journal intime #81

jt81 – le rève se cultive dans les ténèbres – OR GEL AA PJE

Jean-Francois Chevrier sluit zijn boek ‘Zone sensibles’ [CHEVRIER 2019] op klassieke Koenstboekwijze af met een soort van eindwaardering.
ofwel dient men zich in zulk een sjabloon uit te putten in superlatieven, zeker aangewezen als het een grote naam betreft met astronomische marktwaarde, of men kan ook opteren om de net ontwikkelde eigen kijk op het werk in de verf zetten. er staat dus weinig vermeldenswaard in dat slothoofdstuk.

maar ach, ik ben mij pas in de laatste hoofdstukken beginnen ergeren, en al bij al is dit een meer dan behoorlijke monografie. er is ook nog een heel bruikbare uitgebreide ‘Chronologie’ van het leven van Réquichot aan toegevoegd, uitgebreid op basis van de bestaande chronologie in de Catalogue Raisonné van 1973 met eigen onderzoek van Chevrier. en een degelijke bibliografie, zodat het werk zeker een onmisbaar document is voor ieder die zich voor Réquichot interesseert.

daarbij is het natuurlijk zeer jammer dat al dat werk gedoemd is om enkel voor de enkelen beschikbaar te zijn die het zich kunnen veroorloven, tenzij dan in gespecialiseerde bibliotheken maar die zijn voor het brede publiek de facto sowieso moeilijk toegankelijk. in een tijd dat digitale verspreiding van data nauwelijks meer kost dan de stroom die het verbruikt, getuigt dat van een vrij obsceen te noemen elitarisme, surtout daar het voortbestaan, ook van die gespecialiseerde bibliotheken, in een tijd dat de afdelingen menswetenschappen aan de universiteiten geslachtofferd worden aan een onbegrijpelijke besparingswoede, allerminst gegarandeerd is, evenmin als de publieke toegang ertoe in tijden van beperkte mobiliteit.

als excuus voor die hebzuchtige toeëigening van het werk van een auteur die in 1961 overleed, gebruikt men zoals steeds het zogenaamde auteursrecht dat op dergelijke wijze de rechten van de overleden auteur op een vrije verspreiding van zijn werken die immers tot het publieke domein zijn gaan behoren op een afstotelijke manier verkwanselt aan het eigenbelang van de uitbaters ervan. dat ‘auteursrecht’ is op die manier bovendien verworden tot het voornaamste obstakel in de weg van een natuurlijke overlevering van het eigenlijke werk van een auteur, een conclusie waartoe ik al in 1996 kwam.

het duurde evenwel tot in 2004 vooraleer ik tot enige serieuze bezinning kwam rond die problematiek, een bezinning die mij uiteindelijk pas in 2017 deed besluiten dat de enige uitweg uit dit moeras van nijd en absurditeit de radicale verwerping van de begrippen ‘publiek’ en ‘productie’ waren, dat de enige zinvolle invulling van het auteursconcept er een is dat open staat voor iedereen, dat de activiteiten van het ‘lezen’ en ‘schrijven’ in mijn hoekje van het brede gamma aan creatieve activiteiten gelijkwaardige instantie zijn van een algemene I/O van de creativiteit en dat dergelijke I/O enkel in een open, anti-elitaristische en a-commerciële cultivatie ervan, een zuiver altruistisch georganiseerde waardering ervan, kan bijdragen aan een gezonde samenleving. het ideaal hier is met onafwendbare evidentie dat van een volstrekt rationele, dynamische religie van de enkeling als deelnemende aan de expressie van de wereldziel.

maar strijden daarvoor heeft geen zin, omdat zulks geen doel is dat bereikt kan worden, daarvoor staat geheel de humane nijd ons te zeer fataal in de weg, daarvoor is de mens vooralsnog te zeer gefocust op de eigen ondergang, een ondergang overigens, die, moest het je nog niet zijn opgevallen, met rasse schreden nadert in de vorm van een globale crisis in vergelijking waarmee het huidige corona-incident een – met het nodige respect aan de slachtoffers – verwaarloosbare peulschil is. en de strijd is ook zinloos omdat het de enige mogelijk uitweg is uit het dilemma ‘mens’. het komt er m.a.w. hoe dan ook van, wij hebben daar zelf geen enkele controle over.

