dagboek zonder dagen (16)

// vertaling van Bernard Réquichot’s “Journal sans dates” REQUICHOT 2002 p.107-149 – hopelijk elke dag een stukje – de paginanummers van de Franse tekst worden op een aparte regel rechts uitgelijnd in klein bold lettertype vermeld boven de betreffende pagina in deze vertaling

[…p.118…]

Net zoals het mogelijk is om de gedachten in wakende toestand aan een discipline te onderwerpen, is het mogelijk om de gedachten en de gevoelens van dromen te disciplineren: er toe komen om bepaalde zaken bewust niet te dromen, vervolgens er toe komen om bewust bepaalde andere dingen te dromen, die dromen te registreren, er een zeker bewustzijn van te hebben, er de herinnering van verbeteren om zo van de slaap wat nieuwe bagage aan kennis over te houden en zo de slaap om te vormen tot een onderzoeksmiddel. Er voor zorgen dat de vreemde vondsten van de dromen ons tijdens de rest van het leven naar een beter begrip van die zaken leiden, waarvan we ons nog niet bewust zijn: dat die zaken langzaam stijgen van het onbewuste onbekende en onvoelbare naar het gekende, het bewuste en het voelbare. Dat daargelaten zijn er toch bepaalde gedachten uitgesloten uit het mentale in wakende toestand die zelfs geen toevlucht vinden in de droom. Deze uitsluitingen van het bewustzijn, uitsluitingen uit de droom zullen hun toevlucht zoeken (is het nog leven) in de meest obscure afwezigheid van het denkbare, het verlangen en het gevoel. Er zal heel natuurlijk een verhouding ontstaan tussen de slaap en het waken: in de slaap ontwikkelen zich de materialen bestemd om zich af te scheiden van het onbewuste, terwijl die zaken die bestemd zijn om het bewuste te verlaten zich nog voordoen in de droom vooraleer zich meer definitief af te zetten in de meest onwaarneembare gebieden.

Het idee komt zo uit het voorbewuste, uit het onbewuste, uit wat achter het onbewuste ligt, neemt het zijn aanvang in de nacht van het onwaarneembare en het onvoorstelbare. maar door ons te trainen in de kennis die zich ontwikkelt in die achterwereld, door discipline, door ons meer bewust te maken van die ideeën, die gevoelens, die gewaarwordingen die er nog nauwelijks zijn en waarop de dromen een straal daglicht werpen, benaderen wij een beter begrip van dat onwaarneembare en dat onvoorstelbare.

Afbeeldingsresultaat voor Réquichot Ecrit divers

commentaar

ik weet het niet maar ik denk niet dat ze elkaar gekend hebben Réquichot en Artaud. ik denk ook niet dat beide personen erg compatibel waren, ’t is een ander afdeling om het zo oneerbiedig te zeggen…
soit, we houden de kerk in ’t midden met nog ’s een paragraafke vertaling van Bernard vandaag…

mss., zo hoor ik mij denken, ben ik zelf wel een soort meta-zot, een ontsnapsel uit een verder onbekende dimensie van de waanzin, dat ik mij zo begrepen voel bij beiden. tja. ja sè.Deleuze, da’s ook nog ewa thuiskomen, maar da’s niet zo bekend maar dat was ook nie echt ne gewone ze. die kon er in zijne privè ook nie een beetje neffens derailleren.ach ach, ge moogt er niet teveel over doordenken net zoals over Amerika en de Amerikanen dezer dagen. als ge daar op begint door te denken wordt ge zotter dan zot van verdriet en pure horror want allez dat is toch puur een zwart gat van absolute horror nu en zeggen dat daar ontelbare letterlijk ontelbare verschrikkelijk lieve en schattige menskens wonen die net als wij alleen maar vragen om af en toe een beetje gerust te mogen zijn en blij te zijn bij elkaar. ’t is erg en nog erger is dat er niks aan te doen is en dat we hier van geluk mogen spreken toch…

weet ge als ge daar te lang over doordenkt over dat soort zaken geraakt ge helemaal ommuurd door de absolute onleefbaarheid van hoe onze werkelijkheid, dat stukske van ons aller illusies dat we blijkbaar delen kunnen, van hoe die communiceerbare fictie zich verhoudt tot wat het in onze verbeelding zou kunnen zijn, enerzijds en dat van binnen uit, als we zo ommuurd zitten al, ook nog ’s opstijgt het gevoel van hoe het ‘echt’ zit, want we weten dat niet bewust dat we dat weten maar we weten het wel onbewust en dat is dan geen echt weten maar een onontkenbaar besef, een weten van het niet-weten zoals wanneer ge weet dat ge iets vergeten zijt, wel als die nest binnen de onmogelijkheid van enige uitweg uit de realiteit naar het imaginaire ook nog ’s komt opzetten dan begint ge pas de ware toedracht van de woorden van zowel Réquichot als Artaud te begrijpen, te doorgronden, niet omdat ge het ‘snapt’, ge kunt het zelfs niet uitleggen, maar gewoon omdat ge het ervaart omdat het in uw puttekensputteke ook aan het gebeuren is, alleen hebt gij nog de luxe dat ge het naar believen af kunt zetten omdat ge die kracht nog over hebt, terwijl die twee pipo’s er vrijwel constant geheel aan overgeleverd waren, het moesten ondergaan. feesten van angst en pijn.

die fameuze écriture du réel, wat het ook moge worden, wat daaruit voort gaat komen, en je voelt dat er iets heel erg hoognodig Iets wil worden alsof de ganse wereldziel in alle kottekens van de humane expressie aan het pushen is om dat Iets er uit te krijgen, die fameuze Gebeurte die ons overkomen gaat, echt fameus plezant gaat het denkelijk toch nie worden hoor.

achteraf misschien, als we het horen jengelen met een engelenstem.

maar bon, ’t is nu niet alsof we daarin enige keuze hebben, dat is ongeveer het domste wat je daarbij kan denken.

blijven ademen dus, zoals ons moeder moest doen van de bevalmadam.

dagboek zonder dagen (15)

// vertaling van Bernard Réquichot’s “Journal sans dates” REQUICHOT 2002 p.107-149 – hopelijk elke dag een stukje – de paginanummers van de Franse tekst worden op een aparte regel rechts uitgelijnd in klein bold lettertype vermeld boven de betreffende pagina in deze vertaling

De materie is zonder begin, de geest komt evenals het leven voort uit de evolutie van de materie. Het is daarom dat het kleinste fenomeen van de materie in zich de potentie draagt van de geest en het leven. Omdat de materie zich zonder twijfel op min of meer zeldzame wijze op elke plaats van het universum bevindt, kunnen we zeggen: elk deeltje van het universum bevat in potentie geest en leven. Omdat elk deeltje van het universum sinds oneindige tijden bestaat, heeft elke deeltje sinds oneindige tijden al ontelbare cycli van metamorfoses doorlopen, van leven en dood. De tijd beweegt in het binnen van het universum en beweegt op zichzelf; hij geeft aan elke plaats een geschiedenis even oud als de ganse wereld en gelijkaardig aan eender andere waar materie, leven en denken overlappen.
Vanaf een zekere zwaartegraad wordt het denken universeel: dat is waar voor de dichter, de wijze, de kunstenaar en ieder waarvan de activiteit een

p.118

middel tot kennis is. het is daarom dat wanneer zij die graad bereiken hun verslagen hen onderling verrijken omdat ze een gemeenschappelijke taal spreken. Door verschillende middelen tot kennis komen ze bij die gemeenschappelijke plaats waar ze hun zienswijzen met elkaar kunnen confronteren. Vandaar dat de studie van het fundamentele begint wanneer de gescheiden middelen tot kennis aftreden.

Afbeeldingsresultaat voor Réquichot Ecrit divers

journal intime #90

jt 90 – par la vertu du signifiant – WAL GING

in mijn lezing van Jean Oury’s Création et schizophrénie [OURY 1989], een serie uitgesproken weigeringen om to the point te komen, was ik vanochtend aanbeland bij de laatste séance van het eerste seizoen (1986-1987), het deel dat Oury eerst in annexen wou weergeven bij de substantie van wat nog komen moet – het tweede seizoen dat ik nog kan ochtendbenchen – maar dat hij bij nader inzien toch liever in extensu weergaf om ook het groeiproces van die hoofdtekst te kunnen meegeven.

we maken in het boek dus ook de verharding ter boekstaving van de ideeën weer die erin ontwikkeld worden, het boek wil de lezer de ervaring van de totstandkoming van het boek meegeven, het incorporeert haar eigen methode.

het verschilt in aard niet zoveel van wat er hier gebeurt aangezien deze teksten die u nu leest zoals de aanwezigen bij de séances de bevoorrrechte getuigen waren van de uitspraak van de gedachten van Oury, later wellicht ook de invoer voor een verder onderzoek gaan vormen. Neo-Kathedraals onderzoek, de echte fan weet dat nog, is een zoeken naar de afwezige Kathedraal en daardoor het bouwen ervan.

het gaat mij hier om de methode, laten we wel wezen, niet om het belang van de inhoud, ik maak nergens aanspraak op, mijn Kathedraal is immens veel groter en belangrijker dan ikzelf maar ze zal zichzelf net zo goed moeten waarmaken op het moment dat ik er niet meer ben om haar in leven te houden. je moet weten waar je mee bezig bent, au moins.

de methode is niet vreemd aan die van Lacan die in zijn Écrits boek (’t is besteld) van 1966 daartoe ook het essay over Poe’s Purloined Letter vooraan plaatste om duidelijk te maken dat het medium deel uitmaakt van de methode. het is de erkenning voor het onlosmakelijke talige van het denken – en de (pre)talige organisatie van het onbewuste bij Lacan (Oury) – die ons eigenlijk dwingt om de methode in de communicatie van het onderzoek te betrekken, niets minder dan de eerlijkheid, is dat, uiteindelijk.

het is begrijpelijk als misvatting maar toch ook wat tragisch dat net die mensen die deze eerlijkheid aan de dag leggen zoals Lacan en Derrida vaak charlatanerie, mystificatie en hautaine moeilijkdoenerij verweten wordt, maar bon, soit, dat soort verwijten zijn vaak enkel het probleem van degenen die ze uiten.

elkwegs: de sublimatie, zo herhaalt Oury ons vandaag [OURY 1989, p.73], is de passage van het object van verlangen naar het Ding (‘la Chose‘) en het Ding is het betekenisloze dat de inscriptie toelaat, het betekenen. want de signifiant (‘betekenaar’) is in het Saussure-schema per definitie de betekenisloze drager van de signifié (‘betekende’).

onze dagelijkse geste is uiteindelijk zo’n oefening in sublimatie: we fixeren een beweging tot een herhaalbaar spoor, een corridor, die net door de fixatie haar betekenis als spontaan gebaar verliest: het wordt niets meer dan dat wat je ziet.

de overgang van gebaar (emotioneel geladen beweging in het moment) naar geste (het gebaar geabstraheerd tot (on-tijdig?) teken met een ‘afgesproken’ betekenis) herhaalt in een labo-situatie met 1 testpersoon de genese van een betekenaar. ik vind elke dag een nieuw schrift uit bestaande uit 1 teken, met 1 betekenis die door haar uniciteit alle betekenis verliest.

de labo-situatie is natuurlijk niet zoals het werkelijk gebeurt: in de werkelijkheid kan een geste of een andere betekenaar enkel die functie krijgen door iteratie na iteratie van interpersoonlijk gebruik in (differentie)relatie tot een reeds bestaand (taal)systeem.

en die werkelijkheid is op zich een talige constructie, een fictie van het echte, dat noodzakelijk onbereikbaar blijft.

toch: mijn dagelijkse oefening heeft het voordeel dat je het keer na kaar, kan zien (en horen) gebeuren, hoe ‘artificieel’ het proces ook is. het valt nog te bezien, wat precies we zo te zien krijgen.
wat we theoretisch al dachten te kunnen besluiten (de falsifieerbare hypothese) is dat het niet anders kan dan een hoogst-individuele verzameling van hoogst-individuele betekenaars worden, waarbij er een zekere verknoping van klank, gebaar en vooraf bestaande ‘betekenis’ merkbaar zal worden.

het belangrijkste evenwel is dat we gewoon zien wat het wordt, en dat we ons net als Bernard Réquichot laten leiden tot daar waar het werk naartoe wil, los van enige vooropgestelde eisen van ‘markt’ of andersoortige ‘waarde’ .

met die reserve wel, dat als er moet uit ramen gesprongen worden, het werk dat vaneigens alleen mag doen. iedereen zijn ding è.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

ARTAUD 1947: Artaud, Antonin, Van Gogh le suicidé de la société, Gallimard, Paris, 2018, ISBN 978-2-07-076112-8

ARTAUD 1956: Artaud, Antonin, Oeuvres Complètes Tome I, Gallimard, Paris, 1956

BARTHES 1995: Roland Barthes, Oeuvres complètes vol. III , Paris: Seuil, 1995

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHAUVIRÉ 2003: Chauviré Christiane, Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein dans Rue Descartes, nr 39, Wittgenstein et L’art (februari 2003), PUF

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

FREUD 1989 I: Freud, Sigmund, Colleges inleiding tot de psychoanalyse . Inleiding tot de psychoanalyse 1/2, Boom Meppel Amsterdam, 1989

KUSTERS 2014: Kusters, Wouter, Filosofie van de Waanzin, Lemniscaat, Rotterdam 2014

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

MURRAY 2014: Murray, Ros, Antonin Artaud, The Scum of the Soul, London, Palgrave Macmillan, 2014, ISBN 978–1–137–31057–6

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960

journal intime #81

jt81 – le rève se cultive dans les ténèbres – OR GEL AA PJE

Jean-Francois Chevrier sluit zijn boek ‘Zone sensibles’ [CHEVRIER 2019] op klassieke Koenstboekwijze af met een soort van eindwaardering.
ofwel dient men zich in zulk een sjabloon uit te putten in superlatieven, zeker aangewezen als het een grote naam betreft met astronomische marktwaarde, of men kan ook opteren om de net ontwikkelde eigen kijk op het werk in de verf zetten. er staat dus weinig vermeldenswaard in dat slothoofdstuk.

maar ach, ik ben mij pas in de laatste hoofdstukken beginnen ergeren, en al bij al is dit een meer dan behoorlijke monografie. er is ook nog een heel bruikbare uitgebreide ‘Chronologie’ van het leven van Réquichot aan toegevoegd, uitgebreid op basis van de bestaande chronologie in de Catalogue Raisonné van 1973 met eigen onderzoek van Chevrier. en een degelijke bibliografie, zodat het werk zeker een onmisbaar document is voor ieder die zich voor Réquichot interesseert.

daarbij is het natuurlijk zeer jammer dat al dat werk gedoemd is om enkel voor de enkelen beschikbaar te zijn die het zich kunnen veroorloven, tenzij dan in gespecialiseerde bibliotheken maar die zijn voor het brede publiek de facto sowieso moeilijk toegankelijk. in een tijd dat digitale verspreiding van data nauwelijks meer kost dan de stroom die het verbruikt, getuigt dat van een vrij obsceen te noemen elitarisme, surtout daar het voortbestaan, ook van die gespecialiseerde bibliotheken, in een tijd dat de afdelingen menswetenschappen aan de universiteiten geslachtofferd worden aan een onbegrijpelijke besparingswoede, allerminst gegarandeerd is, evenmin als de publieke toegang ertoe in tijden van beperkte mobiliteit.

als excuus voor die hebzuchtige toeëigening van het werk van een auteur die in 1961 overleed, gebruikt men zoals steeds het zogenaamde auteursrecht dat op dergelijke wijze de rechten van de overleden auteur op een vrije verspreiding van zijn werken die immers tot het publieke domein zijn gaan behoren op een afstotelijke manier verkwanselt aan het eigenbelang van de uitbaters ervan. dat ‘auteursrecht’ is op die manier bovendien verworden tot het voornaamste obstakel in de weg van een natuurlijke overlevering van het eigenlijke werk van een auteur, een conclusie waartoe ik al in 1996 kwam.

het duurde evenwel tot in 2004 vooraleer ik tot enige serieuze bezinning kwam rond die problematiek, een bezinning die mij uiteindelijk pas in 2017 deed besluiten dat de enige uitweg uit dit moeras van nijd en absurditeit de radicale verwerping van de begrippen ‘publiek’ en ‘productie’ waren, dat de enige zinvolle invulling van het auteursconcept er een is dat open staat voor iedereen, dat de activiteiten van het ‘lezen’ en ‘schrijven’ in mijn hoekje van het brede gamma aan creatieve activiteiten gelijkwaardige instantie zijn van een algemene I/O van de creativiteit en dat dergelijke I/O enkel in een open, anti-elitaristische en a-commerciële cultivatie ervan, een zuiver altruistisch georganiseerde waardering ervan, kan bijdragen aan een gezonde samenleving. het ideaal hier is met onafwendbare evidentie dat van een volstrekt rationele, dynamische religie van de enkeling als deelnemende aan de expressie van de wereldziel.

maar strijden daarvoor heeft geen zin, omdat zulks geen doel is dat bereikt kan worden, daarvoor staat geheel de humane nijd ons te zeer fataal in de weg, daarvoor is de mens vooralsnog te zeer gefocust op de eigen ondergang, een ondergang overigens, die, moest het je nog niet zijn opgevallen, met rasse schreden nadert in de vorm van een globale crisis in vergelijking waarmee het huidige corona-incident een – met het nodige respect aan de slachtoffers – verwaarloosbare peulschil is. en de strijd is ook zinloos omdat het de enige mogelijk uitweg is uit het dilemma ‘mens’. het komt er m.a.w. hoe dan ook van, wij hebben daar zelf geen enkele controle over.

het enige wat het vrije individu aan dat ideaal kan bijdragen is het activeren van voorbeeld van een praktijk ervan, een werkend exemplaar van hoe het anders zou kunnen, moest niet een ieder gekluisterd blijven hangen aan de eigen eerzucht, hebzucht en nijd t.o.v. de ander.

zo’n praktijk van het exemplarisch activisme kan je als individu echter enkel uitbouwen als je zelf, zoals ik, in een uitzonderingssituatie aan de kant geschoven bent door de bestaande samenleving, en/of als je (anderszins) de luxe hebt om je aan de grijpgrage klauwen ervan te kunnen onttrekken. je moet m.a.w. niet alleen zo zot zijn om het te willen proberen, je moet ook effectief ‘zot’ genoeg zijn om het te mógen doen. of rijk genoeg natuurlijk, maar de rijke exemplaren zie ik nog niet vlug in de eigen voet schieten, om niet terug te moeten vallen op de meer voor de hand liggende , maar aggresievere kamelenoogparabel.

waarmee we uiteraard vol in het onbedwingbare en uiterst subversieve terrein van de waanzin zijn belandt, een terrein dat we in dit ‘journal intime’ nu verder op kousevoeten gaan verkennen aan de hand van een lezing van ‘Création et schizophrénie’ van Jean Oury, oprichter en stichter van de La Borde kliniek en de peetvader van alle Deleuzianen [OURY 1989].

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

ARTAUD 1947: Artaud, Antonin, Van Gogh le suicidé de la société, Gallimard, Paris, 2018, ISBN 978-2-07-076112-8

ARTAUD 1956: Artaud, Antonin, Oeuvres Complètes Tome I, Gallimard, Paris, 1956

BARTHES 1995: Roland Barthes, Oeuvres complètes vol. III , Paris: Seuil, 1995

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHAUVIRÉ 2003: Chauviré Christiane, Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein dans Rue Descartes, nr 39, Wittgenstein et L’art (februari 2003), PUF

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

FREUD 1989 I: Freud, Sigmund, Colleges inleiding tot de psychoanalyse . Inleiding tot de psychoanalyse 1/2, Boom Meppel Amsterdam, 1989

KUSTERS 2014: Kusters, Wouter, Filosofie van de Waanzin, Lemniscaat, Rotterdam 2014

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

MURRAY 2014: Murray, Ros, Antonin Artaud, The Scum of the Soul, London, Palgrave Macmillan, 2014, ISBN 978–1–137–31057–6

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960

dagboek zonder dagen (14)

// vertaling van Bernard Réquichot’s “Journal sans dates” REQUICHOT 2002 p.107-149 – hopelijk elke dag een stukje – de paginanummers van de Franse tekst worden op een aparte regel rechts uitgelijnd in klein bold lettertype vermeld boven de betreffende pagina in deze vertaling

Soms moet je vechten tegen je denken en als het denken ons overstijgt kan het ook een middel worden om ons te overstijgen.

p.117

Voor de dingen van het dagelijkse leven, zij kunnen schilderkunst worden als zij [als?] dingen van buiten resoneren met de wereld van binnen, en de schilderkunst gelijkaardig aan de dingen wordt.

