Harusmuze #429


429 – oordeel nooit als mens over een ander levend wezen

hexagram 34大壯 (dà zhuàng) –  “Stimulerend Groot”

invoer

https://dirkvekemans.com/2018/07/06/harusmuze-19/

commentaar

de Harusmuze acht het raadzaam voor ons om af te leren andere levende wezens (mensen dieren planten…) te beoordelen.

voor een rechter is dat anders natuurlijk: die moet ‘oordelen’ in de zin van een verdict uitspreken, de wet toepassen op het gedagvaarde individu. en de wetenschapster moet in functie van haar onderzoeksprogramma levende wezens bepaalde eigenschappen toedelen op basis van de data die zij vergaart. ambtenaren moeten evenzeer regels en wetten toepassen op individuen: wat we uit dergelijke casi leren is dat een oordeel enkel nodig is in functie van een p r o g r a m m a.

het lijkt ons best om het gemeenschappelijke in deze toelaatbare oordelen te vatten als resultaten van de werking van een algoritmisch vastgelegd programma omdat we daar, zeker in de rechtspraak, meer en meer daadwerkelijk naartoe gaan: op die manier gaat ge niet zo verschieten als ge morgen wakker wordt. de rechter is weldra geen mens meer maar een hybride netwerk van artificiële intelligentie en blockchaintechnologie waarbij de causaliteit onbetwistbaar en wetenschappelijk onderbouwd komt vast te liggen in de GeldRuimte.

weuh.

iedereen zal nog steeds de keuze hebben om zich aan die Causaliteit te ontrekken, maar zich daarmee de facto buiten de GeldRuimte in een soort reservaat voor het Naakte Leven plaatsen, waar leven enkel overleven is, en niet erg lang bovendien.

beuh.

tja, we hebben deze Dictatuur van de Gemeenschappelijke Rede zelf over ons afgekondigd door al die eeuwen lang systematisch te weigeren het eigenbelang ondergeschikt te maken aan het belang van de gemeenschap, dat was, is en zal altijd onze erfzonde blijven.

maar, om u te troosten: die menselijke onmacht, dat menselijk tekort is in feite niets anders dan een gedaante van het Rot en dus van de Rede zelf die altijd het kapitaal als natuurkracht aanwendt om de nieuwe wegen van het Rot te ontwikkelen. het helpt iets altijd als ge de gore ellende ewa kunt duiden. ze wordt er nog niet sexy van, daar hebben we later wss wel iets beter voor, maar ’t is al iets.

enige vingerwijzing naar het verleden is geheel zinloos. het aanwijzen van schuldigen in het heden is al even absurd omdat iedereen even schuldig is, hoe onschuldig ge u ook ‘voelt’ mss, en omdat het dus niet raadzaam is voor een mens om (over) een ander levend wezen te proberen (ver/be)oordelen. we hebben dat recht niet, omdat we zonder dat recht geboren zijn. waarom dan, vraagt ge misschien?

we zijn wel geboren met de plicht om voor de ander zorg te dragen. waarom hebben wij die plicht en niet dat recht, gij orakelke van mijn botten!?

“awel,” zo zegt de Harusmuze ” het zal u leren!”

scève

Pictura of Scève, Maurice: Délie (1544): PLUS SE HANTE MOINS S'APPRIVOYSE.

embleem XLVIII – La Mousche – motto: Plus se hante moins s’apprivuoyse.

Ja soit ce encor, que l’importunité
Par le privé de frequentation
Puisse polir toute rusticité
Tant ennemye a reputation:
Et qu’en son coeur face habitation
A la vertu gentilesse adonnée,
Estant en moeurs mieulx conditionée,
Que nul, qui soit quelque part, qu’elle voyse:
Elle est (pourtant) en amours si mal née,
Que plus y hante, & moins s’y apprivoyse.