het enige wat het vrije individu aan dat ideaal kan bijdragen is het activeren van voorbeeld van een praktijk ervan, een werkend exemplaar van hoe het anders zou kunnen, moest niet een ieder gekluisterd blijven hangen aan de eigen eerzucht, hebzucht en nijd t.o.v. de ander.

zo’n praktijk van het exemplarisch activisme kan je als individu echter enkel uitbouwen als je zelf, zoals ik, in een uitzonderingssituatie aan de kant geschoven bent door de bestaande samenleving, en/of als je (anderszins) de luxe hebt om je aan de grijpgrage klauwen ervan te kunnen onttrekken. je moet m.a.w. niet alleen zo zot zijn om het te willen proberen, je moet ook effectief ‘zot’ genoeg zijn om het te mógen doen. of rijk genoeg natuurlijk, maar de rijke exemplaren zie ik nog niet vlug in de eigen voet schieten, om niet terug te moeten vallen op de meer voor de hand liggende , maar aggresievere kamelenoogparabel.

waarmee we uiteraard vol in het onbedwingbare en uiterst subversieve terrein van de waanzin zijn belandt, een terrein dat we in dit ‘journal intime’ nu verder op kousevoeten gaan verkennen aan de hand van een lezing van ‘Création et schizophrénie’ van Jean Oury, oprichter en stichter van de La Borde kliniek en de peetvader van alle Deleuzianen [OURY 1989].

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • teken je de geste
  • je signeert en dateert het resultaat
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma: een gesigneerde en gedateerde tekening met een titel in een vreemde taal

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960

dagboek zonder dagen (13)

// vertaling van Bernard Réquichot’s “Journal sans dates” REQUICHOT 2002 p.107-149 – hopelijk elke dag een stukje – de paginanummers van de Franse tekst worden op een aparte regel rechts uitgelijnd in klein bold lettertype vermeld boven de betreffende pagina in deze vertaling

Soms moet je vechten tegen je denken en als het denken ons overstijgt kan het ook een middel worden om ons te overstijgen.

p.117

Voor de dingen van het dagelijkse leven, zij kunnen schilderkunst worden als zij [als?] dingen van buiten resoneren met de wereld van binnen, en de schilderkunst gelijkaardig aan de dingen wordt.

De mens van de toekomst zal begrepen hebben hoe hij gemaakt is en hoe hij functioneert, hoe de mekaniek in elkaar zit van zijn denken en zijn voelen; hij zal dat kunnen maken en laten werken, hij zal denkende en voelende machines maken en die kunnen zich zelfs perfectioneren: ze zullen gemaakt zijn naar zijn beeld. Hij die hen maakte zal hen domineren en hen begrijpen: weinig zal voor hem nog een daad van begrip of gevoel zijn.

Stelling: De beweging ontbindt de materie: hoe meer de beweging toeneemt, hoe meer de materie zich wegvaagt.

God is een eenvoudig idee gebruikt door mensen die zich geen vragen stellen.

Men kan zich de fenomenen van de dood heel goed voorstellen en dus bestuderen zonder al dood te zijn of bezig te sterven.

De auto-analist experimenteert met ongerepte psychische toestanden.

Als de getallen enkel een ingebeelde existentie hebben kunnen de wiskundige bewijzen dan iets anders zijn dan ingebeelde waarheden?

Afbeeldingsresultaat voor Réquichot Ecrit divers

Dit bestand maakt deel uit van de Neo-Kathedraalse Lezing van het werk van Bernard Réquichot.

Een NKdeE-Lezing is een recyclageprogramma dat de nalatenschap van een overleden auteur publiekelijk bestudeert met het oog op een opname van de overledene in de Kathedraal als Kathedraal-Auteur.

dagboek zonder dagen

// vertaling van Bernard Réquichot’s “Journal sans dates” REQUICHOT 2002 p.107-149 – hopelijk elke dag een stukje – de paginanummers van de Franse tekst worden op een aparte regel rechts uitgelijnd in klein bold lettertype vermeld boven de betreffende pagina in deze vertaling

Reactie impliceert gewaarwording op een variabele graad van bewustzijn. De niet gewilde keuze van de reactie veronderstelt een reden, dus een betekenis.
Voorbeeld van betekenis: klauwen op de grond indiceren de passage van een leeuw.

