Harusmuze #399


22B17

399 – als het jou niet is gegund kan jij het de ander gunnen

hexagram 9 小畜 (xiǎo chù) – “Klein Vergaren”

input

https://dirkvekemans.com/2019/07/24/harusmuze-49-reconstructie/

commentaar

jezelf troosten met een gedachte is een basisvaardigheid in het dagelijks gewoel.
een gouden regel daarin is misschien wel dat het criterium voor een troostende gedachte niet is of het klopt, of het ‘waar’ is wat je denkt, maar wel of de gedachte wérkt. een goede troostende gedachte is een gedachte die troost biedt en ambetantigheid doet omslaan in vrolijkheid.

het kan misschien wel oud-christelijke bs zijn of slavenmoraal of whatever, als ge in de situatie zit dat ge iedereen ziet krijgen wat er jou blijkbaar niet is gegund en ge denkt ‘tja, ik kan het de andere wel gunnen en dat kunnen zij niet’ en die gedachte werkt voor u, dan is dat goed è. als ge geconfronteerd wordt met pijnlijke shit waar ge zelf niks aan kunt veranderen (iedereen maakt dat meermaals mee, ooit) is het vooral zaak om het onvermijdelijke aanvaardbaar te maken voor uw emotionele huishouding. aan hogere gedachten, zoals Scève hieronder ook al opmerkt, hebt ge dan just niks, nada, zilch…als ge ongelukkig zijt, kunt ge beter van dieet veranderen dan van filosofie, zei de grote filosoof Bertrand Russell ooit.

waarheid, overigens, is waarheid zolang ze werkt als waarheid in uw kopke, dé waarheid is immers slechts een ideologisch in stand gehouden fictie in dienst van diegenen die jou alleen hun waarheid gunnen, omdat zij jou nodig hebben in dienst van hun waarheden. vervelend dus, maar zolang als gij hen nodig hebt moet ge wel hun waarheid als dusdanig accepteren, althans in beamende zin. tussen uw lakens en op ’t toilet doet ge wat ge wilt è.

evenwel, dit nog: wat je nodig hebt, echt nodig, dat wordt meestal en zeker in onze welstand, zwaar overschat. het is een uitstekende oefening om daarvan een lijstje te maken en dan te streven naar het nagenoeg volledig schrappen van al de punten op dat lijstje. ge wordt daar, in mijn ervaring toch, bijzonder gelukkig van.

elkwegs: als uw troostende gedachte niet meer werkt, verzint ge gewoon iets anders è.

scève

Mais que me sert sa vertu, & sa grace,
Et qu’elle soit la plus belle du Monde,
Comprenant plus, que tout le Ciel n’embrasse
En son immense, en sa rondeur profonde?
Car puis qu’il fault, qu’au besoing je me fonde
Sur les secours en mes maulx pitoyables,
Mes passions certes espamoyables
Vaincues jà de mille repentences,
Veulent d’effectz remedes favorables,
Et non unguentz de frivoles sentences.

Advertenties

Harusmuze #381


22B33

381 – elke wet veroordeelt zichzelf, elke naam benoemt een naam

hexagram 9小畜 (xiǎo chù), “Klein Vergaren”

input

https://dirkvekemans.com/2018/08/23/harusmuze-67/

commentaar

wetten en namen zijn sterk verwante functies in de diaretische controle van het gebeuren van het intermenselijke veld. anders: wetten en namen stratifiëren het gebeuren volgens een rigide diaresis (“of…of-scheiding) met als beoogd doel de controle over het menselijk gedrag.

een naam is functioneel gelijkaardig aan een wet: het benoemen van iets of iemand, is een beperking van het kwalitatieve gebeuren van dat iets of iemand tot een geprojecteerd Zijn ervan, het ‘te tellen als’, omdat de identiteit van het benoemde zo nu eenmaal wordt vastgelegd.
vanaf het ogenblik van de benoeming fungeert de benaming dan als de differentie van het gebeuren rond (over, in, omtrent,langs,…) de naam, die dan meteen als soortnaam gaat fungeren, waaruit de paradoxale situatie ontstaat dat elke Jef Jef is in de mate dat hij het niet is: het is immers díe Jef en niet al die andere Jeffen.
de benoeming is, zoals men ook bij Derrida kan lezen, een verdict, een verordening. elke wet is dat ook, en wetten werken ook nog ’s extra categoriserend in die zin dat de verordende wet het gebeuren op twee wijzen territorialiseert:

