Harusmuze #417


22B85

417 – een steen valt samen met zijn informatie

hexagram 46  (shēng) – “Omhoogdringen”

invoer

https://dirkvekemans.com/2018/07/18/harusmuze-31-reconstructie/

commentaar

‘a stone coincides with its information’ is een Engelse zin die ongeveer hetzelfde zegt als de Harusmuze vandaag, maar je moet al Latijn hebben gestudeerd om de ‘pun’ uit de uitspraak te halen (‘to coincide >= con+in+cadere, cadere=vallen), een woordspeling die wel degelijk bedoeld is, want als een steen valt, valt ook de exacte hoeveelheid aan informatie die een steen bevat (informatie= de hoeveelheid afname aan onzekerheid, onbepaaldheid, of in het Kathedraals: afstand tot het Nihil in de verrotting): informatie is even ‘materieel’ als de materie ‘geestelijk’ is en de wet van behoud van energie is meteen ook de wet van behoud van informatie, een zorgvuldig verzwegen premisse van de NKdeE-Bewegingsleer.

als iets helemaal verzwegen is, is het niet meer verzwegen.

het is, zo willen we echter duidelijk stellen vandaag, een evident ontologisme om te denken dat een universele taal waarin elke uitspraak door iedereen op dezelfde manier begrepen wordt, beter zou zijn, en dat Babel een vloek was van God over de hoogmoed der mensen. het streven naar een universele taal is een ideologische uitvergroting van de intellectuele hebzucht, de bevattelijkheidsnijd.

God zag dat de mensen ondanks hun taalverschillen er toch in slaagden om samen te werken aan een onnozel project als die Toren van Nimrod en vloekte ’s stevig want hij besefte dat daarmee er vroeg of laat een einde zou komen aan zijn Zijn. het project was dan wel humane prul, maar ze konden samenwerken, de ettertjes!

hoogtijd voor nog ’s een zondvloed, moet ie gedacht hebben, al wetende dat zulks enkel wat tijd zou winnen: vroeg of laat kwamen ze er toch achter dat hij enkel in hun hoofden leefde als een ontologische parasiet, een Trojaanse Worm van het Zijn.

en zo geschiedde het dat de Harusmuze geen Engels of Chinees sprak, maar onze taal van Lage afkomst, het Nederlands, en dat vond ze maar net goed!

scève

Fleuve rongeant pour t’attiltrer le nom
De la roideur en ton cours dangereuse,
Mainte Riviere augmentant ton renom,
Te fait courir mainte rive amoureuse,
Baingnant les piedz de celle terre heureuse,
Ou ce Thuscan Apollo sa jeunesse
Si bien forma, qu’a jamais sa vieillesse
Verdoyera a toute eternité:
Et ou Amour ma premiere liesse
A desrobée a immortalité.

Advertenties

Harusmuze #387


22B19

387 – al luisterend hoor je hoe de stilte spreekt; al lezend zie je hoe het zwijgen schrijft; al schrijvend weet je wat er niemand leest.

hexagram 46  (shēng), “Omhoogdringen”

input

https://dirkvekemans.com/2018/08/17/harusmuze-61/

commentaar

helaas is het laatste (‘al schrijvend weet je wat er niemand leest’) in deze ontheiligde dagen maar al te vaak ook letterlijk waar. het is dan ook ieders taak om als lezer-auteur op gelijke voet de roepers het luisteren terug bij te brengen, de kijkers het lezen en de semmelaars het denken.
of ge dat nu graag hoort of niet: het herstel van het heilige (de eerbied voor het leven) is onze enige hoop om als soort te overleven. we moeten het beseffen, er ons aan toewijden en dan het proberen volhouden. simpel is’t niet, plezant slechts bij momenten, maar het kan.

scève

Ou celle estoit au festin, pour laquelle
Avecques moy le Ciel la Terre adore,
La saluant, comme sur toutes belle,
Je fus noté de ce, que je l’honnore,
Ce n’est vilté ce n’est sottié encore,
Qui cy m’à faict pecher villainement:
Mais tout ainsi qu’a son advenement
Le cler Soleil les estoilles efface,
Quand suis entré j’ay creu soubdainement,
Qu’elle estoit seule au lustre de sa face.

Harusmuze #331


// zij: onbuigzaam ijzer, harde diamant / barsten, plooien, lijnen in mijn hand

331 – ‘hebben’ is een hulpwerkwoord maar bij het werken helpt het vrijwel nooit

hexagram 46– shēng – “Omhoogdringen”

input

https://dirkvekemans.com/2018/10/12/harusmuze-117/

commentaar

het ‘hebben’ is na het Zijn de meest kwalijke humane aandoening en het is er ook een direct gevolg van: men meent iets te ‘zijn’ en wat men dan is hoort meteen ook iets te ‘hebben’: men kan niet leven zonder te willen bezitten, men kan niet beminnen zonder te willen ‘liefhebben’ en van zodra men dan denkt iets te hebben (veroverd, gekocht of, alsmaar zeldzamer, gekregen) wil men meteen wat anders hebben want aja, men ziet dat men nog steeds hetzelfde is, niets namelijk, want aja daartoe diende het immers, die illusie van het hebben: om de illusie van het zijn geloofwaardig te maken, in stand te houden in de onophoudelijke molen van het zelfbedrog.

scève

L’humidité, Hydraule de mes yeulx,
Vuyde tousjours par l’impie en l’oblique,
L’y attrayant, pour air des vuydes lieux,
Ces miens souspirs, qu’a suyvre elle s’applique.
Ainsi tous temps descent, monte, & replique.
Pour abrever mes flammes appaisées.
Doncques me sont mes larmes si aisées
A tant pleurer, que sans cesser distillent?
Las du plus, hault goutte a goutte elles filent,
Tombant aux sains, dont elles sont puysées.

R.1: Hydraule : ‘waterklok’

Harusmuze #327


// het veld gebeurt

327 – uit het licht komt het licht dat de ogen verblindt

hexagram 46 –  升 – SHĒNG – “Omhoogdringen”

input

https://dirkvekemans.com/2018/10/16/harusmuze-121/

commentaar

een inzicht bereik je niet door te staren in de richting van de bron die jou het inzicht verschaffen kan omdat je dan blind wordt voor de talloze verbanden waarop het inzicht van toepassing zou kunnen zijn.
eens het inzicht er is, is het alsof het er altijd al was, het licht ervan verbindt immers al het zichtbare. de evidentie daarvan echter is louter te wijten aan haar verborgenheid in het verleden, zonder enige vorm van duisternis is er immers ook geen licht dat van het andere te onderscheiden is.

wat je zo ongeduldig loopt te zoeken bestaat in het duister dat jouw zoeken is, al evenmin als wat je ziet. wat je ziet, gebeurt, en wat gebeurt is niet wat je ziet.

scève

Delie aux champs troussée, & accoustrée,
Comme un Veneur, s’en alloit esbatant.
Sur le chemin d’amour fut rencontrée,
Qui par tout va jeunes Amantz guettant:
Et luy à dit près d’elle volletant:
Comment? vas tu sans armes a la chasse?
N’ay je mes yeulx dit elle, dont je chasse,
Et par lesquelz j’ay maint gibbier surpris?
Que sert ton arc, qui rien ne te pourchasse,
Veu mesmement que par eulx je t’ay pris?