Harusmuze #318


// het keerpunt zakt in het keren en wordt een ontbreken, begin van ontspruiten 

318 – bewustzijn compenseert het gebrek aan gebeuren

hexagram 30 – LI – stralen

input

https://dirkvekemans.com/2018/10/25/harusmuze-130/

commentaar

het is volop lente dus de Harusmuze is weer verrassend zeker van haar stuk. wat wij ‘bewustzijn’ noemen, zo begint ze, is geen bewust zijn maar een gebeuren waarvan de existentie niet gesteld kan worden omdat elke vorm van ‘existentie’ louter een linguistische lus is, een loopje dat we nemen met het gebeuren: elk zijn valt bij de gedachte in de gedachte weg en ermee samen, er is geen grond voor het zijn, dus ook niet voor het ‘bewust zijn’ laat staan voor het ‘Zijn’ dat van het ‘Alles’ oorsprong zou zijn.

het besef daarvan zadelt ons op met het rottende lijk van god, een zijnskanker die al sinds Parmenides elke oncologische verbeelding tart.

het gebeuren dat wij dus ‘bewustzijn’ plegen te noemen is een kolken in een kolken, zo pogen wij de beweging dan taalkundig op te roepen in de breinen van onze schaarse lezertjes, die met hunne blinkende knietjes maar ook die met de treurende oogjes.
het kolkende en bij lenteweer vrij onstuimige gebeuren dat des mensen is, is afhankelijk in haar intensiteit van de geboden inputs, en daar waar angst of ontzetting of gewoon kalmte, contemplatie of vertraging van de lichamelijke functies plaatsvindt in de mens lijkt het ons fel toe dat er slechts ‘bewustzijn’ is, iets hogers waaraan wij deel hebben, of naartoe vluchten in de weg van de angst naar het Zijn.

in beide gevallen evenwel is het ontspruiten van de kiemen van het Zijn die meteen al met de groengrijzige algen van de Nijd en het Spijt hoog oplaaien in de leegte hetzij in het midden van onze Angst, hetzij in de sereniteit van onze bezinning geheel en al onafwendbaar indien wij er niet in slagen om onze gedachten algeheel te laten verstenen, want enkel een steen heeft niet die behoefte aan compensatie voor een gebrek aan gebeuren daar de steen nog met het gebeuren zelf kan samenvallen, en dus nog niet in dergelijke mate onderhavig is aan de onstuitbare wetten van het Rot.

scève

Jà tout haultain en moy je me paonnois
De ce, qu’Ammour l’avoit peu inciter:
Mais seurement (a ce, que je congnois)
Quand il me vint du bien feliciter,
Et la promesse au long me reciter, 
Il me servit d’un tresfaulx Truchement.
Que diray donc de cest abouchement,
Que Lygurie, & Provence, & Venisse
Ont veu (en vain) assembler richement
Espaigne, France, & Italie, a Nice?

paonnois: letterlijk: ‘mij verpauwde’, pochen, zich sterk maken in

Advertenties

Harusmuze #132


132

132 – het zich hechtende hecht zich en verlicht

hexagram 30 – LI – ‘het zich hechtende’

input_132

scève

Pictura of Scève, Maurice: Délie (1544): MILLE REVOLTES NE M'ONT ENcor BOUGE.
MILLE REVOLTES NE M’ONT ENcor BOUGE.

Le bon Nocher se monstre en la tempeste,
Et le Souldart au seul conflict se proeuve:
Aussi Amour sa gloire, & sa conqueste
Par fermeté en inconstance esproeuve.
Parquoy souvent en maintz lieux il me troeuve
Ou audevant me presente un object
Avec si doulx, & attrayant subject,
Que ma pensée, a peu pres s’y transmue,
Bien que ma foy, sans suyvre mon project,
Cà, & là tourne, & point ne se remue.

in dit stadium van de schrijftijd van de Délie is Scève duidelijk met Pernette verwikkeld in een erotisch geladen epigrammenspel – het motto bij het embleem is ook niet geheel zonder inuendo – hoge bloei in deze serie, in schril contrast met de serie rond CCC

Harusmuze #121


121.jpg

121 – uit het donker komt het donker dat in ogen licht doet schijnen: in de angst voor het verdwijnen schuilt de helderheid van geest

hexagram 30 離 – LI – ‘stralen’

scève

Tu celle fus, qui m’obligeas premiere
En un seul corps a mille Creanciers:
Tu celle fus, qui causas la lumiere,
Dont mes souspirs furent les Encenciers.
Mais vous, Souciz, prodigues despenciers
De paix tranquille, & vie accoustumée,
Meites la flambe en mon ame allumée,
Par qui le Coeur souffre si grandz discordz,
Qu’apres le feu estaincte la fumée
Vivra le mal, avoir perdu le Corps.