Advertenties

Harusmuze #389


22B51

389 – het verhaal is een valstrik voor het verval

hexagram 34 大壯 (dà zhuàng) – “Stimulerend Groot”

input

https://dirkvekemans.com/2018/08/15/harusmuze-59/

commentaar

verval, desintegratie, verrotting is per se, in het benoemen zelf, een relativering: het brengt de huidige toestand in relatie tot een voorafgaande die als minder rot, minder rijp, meer heel en integer wordt waargenomen en met alle positieve impulsen van de waarneming beladen.

het benoemen van het verval als verval lijkt een nostalgische daad gesteld vanuit een mengsel van afschuw, ontstentenis en vrees voor de eigen integriteit. de agens , het subject van het benoemen van het verval wil zich van het verval verwijderen, het distantieert zich, het maakt een dubbel verschil: het verschil van het vervallende met zichzelf èn het verschil van het vervallende met het eerdere.

het verval benoemen is zo, vanuit het gebeuren als een humaan gekwalificeerd gebeuren, onderhevig aan een dubbele ontologische reflex.

de ontologische reflex is er altijd een van differentiërende identificatie en abstraherende reductie, een tweezijdig scharrelen met vlijmscherpe krabscharen. die dualiteit van onze bifocale waarneming wordt in onze breinen getransformeerd door een temporele kruising (ons brein dat op twee snelheden zichzelf bezig ziet, de neurologische reflexiviteit) en plant zich zo diep in onze logische habitat, het geheel van aangeleerde bewustzijnstropen, gedachtewendingen, trajecten van het denken, ons geheugenpaleis (nu ja ‘paleis’…). gelukkig is er in de mens ook nog een meer dan aanvullend manueel bewustzijn, dat zich via de gestiek inniger tot het spirituele verhoudt: de lichamelijke ziel kan niet worden weggedacht.

de entropie, zonder bewustzijn van de entropie is, in onze humane logica althans, voor zover wij kunnen zien, tot stilstand gedoemd omdat de kans op enige waarneming van de entropie dan quasi nihil is: de eeuwigheid is te eeuwig om het tijdelijke bewustzijn toe te laten.
zulks doet het vermoeden rijzen dat het bewustzijn zelf één of andere rol van betekenis moet spelen in het gebeuren van de entropie, zoveel heeft de fysica van die vermaledijde 20ste eeuw ons al kunnen duidelijk maken. maar heel de werking van de betekenisgeving ontploft zowat in het zicht van dergelijke vermoedens: onze breinen, het mijne althans, lijken vooralsnog niet bij machte die werkende verbanden te vatten.

wat wel al te bevatten lijkt is dat het verhaal van het verval, zoals hier in vreselijk brute bewoordingen geschetst, zelf een trigger is voor meer verval in de humane bovenbouw op het materiële, het energetische verval, de entropie.

het lijk van het Zijn, het onhoudbare essentialisme, het schielijk overlijden van het gereïfieerde Bestaan van de godsfunctie bevrucht en bemest niet alleen de wetenschap die een technologische explosie lijkt aan te sturen, het overstroomt onze samenlevingen ook met de drek van het gesimuleerde, de extatische fictie, de bloeddorstige Zijnshonger van de Mens als nestbevuilende autofaag, als nietsontziende, kannibalistische Nijdigaard , de alien die in de reeds golvende buiken van de door het kapitaal verkrachtte mamadiertjes in een ijltempo uitgroeit tot moordzuchtige Trumpkuiven en Frankentellende, vingerwijzende huilebalken die overal behalve in de spiegel de monsters zien die onze nette tuinslangcultuur komen verpesten.

kunnen we er dan niet beter over zwijgen dan, over het verval? is de retoriek van het rot immers ook niet een geducht wapen in de klauwen van extreem-rechtse populisten?

die vraag evenwel overschat niet alleen schromelijk de invloed van eender welk theoretisch discours op het gebeuren (die invloed bestaat eigenlijk enkel in de breinen van de auteurs), ze veronderstelt ook nog eens het onmogelijke: afschuw is niet het soort emotie dat je kan verstoppen, en in het licht daarvan, kan je maar beter werk maken van een verklaring ten gronde, want niets is binnen het humane veld kwalijker als virale nijdinfectie dan de aloude hypocrisie die ons heden in brede recursieve golven van een schijnbaar onontkoombare zee van drek en slijm overspoelt.

