Harusmuze #452

22B14b

452 – het teveel is altijd tijdelijk, het tekort is altijd plaatselijk

hexagram 38 –  (kuí) – “Tegenstelling”

commentaar

  • de tijd dringt, de ruimte vernauwt.
  • het leven heeft het exces van de tijd nodig op de haar toegemeten, de beperkte ruimte: dat is biokapitaal, het leefgeld in de a-lineaire Geldruimte. het biokapitaal motiveert, het geeft de zin van het leven, de goesting.
  • als we het leven willen synthetiseren zal het ons evenveel aan kapitaal kosten om het ‘natuurlijke’ gebrek aan het teveel van de tijd te compenseren (wet van het behoud van energie): de miljarden aan onderzoek worden niet besteed aan het in stand houden van natuurlijk leven (‘life is cheap’)
  • andere dimensies kunnen andere, voor ons niet waarneembare vormen van non-leven herbergen
  • als we het teveel van de tijd zien, zien we het tekort van de ruimte niet, en omgekeerd.

invoer

https://dirkvekemans.com/2018/11/20/harusmuze-155/

Harusmuze #446

22B25

446 – de dood heeft geen omvang

hexagram 38 –  (kuí) – “Tegenstelling”

invoer

https://dirkvekemans.com/2018/06/17/harusmuze-2/

commentaar

denken over de dood is, in klassiek-ontologische taal, denken over het object van de angst: elke vorm van angst lijkt ‘in wezen’ terug te voeren tot een angst van het verliezen van ‘alles’, van de ‘wereld’, het ‘leven’.

maar de wereld is geen woord of een eigendom. de wereld ‘is’ niet, de wereld gebeurt. de wereld is de wereld is de wereld niet. het gebeuren duurt voor jou zolang je tellen kan, zolang je zelf telt. die ‘duur’ zelf is een tellen, een kwantificatie van een ‘beleving’.

bij de dood houdt de beleving op, het tellen stopt.

maar waar is de dood? waar is dat object achter al onze objecten van angst? of is er nog iets angstaanjagend onbekends, een ‘het onbekende’ dat verschilt van ‘de dood’? maar waar is dat onbekende dan?

nergens. noch de dood noch het onbekende, het Buiten, hebben een omvang.

onze angst is omvangrijk. die neemt af en neemt toe. het lijkt wel dat onze angst de dood zoekt, haar object wil vatten, net zoals de liefde haar object wil vatten en het schoonheid noemt, of waarheid, wijsheid of lust.

ja, misschien ‘maakt’ de angst de dood wel, net zoals de liefde in de filosofie de waarheid maakt, produceert. ook daar geldt immers: waar is de waarheid? waar is de schoonheid? god? niets daarvan heeft omvang.

zijn god en de dood samen gestorven?

Harusmuze #385

22B94

385 – de angst voor het vreemde verbergt het geheim van de leegte

hexagram 38 (kuí), “Tegenstelling”

input

https://dirkvekemans.com/2018/08/19/harusmuze-63-2/

commentaar

als men de angst voor het vreemde aanhaalt in de strijd tegen het racisme bv. is het o.i. raadzaam om die angst nauwlettend te proberen duiden.
zo’n duiding van een emotioneel gebeuren is uiteraard zeer moeilijk omdat je in het bestuderen van de emotionaliteit onmiddellijk geconfronteerd wordt met de fictie van elk essentialisme: dé angst bestaat niet, de angst is een spectrum, zegt men dan, van emoties.
meestal begint men dan alsnog aan een categorisatie, en wel op basis van het ‘object’ van de emotie, en daarmee verzelfstandigt men dan stilzwijgend de emotie zelf tot een subject, tot een agens dat zichzelf naar iets toewerkt.
maar de emotie is nooit louter subject, dat is zij enkel in de externe beschouwing, en het object van de emotie is evenmin eenduidig : elk object van elke emotie spat ogenblikkelijk uiteen en maakt diffuse bewegingen, ‘besmet’ de omgeving.
zo maakt het geluk elke plaats tot een geluksplaats, de liefde bekleedt het meest banale contingente object met liefde, de angst zorgt voor een uitdeinende ‘klimaat’ van de angst. de oorzaak hiervan zoek ik in het recursieve verloop van emoties: elke emotie gebeurt als een productie van die emotie vermeerderd met de perceptie ervan, een uitslaande brand…

in de Bewegingsleer van de NKdeE proberen we de beweging zelf te duiden en niet de markante punten waardoor de beweging passeert. uiteraard maken we ons daardoor ook schuldig aan een essentialisme omdat we de beweging dan tot stabiel object reduceren, maar we doen dat bewust en de impact van de reductie is minimaal in vergelijking met het streven naar uitspraken als ‘racisme komt voort uit angst voor het vreemde’ met ‘oplossingen’ of mediëring van die diagnose door ‘maak het vreemde vertrouwd en vermijd zo racisme’. het is niet voor niets dat men steevast terugkomt van dat soort ‘oplossingen’ met een mededeling dan in de trant van ‘ach het is complexer dan dat’.