De toeschouwer van een dergelijke gevoelige plaat heeft de rol haar te lezen; de lezing begint in de omgekeerde richting van het schrift: de toeschouwer ziet eerst dat waarmee de analyst eindigde en, om de zaken redelijk grof te beschouwen, keert langs omgekeerde opeenvolging op de loop der acties terug.

Wij, de introverte anderen, wij hebben onze twijfels over ons, zoals jullie extraverten waarschijnlijk jullie twijfels hebben over de anderen.

De communicatie onderneemt haar pogingen in de experimentele emoties. Wanneer de experimentele emotie verrast, vervoert of stopt, dan komt dat wat verwacht werd aan en fixeert zich in een ogenblik.

Mocht de duivel bestaan, wij zouden onszelf beter kennen.

Het meest extreem doordringende van het lawaai is een vorm van sadisme.

Afbeeldingsresultaat voor Réquichot Ecrit divers

commentaar

eigenlijk is het onvoorstelbaar wat voor een verschrikkelijk slechte lezers de geschriften van Bernard Réquichot hebben moeten doorstaan. ik heb in ieder geval bij al het geschrevene dat ik over Réquichot las nergens de indruk gekregen dat de auteurs daarvan ook maar iets van deze geschriften hebben begrepen.

het zijn nochtans geen obscure geschriften, ze verhullen totaal niks, ze zijn doodeerlijk en zeggen exact wat ze ‘willen’ zeggen. maar je moet het geschreven wel willen activeren als gedachte in je hoofd, je moet ze (durven/willen/ de moeite nemen om ze) open( te )vouwen van tekst tot gebeurende gedachte.

je moet Réquichot dus lezen zoals men vroeger boeken las, en zoals men ze ook schreef, niet als kant en klaar consumptieproduct maar als een hulpmiddel, een werktuig om gedachten te laten gebeuren.

(de Trionfi van Petrarca moet je ook zo lezen, als een programma om alle verhalen achter de korte vermelding in de tekst van de ‘optocht’ te laten gebeuren in je hoofd, de echte tekst van de Trionfi werd geschreven door de lezers van Petrarca die de code nog konden lezen als programma, als code voor de machine van het geheugen – hoe denk je anders de immense populariteit van die tekst te verklaren die door zijn tijdgenoten duizend keer hoger ingeschat werden dan de liedjes voor Laura? omdat al die duizenden lezers zo loemp waren misschien? wie is er hier loemp? de evolutie in de cultuur is een constante devolutie, het wordt alleen maar erger met de loempigheid…)

neem een zinnetje als: ‘Si le diable existait nous nous connaîtrions davantage’ ( ‘Mocht de duivel bestaan, wij zouden onszelf beter kennen’).

wat betekent dat als je het eenmaal, driemaal honderdmaal leest? als je weigert te denken, weigert bij jezelf op zoek te gaan wat het zou kunnen betekenen, blijf je enkel achter met een gratuit bon mot, een aforisme zoals je er wel duizend per dag zou kunnen consumeren.

maar hoe kom je tot de gedachte die deze zin activeert als je het toelaat? wel, de zin zegt dat de duivel niet bestaat en dat we daardoor onszelf niet zo goed kennen dan wanneer dat wel het geval zou zijn.
waarom zouden wij onszelf dan beter kennen?
wat is de duivel? het kwaad in de mens. we kennen dus niet het kwaad in de mens want dat zit in ons denken, en moest het niet in ons denken zijn, dan zou het bestaan als duivel en dan konden we het kennen, want dan viel immers ons denken niet langer samen met het kwade erin, met de duivel ervan die evenwel niet bestaat.
voila, nu is de gedachte vrij en kan ze beginnen wérken, je hebt een pad geopend in de gewoonte van je denken dat er nog niet was, want aja, dat was uw gewoonte niet om daar zo over te denken, maar nu bestaat die duivelse gedachte in jou en ken je jezelf iets beter, maar wat ken je beter? is dat wel jezelf? is het Réquichot? de duivel?

zie je, je kan die geschriften niet zomaar ‘consumeren’ zoals je wel met deze teksten van mij kan doen, dat is daar slappe koffie tegen (geeuw maar, je mag, ik sta het jou toe).

