Harusmuze #463

22B111

463 – ‘Eeuwigheid’ en ‘oneindigheid’ zijn enkel nodig voor ons begrip van plaats en tijd.

hexagram 59渙 (huàn) – ‘oplossing’

invoer

commentaar

eeuwigheid is onbetaalbaar en toepassingen op basis van oneindigheid zijn enkel op korte termijn rendabel

Harusmuze #443

443 – respecteer de ongelijkheid onder de gelijkwaardigen en de gelijkwaardigheid van de verschillenden

hexagram 59 (huàn) –  “Oplossen”

invoer

https://dirkvekemans.com/2018/06/20/harusmuze-5/

scève

Combien qu’a nous soit cause le Soleil
Que toute chose est tresclerement veue:
Ce neantmoins pour trop arrester l’oeil
En sa splendeur lon [=l’on] pert soubdain la veue.
Mon ame ainsi de son object pourveue
De tous mes sens me rend abandonné,
Comme si lors en moy tout estonné
Semeles fust en presence ravie
De son Amant de fouldre environné,
Qui luy ostast par ses esclairs la vie.

Harusmuze #362

22B53

362 – uw leven is uw werk: vertier, plezier, labeur, Ellende voor de kerk

hexagram 59 (huàn) – “Oplossen”

input

https://dirkvekemans.com/2018/09/11/harusmuze-86/

commentaar

voor de Neue Kathedrale des erotischen Elends, de kerk waarvan de Harusmuze spreekt, heeft iedereen een oeuvre, een levenswerk, aja, want iedereen is evenzeer auteur of knutselaar.

ons levenswerk verloopt breed genomen in vier fazen: in de lente is’t vertier, in de zomer plezier, in de herfst labeur en in de winter tja, sterk erotisch gekleurde ellende.

en: it all goes up in flies/files : heel uw oeuvre wordt na uw dood verbeurd verklaard en eigendom van de kerkfabriek.

aja è, meepakken kunt ge al dienen brol niet hoor…

scève

Ne du passé la recente memoyre,
Ne du present la congneue evidence,
Et du futur, aulcunesfoys notoyre,
Ne peult en moy la sage providence:
Car sur ma foy la paour fait residence,
Paour, qu’on ne peult pour vice improperer.
Car quand mon coeur pour vouloir prosperer
Sur l’incertain d’ouy, & non se boute,
Tousjours espere: & le trop esperer
M’esmeult souvent le vacciller du doubte.

Harusmuze #335

// de kwaliteit is eenheid van toekenning

335 – het ene is enkel denkbaar als je het weggeeft

hexagram 59 – huàn – “Oplossen”

input

https://dirkvekemans.com/2018/10/08/harusmuze-113/

commentaar

het ene dat het Ene is in onze gedachten, het Al, waartoe wij dan denken te willen behoren, of anders, gewoon: het ene als eenheid, het ene als dusdanig dat we dan laten samenvallen met het cijfer 1: we kunnen geen van die ‘dingen’ denken zonder meteen ook òf 1. de verdeling van het ene òf 2. het andere dat het niet-ene is (óf het andere dat anders is dan het ene als onderscheiden van het niet-ene dat enkel niet het ene zou zijn) òf 3. het tweede en het daaropvolgende te denken.

probeer het gerust ’s uit: de leegte van het Ene is rustgevend zelfs, net omdat je altijd er rond blijft denken in één van de aangegeven richtingen.

daarom zou je kunnen stellen dat we het ene enkel echt denken als het ene als we er niet op bedacht zijn dat we het ene hanteren in onze gedachten: wanneer we zeggen dat iets of iemand of een gebeuren ‘goed’ is of ‘slecht’ of ‘warm’ of ‘stevig’: bij het toekennen van een kwaliteit denken we waarlijk het onverdeelde Ene dat nooit het andere is en ook nog niet het niet-ene, laat staan het tweede of het daaropvolgende. immers: de kwaliteit die we toekennen is een zuiver geheel: als je iets een eigenschap toekent geef je de eigenschap altijd in haar geheel weg: je kan dat wel aangeven dat de eigenschap slechts ten dele van kracht/toepassing is op of geldt voor het voorwerp van de toekenning maar de eigenschap die je dan denkt is een rein, onverdeeld geheel waar er ook geen tweede van bestaat: je gebruikt de kwaliteit volkomen als eenheid van toekenning.

