het twaalf-woorden lied


>Twelve-Word Song (Navaho) uit de commentaarsectie van Jerome Rothenberg (ed.), Technicians of the Sacred

 

 

Telkens weer: het jongentje droomt van het meikevermeisje.

Voel de vleugeltjes, de pootjes in de schelp van de handen. Is dat het mondje?
Kriebel kriebel,  laat het vrij. De handen gaan open tot brede armen, daar gaat ze, recht naar de zon. Met plagerige steken de zomerzon valt op het bovenlijf, op het zand in de zonnecrème want alles wil jeuken en branden. Het vage rondom is precies wat het is, vaag en rondom.

‘aarde’

‘hemel’

‘vrouw-van-de-bergen’

‘vrouw-van-het-water’

‘sprekende-god’

‘shakti’ojan’

Shooting Chant. Woorden zijn stukke poorten  naar het Telkens-Weer van Ooit. Onder de boezem een broodmes snijdt ons af van het brood dat wij zijn, wij ploffen in plakken op tafel, plakken die van elkaar wegdrijven. Wij kauwen gehoorzaam maar de leegte is niet leeg maar als van gelatine doorzichtig en vol met de woorden waarin onze stemmen verstrengelen. Adem weeft en bindt. De meikevers houden huis in de haag, kijk daar glinstert wat. Ik pak die, ik pak die. Pak ze, pak ze.

‘jongen-met-de-maispit’

‘meisje-met-het-turkoois-steentje’

‘witte-mais-jongen’

‘gele-mais-meisje’

‘stuifmeeljongen’

‘meikevermeisje’

De jongen grijpt naar de kever in de haag. Een stuk glas maakt een flinke jaap bezijden zijn onderarm. De kinderen krijsen want plots is er overal bloed.

– ‘Domme toch, zag je dat glas dan niet?’

Neen. Zelfs met de dikke bokalenbril kan hij amper de letters lezen op het bord, maar hij kan ze wel raden op de lippen van de anderen. Hij die de woorden schrijft, heeft alles in handen.

 

IMG_3212
dv 2018 – “stukje uit de passage van een Vivaldi-opera door een schrijven met pastel”

 

Advertenties

zand


zand
dv 2018 – “zand” – waterverf, potlood en ewa inkt – A4 (met een plooi in)

 

zand

Er zitten wormen in het boek van zand: zandwormen – strandwormen, ongewervelde holtekakkers alleszins.

Eerst was er de vruchtbare monding, het slib en het drassige weiland, de schoffel schoffelde tot er schot in kwam en met het leem duwden de menigte handen de stad overeind en de mannen vervolgens. Zij bouwden grote huizen met verscheidene badkamers.

Toen kwam de hitte, zoals de vloed op het strand. Het stelde allemaal niet zoveel voor. Zandkastelen. De barsten barstten verder uit in steeds diepere barsten en alles – de yakuzi’s, de douches, de sauna’s,  de marmeren toiletten – alles verguisde tot ruis in het zand.

Mijn vlakke zand.

‘De vlakte betekent’, zeiden echter de geleerden, ‘want er zitten gaten in’.
En zie de geleerden wezen naar de rijen zwarte wormgaten, waarin her en der nog een bidet wegzakte.   ‘Kijk,’ beweerden zij, ‘daar spijkeren de gaten zowaar een zin in het land. Een zin!’

Wij lazen de tekens maar de tekens waren niets anders dan gangen: kruipgangen – vreetgangen – wormsporen – druipholten.

‘Voor de zon en de geest van de zon zijn het slechts wurmen’ traden ons bij nu de schepen van cultuur, ‘aardwurmen – nietig slijm en snot van de vochtige grond’. Velen van ons juichten de schepen toe met enthousiaste niesbuien. De duikboten van de oppositie speelden zakdoek leggen, niemand zeggen.

Hier, lieve kinders, zo plots al aan het eind van onze vertelling gekomen, staat het slot zich  handenwringend op slot te draaien met deze tot onbegrijpelijke verzen versleutelde woorden:

“Een beweeglijk soort korst,
als je het mij vraagt, met een mossprietje
dat wriemelt voortdurend met
twee wriemelwortels in het tijdslijk”.

het kabelpaar


Happy_Ending.JPEG

Ze staat stil, op blote voeten en er is het kabbelen van lopend water.

Een staketsel – meters hoog, in hout – torent boven haar uit. Zo hoog is het, dat het wel lijkt alsof het stalen kabeltje niet daarvandaan, maar uit de hemelen komt neder gekronkeld.

Het kabeltje lijkt op de remkabel van een fiets, zo eentje dat in elkaar verstrengeld er eigenlijk vele hele dunne zijn, je haalt je vingers altijd open aan de eindjes daarvan.

