitement de l’ambiance serait justement de trouver les moyens à ce qu’il puisse y avoir, ne serait-ce- que quelques instants par jour ou par mois, une possibilité d’émergence. J’ai posé la question s’il est possible que collectivement on puisse envisager que chacun puisse être considéré dans sa singularité. Cela peut sembler un paradoxe, mais il est relatif. Autrement dit on est responsable collectivement de la manifestation singulière de tout à chacun. L’expérience montre qu’il faut un travail énorme sur le milieu pour arriver à ce que j’avais appelé un espace de dire.”

J. OURY, Concepts fondamentaux, Leuven, 12 december 1997

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

ARTAUD 1947: Artaud, Antonin, Van Gogh le suicidé de la société, Gallimard, Paris, 2018, ISBN 978-2-07-076112-8

ARTAUD 1956: Artaud, Antonin, Oeuvres Complètes Tome I, Gallimard, Paris, 1956

BARTHES 1995: Roland Barthes, Oeuvres complètes vol. III , Paris: Seuil, 1995

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHAUVIRÉ 2003: Chauviré Christiane, Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein dans Rue Descartes, nr 39, Wittgenstein et L’art (februari 2003), PUF

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

FREUD 1989 I: Freud, Sigmund, Colleges inleiding tot de psychoanalyse . Inleiding tot de psychoanalyse 1/2, Boom Meppel Amsterdam, 1989

KUSTERS 2014: Kusters, Wouter, Filosofie van de Waanzin, Lemniscaat, Rotterdam 2014

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

MURRAY 2014: Murray, Ros, Antonin Artaud, The Scum of the Soul, London, Palgrave Macmillan, 2014, ISBN 978–1–137–31057–6

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960

journal intime #83

jt93 – et il en isolait six – SCHE PEN

ik merk dat ik bij dit soort oefeningen nog steeds een overcorrecte eind-n uitspreek. tja. ik zal twee weken voor mijn dood ook nog een dt-fout hebben gemaakt, ergens. men kan dat dan invullen als vermoedelijke oorzaak van overlijden.

in de psychologie, en ook in haar moeder de filosofie, ressorteert men vaak tot het catalogiseren van de (fictieve) dingen die men kan benoemen, zodat men toch een schijn van wetenschappelijkheid op de glanzende bladspiegel kan toveren. overal in de menselijke bedrijvigheden is het oplijsten een aanbevolen beheersingsstrategie. meer controle krijgt men niet over het verloop van de gebeurtenissen, maar men kan dan toch al met stelligheid aantonen in welke sector, welke categorie het mis ging, welk onderdeel van het systeem het liet afweten.

een opvallend gegeven daarbij is dat men vlugger geneigd zal zijn de zelf verzonnen opdeling tot een even aantal te beperken. dat lijkt sterk op een culturele bepaling, want in het oude India heb je veel vaker oneven elementen in dat soort ideële opsomming. bij ons zal men veel sneller spreken van 4 basisemoties, of 6 of 8 maar zelden hoor je een psycholoog het hebben over de 5, 7 of 9 kernemoties.

toen ik het plan opvatte om met de Kathedraal de negatieve emoties als kennisverwervingsmodaliteiten te gaan onderzoeken heb ik daar even bij stil gestaan en ik kwam toen tot de voorzichtige conclusie dat het gewoon veel simpelder is om een cirkel in pare gelijke delen op te delen dan in onpare. ik ben legendarisch slecht met meten en cijfers, dus ik weet nog steeds niet echt goed hoe je een cirkel makkelijk in 5 gelijke delen kan opdelen, terwijl ik het ding met passer en lat in een oogwenk in 2,4,6 of 8 heb opgedeeld.

de humane theorievorming is sowieso veel vaker afhankelijk van dat soort schijnbaar ‘idiote’ omstandigheden dan men wil toegeven. niets is zo bepalend daarvoor als de fatale combinatie van menselijke ijdelheid en onze gemakzucht. dat en de combinatie moedwil-misverstand van W. F. Hermans natuurlijk. kijk: ik stop al met zoeken omdat ik twee nette koppeltjes heb, en een glanzend mooie combine van vier boosdoeners: ijdelheid, gemakzucht, moedwil en misverstand. waarom doe ik daar nu niet ‘volgzaamheid’ bij? maar neen dat is gewoon een vorm van gemakzucht…

vaak totaal arbitrair dus, die indelingen. waarom soms iets wel en soms niet tot een autonome categorie wordt gerekend heeft veelal slechts een heel dunne rationele motivatie.