uiteraard is het steevast complexer dan dat omdat wat er ‘is’ louter de expressie is van het gebeuren zoals wij die ‘lezen’, en elke expressie is altijd singulier en eindeloos complex.
het is daarom dat de wetenschap steevast een Vaihingeriaans ‘as if’ hanteert als het haar studieobjecten benadert: men doet aannames waarvan men weet dat ze niet kloppen, dat ze te grof zijn, en op termijn nefast zelfs, maar men doet het toch omdat het nou eenmaal wérkt.

op een soortgelijke wijze, met dezelfde terughoudendheid benadert de Gignomenologie de bewegingen die het onderscheidt in het Gebeuren.

op die manier proberen we dan een abstractie te maken van het traject van een beweging. een traject is noch object, noch subject, noch Whitehead’s ‘superjet’, het is een analogie in het Deiktisch Oponthoud van het gebeuren.

we dienen het woord ‘analogie’ hier te hergronden als een gelijkaardige beweging doorheen woorden of semantische velden. in de orakelspreuk ‘de angst voor het vreemde verbergt het geheim van de leegte ‘ voert de harusmuze een analoge beweging door de semantische velden ‘angst’, ‘vreemde’, ‘verbergen’, ‘geheim’ en ‘leegte’ die in het Deiktische Oponthoud (bref: het talige denken) gelijkaardig is aan wat er in het ‘echte’ gebeuren plaats lijkt te vinden. aan de hand van de geabstraheerde beweging in het D.O. kunnen we de beweging in het echt waarnemen, een beetje zoals je als kind pas cirkels leert zien van het moment dat iemand je uitlegt wat een cirkel is, daarvoor ‘bestonden’ die immers niet.

om de spreuk van de Harusmuze te ‘begrijpen’ moeten we ze niet ‘doorgronden’ of ‘expliceren’ maar we moeten de beweging gewoon mee MAKEN in onze hoofden, in onze eigen gedachten.
de orakelspreuk is letterlijk bewegingscode voor de gedachte.

probeer het maar ‘s: denk heel geconcentreerd en met voldoende pauze om rond te lopen in elk semantisch veld, de gedachte ” de angst voor het vreemde verbergt het geheim van de leegte”.

als ge dat op het juiste tempo doet, gaat ge zeggen: “aja, natuurlijk, zo is dat, dat weet toch iedereen “

inderdaad. en iedereen vergeet ook weer ogenblikkelijk alles als het hen goed uitkomt.

scève

Dessus ce Mont, qui la Gaule descouvre,
Ou l’on entent les deux Soeurs resonner,
Lors que la nuict a l’esprit sa guerre ouvre,
Je luy voulois paix, & repos donner,
Avec le lict cuydant abandonner
Mes tristes pleurs, mes confuses complainctes.
Quand le Soleil dessus ses roues painctes
Celle a mes yeulx soubdain representa,
Qui par douleurs, ny par cruaultez maintes
De ce coeur sien oncques ne s’absenta.

Harusmuze #338

// een lijn verdeelt het niets

338 – een bal op een traject is op elk moment van het traject evenzeer bal als traject

hexagram 38 –   kuí – “Tegenstelling”

input

https://dirkvekemans.com/2018/10/05/harusmuze-110/

commentaar

in sommige commentaren ook begrepen als: “de wilde tijger wil als een storm bedwongen worden en de diepe dalen golven mee”

scève

Affection en un si hault desir
Poulsa le Coeur, qu’il y attira l’Ame
Toute credule, & d’un noveau plaisir
(Combien que vain) si doulcement l’enflamme,
Que toute ardente en si confuse flamme,
Moins si congnois, quand plus de douleur sent.
Que songe cheoir en un peril recent,
Pene, & tressue encores qu’il s’esveille:
Parquoy je souffre & present & absent,
Comme enchanté d’amoureuse merveille.

r.6: si congnois : staat er zo in beide edities maar de meeste tekstbezorgers willen dit gecorrigeerd zien tot een der opties se cognois(t) of s’y cognoist
het zou ook gewoon kunnen betekenen, zoals het r staat dan ‘dat terwijl ik minder weet (hoe minder ik weet), terwijl [het hart] meer pijn voelt’: het weglaten van de pv gebeurt wel meer in de gelatiniseerde écriture van Scève
men dient er mss rekening mee te houden dat dit dizain een antwoord kan zijn op Epigram XI van Pernette met dezelfde weglating van de pv in de pointe:

Comme le corps ne permect point de veoir,
A son esprit, ny sçavoir sa puissance :
Ainsi l’erreur, qui tant me faict avoir
Devant les yeulx le bandeau d’ignorance,
Ne m’à permis d’avoir la congnoissance
De celuy là, que pour pres le chercher
Les Dieux avoient voulu le m’approcher :
Mais si hault bien ne m’àsceu apparoistre.
Parquoy a droict l’on me peult reprocher,
Que plus l’ay veu, & moins l’ay sceu congnoistre.