De mens van de toekomst zal begrepen hebben hoe hij gemaakt is en hoe hij functioneert, hoe de mekaniek in elkaar zit van zijn denken en zijn voelen; hij zal dat kunnen maken en laten werken, hij zal denkende en voelende machines maken en die kunnen zich zelfs perfectioneren: ze zullen gemaakt zijn naar zijn beeld. Hij die hen maakte zal hen domineren en hen begrijpen: weinig zal voor hem nog een daad van begrip of gevoel zijn.

Stelling: De beweging ontbindt de materie: hoe meer de beweging toeneemt, hoe meer de materie zich wegvaagt.

God is een eenvoudig idee gebruikt door mensen die zich geen vragen stellen.

Men kan zich de fenomenen van de dood heel goed voorstellen en dus bestuderen zonder al dood te zijn of bezig te sterven.

De auto-analist experimenteert met ongerepte psychische toestanden.

Als de getallen enkel een ingebeelde existentie hebben kunnen de wiskundige bewijzen dan iets anders zijn dan ingebeelde waarheden?

Afbeeldingsresultaat voor Réquichot Ecrit divers

Dit bestand maakt deel uit van de Neo-Kathedraalse Lezing van het werk van Bernard Réquichot.

Een NKdeE-Lezing is een recyclageprogramma dat de nalatenschap van een overleden auteur publiekelijk bestudeert met het oog op een opname van de overledene in de Kathedraal als Kathedraal-Auteur.

dagboek zonder dagen (13)

// vertaling van Bernard Réquichot’s “Journal sans dates” REQUICHOT 2002 p.107-149 – hopelijk elke dag een stukje – de paginanummers van de Franse tekst worden op een aparte regel rechts uitgelijnd in klein bold lettertype vermeld boven de betreffende pagina in deze vertaling

Reactie impliceert gewaarwording op een variabele graad van bewustzijn. De niet gewilde keuze van de reactie veronderstelt een reden, dus een betekenis.
Voorbeeld van betekenis: klauwen op de grond indiceren de passage van een leeuw.

De toeschouwer van een dergelijke gevoelige plaat heeft de rol haar te lezen; de lezing begint in de omgekeerde richting van het schrift: de toeschouwer ziet eerst dat waarmee de analyst eindigde en, om de zaken redelijk grof te beschouwen, keert langs omgekeerde opeenvolging op de loop der acties terug.

Wij, de introverte anderen, wij hebben onze twijfels over ons, zoals jullie extraverten waarschijnlijk jullie twijfels hebben over de anderen.

De communicatie onderneemt haar pogingen in de experimentele emoties. Wanneer de experimentele emotie verrast, vervoert of stopt, dan komt dat wat verwacht werd aan en fixeert zich in een ogenblik.

Mocht de duivel bestaan, wij zouden onszelf beter kennen.

Het meest extreem doordringende van het lawaai is een vorm van sadisme.

Afbeeldingsresultaat voor Réquichot Ecrit divers

commentaar

eigenlijk is het onvoorstelbaar wat voor een verschrikkelijk slechte lezers de geschriften van Bernard Réquichot hebben moeten doorstaan. ik heb in ieder geval bij al het geschrevene dat ik over Réquichot las nergens de indruk gekregen dat de auteurs daarvan ook maar iets van deze geschriften hebben begrepen.

het zijn nochtans geen obscure geschriften, ze verhullen totaal niks, ze zijn doodeerlijk en zeggen exact wat ze ‘willen’ zeggen. maar je moet het geschreven wel willen activeren als gedachte in je hoofd, je moet ze (durven/willen/ de moeite nemen om ze) open( te )vouwen van tekst tot gebeurende gedachte.

je moet Réquichot dus lezen zoals men vroeger boeken las, en zoals men ze ook schreef, niet als kant en klaar consumptieproduct maar als een hulpmiddel, een werktuig om gedachten te laten gebeuren.

(de Trionfi van Petrarca moet je ook zo lezen, als een programma om alle verhalen achter de korte vermelding in de tekst van de ‘optocht’ te laten gebeuren in je hoofd, de echte tekst van de Trionfi werd geschreven door de lezers van Petrarca die de code nog konden lezen als programma, als code voor de machine van het geheugen – hoe denk je anders de immense populariteit van die tekst te verklaren die door zijn tijdgenoten duizend keer hoger ingeschat werden dan de liedjes voor Laura? omdat al die duizenden lezers zo loemp waren misschien? wie is er hier loemp? de evolutie in de cultuur is een constante devolutie, het wordt alleen maar erger met de loempigheid…)

neem een zinnetje als: ‘Si le diable existait nous nous connaîtrions davantage’ ( ‘Mocht de duivel bestaan, wij zouden onszelf beter kennen’).

wat betekent dat als je het eenmaal, driemaal honderdmaal leest? als je weigert te denken, weigert bij jezelf op zoek te gaan wat het zou kunnen betekenen, blijf je enkel achter met een gratuit bon mot, een aforisme zoals je er wel duizend per dag zou kunnen consumeren.

maar hoe kom je tot de gedachte die deze zin activeert als je het toelaat? wel, de zin zegt dat de duivel niet bestaat en dat we daardoor onszelf niet zo goed kennen dan wanneer dat wel het geval zou zijn.
waarom zouden wij onszelf dan beter kennen?
wat is de duivel? het kwaad in de mens. we kennen dus niet het kwaad in de mens want dat zit in ons denken, en moest het niet in ons denken zijn, dan zou het bestaan als duivel en dan konden we het kennen, want dan viel immers ons denken niet langer samen met het kwade erin, met de duivel ervan die evenwel niet bestaat.
voila, nu is de gedachte vrij en kan ze beginnen wérken, je hebt een pad geopend in de gewoonte van je denken dat er nog niet was, want aja, dat was uw gewoonte niet om daar zo over te denken, maar nu bestaat die duivelse gedachte in jou en ken je jezelf iets beter, maar wat ken je beter? is dat wel jezelf? is het Réquichot? de duivel?

zie je, je kan die geschriften niet zomaar ‘consumeren’ zoals je wel met deze teksten van mij kan doen, dat is daar slappe koffie tegen (geeuw maar, je mag, ik sta het jou toe).

nog een voorbeeld? oké, volgende zin: “L’extrême aigu du bruit est une forme de sadisme”( ‘Het meest extreem doordringende van het lawaai is een vorm van sadisme’).

hoe gaan we van deze uitspraak opnieuw een actieve gedachte maken? wel hop, dezelfde manier van ‘lezen’: wat is lawaai, wanneer is lawaai lawaai en geen geluid?

lawaai is lawaai wanneer het als lawaai wordt waargenomen, wanneer het herkent wordt als lawaai, wanneer het zich herkent als lawaai. wat kan het lawaai anders doen dan genieten van zijn lawaai-zijn, zijn hinderlijk zijn, van de ergernis die het opwekt, het spoor daarvan dat het aanricht, hoe prachtig is het niet om lawaai te zijn, hoe je de teerbewaakte stilte kan openrijten, hoe je het ongerepte met een gilletje kan aansnijden, openrukken, vernielen verwoesten. maar nee hoor lawaai is gewoon bot betekenisloos lawaai, het is alleen het meest extreem scherpe van het lawaai dat een vorm is van sadisme, het soort lawaai dus dat genoegen schept in het lawaai zijn.

beide zinnen staan na een vrij omstandige uitleg dat een schilder die experimenteert met zijn automatisme van de toeschouwer verwacht dat deze de omgekeerde weg zal afleggen om zo te lezen wat de schilder emotioneel heeft doorgemaakt (weerzin, enthousiasme, wantrouwen) door de confrontatie met die automatische expressie.

midden in die uitleg, lees daar ajb niet over in je post-corona haast, gaat het over het gebrek aan vertrouwen dat ook de extravert wel moet kennen (veronderstelt toch de introvert) in de ander, terwijl de introvert natuurlijk nooit verder komt dan twijfel aan zichzelf, omdat zulks tenslotte het enige is waar hij zekerheid over zou kunnen bereiken, maar zie je zelfs dat lukt mij niet, ik ben nou eenmaal introvert dus ik twijfel in de eerste plaats aan mijzelf…

maar kom, besluit hij dan (twee dagen later? een maand later? we weten het niet, geen enkele lezer van Réquichot heeft het zich afgevraagd blijkbaar, hoe kan je dit lezen en het je niet afvragen???)
kom, besluit hoedanook de auteur van deze als 1 doorlopend geheel gepresenteerde tekst, ik zal jullie deze twee zinnetjes prijsgeven, zodat deze geschriften werken zoals mijn schilderijen, zodat jullie als lezer de omgekeerde weg kunnen volgen en mijn gedachten kunnen lezen door ze bij jezelf te activeren, want als dat in schilderijen zo werkt is dat omdat ik geleerd heb dat het in geschriften ook zo werkt, dat weten jullie toch ook, die zo wanstaltig zeker lijken te zijn over jullie zelf, jullie duivel-loze ikjes in de sacrale stilte van jullie zwijgen?

wat Réquichot ons biedt in zijn geschriften is geen onthulling, geen revelatie, geen epifanie, maar wel de ervaring van een autonoom denken, een belevenis van het gebeuren van het denken zelf.

het is een experiment (zoals alles wat hij doet experiment is, onderzoek, Faustiaanse queeste naar het echte) dat niets minder doet dan pogen om momenten van verbinding tot stand te brengen over de dood heen, een dood die voor de voltrekker van de eigen ondergang, voor de duivelskunstenaar, de leerling-Faust Réquichot op elk moment in zijn leven en in zijn handelen aanwezig was. wat is schrijven anders dan een poging om iets achter te laten van je gedachten? wat is schrijven anders dan een passie die je beoefent alsof je leven ervan afhangt, want dat doet het ook echt op elk moment dat je schrijft.

“wanneer de experimentele emotie verrast, vervoert of stopt, dan komt dat wat verwacht werd aan en fixeert zich in een ogenblik. ”

welkom, jij hypocriete lezer, mijns gelijke, in het moment van Bernard Réquichot.

journal intime #76

76 – la profération poetique – LA IE S

het plezier van de nonsens is ook het plezier van de poëtische zegging en dat van het kind in zijn brabbeltaal. de nonsensicale hoofdlettergedichten van Réquichot zijn echter geen cobra-achtige verheerlijking van het kinderlijke of van de spontane, onberedeneerde zegging.

het is eerder taal die van haar communicatieve zin ontdaan is, kale taal waarvan de afgestroopte nonsens overblijft, erotische transgressies van de stem. het is harde, virale klank-asemiek. totemtaal? ik lees momenteel zeer aandachtig de jeugdgedichten van Réquichot die niet geschikt voor publicatie werden geacht door de samenstellers van de ‘Ecrits’ in 1973, en ik denk te kunnen begrijpen waarom, want je kan die moeilijk anders lezen dan als fallische masturbatiehymnen. deze teksten (waarvan 12 bladzijden blijkbaar verdwenen zijn) zijn ook later niet opgevist, niet in 2002, bij de nieuwe uitgave van de geschriften en ook niet door onze Jean-François die er slechts in een voetnoot van rept, waarin hij zegt dat Marcel Billot ‘goed geadviseerd was om deze ‘adolescentenpoëzie’ niet te publiceren [Chevrier 2019, p.201]. ze staan gelukkig wel in de annexen van de doctorale thesis van Claire Viallat-Patonnier[CV-P 2016] . meer daarover later.

Réquichot’s (experimentele) klanklyriek is ook vanaf 1959 aanwezig in de titels van het schilder- en collageerwerk. ik verzamel ze hier, om toch enige systematiek te verkrijgen in ons onderzoek (de nummers tussen vierkante haken verwijzen naar het nummer in de Catalogue Raisonné van 1973):

  • BEKABUISSON – BECS ET NIDS [CR363] (1959)
  • CHASTAKROUT [CR361] (1959)
  • FETAGRONOM [490] (1960-1961)
  • LOUCHAKOUPÉ [CR 375] (1959-1960) verfrommelt ‘louche’ met ‘a coupé’ als benaming voor een monsterlijke collage van animale ribbenkasten die een figuur vormen die onthoofd lijkt te worden door een lijn van gebeente
  • NEKONK TANTEN TANK MANA [CR495] (1959-1960), de reliquaire van ringen
  • NOKTO KÉDA TAKTAFONI [CR 383] (1959-1960): dit kan je duidelijk lezen als ‘de nacht val tactafonisch’ met een synesthesie van het voelen vallen van de stilte
  • MOUSTAKSALIZE [CR430] (1960-1961)
  • PEKAT’ LOKAILLE [CR403] (1960) stroopt de denotatie af van de naam van de sigarettenverpakking P4
  • RADILAKTE [CR478] (1960-1961) is een van de meest lieflijk ogende walgbakjes met puddingbloemen, verhemeltes en tongen tussen de druiventrossen
  • SETERKOK [CR374] (1959) met als ondertitel L’ ARBRE DE SCIENCE’
  • SOIPON VRADIL [CR416]
  • VIBROSKOMENOPATOF [CR429](1960)

‘voorlopers’ met neologismen (in hoofdletters) in de titel:

  • SUSPENTATEUR [CR125] (1956) (gestegen in waarde van €3218 in 2012 naar €26,650 in 2015)

twijfelgevallen na 1959

  • ANTIBARON I en II [CR413-414] (1960)

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

ARTAUD 1947: Artaud, Antonin, Van Gogh le suicidé de la société, Gallimard, Paris, 2018, ISBN 978-2-07-076112-8

ARTAUD 1956: Artaud, Antonin, Oeuvres Complètes Tome I, Gallimard, Paris, 1956

BARTHES 1995: Roland Barthes, Oeuvres complètes vol. III , Paris: Seuil, 1995

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHAUVIRÉ 2003: Chauviré Christiane, Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein dans Rue Descartes, nr 39, Wittgenstein et L’art (februari 2003), PUF

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

FREUD 1989 I: Freud, Sigmund, Colleges inleiding tot de psychoanalyse . Inleiding tot de psychoanalyse 1/2, Boom Meppel Amsterdam, 1989

KUSTERS 2014: Kusters, Wouter, Filosofie van de Waanzin, Lemniscaat, Rotterdam 2014

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

MURRAY 2014: Murray, Ros, Antonin Artaud, The Scum of the Soul, London, Palgrave Macmillan, 2014, ISBN 978–1–137–31057–6

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960

dagboek zonder dagen (12)

// vertaling van Bernard Réquichot’s “Journal sans dates” REQUICHOT 2002 p.107-149 – hopelijk elke dag een stukje – de paginanummers van de Franse tekst worden op een aparte regel rechts uitgelijnd in klein bold lettertype vermeld boven de betreffende pagina in deze vertaling

De aandacht trekken op de uitdrukking van de associaties van de vrije daden, zonder enige gewilde keuze of uitsluiting. Een onvrijwillige en onbewuste associatiemecaniek veroorzaakt de opeenvolging der daden, stuurt ze naar het einde van de grafische en geïmiteerde phrase wanneer de mecaniek haar maximale spanning bereikt.

Observaties van de daad: ik denk met mijn zenuwen, mijn tanden, mijn klauwen. Ik zou willen bijten vernielen, ik wind mij op. Spieren (zijn het wel spieren?) waarvan ik nog niet de plaats heb gedefinieerd spannen zich tot het genot en pijn wordt tegelijk.

De overdracht van een betekenis veronderstelt analoge sensaties ondanks verschillen in persoonlijkheid.

116

Kijken naar de voortgang van de mentale mechanismen in werking tijdens de actie.

Het schilderoppervlak beschouwen als een gevoelige plaat voor de variaties van mentale spanningen, gevoelige plaat waar de spanningen zich vastleggen op het ogenblik van hun passage, die wanneer zij gevuld is een grafiek weergeven van de opeenvolging van psychische momenten.

Geconfronteerd let zijn eigen reactie zichtbaar gemaakt op het moment dat die zich voordoet wordt de auto-analyst overvallen met weerzin, met enthousiasme, met wantrouwen, dat wil zeggen hij reageert nog, deze nieuwe reactie noteert zich in het vervolg van de vorige reacties; aldus haken de acties in reactie op elkaar ineen.

Afbeeldingsresultaat voor Réquichot Ecrit divers

journal intime #75

jt 75 – je laisserai des livres indéchiffrables – DA VE RE

pfft: twee van de vier auteurs (Réquichot, Celan, Snoek en Scelsi) waar ik mij momenteel intensief mee bezighoud zijn zelfmoordenaars, één is een twijfelgeval. alleen Scelsi heeft het vrolijk fluitend uitgezongen en is een naar men mag aannemen natuurlijke dood gestorven een dag na de door hem voorspelde datum 8/08/1988. ja dat moet ik nog uitzoeken hoe het zit met die voorspelling.

(zelf sterf ik, voor wie zich daar zorgen over maakt, op 5 mei 2054, maar geloof me: op die dag hebben diegenen die dan nog in leven zijn andere kopzorgen dan dat).

ik las net dat de corono-logika van de evidentie (de wetenschappelijkheid van de prognose maakt de beleidskeuze noodwendig) toch al voorzichtigjes wordt doorgetrokken naar de uiterst voorspelbare zomerse waterschaarste.
net zoals de dood eigenlijk het leven eenvoudig maakt, maakt ook de zichtbaarheid van de bovengrens aan de meedogenloze exploitatie van de aarde de beleidskeuze simpel. moesten we onsterfelijk zijn, we zouden met onszelf geen blijf weten.

er voortijdig zelf een eind aanmaken, gebeurt toch wel steevast, zo lijkt mij, uit onmacht, uit wanhoop: de keuze is geen keuze, maar een gebrek aan keuze.

wanneer de suicidaire Réquichot zoiets neerpent als ‘ik zal onleesbare boeken nalaten’ en als je dan weet dat de man enkele dagen voor zijn daad zes onleesbare brieven schreef, dan wijst een en ander toch op een moord met voorbedachte rade. en de ‘Cantique du Dr. Faustus’ besluit ook met “Ah la jouissance d’ëtre l’auteur de sa propre apocalypse’. maar maakt deze aantijging van voorbedachtheid (tot een oordeel daarover kan het nooit meer komen omdat dader en slachtoffer in het moment door de daad tot één zijn herleid) een bres in het dogma dat er geen keuze was? getuigt het van vrije wil om voor de dood te kiezen? maakt zulks dan van de zelfmoord een vorm van zelfverstrekte euthanasie, die vergelijkbaar is met de eveneens ‘onvrije keuze’ van de verslaafde (ik ken geen enkele verslaafde die ‘wil’ verslaafd zijn, en ik ken er nogal wat). is het niet eerder zo dat al deze schijnbaar triomfantelijke uitingen van doodsdrang in het werk net zovele kreten om hulp waren? een exhibitionistisch vertoon van onmacht vergelijkbaar met het gedrag van een ‘succesvolle’ verslaafde?

het is verder ook best mogelijk dat het zekere vooruitzicht van de zelfgekozen dood voor de mens Réquichot het leven gedurende een langere periode opnieuw leefbaar maakte, net zoals de optie van een legale euthanasie sommige psychisch lijdenden een nieuwe adem geeft in het ondergaan van het lijden.

maar ware het niet veel beter dan dat diezelfde noodzaak aan bewegingsruimte verschaft zou kunnen worden door andere middelen, door een investering in therapie, in behandeling? en heeft de hypocrisie van de Kunstwereld echt nog slachtoffers nodig?

het lijken mij zeer hete hangijzers die mij alle tesamen genomen doen concluderen dat het misschien vooral om ruimte gaat, dat het voor ons beter is dat we niet onmiddellijk voor het dilemma staan omdat elke keuze dan sowieso een verkeerde is. die ruimte is de kwalitatieve ruimte die de mens nodig heeft voor een gezond functioneren, voor een doorvoeld welzijn. dezelfde statistische ruimte die wij nodig hadden om een noodlottig scenario in onze ziekenhuizen af te wenden, het fameuze ‘flatten the curve’-beleid dat op zich al een gedwongen keuze was.

wanneer we het op de kwantitatieve wet laten aankomen, wanneer we de prognoses in de wind slaan en het getal in onze plaats laten beslissen is er geen sprake meer van keuze of vrije wil, maar enkel van ondergaan, dan geldt gewoon de natuurwet van het kapitaal.

we moeten, denk ik dan, steeds voldoende afstand houden van het dilemma, van de bovengrens, en niet het dilemma, het onvermijdelijke voor ons laten beslissen. niet afwachten tot er andere uitweg meer is.
want dan is er geen humane ruimte meer, geen gezonde lucht, geen gevoel van vrijheid.

en in die optiek lijkt het mij een verkeerd signaal om het toeleven naar de uitvoering van het dilemma open te stellen, het legaal te maken, een overgave eerder dan een overwinning voor de humaniteit. want dan zeg je dat je de psychisch lijdende niets meer te bieden hebt dan dat, dat elk alternatief voor ons, de zogenaamd gezonden, onbetaalbaar is.

want dan stuur je misschien straks met dezelfde overgave aan de ijzeren wet van het kapitaal alle besmette mensen van boven de 65 naar huis met de boodschap dat het te duur is om te pogen hun leven te redden.

een gouden vuistregel, overigens, om klaarheid te scheppen in deze moeilijke ethische debatten lijkt mij deze te zijn: van zodra men de kwantiteit boven de kwaliteit stelt, heeft men enkel het eigenbelang voor ogen, en dienen de argumenten enkel het doel om die nijd te verbergen, door ze te laten aansluiten bij de nijd van de ander.