De kabel ligt haar op het haar en kronkelt verder langs haar neus weg naar de plankhouten vloer. Zij staat daar maar een beetje te lachen, het water klatert & de kabel krast hoorbaar hoog in het houten staketsel bij de minste wiebel in haar benen. Het is een uiterst gevoelige opstelling. Sensibel, een kwaliteitsverbinding.

Er loopt een jonge man rond ook.

Kom, laat ons er ook wat publiek bij doen, toch? Ze mogen best gezien worden en was er vandaag geen evenement op deze locatie? Kijk, het begint al!

Hij pakt de kabel, windt hem driemaal rond haar middel, zij zegt 1 keer ai, maar echt pijn doet het niet, het is niet dat soort evenement. De kabel loopt nog drie, vier meter verder op de grond, naar het publiek toe, dat ondertussen is gaan plaatsnemen in de donkerblauwe pluchen zetels. Het liep nog aardig vol.

Het licht verschiet van wit naar groenig-geel. Er wordt gekucht. Hé, luister!

In de verte horen de deelnemers nu ook het geratel van een oude filmprojector en kijk, daar, links boven haar hoofd kunnen ze het oplichten zien van allemaal close-ups van de meisjes in de films van Charlie Chaplin, kleine stukjes lachende of droef ogende schoonheden, veelal in lompen gehuld.

Er hangt overal dezelfde witte wazigheid rond die jonge vrouwenhoofden. Ik wist niet dat er zoveel vrouwen waren in de films van Chaplin. Zo mooi ook!

In de andere richting, weg van het doek, ziet hij plots het andere eindje kabel. Het eindje daar kronkelt naar het duister achteraan, waar ook zij nu, die dichter bij het publiek staat, als haar ogen zich wat hebben kunnen wennen aan het donker, de contouren van een buffetpiano kan onderscheiden.

Er wordt haar plots iets duidelijk, ze wil al heftig gesticulerend naar hem toe huppelen, maar de kabel zit in de weg & ze dreigt zich nog in het stalen gekronkel te bezeren of te verstikken, zelfs. Het publiek gaat ongerust van oh & ah.

Hij begrijpt het nu ook: vliegensvlug snelt hij naar het andere eind kabel, wikkelt zijn blote buik & benen erin & sleurt zich naar de piano. Hij slaat de stofklep open, lacht luidop en knikt haar dan heel ernstig toe.

Het wordt een largo eerst, de pianoklanken lijken zich voor hen al afdalend van de toekomst naar het nu, in het eerdere klateren van water te spiegelen.

Er staat nu volop spanning op het kabelpaar. Ze weten hoe het hoort. Ze zijn verbonden.
In stilte tellen ze samen af: 3, 2, 1…

 

2007 – 2017, uit “HEMELNETLYRIEK – Lyrische teksten van vilt.skynetblogs.be 2004-2007” P.O.D.-boekje in voorbereiding

het Lijf sprint


Het Lijf Sprint

Het is maandagochtend op het Aquarel. In de barakken onderaan wordt er gerookt, gedoucht, radio geluisterd & thee gedronken. De race gaat zo dadelijk beginnen & het Lijf stelt zich op. Het schot klinkt. Het Lijf sprint naar de zandheuvel, klimt. De naakte benen zakken diep in het mulle zand. Uiteindelijk bereikt het Lijf de top, waar een metershoge gong staat opgericht. Hijgend legt het Lijf het Hoofd nog met een doffe bots tegen het hangende koper.

“Tja,”, oppert Sir Geoffrey Nayland-Smith, “als dit al zou lukken dan hadden we ook die barakken niet hoeven te bouwen”.

006-2017, uit “HEMELNETLYRIEK – Lyrische teksten van vilt.skynetblogs.be 2004-2007” P.O.D.-boekje in voorbereiding

 

De serie ‘Gedicht van de dag’ geeft sinds 2/06/2017 dagelijks, in de laatst bewerkte versie, een andere dv-tekst met dagelijks een ander dv-prentje.

(gelieve taal- of spelfouten of andere stoorsels te melden als reactie hier, dank!)

Leve de Praktijk van de Vrije Lyriek

STOPtrajectdiagram

dv 2017 – “ontwerpschets bij de diagrammatische ontwikkeling van het STOPmodel voor de categorisatie van bewegingen in de NKdeE Bewegingsleer”

noot bij het model:

Aangezien de reïficatie (fictionalisering à la Vaihinger) niet alleen onvermijdelijk maar ook humaan-noodzakelijk is, is de aanpak (tactiek) bij het categoriseren (=bespreekbaar maken) van bewegingen er een dubbele van

(A) granulatie of deconstructie (overschrijving, explosie of semantische implosie) van bestaande modellen en hun agents

(B) van functionalisering der dingen: objecten worden beschreven als functies van functies met functioneel afgeschermde recursies.

