’t levend schone


ik verzocht, omdat de wiek en olie op
zijn en toegevroren de hartskanalen
mijn misnoegd hart content te zijn
om schoonheid bij een beeld te halen
in brons of dat glorieus uit marmer komt,
komt, maar als wij weg zijn, weg is weer en
die om d’eenzaamheid niet geeft veel meer
dan een verschijning. o hart, wij zijn oud;
’t levend schone is aan ’t jonger volk:
wij kunnen al die tranen niet betalen.

 

 

vrij naar’The Living Beauty’ van William Butler Yeats

 

The Living Beauty

I bade, because the wick and oil are spent
And frozen are the channels of the blood,
My discontented heart to draw content
From beauty that is cast out of a mould
In bronze, or that in dazzling marble appears,
Appears, but when we have gone is gone again,
Being more indifferent to our solitude
Than 'twere an apparition. O heart, we are old;
The living beauty is for younger men:
We cannot pay its tribute of wild tears.

 

 

iseultgeun
dv 2018 – “Iseult” – crayon, pencil, bister – A4 – €30

Lees nog YEATS-bewerkingen…-

Advertenties

een jeugdherinnering


de momenten liepen als op band;
ik had de wijsheid die de liefde baart
en van huis uit ook gezond verstand.
toch, wat ik ook maar zeggen kon,
hoe mijn woord haar lof ook  won,
een noordenwind blies vol venijn
plots een wolk voor Liefde’s maneschijn.

vol geloof in alles wat ik zei
prijsde ik haar lijf en haar verstand
totdat de trots haar blik opblonk
rood plezier haar wangen kleurde
en ijdelheid haar tred opfleurde.
wij zagen, zelfs met al die lof erbij
slechts duisternis waar alles in verzonk.

wij zaten stil als steen, wij wisten,
al kwam er ook geen woord uit haar
dat alle liefde eindigde in kisten:
wreed wij zouden daar zijn afgegaan
als niet de Liefde toen met zingen klaar
van ’t meest onnozele vogeltje daar
uit wolken sleurde weer zijn wondermaan.

 

voordracht ‘in hoge stem’ dv – 2/3/2018:

 

 

vrij naar A Memory of Youth van W.B. Yeats

A Memory of Youth

The moments passed as at a play,
 I had the wisdom love brings forth;
 I had my share of mother wit
 And yet for all that I could say,
 And though I had her praise for it,
 A cloud blown from the cut-throat north
 Suddenly hid love's moon away.

Believing every word I said
 I praised her body and her mind
 Till pride had made her eyes grow bright,
 And pleasure made her cheeks grow red,
 And vanity her footfall light,
 Yet we, for all that praise, could find
 Nothing but darkness overhead.

We sat as silent as a stone,
 We knew, though she'd not said a word,
 That even the best of love must die,
 And had been savagely undone
 Were it not that love upon the cry
 Of a most ridiculous little bird
 Tore from the clouds his marvellous moon.

 

voordracht in high voice dv 2/3/2018 (mijn excuses voor de lamentabele dictie):

 

wondermaan
dv 2018 – “vogelmaan” – A6

ziehier het wolkenrood


ziehier het wolkenrood rond de gevallen zon,
majesteit is hij die sluit zijn brandend oog:
van de sterke slaan de zwakken alle werken aan
dra zo tuimelt ook wat hoog bleef staan
zo maakt de tweedracht eenheid ongedaan
zo worden alle dingen tot gemeen geheid.
zo ook, vriend, wanneer jouw grootse koers uit is
en soortgelijk het besluit is, zoveel te meer heb jij dan
gezel gemaakt van grootheid als een man,
al is het dan een kinderwens die jij verzucht:
ziedaar gevallen zon in wolkenlucht
een majesteit die sluit zijn brandend oog.

vrij naar ‘These are the Clouds’ van W.B. Yeats

These are the Clouds

These are the clouds about the fallen sun,
The majesty that shuts his burning eye:
The weak lay hand on what the strong has done,
Till that be tumbled that was lifted high
And discord follow upon unison,
And all things at one common level lie.
And therefore, friend, if your great race were run
And these things came, So much the more thereby
Have you made greatness your companion,
Although it be for children that you sigh:
These are the clouds about the fallen sun,
The majesty that shuts his burning eye.
closure
dv 2008-2018 – “closure” – bister & pen – A5

mannen worden beter met de jaren


ik ben met dromen uitgewassen;
verweerde triton van marmer
in de waterplassen;
de hele dag lang kijk ik er
naar de schoonheid van de dame
alsof ik schoonheid kon verrassen
voor de reeks die ik verzamel,
blij om door het oog te varen
of recht in het opmerkzaam oor,
verrukt om hier te zijn maar wijs
want mannen worden beter met de jaren;
en toch, en toch,
is het mijn droom, of is het waar?
o was het maar dat ik met haar
kon branden in mijn jonge jaren!
maar oud sta ik te dromen
verweerde triton van marmer
in de waterstromen.

