journal intime

jt81 – plus je m’approche de moi moins je vois – WINST MA KE

Jean-François Chevrier heeft het verder in zijn hoofdstuk XII over oppervlakkige gelijkenissen met werken van Schongauer, Redon en over Flaubert die het ook wel ergens over iets anders heeft.
het aanhalen van de bekende seizoenshoofden van d’Arcimboldo gecollageerd met eetbaar spul lijkt misschien al wat meer gerechtvaardigd, maar het gaat bij Réquichot niet om een dergelijk verbluffend technisch truukje maar om echt erotisch geladen bewegingen en provocaties van instinctieve responsen: als hij voedselprenten combineert met concave dierenbeelden, tongen met taarten en gebak met bloedige gruwel wil hij de letterlijk de mond-hand- oog interactie van de toeschouwer aanspreken als omkering van de geregistreerde eigen automatismen, hij wil dezelfde aantrekking en afstotingspulsen en repulsies opwekken van het creatieproces, hij gebruikt de instinctieve walging die de beelden opwekken om zijn gewelddadige, monomane en sadistische panerotiek op de toeschouwer over te brengen. hij gaat door het oog recht naar de (onder)buik van de kijker.

Bernard Réquichot, NEKONK TANTEN TANK MANA, detail


het oog midden in het kluwen van de ringen van NEKONK TANTEN TANK MANA is tegelijk de opslokkende vaginale poort en het beloerende, beslijmde eikeloog waarmee hij de kijker wil confronteren met die afschuwelijke oscillatie van binnen-buiten, het heen en weer van het spel dat hij speelt om het moment te bereiken waarop het experiment zich ontpopt tot moment, tot een ijkpunt van de duurte in het verglijdende niets.
de mystiek van de lelijkheid is wat Réquichot zegt dat het is, lelijk en schaamte verwekkend. je kan daar niet zomaar conformistische verkoopbare Kunst van maken. Réquichot is wat dat betreft het finale eindpunt van de Kunst als artistiek gezwets dat enkel wil winst maken. daarna is het echt wel pure handel geworden, het werkt enkel nog als handel. niks mis met pure handel hoor, ons niet gelaten.

al die referenties die Chevrier uit zijn kunstkennershoedje tovert zijn dus totaal naast de kwestie, om dat te beseffen moet je enkel de teksten van Réquichot zelf maar te lezen en ernstig te nemen. nu, ik kan van Barthes nog begrijpen dat hij weigerde dat te doen, misschien omdat hij besefte dat wat Réquichot daarin beweerde al zijn noties van auteurschap onderuit haalde, misschien gewoon uit luiheid en uit gewoonte om liever de eigen theorie over het gepresenteerde werk te draperen, misschien uit onwil om een niet-gepubliceerd geschrift enige echte aandacht te geven of omwille van een combinatie van al die factoren.

maar Barthes schreef zijn stukje in 1972 en hij had ten minste nog een theorie waar je wat mee aankon. en hij schreef het tenslotte in opdracht van de commerçant Cordier, de werken dienden op literaire wijze gestut te worden. misschien speelt er in de motivatie om de echte thematiek en de ware aard van het werk van Réquichot te verhullen achter al dit droppen van modieuze namen alsnog iets soortgelijks mee, de marktwaarde van de werken van Réquichot zijn op tien jaar tijd vertienvoudigd, dus je kan dat zeker niet uitsluiten dat men zo er nog een nul wil bijflappen.

soit. wij hoeven er alleszins niet van wakker te liggen want wij hebben nergens wat te winnen of te verliezen. en we hebben voor de kennis waar wij op uit zijn, vooral de teksten van Réquichot zelf om ons haarfijn en exact uit te leggen waar het hem om te doen was.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • teken je de geste
  • je signeert en dateert het resultaat
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma: een gesigneerde en gedateerde tekening met een titel in een vreemde taal

journal intime is een gratis NKdeE-programma

voorwaardelijk

pour Halette

op de tippen staat heel benig
’t klepelkleedje in de aanreikstand.

arabesken hebben droef en lenig
de deur naar buiten goed omrand.

