Harusmuze #482


482 – alle wegen komen terug naar het gebeuren

hexagram 13 –  同人 (tóng rén) – “Gemeenschap”

invoer

Harusmuze # 185 – alle wegen leiden weg van het gebeuren

commentaar

de benaming ‘stof’ is dan wel een groffe reïficatie van het gebeuren, het kan net zo goed als enig ander woord dienen om aan te duiden dat de mobiliteit binnen het gebeuren altijd binnen het gebeuren blijft: de terugkeer is eeuwig omdat er geen vast punt van terugkeer ‘is’. elke leer of godsdienst, elk stelsel is een weg naar de eigen ondergang, er zit slechts rek op zolang het programma zich kan voeden met de energie der belijders.

max. 500 jaar, zei iemand ergens.

maar het gebeuren is geen punt, de these van de eeuwige terugkeer verondersteld een afwezigheid in het Zijn. alleen in het Zijn immers kan je een niet-zijn poneren dat dan een punt is, oorsprong.

dat is slechts humane geschiedenis: binnen het gebeuren, wordt zo altijd weer het humane Zijn aangemaakt. de oorsprong is net de fictionalisering, de init-faze van het Zijn, maar die ‘weg’ is een constructie die altijd weer instort. het Zijn is de kapitale omweg die door middel van en dwars door de mens het Rot bestendigt: het Gebeuren sterft in het Rot om zo terug te keren tot zichzelf, eerst in de opgerichte deus absconditus, vervolgens in het Niets, tenslotte in het volstrekt deontologisch gebeuren: het van het Zijn verloste Ene.

elke Erhebung is een platbuikse duik in het water, een slag in het eigen stof, een dwaze kaakslag van megalomane handen in het eigen verwaarloosde gelaat van de mens.

Wachet Auf! kijk in de spiegel, bewijs uzelf en vernietig uw schuld aan beschuldiging. ga dan in vreugde en geniet van uw ondergang.

in bewondering voor de Verbluffende Code van Lao Zi (老子) zeggen we:
de weg die je niet kan benoemen is de ware weg maar de ware weg is weg van zodra hij ter sprake komt.

dag weg.

Advertenties

Harusmuze #437


437 – om gelijk te kunnen zijn aan de ander maak je onderscheid tot je aan niemand nog gelijk bent en zo gelijk bent aan de ander

hexagram 13 –  同人 (tóng rén) – “Gemeenschap”

invoer

https://dirkvekemans.com/2018/06/26/harusmuze-11/

scève

Estre me deust si grand’ longeur de temps
Experiment, advis, & sapience,
Pour parvenir au bien, que je pretens,
Ou aspirer ne m’estoit pas science.
Et toutesfoys par longue patience
En mon travail tant longuement comprise,
Je la tenoys desjà pour moy surprise,
Et toute mienne (ô frivole esperance)
Mais tout ainsi que l’Aigle noir tient prise,
Et jà mespart a ses Aiglons la France.

Harusmuze #427


427 – het gebeuren is een gemeenschap van onverschil

hexagram 13 –  同人 (tóng rén) – “Gemeenschap”

invoer

https://dirkvekemans.com/2018/07/08/harusmuze-21/

scève

Force me fut (si force se doibt dire
De se laisser a ses desirs en proye)
De m’enflamber de ce dueil meslé d’ire,
Qu’Amour au coeur passionné ottroye,
Quand je me vy (non point que je le croye,
Et si le cuyde) estre d’elle banny.
Est ce qu’ailleurs elle pretend? nenny:
Mais pour errer, comme maladvisé.
Aussi comment serois je a elle uny,
Qui suis en moy oultrément divisé?

Harusmuze #393


22B35

393 – wijsheid is de macht van die gewoonte die met sprekend gemak de gewoonte van de waarheid ontkracht

hexagram 13 –  同人 (tóng rén) – “Gemeenschap”

input

https://dirkvekemans.com/2018/08/11/harusmuze-63/

commentaar

wijsheid is volgens de Bewegingsleer uiteraard niet iets dat je kan hebben, het is een gebeuren dat je hoogstens kan toelaten plaats te vinden in jouw geachten dankzij de volgehouden cultivering van een gewoonte in het denken. de macht die het gezonde denken als gewoonte toelaat is geheel overstijgend aan het individu dat net geheel haar ego dient op te geven om de wijsheid toe te laten: het ego dat de wijsheid wil is een belemmering voor de wijsheid, een weerstand, vandaar dat je de filosofie die de wijsheid wil dient aan te vullen met een Timotuïtie, een andere gedachtestroom die meer intuïtief vanuit de negatieve emotie ‘kennis neemt’ van het reële gebeuren.

die Timotuïtie is binnen de Gignomenologie nog in de eerste stadia van haar ontwikkeling. de methode is vrij simpel: we bestuderen (o.m. via dit Harusmuzeprogramma) achtereenvolgens de afschuw, de angst, de haat en het verdriet als kennisverwervende emotieve aandrijving van het denken.

