Harusmuze #445


22B24

445 – helden zijn gevaarlijke sukkels

hexagram 26大畜 (dà chù) – “Groot Vergaren”

invoer

https://dirkvekemans.com/2018/06/18/harusmuze-3/

scève

Ainsi qu’Amour en la face au plus beau,
Propice object a noz yeulx agreable,
Hault colloqua le reluysant flambeau
Qui nous esclaire a tout bien desirable,
Affin qu’a tous son feu soit admirable,
Sans a l’honneur faire aulcun prejudice.
Ainsi veult il par plus louable indice,
Que mon Orphée haultement anobly,
Maulgré la Mort, tire son Euridice
Hors des Enfers de l’eternel obly.

Advertenties

Harusmuze #419


22B110

419 – wat wij moeten doen zal nooit gebeuren zoals wij denken dat het moet gebeuren

hexagram 26大畜 (dà chù) – “Groot Vergaren”

invoer

https://dirkvekemans.com/2018/07/16/harusmuze-29-reconstructie

commentaar

wij begrijpen dan wel alles als dingen die zijn, dat zijn ze allerminst dus het is ook allerminst een verrassing dat we vooral onszelf niet begrijpen. elke vorm van intelligentie is een gebeuren, het ‘is’ geen intelligentie, het gebeuren vindt binnen de coordinaten van een bepaaalde intelligentie plaats als een ‘intelligerend gebeuren’. het gebeuren van een intelligentie is dus gekwalificeerd met de kwaliteit, de hoedanigheid van het begrijpend gebeuren, maar een hoedanigheid kan zichzelf niet detecteren en te zelfdertijd die hoedanigheid ‘behouden’ want daar is geen tijd (plaats, geld,…) voor.
het waarnemen van een hoedanigheid als hoedanigheid is immers zelf een gebeuren dat tijd/plaats/geld/energie vereist: de waarneming geldt hier als primaire fictionalisering: het waarnemen onttrekt de hoedanigheid aan het echte, een afzondering, een differentie, een eerste differance: het onttrokkene is dan een fictief object dat opgenomen wordt in het fictieve zijn: het houdt met andere woorden op te gebeuren, het is niet langer deel van de onmiddellijkheid van het echte.
als een intelligentie die niets anders is dan dit extractieproces, deze fictionalisering zichzelf probeert waar te nemen, valt de waarneming in een oneindige lus die zich dan vastzet als een afwezigheid, de aporie van Derrida: een referentie naar iets dat er niet is waarin zich een referentie bevindt naar iets dat er niet was, niet is en nooit zal zijn: het zijn dat zichzelf in het echt ontmoet.

dat is ook een vorm van beveiliging voor de intelligentie die anders niet levensvatbaar zou zijn: een ‘bewustzijn’ dat zich van zichzelf bewust is, heft zichzelf op, aja want er is niks, het gebeurt alleen in haar intelligerende hoedanigheid.

deze vaststelling heeft ook consequenties voor de waarneming: we zien / ervaren immers enkel wat we begrijpen. leren doen we als we merken dat onze waarneming ons begrip tegenspreekt, als er een verschil is dat een verschil maakt (Bateson). vandaar dat de voortgang van onze kennis (die in feite een deterioratie is van ons weten) relatief traag gaat: we doen er zo lang over omdat we eigenlijk enkel onze fouten ‘begrijpen’: kennisverwerving volgt niet voor niets de hypothetisch-deductieve methode.

maar goed, wat heeft dit alles nu met dat ‘moeten’ van ons te maken: wel, omdat de menselijke intelligentie zichzelf niet kan begrijpen (zoals ook het dierlijke bewustzijn zichzelf niet ‘ziet’, wij zien het wel maar negeren het uit culinaire overwegingen, ‘kzal de deur openlaten hier voor de vegetariers: be my guest!) ‘begrijpen we onze ‘taak’ ook volkomen verkeerd (weten wat ge moet doen is nu eenmaal een deel van de definitie van intelligentie): wat wij als onze taak zien en waarnaar wij proberen te handelen heeft wel degelijk invloed op het uiteindelijke resultaat van ons gebeuren, maar we kunnen zelf zien, in onze geschiedenis, en als ge onze planeet ewa vanop afstand bekijkt, dat dat uiteindelijke effect alleen maar desastreus kan worden genoemd. voor heel de planeet, maar vooral ook voor ons, dus H. wist maar al te goed wat hij zei toen hij beweerde dat het voor mensen niet zo goe is dat alles gebeurt zoals zij het wensen: ’t zou allicht nog honderd keer erger zijn!