’t weer is koud en grijs daarbuiten
en binnen is het stil en om het even:

geluid zal Annabel wel geven
wanneer de hand in ’t klokje

en de centen in de lade
van het kastje zijn beland.

het moment (10)

voor c.b.

de dag zit in het web der dagen, weerloos ingesponnen tot cocon. de minuten  willen uren duren verslingerd op hun een met zestig zijn.
de seconde heft haar treitervingertje en wakkert weer ’t verstrijken aan.

het denk aan nergens, ziet de jaren daar verglijden, hoe zij tijd aan tijd en lijf aan lijf verdoen. ’t oktobergrijs is hen een zilvereinder, die bleke zon te schamel voor hun gouden schaterlach.

de mensen zijn maar mensen in de wereld en de katten hebben zich van hen verschoond. vissen slurpen zee en algen wiegen slierten op hun traagste liederen van slaap en lieverlee.

liefde heeft in hen haar zotste lief gevonden. “kom,” zegt het, “we gaan weer heden maken, lieveling: maak een einde aan het einde, knoop het in je haar en vlinder weergaloos”.

invoertekst (2015)

dagboek zonder dagen

// vertaling van Bernard Réquichot’s “Journal sans dates” REQUICHOT 2002 p.107-149 – hopelijk elke dag een stukje – de paginanummers van de Franse tekst worden op een aparte regel rechts uitgelijnd in klein bold lettertype vermeld boven de betreffende pagina in deze vertaling

Reactie impliceert gewaarwording op een variabele graad van bewustzijn. De niet gewilde keuze van de reactie veronderstelt een reden, dus een betekenis.
Voorbeeld van betekenis: klauwen op de grond indiceren de passage van een leeuw.

De toeschouwer van een dergelijke gevoelige plaat heeft de rol haar te lezen; de lezing begint in de omgekeerde richting van het schrift: de toeschouwer ziet eerst dat waarmee de analyst eindigde en, om de zaken redelijk grof te beschouwen, keert langs omgekeerde opeenvolging op de loop der acties terug.

Wij, de introverte anderen, wij hebben onze twijfels over ons, zoals jullie extraverten waarschijnlijk jullie twijfels hebben over de anderen.

De communicatie onderneemt haar pogingen in de experimentele emoties. Wanneer de experimentele emotie verrast, vervoert of stopt, dan komt dat wat verwacht werd aan en fixeert zich in een ogenblik.

Mocht de duivel bestaan, wij zouden onszelf beter kennen.

Het meest extreem doordringende van het lawaai is een vorm van sadisme.

Afbeeldingsresultaat voor Réquichot Ecrit divers

commentaar

eigenlijk is het onvoorstelbaar wat voor een verschrikkelijk slechte lezers de geschriften van Bernard Réquichot hebben moeten doorstaan. ik heb in ieder geval bij al het geschrevene dat ik over Réquichot las nergens de indruk gekregen dat de auteurs daarvan ook maar iets van deze geschriften hebben begrepen.

het zijn nochtans geen obscure geschriften, ze verhullen totaal niks, ze zijn doodeerlijk en zeggen exact wat ze ‘willen’ zeggen. maar je moet het geschreven wel willen activeren als gedachte in je hoofd, je moet ze (durven/willen/ de moeite nemen om ze) open( te )vouwen van tekst tot gebeurende gedachte.

je moet Réquichot dus lezen zoals men vroeger boeken las, en zoals men ze ook schreef, niet als kant en klaar consumptieproduct maar als een hulpmiddel, een werktuig om gedachten te laten gebeuren.