hoe anders kan Trump het voor zijn miljoenen kiezers hard blijven maken dat de verzamelde media een bende huichelaars is? media die uit commerciële overwegingen vertellen wat de massa horen wil? sinds de dood van god, het wegvallen van de finale autoriteit, maakt elke leugen zo voor zich een eigen grond van waarheid aan bovenop de hypocrisie van wat ze wil overstemmen. met voldoende geld kan je inderdaad ‘alternatieve feiten’ aanmaken, kopen, bestellen zelfs.

het rot immers, dat van zichzelf het rotten heeft gezien, wordt plotsklaps tien keer erger en wil zich exponentieel verder van zichzelf elders wenden, het hogere infecteren: altius, fortius et citius. en dat vond en vindt al te gretig gehoor in een hernieuwing van de Futuristische Verlichtingsextase die ons nog geen eeuw geleden de alsem van de afgrond in de monden kieperde.

gelukkig, hoewel dat woord in deze context bijzonder ongelukkig gekozen is, is alles ondertussen duizendmaal erger al dan toen, en kan je met dat soort nieuwe Hypersprookjes van de Nijd wel grote gedeelten der mensen gedurende enige tijd in de maling nemen, maar niet iedereen de ganse tijd.

scève

Elle à le coeur en si hault lieu assis
Qu’elle tient vil ce, que le Monde prise:
Et d’un sens froit tant constamment rassis
Estime en soy ce, que chascun mesprise.
Dont par raison en la vertu comprise
Ne se tient plus icy bas endormie.
Mais tasche encor, comme intrinseque amye,
A me vouloir a si hault bien instruire.
Mesmes voyant l’Aigle, nostre ennemye,
Par France aller son propre nid destruire.

Harusmuze #292


// geen commentaar

292 – je bent omgeven door de vrijheid die jij vernietigt

hexagram 34大壯 – DA ZHUANG – ‘grote rijpheid’

Lees over het Harusmuzeprogramma

Bekijk alle Harusmuzes

input:

https://dirkvekemans.com/2018/11/21/harusmuze-156/

commentaar:

vrijheid zit conceptueel helemaal ingesloten door de dynamiek van het geven en het nemen: je struikelt niet over de vrijheid, je ontmoet ze niet, je geeft vrijheid of je neemt (de) vrijheid.

gezien de fictieve status van het zijn en en van de dingen is de dynamiek van het geven en het nemen ook een dynamiek van destructie en constructie: het geven van ‘iets’ maakt dat ‘iets’, brengt het bij de ander tot stand.
het geven/nemen constitueert meteen het ik als Ego en de ander als Ander: het geven geeft naam aan de ander, geven is ook een vergeven van de ander dat de ander niet-ik is enzoverder: elke ‘donatie’ is meteen een eindeloze recursie van geven, een viering van het geven en zo wordt het geven een stralen net zoals het nemen de afgrond van het nemen opent omdat elk nemen het ontnemen aan de ander accepteert, zich afwendt van het geven (zichzelf het geven ontneemt) en daardoor een obstructie wordt, absorptie: licht en donker maar in een recursieve dans waarvan de oorsprong in de aporie van de identiteit verdwijnt, gewist wordt, spoorloos.

maar elkwegs: de vrijheid blijft totaal ongekwalificeerd, heeft geen eigen inhoud, is vrij van elke vorm van projectie. ‘mijn vrijheid is een gevoel’, ‘ik kan het niet zeggen’, ‘als ik het ervaar weet ik het: hier is mijn vrijheid’.

en de vrijheid heeft ook geen inhoud, je kan de vrijheid niet kwantificeren, ze is ‘onbetaalbaar’, je kan ze niet aanduiden met co-ordinaten in het semantische universum, in de Geldruimte.

