journal intime #84

jt84 – ‘il faut que la main trace‘ – WOOR DEN BOEK

op 5 november 1986, de dag van de eerste sessie waarvan het eerste hoofdstuk van Jean Oury’s ‘Creation et schizophrénie‘ de uitgeschreven versie is, is het nog niet zo lang geleden dat André Leroi-Gourhan overleden is. Oury schrijft diens naam verkeerdelijk met een y, maar betoont hem wel het nodige respect door te vermelden dat hij zijn noodzaak om iets met de handen te doen terwijl hij dacht gemeen had met zijn misschien bekendere tijdgenoot Lévi-Strauss: die moest ook iets kunnen kribbelen om zijn aandacht bij het discours ‘at hand’ te houden.

Oury deelt blijkbaar mijn gevoeligheid voor de letterlijke manifestatie van ons denken in onze handmotoriek. hij heeft ook weinig op met de academische vereisten van de ‘wetenschappelijke’ publicatie en is meer met zijn toehoorders bezig dan met de ‘eindbestemming’ van zijn tekst als hij op het einde van de tekst in de uitgeschreven versie zijn belofte laat staan dat hij wel voor wat bibliografische data zou zorgen, een volgende keer: het eerste hoofdstuk is het enige met bibliografische voetnoten en een eindbibliografie ontbreekt ten ene male aan het boek.

ik gniffel en herken in dit soort beweging de hand van meester Jacques, en ik bedoel daarmee niet de mariolerende Lacan.

Oury is dan wel geen schizofreen (“Mais je suis pas un schizophrène! Je ne crois pas!” [OURY 1989, p.22]) ook hij wil, moet en kan in dit boek zijn ‘Gestaltung’ maken, door op zijn manier te ordenen, decoreren, imiteren, spelen en symbolizeren om zich zo ten volle te kunnen manifesteren bij de gelukkige lezende die dat allemaal mag beleven, mag herschrijven naar haar geheugen.

de briljante case-studie die hij uitvoerig citeert aan het eind van dit hoofdstuk, met de violente uitstoot aan hoogwaardige referenties in de pissig beknopte voetnoten eronder, heeft ook de functie om voor deze Gestaltung de nodige ruimte te maken. we zijn hier niet om te zeveren è, dit zijn ernstige zaken. het beeld van de naakte 17-jarige Paulette P die naakt in haar eigen pis staat te stampvoeten en bezeten te brullen tegen de piepjonge Oury brandt pas echt door in ons als we zijn onmachtige bedenking lezen als commentaar bij de scène waar hij haar ouders hetzelfde meisje laag na laag ziet aankleden met hun onmachtige liefde: “Comment voulez-vou après cela que sa mère comprenne bien que sa fille est atteinte d’une trés grave maladie?” [OURY 1989, p.28]

bon, jullie willen referentie: wel voila, hier zie, begin daarmee en dan kunnen we praten, of liever, dan ben ik bereid te luisteren naar jouw vragen want ik doe dit uiteraard voor jou, voor mij, voor ons allemaal.

het bestaande systeem durven opgeven om iets te bereiken dat werkt, is wat deze man kenmerkt en uitzonderlijk siert, ik geniet van het te zien gebeuren. want het gezegde en later uitgeschrevene mag dan wel gedateerd zijn, in de lezing blijft het gebeuren. dit is de ware magie van het woord. misschien komt dat wel omdat hier de juiste volgorde gerespecteerd blijft: dat er eerst gedacht werd, vervolgens gesproken en daarna herinnerd om het te kunnen doorgeven voor een herneming; de taal is immers een uiting van onmacht die je kan instrumentaliseren om ze voor anderen overbodig te maken. als je kan zwijgen, als je woorden overbodig zijn, dan pas heeft het geholpen.


een ander tekst van Oury die ik gisteren aantrof wil ik hier nog vermelden, het betreft een lezing gehouden in Leuven in 1997. vooral voor mijzelf misschien omdat ik hem dan makkelijker terugvinden kan. ik citeerde er vanochtend al uit op ons aller vergeetput van de eeuwige nu-beleving, de Facebookapplicatie, met een bedenking vooraf. ik herneem zowel de bedenking als het citaat hier:

Respect voor de specificiteit van elk individu is uiteindelijk zelfrespect omdat in de volstrekte uniekheid van het moment elk verschil en dus het kwantificeerbare volledig vervalt: in het moment is iedereen even ‘zielig’, is iedereen gelijk in de afwezigheid van wet.

De ethiek wordt in wat ik een verlicht rationalisme (een neo-rationalisme light, een gezonde, dynamische en vooral leefbare versie ervan?) zou willen noemen daardoor meer een besef van een gebrek aan keuze (gezond verstand als begrip van gezondheid), een niet anders kunnen dan een (zouden) moeten, en wat is er meer sensibel dan in het licht van dat besef te willen kunnen? We moeten willen kunnen de ander (en het andere!) helpen omdat we dan onszelf helpen in de absolute ‘democratie’ van de ziel. En de educatie daarin is een interactie die begint met het creëren van de spreekruimte voor het andere.

