Harusmuze #385


22B94

385 – de angst voor het vreemde verbergt het geheim van de leegte

hexagram 38 (kuí), “Tegenstelling”

input

https://dirkvekemans.com/2018/08/19/harusmuze-63-2/

commentaar

als men de angst voor het vreemde aanhaalt in de strijd tegen het racisme bv. is het o.i. raadzaam om die angst nauwlettend te proberen duiden.
zo’n duiding van een emotioneel gebeuren is uiteraard zeer moeilijk omdat je in het bestuderen van de emotionaliteit onmiddellijk geconfronteerd wordt met de fictie van elk essentialisme: dé angst bestaat niet, de angst is een spectrum, zegt men dan, van emoties.
meestal begint men dan alsnog aan een categorisatie, en wel op basis van het ‘object’ van de emotie, en daarmee verzelfstandigt men dan stilzwijgend de emotie zelf tot een subject, tot een agens dat zichzelf naar iets toewerkt.
maar de emotie is nooit louter subject, dat is zij enkel in de externe beschouwing, en het object van de emotie is evenmin eenduidig : elk object van elke emotie spat ogenblikkelijk uiteen en maakt diffuse bewegingen, ‘besmet’ de omgeving.
zo maakt het geluk elke plaats tot een geluksplaats, de liefde bekleedt het meest banale contingente object met liefde, de angst zorgt voor een uitdeinende ‘klimaat’ van de angst. de oorzaak hiervan zoek ik in het recursieve verloop van emoties: elke emotie gebeurt als een productie van die emotie vermeerderd met de perceptie ervan, een uitslaande brand…

in de Bewegingsleer van de NKdeE proberen we de beweging zelf te duiden en niet de markante punten waardoor de beweging passeert. uiteraard maken we ons daardoor ook schuldig aan een essentialisme omdat we de beweging dan tot stabiel object reduceren, maar we doen dat bewust en de impact van de reductie is minimaal in vergelijking met het streven naar uitspraken als ‘racisme komt voort uit angst voor het vreemde’ met ‘oplossingen’ of mediëring van die diagnose door ‘maak het vreemde vertrouwd en vermijd zo racisme’. het is niet voor niets dat men steevast terugkomt van dat soort ‘oplossingen’ met een mededeling dan in de trant van ‘ach het is complexer dan dat’.

uiteraard is het steevast complexer dan dat omdat wat er ‘is’ louter de expressie is van het gebeuren zoals wij die ‘lezen’, en elke expressie is altijd singulier en eindeloos complex.
het is daarom dat de wetenschap steevast een Vaihingeriaans ‘as if’ hanteert als het haar studieobjecten benadert: men doet aannames waarvan men weet dat ze niet kloppen, dat ze te grof zijn, en op termijn nefast zelfs, maar men doet het toch omdat het nou eenmaal wérkt.

op een soortgelijke wijze, met dezelfde terughoudendheid benadert de Gignomenologie de bewegingen die het onderscheidt in het Gebeuren.

op die manier proberen we dan een abstractie te maken van het traject van een beweging. een traject is noch object, noch subject, noch Whitehead’s ‘superjet’, het is een analogie in het Deiktisch Oponthoud van het gebeuren.

we dienen het woord ‘analogie’ hier te hergronden als een gelijkaardige beweging doorheen woorden of semantische velden. in de orakelspreuk ‘de angst voor het vreemde verbergt het geheim van de leegte ‘ voert de harusmuze een analoge beweging door de semantische velden ‘angst’, ‘vreemde’, ‘verbergen’, ‘geheim’ en ‘leegte’ die in het Deiktische Oponthoud (bref: het talige denken) gelijkaardig is aan wat er in het ‘echte’ gebeuren plaats lijkt te vinden. aan de hand van de geabstraheerde beweging in het D.O. kunnen we de beweging in het echt waarnemen, een beetje zoals je als kind pas cirkels leert zien van het moment dat iemand je uitlegt wat een cirkel is, daarvoor ‘bestonden’ die immers niet.

om de spreuk van de Harusmuze te ‘begrijpen’ moeten we ze niet ‘doorgronden’ of ‘expliceren’ maar we moeten de beweging gewoon mee MAKEN in onze hoofden, in onze eigen gedachten.
de orakelspreuk is letterlijk bewegingscode voor de gedachte.