(de Trionfi van Petrarca moet je ook zo lezen, als een programma om alle verhalen achter de korte vermelding in de tekst van de ‘optocht’ te laten gebeuren in je hoofd, de echte tekst van de Trionfi werd geschreven door de lezers van Petrarca die de code nog konden lezen als programma, als code voor de machine van het geheugen – hoe denk je anders de immense populariteit van die tekst te verklaren die door zijn tijdgenoten duizend keer hoger ingeschat werden dan de liedjes voor Laura? omdat al die duizenden lezers zo loemp waren misschien? wie is er hier loemp? de evolutie in de cultuur is een constante devolutie, het wordt alleen maar erger met de loempigheid…)

neem een zinnetje als: ‘Si le diable existait nous nous connaîtrions davantage’ ( ‘Mocht de duivel bestaan, wij zouden onszelf beter kennen’).

wat betekent dat als je het eenmaal, driemaal honderdmaal leest? als je weigert te denken, weigert bij jezelf op zoek te gaan wat het zou kunnen betekenen, blijf je enkel achter met een gratuit bon mot, een aforisme zoals je er wel duizend per dag zou kunnen consumeren.

maar hoe kom je tot de gedachte die deze zin activeert als je het toelaat? wel, de zin zegt dat de duivel niet bestaat en dat we daardoor onszelf niet zo goed kennen dan wanneer dat wel het geval zou zijn.
waarom zouden wij onszelf dan beter kennen?
wat is de duivel? het kwaad in de mens. we kennen dus niet het kwaad in de mens want dat zit in ons denken, en moest het niet in ons denken zijn, dan zou het bestaan als duivel en dan konden we het kennen, want dan viel immers ons denken niet langer samen met het kwade erin, met de duivel ervan die evenwel niet bestaat.
voila, nu is de gedachte vrij en kan ze beginnen wérken, je hebt een pad geopend in de gewoonte van je denken dat er nog niet was, want aja, dat was uw gewoonte niet om daar zo over te denken, maar nu bestaat die duivelse gedachte in jou en ken je jezelf iets beter, maar wat ken je beter? is dat wel jezelf? is het Réquichot? de duivel?

zie je, je kan die geschriften niet zomaar ‘consumeren’ zoals je wel met deze teksten van mij kan doen, dat is daar slappe koffie tegen (geeuw maar, je mag, ik sta het jou toe).

nog een voorbeeld? oké, volgende zin: “L’extrême aigu du bruit est une forme de sadisme”( ‘Het meest extreem doordringende van het lawaai is een vorm van sadisme’).

hoe gaan we van deze uitspraak opnieuw een actieve gedachte maken? wel hop, dezelfde manier van ‘lezen’: wat is lawaai, wanneer is lawaai lawaai en geen geluid?

lawaai is lawaai wanneer het als lawaai wordt waargenomen, wanneer het herkent wordt als lawaai, wanneer het zich herkent als lawaai. wat kan het lawaai anders doen dan genieten van zijn lawaai-zijn, zijn hinderlijk zijn, van de ergernis die het opwekt, het spoor daarvan dat het aanricht, hoe prachtig is het niet om lawaai te zijn, hoe je de teerbewaakte stilte kan openrijten, hoe je het ongerepte met een gilletje kan aansnijden, openrukken, vernielen verwoesten. maar nee hoor lawaai is gewoon bot betekenisloos lawaai, het is alleen het meest extreem scherpe van het lawaai dat een vorm is van sadisme, het soort lawaai dus dat genoegen schept in het lawaai zijn.

beide zinnen staan na een vrij omstandige uitleg dat een schilder die experimenteert met zijn automatisme van de toeschouwer verwacht dat deze de omgekeerde weg zal afleggen om zo te lezen wat de schilder emotioneel heeft doorgemaakt (weerzin, enthousiasme, wantrouwen) door de confrontatie met die automatische expressie.