1. de wet maakt twee gebieden aan, een ‘binnen’ van de wet, waar de wet rechtsgeldig is (alles wat zich daar ophoudt ‘valt’ onder de wet) en een buiten, waar zij niet geldt (alles daar gaat het ‘kader’ van de wet te buiten)
2. de wet maakt binnen haar rechtsgeldigheidsveld een verder virtueel onderscheid waarbij een deel van het gebied ‘beantwoordt’ aan de wet en het andere deel ‘in overtreding’ is van de wet. op die manier bekeken kan je stellen dat de wet een benaming is ‘in het algemeen’, en in de tweede orde, omdat de wet het individu eerst benoemt als ‘burger’ waarover de wet rechtsgeldigheid claimt en vervolgens nogmaals benoemt als ‘gehoorzame’ of als “misdadige” burger

Heracleitos zegt ons vandaag in fragment 33 dat de wet ook gehoorzaamheid aan de wil van het/de éne inhoudt, en legt daarmee het evidente feit op tafel dat elke wet altijd en uiteindelijk ten goede zal komen aan het éne, los van het feit of dat nu de wetgever of de houder van de wet is.
dat is zo evident omdat elke wet nu eenmaal op basis van die diaresis werkt: het is of het ene of het andere, dura lex sed lex.
zolang de wet ‘duurt’ (rechtsgeldig blijft in haar veld) zal de wet bevoordelen wie erdoor bevoordeeld wordt (geheel onafhankelijk van enig moreel oordeel over de wet, zeggen we dit, of zulks nu ‘juist’ is of niet is hier niet aan de orde). net zoals de naamgeving de mensen herkenbaar maakt, zal de wet haar veld ‘te kennen geven’ of tekenen door de gevolgen van haar werking: de ‘gang van zaken’ wordt er immers door bepaald.

die codering van het menselijk gedrag is dus onontkoombaar, alleen zij die ‘buiten de wet worden gesteld’ zullen er aan kunnen ontkomen, maar hun bestaan in het Veld van de wet wordt daardoor ook een ‘naakt bestaan’, een illegaliteit die rechtstreeks ook een veroordeling is tot het ‘onleesbare’, het ‘amorfe’, het ‘ongeldige'(cfr. Agambens voortreffelijke analyse daarvan)

vermits nu de wetten tot stand komen op basis van een benoeming van het specifieke van één bepaald stadium van het Rot in het gebeuren binnen één bepaald Veld in de Geldruimte, kan de wet niet anders dat zichzelf door uitputting van haar fundering veroordelen tot het onontkoombare stadium van de onwettigheid. de wet wordt immers nooit dynamisch geformuleerd, zij hanteert steevast een rigide diaresis op basis van haar primaire benoeming (van haar veld van rechtsgeldigheid), een eindeloze herhaling van haar verordening.
elke verordening echter verandert het Veld kwalitatief aanzienlijk en daardoor zal die benoeming vrij snel op significante wijze afwijken. al vlug wordt de wet dan ‘misbruikt’ door diegenen die er voordeel uit halen, want die bevoordeelden gaan al hun bekomen voordelen aanwenden om de wet in stand te houden. aja, hoe zoudt ge zelf zijn?
de verdere kapitalisatie van de Geldruimte, de onontkoombare entropie van de natuurwet van het Kapitaal, maakt dat deze noodlottigheid alsmaar stringenter, bloediger en grootser in omvang wordt, zodanig dat het nu zelfs hoogst twijfelachtig wordt of we als soort wel een verdere recursie van dat proces (waar we met rasse schreden op afstevenen) zullen kunnen overleven (denk aan WOII maar dan x10, x40, x100).

