delirerende relicten

12/03/2020

“Le Réel écrit ce qui est strictement impensable”

Lacan 10-12-1975

Réquichot is obsceen omdat hij het ondenkbare laat plaatsvinden (‘avoir lieu‘), laat gebeuren, in het Frans laat komen (‘arriver‘). de spiralen herhalen de spiralen en wijken af tot ze op hun eigen ‘spiraleren’ botsen en gaten vormen, imploderen. de spiralen komen klaar in het gat dat ze zijn.

” L’ obscène dèmasque le rien de réel au soubassement de ce qui est”.

Gérald Moralès: ‘De l’ être à lettre’ (MORALES 2002 p.70)



Moralès volgt blijkbaar Lacan nog in de nodeloze complicatie van het Zijn. Wat het obscene ontmaskert is niet het Niets dat niet is of het Niets-dat-niet-is dat niet is, of eender welke recursie daarvan,: het scene ontmaskert de gehele ontologie, de fictie van het Zijn en de Dingen.

de laatste stap die men nodig heeft is erkennen dat er geen Niets is dat het Zijn fundeert, de volledige de ontmanteling van Parmenides’ constructie van het Zijn: om door het stadium van de walging te komen moet men de weerhaken in het Niets loslaten, het subject als waarnemend subject oplossen in de waarneming: (ver)laat het Zijn, laat het gebeuren (toe).
als je die stap niet zet blijf je hangen in het zwarte gat van het Zijn, dat het Niets is, zijn oorsprong.

het verafschuwde wordt gevormd door de resistentie, niet door wat er gebeurt daar waar er verafschuwd wordt. de vorm van het verafschuwde is de verdingelijking van het ontblote Zijn dat het Gebeuren aan het zicht onttrekt.

wat Réquichot kan doen om zich te redden, als schilder, als mens, is ontoelaatbaar, het kan niet onder de socio-culturele dwang van de fallocentrische Orde van het Woord, daar heb je op dat moment (1953-61) nog de mogelijkheid niet voor. de tijd is niet rijp voor het Moment van Réquichot.
nu, bij de algehele instorting van de ontologisch-kapitale orde hebben we die mogelijkheid (die louter afhangt van de denkbaarheid ervan) wel, maar we moeten nog de catastrofe leren zien als een opportuniteit, leren aanvaarden dat we er sowieso toch geen controle over hebben, dat het Gebeuren niet dankzij ons maar dwars door ons gebeurt, onverschillig aan enige illusoire orde…

in één woord: zonder de ontologische filter gebeurt het gebeuren zoals het gebeurt: obsceen. Réquichot laat dat toe in zijn werk, en schaamt zich dood want alles van Réquichot valt samen met zijn werk.

foto van Dirk Vekemans.
BR: Nekonk tanten tank mana – Centre Pompidou – © Philippe Migeat – Centre Pompidou, MNAM-CCI /Dist. RMN-GP
© Adagp, Paris

11/03: la tête moins l’âge se tait: témoignage

Kan je iets leren van de geschriften van Réquichot? Kan je ooit iets echt leren van de ander? De kennis is het ding maar het ding is de ervaring, een gebeurtenis.

Als het niet in jezelf gebeurt, leer je niks. Ook daarom is lezen hetzelfde als schrijven en is schrijven niet meer dan het lezen voltrekken. “Lire jusqu’au bout” ( REQUICHOT 2002, p.18) . Er lopen massa’s lezers rond die beter kunnen schrijven dan de auteurs die ze lezen.

Wat de geschriften van Réquichot ons over de literatuur leren en over haar auteurs is dat er ontzettend veel geschreven is om zichzelf te vermijden, te ontlopen, om het niet moeten geweten te hebben.

Maar dat wisten we al. We doen het elke dag zelf zo graag.

 het Frans in de titel is niet van Réquichot, dat woordspelen tot de zin der woorden uiteenvalt, dat spelen tot het donker wordt, dat is helemaal zijn stijl niet, die heeft meer weg van de uiterst nauwkeurige observaties van het innerlijk van de Paul Valery van Monsieur Teste: die zijn zo nauwkeurig dat ze vaneigens obscuur worden omdat de taal opbotst tegen de zee waaruit ze net gekropen kwam, enkele miljoenen jaren geleden.

Réquichot beweegt invers t.o.v. het moment op 4/12/1961 dat genadeloos op hem afstormt, hij sterft ernaar toe. ik leef ervan weg, naar het hier dat jij nu in leven leest.

een zwart gat is een singulariteit met twee kanten die geen kanten zijn, de medaille valt niet, de kans bestaat niet maar gebeurt. de eeuwigheden zijn de limieten naar de onbereikbare momenten.
het leven is de conservatie van het mogelijke (VALERY I p.288)*

Réquichot herleest de losse verzameling teksten rond Monsieur Teste elk jaar zegt hij in 1954 in een brief aan Daniel Cordier, de galeriehouder (REQUICHOT 2002, p.94). Dat is geen slechte gewoonte, denk ik nu, misschien ga ik die raad wel opvolgen.

misschien is het ook geen slecht idee om de geschriften van Réquichot elk jaar ’s te herlezen, het is niet zoveel. ik zal het vertalen, dan kan ik er in wonen. kunnen jullie op bezoek komen.

Dit bestand maakt deel uit van de Neo-Kathedraalse Lezing van het werk van Bernard Réquichot.

Een NKdeE-Lezing is een recyclageprogramma dat de nalatenschap van een overleden auteur publiekelijk bestudeert met het oog op een opname van de overledene in de Kathedraal als Kathedraal-Auteur.