Harusmuze #479

22B136

479 – de belemmering verwekt de schijn der dingen

hexigram 61中孚 (zhōng fú) –  “Innerlijke Waarheid”

invoer

Harusmuze #182 – het Zijn vermoordt de tijd en geeft ons angst en droeve bitterheid

commentaar

in de Neo-Kathedraalse Bewegingsleer of Gignomenologie gaan we uit van de hypothese van een onverschillig Gebeuren (benoemd met de term het “Onverschil“) waarvan wij enkel de humane schijn van kunnen ervaren.
neen, geen Platoonse grot waarin we gevangen zitten (de verfoeide ‘grotshit’), maar een Gebeuren dat we slechts gedeeltelijk kunnen vatten, al was het maar omdat ons begrip enkel het begrijpelijke produceert qua echtheid . er ‘is’ geen werkelijkheid achter de werkelijkheid en zeker geen hogere, het gebeurt zoals het gebeurt en wij zien van het gebeuren enkel wat wij kunnen zien, begrijpen, verklaren.

de persoonlijke, patriarchale god is dood (het concept blijft echter wonderwel bijzonder bruikbaar in bepaalde clarificatiebewegingen) maar we zitten nog volop opgescheept met zijn Lijk en dat blijft ons denken infecteren met het Zijn en de Dingen. veel van ons huidige onheil zou uitgeklaard kunnen worden mochten we beseffen dat al ons gespartel met niet alleen materialisme, rationalismen, (neo-)positivisme maar ook alle heroplevingen van de veelkleurige spiritualismen evenzoveel mislukte en mislukkende pogingen zijn om ons van ons Godscomplex te ontdoen. we zouden beter eindelijk tot het inzicht komen dat het bestaan niet bestaat, dat het Zijn niet is, dat er nergens ‘existentie’ te bespeuren valt en dat alle ‘dingen’ waarop wij menen te kunnen bouwen en die wij denken te kunnen ‘hebben’ berusten op evenzovele vormen van Zijnsbegoochelingen: ficties en fantasmen, constructies en waandenkbeelden die wij nodig hebben om de pijn te verzachten. want er is gewoon geen zijn, shit happens, het gebeurt gewoon, en wij gebeuren mee met, in, door, op, in, uit het gebeuren.

we vermijden in de Gignomenologie ook het woord ‘realiteit’ omdat dat rechtstreeks verwijst naar de dingen (Latijn: ‘res’): ons begrip reikt wel zover dat we kunnen vatten dat het proces van het humane bewustzijn (dat geen zijn is maar een gebeuren, een agens – we gebruiken liever het woord ‘geest’) de dingen en het zijn produceert in functie van net die begrijpelijkheid en de communicatie. we maken de ficties van het Zijn en de Dingen aan omdat we ze nodig hebben.

de saneringsoperatie van de Kathedraal gaat ervan uit dat hoe minder we nodig hebben hoe gezonder we zijn, dus het poogt de noodzaak aan ontologische structuren zo klein mogelijk te houden. deze deontologie is dus een idealisme in de zin dat we het ideaal van de volledige deontologie of de Oplossing nastreven, maar daarbij beseffen we terdege dat die Oplossing nooit leefbaar kan zijn: los het op maar Het oplossen zal nooit lukken.
de communicatie, de nood aan communicatie is zelf al een symptoon van het ontologische Rot dat door ons en rondom ons de kosmos infecteert. we gaan er immers vanuit dat de visie van de evolutie als een devolutie, een verergering, een beter verklaringsmodel is dan dat van een zich volmakende evolutie: de plant is erger dan het eencellige, het dier is erger dan de plant, de mens is het voorlopig ergste ‘bekende’ stadium van de complexificatiedrang van het Rot: waar de entropie, de eenvormige verspreiding van energie belemmert wordt door het minder rotte, wikkelt het Rot zich in in de ontwikkeling van het verspreide, het verschillende tot het een uitweg vindt uit de belemmering.

