Harusmuze #331


// zij: onbuigzaam ijzer, harde diamant / barsten, plooien, lijnen in mijn hand

331 – ‘hebben’ is een hulpwerkwoord maar bij het werken helpt het vrijwel nooit

hexagram 46– shēng – “Omhoogdringen”

input

https://dirkvekemans.com/2018/10/12/harusmuze-117/

commentaar

het ‘hebben’ is na het Zijn de meest kwalijke humane aandoening en het is er ook een direct gevolg van: men meent iets te ‘zijn’ en wat men dan is hoort meteen ook iets te ‘hebben’: men kan niet leven zonder te willen bezitten, men kan niet beminnen zonder te willen ‘liefhebben’ en van zodra men dan denkt iets te hebben (veroverd, gekocht of, alsmaar zeldzamer, gekregen) wil men meteen wat anders hebben want aja, men ziet dat men nog steeds hetzelfde is, niets namelijk, want aja daartoe diende het immers, die illusie van het hebben: om de illusie van het zijn geloofwaardig te maken, in stand te houden in de onophoudelijke molen van het zelfbedrog.

scève

L’humidité, Hydraule de mes yeulx,
Vuyde tousjours par l’impie en l’oblique,
L’y attrayant, pour air des vuydes lieux,
Ces miens souspirs, qu’a suyvre elle s’applique.
Ainsi tous temps descent, monte, & replique.
Pour abrever mes flammes appaisées.
Doncques me sont mes larmes si aisées
A tant pleurer, que sans cesser distillent?
Las du plus, hault goutte a goutte elles filent,
Tombant aux sains, dont elles sont puysées.

R.1: Hydraule : ‘waterklok’

Advertenties

Harusmuze #327


// het veld gebeurt

327 – uit het licht komt het licht dat de ogen verblindt

hexagram 46 –  升 – SHĒNG – “Omhoogdringen”

input

https://dirkvekemans.com/2018/10/16/harusmuze-121/

commentaar

een inzicht bereik je niet door te staren in de richting van de bron die jou het inzicht verschaffen kan omdat je dan blind wordt voor de talloze verbanden waarop het inzicht van toepassing zou kunnen zijn.
eens het inzicht er is, is het alsof het er altijd al was, het licht ervan verbindt immers al het zichtbare. de evidentie daarvan echter is louter te wijten aan haar verborgenheid in het verleden, zonder enige vorm van duisternis is er immers ook geen licht dat van het andere te onderscheiden is.

wat je zo ongeduldig loopt te zoeken bestaat in het duister dat jouw zoeken is, al evenmin als wat je ziet. wat je ziet, gebeurt, en wat gebeurt is niet wat je ziet.

scève

Delie aux champs troussée, & accoustrée,
Comme un Veneur, s’en alloit esbatant.
Sur le chemin d’amour fut rencontrée,
Qui par tout va jeunes Amantz guettant:
Et luy à dit près d’elle volletant:
Comment? vas tu sans armes a la chasse?
N’ay je mes yeulx dit elle, dont je chasse,
Et par lesquelz j’ay maint gibbier surpris?
Que sert ton arc, qui rien ne te pourchasse,
Veu mesmement que par eulx je t’ay pris?