Saulnier zegt hiervan dat het waarschijnlijk van latere datum is: “L’ Elegie V, Confort, peut dater de la derniere periode de la vie de Pernette, entre le moment of elle quitta Sceve et sa maladie. De meme pour l’épigramme XI, ou Pernette se reproche de n’avoir pas su “connaitre” son ami tant qu’elle l’avait aupres d’elle. ”
Verdun L. Saulnier, ÉTUDE SUR PERNETTE DU GUILLET ET SES RYMES: AVEC DES DOCUMENTS INÉDITS , Bibliothèque d’Humanisme et Renaissance, T. 4 (1944), p. 19

Harusmuze #210

w

210 – wetten willen van de vrije wil niets weten

hexagram 38 –  (kuí) – “Tegenstelling”

input:


// who is what and what is where

Rodin + Héraclite

commentaar

het vrijheidsbegrip van de NKdeE Bewegingsleer berust op de bevrijding, de verlossende beweging weg van het ego, de oplossing van het persoonlijke en het menselijk-beperkte in de wereldziel.

het concept ‘vrije wil’ lijkt dan ook een samengestelde vector te zijn van de nood aan bevrijding en het verzet van de cognitieve betrachting, ook in haar uiterst nijdige vormen en is als dusdanig niet erg bruikbaar want nodeloos complex. elke notie van ‘vrije wil’ duidt een volslagen onvrije toestand aan waarbij het ego geheel is overgeleverd aan de impulsen van de nijd in hun diverse gradaties van rationalisering. die rationalisering is uiteraard ingegeven door het feit dat er tussen droom en daad niet alleen praktische bezwaren maar vooral ook wetten bestaan die de ander tegen de ongebreidelde uitoefening van jouw ‘vrije wil’ dienen te beschermen.

wanneer deze wetten naar behoren zijn opgesteld zullen zij niet responsief blijken voor uw nijdige rationalisaties: wetten willen van de vrije wil niets weten.

In plaats van zichzelf te bevrijden komt men dus door het nastreven van de ‘vrije wil’ uit bij een dubbele onvrijheid: de onvrijheid aan de eigen humane beperking en die aan de nu eenmaal noodzakelijke samenlevingswetten.

als men daarentegen de wil kan heroriënteren naar de betrachting van de persoonlijke bevrijding en het schenken van impulsen tot zelfbevrijding aan de ander, kan men zich een radicaal anders concept van ‘vrije wil’ indenken, een wil tot bevrijding eerder dan een ongemoeid gelaten rondslingeren van de ‘vrije’ wil.

wellicht is het dan beter te spreken van een ‘vrijheidswil’.

daarbij dient opgemerkt dat deze heroriëntatie totaal wat anders is dan een rationalistische verknechting van de wil zoals we die kennen uit de religieuze ascese. op dergelijke wijze kan men, zo zegt de Harusmuze, enkel een uiterst steriele verlichting of verlossing bereiken die louter berust op negatie van het reële.

ware verlossing berust op de volledige transformatie van het bedrukkende tot expressie: de zucht van verlichting.

uiteraard is elke vorm van heroriëntatie van de energetische stromen van de wil aan verandering onderhevig. de goede richting is slechts een goede richting tot ze genomen wordt.

Harusmuze #107

107

107 – zo de pen krast, zo kraakt de hemel:  het schrift jaagt de stem voor zich uit zoals de donder de bliksem

hexagram 38 睽 – kuí – ‘tegenstellingen’

scève

Fortune forte a mes voeutz tant contraire
Oste moy tost du mylieu des Humains.
Je ne te puis a mes faveurs attraire:
Car ta Dame à ma roue entre ses mains.
Et toy, Amour, qui en as tué maintz:
Elle à mon arc pour nuire, & secourir.
Au moins toy, Mort, vien acoup me ferir:
Tu es sans Coeur, je n’ay puissance aulcune.
Donc (que crains tu?) Dame, fais me mourir,
Et tu vaincras, Amour, Mort, & Fortune.