Harusmuze #405

22B101

405 – het verstand moet het verstand al verliezen wil het zichzelf kunnen begrijpen

hexagram 21 噬嗑 (shì kè) – “Doorknagen”

input

https://dirkvekemans.com/2018/07/30/harusmuze-43-reconstructie/

commentaar

we begrijpen ons begrijpen niet. we doen ons best maar ons verstand zit in de weg van het verstaan. het is zelfs zo, vermoed ik, dat het ons onbegrip is voor ons eigen begrijpen dat verhindert dat we tot een een gemaakte natuurkundige theorie kunnen komen. dat ik dat vermoed en niet weet ligt vooral aan mij omdat ik niet uitgelegd krijg wat het probleem is, maar ik denk dat niemand dat kan of ooit zal kunnen, omdat het probleem nu net er een is van onbegrip, van het onvatbare.

over het onvatbare, het onzegbare, the ineffable zijn zovele boeken volgeschreven dat je 20 levens nodig hebt minstens om er een deftige index van op te maken: er bestaat meer geschreven prul over het onzegbare dan dat je ooit gelezen krijgt. het onzegbare is dus ineens ook onleesbaar. lap.

nu dat komt ook wel omdat het onzegbare ontzettend vaak als excuus gebruik wordt om de Grootste BS ter Wereld aan de man te brengen. De Grootste BS ter Wereld is de Grootste BS ter Wereld omdat als je denkt als je weer zo iets ongelooflijks shitty hebt gehoor, ha dit is het , dit moet wellicht wel de Grootste BS ter Wereld zijn, dan komt er altijd wel iemand met nog grotere BS aandraven om te bewijzen dat het toch wel Waar is, allez ziet ge dat nu niet.

sèg, ff tussendoor en onder ons: het Zijn bestaat niet è kinders, en de Dingen zijn fictie. ik moet het zo te pas en te onpas wel ’s laten vallen, want de gedachte moet een gewoonte worden in uw brein, zodat het lijkt alsof ze echt is, Waar, dat ze Bestaat.

en als ik u dan zover gekregen heb, dat ge dat ‘voelt’ en ‘ervaart’, dat het Zijn en de Dingen een fictie zijn, dan zeg ik natuurlijk direct: ‘awel ziet ge nu wel: ge zijt ervan overtuigd nu dat de gedachte van het Zijn als fictie, bestaat. Q.E.D.

en dan moet ik wel ff wachten altijd tot uw frank valt, hihi.

(dat is het omgekeerde Parmenides-maneuver è kinders: ouwe P. leidde het Zijn af uit het Niet-Zijn, ik doe ewa aan reverse-engeneering om het aangemaakte terug naar af te voeren. helaas krijg ik daarmee al de ondertussen aangemaakte grotshit van Plato en consoorten niet meer ongedaan gemaakt: het Rot is ongenadig! geen Terugkeer mogelijk! snif.)

tja ge kunt niet anders è, want geen mens kan ‘denken’ zonder Zijn of zonder Dingen. zonder Zijn of Dingen ‘werkt’ het verstand niet.

ha ziet, we komen bijna terug uit bij ons begintreintje. kom, spring ff mee:

misschien is het onzegbare gewoon wat er gebeurt als je met begrip het begrip probeert te vatten, gewoon omdat iets nou eenmaal niet twee keer terzelfdertijd kan gebeuren (bezwaar A) maar ook omdat je geen afstand kan nemen tot het begrijpen zelf terwijl het begrip nou net die afstand nodig hebt: je geraakt niet naar het Buiten van het begrip (bezwaar B). het feit dat bezwaar A en bezwaar B door toedoen van de relativiteit in elkaar haken tot bezwaar A-B (je hebt geen tijd of geen plaats om het begrip te begrijpen) bewijst eigenlijk al dat je er ook met de hedendaagse fysica niet uitgeraakt.

in de meeste klassieke epistemologische stelsels, die allemaal gebaseerd zijn op het Zijn van de Dingen wordt het begrip in zoverre het begrepen is dan ‘bewaard’ als een Zijnde in de kennis dat vervolgens slechts dient aangevuld te worden door het Ontbrekende.

