de weg


het lied van Lu Yin
is weg als wijn die je dronk:
leeg, en naar nergens.

inputtekst: Meng Chiao – Mourning Lu Yin 8 – vert. David Hinton, ISBN 0-691-01237-7, p.12

dv 2019 – ‘de treurwijn’ – potlood – A6
Advertenties

zomer


dv 2019 – ‘Apollo zont’ – A4

uit de Poëtische Schetsen van William Blake

O gij die ploegt door onze dalen in
Uw sterkte, toom in uw felle ruinen, bedaar
De hitte die zij briesen! gij, O Zomer, hebt
Vaak uw gouden tenten hier geslagen, en vaak
Geslapen onder onze eik, wijl wij met vreugd’
Aanschouwden uw rosse lijf en harenweelde.
Onder ons dichtste loof wij hoorden steeds
Uw stem wanneer de noen zijn vur’ge koets
Dreef o’er d’hemeldiepte; bij onze bronnen
Zit neer, en in onze bemoste dalen, op
Een bank bij ’t klare water, leg af
Uw zijden kleedsels, en werp u in de stroom:
Onze dalen houden van de Zomer in zijn glorie.

Beroemd zijn onze dichters met hun zilv’ren snaar
Straffer dan de minnaars uit het Zuiden onze jeugd
en schoner onze meiden in hun kwieke dans.
Wij hebben liederen zat en ook muziekgerief
en zachte galm, en water hemels klaar
en tegen zwoelte zijn er kransen van laurier.

TO SUMMER

O thou who passest thro’ our valleys in
Thy strength, curb thy fierce steeds, allay the heat
That flames from their large nostrils! thou, O Summer,
Oft pitched’st here thy golden tent, and oft
Beneath our oaks hast slept, while we beheld
With joy thy ruddy limbs and flourishing hair.
Beneath our thickest shades we oft have heard
Thy voice, when noon upon his fervid car
Rode o’er the deep of heaven; beside our springs
Sit down, and in our mossy valleys, on
Some bank beside a river clear, throw thy
Silk draperies off, and rush into the stream:
Our valleys love the Summer in his pride.

Our bards are fam’d who strike the silver wire:
Our youth are bolder than the southern swains:
Our maidens fairer in the sprightly dance:
We lack not songs, nor instruments of joy,
Nor echoes sweet, nor waters clear as heaven,
Nor laurel wreaths against the sultry heat.

https://en.wikipedia.org/wiki/Poetical_Sketches

dv 2019 – ‘bleke zomer’ – vanalles ewa – A6

PdG- Epig. VIII


Jà n’est besoing que plus je me soucie,
Si le jour fault, ou que vienne la nuict,
Nuict hyvernale, & sans Lune obscurcie :
Car tout celà certes riens ne me nuit,
Puis que mon Jour par clarté adoulcie
M’esclaire toute, & tant, qu’a la mynuict
En mon esprit me faict appercevoir
Ce, que mes yeulx ne sceurent oncques veoir.

Geen zorgen hoef ik mij nog te maken
of het dag is, of de nacht komt eraan,
(winterlijk donker is’t nacht zonder maan):
geen schade daarvan kan mij nog raken,
want zeker mijn Dag verzacht mij ’t bestaan,
verklaart mij alles tot diep in de nacht
en heeft in mijn geest die kijk gebracht,
die d’ogen mij niet klaar konden maken.
(vert. dv)

lente


uit de Poëtische Schetsen van William Blake

O gij dauwgelokte, die neder kijkt
Door de klare vensters van de ochtend, richt
Uw engelogen op ons eiland
Dat in koorzang heilt uw komen, O Lente!

De heuvels vertellen, de luist’rende
Dalen aanhoren; al onze ogen verlangen
Uw paviljoenen licht te zien: kom verder,
En laat uw heil’ge voeten betreden dit oord.

Kom over van ’t oosten en laat onze winden
Uw geurige gewaden kussen; laat ons proeven
Van uw ocht- en avondadem; strooi uw paar’len
Op ons liefziek land dat rouwt om u.

O tooi haar voort met uw mooie vingers, gooi
Uw zachte kussen op haar boezem; en zet
Uw gouden kroon op haar verzwakte hoofd
Wier scham’le tressen opgebonden zijn voor u!

TO SPRING

O thou with dewy locks, who lookest down
Through the clear windows of the morning, turn
Thine angel eyes upon our western isle,
Which in full choir hails thy approach, O Spring!

The hills tell one another, and the listening
Valleys hear; all our longing eyes are turn’d
Up to thy bright pavilions: issue forth
And let thy holy feet visit our clime!

Come o’er the eastern hills, and let our winds
Kiss thy perfumèd garments; let us taste
Thy morn and evening breath; scatter thy pearls
Upon our lovesick land that mourns for thee.

O deck her forth with thy fair fingers; pour
Thy soft kisses on her bosom; and put
Thy golden crown upon her languish’d head,
Whose modest tresses are bound up for thee.

https://en.wikipedia.org/wiki/Poetical_Sketches

dv 2019 – ‘bleke lente’ – A6