LYLIA

of de Betovering van de Zanger door de Muze, zelve

[werktitel]

[free third party upgrade for the 1544 Délie program by Scève)

Introducerende teksten op dit werk, hier en Elders:

LYLIA, het Uiteindelijk Werk, net als de Délie van Maurice Scève, zal bestaan uit 449 dizains, onderverdeeld in de  eveneens van Scève afkomstige formule 5+(49×9)+3. Als het programma niet ergens onderweg vastloopt, natuurlijk.
Want LYLIA  is een Neo-Kathedraals onderzoeksprogramma, een onderdeel van de Kathedraalse Bouwleer, een vorm van Creatieve Research en Development

Zo’n  Neo-Kathedraals Programma is een vrij ‘organisch’ groeiproces. Ik schrijf  organisch tussen aanhalingstekens omdat het woord voor mij levende processen teveel herleid tot mechanische interactie tussen fixaties, dode objecten. Organen zijn humane ficties.
Maar bon, je kan Rome nu eenmaal niet op 1 dag slopen.

Schematisch: een NKdeE-programma heeft verscheidene inputs, 1 of meerdere outputs en een centrale dataverwerkingsmachine aka auteur.

Dit is de voornaamste output, een louter tekstuele, eventueel later met grafische elmenten uitgebreid schrijfproces van 449 dizains.
Hieronder, bij INHOUD kan u doorklikken naar een bestand (in PDF-formaat)  met daarin de reeds geproduceerde, gereviseerde en voorlopig adekwaat bevonden teksten , opgelijst in nagenoeg chronologische volgorde en voorzien van ontstaansdatum, datum(s) van revisie(s) en  een link naar het originele schrijfsel, dat soms een relevante titel draagt (soms is die titel na de revisie ook totaal onzinnig).

Het feit dat die teksten daarin staan, wil niet zeggen dat ze ‘af’ zijn, in het Neo-Kathedraals Gedachtengoed is zoiets sowieso Ondenkbaar. Tekst is afval, het enige wat kan ‘af’ geraken, is het proces dat de afval produceert, maar dat is dan ‘af’ in de zin van gestopt, dood, naar de piereliere.

Er zullen zich allicht nog andere outputs voordoen, een materiële uitdraai in een literair tijdschrift bijvoorbeeld. Of de voordracht van dizains op onze befaamde RADIO KLEBNIKOV.
Iemand vroeg mij onlangs nog  een handgeschreven versie van enige gedichten. De mogelijkheden zijn legio.
Gebruikers die een specifieke uitdraai wensen (voorleesavond, publicatie,…)  kunnen die tegen betaling verkrijgen (tja, ik moet echt een vergoeding vragen, want de Tijden, helaas, zij zijn Veranderende).

De auteur ben ik, dirk vekemans, of de abstractie daarvan, dv, een semi-geautomatiseerde schrijfselmaker die ergens in de overigens onvindbare Nieuwe Kathedraal van de erotische Ellende doolt.
‘Ik’ schrijf in dit proces veelal ‘traditioneel’, maar dan in een traditie geperforeerd door en uitgebreid met Neo-Kathedraalse virussen en extensies.  De ‘dv’-auteur kan al ’s drastischer tekeer gaan in het gebruik van post-literaire strategieën, maar het begint er op te lijken dat alleszins de vorm van Scève’s dizains strikt zal behouden blijven tot aan de afloop van het proces.

De inputs zijn velerlei van aard. Er zijn tekstuele inputs, waarbij de Lezing ervan een onderdeel is van het Onderzoeksprogramma. Zo ‘lezen ‘ we tijdens de Loop van het programma de Délie van Maurice Scève, maar verder zijn de tekstuele inputs eigenlijk alles wat de auteur onder ogen komt, en dat is nogal wat. Er is code die in andere media zijn expressie vind, muziek, video, grafiek…En er zijn natuurlijk ook de meer auteursgebonden inputs, die strikt genomen tot het privéleven behoren, maar die door de alom aanwezige exploitatiemechanismen van het Kapitale Mormel via diverse tekstgleufjes ook tot code worden vermalen.Waar mogelijk probeert de auteur een lijstje van de inputs bij te houden. Want de reflexie, de aangroei van een recursief tot stand komend theoretisch kader, dat heeft binnen zo’n NKdeE Researchprogramma natuurlijk ook een voorname rol.

Elk programma heeft subroutines die na verloop van tijd wel ’s een eigen leven gaan leiden. Zo begint  het lopende onderzoek naar de brontekst, het oeuvre en de persoon van Scève ondertussen de vorm aan te nemen van een heuse LYLIA-forschung, een thematische speurtocht aan de hand van de lezing van de Délie van Scève die ons onder meer bij de 15de eeuwse theoloog, mystieker en oer-katholiek mispunt Nicolas de Cusa bracht, ethisch of karakterieel misschien geen hoogvlieger dien ouwe paap, maar wel een fonkelend denker van Kathedraals formaat.

INHOUD