midden in die uitleg, lees daar ajb niet over in je post-corona haast, gaat het over het gebrek aan vertrouwen dat ook de extravert wel moet kennen (veronderstelt toch de introvert) in de ander, terwijl de introvert natuurlijk nooit verder komt dan twijfel aan zichzelf, omdat zulks tenslotte het enige is waar hij zekerheid over zou kunnen bereiken, maar zie je zelfs dat lukt mij niet, ik ben nou eenmaal introvert dus ik twijfel in de eerste plaats aan mijzelf…

maar kom, besluit hij dan (twee dagen later? een maand later? we weten het niet, geen enkele lezer van Réquichot heeft het zich afgevraagd blijkbaar, hoe kan je dit lezen en het je niet afvragen???)
kom, besluit hoedanook de auteur van deze als 1 doorlopend geheel gepresenteerde tekst, ik zal jullie deze twee zinnetjes prijsgeven, zodat deze geschriften werken zoals mijn schilderijen, zodat jullie als lezer de omgekeerde weg kunnen volgen en mijn gedachten kunnen lezen door ze bij jezelf te activeren, want als dat in schilderijen zo werkt is dat omdat ik geleerd heb dat het in geschriften ook zo werkt, dat weten jullie toch ook, die zo wanstaltig zeker lijken te zijn over jullie zelf, jullie duivel-loze ikjes in de sacrale stilte van jullie zwijgen?

wat Réquichot ons biedt in zijn geschriften is geen onthulling, geen revelatie, geen epifanie, maar wel de ervaring van een autonoom denken, een belevenis van het gebeuren van het denken zelf.

het is een experiment (zoals alles wat hij doet experiment is, onderzoek, Faustiaanse queeste naar het echte) dat niets minder doet dan pogen om momenten van verbinding tot stand te brengen over de dood heen, een dood die voor de voltrekker van de eigen ondergang, voor de duivelskunstenaar, de leerling-Faust Réquichot op elk moment in zijn leven en in zijn handelen aanwezig was. wat is schrijven anders dan een poging om iets achter te laten van je gedachten? wat is schrijven anders dan een passie die je beoefent alsof je leven ervan afhangt, want dat doet het ook echt op elk moment dat je schrijft.

“wanneer de experimentele emotie verrast, vervoert of stopt, dan komt dat wat verwacht werd aan en fixeert zich in een ogenblik. ”

welkom, jij hypocriete lezer, mijns gelijke, in het moment van Bernard Réquichot.

journal intime #79

jt 79 – mystique de la laideur – TA FE LE

er bestaat blijkbaar een onweerstaanbare neiging onder intellectuelen om de eigen uitleg en verklaring als evidente uitstalling van deskundigheid en ‘geleerdheid’ belangrijker te vinden dan het onderwerp dat zij bespreken, zeker dan als dat onderwerp een andere man is.

vrouwelijke intellectuelen hebben daar merkbaar minder last van, vind ik, hoewel ik die indruk op geen enkele wetenschappelijke manier kan staven: het aantal ‘onderwerpen’ is in mijn geprefereerd gebied, dat van de creatieve maniakken, de monomane schrijvers, kribbelaars, krabbers en kathedralenbouwers, helaas te zeer beperkt tot mannen, omdat de vrouwen historisch zo lang van dat soort activiteiten uitgesloten werden.

zo lees ik aan het begin van hoofdstuk XII – Le contre-ciel Convexe/concave bij Jean-François Chevrier vandaag ook weer van alles over de Franse auteur en Gurdjieff-adept René Daumal, over Pseudo-Dyonisus en de negatieve theologie en over Mallarmé en Manet. ik ben hem daar zeer dankbaar over want al die onderwerpen interesseren mij danig en die René Daumal met zijn Gurdjieffke en dat Enneagram om de duizendvoudige multitude te reduceren tot een negenkoppig monster dat was allemaal nieuw voor mij, ik was daar heel de ochtend mee zoet.

