Harusmuze #403


22B7

403 – niet de mens maar het zonnestelsel is draagster van het Rot

hexagram 14 –  大有 (dà yǒu) – “Groot Hebben”

input

https://dirkvekemans.com/2018/08/02/harusmuze-45-reconstructie/

commentaar

in de eindeloze recursies van de natuurlijke Beweging is de mens omschrijfbaar als de obligate pathogeen van de aarde als functioneel onderdeel van het zonnestelsel. het eigenlijke gastheerschap zonder hetwelk de mens niet kan bestaan, is dus eigenlijk een zonnestelsel, de mens kan zich in theorie net zo goed op Mars nestelen, wat een dezer wellicht onze tijdelijke ‘redding’ zal worden.

de mens is, ondanks de vele misvattingen daaromtrent, dus niet de verspreider van de ontologische infectie, de mens is de ontologische infectie in de uiterst kwaadaardige mutatie van het binair, bipolair reflexief bewustzijn.

het is de grote humane tragedie dat dit besef pas tot ons kon doordringen op het ogenblik dat we als virus quasi redundant geworden zijn: in een typerende degeneratief fiasco, een bruusk catastrofaal verval zijn we zelf voedsel geworden voor de verdere mutatie die zich geheel buiten onze controle verderzet.

men doet er dus goed aan de vele referenties naar het Rot in onze Bewegingsleer niet te willen lezen als verwijzende naar enig moreel of cultureel verval in onze ‘gelederen’. dat soort ridicuul retorisch discours hoort eerder thuis in de cathecheseboekskens van (extreem-)rechtse populisten die van de ontreddering ten gevolge de teloorgang van de Westerse Fallische Zijnsorde willen misbruiken om zichzelf een belang toe te kennen dat behoorlijk koddig oogt gezien de mollig roze onbevangenheid van hun intellectuele roze babybilletjes. die mensen zijn binnen hun eigen rangen nog niet zindelijk, vanuit zulk een positie is enig appel aan vergane ethische grandeur (of het gepoch om hun restauratie daarvan) wel bijzonder hilarisch te noemen.

neen, bij het pus in de poes van Libitina, de ethische instorting van de Westerse Fallocratie is een secundair effect van het feit dat we als soort, als mutatie al honderden jaren over ons hoogtepunt heen zijn, dat we onze degeneratieve ‘taak’ volbracht hebben.

ge moet uw recursies kennen è, kwispels: de Verlichting was de recursie van de goddelijke Zijnsorde in onze uitvoering daarvan, een vrij krachteloze vorm van rot in het Rot dus, een postrot, om het zo te zeggen, of effenaf in het door hen toch zo geliefde Vlaamsch: ne prot in het Rot.

scève

Tout le jour meurs voyant celle presente,
Qui m’est de soy meurdryerement benigne.
Toute nuict j’ars la desirant absente,
Et si me sens a la revoir indigne,
Comme ainsi soit que pour ma Libytine
Me fut esleue, & non pour ma plaisance.
Et mesmement que la molle nuisance
De cest Archier superbement haultain
Me rend tousjours par mon insuffisance
D’elle doubteux, & de moy incertain.

Advertenties

Harusmuze #402


22B55

402 – het is aangewezen te wachten tot het golven eender is en het verschil gelijk

hexagram 14 –  大有 (dà yǒu) – “Groot Hebben”

scève

Pictura of Scève, Maurice: Délie (1544): LE JOUR MEURS ET LA NUICT ARS.
Embleem XLV – La Lampe sur la table – Motto: Le Jour meurs et la nuict ars

La roue en fin le fer assubtilie,
Et le rend apte a trancher la durté.
Adversité qui l’orgeuil humilie,
Au coeur gentil de passion hurté
Fait mespriser fortune, & malheurté,
Le reservant a plus seconde chose.
Mais mon travail sans entremesler pose
A mon souffrir, m’aiguise par ses artz
Si vivement, que (si dire je l’ose)
Tout le jour meurs, & toute la nuict ars.