maar ja al die bewaarde kennis ‘begrijp’ je niet è want elke lezing ervan zorgt voor limietsgewijze sprong in de graad van ingewikkeldheid: terwijl je de lezing begint te begrijpen verdwijnt het begrip in het begrijpen van de lezing. ge kunt het begrip niet laten gebeuren terwijl je aan het begrijpen bent è.

slimmeke.

de oplossing zou natuurlijk zijn: onze ‘intelligentie’ elders en voldoende anders laten gebeuren zodat we die kunnen begrijpen en het ons laten begrijpen door die intelligentie.
helaas moeten we het daartoe eerst eens raken over wat ‘verstand’, ‘intelligentie’ en ‘begrip’ nu eigenlijk, euh ‘zijn’?

shit sèg, als dat hier nu niet de Grootste BS ter Wereld is, dan weet ik het nie meer hoor…

Harusmuze #376

22B18

376 – elk wijzen bewijst alleen maar zichzelf

hexagram 21 噬嗑 (shì kè) – “Doorknagen”

input

https://dirkvekemans.com/2018/08/28/harusmuze-72/

commentaar

als je wat doorkauwt (‘sjikken’ zegt men wel ’s bij ons) op de flard van Herakleitos van vandaag (” Wie het onverhoopte niet verhoopt, zal het niet vinden, onvindbaar en onbereikbaar als het is. “), kom je (ev. via de wijsheid van Dupin in Poe’s Purloined Letter ) al vlug uit bij de gedachte dat elke vorm van verbergen in een diepere wending van de beweging, eerder een tonen is, een aanwijzen: hoe meer moeite men doet om iets te verbergen, hoe zekerder men kan zijn dat het ooit gevonden zal worden. de daad van het verbergen is immers een wegwijzen van, een poging om de blik af te wenden van het gezochte, dat daardoor net (meer) het gezochte wordt, de nieuwsgierigheid wekt.

we komen hier in een grijze zone waar de cryptografie omslaat in een ‘grafein’ tout court en de informatie zich autonoom lijkt te gaan gedragen om zich af te zetten van de data t.o.v. dewelke het net informatie is. wat is wanneer nog ‘informatie’ en en wat is er ‘sleutel’ in een autonoom proces van versleuteling?
een soortgelijk ‘autonoom pseudo-intelligent’ gedrag duidt men in de biologie aan met de protodiacrisis, de oervorm van onderscheidend vermogen. hoe ‘slim’ is een virus dat de T-lymfocyte cellen aantast (hiv), waar haalt het dat soort onderscheidend vermogen vandaan? hoe lang blijft ‘random‘ toeval als de bepaler van de contingentie zelf een contingent agglomeraat van een lagere orde is dan de intelligentie die nood heeft aan een randomizer in zijn simulatieproces?

elke fictie creëert ook op dergelijke wijze ook haar ‘waarheid’, een waarheid die echter altijd lokaal blijft, en omgekeerd. de terrorist is de held die terrorist was, de held de misdadiger die verafgood wordt.

het zit ‘m natuurlijk in de beweging zelf want wanneer Herakleitos ook zegt dat de natuur de neiging heeft, ervan houdt om zich te verbergen, dan begrijpen wij meteen dat de natuur zich net wil tonen ook.

zoals de aspirant-hermeticus (de verworpene die zijn thuis dan maar in zichzelf maakt?) maar al te goed weet, ‘weet’ ook de natuur dat je ’t moet verstoppen omdat men het anders niet kan vinden. elk kennisobject moet verlangd worden als onbereikbaar om ‘waar’ te zijn, hoe kan het anders waardevol worden?