zo ontstaat ook de schijn der dingen dus uit de belemmering van de vrije doorstroming van het loutere ‘Gebeuren’ wat wij ervaren en kennen als ‘energie’.

dat klinkt misschien allemaal ewa erg, maar bon, alles wordt alleen maar erger dus dit gaat binnen 100 jaar of zo klinken als naïef idealisme. en plus: de gignomenologie heeft met de filosofie gemeen dat ge die niet moet bedrijven om u beter te voelen, als ge u slecht voelt kunt ge beter wat gaan wandelen of een ander dieet proberen of probeert ’s met een nieuw lief è seg…

het vermeende citaat van Herakleitos is dubieus maar het is wel congruent met de idolatrie van het manhaftige die de denker toch overduidelijk situeert in de volle glorie van het wild om zich heen slaande patriarchaat: hij zou denkelijk iets dergelijks kunnen gezegd hebben. de Harusmuze had geen oog voor mijn cynisch-kritische afbeelding van de oorlogsheld.

“jaja, maar ge vindt het wel plezant tekenen è menneke” smaalde ze.

joa sè.

Harusmuze #341

// elk probleem wil overleven

341 – het licht vindt nergens licht

hexagram 61中孚 – zhōng fú – “Innerlijke Waarheid

input

https://dirkvekemans.com/2018/10/02/harusmuze-107/

commentaar

in het Landschap van het Rot (Rayon R666.542.412.913bis in het Magazijn van Alle Mogelijke Werelden) voedt het licht het donker alsof het zichzelf zocht en al zoekende slechts wat het niet is op zijn weg vindt.
hebben wij een ‘innerlijke waarheid’, een licht dat zich een weg baant terug naar het grote Licht? is onze verlossing een verlossing van onszelf, van die nood die ons vereenzelvigt met een gemis?
elkwegs: het probleem wil aanhouden, het houdt zich verre van elke vorm van oplossing, en wil daartoe zichzelf herkennen rondom zich, in het andere duistere… waar het wil en kan, zo lijkt het toch, oplossen, helpen, groeien, verwezenlijken, verbeteren, goed worden, waar zijn, mooi zijn, echt, gewoon zichzelf zijn…

scève

Quasi moins vraye alors je l’apperçoy,
Que la pensée a mes yeulx la presente,
Si plaisamment ainsi je me deçoy,
Comme si elle estoit au vray presente:
Bien que par foys aulcunement je sente
Estre tout vain ce, que j’ay apperceu.
Ce neantmoins pour le bien jà receu,
Je quiers la fin du songe, & le poursuis,
Me contentant d’estre par moy deceu,
Pour non m’oster du plaisir, ou je suis.

Harusmuze #19

harusmuze_019

19 – de kassei werd rond en komt nu de berg afgerold

hexigram 61中孚 (zhōng fú) –  “Innerlijke Waarheid”

scève

Moins ne pourroit & la foy, & l’hommage, 
Que nous lyer a son obeissance: 
Si contre tort, & tout public dommage 
Nous ne vouions le Coeur, & la puissance. 
Donc au Vassal fut grand’ mescongnoissance 
Quand plus, que soy, faingnant sa France aymer, 
Osa en vain, & sans honte s’armer. 
Mais celle part, comme on dit, la greigneur, 
Deceut celuy, qui pour trop s’estimer 
Vint contre soy, son pays, son Seigneur. 

Harusmuze #16

harusmuze_016

16 – de deur is al het huis uit, maar de letters tellen niet

hexigram 61中孚 (zhōng fú) –  “Innerlijke Waarheid”

scève

Je preferoys a tous Dieux ma Maistresse, 
Ainsi qu’Amour le m’avoit commandé: 
Mais la Mort fiere en eut telle tristesse, 
Que contre moy son dard à desbandé. 
Et quand je l’ay au besoing demandé 
Le m’à nyé, comme pernicieuse. 
Pourquoy sur moy, ô trop officieuse, 
Pers tu ainsi ton povoir furieux? 
Veu qu’en mes mortz Delie ingenieuse 
Du premier jour m’occit de ses beaulx yeulx.