ge zou zeggen alla, kiepert al die wetten al gauw buiten, maar ja…

omdat het volstrekt irrationeel gedrag van de mensen toch enigszins binnen de grenzen van het leefbare te houden dienen we daarom te besluiten dat wie de wet in ere wil houden ervoor dient te zorgen dat zij zo spoedig mogelijk volautomatisch geupdated wordt met de dataflows van de door haar gegenereerde kwalitatieve veranderingen.

niet omdat het ‘juist’ is of zelfs maar wenselijk, gewoon omdat het anders altijd plat op z’n smoele valt (met weeral zoveel miljoen vermijdbare gewelddadige overlijdens van onschuldige ongelukkigen). iets anders gaat nooit werken, zo beweert althans mijn Harusmuzeke.

een hedendaagse ‘wet’ zou – zo gaat zij verder met een allerschattigst ‘weet’-vingertje hoog geheven voor onze kijkdozen – zo moeten geprogrammeerd worden dat het voordeel dat zij genereert op een egale manier verspreid wordt in gans haar rechtsgeldigheidsveld en dat zij dat veld voortdurend negotieert met de haar naburige velden. enkel op deze manier kan een juridische stratifiëring van de Geldruimte de nodige garanties bieden op een open opbloei van het Wenselijke in die zo cruciale zesde dimensie. als dat niet zo is, vreet de humane nijd zichzelf op, dat kennen we al, van diep in den Treure, en wat daaruit komt, is recht uit het Hart van het Rot Gerukt…

maar ja, of ge dat nu weet of niet, veel maakt het niet uit, want hoe zoudt ge iets gaan veranderen aan wat er wat dat betreft aan het gebeuren is? naar wie gaat ge bellen? è?

scève

Je sens en moy la vilté de la crainte
Movoir l’horreur a mon indignité
Parqui la voix m’est en la bouche estaincte
Devant les piedz de ta divinité.
Mais que ne peult si haulte qualité
Amoindrissant, voyre celle des Dieux?
Telz deux Rubiz, telz Saphirs radieux:
Le demourant consideration,
Comme subject des delices des Cieulx,
Le tient caché a l’admiration.


Harusmuze #319


// het nieuwste rot prult maar wat

319 – je zit op de trein naar hasselt tot je op de trein naar hasselt zit

hexagram 9 小畜 – xiǎo chù – ‘klein vergaren’

input

https://dirkvekemans.com/2018/10/24/harusmuze-129/

commentaar

die fysici hebben wat met treinen, dacht misschien de Harusmuze, mocht het zo zijn dat de Harusmuze tot ons denkrot was gedoemd, dus zullen we dat gedoe met die golven zo verklaren, want : “echt è!”.

joa. ze heeft een punt. ’t zit zo dat er met dat meten en dat waarnemen hoegenaamd niks mis is, dat gekweddel in Kopenhagen was dus effenaf ‘loemp’ maar bon ja, ’t loemp Zijn, is nu eenmaal ons lot è, sinds Parmenides al. aja: het zit ‘m in het Zijn natuurlijk.

allez, vooruit : stel, je zit op de trein naar Hasselt op weg naar een date met een meer dan formidastische dame, da’s sebiet al om 15u30. tot voor je vertrok wou je de trein naar Hasselt halen, aja: ge wilt uwen date niet missen.
dus keek je op zwinternet naar ‘treinen naar hasselt vanuit tienen’ alwaar de trein naar Hasselt beschreven staat als beweging van Tienen naar Hasselt, een vrij stabiele golf die behoudens vertragingen steevast aankomt op [uur + 0u30] in Hasselt. ge woont hier al efkens ( ge kent uwe fysica) dus ge weet dat ge abstractie moet maken van accidenten en ewa marge kansberekening moet hebben voor vertragingen.
okè, voila gij zijt pipo/pipa/pip #1: gij zit op de trein naar Hasselt die de vrij stabiele golf is van Tienen naar Hasselt

behalve in’t weekend want d’r zijn werken aan’t spoor dus d’r zijn maar twee kottekens in het uurrooster van de golf dat de trein effectief rijdt

ha maar wat hebben we hier nu? pipo/pipa/pip #2: die zit gewoon op 6/05/2019 op de particuliere trein van 15u06 van Tienen die behoudens accidenten ongetwijfeld rond 15u30 gaat aankomen in Hasselt, aja want er is maar 1 trein die dat gaat doen è.

