Harusmuze #341


// elk probleem wil overleven

341 – het licht vindt nergens licht

hexagram 61中孚 – zhōng fú – “Innerlijke Waarheid

input

https://dirkvekemans.com/2018/10/02/harusmuze-107/

commentaar

in het Landschap van het Rot (Rayon R666.542.412.913bis in het Magazijn van Alle Mogelijke Werelden) voedt het licht het donker alsof het zichzelf zocht en al zoekende slechts wat het niet is op zijn weg vindt.
hebben wij een ‘innerlijke waarheid’, een licht dat zich een weg baant terug naar het grote Licht? is onze verlossing een verlossing van onszelf, van die nood die ons vereenzelvigt met een gemis?
elkwegs: het probleem wil aanhouden, het houdt zich verre van elke vorm van oplossing, en wil daartoe zichzelf herkennen rondom zich, in het andere duistere… waar het wil en kan, zo lijkt het toch, oplossen, helpen, groeien, verwezenlijken, verbeteren, goed worden, waar zijn, mooi zijn, echt, gewoon zichzelf zijn…

scève

Quasi moins vraye alors je l’apperçoy,
Que la pensée a mes yeulx la presente,
Si plaisamment ainsi je me deçoy,
Comme si elle estoit au vray presente:
Bien que par foys aulcunement je sente
Estre tout vain ce, que j’ay apperceu.
Ce neantmoins pour le bien jà receu,
Je quiers la fin du songe, & le poursuis,
Me contentant d’estre par moy deceu,
Pour non m’oster du plaisir, ou je suis.

Advertenties

Harusmuze #19


harusmuze_019

19 – de kassei werd rond en komt nu de berg afgerold

hexigram 61中孚 (zhōng fú) –  “Innerlijke Waarheid”

scève

Moins ne pourroit & la foy, & l’hommage, 
Que nous lyer a son obeissance: 
Si contre tort, & tout public dommage 
Nous ne vouions le Coeur, & la puissance. 
Donc au Vassal fut grand’ mescongnoissance 
Quand plus, que soy, faingnant sa France aymer, 
Osa en vain, & sans honte s’armer. 
Mais celle part, comme on dit, la greigneur, 
Deceut celuy, qui pour trop s’estimer 
Vint contre soy, son pays, son Seigneur. 

Harusmuze #16


harusmuze_016

16 – de deur is al het huis uit, maar de letters tellen niet

hexigram 61中孚 (zhōng fú) –  “Innerlijke Waarheid”

scève

Je preferoys a tous Dieux ma Maistresse, 
Ainsi qu’Amour le m’avoit commandé: 
Mais la Mort fiere en eut telle tristesse, 
Que contre moy son dard à desbandé. 
Et quand je l’ay au besoing demandé 
Le m’à nyé, comme pernicieuse. 
Pourquoy sur moy, ô trop officieuse, 
Pers tu ainsi ton povoir furieux? 
Veu qu’en mes mortz Delie ingenieuse 
Du premier jour m’occit de ses beaulx yeulx.