“Et le choix éthique est justement de respecter l’autre à son niveau le plus singulier. Le plus singulier, c’est quelque chose qui est en rapport avec le désir et c’est ce qui n’arrive pas à pouvoir se manifester chez les schizophrènes. Le traitement de l’ambiance serait justement de trouver les moyens à ce qu’il puisse y avoir, ne serait-ce- que quelques instants par jour ou par mois, une possibilité d’émergence. J’ai posé la question s’il est possible que collectivement on puisse envisager que chacun puisse être considéré dans sa singularité. Cela peut sembler un paradoxe, mais il est relatif. Autrement dit on est responsable collectivement de la manifestation singulière de tout à chacun. L’expérience montre qu’il faut un travail énorme sur le milieu pour arriver à ce que j’avais appelé un espace de dire.”

J. OURY, Concepts fondamentaux, Leuven, 12 december 1997

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960

journal intime #83

jt93 – et il en isolait six – SCHE PEN

ik merk dat ik bij dit soort oefeningen nog steeds een overcorrecte eind-n uitspreek. tja. ik zal twee weken voor mijn dood ook nog een dt-fout hebben gemaakt, ergens. men kan dat dan invullen als vermoedelijke oorzaak van overlijden.

in de psychologie, en ook in haar moeder de filosofie, ressorteert men vaak tot het catalogiseren van de (fictieve) dingen die men kan benoemen, zodat men toch een schijn van wetenschappelijkheid op de glanzende bladspiegel kan toveren. overal in de menselijke bedrijvigheden is het oplijsten een aanbevolen beheersingsstrategie. meer controle krijgt men niet over het verloop van de gebeurtenissen, maar men kan dan toch al met stelligheid aantonen in welke sector, welke categorie het mis ging, welk onderdeel van het systeem het liet afweten.

een opvallend gegeven daarbij is dat men vlugger geneigd zal zijn de zelf verzonnen opdeling tot een even aantal te beperken. dat lijkt sterk op een culturele bepaling, want in het oude India heb je veel vaker oneven elementen in dat soort ideële opsomming. bij ons zal men veel sneller spreken van 4 basisemoties, of 6 of 8 maar zelden hoor je een psycholoog het hebben over de 5, 7 of 9 kernemoties.

toen ik het plan opvatte om met de Kathedraal de negatieve emoties als kennisverwervingsmodaliteiten te gaan onderzoeken heb ik daar even bij stil gestaan en ik kwam toen tot de voorzichtige conclusie dat het gewoon veel simpelder is om een cirkel in pare gelijke delen op te delen dan in onpare. ik ben legendarisch slecht met meten en cijfers, dus ik weet nog steeds niet echt goed hoe je een cirkel makkelijk in 5 gelijke delen kan opdelen, terwijl ik het ding met passer en lat in een oogwenk in 2,4,6 of 8 heb opgedeeld.

de humane theorievorming is sowieso veel vaker afhankelijk van dat soort schijnbaar ‘idiote’ omstandigheden dan men wil toegeven. niets is zo bepalend daarvoor als de fatale combinatie van menselijke ijdelheid en onze gemakzucht. dat en de combinatie moedwil-misverstand van W. F. Hermans natuurlijk. kijk: ik stop al met zoeken omdat ik twee nette koppeltjes heb, en een glanzend mooie combine van vier boosdoeners: ijdelheid, gemakzucht, moedwil en misverstand. waarom doe ik daar nu niet ‘volgzaamheid’ bij? maar neen dat is gewoon een vorm van gemakzucht…

vaak totaal arbitrair dus, die indelingen. waarom soms iets wel en soms niet tot een autonome categorie wordt gerekend heeft veelal slechts een heel dunne rationele motivatie.

het is daarom misschien dat mijn aandacht geheel intuïtief gewekt wordt door iemand die dan wel een oneven aantal van zelfverzonnen spul naar voren schuift. van Hans Prinzhorn’s zes modaliteiten van diens ‘Gestaltung’ neem ik graag notie, maar als Jean Oury mij vanochtend het pentagram van de pathos van Viktor von Weiszacker in de schoot wierp was ik meteen vertrokken voor een lees- en doorklik queeste die geheel mijn dagschema overhoop haalde zodat ik nu pas, net voor het avondjournaal, nog aan het ochtendwerk moet beginnen.

maar ik wil mij aldus niet laten kennen als een irrationeel voortrekker van het Onpare in de Spaltung van het Werkelijke, dus ik som beide indelingen hier even neutraal op, in de hoop dat ik daar zelf iets van ga onthouden, want niets is zo imponerend in een conversatie dan het moeiteloos citeren van een categorisatie die meer dan vier elementen bevat. hier gaan we.