het is daarom misschien dat mijn aandacht geheel intuïtief gewekt wordt door iemand die dan wel een oneven aantal van zelfverzonnen spul naar voren schuift. van Hans Prinzhorn’s zes modaliteiten van diens ‘Gestaltung’ neem ik graag notie, maar als Jean Oury mij vanochtend het pentagram van de pathos van Viktor von Weiszacker in de schoot wierp was ik meteen vertrokken voor een lees- en doorklik queeste die geheel mijn dagschema overhoop haalde zodat ik nu pas, net voor het avondjournaal, nog aan het ochtendwerk moet beginnen.

maar ik wil mij aldus niet laten kennen als een irrationeel voortrekker van het Onpare in de Spaltung van het Werkelijke, dus ik som beide indelingen hier even neutraal op, in de hoop dat ik daar zelf iets van ga onthouden, want niets is zo imponerend in een conversatie dan het moeiteloos citeren van een categorisatie die meer dan vier elementen bevat. hier gaan we.

de 6 ‘Trieben’ van de Gestaltung van Prinzhorn (we zijn die Hans al ’s tegen gekomen bij de Klee-lezing) betreft de wijze waarop zijn patiënten hun creativiteit beleven. wij zouden spreken van ‘driften’, ‘neigingen’ of ‘aandrangen ‘*. Oury zegt daarover dat de ‘Trieb‘ bij Prinzhorn vager is dan bij Freud: ‘il s’ agit d’une sorte d’ énergie primitive’ . ik denk dan altijd aan de ‘propulsje’ bij de Vlaamse versie van Chicken Run, een film waar ik met mijn kinders ontieglijk veel plezier heb beleefd, maar soit. ik som de zes ‘trieben’ hier op, studeer maar mee met mij. de creatieve patient gaat als een waanzinnige te keer voortgedreven door een drang, een energieke hang naar:

  1. decoratie
  2. ordening
  3. imitatie
  4. vorming, manifestatie
  5. symbolizering
  6. spel (men laat wat plaats voor ‘spel’: afwijking van de eigen dwang)

(wat je dan vaak gaat zien bij een paar aantal van dergelijke categorieën is dat er altijd wel 1 is die ewa uit de toon valt, vaak is dat ook maar een flauwe parafrase van het hoofdbegrip zelf, hier het vijfde onderdeel : de ‘vorming, manifestatie’)

veel solider lijken ons de vijf modaliteiten van de Pathos in de Pathosofie van Viktor von Weizsäcker, de vijf modale werkwoorden in het Duits (in de talen zelf – als we die effen mogen verklaren als een meta-individueel en historisch devolutief psychisme zonder meteen voor neonazi gehouden te worden – hou je sowieso enkel over wat er echt nodig is om duidelijk te zijn omdat de differentie als betekenisvorming nu eenmaal zo werkt)

  1. durfen (mogen)
  2. mussen (moeten, uit interne morele dwang)
  3. sollen (moeten door externe verplichting)
  4. sollen (willen)
  5. können (kunnen)

deze vijf modaliteiten vangen in het dagelijkse leven alles op wat we nodig hebben voor een beleving zonder existentie, zonder de almacht van Zijn, waarbij het ‘nodig hebben’ staat voor de behoefte om een gevoel van Heidegger’s Dasein te hebben als individu, het humane basisgevoel van het in-de-wereld-zijn.

een gezond dasein is dan letterlijk dat je weet waar je staat, dat je zonder kopzorgen weet wat je mag, moet (2x), wil en kan. rust noemt men dat, afwezigheid van de noodzaak aan een ego, de stilte van het ‘ik’, de vanzelfsprekende ervaring van het Gebeuren kan optreden wanneer je dan in de extase komt van het Moment van de Neo-Kathedraalse Oplossing ofte de Dissolutie van het Ik: wanneer je niets moet (2x), niets wil, niets kan en niets mag en alles gewoon vanzelf gebeurt…

met het wegvallen van het moeten (x2) zullen weinigen veel moeite hebben, de andere drie, da’s andere koek. maar je zal zien dat als je al een kruis kan trekken over 1 van deze basismodaliteiten van de humane behoeftigheid, onze conditie, dat je dan al een heel erg merkbare sensatie van geluk kan hebben. voor de meesten onder ons, helaas is een beetje een balans, gezien onze determinatie, al een hele prestatie…

voila, zie je wel: met een onpare categorisatie ben je zo op weg naar een uiterst winstgevend gurudom, er hangen blondjes (M/V/O) in trossen aan uw lippen voor je d’r erg in hebt….**