de natuur ‘kent’ ons omdat wij zelf de natuur ‘zijn’, die ontologische grens is iets wat ‘wij’ nodig hebben om onze individualiteit in stand te kunnen houden. maar hoe meer autonomie wij onze ‘intelligente’ processen verlenen, processen die almaar meer voor onszelf onbegrijpelijk worden, hoe vager al deze grensgebieden worden, en hoe minder legitiem, hoe minder vanzelfsprekend onze aanname van de causaliteit omdat elke causaliteit berust op de ontologische fictie, een tijdelijk bestand van Zijn in het Rot dat energie vraagt om ‘in stand’ te houden. het Zijn houdt op als er niks meer te krijgen valt, de fameuze bovengrens van onze planetaire draagkracht. existentie vraagt expansie, maar als we dat niet als natuurwet erkennen, verklaren we onszelf tot virus, on est tous corona.

het is pas wanneer we ten volle beseffen hoe waanzinnig onze rationaliteit is dat we ons op een gezonde manier rationeel kunnen gaan gedragen. het besef van de fictie maakt de ervaring van de waarheid mogelijk, er moet leegte zijn om een gevoel van volledigheid te verkrijgen, afschuw om lust te kennen: als het niet kan verschuiven gebeurt er niets, en het referentiepunt is altijd een afwezigheid.

in feite ‘bestaat’ er nooit iets want alles staat op alles en dus nergens. dus als je staat te wijzen naar iemand van helaba jij daar, dan wijs je enkel naar jeelf, en dat is dan ook het enige waar je toe gerechtigd bent, gezien de geheel fictieve status van de ‘stand der dingen’…

de mens is inderdaad de maat van alle dingen, maar als alle dingen slechts bestaan in de ogen van de mens is het cadeautje nogal vlug uitgepakt.

ta dam ta dam ta dam ta dam.

ritme.

scève

Tu es le Corps, Dame, & je suis ton umbre,
Qui en ce mien continuel silence
Me fais mouvoir, non comme Hecate l’Umbre,
Par ennuieuse, & grande violence,
Mais par povoir de ta haulte excellence,
En me movant au doulx contournement
De tous tes faictz, & plus soubdainement,
Que l’on ne veoit l’umbre suyvre le corps,
Fors que je sens trop inhumainement
Noz sainctz vouloirs estre ensemble discords.

Harusmuze #238

// l’univers s’ inscrit en uniforme

238 – je bent een jas rond het niets van je zelf

hexagram 21 噬嗑 (shì kè) – “Doorknagen”

invoer

https://dirkvekemans.com/2019/01/12/harusmuze-208/

uitvoer

Ta cruaulté, Dame, tant seulement
Ne m’à icy relegué en ceste Isle
(Barbare a moy,) ains trop cruellement
M’y lye, & tient si foiblement debile,
Que la memoyre, asses de soy labile,
Me croist sans fin mes passions honteuses:
Et n’ay confort, que des Soeurs despiteuses,
Qui, pour m’ayder, a leurs plainctes labeurent,
Accompaignant ces fontaines piteuses,
Qui sans cesser avec moy tousjours pleurent.

Harusmuze #128

128

128 – de handige denkster heeft een neus voor bloemen.

hexagram 21 噬嗑 – SHIH HO – ‘knagen en doorbijten’

verhaal

orig.: de handige denkster heeft een neus voor de liefde van bloemen. zij meet het gepaste af, zoals gepast is: van de harde knie weg naar de zachte schoot. het zachte glijden echter van heur blauw-satijnen kleed misleidt haar keer na keer.

scève

Ce bas Soleil, qui au plus hault fait honte,
Nous à daingné de sa rare lumiere,
Quand sa blancheur, qui l’yvoire surmonte,
A esclercy le brouillas de Fourviere:
Et s’arrestant l’une, & l’aultre riviere,
Si grand’ clarté s’est icy demonstrée,
Que quand mes yeulx l’ont soubdain rencontrée,
Ilz m’ont perdu au bien, qui seul me nuict.
Car son cler jour serenant la Contrée,
En ma pensée a mys l’obscure nuict.