de 6 ‘Trieben’ van de Gestaltung van Prinzhorn (we zijn die Hans al ’s tegen gekomen bij de Klee-lezing) betreft de wijze waarop zijn patiënten hun creativiteit beleven. wij zouden spreken van ‘driften’, ‘neigingen’ of ‘aandrangen ‘*. Oury zegt daarover dat de ‘Trieb‘ bij Prinzhorn vager is dan bij Freud: ‘il s’ agit d’une sorte d’ énergie primitive’ . ik denk dan altijd aan de ‘propulsje’ bij de Vlaamse versie van Chicken Run, een film waar ik met mijn kinders ontieglijk veel plezier heb beleefd, maar soit. ik som de zes ‘trieben’ hier op, studeer maar mee met mij. de creatieve patient gaat als een waanzinnige te keer voortgedreven door een drang, een energieke hang naar:

  1. decoratie
  2. ordening
  3. imitatie
  4. vorming, manifestatie
  5. symbolizering
  6. spel (men laat wat plaats voor ‘spel’: afwijking van de eigen dwang)

(wat je dan vaak gaat zien bij een paar aantal van dergelijke categorieën is dat er altijd wel 1 is die ewa uit de toon valt, vaak is dat ook maar een flauwe parafrase van het hoofdbegrip zelf, hier het vijfde onderdeel : de ‘vorming, manifestatie’)

veel solider lijken ons de vijf modaliteiten van de Pathos in de Pathosofie van Viktor von Weizsäcker, de vijf modale werkwoorden in het Duits (in de talen zelf – als we die effen mogen verklaren als een meta-individueel en historisch devolutief psychisme zonder meteen voor neonazi gehouden te worden – hou je sowieso enkel over wat er echt nodig is om duidelijk te zijn omdat de differentie als betekenisvorming nu eenmaal zo werkt)

  1. durfen (mogen)
  2. mussen (moeten, uit interne morele dwang)
  3. sollen (moeten door externe verplichting)
  4. sollen (willen)
  5. können (kunnen)

deze vijf modaliteiten vangen in het dagelijkse leven alles op wat we nodig hebben voor een beleving zonder existentie, zonder de almacht van Zijn, waarbij het ‘nodig hebben’ staat voor de behoefte om een gevoel van Heidegger’s Dasein te hebben als individu, het humane basisgevoel van het in-de-wereld-zijn.

een gezond dasein is dan letterlijk dat je weet waar je staat, dat je zonder kopzorgen weet wat je mag, moet (2x), wil en kan. rust noemt men dat, afwezigheid van de noodzaak aan een ego, de stilte van het ‘ik’, de vanzelfsprekende ervaring van het Gebeuren kan optreden wanneer je dan in de extase komt van het Moment van de Neo-Kathedraalse Oplossing ofte de Dissolutie van het Ik: wanneer je niets moet (2x), niets wil, niets kan en niets mag en alles gewoon vanzelf gebeurt…

met het wegvallen van het moeten (x2) zullen weinigen veel moeite hebben, de andere drie, da’s andere koek. maar je zal zien dat als je al een kruis kan trekken over 1 van deze basismodaliteiten van de humane behoeftigheid, onze conditie, dat je dan al een heel erg merkbare sensatie van geluk kan hebben. voor de meesten onder ons, helaas is een beetje een balans, gezien onze determinatie, al een hele prestatie…

voila, zie je wel: met een onpare categorisatie ben je zo op weg naar een uiterst winstgevend gurudom, er hangen blondjes (M/V/O) in trossen aan uw lippen voor je d’r erg in hebt….**


*ik ben vooralsnog niet behept met psychologisch vakjargon, geniet ervan nu het nog kan, dus ik weet niet hoe men dat gebruikelijk in het Nederlands vertaalt, zo men het al vertaalt natuurlijk, maar dat is waarschijnlijker uit het Duits dan uit het Engels, want nieuwe Engelse termen mag je dezer dagen al niet meer pogen te vertalen, het moet onmiddellijk ‘social distancing’ zijn, want ja ‘omgangsafstand’ da’s toch geen Nederlands woord! (zie je dat komt er nou van è, ’s avonds wil ik altijd eindeloos uitweiden, ’s ochtends of ’s middags heb ik dat veel minder)
** en die megalomane arrogantie ook ’s avonds è, ’s morgens heb ik dat zo nie ze…

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

journal intime #82

jt82 – une sorte de chosification – APL FLA PJE

Jean Oury’s boek ‘Création et schizophrénie’ is de weerslag van een reeks seminaries die hij gaf aan de Paris VII universiteit in de jaren 1986-87 en 1987-88, een reeks variaties op een thema eerder dan een uitgewerkt betoog. elk hoofdstuk komt overeen met een sessie van ongeveer twee uur en per datum geeft ons dat een bladzijde of 10-15 tekst.

improvisaties, want de tekst zelf was niet op voorhand uitgeschreven, vandaar dat er in de teksten ook een zekere spanning aanwezig blijft tussen de gemoedelijke spreektaal / verteltrant en de formele,geschreven taal. Oury heeft die spanning willen behouden zegt hij in zijn voorwoord:

Nous espérons ainsi garder une atmosphère de rencontre, de hasard, de précarité, diagrammatisant le thème choisi dans l’ exercise d’une propre “Gestaltung”.