Daarnaast wordt gaandeweg en systematisch meer de visuele coderingslogica toegelaten in het diagrammatische (semantisch-mathematische) complex van ideologisch beladen conventies en kritiekloos verabsoluteerde eeuwigheidssymboliek (“in what we see we trust”). Daarbij hopen we

(A) aan te tonen dat dezelfde funderingsillusie en blockchainzekerheid van de mathesis (het blockchainconcept is au fond een mathematische recursie van het mathesisproces en toont meteen ook de ultieme kwetsbaarheid van elke funderingspoging: “als het niet gebeurt, is er niets” en “alles wat er gebeurt blijft binnen het er van wat er gebeurt” ) ook de diagrammatische voortgang treft (de vanzelfsprekendheid dat elk zien humaan beperkt is wordt weggedacht bij de schijnbare progressie die louter het product is van een (hernieuwde) prioritarisatie van de visuele ‘logica’ op de ideologisch deconstrueerbare tekst.

(B) het grafische als humane voortgang net als het schrijven onlosmakelijk verbonden blijft met het gebaar van de inscriptie en dat de ingeschoven coderingslaag ook daar altijd een falsifiërende reductie blijft van de humane potentialiteit: elke digitalisering verloopt langs analoge trajecten die enkel in een ethisch-teleologische projectie van de  traject-durée (een aporie) op de geterritorialiseerde GeldRuimte als ‘afwezigheden’ kunnen worden weggedacht. Deze ontkenning of ‘vernichtung‘ is uiteraard erg vruchtbaar in de technologische voortgang maar lijdt onherroepelijk tot ontkenningsrot.

(C) een min of meer van linguistisch-mathematische kolonisatie gevrijwaarde visuele coderingstechniek in het ontwerpstadium het AGI-project beter kan dienen dan haar euh, extended UML-variant omdat deze meer ruimte laat voor de emergentie van alternatieve bewustzijnsmodaliteiten: een machine hoeft niet te zien of te denken zoals wij zien of denken, maar ook en zeker niet zoals wij denken dat een machine hoort te zien of te denken (omdat het anders geen machine meer is). Tenzij dat ge het bij machines wilt houden natuurlijk, da’s alvast veiliger, sowieso, maar bon, ik dacht niet dat zulks het idee was, eigenlijk…

huis


bat00036

Je droomt dat je wakker wordt in het huis.
Het is nog donker, je ziet bijna niets, maar je voelt het: iedereen is weg. Ze hebben je achtergelaten. Ze zijn vertrokken.
Je gaat de trap af, alles ligt overhoop. Men heeft gescharreld, men was gehaast.
Papieren dwarrelen als herfstbladeren. De achterdeur staat open, klettert op een kier.
In de verte hoor je de roep van een uil.

Hebben we alles? We hebben alles. Hem laten we hier, kom we zijn weg.
Laat maar open, de klootzak moet zijn plan maar trekken.

Je weet het, en toch roep je de namen. De namen komen uit je mond als slierten van inkt, dikke slangen van zwart braaksel. Je borstkas bonkt van de pijn. Je schreeuwt jezelf wakker.

Het huis is donker en leeg, dat weet je. Je knipt het licht aan, gaat naar het toilet en je plast. De deuren zijn vast, de ramen gesloten. In het huis van je dromen was er nog iemand die weg ging.

Misschien droom je het nog eens.

NKdeE Letterkaartjes z


NKdeE A6 Letterkaartje “z”

dv2017 ink, pencil & bister on folded A5 paper (actual size =A6) not a printed copy! original handmade unique piece of creative trash! free shipping within BENELUX

€10,00

z

de zeldzame band tussen hemel en aarde, kortstondig als de bliksem, snel als een pijl zoals de achterliggende hiëroglief zoals geduid door benveniste laat zien. Een pijl die later dan rechtopstaand getekend werd en zo aan de basis lag voor de hebreeuwse zayin

als een  scribent bij griekse teksten in de marge ergens een z bijschrven had je nog werk, want dat was dan de afkorting voor Ζητει (zoeken) en duidt het op een suspecte passage.

in het algemeen waren de accosiaties met de snusoide bliksem niet erg positief en aan het einde van het alfabet verwacht je ook geen pret meer van de laatste zet

de z is zeldzaam bij de fransen en daar dus echt bizar. wij zien het wel zitten met de z, zalig met wat zon aan zee…

Creatief afval getoond in blogposts met het label ‘te koop’ kan u kopen aan de vermelde prijs om de creatieve praktijk van Afhankelijk Auteur Dirk Vekemans te ondersteunen.