(moest je na het lezen van dit artikel met vragen achterblijven omtrent zelfdoding, klik dan hier ff. praten helpt)

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

journal intime #73

jt73- un spectacle de la matière – WEE ME LE

terwijl het golfschrift in dit programma zich een weg baant naar de realisatie van het infra-nederlands, een spectaculair verergerde variant van reeds met overspoeling bedreigde Nederlands (hoe laag kan je zakken), wordt het misschien stilaan tijd om te vertellen hoe ik eigenlijk bij Bernard Réquichot ben terecht gekomen.

evenmin als jullie, waarschijnlijk, had ik de naam ooit gehoord voor ik in 2017 bij een triage van door een locale bibliotheek afgevoerde boeken die zouden naar Afrika gestuurd worden (in een bewonderenswaardig ‘Livres pour l’ Afrique’ project) plots op een exemplaar van de Catalogue Raisonné van 1973 [CR1973] stootte. nu was ik in die tijd bezig met de opstart van het grote dégout-onderzoek van de NKdeE: als eerste in een reeks van onderzoeken naar de negatieve emoties als middelen tot kennisverwerving had ik alle NKdeE-ogen gericht op de afschuw, de walging als primaire, instinctieve respons op het verderf en de levensbedreigende besmetting die ervan uitgaat.

nu, omdat het publieke imago van een onderzoeker samenvalt met zijn onderzoeksobject en omdat ik toen nog niet geheel doordrongen was van de objectieve almacht en groteske onverschilligheid van het Rot, gaf ik daar toen in mijn geschriften maar bij mondjesmaat uiting aan: het was en is zo al erg genoeg gesteld met het euh ‘succes’ van mijn creatieve exploten, ik wou toch nog een bèètje ‘publiek’ overhouden, want dat is een absolute vereiste voor de Neo-Kathedraalse research. momenteel ben ik al veel minder bereid tot concessies aan de dwingelandij van de attentie-economie, ik heb dan ook minder en minder aandacht nodig, althans dat probeer ik mij toch wijs te maken.

maar ondertussen, om verder te gaan, zijn we met dat lopende onderzoek naar de negatieve emoties als kennisverwervende ‘drives’ overigens bij de angst belandt, en ik moet zeggen: 2020 is helaas wat dat betreft een jaar van ongeziene weelde voor een angstonderzoeker. ik ben niet bijgelovig maar toch: ik hou mijn hart vast voor als ik aan de woede begin…

elkwegs: het boek over Réquichot viel mij in 2017 als een onverwachte schat in handen: ik bladerde door de reproducties en werd bijna tot tranen toe bewogen door deze schijnbaar schaamteloze vertoning van absoluut weerzinwekkende Kunst!

aja: hoe je het ook draait of keert: confronteer een schare van onvermoedende slachtoffers met 10 werken van Réquichot en laat hen hun onmiddellijke respons uiten middels drukken op een der knoppen ‘schoon’, ‘interessant’ of ‘weerzinwekkend’ en er zal een overtuigend deel van het testpubliek naar de afschuwknop grijpen. misschien moet je als testje maar ’s wat laten zien aan een kind, dat kan je moeilijk van vooringenomenheid of ‘artistieke gewenning’ verdenken.

nu, ik heb ondertussen behoorlijk wat al gelezen over Réquichot, maar ik moet de eerste kommentaar nog tegenkomen die dat ook letterlijk zegt. dat Réquichot zich schaamde voor zijn productie, dat las ik al (tja), en dat het ‘obsceen’ was dat durfde Barthes ook al wel aan, maar nergens lees je dat die werken toch vooral ook een ontegensprekelijke walging opwekken.

walging heeft nou net die eigenschap als emotionele respons dat ze heel erg onmiddellijk is en dus ‘ontegensprekelijk’. walging kan wel cultureel bepaald zijn (we vinden wat andere mensen in andere landen eten als lekkernij vaak walgelijk), je hebt ze of je hebt ze niet, je kan ze wel ontkennen, maar niet wegdenken.

om dat te begrijpen mogen we denk ik niet vergeten dat Réquichot leefde en werkte in de formatiejaren van de na-oorlogse spektakelmaatschappij zoals die door Debord ‘ontmaskerd’ is, en waar elke auteur met het grote publiek in een spektakelwaardeverhouding stond waar je kan blijven sociologische studies aan wijden maar die misschien nog het best uitgedrukt en meteen samengevat kan worden met enkele beelden uit de massaal gelezen populaire weekbladen van die tijd zoals, bij ons, De Post.

hieronder een favoriet voorbeeldje uit De Post van 1954, denk ik (de rest van het nummer ging op aan de collagedozekens die ik ervan maakte) met een reportage over John Cage die toen bij ons op bezoek was.

’t hangt in mijn keuken, ik zou het maar ’s moeten inlijsten want ’t is eigenlijk heel schoon, vooral ook met dat overcorrecte ‘bovendien’ in de titel:

je moet bij jezelf maar ’s nagaan hoeveel hiervan nog doorwerkt in hoe jij staat t.o.v. de ‘Kunst’ en in de huidige media. naarmate we verdergaan in de tijd gaan dergelijke directe confrontaties met ons verleden uiteraard belangrijker worden, en vooral ook indringerder. denk maar aan de Facebook ‘herinneringen’.

ook in die zin volgt natuurlijk de organisatie van mijn schrijven en kliederen in een autofage programmatie de algemene tendens in de exploitatie-programmatie van de Grote Wereld. een van de voorwaarden om als exemplarisch activist effectief te zijn is natuurlijk dat het voorbeeld herkenbaar en algemeen toepasbaar is, een fundamenteel kenmerk is dat ook, zou ik daaraan willen toevoegen, van de literatuur in het algemeen zoals die ons werd overgeleverd.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

ARTAUD 1947: Artaud, Antonin, Van Gogh le suicidé de la société, Gallimard, Paris, 2018, ISBN 978-2-07-076112-8

ARTAUD 1956: Artaud, Antonin, Oeuvres Complètes Tome I, Gallimard, Paris, 1956

BARTHES 1995: Roland Barthes, Oeuvres complètes vol. III , Paris: Seuil, 1995

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHAUVIRÉ 2003: Chauviré Christiane, Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein dans Rue Descartes, nr 39, Wittgenstein et L’art (februari 2003), PUF

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

FREUD 1989 I: Freud, Sigmund, Colleges inleiding tot de psychoanalyse . Inleiding tot de psychoanalyse 1/2, Boom Meppel Amsterdam, 1989

KUSTERS 2014: Kusters, Wouter, Filosofie van de Waanzin, Lemniscaat, Rotterdam 2014

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

MURRAY 2014: Murray, Ros, Antonin Artaud, The Scum of the Soul, London, Palgrave Macmillan, 2014, ISBN 978–1–137–31057–6

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960

journal intime #71

jt 71 – L’ état, l’ instant ne se trouvent plus en eux – YO LA DI MA

het is haast kinderlijk, de teleurstelling waarvan Réquichot ons verhaalt in de tekst ‘Métaplastiques’ die Chevrier vandaag voor mij citeert : de magische stenen, wortels en slakken waarmee hij tijdens zijn strooptochten op de ‘campagne’ zijn zakken vult, houden bij thuiskomst niks over van hun betovering:

Les choses alors ne sons plus rien : les pierres sont vides et les sillons sont morts; ils sont incapables de reproduire la circumstance, la surprise. L’ état, l’ instant ne se trouvent plus en eux.

[REQUICHOT 2002,75]

de passage besluit met de vaak geciteerde verzuchtiong dat hij dan maar de wolken, de bergen, de landschappen zal signeren als ‘oeuvre’;

Chevrier vertelt van daaruit over dingen die hij dan weer belangrijk vindt, over Dubuffet en Valéry en Klee.

na de tekst ‘Métaplastique’ is in de Ecrits-uitgave van 2002 de titelloze tekst opgenomen die begint met ‘Le spectateur qui rencontre’, die zegt dat de creatie niet vertrekt van een idee maar van verbazing, verwondering, en die vervolgens haarfijn uitlegt wat Chevrier ons via omwegen wil verklaren, wat een vrij hopeloze onderneming lijkt want ik zie niet dadelijk hoe je het korter, eenvoudiger en meer helder uitgelegd zou krijgen dan hoe Réquichot zelf het doet in die tekst.

die ‘verspreidde’ teksten zijn aan de beurt eens ik klaar ben met de vertaling van het ‘journal sans dates’, dat ligt wat stil nu, omdat je, vind ik, een auteur nooit in één ruk moet willen ‘consumeren’.

de Kairotiek van het lezen en die van het schrijven zijn een en dezelfde.

je leert veel meer, zo heb ik toch ervaren, door haar/hem op gezette tijden te lossen en dan weer te ontmoeten, op die manier kan jet het ogenblik van de verbijsterende herkenning herbeleven en uitdiepen, schrapen als het ware in de harde, meedogenloze spiegel die het werk je voorhoudt en waarvan je fantasie, gedreven door je noden en behoeftes een staat maakt, een virtuele ruimte waarin je kan verblijven zolang je de verbinding kan in stand houden, zolang die jou gegund is, want elke spiegel is een gift, een gave, een geschenk van de afgestorvene die handelde uit eerbied voor de geschenken die zij/hij zelf mocht ontvangen.

de sporen van de creativiteit van de ander (en die van jezelf als ander) zijn poorten die door het verschaffen van energie eraan (het lezen) de ontvanger in staat stellen deel te nemen aan de transmissie

van het ogenblik, het moment dat de ontvangst omslaat in een nemen, een consumptie van de dode dingen, moet je ophouden, want zulks is dan grensoverschrijdend gedrag, en dan hou je enkel een uiterst lelijke simulatie over van de gebeurlijke verbinding.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

ARTAUD 1947: Artaud, Antonin, Van Gogh le suicidé de la société, Gallimard, Paris, 2018, ISBN 978-2-07-076112-8

ARTAUD 1956: Artaud, Antonin, Oeuvres Complètes Tome I, Gallimard, Paris, 1956

BARTHES 1995: Roland Barthes, Oeuvres complètes vol. III , Paris: Seuil, 1995

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHAUVIRÉ 2003: Chauviré Christiane, Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein dans Rue Descartes, nr 39, Wittgenstein et L’art (februari 2003), PUF

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

FREUD 1989 I: Freud, Sigmund, Colleges inleiding tot de psychoanalyse . Inleiding tot de psychoanalyse 1/2, Boom Meppel Amsterdam, 1989

KUSTERS 2014: Kusters, Wouter, Filosofie van de Waanzin, Lemniscaat, Rotterdam 2014

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

MURRAY 2014: Murray, Ros, Antonin Artaud, The Scum of the Soul, London, Palgrave Macmillan, 2014, ISBN 978–1–137–31057–6

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960

journal intime #70

jt70 – l’ instinct de mon esprit – WA WA WA

Réquichot wil zich krachtens deze uitspraak de automatismen waarmee hij experimenteert, zijn heel erg lichamelijke zegging in de spontane erupties van gebaren op doek of papier, als een deel van zijn ‘geest’ toeeigenen, een onvervreemdbaar onderdeel van zijn Zijn. au fond is dat een vrij ziekelijke projectie van een ego dat zich lijdend weet aan een voortdurende benauwdheid, een beklemming die maakt dat het naar een elders wil, dat uiteindelijk bij Réquichot de sprong uit een raam wordt.

hoe vaak dacht ik al niet bij één van zijn werken: ‘goh dat niemand die man ooit ’s heeft willen helpen’. maakt die gedachte zijn werk ‘minderwaardig’, doet zulks wat af aan de expressieve kracht ervan? allerminst, want wie heeft er een waarde-oordeel daarover nodig?

evenwel: om te kunnen aanvaarden dat elke individuele creatieve expressie principieel evenwaardig is moet je natuurlijk eerst van het Zijn af, en in deze vooral van de Kunst als vazal van die ontologische pikorde. het heeft evenwel geen zin om dat te gaan propageren, omdat het ‘probleem’ zichzelf wel oplost. want waar gaan we naartoe? zoals altijd: naar het onvermijdelijke.



als we een psychisme begrijpen als het functionele geheel van het zich spiegelende ego samen met het onderbewuste en de proprioceptie van de lichamelijkheid, dan merken we dat een in zekere mate disfunctioneel psychisme, een min of meer lijdend en ongezond psychisch gebeuren steevast haar natuurlijke grenzen te buiten gaat, zich een ego gaat spiegelen waar het geen cognitieve controle over kan hebben, en zich een ziel gaat verbeelden waarin het haar veelal lichamelijke maar ook verstandelijke beperkingen kan overschrijden. transgressie dus.

nu, daar is op zich niks mis mee, integendeel: zonder transgressie kunnen mensen ook niet functioneren, zonder transgressie waren we als soort al lang van de aardbodem verdwenen. maar in plaats van daar vanuit een of andere ideologie over te beginnen moraliseren zouden we gewoon beter vaststellen dat het gebeurt en proberen zo goed mogelijk begrijpen hoe het gebeurt, want inzicht is het enige wat ons kan helpen om gebeurlijke gedragshinder bij te kunnen sturen, om het evident ongezonde terug binnen de perken van het gezonde te krijgen. dat de gezondheid zelf een relatief en vooral ook dynamisch concept is bemoeilijkt de zaken enkel als je wil blijven vasthouden aan dat ene onveranderlijke Zijn van die goeie ouwe ontologische pikorde van je. voor de gevorderden: iets is gezond zolang het gezond is è, hoe simpel is dat…

dus, cru gezegd wat gebeurt er? wat zien we hoe gebeuren? we zien (in extreme gevallen) dat zieke, lijdende mensen vaak uit pure onmacht egoïstisch en gewelddadig zijn en zichzelf een oppermachtige ziel toe-eigenen. we zien een algehele inflatie van het cognitieve zelfbeeld in alle regionen, of, schijnbaar tegengesteld daaraan, een algemene inkrimping, deflatie, depressie van het ego tot aan de algehele verlamming toe.
wat we zien verklaart ook ewa waarom daders vrijwel altijd begonnen zijn als slachtoffers en het stelt ons op pijnlijke wijze voor momenteel quasi onoplosbare juridische dilemma’s wanneer we onze vervagende begrippen van toerekeningsvatbaarheid in juridische verdicten moeten gaan vertalen. een maatschappelijk debat dat heden in alle mogelijke richtingen op explosieve wijze de traditionele ontologische ideologieën verder verzwakt, corrodeert omdat geen enkele bestaande ideologie de schuld als ‘essentie’ van het individu achter zich kan laten: je ‘bent’ schuldig of je ‘bent’ het niet, terwijl het uiteraard enkel het gedrag is dat je als schuldig kan veroordelen. en gedrag kan je genezen, alleen kost dat meer dan het te veroordelen.

stilaan daagt het: om tot een rationele benadering en oplossing van deze patstellingen te komen moet je het ‘Zijn’ zelf uitdrukkelijk opgeven, erkennen dat het een functionele fictie is, maar daartoe is de in ‘haar’ essentie ‘mannelijke’ Orde van het Woord uiteraard niet bereid. de erkenning van het Zijn als fictie (die je vervolgens als dynamisch programma werkzaam kan maken) zou nochtans hetzelfde effect hebben op bestaande onoplosbaarheden als de erkenning van schuld in andere erfzondes zoals die van het kolonialisme: je doorbreekt de spiraal van schuld en boete enkel door de schuld eenzijdig te bekennen in functie van een nieuwe dialoog. stoppen met naar de ander te wijzen, stopt het wijzen naar de ander.

maar ach, de commerciële belangen en het maatschappelijk aanzien vereist dat men in de Kunst blijft deze transgressies van het ego appreciëren en aanmoedigen, ook al zijn het evident ziekelijke transgressies. men ‘is’ meer Kunstenaar dan dat men zich schuldig maakt aan ontoelaatbaar gedrag. alle gefrustreerde behepten met onderdrukte transgressies juichen volmondig mee.

de MeToo beweging heeft daar in de cultuurindustrie al wel een reactie op ontketend, maar je ziet toch aan het geval Fabre hier te lande dat van het ogenblik er aan de officiële façadekunst van een royaal erkende cultuurambassadeur wordt geraakt de rangen zich sluiten en er massaal wordt gezwegen, want aja, ‘als dat al niet meer mag’ en ‘waar gaan we naartoe’.
die meestal verzwegen verontwaardiging omtrent het aan banden leggen van de creativiteit, zou dan ook zeer terecht zijn mocht ze effectief geuit worden, want elke creativiteit werkt nou eenmaal op basis van transgressies, van het aftasten en overschrijden van elke grens, dat is gewoon de basisbeweging van de expressie. het is niet dàt, maar zo gebeurt het.

maar als je daar wat van zegt krijg je weer net heel de MeToo-storm over je heen. gewoon omdat een label (de hashtag) je dwingt om A of B te zijn, voor of tegen, slachtoffer of dader, terwijl elke dader ook slachtoffer is en elk slachtoffer ook dader (M/V/O). dus dat slikt men dan ook maar in, met verder stilzwijgen tot gevolg. en heel de sociale programmatie op Facebook en Twitter draait op die hashtaglogika.

hoe dan ook: ontoelaatbaar gedrag kan binnen geen enkele werkbare ontologische fictie ontoelaatbaar zijn voor de ene klojo en toelaatbaar voor de zeer gewaardeerde Kunstenaar aan het Hof. da’s gewoon een fatal error in de programmatie, want een klojo is en blijft een klojo, dat staat zo in de init van het Programma. aja: het is wat het is è.

euh, waar gingen we ook weer naartoe?

