Harusmuze #420


420 – de weg van de mensen gaat weg van de mensen

hexagram 10  (lǚ) – ‘Stappen’

invoer

https://dirkvekemans.com/2018/07/15/harusmuze-28-reconstructie/

commentaar

slecht nieuws is alleen maar slecht voor de betrokkenen. voor de algemene gezondheid van onze planeet kan je de ‘komst’ van de mens bezwaarlijk goed nieuws noemen, maar al zijn we dan voor ontelbare plant- en diersoorten her ergste virus sinds de laatste uitwas van intelligentie op aarde (waar gelukkig niemand nog weet van heeft) wijzelf kunnen onze opkomst aan het eind van de planetaire degradatieladder moeilijk zelf gaan betreuren.

we hebben niet voor niks onze sociale netwerken zo uitgebouwd dat we onszelf daar dagelijks kunnen overtuigen hoe geweldig we wel niet zijn. zoals ik gisteren al de uitlatingen van ons Haruske mocht verduidelijken: het is au fond goed nieuws dat van wat wij onze taak achten er zo goed als niks terecht komt ’t zou anders nog veeeeel erger zijn.

nu dus het slechte nieuws. ahum.

de weg die onze soort maakt voor zichzelf, de vorm van intelligent leven waarin wij gebeuren wordt gekenmerkt door mateloze expansie, autofagie, autodestructie en rabiate zelfverloochening. neen: met zelfverloochening bedoel ik niet dat wij zonder oog voor eigen levensbehoud zomaar in het vuur springen voor de ander. wat wij verloochenen is onze eigen intelligentie: geconfronteerd met een eindeloze geschiedenis van autofage uitbuiting, verknechting en georganiseerde exploitatie van onze soortgenoten beweren wij met een staalhard gezicht dat het niet onze fout is dat [vul hier de atrociteit van uw voorkeur in] in het licht van een halve eeuw rampzalig stijgende overbevolking en met alle nodige kennis en middelen voorhanden vinden wij het eerder opportuun om de Chinezen zo lang met de vinger te wijzen omdat die hun bevolking aan ‘inhumane maatregelen’ onderwerpt, tot ook zij hun poging om de bevolking onder controle te krijgen ook maar opgeven, want aja, zo pesten ze alleen zichzelf maar.; en sinds de rapporten van de club van Rome in de jaren zeventig is het al duidelijk dat we heel ons nest in sneltreinvaart aan het verpesten zijn maar we doen lekker verder want is het niet Ghewèllldig.

soit. we hoeven onszelf zo niet de duivel aan te doen: we kunnen het gewoon niet helpen. het kan immers niet anders dan dat ons soort intelligentie, het soort dat wij als ‘intelligentie’ herkennen en willen erkennen (de dieren hebben het ook, maar dat kunnen we dus om culinaire redenen niet hebben è), zo geprogrammeerd is dat het zichzelf uitroeit voor het contact kan maken met een ‘soortgelijke soort’ (je leest al dadelijk hoe verblind wij zijn door onze eigen euh, schittering).
moest dat niet zo zijn dan zat het hier al vol met aan de linkerkant de Star Trek intelligentsia en aan de rechterkant de eerder loempe Star Wars boerkens, waartussen het dan uiteraard met de regelmaat van de klok lekker nietsontziend oorlogje is.
maar daar is dus niks van te merken, en gezien de enormiteit van het ons omringende universum kunnen we enkel besluiten dat onze afwijkende soortgenoten gewoon niet de tijd hebben om tot bij ons te raken voor ze zichzelf om zeep hebben geholpen.

neen, onze kansen zijn niet bepaald beter in te schatten dan die van de ‘vorige’ (tijd en afstand weet je wel, relatief dus) wat niet anders dan enkele miljarden ‘failed attempts‘ kan zijn. zo werkt de natuur nu eenmaal (herinner u de tienduizenden schildpadjes die naar het strand moeten spurten waarvan er tien het halen, uiteindelijk).

vandaar dus dat de enige weg van de mensen een weg is die weg gaat van de mensen. over ‘de mens’ wil ons Muzeke het al niet meer hebben, zij hecht geen geloof aan neo-rationalistische megaprojecten die onze ‘humaniteit’ dusdanig gaan onderhand pakken dat het allemaal ‘goed’ komt. hoe meer dat we onszelf blijven wijsmaken dat we met z’n allen ‘samen’ rationeel kunnen handelen, hoe erger het wordt, en snel dan nog ’s ook.

