Harusmuze #369


22B90

369 – het onzichtbare is onzichtbaar omdat je het ziet

hexagram 23 –  (bō), “Ontmantelen”

input

https://dirkvekemans.com/2018/09/04/harusmuze/

commentaar

in het echt, natuur of cultuur, gebeurt er nergens een ‘lijn’; lijnen zijn de resultante van ons essentialistische kijken, de humane perceptie is cognitief verziekt door onze grijpnijd. de lijn is een constructie op aanraakpunten, tastbaarheden die de ruimtelijkheid vatbaar maken vanuit het duale perspectief dat onze ogen ons bieden. berekende potentialiteitsconstructies.
datastromen met onaflatende feedback in de pulsatie van ons ‘bewustzijn’.

een lijn verbindt de raakpunten die aangemaakt zijn door ons verlangen, een voortdurende productie van verlangen dat verlangt en in alsmaar snellere verwikkelingen een zijnszoemen bereikt, waardoor wij triomfantelijk het Zijn der Dingen kunnen oprichten: de pakbaarheid, de Potentie die wij alom uitstralen.

tederheid is letterlijk een afzien van al dit visuele geweld, een belijdenis van het Beeld. schroom in het oog van de schoonheid.

wat zich niet aanbiedt als vatbaar voor onze verlangensproductie, dat waar ons indringende kijken geen vat op heeft, is voor de mens onzichtbaar. enkel in diepe meditatie zal het verschijnen, als het zich veilig weet in haar onzichtbaarheid.

in het Moment verklaart het Onzichtbare zich: het is onzichtbaar omdat we het zien zoals het zich enkel aan ons kan tonen: als onvatbaar, afwezig, onbestaand en samenvallend met de Eeuwigheid van het Moment.

het wordt wij.

totaal nu.

scève

Plongé au Stix de la melancolie
Semblois l’autheur de ce marrissement,
Que la tristesse autour de mon col lye
Par l’estonné de l’esbayssement,
Colere ayant pour son nourrissement,
Colere adulte, ennemye au joyeux.
Dont l’amer chault, salé, & larmoyeux,
Créé au dueil par la perseverance
Sort hors du coeur, & descent par les yeulx
Au bas des piedz de ma foible esperance.

Advertenties

Harusmuze #349


22B58

349 – de aarde bergt aarde, de berg grond

hexagram 23 – bō – “Ontmantelen”

input

https://dirkvekemans.com/2018/09/24/harusmuze-99/

commentaar

in de recursie van de benaming herkent men haar willekeur (de wil keurt niet wat zij wil)

scève

Tu as, Anneau, tenu la main captive,
Qui par le coeur me tient encor captif,
Touchant sa chair precieusement vive
Pour estre puis au mal medicatif,
Au mal, qui est par fois alternatif,
En froit, & chault meslez cruellement.
Dont te portant au doigt journellement,
Pour medecine enclose en ton oblique,
Tu me seras perpetuellement
De sa foy chaste eternelle relique.

Harusmuze #300


// de Terugkeer van het Corpore Chiastico Tournante

300 – de weigering is de voorwaarde voor de overgave

hexagram 23  剝  – BO – ‘splitsing’

Lees over het Harusmuzeprogramma

Bekijk alle Harusmuzes

input:

https://dirkvekemans.com/2018/11/13/harusmuze-148/

commentaar:

in de praktijk van het Beweeglijke denken is de Roterende Rotatie een gekend maneuver. in de praktijk komt het vaak neer op zo lang rond de pot draaien tot de pot geheel zichtbaar is, in al haar pottige kwaliteiten.
de pot is dan wel in het zicht van de Roterende Rotatie een oscillatie of zelf ook een Roterende Rotatie of een wegdraaiing daarvan, het is enkel dankzij het bewerkstelligen en tijdelijk volhouden van het roteren in de gedachten dat de hete aardappel gevat kan worden.

dat is overigens een mooi beeld ter verklaring: stel je een gloeiend hete bal voor van glas van dusdanige kwaliteit dat het licht er niet in refracteert: je kan de bal dan enkel zichtbaar maken door je handen in de bloem te steken en de geloste bal van de ene hand naar de andere te slaan op zulke wijze dat de rotatie van de bal telkens de andere richting uitgaat.

zeg dan ‘bal’. dolfijn: zeg ’s ‘bal’.

natrap (Scève):

Par mes souspirs Amour m’exhale l’Ame,
Et par mes pleurs la noye incessamment.
Puis ton regard a sa vie l’enflamme,
Renovellant en moy plus puissamment.
Et bien qu’ainsi elle soit plaisamment
Tousjours au Corps son tourment elle livre,
Comme tous temps renaist, non pour revivre
Mais pour plus tost derechef remourir:
Parquoy jamais je ne me voy delivre
Du mal, auquel tu me peux secourir.