nog een voorbeeld? oké, volgende zin: “L’extrême aigu du bruit est une forme de sadisme”( ‘Het meest extreem doordringende van het lawaai is een vorm van sadisme’).

hoe gaan we van deze uitspraak opnieuw een actieve gedachte maken? wel hop, dezelfde manier van ‘lezen’: wat is lawaai, wanneer is lawaai lawaai en geen geluid?

lawaai is lawaai wanneer het als lawaai wordt waargenomen, wanneer het herkent wordt als lawaai, wanneer het zich herkent als lawaai. wat kan het lawaai anders doen dan genieten van zijn lawaai-zijn, zijn hinderlijk zijn, van de ergernis die het opwekt, het spoor daarvan dat het aanricht, hoe prachtig is het niet om lawaai te zijn, hoe je de teerbewaakte stilte kan openrijten, hoe je het ongerepte met een gilletje kan aansnijden, openrukken, vernielen verwoesten. maar nee hoor lawaai is gewoon bot betekenisloos lawaai, het is alleen het meest extreem scherpe van het lawaai dat een vorm is van sadisme, het soort lawaai dus dat genoegen schept in het lawaai zijn.

beide zinnen staan na een vrij omstandige uitleg dat een schilder die experimenteert met zijn automatisme van de toeschouwer verwacht dat deze de omgekeerde weg zal afleggen om zo te lezen wat de schilder emotioneel heeft doorgemaakt (weerzin, enthousiasme, wantrouwen) door de confrontatie met die automatische expressie.

midden in die uitleg, lees daar ajb niet over in je post-corona haast, gaat het over het gebrek aan vertrouwen dat ook de extravert wel moet kennen (veronderstelt toch de introvert) in de ander, terwijl de introvert natuurlijk nooit verder komt dan twijfel aan zichzelf, omdat zulks tenslotte het enige is waar hij zekerheid over zou kunnen bereiken, maar zie je zelfs dat lukt mij niet, ik ben nou eenmaal introvert dus ik twijfel in de eerste plaats aan mijzelf…

maar kom, besluit hij dan (twee dagen later? een maand later? we weten het niet, geen enkele lezer van Réquichot heeft het zich afgevraagd blijkbaar, hoe kan je dit lezen en het je niet afvragen???)
kom, besluit hoedanook de auteur van deze als 1 doorlopend geheel gepresenteerde tekst, ik zal jullie deze twee zinnetjes prijsgeven, zodat deze geschriften werken zoals mijn schilderijen, zodat jullie als lezer de omgekeerde weg kunnen volgen en mijn gedachten kunnen lezen door ze bij jezelf te activeren, want als dat in schilderijen zo werkt is dat omdat ik geleerd heb dat het in geschriften ook zo werkt, dat weten jullie toch ook, die zo wanstaltig zeker lijken te zijn over jullie zelf, jullie duivel-loze ikjes in de sacrale stilte van jullie zwijgen?

wat Réquichot ons biedt in zijn geschriften is geen onthulling, geen revelatie, geen epifanie, maar wel de ervaring van een autonoom denken, een belevenis van het gebeuren van het denken zelf.

het is een experiment (zoals alles wat hij doet experiment is, onderzoek, Faustiaanse queeste naar het echte) dat niets minder doet dan pogen om momenten van verbinding tot stand te brengen over de dood heen, een dood die voor de voltrekker van de eigen ondergang, voor de duivelskunstenaar, de leerling-Faust Réquichot op elk moment in zijn leven en in zijn handelen aanwezig was. wat is schrijven anders dan een poging om iets achter te laten van je gedachten? wat is schrijven anders dan een passie die je beoefent alsof je leven ervan afhangt, want dat doet het ook echt op elk moment dat je schrijft.