er zijn mij evenwel totaal geen bewijzen bekend dat Bernard Réquichot zich op enige tijd meer dan oppervlakkig heeft beziggehouden met een van die zeer interessante andere onderwerpen. ik weet uit zijn eigen verklaringen daarover ondertussen dat hij weinig las, maar wel zeer intensief, verklaringen die van dien aard zijn dat je kan concluderen dat hij de gewoonte had om mee te denken met wat hij las, dat hij de gedachten van anderen tot de zijne maakte en daarmee aan de slag ging in het geval die gedachten hem leken aan te sluiten bij zijn eigen manier van denken. enfin dat is wat ik lees als ik hem iets zie schrijven over het ‘lire au bout’ van bijvoorbeeld de Monsieur Teste van Valery.

weinig lezen op zich hoeft trouwens geen beletsel te zijn om zelf prachtig te schrijven. ik ken persoonlijk een briljante autrice waarvan ik weet dat ze zelf haast niks gelezen heeft, maar de hypocrisie en de naijver is in dat tot uiterst onwelriekend plasje gereduceerde literaire vijvertje momenteel zo groot dat je dat soort kennis beter voor jezelf houdt. niets jaagt de afgunst zo hoog op als een natuurtalent.

soit. ik heb uit het eerste deel van dat hoofdstuk van Chevrier met die mooie serie troefkaarten in het literaire spelletje hartenjagen, dan ook alleen maar de 4 woorden van Réquichot zelf onthouden die daarin geciteerd worden: ‘mystique de la laideur’ en de anecdote die Chevrier daar nogal falsifiërend bijvermeld over hoe Réquichot voor de vitrine van een apotheker gefascineerd werd door een door kanker aangetaste paardenlever. ik ga de passage zelf niet citeren en hem op die wijze de eigen diensten retourneren: je kan het nalezen op CHEVRIER 2019 p.217.

Chevrier’s voetnoot bij die vier woorden van Réquichot verwijzen mij immers naar de brontekst van Réquichot: enerzijds naar de tekst die waarschijnlijk ten onrechte is opgenomen in de ‘Faustus’ samenstelling, een titelloze tekst beginnende met de woorden “Voici un des textes de notre personnage…” [REQUICHOT 2002 p.59-63] en anderzijds naar de brieven (aan Daniel Cordier) verzameld onder de titel ‘Lettres à un ami’ [REQUICHOT 2002 p.97].

in geen van beide teksten heeft Réquichot het met de beste wil van de wereld ergens over iets dat met wat Chevrier hier aanhaalt kan in verband worden gebracht. de passages (ik kom er later op terug wanneer ik ze vertaald en dus ‘au fond’ gelezen zal hebben) hebben het wel over (het moment van) het genieten, over de sadistische aantrekkingskracht van het morbide en over de revellatie van het moment, de Joyciaanse epifanie*, die volgens Réquichot moet geplaatst worden tegen de ondraaglijke vluchtigheid van het bestaan ten einde de dingen toch enige ‘duur’ te verlenen.

Dus als Chevrier op p.217 van zijn dure boek zegt “Réquichot avait retrouvé la trace de la théologie négative en voyant un jour un foi de cheval cancéreux” [ Chevrier 2019 p.217] kan ik enkel geloven dat Jean-François op een mystieke wijze in verbinding staat met de Ware Gedachten van Bernard Réquichot want in diens eigen woorden vind ik van die negatieve theologie hoegenaamd geen spoor.

maar het moet gezegd: ik zou dat alsnog kunnen vinden, want ik lees de teksten van Bernard Réquichot uitermate traag, stukje bij beetje, terwijl ik mij doorheen wat er over hem is geschreven worstel.

gelukkig valt dat in het geval Réquichot nogal mee, waarschijnlijk net omdat Réquichot een van de meest subversieve auteur aller tijden is: als je hem echt wil begrijpen, moet je de confrontatie aangaan met de ware aard van je eigen auteurschap, en dat zie ik er in ons huidige bestel weinig doen, geen enkele eigenlijk, man of vrouw, toch niet met de niets ontziende eerlijkheid en de zelfvernietigende grondigheid van de man zelf, een bereidheid om tot het bittere einde door te gaan,die je daarvoor nodig hebt.