*ik ben vooralsnog niet behept met psychologisch vakjargon, geniet ervan nu het nog kan, dus ik weet niet hoe men dat gebruikelijk in het Nederlands vertaalt, zo men het al vertaalt natuurlijk, maar dat is waarschijnlijker uit het Duits dan uit het Engels, want nieuwe Engelse termen mag je dezer dagen al niet meer pogen te vertalen, het moet onmiddellijk ‘social distancing’ zijn, want ja ‘omgangsafstand’ da’s toch geen Nederlands woord! (zie je dat komt er nou van è, ’s avonds wil ik altijd eindeloos uitweiden, ’s ochtends of ’s middags heb ik dat veel minder)
** en die megalomane arrogantie ook ’s avonds è, ’s morgens heb ik dat zo nie ze…

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

journal intime #82

jt82 – une sorte de chosification – APL FLA PJE

Jean Oury’s boek ‘Création et schizophrénie’ is de weerslag van een reeks seminaries die hij gaf aan de Paris VII universiteit in de jaren 1986-87 en 1987-88, een reeks variaties op een thema eerder dan een uitgewerkt betoog. elk hoofdstuk komt overeen met een sessie van ongeveer twee uur en per datum geeft ons dat een bladzijde of 10-15 tekst.

improvisaties, want de tekst zelf was niet op voorhand uitgeschreven, vandaar dat er in de teksten ook een zekere spanning aanwezig blijft tussen de gemoedelijke spreektaal / verteltrant en de formele,geschreven taal. Oury heeft die spanning willen behouden zegt hij in zijn voorwoord:

Nous espérons ainsi garder une atmosphère de rencontre, de hasard, de précarité, diagrammatisant le thème choisi dans l’ exercise d’une propre “Gestaltung”.

Jean Oury [OURY 1989, p.10]

het woord “Gestaltung” zelf is aan een reïficerende tendens onderhevig geweest waardoor het van ‘mise en forme’ (‘vorming’) meer en meer de ‘vorm’ is gaan betekenen, en Oury zet mij daar op het spoor van de Duitse linguist Johannes Lohmann wiens werk door de schaduw van het nazisme jammerlijk in de vergeethoek is beland. voor ons is het van kapitaal belang dat we bij Lohmann ons vermoeden bevestigd zien dat er in de indo-germaanse taalgeschiedenis een onmiskenbaar ontologiserende, reïficerende verglijding is te onderkennen.

ik heb van die passage aan het begin van wat een heerlijke lezing belooft te worden, maar een fotooke gepakt, zo ontroerd was ik door deze ontdekking die de linguistieke correctheid van mijn waanzinnige Rot- en ontologiseringstheorieën volmondig lijken te bevestigen:

” a bien montré” staat er! schoon è! [OURY 1989 p.15]


ik vroeg mij al af waarom sommige van mijn ideeën omtrent de toenemende reïficatie in het taalgebruik vanaf de 14e eeuw en de daarmee gepaard gaande radicale verdere ontologisering van het denken op nauwelijks waarneembare, virtuele maar onmiskenbaar meewarige hoofdbewegingen werden onthaald als ik er iets van dropte onder academici: was ik dan toch geheel krankjorum en behept met etherische wanen? maar nee hoor: ’t is gewoon taboe, je mag er met geen woord over reppen…! van het ogenblik dat je ook maar suggereert dat ons taalgebruik de historische evolutie van ons denken stuurt, dat je daar een evidente (d)evolutie in kan ontwaren die nagenoeg exact dateerbaar is en te linken met specifieke culturen in specifieke regio’s en tijdsperiodes ben je een nazi…

nu echt helpen doet ons dat niet, die verklaring, eerder integendeel want het maakt ons enkel duidelijk dat onze denktrant om weer een nieuwe reden hopeloos onaanvaardbaar is in de huidige context.
nu, op een heropflakkering van de Spengleriaanse nazi-mestvaalt zit ik ook niet dadelijk te hopen, maar je zou van intelligente mensen toch kunnen verwachten dat men enigszins het onderscheid kan maken. niet dus.

soit. gelukkig worden de geschriften van de man momenteel gebundeld heruitgegeven. we kunnen ten gepaste tijden daarnaar refereren en dan mag van mijn part gerust iemand anders in de bruine soep gaan roeren, zelf maak ik mij met onderwerpen als walging en waanzin al euh, populair genoeg.

in de blurb van het eerste van drie volumes daarvan vond ik voor jullie al deze intro-tekst, zodat we ten minste al een idee hebben over wie het gaat, want onze vriend wordt zelfs uit Wikipedia geweerd:

Johannes Lohmann (1895-1983) doceerde algemene taalkunde aan de Ludwig Albert Universiteit in Freiburg im Breisgau.Hij ging met pensioen in 1963.Het werk van Johannes Lohmann verdiende dezelfde aandacht als dat van de Fransman Émile Benveniste (1902-1976) in Frankrijk of de Rus Roman Jakobson (1896-1982). Dat dit hem werd onthouden, was te wijten aan de rampzalige gevolgen van het nationaal-socialisme, vooral in de moderne taalkunde.