Jean Oury [OURY 1989, p.10]

het woord “Gestaltung” zelf is aan een reïficerende tendens onderhevig geweest waardoor het van ‘mise en forme’ (‘vorming’) meer en meer de ‘vorm’ is gaan betekenen, en Oury zet mij daar op het spoor van de Duitse linguist Johannes Lohmann wiens werk door de schaduw van het nazisme jammerlijk in de vergeethoek is beland. voor ons is het van kapitaal belang dat we bij Lohmann ons vermoeden bevestigd zien dat er in de indo-germaanse taalgeschiedenis een onmiskenbaar ontologiserende, reïficerende verglijding is te onderkennen.

ik heb van die passage aan het begin van wat een heerlijke lezing belooft te worden, maar een fotooke gepakt, zo ontroerd was ik door deze ontdekking die de linguistieke correctheid van mijn waanzinnige Rot- en ontologiseringstheorieën volmondig lijken te bevestigen:

” a bien montré” staat er! schoon è! [OURY 1989 p.15]


ik vroeg mij al af waarom sommige van mijn ideeën omtrent de toenemende reïficatie in het taalgebruik vanaf de 14e eeuw en de daarmee gepaard gaande radicale verdere ontologisering van het denken op nauwelijks waarneembare, virtuele maar onmiskenbaar meewarige hoofdbewegingen werden onthaald als ik er iets van dropte onder academici: was ik dan toch geheel krankjorum en behept met etherische wanen? maar nee hoor: ’t is gewoon taboe, je mag er met geen woord over reppen…! van het ogenblik dat je ook maar suggereert dat ons taalgebruik de historische evolutie van ons denken stuurt, dat je daar een evidente (d)evolutie in kan ontwaren die nagenoeg exact dateerbaar is en te linken met specifieke culturen in specifieke regio’s en tijdsperiodes ben je een nazi…

nu echt helpen doet ons dat niet, die verklaring, eerder integendeel want het maakt ons enkel duidelijk dat onze denktrant om weer een nieuwe reden hopeloos onaanvaardbaar is in de huidige context.
nu, op een heropflakkering van de Spengleriaanse nazi-mestvaalt zit ik ook niet dadelijk te hopen, maar je zou van intelligente mensen toch kunnen verwachten dat men enigszins het onderscheid kan maken. niet dus.

soit. gelukkig worden de geschriften van de man momenteel gebundeld heruitgegeven. we kunnen ten gepaste tijden daarnaar refereren en dan mag van mijn part gerust iemand anders in de bruine soep gaan roeren, zelf maak ik mij met onderwerpen als walging en waanzin al euh, populair genoeg.

in de blurb van het eerste van drie volumes daarvan vond ik voor jullie al deze intro-tekst, zodat we ten minste al een idee hebben over wie het gaat, want onze vriend wordt zelfs uit Wikipedia geweerd:

Johannes Lohmann (1895-1983) doceerde algemene taalkunde aan de Ludwig Albert Universiteit in Freiburg im Breisgau.Hij ging met pensioen in 1963.Het werk van Johannes Lohmann verdiende dezelfde aandacht als dat van de Fransman Émile Benveniste (1902-1976) in Frankrijk of de Rus Roman Jakobson (1896-1982). Dat dit hem werd onthouden, was te wijten aan de rampzalige gevolgen van het nationaal-socialisme, vooral in de moderne taalkunde.

(vertaald van bij de uitgever, zie https://www.verlag-koenigshausen-neumann.de/product_info.php/info/p8717_Johannes-Lohmann–1895—1983—-Sprachdenken-und-Sprachgeschichte-Schriften-I-.html)

aan de universiteit van Freiburg waar hij de leerstoel Indogermanistik bekleedde van 1943 tot 1963 is Lohmann de enige zonder foto. ik citeer in DeepL-vertaling:

Als traditioneel Indo-Germanist werkte hij aanvankelijk vooral op het morfologische vlak (vooral belangrijk is zijn boek “Genus und Sexus” uit 1932). Later richtte hij zich meer op de algemene taalkunde en de taalfilosofie (“Philosophie und Sprachwissenschaft” 1965), evenals op de muziektheorie (“Musiké und Logos”, 1970).