de mensen ondergaan die ‘mens’ alleen maar, wij lijden aan onze eigen ziekte: de humane intelligentie. alles wijst erop dat die intelligentie zich autonoom van ons gaat verwijderen, ons achterlaten in ons mens-zijn zoals wij het animale leven menen te hebben achter ons gelaten.

maar gelukkig kan het ook zijn dat ik mijn Harusmuzeke weer gans verkeerd begrepen heb, è, ik ben ook maar een serieus loemp en vrij pessimistisch dichtertje.

in ieder geval hoeven we er niet wakker van te liggen, want we kunnen er toch niks aan doen dat ergens een sikkepit gaat ‘veranderen’. wat we wel kunnen is zo goed mogelijk voor elkaar zorgen, en dat is voor mij wat er hier werkelijk gezegd wordt: maak u niet druk om waar ge toch niks aan kunt doen, maar kijk rond u en ziet wat ge daar kunt doen, dat het lijden van de ander (hier èn ‘op een ander’) vermindert.

verwacht niks, heb zelf zo weinig mogelijk nodig, help uzelf door de ander te helpen en geef wat ge kunt geven. en zijt in alles bloedeerlijk met uzelf, dan wijst alles zichzelf ook uit. dat laatste is wel heel belangrijk vind ik: ge moet èn uw eigen beste vriend zijn en uw ergste criticus, zelfmedelijden is een koekske dat ge u moogt gunnen als uw eten op is en uw werk gedaan.

voilà, dat viel toch nog best mee als slecht nieuws, niet?

scève



Pictura of Scève, Maurice: Délie (1544): PLUS L'AMOLLIS PLUS L'ENDURCIS.

embleem XLVII – La Femme qui bat le beurre – Motto: Plus l’ amollis plus l’ endurcis

Peu s’en falloit, encores peu s’en fault,
Que la Raison asses mollement tendre
Ne prenne, apres long spasme, grand deffault,
Tant foible veult contre le Sens contendre.
Lequel voulant ses grandz forces estendre
(Ayde d’Amour) la vainct tout oultrément.
Ne pouvant donc le convaincre aultrement,
Je luy complais un peu, puis l’adoulcis
De propos sainctz. Mais quoy? plus tendrement
Je l’amollis, & plus je l’endurcis.

Advertenties

Harusmuze #377


22B108

377 – het blazen drijft het zuigen aan

hexagram 10  (lǚ), “Stappen”

input

https://dirkvekemans.com/2018/08/27/harusmuze-71/

commentaar

het voltooide is, zoals wat mij betreft alleen het Nederlands dat kan, het volledig getooide, getuigde, het klaargemaakte. de etymologie van onze woordenschat laat ons weerom zien hoe rijk wij zijn, want met het ‘voltooide’ hebben wij een autostrade naar het inzicht, de logos zoals Heracleitos ons die voorhoudt.
de Logos, zegt H. , staat los van alle dingen, het heeft met onze REN, onze humane zwets van Zijn en Dingen niks niemandal uitstaans. moeten we dan niet concluderen dat de Logos onbereikbaar is voor ons? jazeker, maar wie niet hoopt op het onverhoopte, wie het onverwachte niet verwacht zal het ook nooit vinden, het is immers duister en onbereikbaar.