“wanneer de experimentele emotie verrast, vervoert of stopt, dan komt dat wat verwacht werd aan en fixeert zich in een ogenblik. ”

welkom, jij hypocriete lezer, mijns gelijke, in het moment van Bernard Réquichot.

journal intime #76

76 – la profération poetique – LA IE S

het plezier van de nonsens is ook het plezier van de poëtische zegging en dat van het kind in zijn brabbeltaal. de nonsensicale hoofdlettergedichten van Réquichot zijn echter geen cobra-achtige verheerlijking van het kinderlijke of van de spontane, onberedeneerde zegging.

het is eerder taal die van haar communicatieve zin ontdaan is, kale taal waarvan de afgestroopte nonsens overblijft, erotische transgressies van de stem. het is harde, virale klank-asemiek. totemtaal? ik lees momenteel zeer aandachtig de jeugdgedichten van Réquichot die niet geschikt voor publicatie werden geacht door de samenstellers van de ‘Ecrits’ in 1973, en ik denk te kunnen begrijpen waarom, want je kan die moeilijk anders lezen dan als fallische masturbatiehymnen. deze teksten (waarvan 12 bladzijden blijkbaar verdwenen zijn) zijn ook later niet opgevist, niet in 2002, bij de nieuwe uitgave van de geschriften en ook niet door onze Jean-François die er slechts in een voetnoot van rept, waarin hij zegt dat Marcel Billot ‘goed geadviseerd was om deze ‘adolescentenpoëzie’ niet te publiceren [Chevrier 2019, p.201]. ze staan gelukkig wel in de annexen van de doctorale thesis van Claire Viallat-Patonnier[CV-P 2016] . meer daarover later.

Réquichot’s (experimentele) klanklyriek is ook vanaf 1959 aanwezig in de titels van het schilder- en collageerwerk. ik verzamel ze hier, om toch enige systematiek te verkrijgen in ons onderzoek (de nummers tussen vierkante haken verwijzen naar het nummer in de Catalogue Raisonné van 1973):

  • BEKABUISSON – BECS ET NIDS [CR363] (1959)
  • CHASTAKROUT [CR361] (1959)
  • FETAGRONOM [490] (1960-1961)
  • LOUCHAKOUPÉ [CR 375] (1959-1960) verfrommelt ‘louche’ met ‘a coupé’ als benaming voor een monsterlijke collage van animale ribbenkasten die een figuur vormen die onthoofd lijkt te worden door een lijn van gebeente
  • NEKONK TANTEN TANK MANA [CR495] (1959-1960), de reliquaire van ringen
  • NOKTO KÉDA TAKTAFONI [CR 383] (1959-1960): dit kan je duidelijk lezen als ‘de nacht val tactafonisch’ met een synesthesie van het voelen vallen van de stilte
  • MOUSTAKSALIZE [CR430] (1960-1961)
  • PEKAT’ LOKAILLE [CR403] (1960) stroopt de denotatie af van de naam van de sigarettenverpakking P4
  • RADILAKTE [CR478] (1960-1961) is een van de meest lieflijk ogende walgbakjes met puddingbloemen, verhemeltes en tongen tussen de druiventrossen
  • SETERKOK [CR374] (1959) met als ondertitel L’ ARBRE DE SCIENCE’
  • SOIPON VRADIL [CR416]
  • VIBROSKOMENOPATOF [CR429](1960)

‘voorlopers’ met neologismen (in hoofdletters) in de titel:

  • SUSPENTATEUR [CR125] (1956) (gestegen in waarde van €3218 in 2012 naar €26,650 in 2015)

twijfelgevallen na 1959

  • ANTIBARON I en II [CR413-414] (1960)

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • teken je de geste
  • je signeert en dateert het resultaat
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma: een gesigneerde en gedateerde tekening met een titel in een vreemde taal

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960

dagboek zonder dagen (12)

// vertaling van Bernard Réquichot’s “Journal sans dates” REQUICHOT 2002 p.107-149 – hopelijk elke dag een stukje – de paginanummers van de Franse tekst worden op een aparte regel rechts uitgelijnd in klein bold lettertype vermeld boven de betreffende pagina in deze vertaling

De aandacht trekken op de uitdrukking van de associaties van de vrije daden, zonder enige gewilde keuze of uitsluiting. Een onvrijwillige en onbewuste associatiemecaniek veroorzaakt de opeenvolging der daden, stuurt ze naar het einde van de grafische en geïmiteerde phrase wanneer de mecaniek haar maximale spanning bereikt.