zo resulteerde meer dan een jaar lang een aangehouden focus op de afschuw in de ontdekking van het Rot als alternatieve interpretatie t.o.v. het vooruitgangsdenken dat in de evolutie een steeds verdergaande perfectionering ziet naar een singulier verlossingsmoment. het Rot ziet alles voortdurend verder afglijden in verdere complexiteit die roemloos naar het oneindige grijze, het ongedifferentieerde identieke leidt en dat via de meest afgrijselijke stadia van het Rot waarbij het steeds van Kwaad naar Erger gaat.

momenteel verschuift het onderzoeksterrein langzaam van de afschuw naar de angst. langzaam want die overgang is uiteraard een verglijding binnen een multidimensionaal continuüm waar geheel het emotieve spectrum haar plaats vindt. wat ge voelt, voelt ge, het zal nooit zijn wat of hoe ge het noemt.

dat soort denkoefening consequent doorvoeren is natuurlijk fataal voor elke commercieel verankerde creatieve praktijk, het is je reinste socio-economische zelfmoord in de GeldRuimte: de onderzoekster zal immers op noodlottige wijze met haar onderzoeksobject vereenzelvigd worden, net zoals de filosoof vaneigens met het eigen verlangen naar wijsheid bekleed wordt. de humane perceptie en het oppervlakkige denken zit nou eenmaal zo in mekaar: je maakt jezelf niet populair door in vieze potjes te blijven roeren…

taût’ estai, zegt Sokrates en drinkt de bittere beker tot de bodem leeg: het zal ons worst wezen. want de wijsheid is naast het meestal enorm beperkte resultaat van een goede gewoonte ook bij ontvangst van de kleinste glimp ervan bij het dichtertje meteen goed voor een levenslange verslaving.
gelukkig, mits ewa common sense kunnen we deze verslaving, het najagen van de inzicht schenkende gedachte, best binnen de perken van het leefbare te houden, ten minste zolang het dichtertje van de hem omringende nijdigaards te toelating krijgt om zijn onderzoek verder te zetten.

zoniet rest hem enkel de noodlottige afgang via de vervangverslaving want echt genezen doe je van verlangen naar het inzicht blijkbaar nooit.
we zien wel en que sera, sera è

scève

Pictura of Scève, Maurice: Délie (1544): PLUS QUE NE PUIS
Embleem XLIV – Le Mort ressuscitant – motto: Plus que ne puis

Je voys, & viens aux ventz de la tempeste
De ma pensée incessamment troublée:
Ores a Poge, or’ a l’Orse tempeste,
Ouvertement, & aussi a l’emblée,
L’un apres l’aultre, en commune assemblée
De doubte, espoir, desir, & jalousie,
Me fouldroyantz telz flotz la fantasie
Abandonnée & d’aydes, & d’appuys.
Parquoy durant si longue phrenesie,
Ne povant plus, je fais plus que ne puis.

Harusmuze #380


22B32

380 – elk voorschrift is een schuldbekentenis

hexagram 13 同人  (tóng rén),”Gemeenschap”

input

https://dirkvekemans.com/2018/08/24/harusmuze-68/

commentaar

regels, voorschriften, gedragsbepalingen die worden gedecreteerd, uitgeroepen, verordend, gepubliceerd en onder de neus gewreven kan je best lezen als een bekentenis van eigen falen van de voorschrijver, de verordenaar, de heersende orde of de media: wat ze zeggen is dat het niet werkt tenzij jullie dit en dat zo en zo doen.

afhankelijk van wie of wat al dat gejammer komt, moet je maar zien of
A. het op jouw toestand toepasselijk is
B. of het correct is wat er voorgeschreven wordt
C. of er zich nare dingen gaan voordoen als je de edicten in de prullemand kiepert
D. of je wel tijd genoeg hebt nu om het voorgeschrevene aan een kritisch onderzoek te onderwerpen
E. of het nodig is om zo bij D. blijkt dat je maar beter kan voortdoen, om er later tijd in te stoppen zodat je in nieuwe gevallen weet wat de beste optie is voor het geblaat in kwestie.

zonder enig diepgaand onderzoek zijn er blijkbaar toch al dadelijk enkele wetmatigheden naspeurbaar in de praktijk van de verordening:

  • hoe luider het verdict verkondigd wordt, hoe erger de schuld, hoe kleiner de tolerantie van onverschilligheid
  • edict verkondigers zijn doorgaans onvatbaar voor schuldbemiddeling: zij zien niet in dat zij eerder slachtoffer zijn van het eigen gelijk dan krachtdadige uitvoerder van een natuurwet
  • elke schuldige heeft nood aan medeplichtigen, vandaar de verwoede pogingen tot gedragsbepaling
  • de schuld is het gelijk van de declamator, het is zijn evidentie, zijn klaarblijkelijkheid, de (al dan niet vermeende) hardheid van zijn fallus ‘”ziet ge dat nu niet [pets pets]!”
  • het kabaal verzuipt na verloop van tijd in eigen balen, maar verpest daardoor wel zeer grondig het veldbereik waarin het plaatsvindt (zie verder onder ‘slagvelden’
  • verordenaars worden knap lastig en zelfs bepaald agressief als je hen uw gezonde reactie geeft, zelfs al doe je dat enigszins verdekt, zoals bv. een op rustige en verstaanbare manier uitspreken van de Nederlandstalige Vonnegutparafrase “ha, ik begrijp het, wel, geachte heer, waarom ga je nou niet even de maan lopen neuken hè, ik kan best zonder”. let daar dus mee op.