pipo/pipa/pip #1 en pipo/pipa/pip #2 zijn één en dezelfde op’t moment dat ge aan een van de twee vraagt hoe laat het is.

de rest kunt ge wel zelf uitvissen zekers? manmanman…

scève

Produicte fust au plus cler ascendant
De toute estoille a nous mortelz heureuse:
Et plus de grace a son aspect rendant,
Grace aux Amantz toutesfois rigoureuse.
Le Ciel voyant la Terre tenebreuse,
Et toute a vice alors se avilissant,
La nous transmit, du bien s’esjouissant,
Qui en faveur d’elle nous deifie.
Parquoy despuis ce Monde fleurissant
Plus que le Ciel, de toy se glorifie.

Harusmuze #310


// de stompe geest der onverschilligen heeft nood aan alsmaar dieper lijden

310 – de wijze bezoedelt de tempel, de keizer vernedert de troon

Hexagram 9 –  XIAO CHU – ‘kleine voeding’

input

https://dirkvekemans.com/2018/11/02/harusmuze-138/

commentaar

de wijze beoogt middels contemplatie de zuivere wijsheid te aanschouwen maar zijn aanwezigheid zelf is al een aanfluiting van de tempel die hij daartoe weet ingericht: elke waarneming van het reine verontreinigt immers al het gebeuren daarvan tot een waargenomen gebeurtenis, een humane falsificatie in dienst van de humane noden.

de keizer zoekt middels zijn daden de hoogste macht te verwerven maar reduceert in het claimen daarvan het hoogste door het te verlagen tot op zijn niveau van handelen, onderhevig aan het menselijke falen.

in de voortschrijdende recursie corrumpeert het aanwezige Binnen telkens het constituerende Buiten dat op weg is een binnen te worden voor een hoger, verderop gelegen Buiten: wat zich beperkt weet tot een Iets wordt afhankelijk van haar Zijn en ontkent zo het Niets waaruit het is kunnen ontstaan. wie binnen is kan beter binnen blijven.

alleen door te verzaken aan de noodzaak van het Zijn en de Dingen zal de keizer niet hoeven uit onmacht naar de tempel te strompelen wanneer hij zich geconfronteerd ziet met zijn eigen falen. in eigen onmacht zal hij eervol vergaan.

alleen door de noodzaak van het verzaken aan het Zijn en de Dingen als eigen noodzaak te aanvaarden zal de wijze niet huppelen naar het paleis wanneer zij daar om haar wijze raad wordt ontboden. in eigen onnut zal zij
verlossing verwerven.

scève

Tu te verras ton yvoire cresper
Par l’oultrageuse, & tardifve Vieillesse.
Lors sans povoir en rien participer
D’aulcune joye, & humaine liesse,
Je n’auray eu de ta verte jeunesse,
Que la pitié n’à sceu a soy ployer,
Ne du travail, qu’on m’à veu employer
A soustenir mes peines ephimeres,
Comme Apollo, pour merité loyer,
Sinon rameaulx, & fueilles tresameres.

Harusmuze #44 (reconstructie)


44 – het nieuwe is de bron van de herhaling

hexagram 9 小畜 (xiǎo chù) – “Klein Vergaren”

scève

Moins je la voy, certes plus je la hays: 
Plus je la hays, & moins elle me fasche. 
Plus je l’estime, & moins compte j’en fais: 
Plus je la fuys, plus veulx, qu’elle me sache 
En un moment deux divers traictz me lasche 
Amour, & hayne, ennuy avec plaisir. 
Forte est l’amour, qui lors me vient saisir, 
Quand hayne vient, & vengeance me crie: 
Ainsi me faict hayr mon vain desir 
Celle, pour qui mon coeur tousjours me prie.