Observaties van de daad: ik denk met mijn zenuwen, mijn tanden, mijn klauwen. Ik zou willen bijten vernielen, ik wind mij op. Spieren (zijn het wel spieren?) waarvan ik nog niet de plaats heb gedefinieerd spannen zich tot het genot en pijn wordt tegelijk.

De overdracht van een betekenis veronderstelt analoge sensaties ondanks verschillen in persoonlijkheid.

116

Kijken naar de voortgang van de mentale mechanismen in werking tijdens de actie.

Het schilderoppervlak beschouwen als een gevoelige plaat voor de variaties van mentale spanningen, gevoelige plaat waar de spanningen zich vastleggen op het ogenblik van hun passage, die wanneer zij gevuld is een grafiek weergeven van de opeenvolging van psychische momenten.

Geconfronteerd let zijn eigen reactie zichtbaar gemaakt op het moment dat die zich voordoet wordt de auto-analyst overvallen met weerzin, met enthousiasme, met wantrouwen, dat wil zeggen hij reageert nog, deze nieuwe reactie noteert zich in het vervolg van de vorige reacties; aldus haken de acties in reactie op elkaar ineen.

Afbeeldingsresultaat voor Réquichot Ecrit divers

journal intime #75

jt 75 – je laisserai des livres indéchiffrables – DA VE RE

pfft: twee van de vier auteurs (Réquichot, Celan, Snoek en Scelsi) waar ik mij momenteel intensief mee bezighoud zijn zelfmoordenaars, één is een twijfelgeval. alleen Scelsi heeft het vrolijk fluitend uitgezongen en is een naar men mag aannemen natuurlijke dood gestorven een dag na de door hem voorspelde datum 8/08/1988. ja dat moet ik nog uitzoeken hoe het zit met die voorspelling.

(zelf sterf ik, voor wie zich daar zorgen over maakt, op 5 mei 2054, maar geloof me: op die dag hebben diegenen die dan nog in leven zijn andere kopzorgen dan dat).

ik las net dat de corono-logika van de evidentie (de wetenschappelijkheid van de prognose maakt de beleidskeuze noodwendig) toch al voorzichtigjes wordt doorgetrokken naar de uiterst voorspelbare zomerse waterschaarste.
net zoals de dood eigenlijk het leven eenvoudig maakt, maakt ook de zichtbaarheid van de bovengrens aan de meedogenloze exploitatie van de aarde de beleidskeuze simpel. moesten we onsterfelijk zijn, we zouden met onszelf geen blijf weten.

er voortijdig zelf een eind aanmaken, gebeurt toch wel steevast, zo lijkt mij, uit onmacht, uit wanhoop: de keuze is geen keuze, maar een gebrek aan keuze.

wanneer de suicidaire Réquichot zoiets neerpent als ‘ik zal onleesbare boeken nalaten’ en als je dan weet dat de man enkele dagen voor zijn daad zes onleesbare brieven schreef, dan wijst een en ander toch op een moord met voorbedachte rade. en de ‘Cantique du Dr. Faustus’ besluit ook met “Ah la jouissance d’ëtre l’auteur de sa propre apocalypse’. maar maakt deze aantijging van voorbedachtheid (tot een oordeel daarover kan het nooit meer komen omdat dader en slachtoffer in het moment door de daad tot één zijn herleid) een bres in het dogma dat er geen keuze was? getuigt het van vrije wil om voor de dood te kiezen? maakt zulks dan van de zelfmoord een vorm van zelfverstrekte euthanasie, die vergelijkbaar is met de eveneens ‘onvrije keuze’ van de verslaafde (ik ken geen enkele verslaafde die ‘wil’ verslaafd zijn, en ik ken er nogal wat). is het niet eerder zo dat al deze schijnbaar triomfantelijke uitingen van doodsdrang in het werk net zovele kreten om hulp waren? een exhibitionistisch vertoon van onmacht vergelijkbaar met het gedrag van een ‘succesvolle’ verslaafde?

het is verder ook best mogelijk dat het zekere vooruitzicht van de zelfgekozen dood voor de mens Réquichot het leven gedurende een langere periode opnieuw leefbaar maakte, net zoals de optie van een legale euthanasie sommige psychisch lijdenden een nieuwe adem geeft in het ondergaan van het lijden.