wat H. ons in de fragment (22B108: “Niemand van wie ik de opvattingen hoorde, komt ertoe te erkennen dat wijsheid iets is wat van alles onderscheiden is.”-vert.P. Claes)  ook zegt is iets over wat er relevant is om te zeggen, namelijk datgene wat ge nergens anders hoort.
immers, zoals ge om de ander te kennen en te begrijpen best bij uzelf te rade gaat, omdat ge daar tenminste zeker zijt daar dat er geen ander is om u blaaskens wijs te maken, zo is het bij het beoordelen van uw eigen gedachten mss ook niet van enig nut gespaard om te checken wat er anders lijkt te zijn aan uw gedachten.
elke kritiek van de Rede dient te beginnen met een kritiek van de eigen Zever, en een goeie handelswijze daarin is waarvan H. ons hier een voorbeeld geeft: hij aanhoort de meningen van anderen en merkt dat één van zijn zekerheden, een stuk ‘gelijk’ dat hij meent te bezitten, bij die anderen niet aan bod komt.
wanneer ge zoiets merkt zijt ge niet alleen gejost en gesjareld maar ook nog ’s dik bij de aap gelogeerd, want zulk een vaststelling noopt u tot expressie van uw gelijk. aja: “allez, mensen, ziét ge dat nu niet!” dat soort onaflatende irritatie, een gelijksjeuk die ge enkel weg krijgt door het ergens op te krabbelen, als kleine vandaal op ’t toilet, of als grote snoeshaan op uw blogske zoals uw dienaar.

gelijksjeuk evenwel, zo merken we, is ook enigszins verslavend, nu ja, in die mate zelfs dat ge meestal als gelijkjeukpatient-in-een-gevorderd-stadium weigert in te zien dat ge met uw gelijk honderd miljoen jaar openstaande deuren aan het intrappen zijt.

tja, dat komt natuurlijk omdat ge zo hard aan’t blazen zijt, dat ge niet in de mot hebt dat ge in uw zog het stof van al de oude gelijkjeukhebbers aan het opzuigen zijt, en eens dat die vanonder hun stof uit zijn beginnen die ook weer voluit te lameren è.

soit, tot zover het blazen en het zuchten van de jeukpatienten. de Harusmuze had het eigenlijk feitelijk (sorry Chantal) wel over het loop-karakter van de Schepping daar het Hier en Nu Altijd Al een Eeuwige Terugkeer is è. Was, Zal zijn.

bon, ge snapt et wel, ik zie’t want ge begint al te blazen…joa, al het nieuwe is een illusie opgewekt door een opwelling in het oude, een braakneigingske bij ’t verteren van het Teveel van het Rot…

Harusmuze #283



// laaf leef :: fel faal

283 – angst is de angst voor het gebrek aan angst voorbij het keerpunt

hexagram 10 履 – LU – ‘treden’

Lees over het Harusmuzeprogramma

Bekijk alle Harusmuzes

input:

https://dirkvekemans.com/2018/11/30/harusmuze-165/

commentaar:

er wordt wel eens beweerd dat angst ‘uiteindelijk’ angst voor de dood is, en dat kan wel enigszins kloppen omdat je, onafhankelijk van het voorwerp van je angst, toch altijd weer blijkt een of ander einde te vrezen, en hoe erger de angst, hoe duidelijker het ‘als dan’ is in de gedachte ‘als ik dit doe of als er dit gebeurt, dan…’ hoe dichter je bij evidente doodsangst uitkomt.

de pleinvrezige: ‘als ik daardoor, moet ga ik dood’
de smetvrezige: ‘als ik die hand schud, word ik zo weer ziek’

vandaar ook die nette Aristoteleske indeling der angsten en fobieën op hun voorwerp met daaronder de trechter van de doodsangst.

maar, lieve vingerbevertjes: bekijk toch ook eens de positieve kant van het verhaal! angst heeft ook een positief voorwerp, want angst beschermt, ze behoedt u voor allerlei narige dingen zoals drukke festivalweides met bier en braadworstmorsende kunkels, ze houdt u verre van die o zo knappe Marlon met al zijn vieze ziektes want ja dat weten we wel dat ie niet snel een kans voorbijgaat.

angst is ook een kennisverwervingsmotivator, net zoals de springintveldse euforie die ons bij het nieuwe brengt. vandaar dat we binnen de NKdeE Bewegingsleer al die voorwerpen laten wat ze zijn, fictieve dingen namelijk die de rol vervullen van een bepaald dwz benoembaar keerpunt in de emotieve dynamiek.

er is het gebeuren van het subject waardoor het gebeuren van de angst een opwelling is, veroorzaakt door het perceptiegebeuren dat maakt dat het subject een voorwerp van angst ontwaart en als dusdanig herkent op basis van eerdere angstgevoelens: de angst wordt getriggerd en aldus ontstaat er een keerpunt, een point of no return waarnaar de angst wordt gestuurd als naar een attractiepool: aldus komt er een angststroom op gang die het onbekende (we weten niet of het voorwerp in onze perceptie wel degelijk onze angst vereist maar hebben sowieso schrik voor het onbekende, de grote leegte voorbij het keerpunt, daar, in dat enge daar achter het angstvoorwerp.