https://www.indogermanistik.uni-freiburg.de/seminar/historia.html

de rest hoeven we op dit ogenblik echt niet te weten.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960

journal intime #81

jt81 – le rève se cultive dans les ténèbres – OR GEL AA PJE

Jean-Francois Chevrier sluit zijn boek ‘Zone sensibles’ [CHEVRIER 2019] op klassieke Koenstboekwijze af met een soort van eindwaardering.
ofwel dient men zich in zulk een sjabloon uit te putten in superlatieven, zeker aangewezen als het een grote naam betreft met astronomische marktwaarde, of men kan ook opteren om de net ontwikkelde eigen kijk op het werk in de verf zetten. er staat dus weinig vermeldenswaard in dat slothoofdstuk.

maar ach, ik ben mij pas in de laatste hoofdstukken beginnen ergeren, en al bij al is dit een meer dan behoorlijke monografie. er is ook nog een heel bruikbare uitgebreide ‘Chronologie’ van het leven van Réquichot aan toegevoegd, uitgebreid op basis van de bestaande chronologie in de Catalogue Raisonné van 1973 met eigen onderzoek van Chevrier. en een degelijke bibliografie, zodat het werk zeker een onmisbaar document is voor ieder die zich voor Réquichot interesseert.

daarbij is het natuurlijk zeer jammer dat al dat werk gedoemd is om enkel voor de enkelen beschikbaar te zijn die het zich kunnen veroorloven, tenzij dan in gespecialiseerde bibliotheken maar die zijn voor het brede publiek de facto sowieso moeilijk toegankelijk. in een tijd dat digitale verspreiding van data nauwelijks meer kost dan de stroom die het verbruikt, getuigt dat van een vrij obsceen te noemen elitarisme, surtout daar het voortbestaan, ook van die gespecialiseerde bibliotheken, in een tijd dat de afdelingen menswetenschappen aan de universiteiten geslachtofferd worden aan een onbegrijpelijke besparingswoede, allerminst gegarandeerd is, evenmin als de publieke toegang ertoe in tijden van beperkte mobiliteit.

als excuus voor die hebzuchtige toeëigening van het werk van een auteur die in 1961 overleed, gebruikt men zoals steeds het zogenaamde auteursrecht dat op dergelijke wijze de rechten van de overleden auteur op een vrije verspreiding van zijn werken die immers tot het publieke domein zijn gaan behoren op een afstotelijke manier verkwanselt aan het eigenbelang van de uitbaters ervan. dat ‘auteursrecht’ is op die manier bovendien verworden tot het voornaamste obstakel in de weg van een natuurlijke overlevering van het eigenlijke werk van een auteur, een conclusie waartoe ik al in 1996 kwam.

het duurde evenwel tot in 2004 vooraleer ik tot enige serieuze bezinning kwam rond die problematiek, een bezinning die mij uiteindelijk pas in 2017 deed besluiten dat de enige uitweg uit dit moeras van nijd en absurditeit de radicale verwerping van de begrippen ‘publiek’ en ‘productie’ waren, dat de enige zinvolle invulling van het auteursconcept er een is dat open staat voor iedereen, dat de activiteiten van het ‘lezen’ en ‘schrijven’ in mijn hoekje van het brede gamma aan creatieve activiteiten gelijkwaardige instantie zijn van een algemene I/O van de creativiteit en dat dergelijke I/O enkel in een open, anti-elitaristische en a-commerciële cultivatie ervan, een zuiver altruistisch georganiseerde waardering ervan, kan bijdragen aan een gezonde samenleving. het ideaal hier is met onafwendbare evidentie dat van een volstrekt rationele, dynamische religie van de enkeling als deelnemende aan de expressie van de wereldziel.

maar strijden daarvoor heeft geen zin, omdat zulks geen doel is dat bereikt kan worden, daarvoor staat geheel de humane nijd ons te zeer fataal in de weg, daarvoor is de mens vooralsnog te zeer gefocust op de eigen ondergang, een ondergang overigens, die, moest het je nog niet zijn opgevallen, met rasse schreden nadert in de vorm van een globale crisis in vergelijking waarmee het huidige corona-incident een – met het nodige respect aan de slachtoffers – verwaarloosbare peulschil is. en de strijd is ook zinloos omdat het de enige mogelijk uitweg is uit het dilemma ‘mens’. het komt er m.a.w. hoe dan ook van, wij hebben daar zelf geen enkele controle over.

het enige wat het vrije individu aan dat ideaal kan bijdragen is het activeren van voorbeeld van een praktijk ervan, een werkend exemplaar van hoe het anders zou kunnen, moest niet een ieder gekluisterd blijven hangen aan de eigen eerzucht, hebzucht en nijd t.o.v. de ander.