maar ware het niet veel beter dan dat diezelfde noodzaak aan bewegingsruimte verschaft zou kunnen worden door andere middelen, door een investering in therapie, in behandeling? en heeft de hypocrisie van de Kunstwereld echt nog slachtoffers nodig?

het lijken mij zeer hete hangijzers die mij alle tesamen genomen doen concluderen dat het misschien vooral om ruimte gaat, dat het voor ons beter is dat we niet onmiddellijk voor het dilemma staan omdat elke keuze dan sowieso een verkeerde is. die ruimte is de kwalitatieve ruimte die de mens nodig heeft voor een gezond functioneren, voor een doorvoeld welzijn. dezelfde statistische ruimte die wij nodig hadden om een noodlottig scenario in onze ziekenhuizen af te wenden, het fameuze ‘flatten the curve’-beleid dat op zich al een gedwongen keuze was.

wanneer we het op de kwantitatieve wet laten aankomen, wanneer we de prognoses in de wind slaan en het getal in onze plaats laten beslissen is er geen sprake meer van keuze of vrije wil, maar enkel van ondergaan, dan geldt gewoon de natuurwet van het kapitaal.

we moeten, denk ik dan, steeds voldoende afstand houden van het dilemma, van de bovengrens, en niet het dilemma, het onvermijdelijke voor ons laten beslissen. niet afwachten tot er andere uitweg meer is.
want dan is er geen humane ruimte meer, geen gezonde lucht, geen gevoel van vrijheid.

en in die optiek lijkt het mij een verkeerd signaal om het toeleven naar de uitvoering van het dilemma open te stellen, het legaal te maken, een overgave eerder dan een overwinning voor de humaniteit. want dan zeg je dat je de psychisch lijdende niets meer te bieden hebt dan dat, dat elk alternatief voor ons, de zogenaamd gezonden, onbetaalbaar is.

want dan stuur je misschien straks met dezelfde overgave aan de ijzeren wet van het kapitaal alle besmette mensen van boven de 65 naar huis met de boodschap dat het te duur is om te pogen hun leven te redden.

een gouden vuistregel, overigens, om klaarheid te scheppen in deze moeilijke ethische debatten lijkt mij deze te zijn: van zodra men de kwantiteit boven de kwaliteit stelt, heeft men enkel het eigenbelang voor ogen, en dienen de argumenten enkel het doel om die nijd te verbergen, door ze te laten aansluiten bij de nijd van de ander.

(moest je na het lezen van dit artikel met vragen achterblijven omtrent zelfdoding, klik dan hier ff. praten helpt)

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • teken je de geste
  • je signeert en dateert het resultaat
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma: een gesigneerde en gedateerde tekening met een titel in een vreemde taal

journal intime is een gratis NKdeE-programma

journal intime #73

jt73- un spectacle de la matière – WEE ME LE

terwijl het golfschrift in dit programma zich een weg baant naar de realisatie van het infra-nederlands, een spectaculair verergerde variant van reeds met overspoeling bedreigde Nederlands (hoe laag kan je zakken), wordt het misschien stilaan tijd om te vertellen hoe ik eigenlijk bij Bernard Réquichot ben terecht gekomen.

evenmin als jullie, waarschijnlijk, had ik de naam ooit gehoord voor ik in 2017 bij een triage van door een locale bibliotheek afgevoerde boeken die zouden naar Afrika gestuurd worden (in een bewonderenswaardig ‘Livres pour l’ Afrique’ project) plots op een exemplaar van de Catalogue Raisonné van 1973 [CR1973] stootte. nu was ik in die tijd bezig met de opstart van het grote dégout-onderzoek van de NKdeE: als eerste in een reeks van onderzoeken naar de negatieve emoties als middelen tot kennisverwerving had ik alle NKdeE-ogen gericht op de afschuw, de walging als primaire, instinctieve respons op het verderf en de levensbedreigende besmetting die ervan uitgaat.

nu, omdat het publieke imago van een onderzoeker samenvalt met zijn onderzoeksobject en omdat ik toen nog niet geheel doordrongen was van de objectieve almacht en groteske onverschilligheid van het Rot, gaf ik daar toen in mijn geschriften maar bij mondjesmaat uiting aan: het was en is zo al erg genoeg gesteld met het euh ‘succes’ van mijn creatieve exploten, ik wou toch nog een bèètje ‘publiek’ overhouden, want dat is een absolute vereiste voor de Neo-Kathedraalse research. momenteel ben ik al veel minder bereid tot concessies aan de dwingelandij van de attentie-economie, ik heb dan ook minder en minder aandacht nodig, althans dat probeer ik mij toch wijs te maken.

