Harusmuze #471


22B8

471 – als je zegt dat je met iemand hebt gevreeën, zal het niet veel soeps geweest zijn

hexagram 58  (duì) – “Openheid”

invoer

Harusmuze #174 – wij beminnen één en dezelfde in velen (en vervelen ons te pletter)

commentaar

nergens komt onze verkramptheid in het Zijn, de Dingen en onze nijdige verknochtheid aan het illusoire ‘ik’ zo pijnlijk en schaamtevol bloot te liggen als in onze houding inzake onze seksualiteit. vooral mannen, nog steeds, helaas, maar ook, en evenzeer helaas, steeds meer vrouwen excelleren in het onder mekaar reduceren van onze belangrijkste biologische taak als levend wezen, onze voortplanting, en alles wat daarmee verband houdt of geheel los van het biologische als verrijkende ervaring kan worden genoten, tot een ‘prestatie’ van het ik, terwijl zowel het louter sensuele intermenselijke contact, het lijfelijk genieten van elkaar, de tedere intimiteit, als het gehele, hopelijk veelgangige, menu van de copulatie met haar veelsoortige bereidingswijzen, al die pluriforme activiteiten zijn net gekenmerkt door een gedeeltelijk of algeheel verlies van de verstikkende gevangenis van het ego. onze seksualiteit bevrijdt ons van het ego met alle grotshit en thuisscenario’s en trauma’s en relatiekweddels en familiedrama’s en politiek en watalniet…

onze lichamen, vooral in wijze, onderlinge aanwending in een sfeer van intiem vertrouwen, maar ook in de meest brute solitaire betrachting, vormen de perfecte medicatie voor de waanzin van het Zijn en werken ideaal als tegengif voor de stugge psychose van het ik. we kunnen in deze tumultueuze tijden maar beter de slogan ‘make love, not war’ oppoetsen en uitbreiden met ‘make love and fuck the money’.

aja è.

als je dus iemand luide hoort beweren dat hij/zij ‘gevreeën heeft met die of die’, of erger nog “het ’s goed gedaan te hebben met X”, aarzel dan niet om zo die X jou enigszins bevalt hem/haar een euh, troostend gesprek aan te bieden. en probeer het dan ’s niet over jezelf te hebben è…

Advertenties

Harusmuze #418


22B43

418- het oneindige is het exces van de matiging

hexagram 58  (duì) – “Openheid”

invoer

https://dirkvekemans.com/2018/07/17/harusmuze-30-reconstructie/

commentaar

ernstige twijfels moet je toch hebben bij de authenticiteit van fragment 43 toegeschreven aan Herakleitos waarin beweerd wordt dat de hybris (overmoed, ongeremde impulsiviteit) meer bestreden moet worden dan een brand. of toch weer niet?
H. is de filosoof die vuur en oorlog als het eerste beginsel bespeurt in de natuur. de lijn die wij dan doortrekken van wat we gemakshalve maar de Herakleitos-traditie in de filosofie zullen noemen (er zijn er wel meerdere die zo’n traditie ontwaren, een tegenstroom binnen/tegen de academische filosofie die dan meer naar het platoonse ideaal zou neigen of naar de rigide analyse) naar het exces-denken van Bataille en ons eigen Rot-concept ligt voor de hand: Bergson, Whitehead, Deleuze en Derrida vinden ergens op of naast die lijn wel hun plaatsje, naast menig ander auteur, zodat het al verdacht gezellig wordt, dat onderonsje.
maar wat te denken dan van deze echt klein-griekse uitspraak? je kan niet veel meer kleinburgerlijk worden in het spuien van ‘wijsheden’ in de Klassiek Griekse context dan dit, het bedwingen van de hybris was al een even grote platitude daar en toen als de ‘rustige vastheid’ of de ‘gulden middenweg’ of ander tjevendenken nu. alleen een Duistere Duitser kan zulks nog zonder ironie in de mond nemen…

ach, misschien was het wel in een vlaag van sarcasme dat hij zich dat heeft laten ontvallen. of als verzuchting bij het aanschouwen van de consequenties van zijn inzichten, die de mens nu eenmaal opzadelen met de onmogelijke taak om zich tegen het Rot te verweren terwijl hijzelf waarschijnlijk het ergste rot op aarde is?

we zullen het nooit zeker weten, en dat is op zich al een troostende gedachte, want als je alles aan banden legt en herleiden wil tot de menselijke maat, creëer je een soort oneindige lus van het teveel dat er is, het leven dat dient bestreden te worden omdat het niet tot het gekende en het zekere wil behoren, en dat soort omslaande brand van de humane megalomanie willen we echt niet meer meemaken, dat is het soort hybris dat zich wil bestendigen in een duizendjarig rijk.

tenzij het weer bezig is? wat moeten we dan doen? kunnen we iets doen?wie is dat, ‘wij’? bestaan wij wel?

scève

Soubz le carré d’un noir tailloir couvrant
Son Chapiteau par les mains de Nature,
Et non de l’art grossierement ouvrant,
Parfaicte fut si haulte Architecture,
Ou entaillant toute lineature,
Y fueilla d’or a corroyes Heliques.
Avec doulx traictz vivement Angeliques,
Plombez sur Base assise, & bien suyvie
Dessus son Plinte a creux, & rondz obliques
Pour l’eriger Colomne de ma vie.

Harusmuze #69


harusmuze069

69 – “ja, een schoon plan! gedurfd maar doordacht!”

hexagram 58 – 兌 (duì) – ‘openheid’

scève

Pictura of Scève, Maurice: Délie (1544): APRES LONG TRAVAIL UNE FIN.
Embleem VIII: ‘La Femme qui desuuyde’ – Motto: “Apres long travail une fin”

Par le penser, qui forme les raisons,
Comme la langue a la voix les motz dicte:
J’ay consommé maintes belles saisons
En ceste vie heureusement maudicte.
Pour recouvrer celle a moy interdicte
Par ce Tyrant, qui fait sa residence
Là, ou ne peult ne sens, ne providence,
Tant est par tout cauteleusement fin.
Ce neantmoins, maulgré la repentence,
J’espere, apres long travail, une fin.

Tyrant: de man van Delie, die daarmee een traditionele rol opneemt
cauteleusement: ‘kunstig’ la repentence: van Délie

Harusmuze #57


harusmuze057

57 – het kleinste licht wordt warme gloed in ’t volle duister

hexagram 58 –    (duì) – ‘Openheid’

scève

Comme celluy, qui jouant a la Mousche,
Estend la main, apres le coup receu,
Je cours a moy, quand mon erreur me touche,
Me congnoissant par moymesmes deceu.
Car lors que j’ay clerement apperceu,
Que de ma foy plainement elle abuse,
Ceste me soit, dy je, derniere excuse:
Plus je ne veulx d’elle aulcun bien chercher.
L’ay je juré: soubdain je m’en accuse,
Et, maulgré moy, il me fault chevecher.

jouant a la Mousche: een vorm van tikkertje spelen waar de anderen de vlieg van zich af moeten zien te ontwijken want als de (blinde?) vlieg u raakt zijt gij het