(vertaald van bij de uitgever, zie https://www.verlag-koenigshausen-neumann.de/product_info.php/info/p8717_Johannes-Lohmann–1895—1983—-Sprachdenken-und-Sprachgeschichte-Schriften-I-.html)

aan de universiteit van Freiburg waar hij de leerstoel Indogermanistik bekleedde van 1943 tot 1963 is Lohmann de enige zonder foto. ik citeer in DeepL-vertaling:

Als traditioneel Indo-Germanist werkte hij aanvankelijk vooral op het morfologische vlak (vooral belangrijk is zijn boek “Genus und Sexus” uit 1932). Later richtte hij zich meer op de algemene taalkunde en de taalfilosofie (“Philosophie und Sprachwissenschaft” 1965), evenals op de muziektheorie (“Musiké und Logos”, 1970).

https://www.indogermanistik.uni-freiburg.de/seminar/historia.html

de rest hoeven we op dit ogenblik echt niet te weten.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

ARTAUD 1947: Artaud, Antonin, Van Gogh le suicidé de la société, Gallimard, Paris, 2018, ISBN 978-2-07-076112-8

ARTAUD 1956: Artaud, Antonin, Oeuvres Complètes Tome I, Gallimard, Paris, 1956

BARTHES 1995: Roland Barthes, Oeuvres complètes vol. III , Paris: Seuil, 1995

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHAUVIRÉ 2003: Chauviré Christiane, Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein dans Rue Descartes, nr 39, Wittgenstein et L’art (februari 2003), PUF

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

FREUD 1989 I: Freud, Sigmund, Colleges inleiding tot de psychoanalyse . Inleiding tot de psychoanalyse 1/2, Boom Meppel Amsterdam, 1989

KUSTERS 2014: Kusters, Wouter, Filosofie van de Waanzin, Lemniscaat, Rotterdam 2014

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

MURRAY 2014: Murray, Ros, Antonin Artaud, The Scum of the Soul, London, Palgrave Macmillan, 2014, ISBN 978–1–137–31057–6

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960

journal intime #81

jt81 – le rève se cultive dans les ténèbres – OR GEL AA PJE

Jean-Francois Chevrier sluit zijn boek ‘Zone sensibles’ [CHEVRIER 2019] op klassieke Koenstboekwijze af met een soort van eindwaardering.
ofwel dient men zich in zulk een sjabloon uit te putten in superlatieven, zeker aangewezen als het een grote naam betreft met astronomische marktwaarde, of men kan ook opteren om de net ontwikkelde eigen kijk op het werk in de verf zetten. er staat dus weinig vermeldenswaard in dat slothoofdstuk.

maar ach, ik ben mij pas in de laatste hoofdstukken beginnen ergeren, en al bij al is dit een meer dan behoorlijke monografie. er is ook nog een heel bruikbare uitgebreide ‘Chronologie’ van het leven van Réquichot aan toegevoegd, uitgebreid op basis van de bestaande chronologie in de Catalogue Raisonné van 1973 met eigen onderzoek van Chevrier. en een degelijke bibliografie, zodat het werk zeker een onmisbaar document is voor ieder die zich voor Réquichot interesseert.

daarbij is het natuurlijk zeer jammer dat al dat werk gedoemd is om enkel voor de enkelen beschikbaar te zijn die het zich kunnen veroorloven, tenzij dan in gespecialiseerde bibliotheken maar die zijn voor het brede publiek de facto sowieso moeilijk toegankelijk. in een tijd dat digitale verspreiding van data nauwelijks meer kost dan de stroom die het verbruikt, getuigt dat van een vrij obsceen te noemen elitarisme, surtout daar het voortbestaan, ook van die gespecialiseerde bibliotheken, in een tijd dat de afdelingen menswetenschappen aan de universiteiten geslachtofferd worden aan een onbegrijpelijke besparingswoede, allerminst gegarandeerd is, evenmin als de publieke toegang ertoe in tijden van beperkte mobiliteit.