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

journal intime #69

jt69 – dictionnaire de demi-choses – UU PT PT PT

o nostalgie. de jaren ’50 van de vorige eeuw waren ook de jaren van de grote doorbraak van het Science Fiction genre in de populaire cultuur en congruent met dat gebeuren werd het ‘fantastische’ in de schilderkunst door sommigen gepropageerd als tegenhanger van het voor velen toch nog onbegrijpelijke en wereldvreemde cubisme of de celebrale abstracte kunst die allengs zich nog meer begon te conceptualiseren naar het immateriële om dan uit te komen bij een soort ‘anything goes’ waarbij diegene met de meeste marketingtroeven het pleit won en zich ‘befaamd kunstenaar’ mocht noemen. de surrealistische dogmatiek van Breton verwaterde mee in de fantasmen van de dag. en nu er meer en meer beelden van de (infra)microscopische realiteit van het leven de rondgang deden was dat ook een belangrijke inspiratiebron voor de ‘informele’ kunst waar de immer rijke fantasie vrij spel had in de ideologisch vertekende voorstellingsruimte van het net-niet onzichtbare.

het werkje ‘dictionnaire de demi-choses’ van Réquichot speelt zich af in die nieuwe speelruimte van het ‘nieuwe onechte’, de wetenschappelijke fictie.

Bernard Requichot 1956, Dictionnaire de demi-choses, huile sur carton, 53 x 36 cm



overigens. een kleine studie over hoe het corona-virus in de media gevisualiseerd werd van bij het begin tot nu zou heel interessant zijn om te zien hoe ideologisch en infantiel humaan-verkleurd onze visuele voorstellingen van die microwereld wel niet zijn: men beseft te weinig hoe die visualisaties berusten op functionele verklaringsmodellen overgoten met de grafische saus-van-de-dag. en die saus komt in de meeste gevallen uit hetzelfde potje als die van de sportredactie: de enige functie van die euh ‘stilering’ is die van de ‘suspension of disbelief’ bij de consument van het info-tainmentprodukt: ’t moet er ‘echt’ uit zien. het wordt ook wel ’s ‘design’ genoemd.


soit. het fictieve rijk der biologische wordingen gaf in de speeltuin van het Parijs van Réquichot ademruimte aan de fantasie der artiesten die de hete adem van de wetenschap ge-equipeerd wisten met almaar meer van het gezag dat zij verloren en vooral ook weeral betere camera’s. omdat de muziek zoals Kierkegaard m.i. terecht beweerde, de meest ‘onmiddellijke’ der kunsten is zien we in dat veld het duidelijkst dat het de wetenschap en de techniek is die voor een nieuwe evolutie zorgen, minder dan de ‘ideeën’ van de auditieve ‘kunstenaar’, een ontwikkeling die in onze dagen het veld van de muziek helemaal heeft opengebroken naar het gehele sonore veld als opstapje naar wat uiteindelijk misschien wel, met inbegrip van het visuele en het virtuele veld, die ene grote discipline van de ‘golvenmanipulatie’ wordt.

ik vraag mij soms af of er vanuit wetenschappelijk-educatieve hoek nog enige ernstige poging komt om iets te doen aan het commerciële monopolie van Adobe, maar als men in de wetenschap zelf al niet inziet dat heel hun doen en laten bepaald wordt door het stelselmatig verwaarlozen van hun publicatiemethoden, dat men dat overlaat aan bedrijven en niet aan de noden van de wetenschap zelf, als je ziet hoe men zich daar de poten vanonder de stoel laat afzagen, is er weinig reden om aan te nemen dat we hier iets anders kunnen doen dan de algehele afgang zo pijnloos mogelijk te ondergaan. sic transit gloria mundi.




soit, ten tweede male. in hoofdstuk acht raakt Chevrier weer effen aan de kern van de zaak in enkele paragrafen die gewijd zijn aan de eigenlijke praktijk van Réquichot. in de zomer van 1956 verblijft Réquichot enige tijd op het ouderlijk domein in Asnières-sur-Vierge en hij beschrijft in een brief aan zijn vriend de Kunsthandelaar Cordier dat hij dagelijks een viertal doeken maakt uitgaande van een ‘truc’ (ik zou zo’n ‘truc’ een algoritmische handelwijze noemen, een programma dus) waarmee hij experimenteert om te zien waartoe het automatische verloop van de handeling in kwestie leidt.
van die vier doeken (zijn uitvoer) wordt er elke dag 1 weerhouden voor latere verdere zuivering (‘épuration’), de rest wordt ‘gerecupereerd’. nadien volgde dan ongetwijfeld nog een meer radikale ‘uitzuivering’, vooraleer het naar de bestemming kan, zijnde Kunsthandelaar Cordier.

het is een interessante oefening om je te verbeelden dat je met een soortgelijke praktijk bezig bent en je dan af te vragen
a. of je van alle doeken er 1 zou vernietigen mocht je in staat zijn (financieel en praktisch) om ze allemaal te behouden
b. welke criteria je zou gaan hanteren om doek 1 te behouden en doeken 2,3 en 4 niet
c. wat er met die criteria zou gebeuren mocht ‘jouw’ Réquichot een vrouw zijn
d. wat er zou gebeuren als deze praktijk niet privé, in de beslotenheid en afzondering van je kot zou gebeuren, maar onmiddellijk publiek, zonder noemenswaardige uitzondering en zonder enige vorm van (auto)censuur achteraf (autocensuur speelt uiteraard altijd mee als je weet en beseft dat je in al je handelingen ‘publiek’ bezig bent, als je voor jezelf het onderscheid tussen ‘publiek’-‘privé’ enerzijds maar ook dat tussen ‘publiek’ en ‘auteur’ hebt verlaten, het valt dan samen met gewone socio-psychologische inhibitie).

dat laatste is, ter info, wat ik in mijn praktijk doe, ook al is mijn ‘publiek’ dezer dagen heel erg beperkt door de algoritmes van de sociale media die mijn ‘publiek’ in functie van klikwinst voor het bedrijf in kwestie berekenen en buiten mijn bereik gaan bepalen (dat is nou eenmaal ‘wat het is’. voor ieder van ons is dat de ‘realiteit’ in deze dictatuur van de commerciële exploitatie): ik kan die de facto beperking enkel opheffen door ervoor te betalen bij het bedrijf zelf (Facebook) of door mijn ‘productie’ af te stemmen op de verkoopsvoorwaarden van kleinere locale bedrijfjes (uitgeverijen en aanverwante mini-exploitanten), de enige weg waarlangs ik bij mijn Vlaamse overheid kan aankloppen voor ‘subsidie‘, sommen gelds waarmee ik dan nog meer ‘aandacht‘ zou kunnen kopen, maar waarmee ik bij toekenning ook ‘automatisch’ erkend zou worden als ‘kunstenaar’ of ‘auteur’, waardoor op soortgelijke wijze gesubsidieerde euh, organen ook geneigd zouden zijn om aandacht aan mijn praktijk te geven, want aja die Vervelende Veek staat nu op de Lijst, begot.


oei, oei. nee hoor, pffft, laat maar, we gaan niet moeilijk doen è, ik hoef die centen of uw aandacht niet, ik blijf veel liever braafjes in mijn kot alwaar ik tenminste ongestoord en vrij en hopeloos ongeschikt voor welke vorm van productie dan ook (zo ‘ziek’ ben ik idd., dat is onlangs dan weer wel probleemloos erkend door diezelfde overheid, waarvoor mijn meest oprechte en welgemeende dank) mag verder werken aan wat ik belangrijk vind, omdat ik weet uit ervaring dat je er als mens gezonder en gelukkiger van wordt..

en, tja, al de rest, uw luxe en uw reizen Waen en al uw problemen daarmee, sorry, dat staat gewoon niet in mijn halve-dingen woordenboek, ik ben daarvoor waarschijnlijk gewoon te zot, maar medisch en dus wetenschappelijk geattesteerd gelukkig vooral zeker niet slim of goed genoeg. oef seg, pfjew.

allez vooruit!

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

journal intime #67

jt67 – panne le rapt en rut des métacarpes – NO MI DA

wintertaling zij limoen, speeksel zij peul
mijn sinusrescue is uw reddingsvoetcel.
zout duwt valse flarebotten, eva’s toverzaden
ter ziltivoren jouvensaalse steenselpret.

o vleugeltakte splijter eikzwamnacht die
in ’t geraamtenicht kersensabelt hervelkruid
en zicht opt regenboog verpunt. majusculen
op de manuscriptenhoop in anemonenschijn,

margamalen, mondgepikte maagman met vazalen
culmiterend overhutseposerig gepacoteilde:
zathematisch strijkt uw trakeltoten ijzertrui

eoleert en brokaliet, motahiert en harpigrijt
molenarmenteert gebeurtig uw chopincol
datschotinol. bargoenbarbaar. bourdonpilaar.


BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

journal intime #66

jt66 – la valeur tactile procéde d’une réification du geste pictural – SA LI LA

in hoofdstuk VII van Chevrier’s boek [CHEVRIER2019, p.111-147) zitten we ineens in 1956, het jaar waarin Réquichot verftubes leegspuit op zijn doeken, en die er dan weer afpulkt en op karton collageert. Chevrier plaats die praktijk met heel veel deskundigheid in het versplinterende landschap van de abstracte kunst in het Parijs van de jaren ’50, maar al dat pamfletair geblaat en die wollige artistieke doctrine verliest nu al zelfs haar historisch belang: je verklaart er niks mee voor de huidige toeschouwer door die ongetwijfeld boeiende cafédiscussies te willen duiden of reactiveren, dat is allemaal van strict lokaal belang. Chevrier laat in dit hoofdstuk dan ook vooral het werk zelf spreken, veel tekst is er niet.

maar in de detailbeschrijving wordt het dan wel weer interessant omdat je daar voldoende info krijgt om een idee te krijgen van de praktijk zelf van Réquichot. zo wordt Chevrier terecht lyrisch over het werkje “PEKAT’ LOKAILLE’ van 1960, een ‘late’ uitbloei uit die praktijk (’t is laat want in 1961 is het ‘ultiem’ al en daarna gedaan).

ja, ik zou het citeren wat Chevrier daarover schrijft want ’t is de moeite. maar ik heb geen zin om dat allemaal over te typen en als ik het fotografeer overtreed ik de wet. ach, het boek kost amper €65, ah nee oops sorry update: €100, maar koop het toch maar nu want straks kost het allicht €200 of meer!

Bernard Réquichot: Zones sensibles (Art) (French Edition): Jean ...
PEKAT’ LOKAILLE in een illustratie op Amazon.com

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

ARTAUD 1947: Artaud, Antonin, Van Gogh le suicidé de la société, Gallimard, Paris, 2018, ISBN 978-2-07-076112-8

ARTAUD 1956: Artaud, Antonin, Oeuvres Complètes Tome I, Gallimard, Paris, 1956

BARTHES 1995: Roland Barthes, Oeuvres complètes vol. III , Paris: Seuil, 1995

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHAUVIRÉ 2003: Chauviré Christiane, Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein dans Rue Descartes, nr 39, Wittgenstein et L’art (februari 2003), PUF

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

FREUD 1989 I: Freud, Sigmund, Colleges inleiding tot de psychoanalyse . Inleiding tot de psychoanalyse 1/2, Boom Meppel Amsterdam, 1989

KUSTERS 2014: Kusters, Wouter, Filosofie van de Waanzin, Lemniscaat, Rotterdam 2014

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

MURRAY 2014: Murray, Ros, Antonin Artaud, The Scum of the Soul, London, Palgrave Macmillan, 2014, ISBN 978–1–137–31057–6

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960

journal intime #64

jt64 – le spirale des contraires promet une pénétration de l’infini – AHM MAI NI

het Frans is merkwaardig genoeg van een ‘auteure‘ zoals Chevrier het voorbeeldig schrijft: Danièle Chauvin over William Blake in haar ondertussen ook alweer onbetaalbare Blakestudie L’Oeuvre de William Blake, Apocalypse et transfiguration.
zo gaat dat nu eenmaal met kunstboeken: die worden met veel poeha gepresenteerd, in een paar duizend exemplaren teveel gedrukt want nauwelijks verkocht en dan gedumpt in de ramsj en een paar jaar later zijn ze dan onvindbaar en/of pokkeduur, en de beweringen erin de facto onleesbaar wegens ‘auteursrecht’. het werk van Danièle kan je nu vinden vanaf €100, op Google books kan je de eerste 70 blz ofzo wel lezen.

gelukkig zijn er voorlopig nog de bibliotheken, maar ja die zijn nog ff dicht nu, dus ik kan onmogelijk achterhalen wat Danièle verder schreef over de zonneschelp in de beeldtaal bij Blake, buiten wat Chevrier ervan citeert, nadat hij haar naam in de tekst verkeerd schrijft als ‘Danielle’, [CHEVRIER2019, p.93] want kunstboeken mogen dan wel pokkeduur gelanceerd en verkocht worden een grondige naleesbeurt voor het naar de drukker gaat, dat zou toch wat veel afdoen aan de uitgeverswinsten en goh wie leest die crap ook è, zo’n Kunstboek koop je toch om te etaleren en om af ’n toe ’s in te bladeren bij het houtvuur met een blondje (M/V/O) op de schoot…

de meerwaarde van een tekst gedrukt te hebben voor mij is dat ie tenminste een redactie heeft doorstaan, dat kan ik zelf niet, want je leest nu eenmaal over je eigen fouten heen, keer op keer, aja, anders zou je ze niet maken…

soit.

de tekst van Danièle (Danielleke dus, voor Jan-Frans) (universitair geproduceerd met centen van onze Zwitserse medemens) zit dus ondertussen als ‘beschermd eigendom’ terdege achter slot en grendel bij Google, het bedrijf dat zo sympathiek leek in 1998 toen Microsoft nog de grote boeman was op IT-gebied. het enige wat Google nog moet doen om ook de de facto gebruiksrechten van de tekst te verwerven is wachten tot de conservatie dan wel de raadpleging van de fysieke tekst onbetaalbaar wordt, of te duur alleszins want dan kan het de inzage in haar scan terug verkopen aan de voormalige ‘eigenaar’.

het kan verkeren, zei Bredero en hij dacht: maar veranderen doet het nooit.
of: “data is alles”, zei gisteren nog onze eminente virologe Erika De Vlieghe.

bon. Chevrier heeft net vaagjes gewezen op de ‘erotomachie’ (de penis-evocatie) bij Réquichot en die term heel netjes bij mijnheer Raoul Hausmann over mijnheer Pablo Pikasso geplaatst zodat het helemaal ontdaan is van het vulgaire gelul) citeert, bij een breedsprakerige beschrijving van een doek van Réquichot die niet meer doet dan beschrijven wat we inderdaad kunnen zien op het schilderij, alsvolgt:

“On pense à “la spirale triomphante du soleil-coquillage” identifiée par Danielle [SIC] Chauvin dans l’imagerie de Blake. La “spirale des contraires”, remarque l’auteure [bravo Jan-Frans!], “promet une pénétration de l’Infini; forme de l’energie toujours en expansion, elle est aussi celle de la contemplation involutive”.

[CHEVRIER2019, 93, commentaar tussen vierkante haken van mij, dv]

en dan stopt het hoofdstuk. joa sèg!

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

ARTAUD 1947: Artaud, Antonin, Van Gogh le suicidé de la société, Gallimard, Paris, 2018, ISBN 978-2-07-076112-8

ARTAUD 1956: Artaud, Antonin, Oeuvres Complètes Tome I, Gallimard, Paris, 1956

BARTHES 1995: Roland Barthes, Oeuvres complètes vol. III , Paris: Seuil, 1995

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHAUVIRÉ 2003: Chauviré Christiane, Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein dans Rue Descartes, nr 39, Wittgenstein et L’art (februari 2003), PUF

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

FREUD 1989 I: Freud, Sigmund, Colleges inleiding tot de psychoanalyse . Inleiding tot de psychoanalyse 1/2, Boom Meppel Amsterdam, 1989

KUSTERS 2014: Kusters, Wouter, Filosofie van de Waanzin, Lemniscaat, Rotterdam 2014

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

MURRAY 2014: Murray, Ros, Antonin Artaud, The Scum of the Soul, London, Palgrave Macmillan, 2014, ISBN 978–1–137–31057–6

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960

journal intime #62

jt62 – apprendre à chacun l’art de fonder sa propre rhétorique est une oeuvre de salut public – THA LJA SOE

Afbeelding kan het volgende bevatten: tekst

[CHEVRIER2019, 56]

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

ARTAUD 1947: Artaud, Antonin, Van Gogh le suicidé de la société, Gallimard, Paris, 2018, ISBN 978-2-07-076112-8

ARTAUD 1956: Artaud, Antonin, Oeuvres Complètes Tome I, Gallimard, Paris, 1956

BARTHES 1995: Roland Barthes, Oeuvres complètes vol. III , Paris: Seuil, 1995

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHAUVIRÉ 2003: Chauviré Christiane, Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein dans Rue Descartes, nr 39, Wittgenstein et L’art (februari 2003), PUF

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

FREUD 1989 I: Freud, Sigmund, Colleges inleiding tot de psychoanalyse . Inleiding tot de psychoanalyse 1/2, Boom Meppel Amsterdam, 1989

KUSTERS 2014: Kusters, Wouter, Filosofie van de Waanzin, Lemniscaat, Rotterdam 2014

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

MURRAY 2014: Murray, Ros, Antonin Artaud, The Scum of the Soul, London, Palgrave Macmillan, 2014, ISBN 978–1–137–31057–6

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960

journal intime #61

jt61 – Par le geste l’esprit s’éprouve comme un principe rythmique – IE ZO IE LA

“Door het gebaar ervaart de geest zichzelf als een ritmisch principe” : Jean-François Chevrier over de spiraal bij Réquichot. Ik moet het hier helemaal citeren want het is gesteld in een loepzuiver Clauwaerts, de taal die enkel de Groten der Artspeak machtig zijn:

Liant, reliant des lieux séparés, opérateur de continuité, mais aussi mouvement étiré, acceléré et précipité dans le vide, la spirale est l’opérateur exemplaire de l’ “ambiguïté méthodique”. C’est le chiffre d’un accord, diversement modulé, entre deux orientations contradictoires, centrifuge et centripète; l’image d’une technique de navigation, entre deux eaux. Le geste noue et dénoue, condense et disperse. Par le geste l’esprit s’éprouve comme un principe rythmique. Il se règle sur les courants sous-jacents à l’apparence des choses distinctes et séparées, autant que sur un mouvement d’éloignement, de derive. Il noue et dénoue.
[CHEVRIER2019, 48-49]

Juist. Sta mij toe dat ik de vertaling aan Google of DeepL overlaat, ik heb het tenslotte al overgetypt!