maar ondertussen, om verder te gaan, zijn we met dat lopende onderzoek naar de negatieve emoties als kennisverwervende ‘drives’ overigens bij de angst belandt, en ik moet zeggen: 2020 is helaas wat dat betreft een jaar van ongeziene weelde voor een angstonderzoeker. ik ben niet bijgelovig maar toch: ik hou mijn hart vast voor als ik aan de woede begin…

elkwegs: het boek over Réquichot viel mij in 2017 als een onverwachte schat in handen: ik bladerde door de reproducties en werd bijna tot tranen toe bewogen door deze schijnbaar schaamteloze vertoning van absoluut weerzinwekkende Kunst!

aja: hoe je het ook draait of keert: confronteer een schare van onvermoedende slachtoffers met 10 werken van Réquichot en laat hen hun onmiddellijke respons uiten middels drukken op een der knoppen ‘schoon’, ‘interessant’ of ‘weerzinwekkend’ en er zal een overtuigend deel van het testpubliek naar de afschuwknop grijpen. misschien moet je als testje maar ’s wat laten zien aan een kind, dat kan je moeilijk van vooringenomenheid of ‘artistieke gewenning’ verdenken.

nu, ik heb ondertussen behoorlijk wat al gelezen over Réquichot, maar ik moet de eerste kommentaar nog tegenkomen die dat ook letterlijk zegt. dat Réquichot zich schaamde voor zijn productie, dat las ik al (tja), en dat het ‘obsceen’ was dat durfde Barthes ook al wel aan, maar nergens lees je dat die werken toch vooral ook een ontegensprekelijke walging opwekken.

walging heeft nou net die eigenschap als emotionele respons dat ze heel erg onmiddellijk is en dus ‘ontegensprekelijk’. walging kan wel cultureel bepaald zijn (we vinden wat andere mensen in andere landen eten als lekkernij vaak walgelijk), je hebt ze of je hebt ze niet, je kan ze wel ontkennen, maar niet wegdenken.

om dat te begrijpen mogen we denk ik niet vergeten dat Réquichot leefde en werkte in de formatiejaren van de na-oorlogse spektakelmaatschappij zoals die door Debord ‘ontmaskerd’ is, en waar elke auteur met het grote publiek in een spektakelwaardeverhouding stond waar je kan blijven sociologische studies aan wijden maar die misschien nog het best uitgedrukt en meteen samengevat kan worden met enkele beelden uit de massaal gelezen populaire weekbladen van die tijd zoals, bij ons, De Post.

hieronder een favoriet voorbeeldje uit De Post van 1954, denk ik (de rest van het nummer ging op aan de collagedozekens die ik ervan maakte) met een reportage over John Cage die toen bij ons op bezoek was.

’t hangt in mijn keuken, ik zou het maar ’s moeten inlijsten want ’t is eigenlijk heel schoon, vooral ook met dat overcorrecte ‘bovendien’ in de titel:

je moet bij jezelf maar ’s nagaan hoeveel hiervan nog doorwerkt in hoe jij staat t.o.v. de ‘Kunst’ en in de huidige media. naarmate we verdergaan in de tijd gaan dergelijke directe confrontaties met ons verleden uiteraard belangrijker worden, en vooral ook indringerder. denk maar aan de Facebook ‘herinneringen’.

ook in die zin volgt natuurlijk de organisatie van mijn schrijven en kliederen in een autofage programmatie de algemene tendens in de exploitatie-programmatie van de Grote Wereld. een van de voorwaarden om als exemplarisch activist effectief te zijn is natuurlijk dat het voorbeeld herkenbaar en algemeen toepasbaar is, een fundamenteel kenmerk is dat ook, zou ik daaraan willen toevoegen, van de literatuur in het algemeen zoals die ons werd overgeleverd.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • teken je de geste
  • je signeert en dateert het resultaat
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma: een gesigneerde en gedateerde tekening met een titel in een vreemde taal

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960