gelukkig trempen wij maar wat door in onze megalomane zekerheid dat wij het summum van beschaving en intelligentie zijn, god’s persoonlijk flebke, en de uitverkoren bekroning van de schepping: geen troon is ons hoog genoeg. ondertussen raast het echte Gebeuren compleet ongemerkt door ons heen en stevent af op een totaal gewijzigde toestand waarin wij hopelijk niet zoveel meer kunnen verprutsen als we nu doen.

tot zover het goede nieuws. ik heb ewa de indruk, en de Harusmuze met mij, dat ik het slechte nieuws beter voor nen andere keer laat nu…human mind cannot bear very much reality è, hihi…

Harusmuze #413


22B98

413 – de poort is weg voor wie er door gaat

hexagram 26大畜 (dà chù) – “Groot Vergaren”

invoer

https://dirkvekemans.com/2018/07/22/harusmuze-35-reconstructie

commentaar

we zijn er, zo zegt ons het verhaal. het verhaal van het zijn is fictie, aja, maar beter dan dat is er niet: we kunnen niet tezelfdertijd gebeuren en buiten het gebeuren staan en dan zeggen: ‘kijk, dit zijn wij, en dat daar is het gebeuren, en daar zijn wij. zo loemp was Heidegger nu ook weer niet: elk zijn is ‘altijd al ‘ (weuh!) een daarzijn, een bepaaldheid.
we zijn hoe dan ook niet ‘echt’ een zijnde, want dan zouden we niet gebeuren, en zo gebeurt het nou eenmaal niet: het is bijzonder inefficiënt om te willen doorgronden wat het ‘Zijn’ is, dat is ongeveer hetzelfde als een schaakspel dat al schakende met zichzelf zou proberen achterhalen wat schaken nou eigenlijk is.
het zijn is gewoon de fictie die we nodig hebben om het Gebeuren vatbaar te maken, een Gebeuren dat gebeurt zoals het gebeurt en ons in het ‘er’ plaatst: “hierzie, ge zijt er.” jeuh!

weuh: het ‘er’ verschuift! het beweegt! het gaat vooruit! niks is er nog vast! waar is mijn zijn!

joa sè. het ‘er’ evolueert naar ‘erger’ : we leven in een entropisch universum, het Rot. terug is er geen weg, de Tijd gaat alleen maar de kant van de toekomst op. kak.

elke vooruitgang die wij menen te onderscheiden is ‘in feite’, ‘eigenlijk (dwz ontdaan van de ficties van het Zijn en de Dingen met hun ‘Verwezenlijkingen’, dus ‘als wijze van gebeuren’) een escalatie van het Rot: het leven is consumptie van (inert gedachte) materie (ons materiebegrip berust zoals de hedendaagse fysica aantoont op humane perceptuele gewoontes, attitudes, cognitief-sensorische vergroeiingen in de epigenetische ‘cultuur’laag van onze gedachtewereld. het vooruitgangsdenken zoals dat ook nog in het Darwinisme een motiverende onderstroom is, meent in de immens toegenomen complexiteit van onze leefwereld een ‘verbetering’ te ontwaren, maar toename in complexiteit gebeurt uit noodzaak, als noodwendigheid van het Universele Rot. Het Rot streeft naar het Stille Ruisen van God, de Eindfase van de universele uniformiteit ‘bevrijd’ van de energie, een kosmische woestijn als walhalla, nirwana, de Liefde van het Ene voor het Ene, het absolute Nihil.

maar het Rot stinkt ook en er komt prut in de gaatjes en de gaatjes verstoppen en zo ontstaan er obstakels voor het Rot. weerstandshaarden. sterren planeten zonnestelsels, rotsen zeeën stranden. ophopingen waartegen de energieconcentraten van de sterren beuken en beuken zodat de expressie van het Gebeuren in de vormloze materie alsmaar meer vorm krijgt, diversificatie, uitsplitsing, complexiteit.
en door die locale intensificaties ontstaat op gezette tijden het leven, een virus dat het Rot spectaculair kan doen versnellen, maar in die versnelling ook een weergaloos schouwspel ten beste geeft van oneindige expressiviteit. en zo gaat het er steeds verder het ergere in.

maar we zijn er ook niet. want ‘zijn’, ‘wij’ en ‘er’ zijn ook maar humane verhaaltjes. als je de logica van die vertelling volgt, de stappen natelt van deze kwantificatie door en voor het Zijn, kan je enkel bij het Rot uitkomen, een soort lijk van God dat het leven zelf verpest met Zijn Nanijd.

kunnen we het er uit? bestaan er poorten weg uit het ‘er’? lap: ge stelt uw vraag al verkeerd è: bestaan doet er niks, niemandal, nada zilch, ingetinge.