Dat is dus wat een spiraal is bij Réquichot. Het is wat het is.
Maar hoe gebeurt een spiraal? in het algemeen? bekijk even onderstaand schema. Het tijdsverloop in het schema is klassiek Westers, van links naar rechts dus:

we kunnen in het gebeuren van een spiraalbeweging drie fasen onderscheiden: de aanloop, het eigenlijke verloop en de uitloop van de spiraal.

in de AANLOOP komt de spiraalbeweging tot stand, aangedreven door interne dwang die bij de uiting op een weerstand botst, terugvloeit en op de oorspronkelijke voorwaartse beweging terugvalt om met vernieuwde impuls weerom de weg naar de weerstand aan te vatten.

voorbeeld: in de handbeweging vervult de perimeter van het bereik van de pen de functie van weerstand bij de opwaartse beweging voorwaarts zodat die zich omzet in een neerwaartse beweging achterwaarts en terugvalt op de oorspronkelijke voorwaartse beweging en creëert zo het grafische spoor van de lus

gedurende het eigenlijke VERLOOP van de spiraalbeweging verloopt de beweging voldoende regelmatig zodat we kunnen spreken van een geldig verloop: de spiraal is als spiraal herkenbaar, we kunnen haar als dusdanig valideren.
die validatie gebeurt aan de hand van een hulpmiddel, de enveloppe van de spiraal. de enveloppe van de spiraalbeweging wordt gevormd door de minima en de maxima van de uitzwaai (de grootte van de lussen). merk op dat de enveloppe bovenaan een golfbeweging maakt en onderaan een rechte lijn aanhoudt, congruent met de bewegingsrichting van de spiraal, die in het schema stabiel is van links naar rechts. da’s omdat we prefereren om een ‘onregelmatige’ spiraal als basis te nemen, want bij een regelmatige kan je uiteraard langs twee zijden eenzelfde golfpatroon in de envelloppelijnen ontwaren (bij een cirkel, als de spiraalbeweging maar in 1 dimensie beweegt, zijn beide lijnen rechten). we zullen dat later dat proberen in verband te brengen met de chiraliteit van natuurobjecten die sporen van spiraalbewegingen zijn, zoals schelpen.

van het ogenblik dat de bovenlijn van een enveloppe van een spiraalbeweging een regelmatige sinusoïde vormt, kan de spiraalbeweging als dusdanig gevalideerd worden. die validatie gebeurt uiteraard in functie van iets, dus binnen vooropgestelde perimeters, criteria, want die kwantificatie (normering) bepaalt dat de spiraalbeweging voortaan aangewend kan worden of dat ze invoer voor het ontstaan van een andere regelmaat kan worden.
hier zie je hoe de spiraal zichtbaar wordt in de GeldRuimte, de spiraal treedt binnen in het Humane Zijn, ze is Geldig.
in haar geldig verloop is de spiraal intern kwantificeerbaar als ritme: haar cadans heeft een vaste frequentie. meestal hebben we enkel oog voor de spiraalbeweging in deze fase, haar Zijnsfase, net omwille van die kwantificerende eigenschap*: je kan er iets mee doen.

in de UITLOOP tenslotte verliest de spiraalbeweging haar geldigheid, de bovenlijn van de enveloppe vlakt uit en de spiraal wordt onherkenbaar, ze verliest haar hoedanigheid. merk op dat de kwalificatie, het benoemen van de beweging, haar bepaling, altijd extern is aan de beweging zelf, terwijl de kwantificatie, haar bepaaldheid, intern is: kwalificatie is afhankelijk van waarneming, kwantificatie gebeurt als dusdanig. da’s euh, nogal belangrijk.

voila: zo hebben we, in het Nederlands, een nette terminologie beschikbaar om over spiralen onder ons eenduidig te kunnen communiceren. we kunnen dat beter in het Nederlands blijven doen, want het Engels is meer Tengels (terminaal engels) dan Taal: elke term heeft daar al honderd andere definiëringen die hopeloos door elkaar lopen in de breinen van haar gebruikers, met een gigantisch kluwen tot gevolg.

eenzelfde eenduidigheid in de communicatie omtrent spiralen is in het Clauwaerts dan weer enkel bereikbaar via het verwerven van satori middels Revelerend Inzicht in de Ogen van Régine Haarzelf, wat helaas slechts 1 persoon per duizend jaar gegund is (gemiddeld).


*als we nu iets moeten zeggen over de spiraal bij Réquichot is het wel dat Bernard enkel oog heeft voor de spiraal in haar geldig verloop. voor zijn psychische constitutie was het blijkbaar een genot om in het Zijn van het verloop te kunnen opgaan. waarschijnlijk omdat hij al spiralerende niet onderhevig was aan de angoisse van het eigen Zijn, de gevangenheid in het immens complexe eigen verloop. maar zulks is, hoe interessant ook, louter hypothese.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

ARTAUD 1947: Artaud, Antonin, Van Gogh le suicidé de la société, Gallimard, Paris, 2018, ISBN 978-2-07-076112-8

ARTAUD 1956: Artaud, Antonin, Oeuvres Complètes Tome I, Gallimard, Paris, 1956

BARTHES 1995: Roland Barthes, Oeuvres complètes vol. III , Paris: Seuil, 1995

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHAUVIRÉ 2003: Chauviré Christiane, Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein dans Rue Descartes, nr 39, Wittgenstein et L’art (februari 2003), PUF

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

FREUD 1989 I: Freud, Sigmund, Colleges inleiding tot de psychoanalyse . Inleiding tot de psychoanalyse 1/2, Boom Meppel Amsterdam, 1989

KUSTERS 2014: Kusters, Wouter, Filosofie van de Waanzin, Lemniscaat, Rotterdam 2014

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

MURRAY 2014: Murray, Ros, Antonin Artaud, The Scum of the Soul, London, Palgrave Macmillan, 2014, ISBN 978–1–137–31057–6

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960

journal intime #60

jt60 – l’aller-retour creé une double profondeur, spatio-temporelle – TA HIE MA

de Franse tekstjes komen de volgende dagen uit ‘Zones sensibles’, de Réquichot-studie van Jean-François Chevrier [CHEVRIER2019]. koop dat boek voor het onbetaalbaar is! met de lezing van het Kleeboekje van Bonnefoit hebben we in dit journal de eerste allez-retour beweging weg van en terug naar Bernard Réquichot gemaakt.

de oscillatie, de slingerbeweging resulteert in de spiraalvorm als je de beweging op 2D projecteert. het bipolaire uit zich ook in de twee verschillende snelheden, de frequenties van ons ‘denken’ in de ruimste zin: de snelle weg van instinct en intuïtie en de tragere van de rede, de bespiegeling die au fond een waarneming van het waarnemen is, een recursie met een tijdsverloop ertussen, een verschil dat het verschil maakt (cfr. Gregory Bateson].

bij Réquichot leidt het beleven van die polariteit tot de volgende vaststelling, een stelling die hij noteert in zijn ‘kroniek zonder data’ een reeks titelloze notities die men dan maar ‘journal sans date’ is gaan noemen:

Théorème: regardez un tableau de très près et vous y verrez les tableaux futurs; regarder-le de très loin et vous y verrez son origine.

Stelling: kijk van heel kortbij naar een schilderij en je ziet toekomstige schilderijen; bekijk het van een afstand en je ziet de oorsprong ervan.
Bernard Réquichot [REQUICHOT2002, 119]

Chevrier citeert dit aan het begin van zijn hoofdstuk IV – ‘Proche et lointain, plein et vide’ [CHEVRIER2019, 43] en volgt van daaruit een spoor van verklaringen van werken. boeiend maar in het dagboek zelf wordt dit onmiddellijk gevolgd door een opmerking over de tijd die deze stelling in verband brengt met Réquichot’s fixatie met het Moment:

La limite du temps est celle où la vitesse l’arrête en suspens.

De limiet van de tijd is die waar de snelheid hem opheft in de spanning.
Bernard Réquichot [REQUICHOT2002, 119]

als je deze twee gedachten samen neemt, zie je hoe Réquichot de oscillatie aan het denken is als een recursie van het gebeuren in het brein en als een analogie voor zijn werk.

van heel kortbij zie je in zijn spiraalwerken de oscillatie gebeuren in de hand die de spiralen tekent op het blad en die spiraalbeweging de vrije loop laat. er ontstaat een groei van intensiteit die de spiraalbeweging in een opwaartse lijn dwingt: haar climax is haar verdwijning, de toekomst.
als je het schilderij van veraf bekijkt zie je niet meer die toekomstige verdwijning van de beweging maar de sporen ervan, haar verleden.

wat hij suggereert is dat een oscillatie ook in het kijken de tijd zou kunnen opheffen in de spanning tussen de twee extremiteiten, net zoals dat bij een orgastische climax gebeurt waar de cognitieve waarneming samenvalt met de instinctieve ervaring in Het Moment.

de realiteit confronteerde hem echter steevast met de schaamte van de volslagen verdwenen spanning in het werk dat zichzelf beëindigde zonder ooit een ‘echte’ climax te bieden aan zijn creator.

A la découverte d'une oeuvre de Bernard Réquichot - Galerie Alain ...

Bernard Réquichot, Sans titre, 1960, encre et rehauts de gouache sur carton, 70,6 x 104 cm

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

ARTAUD 1947: Artaud, Antonin, Van Gogh le suicidé de la société, Gallimard, Paris, 2018, ISBN 978-2-07-076112-8

ARTAUD 1956: Artaud, Antonin, Oeuvres Complètes Tome I, Gallimard, Paris, 1956

BARTHES 1995: Roland Barthes, Oeuvres complètes vol. III , Paris: Seuil, 1995

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHAUVIRÉ 2003: Chauviré Christiane, Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein dans Rue Descartes, nr 39, Wittgenstein et L’art (februari 2003), PUF

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

FREUD 1989 I: Freud, Sigmund, Colleges inleiding tot de psychoanalyse . Inleiding tot de psychoanalyse 1/2, Boom Meppel Amsterdam, 1989

KUSTERS 2014: Kusters, Wouter, Filosofie van de Waanzin, Lemniscaat, Rotterdam 2014

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

MURRAY 2014: Murray, Ros, Antonin Artaud, The Scum of the Soul, London, Palgrave Macmillan, 2014, ISBN 978–1–137–31057–6

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960

Réquichot – dagboek zonder dagen (11)

// vertaling van Bernard Réquichot’s “Journal sans dates” REQUICHOT 2002 p.107-149 – hopelijk elke dag een stukje – de paginanummers van de Franse tekst worden op een aparte regel rechts uitgelijnd in klein bold lettertype vermeld boven de betreffende pagina in deze vertaling

In het plastisch-analytische experiment is het onderzoek onlosmakelijk verbonden met de expressie: het onderzoek is een begeleiding, een middel en een effect van de expressie, een noodzakelijke en fatale aanvulling. Vanuit dat oogpunt bekeken is het experiment geen ‘zuiver onderzoek’, maar een manifestatie van werkelijkheden (psychische zonder twijfel) die als materiaal kunnen dienen voor zuiver onderzoek. Het is wijze van praktijk die de theorie voorafgaat, een theorie die door iemand geheel anders dan de schilder kan worden uitgevoerd en die overigens eens zij op punt staat perfect onnuttig lijkt te zijn (de theorie is maar een gedachte).

[REQUICHOT2002, 115]

journal intime #48

jt#48 – l’ art s’impose à l’ oeil – TAI TA PÁ TA

in zijn composities neemt Klee het oog van de toeschouwer mee op een wandeling. want waarnemen is een proces dat verloopt in de tijd, het oog tast af, men ziet niet iets, men leest iets, zodat het in het bewustzijn kan gezien worden. kijken is constructie.

in die visie wordt de toeschouwer enkel getolereerd, er kan nergens sprake zijn van enige actieve betrokkenheid, laat staan mede-creatie zoals bij het Asemische Schrift in haar ‘open’ varianten:

[BONNEFOIT2013, 3 L’oeil_en_promenade]


de waarneming is voor Klee een toe-eigeningsproces, net als voor Réquichot die de bergen en de zeeën wil signeren, en ze zodoende welhaast in te lijven, te incorporeren want zijn signeren is een lijflijke toe-eigening van het beschreven vlak, een snee, een penetratie, een verschil dat het verschil maakt: betekenis.
de Kunst is altijd een fallocratisch dictaat van de visie van de Kunstenaar, die de natuur tot zich heeft genomen en haar nu deelt met de lezer/kijker, de hypocriet, son semblable, die dan ook vol zijn verachting genieten kan.
het Publiek is de laffe massa die door het genie onderwezen dient te worden in Park Slope, de gecommodificeerde Natuur waar zelfs de volle maan haar vaste stekje heeft, netjes zich spiegelend in de vijver. Verboden het gras te betreden.

het Modernisme heeft geen plaats voor een actieve Lezer, een kijker die mede-creator is. van de hand van de Schilder vloeit het Dictaat van de Logos, het Zijn en de Dingen: zijn Ding.
maar anders dan bij Réquichot is er bij Klee nog sprake van intellectualistische en esthetiserende verhulling van de geënsceneerde publieksfornicatie. Klee is nog de potente verleider, en hij verkoopt dan ook dat het een lieve lust is. Réquichot is de zielige masturbator die zich schaamt voor zijn hoogst-individuele expressie, die al geen expressie meer is van zijn bewuste ‘ik’, maar een machteloze uitloop van zijn ‘essentie’: een louter lichamelijk gebeuren, waarin zijn ego leegloopt zonder een climax te bereiken.
de ‘angoisse’ van het ik wordt bij Réquichot zodanig ten top gedreven dat het geen ‘ik’ meer is, maar een ‘het’ dat gebeurt. de wandelaar in het park is een obscene lokker geworden die een toeschouwer nodig heeft om zichzelf te kunnen zien gebeuren.

het publiek keert zich dan ook walgend af van deze Kunst die haar eerst
verleidde en verkrachte, haar dan poogde te indoctrineren en nu haar wil lokken voor zielige, obscene vertoningen. de massa wordt mondig en spuwt. de helden worden kevers, nimfen en schokkende pelvissen.

maar elk eindpunt is een beginpunt, en wat Réquichot achterlaat bij zijn suicide is de potentie van het Schrift van het Echte. het valt nog te bezien wat daarmee gedaan kan worden, en vooral: door wie. want de ideologie van Joseph Beuys, ‘iedereen is Kunstenaar’ was misschien geen ideologie, maar eerder een beschrijving van wat er gebeurde, en nog steeds gebeurt. waar gaat dat eindigen, denkt men dan, en men verstopt zich diep in de bouwvallige enclave van het Auteursrot waar ons nog ons kent. de fermettekunst tiert welig, de keerbergse junkiepowezie slaat wild om zich heen.


het publiek is ondertussen al mijlenver verwijderd van de wegkwijnende, bedreigde Kunstenaar. men zingt uiteraard veel liever mee ‘Bei mir bist du schoen’ met het idool waarbij men ‘zichzelf’ kan zijn. bijna 100 jaar later stuurt Bob Dylan zijn kat naar de uitreiking van de Nobelprijs voor Literatuur.

en de techniek staat voortaan niet meer in dienst van de Kunstenaar maar ontwikkelt zich autonoom om de interactie van het auteursprodukt met het publieksobject zo optimaal mogelijk te laten verlopen.
goed is de boodschap die rendeert, mooi is wat verkoopt, en laat de theorie maar lallen.
de cultuurindustrie trekt zich op gang, de neo-liberale middenstand regeert en ontdekt uiteindelijk dat de auteur overbodig is, een verwaarloosbare lastpost. het publiek kan zich immers nog het best zèlf exploiteren. bergaf bolt alles beter.

en toen was er virus.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

ARTAUD 1947: Artaud, Antonin, Van Gogh le suicidé de la société, Gallimard, Paris, 2018, ISBN 978-2-07-076112-8

ARTAUD 1956: Artaud, Antonin, Oeuvres Complètes Tome I, Gallimard, Paris, 1956

BARTHES 1995: Roland Barthes, Oeuvres complètes vol. III , Paris: Seuil, 1995

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHAUVIRÉ 2003: Chauviré Christiane, Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein dans Rue Descartes, nr 39, Wittgenstein et L’art (februari 2003), PUF

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

FREUD 1989 I: Freud, Sigmund, Colleges inleiding tot de psychoanalyse . Inleiding tot de psychoanalyse 1/2, Boom Meppel Amsterdam, 1989

KUSTERS 2014: Kusters, Wouter, Filosofie van de Waanzin, Lemniscaat, Rotterdam 2014

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

MURRAY 2014: Murray, Ros, Antonin Artaud, The Scum of the Soul, London, Palgrave Macmillan, 2014, ISBN 978–1–137–31057–6

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960

journal intime #42

jt42 – nulle part rien de fixe – RO DA NI JA

het Frans komt weer uit het Kleewerk van Bonnefoit (BONNEFOIT 2013), waar ze een passage uit Goethe’s Zur Morphologie aanhaalt die Klee onderlijnde tijdens zijn studie voor de Bildgestaltungslehre:

BONNEFOIT 2013, 30

die herformulering van Herakleitos bij Goethe inspireert Klee tot een waarschuwing voor het amortificerende effect van het rigide formalisme, en die dubbele houding is dan weer de uitkomst van zijn haat-liefde verhouding met het Russische constructivisme. de vorm is goed als het beweging is, activiteit, maar slecht als rust, einde, doel :

http://www.kleegestaltungslehre.zpk.org/ee/ZPK/BG/2012/01/02/078/

het dode product hoger inschatten dan de activiteit is vooral ook in onze dagen de grootste pest voor elke vorm van creativiteit.
maar mensen maken eindeloos dezelfde fout zodat je niet anders kan besluiten dan dat de mens zelf de ‘fout’ is en dat waren we dan ook: het meest perfecte instrument voor het kosmische Rot.

het lijkt er op dat we de fout die we op die manier ‘zijn’ nog ’s een laatste keer gaan herhalen in de megalomane misvatting dat wij op welke manier dan ook enig eindpunt zouden zijn. integendeel: alles wijst er op dat het kosmische Rot al serdert enige tijd een meer geavanceerd instrumentarium vindt in de mechanismen die ons heden als koopwaar exploiteren, mechanismen die emergeren uit onze eigen onmachtige technieken, die zich uiteindelijk allemaal baseren op de plaag van de taal.

“maar neen, dat kan niet want wij Zijn toch De Mens!” joa. die Mens heeft vooralsnog toch maar heel weinig verweer tegen de zwakte van zijn vlees, blijkbaar. en geeft de wetenschap ons veel meer dan een klare kijk op de evidentie van een gedwongen handelingsverloop? doen we iets met de klaarblijkelijke ‘diepere’ inzichten, onze fameuze causale verbanden of gaan we straks gewoon verder met het extinctiemodel van de economische groei? kunnen we wel iets anders? of zijn we echt gedoemd om eindeloos dezelfde fout te maken tot ze niet meer gemaakt kan worden? omdat er niemand meer is om ze te maken?

dat individuen zoals Goethe en Klee ons daar inzicht in bieden geeft ons alvast het faustiaanse genot in de dramatiek van de eigen ondergang:

Faust dans l’ immense et dans l’infini!
Ah la jouissance d’être l’auteur de sa propre apocalypse!

(REQUICHOT 2002,37)

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

ARTAUD 1947: Artaud, Antonin, Van Gogh le suicidé de la société, Gallimard, Paris, 2018, ISBN 978-2-07-076112-8

ARTAUD 1956: Artaud, Antonin, Oeuvres Complètes Tome I, Gallimard, Paris, 1956

BARTHES 1995: Roland Barthes, Oeuvres complètes vol. III , Paris: Seuil, 1995

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHAUVIRÉ 2003: Chauviré Christiane, Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein dans Rue Descartes, nr 39, Wittgenstein et L’art (februari 2003), PUF

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

FREUD 1989 I: Freud, Sigmund, Colleges inleiding tot de psychoanalyse . Inleiding tot de psychoanalyse 1/2, Boom Meppel Amsterdam, 1989

KUSTERS 2014: Kusters, Wouter, Filosofie van de Waanzin, Lemniscaat, Rotterdam 2014

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

MURRAY 2014: Murray, Ros, Antonin Artaud, The Scum of the Soul, London, Palgrave Macmillan, 2014, ISBN 978–1–137–31057–6

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960

Réquichot – dagboek zonder dagen (10)

NKdeE 2020 – ‘The appearance mid-april of the boy Réquichot in the gestures of my thinking’ – pencil & wax crayons, A6

// vertaling van Bernard Réquichot’s “Journal sans dates” REQUICHOT 2002 p.107-149 – hopelijk elke dag een stukje – de paginanummers van de Franse tekst worden op een aparte regel rechts uitgelijnd in klein bold lettertype vermeld boven de betreffende pagina in deze vertaling

De onbewuste daad : dat wat er onbewust is in de daad.
Welke realiteit voelt er? Wat ondergaat die wanneer er een impressie naar boven komt? Wat wordt die wanneer de impressie voorbij is, de functie ervan opgeheven is? Die functie, welke impuls conditioneert die, onderhoud die of stopt die? Welk residu van zichzelf blijft er over door de herinnering?

Wat is dat, bewustzijn hebben? iets waarvan je alleen de controle hebt, een innerlijk fenomeen waar die controle deel van uitmaakt.