soit, het maakt gelukkig ook dat mijn lectuurlijstje heel erg beknopt is. ik mag er niet aan denken wat het zou geven moest ik mij wagen aan een soortgelijke lezing van mijn favoriete Fransman, Henri Michaux, de grootste Belg aller tijden die ons, uiteraard, verlaten heeft. en wie, overigens kan hem ongelijk geven, Michaux? ware het niet dat Nederland zo vol zit met Ollanders, ik zou hier ook al lang de boel voor bekeken hebben gehouden.

hoewel als er één land ter wereld is dat een toonbeeld is van de ‘mystiek van het lelijke’, dan is het België wel! dus, alsnog: hommage à la Belgique,

au tarabiscoté horrible, cohin, saërdant harnac émésine ou délicieux sentiment trouble de la culpabilité, informe et biscornu, ou désordre hideux!

BR, [REQUICHOT 2002, p.107-108]

*in tegenstelling tot de auteurs die Chevrier vermeld, weten we van James Joyce wel dat die in Bernard Réquichot een fervent lezer vond: Ulysses was volgens een getuigenis van Dado zowat zijn lijfboek: “

« (…) Bien sûr, il aimait beaucoup Michaux et Joyce – il lisait Ulysse, c’était son livre de chevet – et son autre poète préféré, c’était Alexis Léger, Saint-John Perse. Si tu veux, Réquichot a fait mon éducation (…) » http://www.dado.fr/dado-peintre-requichot.php#note19b
[CV-PII 2016 p.85]

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • teken je de geste
  • je signeert en dateert het resultaat
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma: een gesigneerde en gedateerde tekening met een titel in een vreemde taal

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960

het moment (9)

de waarheid is de waarheid en niets dan de waarheid: een lijn van A naar B die van A B maakt en van B A terwijl je C wil,  of D, het hele alfabet, verdomme. de waarheid kwetst omdat de waarheid geen waarheid is maar niets dan de waarheid.

ellende. dit gaat niet echt vooruit. kak. de wereld is de wereld is de wereld niet maar onze wereld. tak. het herfstblad sterft niet om haar val
in prozaverzen beschreven te zien. werkelijkheid moet je maken, maar het echte maakt jou.

het blad ziet alles. er is een streling in haar val, erosieroes. muziek die naar een einde loopt dat niemand horen wil. het zachte is niet van menselijke aard, alleen geweld is humaan.

het raakt haar aan.  het heelal raakt in vervoering. de zon is stralend, alles geurt naar paradijs, haar lip is einder, zinkt als woord in een gebrek aan taal. alleen het echte ontsnapt aan het bestaan.

invoertekst (2015)

journal intime #78

jt 78 – NOKTO KEDA TAKTAFONI – TWIJ FE LE

383 NOKTO KEDA TAKTAFONI

Bernard Réquichot NOKTO KEDA TAKTAFONI, 1960 CR #383
78x60x30cm – ‘Réliquaire’ van olieverfklodden, beenderen en diverse materialen bedekt met verf in een kist gedaan die reeds bedekt was met al beverfde en beplakte doeken.

[detail]

Dit bestand maakt deel uit van de Neo-Kathedraalse Lezing van het werk van Bernard Réquichot.

Een NKdeE-Lezing is een recyclageprogramma dat de nalatenschap van een overleden auteur publiekelijk bestudeert met het oog op een opname van de overledene in de Kathedraal als Kathedraal-Auteur.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • teken je de geste
  • je signeert en dateert het resultaat
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma: een gesigneerde en gedateerde tekening met een titel in een vreemde taal

journal intime is een gratis NKdeE-programma