Harusmuze #309


//zuinigheid is het privilege van de rijken 

309 – de dingen dwingen de mensen te kiezen voor de waarheid van de leugen

hexagram 18 – GU – ‘heksenrot’

input

https://dirkvekemans.com/2018/11/03/harusmuze-139/

commentaar

van kindsbeen af wordt elke mens ingewikkeld in de double bind van het Hebben en het Zijn: de liefde die gebeurt, wordt al te snel vertaald naar liefde die gegeven is.

wat gegeven is wordt Ding, en daar de liefde het individu doet gebeuren, is wat het ego is, eens het als dusdanig is benoemd, aanvaard en gekoesterd, wat het is: een ‘ego’, een ‘ik ben’, dat dus gegeven was en daardoor schuldig aan zijn eigen oorsprong, zijn Zijn, dat uiteraard een verlaten was, hoezeer het daartoe ook gedwongen was, toen het nog niet geboren was.

het Kapitaal is hoe de taal die leugen, die inwikkeling van het gebeuren in de fictie van het Zijn, steeds opnieuw tot Waarheid maakt, want het Zijn en Dingen is alles wat we Hebben, niets dus dan een kapitale leugen.

Scève

Plus pour esbat, que non pour me douloir
De tousjours estre en passions brulantes,
Je contentois mon obstiné vouloir:
Mais je sentis ses deux mains bataillantes,
Qui s’opposoient aux miennes travaillantes,
Pour mettre a fin leur honneste desir.
Ainsi, Enfant, comme tu peulx saisir,
Et (quand te plait) hommes, & Dieux conquerre:
Ainsi tu fais (quand tu vient a plaisir)
De guerre paix, & de celle paix guerre.

Advertenties

Harusmuze #276




// alleen de schoonheid doet de leugen blozen

276 – schoonheid zien vernietigt haar bewegen

hexagram 18 蠱 – GU – ‘werk aan het bederf’

Lees over het Harusmuzeprogramma

Bekijk alle Harusmuzes

input:

https://dirkvekemans.com/2018/12/07/harusmuze-172/

commentaar:

elke generatie betreurt de teloorgang van wat ze zelf nastreefde en meende bereikt te hebben, of te gaan bereiken in het eigen streven. de treurnis in de deinende vlagen der jammerkoren zou beter ontneuried worden tot vreugde, want hoeveel duidelijker is het niet bij bederf van het bereikte wat er dient gedaan te worden om alsnog het begeerde te bereiken? 
is het niet evident dat minder te wateren aangewezen is bij bedervende planten op zompige akkers?
is het niet vanzelfsprekend de kinders tot springen en lopen aan te zetten als hunne ledematen van vet en van suikers van hunne bottekens dreigen te glijden?
wat treurt gij, stoethaspels als het te lande niet gaat naar uw zin? juicht toch ‘jolijt’ en steekt de trompetten want eindelijk blijkt dat het werk van uw bewering, geen loze bezwering van onkunde, nijd en luiheid was, maar in de grond ook blijk geeft van enige waarde en zin!
en zo is het immer zo dat het is zoals het is en dat de schoonheid onvatbaar en enkel schoon blijft voor wie haar bewegen en leegte te midden het lege oprecht genegen is…

Harusmuze #145


145

145 – de vernederde ziet zich in het rot toren op de troon van de vernedering

hexagram 18 -蠱 – KU – ‘werk aan het bedorvene’ 

input:

input_145

verhaal:

orig: in het moeras van de draak, in het leger van de tijger heeft onder de verdorvenen geeneen een groter ego dan de meest slaafse volgeling

scève:

Amour si fort son arc roide enfonsa
Pour esprouver dessus moy sa puissance,
Que quand le traict delasché s’absconsa
Au fondz du coeur d’entiere congnoissance.
Sa poincte entra au dur de resistance:
Et là tremblant, si grand coup à donné,
Qu’en s’arrestant le creux à resonné
De ma pensée alors de cures vuyde.
Dont mon esprit de ce trouble estonné,
Comme insensé, a toute heure oultrecuyde.

d’entiere congnoissance: met al zijn vernuft (Amour)
oultrecuyde: Paturier en McFarlane lezen hier beiden ewa tegen de stroom in letterlijk ‘de grenzen van de rede overschrijden’, oultre- cuyder, en idd: de amant geraakt buiten zichzelf (van trots, ontzetting) om zo diep getroffen te zijn door de pijl van de Liefde

Harusmuze #133


133

133 – als er werk is aan de winkel, kwispelt ook de pony met zijn staart

hexagram 18 – KU – ‘gif’

input

input_133

scève

Le Vespre obscur a tous le jour clouit
Pour ouvrir l’Aulbe aux limbes de ma flamme:
Car mon desir par ta parolle ouyt,
Qu’en te donnant a moy, tu m’estois Dame.
Lors je sentis distiler en mon ame
Le bien du bien, qui tout aultre surmonte.
Et neantmoins, asses loing de mon compte,
Pitié te feit tendrement proferer
Ce doulx nenny, qui flamboyant de honte,
Me promit plus qu’onc n’osay esperer.