vrij naar ‘Man Improve With The Years’ van W.B. Yeats

Men Improve With The Years

I am worn out with dreams;
 A weather-worn, marble triton
 Among the streams;
 And all day long I look
 Upon this lady's beauty
 As though I had found in a book
 A pictured beauty,
 pleased to have filled the eyes
 Or the discerning ears,
 Delighted to be but wise,
 For men improve with the years;
 And yet, and yet,
 Is this my dream, or the truth?
 O would that we had met
 When I had my burning youth!
 But I grow old among dreams,
 A weather-worn, marble triton
 Among the streams.

 

 

 

triton
dv 2018 – “florentijnse triton” – A5

een Ierse piloot voorziet zijn dood


mijn noodlot wacht dat weet ik
daarboven ergens in de lucht
ik haat de mensen niet die ik bevecht,
ik geef niet om hen voor wie ik vecht
mijn land dat is Kiltartan Kruis
mijn landgenoten zijn de armen daar
geen verlies is daar weldra mijn dood
niets van hier verkleint aldaar de nood
geen wet, geen plicht heeft mij verzocht
geen staatsman of gejuich wou dat ik vocht
een inval heel alleen van welbehagen
bracht mij dit gedoe der laatste dagen;
ik dacht en overwoog tot ik besloot dat
wat nog kwam verspilling leek van adem,
wat was geweest verspilling al van adem,
in balans dus met dit leven, en de dood

 

vrij naar ‘An Irish Airman Foresees His Death’ van W.B. Yeats

I know that I shall meet my fate,
 Somewhere among the clouds above;
 Those that I fight I do not hate,
 Those that I guard I do not love;
 My country is Kiltartan Cross,
 My countrymen Kiltartan's poor,
 No likely end could bring them loss
 Or leave them happier than before.
 Nor law, nor duty bade me fight,
 Nor public men, nor cheering crowds,
 A lonely impulse of delight
 Drove to this tumult in the clouds;
 I balanced all, brought all to mind,
 The years to come seemed waste of breath,
 A waste of breath the years behind
 In balance with this life, this death.
(1918)

 

 

balans

handwerk


handjes doe ter stond uw plicht
sleur de ballon van de gedachten
binnen in de schuur en duw en wacht:
zegt het ‘snik’ dan is het deurtje dicht.

vrij naar ‘The Balloon of the Mind’ van W.B. Yeats (170)

The Balloon of the Mind 

Hands, do what you’re bid;
 Bring the balloon of the mind
 That bellies and drags in the wind
 Into its narrow shed.

 

Dagsluiting

Lachwekkend natuurlijk, dit soort ongewild,  niet-herkend seksuele innuendo en ik lach graag mee hoor, maar au fond lachen we met onze eigen wanen en ons onvermogen om het verschil in ‘klare zone’ in de tijd te kunnen onderscheiden.

Zeker, wij hebben Freud op de schoolbanken onder ogen gekregen en worden dagelijks bestookt met seksuele grapjes die zich schijnbaar van alle taboes hebben ontdaan. Schijnbaar, want de nieuwe preutsheid en de repressieve moraal, het wijzende vingertje steekt overal de kop op, of moet ik al zeggen het hoofd (m/v/o)?

Het weglachen van een fantastisch lyrisch oeuvre omwille van wat wij nu als een hilarische tekortkoming zien, is een aanwezig en reëel gevaar. Net zoals we eeuwenlang de Middeleeuwen als ‘donker’ en ‘onwetend’ hebben afgedaan.
Er mag gelachen worden uiteraard, maar laat ons het houden bij een grapje effen om de spanning te ontladen, want wat het onderzoek onthult is steevast, keer op keer de  zeer ernstige en tot wanhoop drijvende consistentie van de menselijke dwaasheid en ons eigen jammerlijke falen. Oei, ernst, sorry, dat is nog 10 jaar taboe. En lering, eikes hoe vies!