Eender welke gedachte wordt voor de diepzinnige geest een onuitputtelijke materie voor meditatie, alleen al omdat het een gedachte is. Er zijn geen hoge, lage, af te wijzen, te verkiezen gedachten meer, er is enkel dat middel tot reflexie dat meteen ook zijn eigen object is. De gedachten ontstaan allemaal op dezelfde manier. Ze hebben achter zich allemaal dezelfde onbekende die hen uit het donker trekt, dezelfde mengeling van wetten en toevalligheden die hen bindt, hetzelfde ogenblik dat hen tot bewust bezit maakt.

Wat bestaat er?

De dingen werden met mij geboren en ik werd elke dag geboren.

Zijn innerlijk bestaan gaat vooraf aan het denken.

p.115

Hoe kleiner het denken zich maakt, hoe meer de wil ervan afwijkt, het is daarom dat zijn macht zo min is in de schaduw ervan.

Op het moment sluit het weten het willen uit.

Onwillekeurig wil niet zeggen totale passiviteit, en evenmin vrijblijvende bewusteloosheid; er zijn actieve onbewuste materialen, ze hebben een neiging. De afwezigheid van de idee wil niet zeggen: afwezigheid van elk psychisch fenomeen.

De rol van het onwillekeurige is groot in de mate waarin de rol van het onbekende groot is.

Alle materialen worden sensueel.

journal intime 32

jt#32 – ça ne vaut que pour moi – weu wee wo wàaaaa

elke poging om een ‘schrift van het reële’ tot stand te brengen is gedoemd om strikt individueel te blijven, zo lijkt het.

dat is ook wat Moralès vaststelt in zijn behandeling van Réquichot.

maar is dat wel zo? is het niet net ons noodlijdende vastklampen aan de constructie van het Zelf die ons blind maakt voor het communicatieve aspect, het verbindende van de geste, het gebaar.
tenslotte hebben we allemaal min of meer dezelfde ‘hardware’, alles aan ons is herkenbaar in de Ander.

de praktijk van het Asemische Schrift die sinds 2000 op de meest diverse manieren wordt uitgebouwd door een kleine groep van via de sociale netwerken verbonden enthousiastelingen toont aan dat het schrift door het naast zich neerleggen van haar communicatieve vereisten, eerder wint aan expressiviteit, aan verbinding scheppend uitdrukkingsvermogen.

kunnen we in de diepten van onze gebaren enkel uitdrukkingen vinden die uitsluitend gelden voor het individu dat de gebaren stelt? nee toch, want voel ik niet wat (het lichaam van) Réquichot ‘wil zeggen’ in zijn spiralen, zijn vergaarbakken van papiertjes, verf en rot? misschien moeten we de Fictie, die harde Realiteit van onze enkel schijnbaar rationele, zelfzekere maar voortdurend aan verslavingen en noden onderhevige ego wat meer durven prijsgeven, uitstellen om belangeloos het Moment van het Reële te delen in plaats van likes te verzamelen voor onze glanzende profielen. misschien moeten we gewoon in vertrouwen kunnen geven terug in plaats van altijd maar te willen hebben hebben hebben….

het is en blijft een kleine minderheid die zich wil bezighouden met deze maniakale zoektocht naar de expressie van het onzegbare, ook al omdat je onvermijdelijk in het obscene veld terechtkomt, en omdat je moeilijk kan hard maken wat niet bestaat in een Realiteit die enkel aan het Zijn waarde hecht en blind wil/moet zijn voor het Gebeuren. maar het onbestaande gebeurt wel degelijk, net zoals het ondenkbare momenteel de wereld in haar greep houdt
enkel daardoor zal het geloof in een verbinding door het gesturale, in de letterlijke incorporatie van het gemeenschappelijk onverwoordbare elke dag veld winnen, de toekomst daarvan deelt voor mij al in de nieuwe status van de wetenschappelijkheid van het future waarmee virologen ons momenteel de juiste beslissingen aanreiken om het aangewezen gedrag af te dwingen.

soit. weu wee wo wàaaaa. het is onze verwachting dat de vraag naar een werkbare methode hiervoor enorm groot gaat worden nu elke ‘gewone’ lichamelijke aanwezigheid het gevaar van een besmetting inhoudt, dus vergeef mij als ik mijn onderzoekingen in deze verbijsterende tijden hardnekkig en schijnbaar onaangedaan, ongestoord verder zet. het heeft allemaal net een urgente gekregen die niemand had kunnen voorzien.

want de straten mogen dan evident leeg zijn, er is momenteel wel degelijk massaal veel vraag naar meer Lyriek in de straat

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

journal intime 31

jt#31 – le pictoral est rythmé – NIE NAMÀnànànànà

de afbeelding is geritmeerd? misschien maar zo’n uitspraak verwart meer dan dat ze verklaart. het afbeelden is geritmeerd omdat en wanneer het manueel gebeurt. de afbeelding draagt daarvan de sporen, van die humane motoriek.

een foto is ook een afbeelding maar daar vind je niks aan ritme in terug tenzij je het ritme erin leest, maar dat is interpretatie: het fotoapparaat heeft nergens gebaren gesteld om via de gestes daarvan tot een mimetische herkenbaarheid van de visuele input te komen.

een foto verkrijgt ritme door er herhaaldelijk naar te kijken en je aandacht vrij spel te geven zodat je blik van aandachtspunt naar aandachtspunt gaat.
je ‘leest’ dan jouw kijkritme in de foto en dat lezen is net zo goed een vorm van schrijven (je schrijft een ritme in het kijken weg in jouw geheugen louter middels de herhaling)

het schilderij geeft de kijker ook die gelegenheid: de afbeelding is dan een autonome realiteit geworden die opgebouwd werd door de geritmeerde trekken, halen, kladden, strepen en delicate toetsen. de schilder heeft die afbeelding weten gebeuren en je kan als kijker dat gebeuren nog ze her en der. dat is net de meerwaarde die een schilderij altijd zal behouden, zelfs al streven sommige hyper-realisten ernaar om net het gebrek aan ritme van een foto te imiteren in hun ‘kunst’.

tja, als ’t maar plezant is è. maar de hedendaagse schilder waar ik van hou zal er eerder voor kiezen om de kijker net zoveel mogelijk ‘schrijfruimte’ te bieden. je wil als auteur aanspreken om te betrekken en aan te sporen tot meeschrijven, want dat is plezant en gezond, dat schenkt vreugde.

los daarvan: ons interesseert hier voornamelijk de zuivere, niet-mimetisch bedoelde uithaal van de hand op de materiële drager. samen met Bernard Réquichot onderzoeken we de mogelijkheid om tot een ‘logica’ van deze expressie te komen, of zoals Gérald Moralès het dan noemt een ‘écriture du réel’.

beide termen zijn enigszins contradictoir, zij spreken, zoals Moralès ook zelf aangeeft, tegen wat zij pogen te benoemen. want de beoogde ‘logique’ van Réquichot is allesbehalve rationeel en het Lacaäanse ‘réel’ van Moralès verdwijnt van zodra je het benoemen wil. “C’ est une caractéristique du réel d’échapper à toute répresentation” (MORALES 2010, p.139)

wanneer je de geritmeerde expressie van het lichaam in de schrijfact de vrije loop laat kom je bijna rechtstreeks in het obscene uit, omdat dat wat wij als obsceen ervaren en benoemen net de sporen zijn van de naakte, onbewuste handelingen van het lichaam.

als je je nog afvroeg waarom de werken van Réquichot eerder walging oproepen dat esthetische verrukking is het dus daarom: omdat Réquichot zijn Zijn zichtbaar wou Hebben (‘avoir son être’).

maar ja dat ‘Zijn’ bestaat niet, dat is een ontologische fictie. dus wat je te zien krijgt zijn de ongefilterde sporen van het gebeuren van de mens Réquichot, van het Réquichot-lichaam.
vandaar dat hij ook herhaaldelijk zei dat zijn werken niet gemaakt waren om tentoon te stellen: hij schaamde zich ervoor, en zei dat ook.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

SATORAREPOTENETOPERAROTAS 14

Bernard Schultze – ‘Klaagmuur’

Bernard Schultze (1915-2005) lijkt van hieruit wat op een vrolijke versie van Requichot. Dat hij genoot van het schilderen spat alleszins van de veelkleurige doeken, zijn lyrisch-abstracte werken volgen duidelijk ook de intuïtie eerder dan de ratio of de bespiegeling en ja, je wordt er vrolijk van als je ernaar kijkt.
enfin, ik toch als ik de reproducties op mijn scherm tevoorschijn haal.

schilderen is genieten, wees gerust. ik ben zelf beginnen schilderen/tekenen omdat ik prentjes nodig had bij mijn teksten omdat anders niemand er wil naar kijken, laat staan lezen. maar gaandeweg is het een genot op zich geworden en nu twijfel ik soms al eens of ik mijn geklieder niet interessanter vind.

maar ik blijf altijd wel schrijver denk ik, zelfs al kliederend, hoe driftig ook soms, ik blijf denken als een schrijver en als ik op de asemische toer ga voel ik mij mss nog meer verwant met een musicus of een danser dan met een echte true grit peintre.
misschien mocht ik wat meer ruimte hebben en verf om in het rond te pleuren, als ik mij echt lichamelijk in de substantie kon gooien…

maar ’t is zo al erg genoeg met mij gesteld, vermoedelijk.

en het maakt ook dat ik mij vrij en volop genietend kan overgeven aan de bewondering voor dit soort dingen, en dat ik oprecht dankbaar ben om echte schilderessen zoals Ilse Derden of Catherine Buyle te kennen, en zelfs, o mirakel, enkele mannen.

want het schildersvolk is, dat valt mij toch op, duizend keer aangenamer gezelschap dan, op enkele uitzonderingen na, misschien, eventueel, de bende sikkemeurige kneuten die zich schrijver noemen…

Schultze in 1968 – Von Gerdschwenke – Eigenes Werkeigenes Foto, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=30814951

Schultze, zo lees ik hier, vond ook namen uit voor zijn werken die dan plots creaturen werden, een eigen categorie vormden, onderdeel van zijn innerlijke wereld. zo maakte hij lang ‘tabuskris‘ (>lat. tabulae scriptae, schrijfschilderijen) en vanaf 1961 ‘Migofs‘, fantasiedieren zoals de vlindercadaverbloeitoestand met wollen kluwhart hieronder.

Als ze’t hebben, laat ze doen è, hoe plezant is dat wel niet!

Artwork by Bernard Schultze, »Butterfly-Kadaver-Migof« (Butterfly-Cadaver-Migof), Made of Mixed media on canvas

prog. manifest (ontwerp)

SATORAREPOTENETOPERAROTAS oba het NKdeE DRAAIBOEK-programma gebruikt hedendaagse middelen (Google, internet) om de afbeeldingen van een tentoonstellingscataloog van 1963 te stofferen met uitleg en, waar opportuun, wat zachtaardige Neo-Kathedraalse Stichting


Al het grafische materiaal is gescand uit dit boek (als iemand daar een auteursrechterlijk probleem mee heeft, contacteer mij aub):

  • Schrift und Bild- L’Art et l’ écriture. Katalogbuch zur Ausstellung Schrift und Bild, Amsterdam – Baden-Baden, 1963 (de Duits-Franse versie, er bestaat ook een Engels-Nederlandse)

Réquichot – dagboek zonder dagen (9)

//Réquichot Rotbak dag 47 – wanneer wordt een ramp een ramp, wanneer een gegeven?

Op zwarte achtergrond schilder ik zonder enig idee van wat ik ga doen, zo moeiteloos mogelijk, aandachtig, maar niet nerveus, voor mijn meest dierbare geneugten want het zijn zij die mij leiden. Andere geneugten zijn ook belangrijk, dat zijn de ontluikende geneugten, zij mengen zich met de oude[,] men vergeet dat ze jong zijn, en de stervende; men kiest er niet voor dat zij geboren worden of sterven, hen kiezen is hen willen, dat is hun natuurlijk verloop verstoren, hun instinctieve secretie, onbewust en intuïtief. Hoe nieuwer de geneugte is, hoe minder opzettelijk en bewust zij is, hoe meer ze zich ten volle manifesteert in een verre toekomst; de intuïtie heeft als rol om haar te herkennen of eerder te weerstaan.

// vertaling van Bernard Réquichot’s “Journal sans dates” REQUICHOT 2002 p.107-149 – hopelijk elke dag een stukje – de paginanummers van de Franse tekst worden op een aparte regel rechts uitgelijnd in klein bold lettertype vermeld boven de betreffende pagina in deze vertaling

Réquichot – dagboek zonder dagen (8)

//Réquichot Rotbak dag 44 – plots vraagt het kippenbotje zich af ‘wat doe ik hier eigenlijk in deze Rotbak?’

// vertaling van Bernard Réquichot’s “Journal sans dates” REQUICHOT 2002 p.107-149 – hopelijk elke dag een stukje – de paginanummers van de Franse tekst worden op een aparte regel rechts uitgelijnd in klein bold lettertype vermeld boven de betreffende pagina in deze vertaling

De tijd van elke wereld. Er zou zelfs een verband vast te stellen zijn tussen de werelden die door het mentale zijn gecreëerd en de innerlijke tijd die hen heeft zien geboren worden zo kort bij de aandacht die hen deed bestaan. Zo’n wereld zou enkel kunnen bekomen worden bij een corresponderende graad van bewustzijn of van tijdsverandering; zulk een denkinspanning verwekt zulk een wereld, verwekt zulk een tijd. Ze verwekt zulk een waarheid of zulk een schoonheid waarvan sommigen slechts voor het verloop van een ogenblik waarneembaar zouden zijn. Hun tijdelijkheid of liever hun afwijking van de tijd zou een aanduiding zijn van hun kwaliteit: het horloge van de innerlijke tijd zou hun waardenschaal aanduiden.

Mijn schilderijen: figuratief? neen; abstract? ook niet. Men kan er kristallen in terugvinden, schorsen, rotsen, algen; nochtans zijn die dingen niet ‘voorgesteld’. Het aanzien van mijn schilderijen heeft gewoonweg een analogie met die vegetale of minerale materie. De analogie is geen figuratie: wanneer twee katten op elkaar lijken impliceert hun gelijkenis niet dat de ene de afbeelding van de andere is. Figuratief zijn de afbeeldingen van een wereld die bestaat of van een wereld die zou kunnen bestaan. Abstract zijn de afbeeldingen van een wereld die niet kan bestaan. Die gelijkenis van mijn schilderkunst met bepaalde elementen van de natuur is niet intentioneel.

p.114

Kan die onvrijwillige analogie figuratie genoemd worden? Hun richting doet er weinig toe: als die verandert, blijft de analogie. Om de abstracte kwaliteiten van een figuratief werk te appreciëren zet men het omgekeerd om zo te vergeten wat het voorstelt; mijn werken gelijken in alle richtingen op hetzelfde.

Afbeeldingsresultaat voor Réquichot Ecrit divers

Réquichot – dagboek zonder dagen (7)

//Réquichot Rotbak dag 43 – klokken van Wuhan?

// vertaling van Bernard Réquichot’s “Journal sans dates” REQUICHOT 2002 p.107-149 – hopelijk elke dag een stukje – de paginanummers van de Franse tekst worden op een aparte regel rechts uitgelijnd in klein bold lettertype vermeld boven de betreffende pagina in deze vertaling

Degene die zijn bestaan geeft aan het universum schikt het volgens zijn wetten; iedereen geeft aan het universum het bestaan dat hem bevalt.

De grootte van de wereld is maar de grootte van het denken die hem beschouwt, wij zien hem door het innerlijke beeld dat we ervan hebben. Als we mysticus zijn, is hij maar een droom; als we dichter zijn, gemoedsuitdrukking, schoonheid. Als we chemicus zijn is hij louter reacties; wiskundige, dan wordt hij gereduceerd tot wet, tot waarheid. Onze overheersende obsessie overheerst de wereld, hij bestaat door ons. Het einde van het voelen en het denken is

p. 113

ook zijn einde, doodgaan herleid hem tot het niets, alsof onze grens ook de zijne is. Daar is de horizon van ons lynksenoog, daar waar niets nog begint.

De innerlijke tijd. Wie heeft niet een vertraging of een versnelling van het verloop van de tijd bemerkt naargelang de levensperioden, de momenten of de ogenblikken?Is het niet vaak de vertrooide die de tijd vergeet? Verstrooid, niet zo erg, diegene die zich concentreert op een zekere grens van de aandacht en zich daar uitsluitend op immobiliseert. Door zich daarop te fixeren verniet hij de tijd: er zich van losmakend herleeft de duur en omdat de geest zich nergens om bekommert kan die aanzienlijke proporties aannemen. Aldus zou de tijd maar een variabele hoeveelheid behouden aan binding, de intensiteit van het ene zou omgekeerd evenredig zijn met het bewustzijn van het andere. Er zou een heel curieuze horlogerie op punt te stellen zijn: die zou bepalen dat terwijl de perfecte lijn van de zonnewende haar constante ontvouwt zou een andere lijn oneindig gevarieerd met de sentimenten en de personen de punten benaderen of ervan afwijken, punten die zich officieel op gelijke afstand zouden bevinden. Het verwerven van die kostbare tijdsmechaniek zou het modificeren inhouden van staten waarvan het mentale de drijfveer is.

Afbeeldingsresultaat voor Réquichot Ecrit divers

Réquichot – dagboek zonder dagen (6)

//Réquichot Rotbak dag 40 – echt vooruitgaan doet het wel niet

// vertaling van Bernard Réquichot’s “Journal sans dates” REQUICHOT 2002 p.107-149 – hopelijk elke dag een stukje – de paginanummers van de Franse tekst worden op een aparte regel rechts uitgelijnd in klein bold lettertype vermeld boven de betreffende pagina in deze vertaling

Ik minacht de anderen want ik heb mijn eigen universum. Ik zeg wel degelijk universum, dat wil zeggen dat de anderen erin begrepen zijn. Ik weet dat zij het mij weergeven, maar ik negeer dat.

Daar elke vorm en kleur een expressie hebben is de expressie de ontmoetingsplaats van geheel het zichtbare universum.

p. 112

Klaar te zien zelfs in de gedachten die instinctief gemaakt zijn.
Een redenering bestaat niet.

De aandachtsvolle sensibiliteit van het denken voor de producten van de handgebaren die improviseren.

Een ervaring tot het uiterste voeren: als men te snel het uiterste vindt is dat niet de weg; als men het niet vindt is het de goede.

Ik probeerde de wereld in twee nette regionen te verdelen: hier wat er concreet is daar wat er abstract is; hier wat bestaat, daar wat niet bestaat. Voor die twee alternatieven plaatste ik mijn idee; het had alles wat nodig was om niet te bestaan: de gedachte had niets concreets. Maar toch had er iemand gezegd: “Ik denk dus ik ben” Hij had het nodig te begrijpen wat er in hem gebeurde om te begrijpen wat er buiten hem was.

Sommige onderzoeken bestuderen de uiterlijke wereld, andere de innerlijke. De eersten zullen steeds de waarde van hun bevindingen betwijfelen zolang zij niet weten wat het proces en de waarde van het mentale functioneren is; en de kennis van de mechanismen en de waarde van het mentale zou beperkte kennis zijn als zij haar zekerheid niet tot aan de uiterlijke wereld kon doen reiken. De verbinding van die twee werelden zou dus primordiaal zijn. Wat zou de orde van de wereld zijn zonder onze ntelligentie om haar te vatten, haar te creëren. het begrip van de ene kan niet zijn zonder het begrip van de andere; het ene roept het andere op zijn hoogtepunt, ze zijn elkaars verwezenlijking. De uiterlijke wereld werkt zich uit in het denken, de orde van het universum dat is onze intelligentie om het te vatten, te creëren, om te vatten wat die creëert.

Afbeeldingsresultaat voor Réquichot Ecrit divers

Réquichot – dagboek zonder dagen (4)

//Réquichot Rotbak dag 38 – volstaat de angst der blootgestelde lichamen om ze op de planeet te kunnen repatriëren?