poorten gebeuren. als een poort gebeurt, opent zich de poort en wie er door gaat dan, ziet, hoort, voelt of ruikt of proeft geen poort meer, want de poort is dan al weg. dag weg!
een poortgebeuren is een kwalitatief onderscheiden gebeuren binnen het gebeuren dat processen zoals de individuatie mogelijk maakt, maar ook de destructie van het individuele, wat eigenlijk een vrij identiek gebeuren is.
een poortgebeuren is ook de weg voor het gebeuren van oscillaties, trillingen, vibraties een der basisbewegingen binnen het zich voortdurend kwalificerende gebeuren.
langs een poortgebeuren is het de mens ook gegund om zich tijdelijk aan het Er en zijn Rot te onttrekken, bv. in wat wij dan noemen meditatie, extase, orgasme, hallucinatie of mystieke verlichting, bewustzijnstoestanden die allen gekenmerkt zijn door een totaal gebrek aan ‘bewustzijn’, aan ‘ego’ ook, want de cognitieve functies die we daarmee associëren lijken allen hinderpalen tot die tijdelijke ‘vlucht’ uit het ‘er’.
het artificieel exiteren van dergelijke toestanden, het doelgericht nastreven ervan met behulp van substanties of doorgevoerde training houdt steevast het gevaar in om niet meer ‘terug’ te kunnen keren naar het hier en nu, en de doodsangst is dan ook een gezonde buffer die ons bij de les houdt.

er is ook totaal geen reden om zich op een extreme wijze aan het Rot te willen onttrekken want in de expressie van het Gebeuren schuilt ook haar schoonheid en het genot: zolang we maar de teleologische verstarring achterwege kunnen laten, de noodlottige Zijnsreflex dat het allemaal naar Ergens moet leiden en dat wij die Hier Zijn alles moeten Hebben (hebben, hebben, hebben), dat het moet Opbrengen, dan zijn we hier nog niet zo slecht af.

enkel wanneer wij als soort het nalaten om voor onze soortgenoten na ons een gezond nest te bouwen waar we beschutting kunnen vinden tegen het beuken van Kosmische Kapitale Rot van de onbeheersbare Geldruimte, kunnen we weer een gezonde balans bereiken tussen ontzelving via de poortjes uit het Er enerzijds en genot in het Rot anderzijds.

de lees-en-schrijf I/O-werking (de auteur) die de NKdeE als haar onderzoeksobject heeft gesteld en die zij op exemplarisch-activistische manier als voorbeeld uitwerkt door middel van haar ‘schrijfprogramma’s’, is ook zo’n zeer gematigde (en voorheen als ‘literatuur’ vrij stabiele) poort die ons effen weg kon leiden uit het Grote Woelen , de creatieve praktijk in het algemeen is dat ook, dus alles wat mensen verzinnen kunnen aan creatieve expressie, waar ook ons ‘werk’ zou kunnen behoren, mochten we er maar in slagen om wat meer te luisteren naar ons ‘gezond’ verstand en wat minder naar de verziekte en ziekmakende dictaten van het Zijn.

scève

Honneste ardeur en un tressainct desir,
Desir honneste en une saincte ardeur
En chaste esbat, et pudique plaisir
M’ont plus donné & de fortune, & d’heur,
Que l’esperance avec faincte grandeur
Ne m’à ravy de liesse assouvie.
Car desirant par ceste ardente envie
De meriter d’estre au seul bien compris,
Raison au faict me rend souffle a la vie,
Vertu au sens, & vigueur aux espritz.

Harusmuze #277



// om te ontsnappen moet ge u van het grijpen ontdoen

277 – begrip moet je betalen om te hebben, verstaan gebeurt gratis als je maar luistert

hexagram 26 – 大畜  – DA CHU – ‘het temmen van macht’

Lees over het Harusmuzeprogramma

Bekijk alle Harusmuzes

input:

https://dirkvekemans.com/2018/12/06/harusmuze-171/

commentaar:

af en toe, het dient gezegd, hebt ge wel iets aan Plato, diene ouwe geilaard in zijn mancave.
in de Faidros staat bv het heel schone zinneke:

“als ik Faidros niet ken, ben ik ook vergeten wie ik ben”.