zo’n praktijk van het exemplarisch activisme kan je als individu echter enkel uitbouwen als je zelf, zoals ik, in een uitzonderingssituatie aan de kant geschoven bent door de bestaande samenleving, en/of als je (anderszins) de luxe hebt om je aan de grijpgrage klauwen ervan te kunnen onttrekken. je moet m.a.w. niet alleen zo zot zijn om het te willen proberen, je moet ook effectief ‘zot’ genoeg zijn om het te mógen doen. of rijk genoeg natuurlijk, maar de rijke exemplaren zie ik nog niet vlug in de eigen voet schieten, om niet terug te moeten vallen op de meer voor de hand liggende , maar aggresievere kamelenoogparabel.

waarmee we uiteraard vol in het onbedwingbare en uiterst subversieve terrein van de waanzin zijn belandt, een terrein dat we in dit ‘journal intime’ nu verder op kousevoeten gaan verkennen aan de hand van een lezing van ‘Création et schizophrénie’ van Jean Oury, oprichter en stichter van de La Borde kliniek en de peetvader van alle Deleuzianen [OURY 1989].

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960

journal intime #76

76 – la profération poetique – LA IE S

het plezier van de nonsens is ook het plezier van de poëtische zegging en dat van het kind in zijn brabbeltaal. de nonsensicale hoofdlettergedichten van Réquichot zijn echter geen cobra-achtige verheerlijking van het kinderlijke of van de spontane, onberedeneerde zegging.

het is eerder taal die van haar communicatieve zin ontdaan is, kale taal waarvan de afgestroopte nonsens overblijft, erotische transgressies van de stem. het is harde, virale klank-asemiek. totemtaal? ik lees momenteel zeer aandachtig de jeugdgedichten van Réquichot die niet geschikt voor publicatie werden geacht door de samenstellers van de ‘Ecrits’ in 1973, en ik denk te kunnen begrijpen waarom, want je kan die moeilijk anders lezen dan als fallische masturbatiehymnen. deze teksten (waarvan 12 bladzijden blijkbaar verdwenen zijn) zijn ook later niet opgevist, niet in 2002, bij de nieuwe uitgave van de geschriften en ook niet door onze Jean-François die er slechts in een voetnoot van rept, waarin hij zegt dat Marcel Billot ‘goed geadviseerd was om deze ‘adolescentenpoëzie’ niet te publiceren [Chevrier 2019, p.201]. ze staan gelukkig wel in de annexen van de doctorale thesis van Claire Viallat-Patonnier[CV-P 2016] . meer daarover later.

Réquichot’s (experimentele) klanklyriek is ook vanaf 1959 aanwezig in de titels van het schilder- en collageerwerk. ik verzamel ze hier, om toch enige systematiek te verkrijgen in ons onderzoek (de nummers tussen vierkante haken verwijzen naar het nummer in de Catalogue Raisonné van 1973):

  • BEKABUISSON – BECS ET NIDS [CR363] (1959)
  • CHASTAKROUT [CR361] (1959)
  • FETAGRONOM [490] (1960-1961)
  • LOUCHAKOUPÉ [CR 375] (1959-1960) verfrommelt ‘louche’ met ‘a coupé’ als benaming voor een monsterlijke collage van animale ribbenkasten die een figuur vormen die onthoofd lijkt te worden door een lijn van gebeente
  • NEKONK TANTEN TANK MANA [CR495] (1959-1960), de reliquaire van ringen
  • NOKTO KÉDA TAKTAFONI [CR 383] (1959-1960): dit kan je duidelijk lezen als ‘de nacht val tactafonisch’ met een synesthesie van het voelen vallen van de stilte
  • MOUSTAKSALIZE [CR430] (1960-1961)
  • PEKAT’ LOKAILLE [CR403] (1960) stroopt de denotatie af van de naam van de sigarettenverpakking P4
  • RADILAKTE [CR478] (1960-1961) is een van de meest lieflijk ogende walgbakjes met puddingbloemen, verhemeltes en tongen tussen de druiventrossen
  • SETERKOK [CR374] (1959) met als ondertitel L’ ARBRE DE SCIENCE’
  • SOIPON VRADIL [CR416]
  • VIBROSKOMENOPATOF [CR429](1960)

‘voorlopers’ met neologismen (in hoofdletters) in de titel:

  • SUSPENTATEUR [CR125] (1956) (gestegen in waarde van €3218 in 2012 naar €26,650 in 2015)

twijfelgevallen na 1959

  • ANTIBARON I en II [CR413-414] (1960)

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960

journal intime #75

jt 75 – je laisserai des livres indéchiffrables – DA VE RE

pfft: twee van de vier auteurs (Réquichot, Celan, Snoek en Scelsi) waar ik mij momenteel intensief mee bezighoud zijn zelfmoordenaars, één is een twijfelgeval. alleen Scelsi heeft het vrolijk fluitend uitgezongen en is een naar men mag aannemen natuurlijke dood gestorven een dag na de door hem voorspelde datum 8/08/1988. ja dat moet ik nog uitzoeken hoe het zit met die voorspelling.