het tellen is dan uiteraard het recursief toekennen van de kwaliteit 1 aan het cijfer 1, als je telt doe je meestal geen grondslagenonderzoek naar de mathesis.

het Ene is wat dat betreft geheel gelijk aan het Zijn en de Dingen: alleen als het gebeurt, als je het weggeeft, ‘bestaat’ het en dat ‘bestaan’ is ongeveer even interessant als het bestaan van ‘wokkel’ als je een keer of twintig ‘wokkel’ hebt gezegd of gedacht (als je het zegt ervaar je het sneller).

dus: weg met het Ene, geef het al gauw aan de ander…

scève

Pour la fraicheur Delie se dormoit
Sur la fontaine, & l’Archier en personne,
Qui dedans l’eau d’elle, que tant aymoit,
Voit la figure, & aulcun mot ne sonne:
Car en ce lieu sa mere il souspeçonne,
Dont il se lance au fond pour la baiser.
Hà, dy je lors, pour ma Dame appaiser,
Tu pleures bien cest Amour en ces eaux,
Et si ne plaings le mien, qui pour se ayser,
Se pert du tout en ces deux miens ruysseaulx.

Harusmuze #324

// elk tellen vereist verbeelding van het niets

324 – de voldoening gaat voorbij aan haar verwoording

hexagram 59 – 渙 – HUÀN – “Oplossen”

input

https://dirkvekemans.com/2018/10/19/harusmuze-124/

commentaar

wanneer het ware en het schone samenvallen in het toeval van een moment, heerst er alom de voldoening, maar het voldane loopt, wanneer men zoekt het te verwoorden, over in de fictie van het voldaan zijn, en de voldoening zelf verdwijnt dan in het vullen dat reeds afgelopen is, ver voorbij het heersen dat een vorm is al van het voldaan zijn louter om zichzelf: aldus gaat elke verwoording van de voldoening voorbij aan het gebeuren dat men als voldoening of verlossing als bij toeval kan ervaren.

scève

Les rhetz dorez, dont Amour me detient
Lyé, & pris soubz tes vermeilles roses,
Desquelles l’un, & l’aultre relief tient
Un ordre uny de tes perles encloses,
M’ont captivé l’esprit, ou tu reposes
Avecques moy, & ou tu me nourris
Par doulx accueilz, & gracieux soubriz,
Par sainctes moeurs, qui font evidamment
Un Paradis a tous espritz marriz,
Et au mien tristé un Enfer ardemment.

4. Un ordre uny de tes perles encloses : de perfecte tanden van Délie, een van de weinige keren dat Scève terugvalt op de Petrarcistische cliché’s

Harusmuze #322

// het een ziet het anders om zich heen

322 – het andere zoekt zichzelf in jou

hexagram 59渙 – huàn – “Oplossen”

input

https://dirkvekemans.com/2018/10/21/harusmuze-126/

commentaar

de NKdeE Bewegingsleer, in haar meer mystieke kronkelingen, hecht weinig waarde aan het individuele bewustzijn, zoals wij dat aan den lijve ondervinden. wat het ene denkt te zien is het ene, maar dan anders omdat elkeen anders kijkt naar hetzelfde en zichzelve niet herkennen kan in het zien dat door het ene heen gebeurt.

het meeste denken op de markt rond zielen enzo is ons dan ook wat het is: Brol, antropocentrische doekjes voor het bloeden en vermarkting van het denken in functie van de efficiënte exploitatie van de ‘zieleroerselen’ van de consument.

want als je dan die ander alles af ziet speuren en je ziet haar/hem/d’r ook in jou zichzelf niet zien, tja, sè, ach, weet dan dat het ene zelf zichzelf ook in jou aan het zoeken is, ook al ziet het er nooit zo uit, want mochten jullie ooit elkaar zien in het zien dat daar gebeurt, het zou geen zien meer zijn, maar louter gebeuren dat in elkaar verstrengelt, sneller dan het licht zodat het zien oplost in het Onmogelijke dat wij pogen denkbaar te maken, hoezeer zelfs dat waarschijnlijk helemaal niet kan.