// vertaling van Bernard Réquichot’s “Journal sans dates” REQUICHOT 2002 p.107-149 – hopelijk elke dag een stukje – de paginanummers van de Franse tekst worden op een aparte regel rechts uitgelijnd in klein bold lettertype vermeld boven de betreffende pagina in deze vertaling

Drie maanden geleden toen ik bij L.D. was kwam er een man binnen die door de gemeenschap der sterfelijken van de buurt beschouwd werd als een beetje gestoord. Hij deed Madame D. en mij een lang genoeg verhaal waaruit ik twee frasen weerhield: ” Ik dood niet om te stelen”, een associatie van ideeën niet ontdaan van enige logica, en “Ik heb twee hoofden zoals Napoleon”, een meer afwijkende bewering. Het gehele verhaal had betrekking op hemzelf en op zijn moeder. Hij leek in zijn ogen een zekere strekking in zijn vooropstellingen te hebben, van het soort waarvan ik veronderstelde dat hij ze begreep terwijl Madame D. en ik het niet begrepen. Net zoals de logische textuur van mijn droom mij absurd leek bij het ontwaken, dacht ik dat als ik maar in zijn plaats was, als ik even gestoord zou zijn als hij, dan zou de zin van zijn woorden mij wel verschenen zijn; en vandaar dat iets in hem zijn toehoorders, te lui of niet capabel om hem te volgen, ontging en dat men hem dan maar veelal bij de minus habens onderbracht. Hij leek een zekere richting in zijn gedachten te hebben; zijn ideeën gaven hem er andere aan, ze leken niet zonder reden elkaar op te volgen. Ik kwam er uiteindelijk toe om te denken dat elke waanzin niets anders was dan een logica die verschilde met de onze en dat er deze logica der gekken, hoe ontoegankelijk zij ook was, niets in de weg stond om gedachten af te scheiden die even gezond en even diepzinnig waren dan welke dan ook.

Zich bevrijden van de gewoonte, zich bevrijden van het denken, zich bevrijden van de wil, zich bevrijden zelfs van de hoop, dit alles terwijl men het verschil weet te herkennen tussen de ware en de valse vrijheid. Er is ook de ware en valse hardnekkigheid.

Schilderen niet om een oeuvre te maken, maar om te weten tot waar een

p.111

oeuvre, tot waar het denken en het voelen kunnen gaan , waartoe onze smaak voor bepaalde geneugten leidt.

Afbeeldingsresultaat voor Réquichot Ecrit divers

Réquichot – dagboek zonder dagen (3)

//Réquichot Rotbak dag 37 – als het nooit meer kan worden wat het was, mag het dan niet worden wat wij wouden dat het geweest was?

// vertaling van Bernard Réquichot’s “Journal sans dates” REQUICHOT 2002 p.107-149 – hopelijk elke dag een stukje – de paginanummers van de Franse tekst worden op een aparte regel rechts uitgelijnd in klein bold lettertype vermeld boven de betreffende pagina in deze vertaling

Men heeft gezegd: “De waarheid: dood van de kunst”. Wel de rede is in deze materie de zuster van de wil; vandaar dat men een zekere afstomping dient te cultiveren.

Wat jezelf betreft: hoe meer vereisten je hebt, hoe minder macht.

Kijken met nauwkeurigheid, aandachtig overzien.

De tijd speelt een rol in de idee. Men heeft gedacht dat die een kwestie van het ogenblik was, dat is niet helemaal exact. Er is enkel het ogenblik van zijn verschijning; zijn verschijning is zijn einde.
Het specifieke instinct van een geest zou zijn obsessie zijn, de basis van het verschil in persoonlijkheid: de oorzaak en het mechanisme van de idee te kennen….als men de oorzaak en het mechanisme van het persoonlijke basisbegrip zou kennen, zou men kunnen handelen in gevolge van de eigen persoonlijkheid.

Voor de dromer is de droom eerder een opeenvolging van feiten zijn dan een opeenvolging van ideeën, hoewel hij eens wakker het omgekeerde zal denken. Slapend ziet hij een noodzakelijkheid in de opeenvolgende feiten, wakker een absurditeit in die van de ideeën. Afgelopen nacht was ik als collegeleerling met mijn kleren aan in een zwembad gevallen en om te bekomen dat ik me kon omkleden moest ik bij de directeur van de instelling en daar kort bij hem in de woordenboeken een woord vinden dat met een F begon om tot een doel te komen dat mij was aangewezen, een doel dat er zonder twijfel in bestond om droge kleren aan te doen. de verplichting die er mij aan hield om dat woord te vinden was te urgent opdat eens gevonden er niets op zou volgen. Dat verloop van de feiten leek een zekere droomlogica te impliceren die men al slapende niet denkt in twijfel te moeten trekken. Misschien zijn die dromen absurd omdat ze gekend zijn in wakende staat, ’t is te zeggen in een psychologische staat die

p.110

verschilt van die die ze produceerde. De droom heeft een logica die de wakkere rede vergeten is.

Het gevoel is binnen jezelf zolang jij de enige bent die het bestaan ervan ervaart.

Vanwaar die zwijgende overeenkomst onder sommige geesten die ertoe geneigd is om aan de uiterlijke wereld een positieve kennis toe te schrijven en om de innerlijke wereld in het vage te laten? De metafysica een definitieve wending geven, niet om die te minimaliseren of te verheerlijken, maar om door haar of ondanks haar de definitieve waarde van alle waarden te situeren.

Toeval of voorbestemming zijn even grote bijgelovigheden.

Afbeeldingsresultaat voor Réquichot Ecrit divers

Réquichot – dagboek zonder dagen (1)

// vertaling van Bernard Réquichot’s “Journal sans dates” REQUICHOT 2002 p.107-149 – hopelijk elke dag een stukje – de paginanummers van de Franse tekst worden op een aparte regel rechts uitgelijnd in klein bold lettertype vermeld boven de betreffende pagina in deze vertaling

p.107

We geloven dat we voelen, dat we begrijpen, we geloven dat we iets zeggen als we zeggen “Ik denk”; maar wat is dat “ik” en wat is dat “denk”? Wat is het kennen, wat is het weten, wat het zijn en wat is het zien? Wat is het spreken en wat is het luisteren? Algehele instorting van de woordenschat.

Mocht ik weten wat dat wil zeggen “ik denk”, dan zouden alle domeinen van de kennis mij toegankelijk zijn, want geen van hen bestaat zonder dat het denken bestaat. Het is het zien dat maakt dat wat je ziet, bestaat. Het is het voelen dat maakt dat wat je voelt, bestaat. Zoals in de liefde maakt het voelen dat het ding bestaat.
Zeldzaam zijn zij die denken en zij die voelen, zeldzaam zijn zij voor wie de woorden niet reeds een zin hebben.
Wat is er moeilijker dan de aard van de sentimenten te definiëren? Om ze te veel te willen situeren klasseert men ze, men simplificeert ze, men dooft ze. Van belang is dat zij zijn; wat hun waarde of charme bepaalt is hoe zij verschillen; wat hun geheim is, is dat er geen naam is voor ieder van hen, wat maakt dat ze een middel tot verrijking kunnen zijn, want om ze te kennen moet men ze ondergaan en zo verandert men door hen.
Ze wekken de nieuwsgierigheid: met de verandering die zij ons aanreiken, roepen zij het verlangen op om de verandering bij anderen te kennen. Dus wanneer wij de verandering van de ander aanvoelen zeggen wij hen “Waar denk je aan als je voelt?” Is wat hij ziet overdraagbaar, of wat hij gelooft te denken of gelooft te voelen? Misschien antwoordt hij, misschien geloven we zelfs dat zijn antwoord waar is. Wat is de waarheid van het onzichtbare? Is dat niet dat ding dat maakt dat wij geloven begrepen te zijn? Dat wij geloven dat wij het begrijpen, dat wij begrepen hebben wat ‘ik denk’ wil zeggen? Het begrijpen wordt de uiteindelijk gemeenschappelijke plaats van het denken en van het voelen.

Hulde aan de lelijkheid, aan de horror van de hyperbrol, saërdante arnak-cochijnemesine, wanstaltig en vreselelijk grillig gehoornde troep of

p.108

afzichtelijke wanorde! Glorie voor de ziekelijk lanterfantende klierzooiige afweer die verHixHixt de vaatkluwenkladschilders ! Ho! gorgelaartje van Barabas, Baratsahal waardig, de bottenkwakzalvende, ho bisquekladderaar, bihamente makmish met suddermeumeu! die bij Retieke van de Sekketiekenstraat van bij de taramantieke Réschitoke woonde!

Afbeeldingsresultaat voor Réquichot Ecrit divers

Barthes over Réquichot (slot)

<Barthes-Réquichot (22)nawoord

// Réquichot Rotbak dag 27 – de broeihaard is pluizig en groen

Afbeeldingsresultaat voor Barthes Réquichot

De tekst die Roland Barthes schreef voor de Catalogue Raisonée (La Connaissance – Weber, Brussel 1973) van het oeuvre van Bernard Réquichot is geen betoog of essay uit 1 stuk maar bestaat uit een verzameling autonome bestanddelen, gedachten bij het werk in de tekstuele gedachtenbak gegooid alwaar zij zelf een soort Reliquaire zouden vormen voor de dode auteur.

Nu we die bak al ’s doorwoeld hebben, blijkt echter niets minder waar te zijn, want Barthes over Réquichot lezen bleek vooral een oefening in Barthes lezen te zijn. De auteur Réquichot die in symbiose leefde met de schilder werd vakkundig het zwijgen opgelegd. Ook in dit laatste deel, waarin de kritische autoriteit Barthes met tegenzin maar uiterst oprecht de naam ‘Réquichot’ teruggeeft aan de onvermijdelijke vergetelheid…

de signatuur

Réquichot

Het is nu enige tijd al dat ik niet over Réquichot maar rond hem schreef; de naam “Réquichot” is het embleem geworden van mijn huidige schrijven; ik hoor er niets in buiten de vertrouwde klank van mijn werk; ik zeg Réquichot zoals ik eerder Michelet zei, Fourier of Brecht. Nochtans is het, ontdaan van dat gebruik (zoals elke naam) een vreemde naam: zo Frans, plat zelfs, maar toch is er door zijn slepende klank, door het diminutief op ’t einde iets gulzigs ( ‘quiche’), iets boers (‘galoshe’ : klomp) en iets kameraadschappelijks (‘petiot’: kleintje) in: het is wat de naam van een goede klaskameraad. Die instabiliteit van de hoofdbetekenaar (de eigennaam) kunnen we overdragen op de signatuur. Om de wet van de handtekening te ondermijnen moeten we die misschien niet opheffen om ons een anonieme kunst voor te stellen; het volstaat om haar object te verplaatsen: wie tekent er wat? Waar eindigt mijn handtekening? Op welke drager? Op het doek (zoals in de klassieke schilderkunst)? Op het object (zoals in de ready made)? Op het evenement (zoals in de happening)? Réquichot heeft duidelijk dat eindeloze van de signatuur gezien waar de toe-eigeningslink wordt gelost, want naarmate de drager vergroot merkt de signatuur zich af van het subject: signeren wordt louter doorsnijden, zichzelf afsnijden, de ander afsnijden. Waarom, zo dacht Réquichot, kan ik niet buiten mijn doek ook, het besmeurde blad signeren of zelfs het voetpad waarop ik het geplakt zag? Waarom mijn naam niet op de bergen zetten, de koeien, op de kranen, de schoorstenen van de fabrieken (Faustus)? De signatuur is niet meer dan het weerlicht, de inscriptie van het verlangen: de utopische en liefdevolle verbeelding van een maatschappij zonder kunstenaars (want de kunstenaar zal altijd vernederd worden) waar eenieder toch de objecten kon signeren met zijn genot? Réquichot was, héél alleen, voor een ogenblik de voorafschaduwing van deze sublieme maatschappij van amateurs. De handtekening van Réquichot (h)erkennen is niet hem toelaten tot het culturele pantheon der schilders, het is zich ontdoen van een bijkomend teken in de rotzooi van de immense Tekst die zich onafgebroken schrijft zonder oorsprong en zonder einddoel.

Franse tekst:

commentaar

het ligt uiteraard in onze bedoeling om de imaginaire utopie aan het einde van de weg van Réquichot die bij Barthes voortdurend als een débacle wordt voorgesteld, het onvoorstelbare van een maatschappij van amateurs van haar imaginaire en utopische karakter te ontdoen, om zodoende duidelijk te maken dat die van kunstenaars bevrijdde wereld van liefhebbers niet alleen een realistische wenselijkheid is, maar ook een onvermijdelijke toekomst, en dat, als we die toekomst ietwat behaaglijk en comfortabel voor de overlevenden willen inrichten we ons best bewust zouden worden van die onvermijdelijkheid en dat niet willen blijven zien als het nihilistische doemscenario dat zelfs Nietzsche nog de geniaal-elitaire moed in de schoenen deed zinken.

aan het slot van deze erg voorlopig becommentarieerde vertaling die nog een heel pad voor zich heeft, en op het einde van de Internationale Dag van de Vrouw is het gepast om hier te onderstrepen dat de onvermijdelijke neergang van de autoritaire ‘Auteur’ en van de als genie vereerde ‘Kunstenaar’ de neergang is van een louter mannelijk ingericht ideaal waar tot in de fijnste vertakkingen van het protocol dat een individu dient te ondertekenen met haar bloed, dat er in dat Faustiaans pact waar gans de artistieke sector nu nog op teert, er absoluut geen plaats was, noch is voor een vrouwelijke aanwezigheid, dat gans de creatieve productieketen een uitgesproken mannelijke signatuur draagt, en dat het een uitgesproken ontologisch-ideologisch vertekend bolwerk blijft, een rottende en alom imploderende Platoonse mancave waarin vrouwen hooguit tijdelijk getolereerd worden.

ook wat dat betreft is er, en bij Hecate: gelukkig maar, absoluut geen redden aan en absoluut geen weg terug.

allez vooruit!

Barthes over Réquichot (17)

<Barthes-Réquichot (16)Barthes-Réquichot (18)>
foto van Dirk Vekemans.

// Requichot Rotbak  dag 17 + paaskuikentje, verdunde houtlijm, haarlak

Afbeeldingsresultaat voor Barthes Réquichot

De tekst die Roland Barthes schreef voor de Catalogue Raisonée (La Connaissance – Weber, Brussel 1973) van het oeuvre van Bernard Réquichot is geen betoog of essay uit 1 stuk maar bestaat uit een verzameling autonome bestanddelen, gedachten bij het werk in de tekstuele gedachtenbak gegooid alwaar zij zelf een soort Reliquaire vormen voor de dode auteur.

De laatste afdeling wil Réquichot plaatsen als ‘kunstenaar’ en de eerste vraag daarbij betreft het overtreffen of voorbijsteken van de voorgangers in de kunstgeschiedenis, die erg lelijke na-oorlogse stuiptrekking van het ‘Verlichte’ vooruitgangsdenken waarbij de ene horde avant-gardisten de andere voorbijholt richting afgrond van de platte commercie.

de kunstenaar

wat voorbijsteken?

Moeten we Réquichot plaatsen in de geschiedenis van de schilderkunst? Réquichot zag zelf de ijdelheid van die vraag in: ” Denken dat Van Gogh of Kandinsky achterhaald zouden zijn stelt niet veel voor en hen willen voorbijsteken ook niet”. Dat wat men de ‘geschiedenis van de schilderkunst’ noemt is slechts een culturele opeenvolging en elke opeenvolging volgt een imaginaire Geschiedenis: de opeenvolging is zelfs dat wat het imaginaire van onze Geschiedenis uitmaakt. Is het uiteindelijk niet een vrij raar automatisme om de schilder, de schrijver, de kunstenaar in de rij van zijn soortgenoten te plaatsen? Beeld van een verwantschap dat eens te meer onverstoord het antecedent gelijkstelt met de origine: we moeten voor de kunstenaar een Vader en Zonen vinden, opdat hij de enen zou kunnen erkennen en de andere doden, twee rollen verbinden : die van de dankbaarheid en van de onafhankelijkheid: dat is wat men noemt ‘voorbijsteken’.

Hoewel, er is vrij vaak in een en dezelfde schilder een hele geschiedenis van de schilderkunst ( het volstaat om van perceptieniveau te wisselen: Nicholas de Staël zit in 3 cm2 van Cézanne). In de opeenvolging van zijn werken heeft Réquichot deze verteringsmars doorgevoerd: hij heeft geen enkel beeld overgeslagen en zichzelf op volle snelheid historisch gemaakt door middel van enkele bruuske desinvesteringen; hij ging dwars door die schilders die hem voorafgingen, omringden en zelfs volgden: maar die leerschool was niet artisanaal, hij had geen enkel meesterschap op het oog; het was eindeloos, niet omwille van mystieke onvoldaanheid maar door de obstinate terugkeer van het verlangen.

Misschien moeten we de schilderkunst zo lezen (ten minste die van Réquichot): buiten elke culturele opeenvolging. Op deze manier hebben we wat geluk om deze kwadratuur van de cirkel te kunnen volmaken: enerzijds de schilderkunst bevrijden van de ideologische verdenking die vandaag elk voorlaatste werk kenmerkt, anderzijds het zijn voetspoor laten van zijn historische verantwoordelijkheid (het bijzetten bij een crisis in de Geschiedenis) en dat is, in het geval van Réquichot, de deelname aan de doodstrijd van de schilderkunst. Door de som van deze tegenstrijdige bewegingen verkrijgen we daadwerkelijk een rest. Wat er rest is ons recht op het genot van het werk.

Franse tekst:

commentaar

de tragedie van Réquichot is misschien dat hij anti-kunst maakte die absoluut door de kunst diende gerehabiliteerd te worden omdat het echte werk van Réquichot zoals hij zelf uitdrukkelijk steeds weer zei een persoonlijk onderzoek was, dat niet echt gemaakt was om getoond te worden. Is Réquichot niet zoals zijn Faustus vooral de auteur van zijn eigen apocalypse?* we hebben daar niet over te oordelen, maar we hebben wel het recht om het werk van Réquichot te willen lezen als de volledig consequente expressie van Réquichot zelf en de hoogst interpretatieve en ongetwijfeld ideologische rehabilitatie zoals Barthes die hier deskundig uitvoert tegen te gaan.

wie enigszins vertrouwd is met mijn Neo-Kathedraalse ideologie ziet de bui al hangen natuurlijk: uiteraard zal de inauguratie van Réquichot als Kathedraal-Auteur voor ons betekenen dat hij onze standpunten inzake creativiteit en de wegrottende commerciële belangenbehartigingen die zich nog ‘Kunst’ laten noemen zo niet deelt dan toch al voorafschaduwt.

want wat wil het geval? het recht op genot van het eigen onderzoek, genot in de volle beleving van de eigen creativiteit, het pad dat Réquichot daarin aflegde, dat auto-destructieve Pad van de Wenende Nacht dat nooit zijn (natuurlijke) omslag in een dag heeft mogen beleven, dat waar Bernard Réquichot zonder compromissen alles op inzette, heeft uiteraard niks te maken met ‘ons’ recht op het genot om het werk te mogen consumeren, er ticketjes voor te kopen en lopen aan te schuiven aan het Centre Pompidou als betrof het de laatste nieuwe Peep-show.
het Neo-Kathedraalse burgerrecht op Vrije Lyriek heeft niks te maken met een Rubens Experience in gezinsverpakking compleet met ‘deskundige duiding’ van de ongetwijfeld geniale (mannelijke) auteur.

wat is het dan wel, als het niet het ‘culturele’ belang is, niet de ‘cultuurindustrie’ en niet het voer voor de ‘kunstkenner’? ah bon tout simple hein: de boodschap die Réquichot ons met zijn eigen lijdensweg (misschien ongewild) brengt is (onrechtstreeks, in onze lezing) die van het onontvreemdbare recht van iedere burger op haar eigen ‘auteurschap’, haar eigen creatieve beleving, haar eigen jouissance in het najagen van de eigen grenzen in de ongeremde expressie, de zielsverbonden beleving van het Gebeuren waarin elk individu verlossing kan vinden van het humane lijden aan onszelf.

en bij zijn uitoefening van dat recht, in de autonome praktijk die iedereen zichzelf zou moeten kunnen toe-eigenen, is het belang van een Kathedraal-Auteur niet dat hij beter, straffer of genialer zou zijn dan de 8 miljard andere auteurs op deze planeet: haar/zijn belang bestaat er louter in dat zij als exemplarisch activist de ander middelen aanreikt, mogelijkheden, voorbeelden en dat haar eigen werken zoals zij gebeuren een voorbeeldige en daardoor troostende oplossing worden van het persoonlijk lijden, van het ego waarmee zij zich net als eenieder behept weet, want elke volledige expressie van dat ego is er meteen ook de oplossing van: de voorbeeldige dissolutie van het ik is nu eenmaal de ene grote auteursplicht van elke Kathedraal-Autrice van bij het prille begin van haar roeping als Novice tot lang na haar postume Benoeming: het is als Niemand dat je telt.

zulks is uiteraard voor elke ‘Kunst’-beleving totaal onaanvaardbaar en daarom is het werk van Réquichot voor ons ook onmiskenbaar uiterst doeltreffende anti-Kunst. want hoewel Réquichot zeer duidelijk door de deur van de Kunst tot ons is gekomen is hij zoals de Semiramis in zijn Faustus** door het raam eraan ontsnapt.

spijtig, en het hoefde niet misschien, maar ’t is nu eenmaal zo gebeurd. en zoals steeds is het enige doeltreffende antwoord op de waarom-vraag: het zal ons leren…


*”Ah la jouissance d’être l’ auteur de sa propre apocalypse!”, REQUICHOT 2002p. 37
** “Sémiramis de sa fenêtre par les yeux volait dans la ville, car si par la porte on entre, par la fenêtre on s’ échappe”, REQUICHOT 2002 p.39

Dit bestand maakt deel uit van de Neo-Kathedraalse Lezing van het werk van Bernard Réquichot.

