Harusmuze #352


22B61

352 – de grensgevallen begrenzen de gevallen

hexagram 43 – guài –  “Doorbreken”

input

commentaar

in een continue overgang is elke grensbepaling willekeurig en dus ideologisch, ingegeven vanuit andere kwalificatie dan dewelke de overgang betreft

scève

Non moins ardoir je me sens en l’absence
Du tout de moy pour elle me privant,
Que congeler en la doulce presence,
Qui par ses yeulx me rend mort, & vivant.
Or si je suis le vulgaire suyvant,
Pour en guerir, fuyr la me fauldroit.
Le Cerf blessé par l’archier bien adroit
Plus fuyt la mort, & plus sa fin approche.
Donc ce remede a mon mal en vauldroit.
Sinon, moy mort, desesperé reproche.

r. 9 : en Paturier, Saulnier en McFarlane willen dit gecorrigeerd zien in ‘ne’ en dan ook de punt weg achter ‘vauldroit’. Ik lees ‘en’ hier echter als een versterking van de ‘a’ bij het gebruik van ‘valoir’ als: Valoir à / pour qqn. “Être profitable, bénéfique pour qqn, profiter à qqn” : ‘deze remedie draagt bij /is goed voor (‘in’) mijn kwaal’ de kwaal wordt er beter van…

Advertenties

Harusmuze #350


22B59

350 – de slaande stok bracht water naar zijn bladeren

hexagram 43 – guài – “Doorbreken”

input

https://dirkvekemans.com/2018/09/23/harusmuze-98/

commentaar

in de Bewegingsleer noemen we het Zijn een slechte denkgewoonte omdat wij menen dat het ons in een afhankelijksrelatie plaatst die naar onze ondergang leidt. op zich is er niks mis aan om het Gebeuren te herleiden tot een gereïficeerde reductie in dienst van het instrumenteel gebruik van de aldus aangemaakte ‘dingen’, maar deze gedachtebeweging heeft de neiging om zichzelf te doen vergeten, in die zin dat ze geen alternatieve benaderingen meer toelaat: we denken dat het Zijn is omdat als er iets is het Zijn zo moet zijn: de kringredenering is onontkoombaar, de lus wurgt.

het is onwaarschijnlijk dat bijvoorbeeld de oude Chinezen een dergelijk abstract zijnsbegrip hadden. de woorden you en wu kunnen wel door Iets en Niets en door zijn en niet-zijn vertaald worden, maar eigenlijk betekenen ze gewoon ‘hebben’ en ‘niet-hebben’, of ‘er is iets’ en ‘er is niets’. de ‘echtheid’ , de realiteit van het Zijn of het Niet-zijn was niet aan de orde, men was zich volkomen bewust van het ‘creatieve’ dat bepaalde dat een benoeming ‘iets’ deed ‘existeren’ : de menselijke creativiteit ‘benoemde’ de ‘dingen’ en al het benoemde ressorteerde vanzelfsprekend onder de REN, alles-wat-des-mensen is, en dus alles wat met de nodige omzichtigheid moest worden benaderd want de mens is maar een prutserke onder de prutsers.

het geabstraheerde Zijn eist echter de realiteitswaarde op, haar ontologische status en voedt zodoende de humane megalomanie, het top-van-de-ladder denken en dat suprematisme maakte en maakt ons blind voor onze weergaloze destructiedrang die regelrecht naar onze eigen vernietiging leidt.

zeker nu we schijnen te denken dat we ook de dood wel kunnen overleven omdat we ten koste van afgrijselijke massaslachtingen elders de oorlog een generatie lang van ons grondgebied hebben weten te houden.

de stok in deze Harusmuzespreuk is daar een toonbeeld van: in het hanteren van de afgehouwde tak, ontdaan van het ‘overtollige’ slaagt de mens erin te vergeten wat de realiteit van het hout is ten einde er de ander, zijn eigen vlees en bloed, mee te slaan. het benoemen van het hout als stok instrumentaliseert het hout niet alleen als wapen: het besmet ook de gedifferentieerde ‘natuur’ die onderworpen zou zijn aan de mens (sic) met de destructiedrang die louter des mensen is.

in de recursie van de benoeming wordt de echtheid van de stok als stok dan een verantwoording voor de van de mens gescheiden natuur als ‘de natuur’.

dat onze kinderen dan op straat lopen te betogen dat ‘de natuur’ moet gered worden zou ons toch enigszins aan het denken mogen zetten, daar wij maar al te goed beseffen dat wij het zijn die nalaten hen te redden, de uit de natuur verbannenen, de uit het paradijs verstotenen, de mensen zelf, die overal en altijd om zich heen enkel hun virale destructiedrang lijken te willen botvieren…

scève

Je ne me puis aysément contenter
De ceste utile, & modeste maniere
De voile umbreux pour desirs tourmenter,
Et rendre a soy la veue prisonniere:
Par ou Amour, comme en sa canonniere,
Espie Amans dans son assiette forte.
En ce mesaise aumoins je me conforte,
Que le Soleil si clerement voyant,
Pour te congnoistre, & veoir en quelque sorte,
Va dessus nous, mais en vain, tournoyant.

Harusmuze #317


// de tekenaar ontvangt de tekening als beweging

317 – het schrijven beschrijft het schrijven, het tekenen betekent het tekenen

hexagram 43 –   – KUAN – ‘doorbreken’

input

https://dirkvekemans.com/2018/10/26/harusmuze-1312/

commentaar:

in Harusmuze 297 hoorden we al hoe relatief de betekenis van het schrijven en het beschrijven van het tekenen is. Ontdaan van hun communicatieve intentionaliteit betekent het schrijven natuurlijk niets: het beschrijft zichzelf, en evenmin betekent de tekening die enkel zichzelf be-tekent.

scève

Mon mal se paist de mon propre dommage,
Tant miserable est le sort des Amantz,
Qui d’un second cuydantz pretendre hommage,
Ensemble sont eulx mesmes consommantz.
Dont en mon mal mes esperitz dormantz,
Et envielliz me rendent insensible,
Quasi voulantz, que contre l’impossible
Je vive ainsi une mourante vie,
Qui en l’ardeur tousjours inconvincible
Plus est contente, & moins est assouvye.

3. second: elkaar
8. quasi : alsof

Harusmuze #102


harusmuze102

102 – als je iets tekort komt, heb je meestal minder nodig

hexagram 43 –   – guài – ‘doorbreken’

scève

Bien qu’on me voye oultre mode esjouir,
Ce mien travail toutesfois peine endure
J’ay certes joye a ta parolle ouir
A mon ouye asses tendrement dure:
Et je m’y pene affin que tousjours dure
L’intention de nostre long discours.
Mais quand au but de mon vouloir je cours,
Tes voulentez sont ailleurs declinées,
Parquoy tousjours en mon travaillé cours
Tu fuys, Daphnes, ardeurs Apollinées.

r.1: oultre mode :’buitenmatig’
r.4 : dure : hoort bij ‘parolle’