(zelf sterf ik, voor wie zich daar zorgen over maakt, op 5 mei 2054, maar geloof me: op die dag hebben diegenen die dan nog in leven zijn andere kopzorgen dan dat).

ik las net dat de corono-logika van de evidentie (de wetenschappelijkheid van de prognose maakt de beleidskeuze noodwendig) toch al voorzichtigjes wordt doorgetrokken naar de uiterst voorspelbare zomerse waterschaarste.
net zoals de dood eigenlijk het leven eenvoudig maakt, maakt ook de zichtbaarheid van de bovengrens aan de meedogenloze exploitatie van de aarde de beleidskeuze simpel. moesten we onsterfelijk zijn, we zouden met onszelf geen blijf weten.

er voortijdig zelf een eind aanmaken, gebeurt toch wel steevast, zo lijkt mij, uit onmacht, uit wanhoop: de keuze is geen keuze, maar een gebrek aan keuze.

wanneer de suicidaire Réquichot zoiets neerpent als ‘ik zal onleesbare boeken nalaten’ en als je dan weet dat de man enkele dagen voor zijn daad zes onleesbare brieven schreef, dan wijst een en ander toch op een moord met voorbedachte rade. en de ‘Cantique du Dr. Faustus’ besluit ook met “Ah la jouissance d’ëtre l’auteur de sa propre apocalypse’. maar maakt deze aantijging van voorbedachtheid (tot een oordeel daarover kan het nooit meer komen omdat dader en slachtoffer in het moment door de daad tot één zijn herleid) een bres in het dogma dat er geen keuze was? getuigt het van vrije wil om voor de dood te kiezen? maakt zulks dan van de zelfmoord een vorm van zelfverstrekte euthanasie, die vergelijkbaar is met de eveneens ‘onvrije keuze’ van de verslaafde (ik ken geen enkele verslaafde die ‘wil’ verslaafd zijn, en ik ken er nogal wat). is het niet eerder zo dat al deze schijnbaar triomfantelijke uitingen van doodsdrang in het werk net zovele kreten om hulp waren? een exhibitionistisch vertoon van onmacht vergelijkbaar met het gedrag van een ‘succesvolle’ verslaafde?

het is verder ook best mogelijk dat het zekere vooruitzicht van de zelfgekozen dood voor de mens Réquichot het leven gedurende een langere periode opnieuw leefbaar maakte, net zoals de optie van een legale euthanasie sommige psychisch lijdenden een nieuwe adem geeft in het ondergaan van het lijden.

maar ware het niet veel beter dan dat diezelfde noodzaak aan bewegingsruimte verschaft zou kunnen worden door andere middelen, door een investering in therapie, in behandeling? en heeft de hypocrisie van de Kunstwereld echt nog slachtoffers nodig?

het lijken mij zeer hete hangijzers die mij alle tesamen genomen doen concluderen dat het misschien vooral om ruimte gaat, dat het voor ons beter is dat we niet onmiddellijk voor het dilemma staan omdat elke keuze dan sowieso een verkeerde is. die ruimte is de kwalitatieve ruimte die de mens nodig heeft voor een gezond functioneren, voor een doorvoeld welzijn. dezelfde statistische ruimte die wij nodig hadden om een noodlottig scenario in onze ziekenhuizen af te wenden, het fameuze ‘flatten the curve’-beleid dat op zich al een gedwongen keuze was.

wanneer we het op de kwantitatieve wet laten aankomen, wanneer we de prognoses in de wind slaan en het getal in onze plaats laten beslissen is er geen sprake meer van keuze of vrije wil, maar enkel van ondergaan, dan geldt gewoon de natuurwet van het kapitaal.

we moeten, denk ik dan, steeds voldoende afstand houden van het dilemma, van de bovengrens, en niet het dilemma, het onvermijdelijke voor ons laten beslissen. niet afwachten tot er andere uitweg meer is.
want dan is er geen humane ruimte meer, geen gezonde lucht, geen gevoel van vrijheid.

en in die optiek lijkt het mij een verkeerd signaal om het toeleven naar de uitvoering van het dilemma open te stellen, het legaal te maken, een overgave eerder dan een overwinning voor de humaniteit. want dan zeg je dat je de psychisch lijdende niets meer te bieden hebt dan dat, dat elk alternatief voor ons, de zogenaamd gezonden, onbetaalbaar is.

want dan stuur je misschien straks met dezelfde overgave aan de ijzeren wet van het kapitaal alle besmette mensen van boven de 65 naar huis met de boodschap dat het te duur is om te pogen hun leven te redden.

een gouden vuistregel, overigens, om klaarheid te scheppen in deze moeilijke ethische debatten lijkt mij deze te zijn: van zodra men de kwantiteit boven de kwaliteit stelt, heeft men enkel het eigenbelang voor ogen, en dienen de argumenten enkel het doel om die nijd te verbergen, door ze te laten aansluiten bij de nijd van de ander.