Een NKdeE-Lezing is een recyclageprogramma dat de nalatenschap van een overleden auteur publiekelijk bestudeert met het oog op een opname van de overledene in de Kathedraal als Kathedraal-Auteur.

<Barthes-Réquichot (16)Barthes-Réquichot (18)>

Barthes over Réquichot (16)

<Barthes-Réquichot (15)Barthes-Réquichot (17)>
foto van Dirk Vekemans.

// Réquichot Rotbak dag 15 – + drie gedroogde kamerplantbladeren

Afbeeldingsresultaat voor Barthes Réquichot

De tekst die Roland Barthes schreef voor de Catalogue Raisonée (La Connaissance – Weber, Brussel 1973) van het oeuvre van Bernard Réquichot is geen betoog of essay uit 1 stuk maar bestaat uit een verzameling autonome bestanddelen, gedachten bij het werk in de tekstuele gedachtenbak gegooid alwaar zij zelf een soort Reliquaire vormen voor de dode auteur.

Barthes ontwikkelt hier, in het stuk over de representatie vandaag, weer enkele zeer bruikbare gedachten. Maar.

Réquichot publiceerde niets van zijn geschriften, compleet in overeenstemming met de premissen van zijn werk. Geeft dat auteur Roland Barthes een vrijgeleide om de eigen kijk op het werk te priviligeren boven de intentieverklaringen en de begeleidende commentaar in het nagelaten literaire werk? Blijkbaar wel: er was nog wat meer echte verdienste mee gemoeid, maar je was ook toen geen auteur tot je het zitje gekocht had, op één of andere manier.

Gelukkig was Réquichot zich van dit kleine euvel bewust. Wist hij dat de echte, wérkende titel ‘auteur/autrice’ enkel postuum kan worden verleend aan de auteur van geschriften die weigeren de vergetelheid te omarmen zonder eerst hun geheimen te hebben prijsgegeven aan de lezers die zulks nodig hebben en die haar/hem daarom uit dankbaarheid benoemen.

“Ah! la jouissance d’être l’auteur de sa propre apocalypse”.

de representatie

Hoe weet de schilder dat het werk af is? Dat hij dient op te houden, het object loslaten, aan een ander werk beginnen? Zolang de schilderkunst strikt figuratief was, was het affe denkbaar (het was zelfs een esthetische waarde): dit hier heeft het bereikt (de illusie), dit kan ik loslaten (het doek); maar in de schilderkunst daarna is de perfectie (parfaire wil zeggen beëindigen) geen waarde meer : het werk is eindeloos (zoals het onbekende meesterwerk van Balzac dat al was), en toch hield men op een zeker moment op (om het te tonen of te vernietigen) : de maat van het werk zit ‘m niet meer in zijn finaliteit (het product beëindigt wat het constitueert), maar in het werk dat het exposeert (de productie waarin het de lezer wil meeslepen: naarmate het werk zich maakt (en zich leest) transformeert het zijn einde. Het is een beetje wat er gebeurt bij een analytische behandeling: het is het aanvankelijk zeer eenvoudige idee zelf van ‘genezing’ dat zich beetje bij beetje compliceert, transformeert en verwijdert: het werk is onbeeindigbaar, zoals de behandeling : in beide gevallen gaat het minder om een te bereiken resultaat dan om een probleem aan te passen, dwz. een onderwerp : het te ontdoen van de finaliteit waarmee het zijn begin insluit.

Zoals men ziet stelt de moeilijkheid om te eindigen – waarvan Réquichot vaak melding maakte – de representatie zelf in vraag, tenzij het de afschaffing van de figuratie is, teweeg gebracht door een heel spel van historische determinaties, die het einde (doel en slot) van de kunst onvervuld laat. Heel de discussie zit misschien vervat in de twee betekenissen van het woord “representatie”. In de gebruikelijke betekenis, die van het klassieke werk, betekent de representatie een kopie, een illusie, een analoge figuur, een gelijkend product; maar in de etymologische zin is de re-presentatie niets anders dan de terugkeer van wat zich gepresenteerd heeft; in de representatie onthult het heden [fr: ‘le présent’] zijn paradox, die van reeds plaatsgevonden te hebben (omdat het niet aan de code ontsnapt): aldus komt dat wat het meest onbedwingbaar is in in de kunstenaar (in het geval van Réquichot) te weten de raket van het orgasme, niet tot stand zonder de hulp van het alreeds dat in de taal vervat is, dat de taal is; en het is hier dat in weerwil van de blijkbaar onverzoenlijke oorlog tussen het Oude en het Nieuwe de twee betekenissen zich verbinden: van het ene eind naar het andere van haar geschiedenis is de kunst niets anders dan het wisselende debat van het beeld en de naam: enerzijds (aan de figuratieve pool) regeert de exacte Naam en legt het teken zijn wet op aan de betekenaar; anderzijds (aan de – moeilijk te zeggen – “abstracte” pool) vlucht de Naam, wil de onophoudelijk exploderende betekenaar zich ontdoen van dat koppige betekende dat wil weerkeren om een teken te vormen (de originaliteit van Réquichot bestaat hierin dat hij de abstracte oplossing achter zich liet en begreep dat je om je van de Naam, de Maya te ontdoen je moest aanvaarden om die uit te putten: de asemie passeert langs de exuberante, radeloze polysemie, : de naam blijft niet ter plaatse).
Samengevat, is er een moment, een niveau van de theorie (van de Tekst, van de kunst) waar de twee betekenissen ruzieën: je kan stellen dat het meest figuratieve schilderwerk nooit iets representeert (kopieert) maar enkel een Naam zoekt (de naam van de scène, van het object); maar je kan ook zeggen (wat vandaag meer ongehoord is) dat het minst figuratieve “schilderij” altijd iets voorstelt: ofwel de taal zelf ( wat om zo te zeggen de positie van de canonieke avant-garde is), ofwel het binnen van het lichaam, het lichaam als binnen, of beter: het genieten : dat wat Réquichot doet ( als schilder van het genot is Réquichot vandaag uitzonderlijk, uit de mode – want de avant-garde is niet vaak genotzuchtig).

de Franse tekst

commentaar

Barthes negeert het autonoom ontwikkelde discours van Réquichot zelf totaal en verliest zich maar al te graag in de wriemelige complexiteiten van zijn reïficerende betekenistheorie die hij als een certitude poneert (terwijl er ondertussen niet zo veel meer van overeind blijft).

maar die ene opmerking over het feit dat de asemie pas kan bereikt worden via een exuberante polysemie maakt veel goed want dat is ook wat blijkt uit de talloze oppervlakkige en al te makkelijke ontsnappingspogingen in de huidige Asemic Writing praktijk die op vrij amechtige en – het moet gezegd – zelfs ridicule wijze blijven steken in het feit dat ze allemaal zo betekenisvol willen zijn, ze willen ertoe doen, ze schreeuwen om aandacht, om likes voor hun maak(st)ers. In een vrij monsterlijke pastiche op de artistieke geschiedenis willen sommige van deze krabbels zich onderscheiden van gewone kinderkrabbels louter door hun benaming als ‘asemisch schrift’.

Het kan altijd erger, dat is de wet van de kosmos; maar in de Kunst kan het altijd nog veeeeeel erger…zolang de geldkraan open staat toch.

Dit bestand maakt deel uit van de Neo-Kathedraalse Lezing van het werk van Bernard Réquichot.

Een NKdeE-Lezing is een recyclageprogramma dat de nalatenschap van een overleden auteur publiekelijk bestudeert met het oog op een opname van de overledene in de Kathedraal als Kathedraal-Auteur.

<Barthes-Réquichot (15)Barthes-Réquichot (17)>

AS van Huldra van SCHiM (9/9) – Fylgja

>>> ongoing Asemic Reading of some great music by SCHiM – In SCHiM’s 2020 release HULDRA the instant compostions turn into living creatures deriving their names from Nordic mythology. the gestures of the asemic reading graphics follow the movements of these auditive oddities along their auditory space…the images link to a full-rez scan of my artwork.

< track #8: AnjanaKOOP/ beluister
‘HULDRA’ op bandcamp

L’ émotion de la complexité ne touche pas davantage que l’émotion de ce qui est simple.

Bernard Réquichot, Ecrits Divers, p. 132

de rotbak bakt

observatie van de Réquichot Rotbak op de droogstoof:
de Rotbak bakt;
1 bak natuur = 1 bak cultuur = 1 rotbak;

analoog aan de geheel humaan gemanipuleerde en ‘verontreinigde’ Réquichot Rotbak wordt onze ‘vrije natuur’ (de parken, de ‘Ardennen’, de ‘natuurgebieden’) als ‘schoon’ gepercipieerd – de conserveringsdrang die dit nochtans geheel ‘gebeurlijke’ ‘kunstwerk bij mij oproept, is soortgelijk aan de conserveringsdrang voor deze ‘vrije natuur’ : die moet ten allen prijze worden gevrijwaard, terwijl de andere ‘natuurgebieden’ (de steden, de wegen, de gemeentelijke ruimtes: zijn deze dan minder ‘natuurlijk’?) voortdurend onderhevig zijn aan sterk verontreinigende ‘zuiveringsacties’: ploegen van meestal slecht betaalde humanen worden dagelijks op pad gestuurd om straten en pleinen te vrijwaren van ‘vuil’ vegetatief en animaal ‘afval’…wie houdt er wat vrij van wie?

« Je ne sais pas c’qui m’quoi. »

Bernard Réquichot

de Réquichot Rotbak, als gebeurlijk object in de Degradatiekunde, stelt het arbitraire, antropocentrische karakter van deze natuurvisie in vraag en dit in het licht van de Devolutieleer congruent met het Kosmische Rot.

de Réquichot Rotbak gebeurt sinds 10/02/2020 en wordt voornamelijk via Facebook en Instagram getoond

Barthes over Réquichot (15)

<Barthes-Réquichot (14)Barthes-Réquichot (16)>
foto van Dirk Vekemans.

//Réquichot Rotbak dag 14 + mortel van gemalen mosselschelpen met linzenmeel en behanglijm

Afbeeldingsresultaat voor Barthes Réquichot

De tekst die Roland Barthes schreef voor de Catalogue Raisonée (La Connaissance – Weber, Brussel 1973) van het oeuvre van Bernard Réquichot is geen betoog of essay uit 1 stuk maar bestaat uit een verzameling autonome bestanddelen, gedachten bij het werk in de tekstuele gedachtenbak gegooid alwaar zij zelf een soort Reliquaire vormen voor de dode auteur. In het boek zijn ook de geschriften van Réquichot opgenomen, maar diens woorden komen niet echt frequent opborrelen in deze gedachten van Barthes

In de afdeling ‘de representatie’ vandaag de langere sectie over ‘de naam’.

de naam

Laat ons twee moderne objectbehandelingen beschouwen. In de ready made is het object reëel (de kunst begint pas aan de rand ervan, zijn inkadering, zijn museografie) – daarom heeft men erover kunnen praten als kleinburgerlijk realisme. In de conceptuele kunst wordt het object genoemd, geënt op het woordenboek – daarom zou men beter van “denotatieve kunst’ spreken dan van “conceptuele kunst”. In de ready made is het object zo reëel dat de kunstenaar zich een excentrieke of onzekere denominatie kan veroorloven: in de conceptuele kunst is het object zo exact benoemd dat het niet meer echt hoeft te zijn: het kan zich herleiden tot een lemma in het woordenboek (Thing, van Joseph Kosuth). Deze twee behandelingen [FR: ‘traite-ments’],die schijnbaar tegengesteld zijn zijn terug te voeren tot eenzelfde activiteit: de classificatie.

In de Hindoe-filosofie heeft de classificatie een illustere naam: dat is Maya: niet de wereld van de ‘ verschijningne’, de sluier die de intieme waarheid verhuld, maar het principe dat maakt dat alle dingen geklasseerd en gemeten zijn door de mens en niet door de natuur; van het ogenblik dat er een tegenstelling (de Oppositie) opduikt, is er Maya: het netwerk der vormen (de objecten) is Maya, het paradigma van de namen (de taal) is Maya (de brahmaan ontkent de Maya niet, hij stelt het Ene niet tegenover het Meervoudige, hij is helemaal geen monist – want herenigen is ook Maya; wat hij zoekt is het einde van de oppositie, het vervallen van de meting; zijn project is niet om zich buiten elke klasse te stellen, maar buiten de klassificatie zelf)

Het werk van Réquichot is geen Maya: hij wil geen object en geen taal. Wat hij viseert is de Naam onttronen; van werk tot werk voert hij een algemene ex-nominatie van het object door. Dat is het uitzonderlijke project dat Réquichot apart zet van de gezindten van zijn tijd. Het is geen eenvoudig project: de ex-nominatie van het object moet noodgedwongen door een faze van exuberante over-benoeming: je moet de Maya opwaarderen vooraleer hem uit te putten: het thematische moment dat heden uit de mode is. Een thematische kritiek van Réquichot is niet alleen mogelijk maar onvermijdelijk: zijn vormen ‘gelijken’ op iets, roepen een optocht van namen op volgens het procédé van de metafoor; hij wist het zelf: “Mijn schilderijen: je kan er kristallen in vinden, takken, grotten, algen, sponzen…”. De analogie is hier onbedwingbaar (zoals een voortijdig orgasme), maar vanuit het oogpunt van de taal is ze al ambigu: het is omdat de getraceerde vorm (geschilderd of samengesteld) geen naam heeft, dat men er hem een zoekt of meerdere opdringt: de metafoor is de enige manier om het onbenoembare te benoemen (en wordt zo heel uitdrukkelijk een catachrese) : de resem namen geldt voor de ontbrekende naam. Wat er overgaat in de analogie (tenminste in de analogie die Réquichot beoefent) is niet de de term, het veronderstelde betekende (“deze vlek betekent een spons”), het is de verleiding van een naam, eender welke naam: de doorgedraaide polysemie is het eerste (initiatie) stadium van een ascese die de woordenschat, de zin te buiten gaat.

De gesuggereerde thematiek van Réquichot is bedrieglijk omdat ze in feite onbeheersbaar is: de metafoor houdt niet op, het benoemingswerk zet zich onverbiddelijk voort, verplicht om door te gaan, zich nooit vast te zetten, de gevonden namen af te wijzen en nergens toe te komen tenzij aan een eeuwigdurende ex-nominatie: omdat het niet lijkt op alles maar achtereenvolgend op iets, lijkt het nergens op. Of nog: het gelijkt, ja , maar waarop? op “iets wat geen naam heeft”. De analogie bereikt zo zijn eigen ontkenning en de kloof van de naam is nu eindeloos: wat is dat?

Deze vraag (die door de Sfinx aan Oedipus werd gesteld) is altijd een schreeuw , de eis van een verlangen : snel een Naam zodat ik gerustgesteld ben! Dat de Maya niet meer verscheurd is, zich herstelt en restaureert in de hervonden taal: dat het schilderij me zijn Naam geeft! Maar – en dat definieert nu net Réquichot – de Naam wordt nooit gegeven: we genieten slechts van ons verlangen, niet van ons plezier.

Misschien is dit de echte abstractie: niet die schilderkunst ontwikkeld door sommige schilders rond de idee van de lijn (de courante opinie is dat de lijn abstract is, apollinisch; het beeld van een abstract magma zoals bij Réquichot lijkt onbetamelijk) maar dit gevaarlijke debat tussen het object en de taal waarvan Réquichot het verhaal heeft voorzien: hij heeft abstracte objecten gecreêerd: objecten omdat ze een naam zoeken en abstract omdat ze onbenoembaar zijn: van het ogenblik dat eer een object is (en niet een lijn) wil dat een naam baren, een afstamming produceren, die van de taal: is de taal niet dat wat ons nagelaten is door een vroegere orde? In zijn werk voer Réquichot een onterving van het object door, hij snijdt de naamsafstamming af. Van, de materie van de betekenaar zelf verwijdert hij elke origine: wat zijn de “accidenten” (waaruit sommige van zijn collage gewoven werden)? Doeken, eerder beschilderd en dan opgerold en opgehangen: onterfden.

Het project van Réquichot is dubbel bepaald (onbeslisbaar): langs een kant op het schaakbord van de avant-garde, verdiept hij de crisis van de taal, hij schudt tot brekens toe de denotatie, de formulering door elkaar; langs de andere kant streeft hij persoonlijk de definitie van zijn eigen lichaam na en ontdekt hij dat die definitie begint daar waar de Naam ophoudt, ’t is te zeggen binnenin (enkel de dokters kunnen ver van alle realiteit het binnen van het lichaam benoemen – dat lichaam dat niets anders is dan zijn binnen). Heel de schilderkunst van Réquichot kan dit opschrift dragen, geschreven door de schilder zelf: ” Je ne sais pas c’qui m’quoi” (“Ik weet niet wie me wat”).

Franse tekst:

Dit bestand maakt deel uit van de Neo-Kathedraalse Lezing van het werk van Bernard Réquichot.

Een NKdeE-Lezing is een recyclageprogramma dat de nalatenschap van een overleden auteur publiekelijk bestudeert met het oog op een opname van de overledene in de Kathedraal als Kathedraal-Auteur.

<Barthes-Réquichot (14)Barthes-Réquichot (16)>

AS van Huldra door SCHiM (8/9) – Anjana

>>> ongoing Asemic Reading of some great music by SCHiM – In SCHiM’s 2020 release HULDRA the instant compostions turn into living creatures deriving their names from Nordic mythology. the gestures of the asemic reading graphics follow the movements of these auditive oddities along their auditory space…the images link to a full-rez scan of my artwork.

< track #7 : RusalkaKOOP/ beluister
‘HULDRA’ op bandcamp
track #9 : Fylgja >

Dieu est une idée simple qu’utilisent les gens qui ne se posent pas de problèmes.

Bernard Réquichot, Ecrits Divers, p. 117