wat daar achter ligt is immers steevast het grote Niets, het Onbenoembare, het niet-Zijn, het geen-Dingen-meer. Het spookbeeld, de antipode van het Zijn en de Dingen dus, dat wat ook onze onverkwikkelijke ontologische verslaving in stand houdt, we hebben het Zijn en de Dingen werkelijk nodig, zoals Vaihinger ook al wist: we kunnen niet leven zonder de fictie daarvan. wij simpelen van duale geest toch!

De angst kent dan ook als enige, radicale oplossing het ‘de angst onder ogen zien’, het ‘door de angst heen gaan‘: want wat er dan gebeurt is dat we effectief voorbij het keerpunt van de angst ‘gaan’ (een beetje zoals we van Microsoft ergens naartoe moeten gaan elke dag) en ja, tja, dat is gewoon een keerpunt è, dan kan de beweging niet anders dan keren, met de bevrijdende perceptie van het ‘oude vertrouwde’ Zijn met haar benevolente Dingen tot onafwendbaar gevolg.

op die wijze bekeken is de angst dus het mechanisme bij uitstek dat onze levensnoodzakelijke ficties in stand houdt, tot ver buiten het ons denkbare een veilige buffer voor het Zijn en de Dingen achter het Noodlottig gedachte Keerpunt van de Dood.

misschien, zelfs, als we het dan toch zo durven te stellen, is de angst wel een soort slingshotmaneuver in de dynamiek van de eeuwige terugkeer…

commentaar bij de embleemtekst:

de dubbele dubbele punt in de formule staat voor ‘verhouden zich tot elkaar zoals’ dus a b :: c d wil zeggen a en b verhouden zich tot elkaar zoals c en d.

om de geautomatiseerde schrijverij mogelijk te maken zouden er vele lijsten van dit soort uitspraken moeten aangemaakt worden, om de AI te voeden, het leerproces aan te scherpen met echt ‘taalgevoel’
Zoiets kan makkelijk volgens de beproefde Google-methode: je laat dat middels ‘spelletjes’ door de massa’s van alle aandacht en menselijkheid gedepriveerde ‘gebruikers’ doen, FB-verslaafden maar dan net een tikkeltje erger als u en ik.

neen dat is geen fabeltje, Google organiseert dat soort euh,’onderzoek’ al jaren. aja, het brengt op è

Harusmuze #105


harusmuze105

105 – zevenbladig zet de vijverster haar vijf gebieden uit. het vijverwater streeft gestaag en onversaagd naar meesterschap in het gevijverte

hexagram 10 履 – – ‘stappen’

scève

Pictura of Scève, Maurice: Délie (1544): OU MOINS CRAINS PLUS SUIS PRIS.
E11 – L’ oyseau au glus – Ou moins crains plus suis pris

Je vy aux raiz des yeulx de ma Deesse
Une clarté esblouissamment plaine
Des esperitz d’Amour, & de liesse,
Qui me rendit ma fiance certaine
De la trouver humainement haultaine.
Tant abondoit en faveur, & en grace,
Que toute chose, ou qu’elle dye, ou face,
Cent mille espoirs y sont encor compris.
Et par ainsi, voyant si doulce face,
Ou moins craingnoys, là plus tost je fus pris.

r.3: esperitz :’vital forces’ (McFarlane)

Harusmuze #59


harusmuze059

59 – een helpende hand is een reikende hand: help dus de hand stapsgewijs de hand te bereiken

hexagram 10 –   (lǚ) – ‘stappen’

scève

Taire, ou parler soit permis a chascun,
Qui libre arbitre a sa voulenté lye.
Mais s’il advient, qu’entre plusieurs quelqu’un
Te die: Dame, ou ton Amant se oblye,
Ou de la Lune il fainct ce nom Delie
Pour te monstrer, comme elle, estre muable:
Soit loing de toy tel nom vituperable,
Et vienne à qui un tel mal nous procure.
Car je te cele en ce surnom louable,
Pource qu’en moy tu luys la nuict obscure.