toch niet bij leven en welzijn. maar waarom niet, zo vraagt gij misschien nog, wijzende naar al het leed dat wij met ieder delen? awel è:

’t zal u leren.

scève

Merveille n’est, Deesse de ma vie,
Si en voyant tes singularitez
Me croist tousjours, de plus en plus, l’envie
A poursuyvir si grandes raritez.
Je sçay asses, que noz disparitez
(Non sans raison) feront esbahyr maints.
Mais congnoissant soubz tes celestes mains
Estre mon ame heureusement traictée,
J’ay beaucoup plus de tes actes humains,
Que liberté de tous tant souhaictée.

Harusmuze #302


//de brand als keerpunt (detailopname ±1950 – ±2080)

302 – de abstractie abstraheert de abstractie tot ze concreet genoeg lijkt. de toepassing ook.

hexagram 59渙 – HUAN – ‘oplossen’

Lees over het Harusmuzeprogramma

Bekijk alle Harusmuzes

Harusmuze Doc

input:

https://dirkvekemans.com/2018/11/11/harusmuze-1462/

commentaar:

ik ben niet alleen geen Fransman, ik ben ook nog ’s Belg, dus het enige wat ik mij bij het begrip ‘nationaal monument’ kan voorstellen is Manneken Pis of het Atomium, en met alle respect voor die hemelse belgitudes: mijn gevoelens daarbij zijn eerder plattekens. Als er weer ’s een snotneus ons nationaal piemeltje van zijn sokkel haalt of als er hogere instanties het in hunne hoofden halen om de negen ballen te gaan opblinken lig ik, noch enig ander Belg daar echt wakker van.

we kunnen dus met grond stellen dat het begrip ‘nationaal monument’ voor mij steeds iets abstract blijft: ik kan er mij wel iets bij voorstellen, en mijn sympathie barstte los uit alle poriën in mijn dichterslijfke toen ik de vlammen zag uitslaan, het tere torentje kantelen en de verbijsterde treurnis op de gelaten der geshockeerde Fransen aanschouwde, maar het monument kennen en voelen als monument, als ‘mijn monument’: nope, sorry è.

dit is weer, zo dacht ik meteen bij die beelden – om bovenvermelde redenen niet echt aangeslagen in die mate dat het de gang van mijn immer voortwoekerende gedachten kon stelpen – dit is weer zo’n historisch keerpunt.

de Val van de Muur in Berlijn. 9/11. de Brand in de Kathedraal.

zo werkt immers ons op abstraheren ingestelde brein: bij het voorval dat volslagen onbegrijpelijk is, zoeken wij het voorval meteen te plaatsen in een reeks van het bekende, opdat wij er alsnog een betekenis aan zouden kunnen toekennen.

zodat het toch niet totaal zinloos is, was: een vonkske ergens op de grainier waar Quasimodo schuifelde, een kabelke dat zich bloot gaf aan een plaske daar en whoooosh daar gaat het monument.

aldus zien wij het gebeurde toch nog gevat in een verhaal, en wordt het zegbaar ook, we kennen het de tel toe van betekenis en vertellen het, herinneren de dag voortaan ook jaarlijks, zolang de aldus gegenereerde betekenis stand kan houden.

maar verder kan er nu hierover nog niets gezegd worden, het gebeuren is nog geen gebeurtenis, de plaats voor het spreken moet eerst nog worden gereinigd door de treurnis die ons met alle Fransen diep in onze harten treft.

Scèvezeef:

Amour plouroit, voire si tendrement,
Qu’a larmoyer il esmeut ma Maistresse,
Qui avec luy pleurant amerement,
Se distiloit en larmes de destresse.
Alors l’Enfant d’une esponge les presse,
Et les reçoit: & sans vers moy se faindre,
Voicy, dit il, pour ton ardeur estaindre:
Et, ce disant, l’esponge me tendit.
Mais la cuydant a mon besoing estraindre
En lieu d’humeur flammes elle rendit.

(het effect van de tranen uit D301 – dit dizain stond destijds in hoog aanzien afgaande op de vermelding ervan in Art Poëtique françoys (1548) van T. Sebillet)