Harusmuze #280


//als het kittelt heeft je stem haar oor gevonden

280 – de bron welt op in droogte

hexagram 35 晉 – JIN – ‘vooruitgang’

Lees over het Harusmuzeprogramma

Bekijk alle Harusmuzes

input:

https://dirkvekemans.com/2018/12/03/harusmuze-168/

commentaar:

sic transit gloria mundi. het verval evenwel duurt een eeuwigheid en het kan altijd nog een stuk erger, want elk vermeend eindpunt is maar een keerpunt naar een diepere wending, een nieuwe perforatie in het geaccumuleerde rot.

uiteindelijk is het dus de transitie die je dient te accepteren, want daar leef je in: noch de vergane glorie, noch het eindpunt dat misschien nog rust belooft liggen binnen handbereik, en het is enkel met onze handen dat we kunnen denken, schrijven en doen.

onze generatie van gepriviligieerden behelst de erfgenamen van de erfgenamen van de exploitanten die moordden, plunderden, verkrachten en verdrukten teneinde hun erfenis te bewerkstelligen, de weelde van hun goederen tot ons te brengen.
hun moorden, plunderingen, verkrachtingen en verdrukkingen betrof de voorouders van hen die nu aan onze poorten staan met een uiterst rechtmatige claim op deelname aan de kosmopolis, de globale stad die in ons, door ons en rondom ons vervalt tot het gekende rot (zie de onuitputtelijke bibliografie).

het wordt warmer, dat alvast.
het water stijgt, de lippen zakken en de woorden deinen uit tot een oceaan van oeverloos geblaat.

we hebben nog een weg te gaan, tot het weer droog wordt achter onze rode oortjes. misschien kunnen we van de lange, lange weg, beter een aangename wandeling maken waarin we geduldig luisteren naar de noden van de ander.

als de ander dan geheel democratisch stemt op iemand die van de vrouw zegt dat het maar een kutslons is die aan de afwas hoort, kunnen we misschien begrijpen dat het niet de mensen zijn die daarom op die oetlul stemden en die dat zeggen, maar dat zij geheel iets anders willen zeggen aan de geprivilegieerden die zich niet geheel ten onrechte in hun privileges bedreigd voelen.

o hemeltje wat zou dat zijn? er is toch aldi, drank en drugs en medicijn? staan wij niet klaar met volle spuiten gratis dood bij psychisch lijden? is het niet heerlijk om naar onze gezangen te luisteren bij de ondergaande zon op de terrassen? trekken wij niet jaarlijks tot drie maal toe dapper ten strijde in onze verre bestemmingen en branden wij niet stralend wit en breed de kerosine over gans het hemelrijk?

voorwaar waaraan hebben wij deze ondankbaarheid te wijten, dat u niet luisteren wil naar onze dagelijkse mompelingen omtrent een goed bestuur maar dat u zich tot zulk sujet gaat wenden die niet eens zijn Nietzsche kent!