probeer het maar ‘s: denk heel geconcentreerd en met voldoende pauze om rond te lopen in elk semantisch veld, de gedachte ” de angst voor het vreemde verbergt het geheim van de leegte”.

als ge dat op het juiste tempo doet, gaat ge zeggen: “aja, natuurlijk, zo is dat, dat weet toch iedereen “

inderdaad. en iedereen vergeet ook weer ogenblikkelijk alles als het hen goed uitkomt.

scève

Dessus ce Mont, qui la Gaule descouvre,
Ou l’on entent les deux Soeurs resonner,
Lors que la nuict a l’esprit sa guerre ouvre,
Je luy voulois paix, & repos donner,
Avec le lict cuydant abandonner
Mes tristes pleurs, mes confuses complainctes.
Quand le Soleil dessus ses roues painctes
Celle a mes yeulx soubdain representa,
Qui par douleurs, ny par cruaultez maintes
De ce coeur sien oncques ne s’absenta.

Advertenties

Harusmuze #338


// een lijn verdeelt het niets

338 – een bal op een traject is op elk moment van het traject evenzeer bal als traject

hexagram 38 –   kuí – “Tegenstelling”

input

https://dirkvekemans.com/2018/10/05/harusmuze-110/

commentaar

in sommige commentaren ook begrepen als: “de wilde tijger wil als een storm bedwongen worden en de diepe dalen golven mee”

scève

Affection en un si hault desir
Poulsa le Coeur, qu’il y attira l’Ame
Toute credule, & d’un noveau plaisir
(Combien que vain) si doulcement l’enflamme,
Que toute ardente en si confuse flamme,
Moins si congnois, quand plus de douleur sent.
Que songe cheoir en un peril recent,
Pene, & tressue encores qu’il s’esveille:
Parquoy je souffre & present & absent,
Comme enchanté d’amoureuse merveille.

r.6: si congnois : staat er zo in beide edities maar de meeste tekstbezorgers willen dit gecorrigeerd zien tot een der opties se cognois(t) of s’y cognoist
het zou ook gewoon kunnen betekenen, zoals het r staat dan ‘dat terwijl ik minder weet (hoe minder ik weet), terwijl [het hart] meer pijn voelt’: het weglaten van de pv gebeurt wel meer in de gelatiniseerde écriture van Scève
men dient er mss rekening mee te houden dat dit dizain een antwoord kan zijn op Epigram XI van Pernette met dezelfde weglating van de pv in de pointe:

Comme le corps ne permect point de veoir,
A son esprit, ny sçavoir sa puissance :
Ainsi l’erreur, qui tant me faict avoir
Devant les yeulx le bandeau d’ignorance,
Ne m’à permis d’avoir la congnoissance
De celuy là, que pour pres le chercher
Les Dieux avoient voulu le m’approcher :
Mais si hault bien ne m’àsceu apparoistre.
Parquoy a droict l’on me peult reprocher,
Que plus l’ay veu, & moins l’ay sceu congnoistre.

Saulnier zegt hiervan dat het waarschijnlijk van latere datum is: “L’ Elegie V, Confort, peut dater de la derniere periode de la vie de Pernette, entre le moment of elle quitta Sceve et sa maladie. De meme pour l’épigramme XI, ou Pernette se reproche de n’avoir pas su “connaitre” son ami tant qu’elle l’avait aupres d’elle. ”
Verdun L. Saulnier, ÉTUDE SUR PERNETTE DU GUILLET ET SES RYMES: AVEC DES DOCUMENTS INÉDITS , Bibliothèque d’Humanisme et Renaissance, T. 4 (1944), p. 19

Harusmuze #107


107

107 – zo de pen krast, zo kraakt de hemel:  het schrift jaagt de stem voor zich uit zoals de donder de bliksem

hexagram 38 睽 – kuí – ‘tegenstellingen’

scève

Fortune forte a mes voeutz tant contraire
Oste moy tost du mylieu des Humains.
Je ne te puis a mes faveurs attraire:
Car ta Dame à ma roue entre ses mains.
Et toy, Amour, qui en as tué maintz:
Elle à mon arc pour nuire, & secourir.
Au moins toy, Mort, vien acoup me ferir:
Tu es sans Coeur, je n’ay puissance aulcune.
Donc (que crains tu?) Dame, fais me mourir,
Et tu vaincras, Amour, Mort, & Fortune.