we kunnen daarom niet anders besluiten dan dat de ‘vrijheid’ een methode is van de functies ‘geven’ en ‘nemen’. de methode geeft bij instantiatie (aanroeping in de handelingscode) een omgeving terug waarbinnen het geven en nemen kan plaatsvinden.

ik geef de taal hier over aan het programma, aan de metafoor van het programma, zodat ik de omgeving verwerven kan, waarbinnen ik zinvol kan praten. de taal is een spreken dat zich overgeeft aan de taal van het ik.

de taal braakt ‘ik’. ik ben vrij. mijn tijd gaat nu in.

1.de gegeven vrijheid geeft ruimte en tijd aan de bestemmeling die zij constitueert.
de gegeven ruimte is de bewegingsvrijheid van de bestemmeling.
de gegeven tijd is de tijdsduur van de vrijheid.

2. de genomen vrijheid ontneemt ruimte en tijd aan de omgeving.
de genomen ruimte is de bewegingsvrijheid van de nemer.
de genomen tijd is de geldigheidsduur van de genomen vrijheid.

3. we zien dadelijk in dat het nemen van de vrijheid secundair is aan het geven van de vrijheid. het geven creëert en is gericht, het nemen consumeert en kent geen vector. in de genomen tijd doet ook het Kapitale Rot haar intrede, de geldigheid van de vrijheid introduceert de kwantificatie van de vrijheid, je kan de genomen vrijheid te gelde maken, letterlijk.

4. hoe dan ook, in beide gevallen, als je de vrijheid geeft vernietig je ze omdat het dan niet meer jouw vrijheid is, maar de omgeving van de ander, en als je de vrijheid neemt, vernietig je niet alleen de vrijheid van de ander maar kwantificeer je meteen de vrijheid, bezoedelt ze met het onstuitbare Rot van het Kapitaal (je brengt de vrijheid in de tijd en tijd is geld natuurlijk)

5. daarom zeggen we dat in de Geldruimte de vrijheid een louter destructieve methode is. als dusdanig is de vrijheid een zeer interessante methode in haar de-ontologische aanwending.

6. de gave van de vrijheid is een opgave, in de dubbele betekenis.
zij die de vrijheid geeft, geeft haar vrijheid op.
de vrijheid geven is echter meteen ook een opgave: doe er wat mee.
de opgave wordt aangeduid met de culpabilisering door de acceptatie.de acceptatie vraagt om vereffening. de opgave vernietigt bij de minste hapering in de acceptatie een cataclysme, een voortsnellende onthulling van de vrijheid als leugen, door alle recursies van het geven/nemen heen, de vrijheid wordt van haar kleed ontdaan als vermomde opdracht en slaat om in haar tegendeel, die van bevel.

7. in de gender rolbepaling, het heersende rollenmodel wordt dan die vermommingsdans van waarheid/fictie eenzijdig toebedeeld aan het ‘zwakke’ geslacht, terwijl elk geven sowieso een nemen veronderstelde, de leugen betreft altijd de ander, de waarheid is de waarheid van het ego dat door de ander ontnomen wordt.

8. aan het eind van elke rit is er het voila (gevallen doek): zie je wel, ik zei het toch.

9. hoor. het tijdSein

10. maar tine toch!

(mijn tijd is op).






Harusmuze #47 (reconstructie)


47 – laat de bokken de geiten maar rammen en hijgen

hexagram 34大壯 (dà zhuàng) –  “Stimulerend Groot”

scève

M’eust elle dict, au moins pour sa deffaicte, 
Je crains, non toy, mais ton affection: 
J’eusse creu lors estre bien satisfaicte 
La mienne en elle honneste intention. 
Mais esmovoir si grand dissention 
Pour moins, que rien, ne peult estre que faulte: 
Faulte je dy, d’avoir esté mal caulte 
A recevoir du bien fruition, 
Qui nous eust faictz aller la teste haulte 
Trop plus haultains, que n’est l’Ambition.