(moest je na het lezen van dit artikel met vragen achterblijven omtrent zelfdoding, klik dan hier ff. praten helpt)

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

journal intime#74

jt74 – transmutation générale de la marchandise – KA ME RA DE

in het geluidsfragment van vandaag maken we de desintegratie mee van een gewoon NL woord (‘KAMERADEN’) onder druk van de herhaling.

de herhaling van het woord is een druk omdat het de gewone werking van het spraaksysteem onder druk zet: het geeft het cognitieve reflectie, aandacht, die het ‘normaal’ niet heeft: het woord ‘kameraden’ dat in een gewone zin, conversatie uitgesproken wordt, nooit die cognitieve reflexie krijgen, een feedback van aandacht op het gebeuren van de uitspraak zelf.

daardoor begeeft de ‘natuurlijke’ eenheid van klank en betekenaar het in het woord en komen er onderliggende betekenaars vrij. het kan hier, in dit voorbeeld, elke kant opgaan: het woord kan verschillende uitwegen kiezen, weg van de druk. het kan een samenstelling van ‘KAMER’ en ‘RADEN’ worden, of van de boze KA met een MERADE wat dat ook moge wezen. Freud heeft aangetoond hoe verschillende opties van verdrukte lezingen revelerend zijn voor wat er zich afspeelt in het onderbewuste theater van de wreedheid

maar de bijhorende schriftoefening vereist van het testpsychisme een beslissing: de desintegratie van het uitgesproken woord moet zoals voorgeschreven in de code van het programma, in de herhaling een stabiliteit verkrijgen die samenvalt met de geste in de schrijfleescorridor. en de uiteindelijke beslissing is hoorbaar in de uitspraak, net zoals de uitspraak in de psychoanalyse vaak de ‘eigenlijke’ betekenaar van het woord in kwestie ‘weggeeft’ voor de aandachtige analyste: je kan niet tegelijk KAMER + RADEN denken en KAMMEN + RADEN uitspreken: wat je zegt ben jezelf.

het testsubject opteert hier duidelijk hoorbaar voor een hercodering van het ‘kameraden’-automatisme naar de aldus ‘overschreven’ geheugenplaats van KAMMEN + RADEN. misschien is die ‘keuze’ wel ingegeven door de kam-achtige weergave van KA ME en de spiralende zoekbeweging in de geste van het RA DE? of wil het testsubject de gedachte uiten dat je de mensen wel kan afkammen op zoek naar vrienden, maar dat je omtrent de ware aard daarvan toch altijd het raden hebt?

elkwegs is het duidelijk dat de beslissingen altijd uniek zijn aan het subject en binnen die unieke opstelling ook nog ’s uniek aan het gegeven moment, aan de ingeving van het moment bij het testsubject: je kan, m.a.w. hier ‘geen touw aan vastknopen’ en elke poging tot systematisatie, tot zingeving zal stranden in obscure esoterie, in nonsensicale geheimtaal voor ingewijden.

er zijn in de geschiedenis van de humane creativiteit talloze pogingen ondernomen om dit soort ingelezen systematiek in volstrekt unieke en daardoor ‘willekeurige’ handelingen, gestes of gebeurtenissen uit te bouwen tot een methode om welbepaalde ideologische of vage religieuze noties van een nec plus ultra na te jagen. dat komt waarschijnlijk omdat op het moment zelf de link tussen het gebeuren en de betekenis die er in de gedachten eraan gegeven wordt zo onmiskenbaar is: je voelt HET gebeuren, er is daar IETS, maar het is onuitsprekelijk.

het is de humane zingeving die zichzelf ziet zingeven, in real time. de revelerende kracht van het geheim daarvan willen we vasthouden, vastpakken, en delen met onze kameraden. die er uiteraard niks van begrijpen, de sukkels!

op het ogenblik echter, dat we ophouden met het willen bekleden van de sporen van onze gedragingen met het belang dat wij aan ons ego hechten, kan het gebeuren terug gelezen worden als zuivere lyriek van de expressie van een individu gevangen in de determinatie van plaats en tijd, als een zingen van de hand die zichzelf ontwaart.

op dat moment ervaren we de verlossende schoonheid die schuilt in ieder van ons, in de kleinste beweging van de geborgenheid van ons lichaam, in ons aanvoelen van de zich in ons vertalende ziel van de eindeloos verder rottende kosmos.

laat het zijn en zie: je komt tot leven.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma