de eeuw van vekemans


O de dagen voor de vlaamsche verkiezingen! de oostakkerse kraaien lekkerbekken en de hagelandse heksen kirren!

hoogdagen zijn het voor de zweepzuchtigen der anti-politiek want niet alleen worden er de meest laag-bij-de-grondse roddels over de tegenstanders uitgespit en uitvergroot tot misbaar van de antichrist, elke politica met wat teint van vreemde origine toont zich dan ook ongegeneerd bloot in al haar machtswellust, de make-up van de image-building ligt er immers bij elke beweging zo dik op dat het heur barst in het onverbiddelijke licht van de media. imposant zij spartelt op de schermen als een uit haar schaal en harnas bevrijdde Alien en het gif uit heur tentakels brandt gaten in het wegdek onder de Reyerstoren en in het Neder-Vilvoordse. maar ook de autochtone mannen in hun scheve reservezitjes laten niks aan de verbeelding over en kinnebakken gezapig, grijnzen zich grijs in het gevolg van hun pionnen.

nochtans zijn velen ooit gestorven voor het stemrecht dat wij haten. de desillusie is er vooral ook onder de jongeren niet minder om. we leven niet alleen in de tijd van het fake news, de politici van onze lage landen zijn ook allen ten prooi gevallen aan het monster van de fake policy. Jaja, lieve duimelkinders: niet voor niets noemt men onze decennia in de leergangen later de eeuw van Vekemans! Een overschatting natuurlijk want langer dan de toestand  nu al duurt kan het echt wel niet blijven duren!

waaruit bestaat dan dit fenomeen van de fake policy? wel, in essentie gaat het om de re-engineering van een gebeurende gebeurtenis met als doel het eigendomsrecht van de betreffende gebeurtenis op te eisen als maaksel van eigen werf.

sta mij toe deze gevatte definitie even ‘uit te pakken’ zoals de bloggende filosofen het heden zo treffend weten te formuleren in hun met ICT-termen versneden crap of the day: zo’n zin is dan een zip-bestand in dat taaltje, een densiteit die ik dan naar uw harde schijf zal decomprimeren zodat u ze in alle klaarte kan lezen.

het is simpel genoeg, want wat doet een politicus van de fake policy? wel zij focust op een ‘heet item’ in de sociale media, een zich afspelende gebeurtenis die velen beroert. neem als voorbeeld de vluchtelingencrisis* of de economische conjunctuur
de bedreven fake policy-adepte gaat nu een analyze maken, het gebeuren dusdanig uit elkaar halen dat ze het in haar eigen logica terug kan samenstellen en presenteren als een gevolg van haar beleid. het feit dat er sinds haar aanstelling zoveel minder illegalen in het land zijn wordt omgezet naar ‘door haar beleid zijn er zoveel minder illegalen in ons land’. of zij beweert staalhard dat haar beleid voor een heropleving van de economie heeft gezorgd terwijl het in feite lamentabel is dat er met de huidige hoogconjunctuur geen sikkepit is gedaan om ons toch een beetje minder afhankelijk te maken van vreemde olievretende monopolisten voor onze energievoorzieningen.

de analogie met de fake media-strategie is duidelijk: voor de fake-media maak je gewoon gebruik van het volstrekt scheefgegroeide mechanisme in de media die zich kost wat kost moeten verkopen aan hun publiek en dus enkel brengen wat dat publiek wil horen. iedereen weet dat men leugens slikt omdat men leugens wil, maar jij ‘durft het tenminste te zeggen, dat het allemaal fake is,  jij bent ‘nog eerlijk’ ook al heb je dan soms wat ‘alternatieve feiten’ nodig

bij het fake-policy maneuver maak je dankbaar gebruik van de evidente machteloosheid van elk beleid om nog beleidsdaden te stellen die enige werkelijke impact hebben op het globale gebeuren. iedereen weet dat de aangekondigde maatregelen niks gaan uithalen (de complexiteit daarvan gaat ons humane petje gewoon te boven omdat we er zelf als agens en als product in zitten verweven), dat de beloftes niet realiseerbaar zijn maar jij kan middels je lichtjes omgebogen feiten (het zgn. ‘fact tweaking’, er is een verschil met ‘alternative facts’) tenminste bogen op echte feiten, dingen die echt gebeuren.

de combinatie van beide strategieën zorgt voor een eclatant succes. Leve de fake-technologie!

 

zwam
‘het ‘Programme’ van Georges Bataille voor zijn Societé des Acéphales, een  secte van intellectuelen die nog net geen (of net wel?) een ritueel mensenoffer brachten om ‘de onderlinge verbondenheid te stimuleren’. Sylvia is gaan lopen van Georges toen, in de blijde armen van Lacan. We zien hier Bataille als voorloper van de ‘Nick Land strain’ in het Accelerationisme, de intellectuelen variant van het fake policy denken: alsof al die theorie één zak gaat veranderen aan hoe de dingen om ons evolueren…het Accelerationisme in die variant is zo makkelijk ontmaskerd als een ‘collaboratie met de apocalyps’

 

* plotse stijging in de jaren ’10 van het aantal immigranten uit Afrika in Europa voornamelijk veroorzaakt door de toenemende zelforganisatie van de Afrikaanse bevolking onder invloed van de ook daar betaalbaar geworden smartphones, de desillusie bij het mislukken van de Arabische Lente en ook nog wel door wat andere factoren maar het zou ons te ver voeren etc. enfin ge hebt ook wikipedia è

Advertenties

of/of


 

   VERLICHT

   Verlicht wil ik zijn, 
   Ooit. Nu heb ik aambeien,
   Dat is ook al wat.

als student heb ik ooit de gehele cursus ‘Algemene Wijsbegeerte’ samengevat in één fictief woord, een anagram waarbij elke letter uitklapte naar de rest van de boomstructuur waartoe ik heel het zootje had herleid. het systeem werkte voldoende goed om mij een tripel A te bezorgen op het examen, maar misschien had mijn voorliefde voor het vak er ook wel wat mee te maken.
ik deed Germaanse node, filosofie wou ik doen maar dat bracht niks op, dus dat deed je niet.

hoe dan ook het samenvatten blijft er  blijkbaar in zitten want nu merk ik weer de drang om mijn lectuur van Kierkegaard’s magnum opus ‘Of/Of’ samen te vatten in godbetert haikoes.

ach de wereld kan aan ontiegelijk veel dingen ten onder gaan, maar dit zal het wel niet worden. en nee, een samenvatting is het ook niet echt, dat heeft geen zin: het examen daar zakken we toch allemaal voor.

opmerkingen bij Kierkegaard dus, met hier en daar een haikoe er tussendoor.
godbetert!

*
*    *

jack’s verlangen is een aangereden hermelijn wanhopig fietsend naar het verre dorp waar misschien een dokter woont.

een concept krijgt sneller haar vereiste kritische massa aan mededeelbaarheid als je het bij herhaling wentelt, vernietigd, opwekt en drenkt in de geschriften van anderen dan wanneer je poogt er met je eigen bewoordingen duidelijkheid aan te geven. ge moet uw zuigelingen niet ombrengen, dat is poëtisch-commerciële quatch, ge kunt uw schijnbaar originele gedachten beter grondig verneuken, verraden, verpesten, door de hekel halen, verkopen voor een habbekrats in ruil voor lage diensten, dat soort perversiteiten.

hoe meer je het eigen concept mishandelt, hoe zuiverder het wordt, tot het onhoudbaar wordt en opwelt, onhoudbaar opborrelt, zich uit je buik bevrijdt als een parasiterende aliën, en niks geen Sigourney Weaver in de buurt ook al niet.

net zoals je je hele leven kan beschouwen als een grote meditatie, kan je het sukkelstraatje met alsmaar sneller opdoemend einde ook lezen als de langgerekte uitspraak van het concept dat je zou zijn, moest het ‘zijn’ geen illusie zijn die reeds lang onhoudbaar is geworden: je spreekt jezelf uit, levenslang.

niemand schijnt die uitspraak te horen, maar misschien is ook het spreken en het luisteren samen vervat in één bewegen? Ik zie A’s grijsaard fluisterend vertellen aan het kind dat zich (dank zij zijn absolute onverstaanbaarheid?) alles haarfijn herinnert. zo is het, maar dat is het niet, maar het komt er wel aan zo. een kind lacht omdat het gelukkig is, en zeker nog van haar geluk, zo simpel is het.
wat herinnert zich het kind? die vraag is niet helemaal correct, want er is geen ding dat herinnert wordt: de herinnering herhaalt de singulariteit van de beweging. het meedenken met de gefluisterde expressie in het voor het kind geheel vreemde expressieveld activeert de beweging in het ‘onschuldige’ kinderbrein.

   DE GRIJSAARD VERTELT

   ja! ja, zo is het, 
   dat herinnert zich het kind, 
   maar dat is het niet.

ja, dus: deze tijd, het Kierkegaard lezen is vrij plezant als een schrijven, het loopt gesmeerd, het slijm klit goed aan in de pels en het zand kruipt diep in de groeven van de verdurende velgen.

zie ik niet wat schemer al, daar beneden?

greenChair.jpg
dv 2018 – ‘la chaise verte’, öder ‘Galathea preparing herself for the Party’ – A4, bister crayon and chalks on Source paper- €24,95

 

* 
*    *
ONBEGRIP

Luide weent het kind.
"Kindje, kindje:wat wil je?"
Da-da zegt het kind.

 

In populariserende lectuur lees je over het ‘slurvige’ bewustzijn van de olifant en je vraagt je af het water niet het externe geheugen van de vissen is. A ja , zo ging het, en weerom floept de haring langs de netten.

Het menselijke bewustzijn is handig, dat hebben we ooit geweten. Nu wijst en wijst het kind en blijft geheel onbegrepen.

Die kunststroming ook, al die herrie: hoe onhandig!

 

joy
dv 2018 – ‘ from Anke Veld ’s diaries – “there Anke felt a kind of joy that felt like joy written down, then read and then remembered all at once”  – A4, bister crayon and chalks on Source paper- €24,95

 

 

—> lees meer over Kierkegaard in de reeks ”of/of”

het twaalf-woorden lied


>Twelve-Word Song (Navaho) uit de commentaarsectie van Jerome Rothenberg (ed.), Technicians of the Sacred

 

 

Telkens weer: het jongentje droomt van het meikevermeisje.

Voel de vleugeltjes, de pootjes in de schelp van de handen. Is dat het mondje?
Kriebel kriebel,  laat het vrij. De handen gaan open tot brede armen, daar gaat ze, recht naar de zon. Met plagerige steken de zomerzon valt op het bovenlijf, op het zand in de zonnecrème want alles wil jeuken en branden. Het vage rondom is precies wat het is, vaag en rondom.

‘aarde’

‘hemel’

‘vrouw-van-de-bergen’

‘vrouw-van-het-water’

‘sprekende-god’

‘shakti’ojan’

Shooting Chant. Woorden zijn stukke poorten  naar het Telkens-Weer van Ooit. Onder de boezem een broodmes snijdt ons af van het brood dat wij zijn, wij ploffen in plakken op tafel, plakken die van elkaar wegdrijven. Wij kauwen gehoorzaam maar de leegte is niet leeg maar als van gelatine doorzichtig en vol met de woorden waarin onze stemmen verstrengelen. Adem weeft en bindt. De meikevers houden huis in de haag, kijk daar glinstert wat. Ik pak die, ik pak die. Pak ze, pak ze.

‘jongen-met-de-maispit’

‘meisje-met-het-turkoois-steentje’

‘witte-mais-jongen’

‘gele-mais-meisje’

‘stuifmeeljongen’

‘meikevermeisje’

De jongen grijpt naar de kever in de haag. Een stuk glas maakt een flinke jaap bezijden zijn onderarm. De kinderen krijsen want plots is er overal bloed.

– ‘Domme toch, zag je dat glas dan niet?’

Neen. Zelfs met de dikke bokalenbril kan hij amper de letters lezen op het bord, maar hij kan ze wel raden op de lippen van de anderen. Hij die de woorden schrijft, heeft alles in handen.

 

IMG_3212
dv 2018 – “stukje uit de passage van een Vivaldi-opera door een schrijven met pastel”

 

zand


zand
dv 2018 – “zand” – waterverf, potlood en ewa inkt – A4 (met een plooi in)

 

zand

Er zitten wormen in het boek van zand: zandwormen – strandwormen, ongewervelde holtekakkers alleszins.

Eerst was er de vruchtbare monding, het slib en het drassige weiland, de schoffel schoffelde tot er schot in kwam en met het leem duwden de menigte handen de stad overeind en de mannen vervolgens. Zij bouwden grote huizen met verscheidene badkamers.

Toen kwam de hitte, zoals de vloed op het strand. Het stelde allemaal niet zoveel voor. Zandkastelen. De barsten barstten verder uit in steeds diepere barsten en alles – de yakuzi’s, de douches, de sauna’s,  de marmeren toiletten – alles verguisde tot ruis in het zand.

Mijn vlakke zand.

‘De vlakte betekent’, zeiden echter de geleerden, ‘want er zitten gaten in’.
En zie de geleerden wezen naar de rijen zwarte wormgaten, waarin her en der nog een bidet wegzakte.   ‘Kijk,’ beweerden zij, ‘daar spijkeren de gaten zowaar een zin in het land. Een zin!’

Wij lazen de tekens maar de tekens waren niets anders dan gangen: kruipgangen – vreetgangen – wormsporen – druipholten.

‘Voor de zon en de geest van de zon zijn het slechts wurmen’ traden ons bij nu de schepen van cultuur, ‘aardwurmen – nietig slijm en snot van de vochtige grond’. Velen van ons juichten de schepen toe met enthousiaste niesbuien. De duikboten van de oppositie speelden zakdoek leggen, niemand zeggen.

Hier, lieve kinders, zo plots al aan het eind van onze vertelling gekomen, staat het slot zich  handenwringend op slot te draaien met deze tot onbegrijpelijke verzen versleutelde woorden:

“Een beweeglijk soort korst,
als je het mij vraagt, met een mossprietje
dat wriemelt voortdurend met
twee wriemelwortels in het tijdslijk”.

het kabelpaar


Happy_Ending.JPEG

Ze staat stil, op blote voeten en er is het kabbelen van lopend water.

Een staketsel – meters hoog, in hout – torent boven haar uit. Zo hoog is het, dat het wel lijkt alsof het stalen kabeltje niet daarvandaan, maar uit de hemelen komt neder gekronkeld.

Het kabeltje lijkt op de remkabel van een fiets, zo eentje dat in elkaar verstrengeld er eigenlijk vele hele dunne zijn, je haalt je vingers altijd open aan de eindjes daarvan.

De kabel ligt haar op het haar en kronkelt verder langs haar neus weg naar de plankhouten vloer. Zij staat daar maar een beetje te lachen, het water klatert & de kabel krast hoorbaar hoog in het houten staketsel bij de minste wiebel in haar benen. Het is een uiterst gevoelige opstelling. Sensibel, een kwaliteitsverbinding.

Er loopt een jonge man rond ook.

Kom, laat ons er ook wat publiek bij doen, toch? Ze mogen best gezien worden en was er vandaag geen evenement op deze locatie? Kijk, het begint al!

Hij pakt de kabel, windt hem driemaal rond haar middel, zij zegt 1 keer ai, maar echt pijn doet het niet, het is niet dat soort evenement. De kabel loopt nog drie, vier meter verder op de grond, naar het publiek toe, dat ondertussen is gaan plaatsnemen in de donkerblauwe pluchen zetels. Het liep nog aardig vol.

Het licht verschiet van wit naar groenig-geel. Er wordt gekucht. Hé, luister!

In de verte horen de deelnemers nu ook het geratel van een oude filmprojector en kijk, daar, links boven haar hoofd kunnen ze het oplichten zien van allemaal close-ups van de meisjes in de films van Charlie Chaplin, kleine stukjes lachende of droef ogende schoonheden, veelal in lompen gehuld.

Er hangt overal dezelfde witte wazigheid rond die jonge vrouwenhoofden. Ik wist niet dat er zoveel vrouwen waren in de films van Chaplin. Zo mooi ook!

In de andere richting, weg van het doek, ziet hij plots het andere eindje kabel. Het eindje daar kronkelt naar het duister achteraan, waar ook zij nu, die dichter bij het publiek staat, als haar ogen zich wat hebben kunnen wennen aan het donker, de contouren van een buffetpiano kan onderscheiden.

Er wordt haar plots iets duidelijk, ze wil al heftig gesticulerend naar hem toe huppelen, maar de kabel zit in de weg & ze dreigt zich nog in het stalen gekronkel te bezeren of te verstikken, zelfs. Het publiek gaat ongerust van oh & ah.

Hij begrijpt het nu ook: vliegensvlug snelt hij naar het andere eind kabel, wikkelt zijn blote buik & benen erin & sleurt zich naar de piano. Hij slaat de stofklep open, lacht luidop en knikt haar dan heel ernstig toe.

Het wordt een largo eerst, de pianoklanken lijken zich voor hen al afdalend van de toekomst naar het nu, in het eerdere klateren van water te spiegelen.

Er staat nu volop spanning op het kabelpaar. Ze weten hoe het hoort. Ze zijn verbonden.
In stilte tellen ze samen af: 3, 2, 1…

 

2007 – 2017, uit “HEMELNETLYRIEK – Lyrische teksten van vilt.skynetblogs.be 2004-2007” P.O.D.-boekje in voorbereiding

het Lijf sprint


Het Lijf Sprint

Het is maandagochtend op het Aquarel. In de barakken onderaan wordt er gerookt, gedoucht, radio geluisterd & thee gedronken. De race gaat zo dadelijk beginnen & het Lijf stelt zich op. Het schot klinkt. Het Lijf sprint naar de zandheuvel, klimt. De naakte benen zakken diep in het mulle zand. Uiteindelijk bereikt het Lijf de top, waar een metershoge gong staat opgericht. Hijgend legt het Lijf het Hoofd nog met een doffe bots tegen het hangende koper.

“Tja,”, oppert Sir Geoffrey Nayland-Smith, “als dit al zou lukken dan hadden we ook die barakken niet hoeven te bouwen”.

006-2017, uit “HEMELNETLYRIEK – Lyrische teksten van vilt.skynetblogs.be 2004-2007” P.O.D.-boekje in voorbereiding

 

De serie ‘Gedicht van de dag’ geeft sinds 2/06/2017 dagelijks, in de laatst bewerkte versie, een andere dv-tekst met dagelijks een ander dv-prentje.

(gelieve taal- of spelfouten of andere stoorsels te melden als reactie hier, dank!)

Leve de Praktijk van de Vrije Lyriek

STOPtrajectdiagram

dv 2017 – “ontwerpschets bij de diagrammatische ontwikkeling van het STOPmodel voor de categorisatie van bewegingen in de NKdeE Bewegingsleer”

noot bij het model:

Aangezien de reïficatie (fictionalisering à la Vaihinger) niet alleen onvermijdelijk maar ook humaan-noodzakelijk is, is de aanpak (tactiek) bij het categoriseren (=bespreekbaar maken) van bewegingen er een dubbele van

(A) granulatie of deconstructie (overschrijving, explosie of semantische implosie) van bestaande modellen en hun agents

(B) van functionalisering der dingen: objecten worden beschreven als functies van functies met functioneel afgeschermde recursies.

Daarnaast wordt gaandeweg en systematisch meer de visuele coderingslogica toegelaten in het diagrammatische (semantisch-mathematische) complex van ideologisch beladen conventies en kritiekloos verabsoluteerde eeuwigheidssymboliek (“in what we see we trust”). Daarbij hopen we

(A) aan te tonen dat dezelfde funderingsillusie en blockchainzekerheid van de mathesis (het blockchainconcept is au fond een mathematische recursie van het mathesisproces en toont meteen ook de ultieme kwetsbaarheid van elke funderingspoging: “als het niet gebeurt, is er niets” en “alles wat er gebeurt blijft binnen het er van wat er gebeurt” ) ook de diagrammatische voortgang treft (de vanzelfsprekendheid dat elk zien humaan beperkt is wordt weggedacht bij de schijnbare progressie die louter het product is van een (hernieuwde) prioritarisatie van de visuele ‘logica’ op de ideologisch deconstrueerbare tekst.

(B) het grafische als humane voortgang net als het schrijven onlosmakelijk verbonden blijft met het gebaar van de inscriptie en dat de ingeschoven coderingslaag ook daar altijd een falsifiërende reductie blijft van de humane potentialiteit: elke digitalisering verloopt langs analoge trajecten die enkel in een ethisch-teleologische projectie van de  traject-durée (een aporie) op de geterritorialiseerde GeldRuimte als ‘afwezigheden’ kunnen worden weggedacht. Deze ontkenning of ‘vernichtung‘ is uiteraard erg vruchtbaar in de technologische voortgang maar lijdt onherroepelijk tot ontkenningsrot.

(C) een min of meer van linguistisch-mathematische kolonisatie gevrijwaarde visuele coderingstechniek in het ontwerpstadium het AGI-project beter kan dienen dan haar euh, extended UML-variant omdat deze meer ruimte laat voor de emergentie van alternatieve bewustzijnsmodaliteiten: een machine hoeft niet te zien of te denken zoals wij zien of denken, maar ook en zeker niet zoals wij denken dat een machine hoort te zien of te denken (omdat het anders geen machine meer is). Tenzij dat ge het bij machines wilt houden natuurlijk, da’s alvast veiliger, sowieso, maar bon, ik dacht niet dat zulks het idee was, eigenlijk…

huis


bat00036

Je droomt dat je wakker wordt in het huis.
Het is nog donker, je ziet bijna niets, maar je voelt het: iedereen is weg. Ze hebben je achtergelaten. Ze zijn vertrokken.
Je gaat de trap af, alles ligt overhoop. Men heeft gescharreld, men was gehaast.
Papieren dwarrelen als herfstbladeren. De achterdeur staat open, klettert op een kier.
In de verte hoor je de roep van een uil.

Hebben we alles? We hebben alles. Hem laten we hier, kom we zijn weg.
Laat maar open, de klootzak moet zijn plan maar trekken.

Je weet het, en toch roep je de namen. De namen komen uit je mond als slierten van inkt, dikke slangen van zwart braaksel. Je borstkas bonkt van de pijn. Je schreeuwt jezelf wakker.

Het huis is donker en leeg, dat weet je. Je knipt het licht aan, gaat naar het toilet en je plast. De deuren zijn vast, de ramen gesloten. In het huis van je dromen was er nog iemand die weg ging.

Misschien droom je het nog eens.