Harusmuze #477


477 – zonder tijd is er geen eeuwigheid

hexagram 49 (gé), “Afstropen”

invoer

Harusmuze #180 – alleen de liefde glijdt tot in de eeuwigheid

commentaar

dat het Zijn een foefje is, lulkoek en een fopspeen merk je aan hoe makkelijk het te ontwrichten is.

neem nu de tijd. wij foeteren wat af op de vergankelijkheid en verlangen dan hartstochtelijk naar de eeuwigheid, waar er niet dient gestorven, waar elk afscheid een goedlachs tot seffens is.
maar, liefste vingerveegjes, moest de tijd er niet zijn, en alles bleef eeuwig duren, dan zou er vaneigens geen eeuwigheid meer bestaan want elk verschil daarmee zou opgeheven zijn: we zouden de noodzakelijke identiteit van ‘tijd’ en ‘eeuwigheid’ moeten accepteren, en vervolgens beide begrippen als totaal zinledig moeten verwerpen, tenzij we misschien, als getrainde sofist, het niet-zijn van tijd en eeuwigheid achter de hand willen houden, we beginnen die Vervelende Veek ewa te kennen, ondertussen.

elkwegs: in de eeuwigheid bestaat de tijd niet, maar de tijd bestaat duidelijk wel, of heb je dit in één oogopslag gelezen misschien? dus kan de eeuwigheid niet bestaan tenzij je één soort bestaan hebt voor de tijd, laat ons dat het heggehagge Tijdzijn noemen, en een totaal ander soort bestaan voor de eeuwigheid het euh, schuiverige Eeuwigsheid.

maar, duimeeltigen, als het Zijn zo veelsoortig is dan moet er ook een Zijn zijn waarin zowel het Tijdzijn als het Eeuwigsheid bestaat, het excessieve Carlsbergzijn, zeg maar en dan meteen ook maar het Yoricksein, het wat-heb-je-nu-met-Denemarken-plotsZijn untsoweiter bis Bismarck….*

ging u daar niet een stap te ver, meneerke Erdinges? Zijn er niet al Dinges genoeg? Sterven de kindjes niet wanneer gij hen zo gul met uw Zijn bestrooit? moer er nog woestijnzijn zijn?


Soit. Laat ons het houden bij wat ons Muzeke zegt, namelijk dat er zonder tijd geen eeuwigheid is en dat het Zijn dus een foefje is, lulkoek en een fopspeen voor zuigende proleten.


*vgl. Plato, Parmenides 132a e.v.

Advertenties

Harusmuze #428


22B114

428 – het gebeuren vereenzelvigt zich met haar personificaties

hexagram 49 (gé), “Afstropen”

invoer

https://dirkvekemans.com/2018/07/07/harusmuze-20/

commentaar

dat het gebeuren een ‘gemeenschap van onverschil’ is (zie Harusmuze #427) zegt in technische zijnstaal, op een ontologische manier hetzelfde als ‘het gebeuren vereenzelvigt zich met haar personificaties’: uiteindelijk kom je ondanks het uiterlijk vertoon van het ‘gebeurlijke’ taalgebruik (‘vereenzelvigen’ en ‘personificaties’ moet je wel lezen als processen, vormen van gebeuren) kom je in het menselijk begrip toch altijd uit op een mortificatie in de taal, een stilleggen van de gedachten tot een virtueel object, waarna ‘voldaan’ het denken verlaten wordt, oplost in gedachteloosheid.

zo is ook het Zijn ontologisch te ‘vatten’ als de identificatie van de differentie, een vernietiging tot het eendere, het entropische rot.
de NKdeE Bewegingsleer markeert de technische term ‘onverschil’ (een ‘geschil’ dat geen ‘verschil’ ‘is’ of veronderstelt) als poort wèg uit de humane dualiteit maar kan er zelf niet doorheen zonder zichzelf op te heffen. De Gignomenologie kan je dan ook in z’n geheel lezen als een poging tot markeren van die poort, een aanwijzing, meer kan het ook niet ‘zijn’ (sic). de beleving van de ondergang is de enige verlossing van de ondergang.

de houding die de Gignomenologie propageert heeft in die zin ook ewa het heroïsme van de Nietzscheaanse amor fati, want de houding is die van een poortwachter die op elk moment beseft ‘slechts ‘poortwachter’ te zijn, duider van het wak in het verschrikkelijk ijzige Zijn waar al het leven gedoemd is gekwantificeerd te worden, ontdaan van elke kwaliteit van de expressie en te sterven en vervolgens te rotten, de eigen voortgang te voederen in een eeuwige terugkeer van die vereenzelvigingsbeweging, de recursieve creatie van het rot.

maar al die poeha vervalt in de concrete beleving waarin enkel een troostend begrip aangewezen is, de tederheid die een bewust en consequent volgehouden gebrek aan geweld is, het begrijpen als omarming in het erbarmen.

scève

Quoy que ce soit, amour, ou jalousie
Si tenamment en ma pensée encrée:
Je crains tousjours par ceste phrenesie,
Qu’en effect d’elle a aultruy trop n’agrée
Chose par temps, & debvoir consacrée
A mon merite en palme de ma gloire.
Car tout ce mal si celément notoire
Par l’aveuglée, & doubteuse asseurance,
A mon besoing se fait de paour victoire
Avecques mort de ma foible esperance.