De werken worden na ontvangst van betaling gratis (binnen Benelux) opgestuurd  en zijn voorzien van een echtheidscertificaat.
Bestel via Paypal of mail naar dirkvekemans_at_yahoo.com voor de afhandeling.
Bedankt alvast!

later, toen de Bezorger kwam


gerbrandy

“Over Dichtkunst en over haar verschijningsvormen gaan we het hebben, welk effect elk ervan heeft, hoe je, wil het werk goed worden, een plot moet construeren, en verder in hoeveel en wat voor elementen de dichtkunst uiteenvalt, maar zeker ook over alle andere zaken die tot dit onderzoek behoren, en we zullen, zoals natuurlijk is, beginnen met de basisprincipes.”

Dat is ‘m dus. De eerste zin van de Poëtica van Aristoteles in de nog naglanzende nieuwe vertaling van stervertaler Gerbrandy.

Het boek der boeken, dat ene basiswerk waarmee gansch het Westerse pluimvee heeft (moeten) leren pennen, begint aldus. Met een spuuglelijke draak van een zin.

Ik had ‘m al in het Grieks en in het Engels en in het Frans gelezen, dus je kan je voorstellen hoe benieuwd ik was hoe Gerbrandy het geflikt zou hebben. En voorwaar: hij heeft zijn status van stervertaler niet gestolen, want de zin is bijna leesbaar geworden!

Gerbrandy zal je het niet vlug horen zeggen, maar het moet hoe dan ook  bijzonder ondankbaar zijn om als taalbeminnend mens Aristoteles te vertalen. Onder filosofen is dat gemeengoed want ook geen issue: Arie Teliwarie denkt glashelder maar schrijven kan hij niet, hij heeft daar geen tijd voor, en het interesseert hem ook niet echt, dus hij leert het niet en hij kan het niet.

Het doet ook niks af aan het belang en de grootse prestatie die de Poëtica is, maar ja: ’t is slecht voor de commerce è, een schrijver die het over schrijven heeft en eigenlijk niet kan schrijven! Hij kan alsnog soelaas zoeken in de zelfhulpgroep van Didi de Paris, 25 eeuwen later in de schrijvershel!

Veel van Arie’s boeken zijn overigens niet als boek geschreven maar als kladjes, notities voor de lessen die hij gaf. De tekst is enkel een vanzelfsprekend vehikel voor de gedachte, de λογος. Een noodzakelijk kwaad.

Het is een interessant spanningsveld, lijkt mij: Aristoteles is omwille van zijn teleologische rigiditeit zo gefocust op de heldere hoofdlijnen dat al de rest bijzaak is, vertraging. Hij schrijft over het toneel maar heeft enkel oog voor de rollen. De tekstrollen, dan, van de stukken, al dat gedoe met koor en acteurs en spektakel, daar heeft hij een bloedhekel aan. Uitrollen, lezen en klasseren die handel!
Het grootste deel van zijn aandacht gaat dan ook naar de ‘muthos’, de plot vertaalt Gerbrandy zoals alleen een vertaalster dat durft.

Voila, daar hebt ge het: de pointe, het kairos-moment waar ik nu al twee dagen naartoe werk. Het doel van het schrijven zet alles in beweging, maar het doel van het schrijven is zelf een dynamisch gegeven. Ik zocht een manier om het kairosbegrip in de NKdeE esthetiek (Kariotiek) van een treffend voorbeeld te voorzien.

Het doel van het schrijven kan eender wat zijn, het hoeft geen ‘verheven’ doel te zijn. Gewoon een gelegenheid creëren om de terecht gerenommeerde dichter, classicus, auteur en vertaler Piet Gerbrandy ‘vertaalster’ te kunnen noemen zonder dat het opvalt is al genoeg. Hihi.

De NKdeE Esthetiek heeft dit soort spielerei natuurlijk gemeen met de Franse Oulipo beweging en het Isoueske Lettrisme, maar het is ons bittere ernst hoor. Ook en vooral in het Anke Veldwerk (lap, weeral) wordt de verschijningstijd van het geschrevene betrokken in het programmatisch (min of meer) bepaalde verloop van de schrijfpraktijk.
De toekomst van de reële tijd wordt in de fictie een actieve rol toebedeeld en zo doorbreekt/vervaagt de NKdeE narratologie de grenzen tussen theorie en praktijk, tussen filosofie, fictie en realiteit.

Tja, chickt daar maar ewa op. Dat is wel voldoende, nu, in dit bedroevende Trumpdalletje.

Jaja, ge ziet: uiterst boeiend om lezen, allemaal! Je maakt wat mee met de Aartsvijand van de Nieuwe Kathedraal!