Harusmuze #386


22B1

386 – de waarheid toont maar lenigt geen noden

hexagram 14 – 大有 (dà yǒu) – “Groot Hebben”

input

https://dirkvekemans.com/2018/08/18/harusmuze-62/

commentaar

als we Sextus Empiricus mogen geloven begint Herakleitos zijn betoog met een boutade over de dubbele onwil van de mensen om met het ware te doen wat men ermee zou moeten doen: men begrijpt het niet, zelfs al legt men klaar en duidelijk uit hoe het zit en als men het dan toch begrijpt en wakker is, slaapt men wakker zijnde gewoon voort: men handelt niet naar de gewonnen inzichten.

joa, daar zit veel waarheid in è, kijk naar ons.
nu, belangrijk in verband met de waarheid is misschien toch ook gewoon dat niemand er zit op te wachten, en dat wie de waarheid spreekt wellicht hetzelfde lot te wachten staat als H. zelf, namelijk millenia lang onder de mat geveegd worden, gehoond en wegbekritikasterd.
alleen de waarheidsminnaar heeft immers de waarheid nodig, voor de rest van de mensheid is het meestal maar een lomp iets, een ‘inconveniency’ zoals de klimaatwijziging voor Trump en andere Triestigaards.

en pas dan kunnen we H’s waarheid over de waarheid gebruiken, want als we inzien dat de waarheid geen noden lenigt, maar ons wel tonen kan waar de bestaande noden optreden, dan kunnen we werk maken van het lenigen van die noden tenminste, zodat we voor de noodlijdenden ruimte voor de waarheid maken, zodat ze die niet enkel kunnen begrijpen, maar ook willen begrijpen en in staat zijn om ernaar te handelen.

aldus begint het verkondigen van de vaak erg theoretische waarheid altijd met het zeer praktische en concrete helpen van de ander. want het verkondigen zonder die praktische moeite helpt enkel uzelf in uw nood om iets te zeggen te hebben, en daar heeft niemand een boodschap aan.

waarmee ik op mijn beurt mijzelf tegenspreek, maar ik mag dat omdat mijn programma het mij gebiedt omdat de Harusmuze ons nu effen wou duidelijk maken dat we de waarheidsproductie en de uitwas van de waarheid nooit zomaar aan de individuen mogen overlaten, want die individuen geraken op zichzelf nooit uit de vicieuze cirkel van de betekenis waaraan de waarheid ontsnapt als een aal aan een breedmazig net, of beter misschien: als een wolk aan een wolkenkrabber…

scève

Quand Apollo apres l’Aulbe vermeille
Poulse le bout de ses rayons dorez,
Semble a mon oeil, qui lors point ne sommeille,
Veoir les cheveulx, de ce Monde adorez,
Qui par leurs noudz de mes mortz decorez
M’ont a ce joug jusqu’a ma fin conduyct.
Et quand apres a plaine face il luyt,
Il m’est advis, que je voy clerement,
Les yeulx, desquelz la clarté tant me nuyt,
Qu’elle esblouyt ma veue entierement.

Harusmuze #70


harusmuze070

70 – het rot van de hemel doet luizen, vlooien, vissen en ’t groter’ verderop ontstaan

hexagram 14 – 大有 (dà yǒu) – ‘groot bezitten’

scève

Decrepité en vielles esperances
Mon ame, las, se deffie de soy.
O Dieux, ô Cieux, oyez mes douleances,
Non de ce mal, que pour elle reçoy:
Mais du malheur, qui, comme j’apperçoy,
Est conjuré par vous en ma ruyne.
Vysse je au moins esclercir ma bruyne
Pour un cler jour en desirs prosperer.
Las abrevé de si forte Alluyne.
Mon esperance est a non esperer.

Harusmuze #14


harusmuze_014-ploeterend

14 – ploeteren tot ver voorbij de loeders

hexagram 14 –  大有 (dà yǒu) – “Groot Hebben”

scève

Elle me tient par ces cheveulx lyé, 
Et je la tien par ceulx là mesmes prise. 
Amour subtil au noud s’est allié 
Pour ce devaincre une si ferme prise: 
Combien qu’ailleurs tendist son entreprise, 
Que de vouloir deux d’un feu tourmenter. 
Car (& vray est) pour experimenter 
Dedans la fosse à mys & Loup, & Chievre, 
Sans se povoir l’un l’aultre contenter, 
Sinon respondre a mutuelle fiebvre.