Harusmuze #388


22B50

388 – de stem van god hoeft niets te overtuigen

hexagram 49 (gé) – “Afstropen”

input

https://dirkvekemans.com/2018/08/16/harusmuze-60/

commentaar

in de Bewegingsleer van mijn kerkske is ‘god’ een klasse zoals ‘ik’ een klasse is, en ‘het’ en alles wat wij denken als ding of concept. een klasse is een poort in de taal, een codering van een virtueel object dat kan dienen in het ‘verwijzingsprogramma’ de Gignomenologie die zich ontplooit in wat ik dan noem het ‘Deiktisch Oponthoud’ een soort zandbak waarin ge zonder dat het kwaad kan allerlei opstellingen of configuraties kunt uittesten om te zien of die enig verklaringspotentieel hebben.

klassen die voldoende verklaringspotentieel hebben worden behouden, de rest gaat de gulzige trechters van de garbage collection routine in.
wat blijkt nu: wel de klasse ‘god’ , een abstractie van diverse godsconcepten in verschillende culturen, blijkt een zeer solide klasse te zijn die nog steeds enorm veel verklaringspotentieel heeft.

omdat ik de klasse vrij vaak gebruik, krijg ik soms wel ’s commentaar in de trant van ja maar Vekemans zijt gij dan gelovig of, van de weeromstuit, jamaar schelm ik dacht dat gij toch ewa serieus waart over serieuze dingen.

tja: men leest dan mijn teksten maar half è, wat geheel conform de hoogste verwachting is (kmag al blij zijn als mijn teksten voor een vijftienduizendste gelezen worden peinsk, maar bon). want als ge goed lees, ziet ge het verschil onmiddellijk.

vandaag bijvoorbeeld zegt de Harusmuze dat de stem van god ‘niets’ hoeft te overtuigen. in ‘normaal’ taalgebruik met pipo God erin zou je verwachten toch dat daar ‘niemand’ staat, daar de stem van God hoort te converseren met de mens als bevoorrechte, ‘verkoren’ ontvanger.

maar in het Deiktisch Oponthoud is de klasse god een virtueel omnipotente super-intellectuele Agens die zich om subroutines bekommert die volgens de joodse kaballatraditie voldoende van Hem afgescheiden zijn zodat er enige Zelfaanschouwing kan optreden. denk aan de mens als een soort complexe haspel zoals die op de markt zijn nu om vanuit de hoogte selfies te maken met uw daarop gemonteerde smartenfoon.

ziet ge, meer zo, dus…

en wat de Harusmuze dan zegt vandaag is een soort hyper medium-is-the-message spul, iets in de trant van: het aanhoren van de stem van god is genoeg, ge moet niet horen wat ‘M zegt, als ge het gehoord hebt is het al ‘uw gedacht’, en als ge het denkt, dan ‘werkt’ het al.

Ce doulc venin...”
ja, kweetet, ge wordt er ewa mottig van, als ge er te diep op doordenkt soms… sorry è.

scève

Ce doulx venin, qui de tes yeulx distille,
M’amollit plus en ma virilité,
Que ne feit onc au Printemps inutile
Ce jeune Archier guidé d’agilité.
Donc ce Thuscan pour vaine utilité
Trouve le goust de son Laurier amer:
Car de jeunesse il aprint a l’aymer.
Et en Automne Amour, ce Dieu volage,
Quand me voulois de la raison armer,
A prevalu contre sens, & contre aage.

Harusmuze #134


134.jpg

134 – boven het vuur spiegelt het meer de zielen, wapperend in de tijd

hexagram 49 – KO – ‘omwenteling’

input

input134

verhaal

orig.: boven het vuur weerspiegelt het meer moeiteloos de blijdschap van zielen, wapperend in de tijd

scève

Saincte Union povoit seule accomplir
L’intention, que sa loy nous donna,
Comme toy seule aussi debvois supplir
Au bien, qu’a deux elle mesme ordonna.
A luy & Corps, & Foy abandonna:
A moy le Coeur, & la chaste pensée.
Mais si sa part est ores dispensée
A recepvoir le bien, qu’Amour despart,
La mienne est mieulx en ce recompensée,
Que apres Amour, la Mort n’y aura part.

Harusmuze #129


129

129 – vogels vliegen niet, geen mens is ooit humaan, de tijd vertelt niets

hexagram 49 – KO – ‘afstropen’

verhaal

orig.: vogels vliegen niet, geen mens begrijpt een mens, de tijd vertelt zich geen moment

scève

Le jour passé de ta doulce presence
Fust un serain en hyver tenebreux,
Qui fait prouver la nuict de ton absence
A l’oeil de l’ame estre un temps plus umbreux,
Que n’est au Corps ce mien vivre encombreux,
Qui maintenant me fait de soy refus.
Car dès le poinct, que partie tu fus,
Comme le Lievre accroppy en son giste,
Je tendz l’oreille, oyant un bruyt confus,
Tout esperdu aux tenebres d’Egypte.