voorschriften nemen vaak de allure aan van een wetmatigheid, en de overeenkomst is dat de schuld inderdaad ook achteraf wordt vastgesteld, zoals een wetmatigheid in een gebeuren. merkwaardig is dan wel dat de voorschrijver er zich over verbaasd dat zijn publiek zich afvraagt of de door hem verkondigde wetmatigheid wel van toepassing is, wat toch het eerste is dat elk zinnig mens doet met een wetmatigheid.

als ge een naam hoort, dan vraagt ge u toch eerst af of de naam wel de juiste is? of het uw naam is? of wilt gij dan graag constant gejost, gesjareld of gevekemanst worden?

Harusmuze #273



// praat niet met echo’s, de galm ruineert

273 – in het verderf erft het schrijven zichzelf

hexagram 13 –  同人 TONG REN – ‘gemeenschap met mensen’

Lees over het Harusmuzeprogramma

Bekijk alle Harusmuzes

input:

https://dirkvekemans.com/2018/12/10/harusmuze-175/

commentaar:

heel erg zelfbewust heeft de Harusmuze vandaag het over het schrijven, een gebeuren dat zich door de com-poorten van de lopende schrijfprogramma’s slingert en het vermengt daarbij de metafoor waar zij haar bestaan aan ontleent (dat van het programma) met het semantische veld van het vegetale.

Net zoals ik hier het programma herleid tot haar productie, het geheel van ‘spreuken’ dat haar schrijven is, is die ‘essentie’ van de Harusmuze toch, eigenlijk feitelijk, een samengaan van software, lopende code op een stelsel van werkende hardware, waaronder ikzelf die als printerpoort fungeer voor mijn lief-talige Groteske.

Zo verwarren wij allen meestal ook wel de vrucht, het eetbare of de bloem van de plant met het geheel van de plant als vegetaal gebeuren.Een Dahlia of een komkommer, een patat of een roos, een kastanje, een venkel of een madeliefje: we noemen ze allemaal naar wat voor ons hun ‘essentie’ is. Maar de Dahlia bloeit maar een fractie van haar bestaan, de komkommer is een zaadcontainer ter verspreiding van het ‘komkommer’, de patat een voedselreservoir voor het ‘aardappelen’: het ‘zijn’ van die planten in onze naamgeving betreft slechts een deel van hun gebeuren en dat gebeuren is op een minder ontologische-verziekte wijze, correcter, minder vervalsend en daardoor ook efficiënter te abstraheren als een voortzetting van een met bepaalde kwaliteiten behepte wijze van ‘leven’ i.c. ‘vegeteren’.

Aldus ontbloot de Harusmuze een deel van haar raadselachtigheid, alzo orakelt zij omtrent heur eigen orakelen wanneer zij zegt dat het schrijven zichzelf erft in het verderf. Zij wijst immers naar de plant die door geheel of gedeelte lijk te vergaan voedsel wordt voor het verdere vegeteren, en legt daarmee in heur eigenste uitspraak al de kern van haar werking: de expressie zelf is immers al een soort versterving want deze ‘bestaat’ enkel in de lezing, (of: ‘bij ontvangst van u als lezer van haar boodschap’ als u echt nog nood hebt aan deze kinderlijke structuralistische communicatiemodellen waarmee onze voorvaderen zich op de vingers hamerden).

Het is misschien dan ook enigszins begrijpelijk ondertussen dat wij Novieten van de Neue Kathedrale des erotischen Elends het gewauwel van de schrijvertjes over hun auteursrechten, hun subsidiëringseisen en hun geweeklaag omtrent het gebrek aan waandacht, dat wij dat erbarmelijke schouwspel liever de brede rug toewenden, terdege bemanteld als wij zijn met veellagige ervaring doorspekt en doorschoten met de krenten van kiemkrachtige wijsheid.

Deze brave weidefloefjes zijn immers zodanig van zichzelf verrukt en geil en verwaand, dat zij zichzelf beplukken willen en in een vazeke stoppen, stoemp stoemp, om zich aldus toch ter tafel te kunnen heisen, maar ze vergeten daarbij dat hun klaprozige bloeiwijze het geen drie uurtjes uithoudt eens hunne stengeltjes grijpgraag van hunne tere worteltjes gescheiden zijn, en dat er in de plakken plastic van hun boekjes enkel wat viezige slijmglans rest van de halfverteerde ideebrokken die zij met een rotvaart door hun holle gedachtegangen ter productschittering hebben gejaagd…

“Leert fatsoenlijk te sterven”, zo hoor ik de Harusmuze, nog schamper besluiten wijl zij zich weer te ruste begeeft, “gij stoethaspels, vooraleer gij uw illustere voorgangers met uw amechtige aanspraak op auteurschap blameert”.