 Φαῖδρεεἰ ἐγὼ Φαῖδρον ἀγνοῶκαὶ ἐμαυτοῦ ἐπιλέλησμαι.

en dan krijgt ge wel nen hele rol gewauwel over paarden en eros enzo (echt è, dat blijft maar duren) maar tegen het einde aan komt ie dan toch uiteindelijk nog op de proppen met de legende van Theuth om te expliceren dat het schrift een gezegende vloek is, een vergiftigd geschenk omdat het ons toelaat te vergeten dat het bij het onderricht, het doorgeven van ervaring over de vooralsnog finale grens van de dood in de eerste plaats zou moeten te doen zijn om het betoog ondergeschikt te maken aan de ontvanger, om ons bij het onderricht te richten naar het bepalende van de ander.
praatjesmakers maken praatjes om de ander te onderwerpen, de wijze leider ‘onderwijst’ letterlijk: hij laat het doel primeren op het middel en stemt het geluid af op de ontvanger in plaats van zichzelf of zijn tekst te verheerlijken (verkopen).

het leren zelf, dat kan je dan maar beter aan die lezer-ontvanger overlaten, want het gaat er bij de ontvangst letterlijk om om niet ‘gevangen’ te worden in een dode-letter-begrip van de tekst, maar om de tekst in het denken te laten ontkiemen tot een beweging, een gebeurlijke gedachte.

je leert immers alleen maar iets van jezelf, in de beslotenheid van jouw bewegen dat altijd eigen-aardig is (ja, zelfs in Heidegger zit af en toe wat bruikbaars, ungeluufluk, Walter!).

bij het leren ligt de nadruk al te vaak op de inspanning die je zou dienen te leveren en al te weinig op hoe je die ‘inspanning’ best organiseert. zo hoor je vaak dat je moet lijden om te leren, dat er dient geranseld en gegeseld te worden, dat de school des levens hard is en ook onbarmhartig hoort te zijn.

nu ja, vroeger toch. nu hebben de kindjes adhd als het turnles is en burnout als het wiskunde is.

toch maakt willens nillens de Harusmuze vandaag het onderscheid tussen ‘begrijpen ‘ en ‘verstaan’. ‘begrijpen’ is de traditionele kennisverwerving waar tegenwoordig, soortgelijk aan hoe het schrift bij Plato de mens een nieuwe tool aanreikte, maar die nieuwe techniek vooral aanleiding gaf tot ‘waanwijsheid’ die enkel vertrouwde op de geschreven geheugensteuntjes, vandaag de genetwerkte computer de mens het verwerven van kennis misschien net iets te zeer vergemakkelijkt. want met al dat (beschikbaar) ‘hebben’ van kennis, dat zich wanstaltig uit in het kopen van producten die enkel gelabeld zijn met waardebepalingen maar generlei waarde hebben, met al die nijd leert men nog niet een gezond denken te installeren.

om te kunnen verstaan, moet men zich immers eerst inspannen in de ander, zich ontspannen uit zichzelf om te luisteren naar de ander en vervolgens zich in haar plaats te begeven, in haar te gaan ‘verstaan’.

de goede verstaander begrijpt wel dit onderscheid en ook dat het verstaan altijd gratis zal zijn omdat het de spreker bevrijdt van de plaag van zijn taal die in haar, in hem in het werelden van de wereld niet kan ophouden met grijpen omdat het nu eenmaal tot die staat vervallen (de decadentie van Nietzsche – hij zegt dat met een licht anders accentje, maar onze vooruitgang is verval dus het rotten is eigen vooruitgang, onze Verlichting, meneerkens Baudet en De Wever is eigenlijk verduistering van het Licht, ge kunt de gradatie van het verderf perfect aflezen aan het aantal lijken, stopt diene graadmeter maar ’s in het hol van WOII, om maar iets te zeggen) is vanuit de perfectie van het ene.

want net zoals de dieren nog geen taal nodig hadden om zich verstaanbaar te maken had de wereldziel het ooit nodig om zich van zichzelf bewust te maken, zoals het nu als kapitale infectie dwars door ons in al haar bewegingen bewerkstelligt tot diep in het groteske geheim van deze laatste zin toe.

Harusmuze #125


125.jpg

125 – het wilde woeden brengt het schone rust

hexagram 26大畜 – DÀ CHÙ –  ‘groot vergaren’

scève

Ensevely long temps soubz la froideur
Du Marbre dur de ton ingratitude,
Le Corps est jà en sa foible roideur
Extenué de sa grand’ servitude:
Dont ame, & coeur par ta nature rude
Sont sans mercy en peine oultrepassez.
O aujourd’huy, bienheureux trespassez,
Pour vostre bien tout devot intercede:
Mais pour mes maulx en mon tourment lassez
Celle cruelle, un Purgatoire excede.

7. O aujourd’huy: Allerzielen, wanneer iedereen bidt voor het heil van alle ‘trespassez’, maar de Amant eenzaam gelaten wordt in zijn eenzame kwelling
8. Pour: ‘wat betreft’ zegt McFarlane en hij verklaart ‘lassez’ als ‘lacés’ (verwoven), en de ‘en’ zou dan ‘intentional meaning’ kunnen hebben. ik ben niet echt helemaal overtuigd, maar hij heeft wss gelijk…