In het werk van Karel van de Woestijne, een tijdgenoot van Yeats, vonden we onlangs een ‘schandalig’ vergoelijkend pederastengedicht (zie de reeks ‘Woestenij’ op de PLeE) waarin hij zijn vrouw dan nog eens een rol toebedeelt waarmee je nu zelfs een non in de gordijnen zou jagen. Hier ligt de duistere vlek midden in de hedendaagse ethische evidentie: dat wat wij gedachteloos veroordelen als ‘wat absólúut niet kan’.

Moeten we daarom dat werk links laten liggen? Of misschien toch eerder omdat die ethische miskleun er niet toevallig is en van de Woestijne toch echt wel dat grootse en dat tijdeloze mist dat Yeats wel heeft, lid ter hand of niet…? Bij het lezen gaat het er tenslotte om of je er wat aan hebt, niet of wat er beweert lijkt te worden nu ‘kan’ of niet ‘kan’. Of wat er ‘leuk’ gevonden gaat worden of niet.

Voor mij was die passage bij Kareltje genoeg om diens Verzameld Werk bij de berg ‘later misschien nog ‘s’ te doen belanden, voor het Neo-Kathedraals onderzoek naar de functie of Klasse ‘Auteur’ was het voortaan van weinig nut. Te veel ruis.

Die ethische evidentie zijn natuurlijk nog veel meer onderhevig aan verschuivingen dan psychologische reducties die wij dan weer als alles verklarend zien. Zo verbergt deze voor onze oren hilarisch vals klinkende noot een heel diepgaand confict tussen Yeats en de Modernisten bij monde van Joyce en Pound dat onder meer ook draait rond de onttovering van het magische door de ‘lagere’ werking van de lusten. Lees er ‘Ego Dominus Tuus’ maar op na, waar er een spanning wordt opgebouwd en opgehouden tussen twee polen die ook in onze tijd op diep-filosofische wijze weer plots brandend actueel zijn geworden (zie later).

Onze zekerheden en onze lachlust verdwijnen sneller dan dat we uitgelachen zijn.
Is het herhaaldelijk terugkerend beeld van de spuitende fontein bij Yeats (‘The abounding glittering jet‘ in The Tower o.m.)  ‘alleen maar’ een Freudiaans te duiden orgastische wensdroom? Wat als een seksuele ontlading plots op wetenschappelijk aantoonbare wijze onze breinen inderdaad in staat stelt om ‘kennis’ te verwerven die we op geen enkele andere manier bereiken kunnen omdat ze gesloten blijft voor elke logocentrische reductie? Wie gaat er dan om wat lachten en om wie?

Of hoe wisselvallig het ethische oordeel over de schriftuur wel niet is: is Lucebert plots onleesbaar geworden na de ‘onthullingen’ van zijn biograaf? Kunnen we na #metoo nog gedichten van Gerrit Achterberg de hemel inprijzen, lyriek van een veroordeeld moordenaar, verkrachter en verslaafde aan grensoverschrijdend gedrag? En de films van Woody Allen, die kan je toch niet meer gaan bekijken, laat staan aanprijzen?

Daarom lach ik graag mee om de willie’s van Bill en de in nauwe schuren weg te proppen ballon der geest die oprijst in de sleur- en rukwinden: ik hoor de mensen later lachen met onze dwaasheden nu en betreur met weinigen onder hen dan en met Yeats toen de onvermijdelijke tragiek van onze soort…

Kom Bill, steek uw ballonneke nu maar proper weg. Ik heb het even vrijgelaten en ja hoor: gelachen dat we hebben!

de dood


geen vrees of hoop kent
het stervende dier;
een mens aan ’t eind
is enkel vrees, is hoop;
vaak is hij gestorven al
en vaak verrezen weer.
een leider, trots kijkt
recht in de ogen van
moordenaars en lacht
om het stopzetten van lijf;
hij kent de dood als geen ander –
gemaakt in zijn bedrijf.

vrij naar ‘Death’ van W.B. Yeats

Nor dread nor hope attend
 A dying animal;
 A man awaits his end
 Dreading and hoping all;
 Many times he died,
 Many times rose again,
 A great man in his pride
 Confronting murderous men
 Casts derision upon
 Supersession of breath;
 He knows death to the bone –
 Man has created death.

 

 

 

dood
dv2018 – “dood” – A5