1.Ce bas Soleil: =Délie
5. l’une, & l’aultre riviere : de Rhone en de Saone

Harusmuze #114

114

114 – je zoekt jezelf waar jij niet bent

hexagram 21 噬嗑 – shì kè – ‘doorknagen’

commentaar

doenaii is het tweede NKdeE Verbigram gebruikt in de praktijk van het Neo-Kathedraalse Meditatief Schrijven en het omvat ‘de revelatie van het ego als dat wat is waar het niet is’

scève

O ans, ô moys, sepmaines, jours, & heures,
O intervalle, ô minute, ô moment,
Qui consumez les durtez, voire seures,
Sans que lon puisse appercevoir comment,
Ne sentez vous, que ce mien doulx tourment
Vous use en moy, & voz forces deçoit?
Si donc le Coeur au plaisir, qu’il reçoit,
Se vient luy mesme a martyre livrer:
Croire fauldra, que la Mort doulce soit,
Qui l’Ame peult d’angoisse delivrer.

r.3 seures: ‘scherp, zuur’

Harusmuze #84

harusmuze084_gr

84 – de Wijzer staat op zever: breek de neus, snij de keel, kook het vlees opdat het bot van Waarheid schijne

hexagram 21 – 噬嗑 – shì kè – ‘knagen en doorbijten’

scève

Ou le contraire est certes verité,
Ou le rapport de plusieurs est mensonge,
Qui m’à le moins, que j’ay peu, irrité,
Sachant que tout se resouldroit en songe:
Bien que la doubte aucunesfois se plonge
Sur le scrupule, ou ta bonté demeure
Vray est, qu’alors, tout soubdain, & sur l’heure
Je ris en moy ces fictions frivoles,
Comme celuy, que plainement s’asseure
Tout en ta foy, thresor de tes parolles.

r.6: scrupule: aarzeling, de Minnaar is soms geneigd om de aarzeling die Delie’s welwillendheid maskeert verkeerd te interpreteren
r.8: ris: ‘mok, bespot’

Harusmuze #49 (reconstructie)

49 – het vluchtige verwatert, het vochtige verdampt

hexagram 21 噬嗑 (shì kè) – “Doorknagen”

scève

Tant je l’aymay, qu’en elle encor je vis: 
Et tant la vy, que, maulgre moy, je l’ayme. 
Le sens, & l’ame y furent tant ravis, 
Que par l’Oeil fault, que le coeur la desayme. 
Est il possible en ce degré supreme 
Que fermeté son oultrepas revoque? 
Tant fut la flamme en nous deux reciproque, 
Que mon feu luict, quand le sien clair m’appert. 
Mourant le sien, le mien tost se suffoque. 
Et ainsi elle, en se perdant, me pert. 

Harusmuze #33 (reconstructie)

augustus 2019

33 – ploeter in het purper tot de spijt uit de kleren weg is

hexagram 21 噬嗑 (shì kè) – “Doorknagen”

verhaal

staat juli 2018

scève

Pictura of Scève, Maurice: Délie (1544): PLUS L'ATTIRE PLUS M'ENTRAINE.

embleem IV : L’Homme et le Boeuf – motto: ‘Plus l’ attire plus m’ entraine’

Tant est Nature en volenté puissante, 
Et volenteuse en son foible povoir, 
Que bien souvent a son vueil blandissante, 
Se voit par soy grandement decevoir. 
A mon instinct je laisse concevoir 
Un doulx souhait, qui, non encor bien né, 
Est de plaisirs nourry, & gouverné, 
Se paissant puis de chose plus haultaine. 
Lors estant creu en desir effrené, 
Plus je l’attire & plus a soy m’entraine. 

Harusmuze #32 (reconstructie)

32 – voor een gouden lepel moet je roeren tot het donker wordt

hexagram 21 噬嗑 (shì kè) – “Doorknagen”

scève

Soit que l’erreur me rende autant suspect, 
Que le peché de soy me justifie, 
Ne debvois tu au Temps avoir respect, 
Qui tousjours vit, & qui tout verifie? 
Mais l’imposture, ou ton croire se fie, 
A faict l’offence, & toy, & moy irrite. 
Parquoy, ainsi qu’a chascun son merite 
Requiert esgal, & semblable guerdon, 
Meritera mon leger demerite 
D’estre puny d’un plus leger pardon.