als excuus voor die hebzuchtige toeëigening van het werk van een auteur die in 1961 overleed, gebruikt men zoals steeds het zogenaamde auteursrecht dat op dergelijke wijze de rechten van de overleden auteur op een vrije verspreiding van zijn werken die immers tot het publieke domein zijn gaan behoren op een afstotelijke manier verkwanselt aan het eigenbelang van de uitbaters ervan. dat ‘auteursrecht’ is op die manier bovendien verworden tot het voornaamste obstakel in de weg van een natuurlijke overlevering van het eigenlijke werk van een auteur, een conclusie waartoe ik al in 1996 kwam.

het duurde evenwel tot in 2004 vooraleer ik tot enige serieuze bezinning kwam rond die problematiek, een bezinning die mij uiteindelijk pas in 2017 deed besluiten dat de enige uitweg uit dit moeras van nijd en absurditeit de radicale verwerping van de begrippen ‘publiek’ en ‘productie’ waren, dat de enige zinvolle invulling van het auteursconcept er een is dat open staat voor iedereen, dat de activiteiten van het ‘lezen’ en ‘schrijven’ in mijn hoekje van het brede gamma aan creatieve activiteiten gelijkwaardige instantie zijn van een algemene I/O van de creativiteit en dat dergelijke I/O enkel in een open, anti-elitaristische en a-commerciële cultivatie ervan, een zuiver altruistisch georganiseerde waardering ervan, kan bijdragen aan een gezonde samenleving. het ideaal hier is met onafwendbare evidentie dat van een volstrekt rationele, dynamische religie van de enkeling als deelnemende aan de expressie van de wereldziel.

maar strijden daarvoor heeft geen zin, omdat zulks geen doel is dat bereikt kan worden, daarvoor staat geheel de humane nijd ons te zeer fataal in de weg, daarvoor is de mens vooralsnog te zeer gefocust op de eigen ondergang, een ondergang overigens, die, moest het je nog niet zijn opgevallen, met rasse schreden nadert in de vorm van een globale crisis in vergelijking waarmee het huidige corona-incident een – met het nodige respect aan de slachtoffers – verwaarloosbare peulschil is. en de strijd is ook zinloos omdat het de enige mogelijk uitweg is uit het dilemma ‘mens’. het komt er m.a.w. hoe dan ook van, wij hebben daar zelf geen enkele controle over.

het enige wat het vrije individu aan dat ideaal kan bijdragen is het activeren van voorbeeld van een praktijk ervan, een werkend exemplaar van hoe het anders zou kunnen, moest niet een ieder gekluisterd blijven hangen aan de eigen eerzucht, hebzucht en nijd t.o.v. de ander.

zo’n praktijk van het exemplarisch activisme kan je als individu echter enkel uitbouwen als je zelf, zoals ik, in een uitzonderingssituatie aan de kant geschoven bent door de bestaande samenleving, en/of als je (anderszins) de luxe hebt om je aan de grijpgrage klauwen ervan te kunnen onttrekken. je moet m.a.w. niet alleen zo zot zijn om het te willen proberen, je moet ook effectief ‘zot’ genoeg zijn om het te mógen doen. of rijk genoeg natuurlijk, maar de rijke exemplaren zie ik nog niet vlug in de eigen voet schieten, om niet terug te moeten vallen op de meer voor de hand liggende , maar aggresievere kamelenoogparabel.

waarmee we uiteraard vol in het onbedwingbare en uiterst subversieve terrein van de waanzin zijn belandt, een terrein dat we in dit ‘journal intime’ nu verder op kousevoeten gaan verkennen aan de hand van een lezing van ‘Création et schizophrénie’ van Jean Oury, oprichter en stichter van de La Borde kliniek en de peetvader van alle Deleuzianen [OURY 1989].

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

ARTAUD 1947: Artaud, Antonin, Van Gogh le suicidé de la société, Gallimard, Paris, 2018, ISBN 978-2-07-076112-8

ARTAUD 1956: Artaud, Antonin, Oeuvres Complètes Tome I, Gallimard, Paris, 1956

BARTHES 1995: Roland Barthes, Oeuvres complètes vol. III , Paris: Seuil, 1995

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHAUVIRÉ 2003: Chauviré Christiane, Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein dans Rue Descartes, nr 39, Wittgenstein et L’art (februari 2003), PUF

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

FREUD 1989 I: Freud, Sigmund, Colleges inleiding tot de psychoanalyse . Inleiding tot de psychoanalyse 1/2, Boom Meppel Amsterdam, 1989

KUSTERS 2014: Kusters, Wouter, Filosofie van de Waanzin, Lemniscaat, Rotterdam 2014

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

MURRAY 2014: Murray, Ros, Antonin Artaud, The Scum of the Soul, London, Palgrave Macmillan, 2014, ISBN 978–1–137–31057–6

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960