Harusmuze #409


22B77a

409 – het gebeuren geeft ons dodelijk genot en beleeft dat ook

hexagram 27  (yí) –  “Kauwen” 

input

https://dirkvekemans.com/2018/07/26/harusmuze-39-reconstructie/

commentaar

deze uitspraak van de Harusmuze lijkt een serieus verdict, een soort besluit tot een panpsychisme met een dikke chocolaag Nietzscheaanse allure, en misschien is het dat ook, maar wat heb je aan dat soort herleidingen van een dynamisch zingevingsproces dat zich voor je ogen afspeelt en dat je op die manier enkel reduceert tot een -isme dat je kan ‘gehad’ hebben.

kijk: de inhoud van een programma is wat het doet met haar gebruiker, en wat de gebruiker er zelf mee kan doen, niet wat je ervan bewaart in bestanden, om te ‘delen’ alsof je ooit iets ‘hebt’ dat je kan delen.

wat je deelt, op de sociale media, is je vermogen om clicks te genereren. en je deelt dat met de eigenaars van het programma waarin je het deelt. zelf heb je niks, niemand heeft ooit iets van het ‘gedeelde’. zolang onze overheden het vertikken om zelf werk te maken van een degelijke virtuele leefomgeving voor haar bevolking zijn we gedoemd om alles met een bende narcistissche Californische megalomanen te ‘delen’. en aangezien wij die overheden grotendeels zelf verkiezen, hebben we al die shit gewoon aan onszelf te danken, zoals dat vrijwel altijd gaat met shit waarover we ons beklag menen te moeten ‘delen met de anderen’.

joa sè.

het is pas als je programma’s kan verzinnen die andere programma’s delen waar alle gebruikers iets aan kunnen hebben, dat je effectief iets deelt, dan deel je mede: ‘hier probeert deez ‘s, misschien dat het helpt’; helpt het niet dan heb je tenminste geprobeerd om iets te delen, helpt het wel, dan helpt het è.

soit, dit slechts terzijde.

beter is het, medunkt, deze Harusmuze-uitspraak van de dag zo te lezen, allez, denk ik è: ‘als je het het gebeuren als gebeuren beschouwt dan kan je stellen dat, gezien de dubieuze uitspraak van Herakleitos dat ‘de ziel sterft door ons leven te leiden en wij sterven door deelgenoot te zijn aan het leven van de ziel’, het volgens haar eerder zo is dat het gebeuren als ziel geen individueel karakter heeft maar meer lijkt op het Ene van bv François Laruelle of op een mystiek Al dat ook een Niets is, een Nirwana, maar dat er op een voor ons onbegrijpelijke manier toch genot aan beleeft om ons het genot te schenken dat uiteindelijk tot onze dood lijkt, want ja, tja, wat is dat egootje van ons anders dan een flets humaan constructiespul dat niet eens tegen wat Rot of Sterfte bestand is’

of iets in die aard è, be my guest.

de raad die we sowieso krijgen is, denk ik, dat het Gebeuren als gebeuren behoorlijk indifferent staat t.o.v. onze goed-en-kwaad-bepalingen en al evenmin een sikkepit geeft om onze doodsangst of doodsdrang.

trekt uw plan zegt ze, gebeuren doet het toch…

allez vooruit.

scève

Appercevant cest Ange en forme humaine,
Qui aux plus fortz ravit le dur courage
Pour le porter au gracieux domaine
Du Paradis terrestre en son visage,
Ses beaulx yeulx clers par leur privé usage
Me dorent tout de leurs rayz espanduz.
Et quand les miens j’ay vers les siens tenduz,
Je me recrée au mal, ou je m’ennuye,
Comme bourgeons au Soleil estenduz,
Qui se refont aux gouttes de la pluye.

Advertenties

Harusmuze #361


22B80

361 – vele vaders worden pas vader als hun vader sterft

hexagram 27  (yí) –  “Kauwen”

input

https://dirkvekemans.com/2018/09/12/harusmuze-87/

commentaar

In Blake’s Songs of Innocence staat als derde liedje ‘On Another’s Sorrow’ waarin de reflectie gebeurt dat niemand bekwaam is om geen medevoelen te hebben met verdriet en lijden van het kind, dus ook God niet met ons lijden. De beruchte pathos van de Romantiek zit mss net daarin, in die onverdachte transfer van de menselijke emotie naar een hoger niveau terwijl alles er verder op wijst dat de humane emotie een vertroebeling van de sensatie is door cognitieve wildgroei.

elke beschouwing van emotie in die tijd was blijkbaar sowieso moraliserend: gevoelens waren ‘goed’ of ‘slecht’ en dat instructieve dualisme wordt in elke richting doorgetrokken. de auteursstatus staat of valt met zijn ethische grandeur: de schrijver is een papa, zoals god het boek van de wereld heeft geschreven.

een vader is een fluctuerende rol, het is geen ding dat je kan vatten. een ‘rol’ is ook enkel wat het vaderschap ‘is’ in functie van het benoemen van individuen. een vader is ook een archetype, een culturele cluster, een economisch-sociologische constructie, een politiek zwaargewicht.

in al die benadering is er sprake van een beschrijving van de klasse ‘vader’, een culturele codering die sowieso intergenerationeel is. aja, een vader zonder kind is ewa moeilijk…

de Harusmuze wil er vandaag, vermoed ik, op wijzen dat de dood een actieve rol vervult in die beschrijving, die codering van de vaderklasse.
niet om nieuwe vaders in hun nieuwe rol te beleren,zegt ze dat, nee ze zegt gewoon: je weet als kind of volwassene pas ten volle wat het voor jou betekenen zou kunnen om ‘vader’ te zijn als je eigen vader wegvalt, verdwijnt als levende, oneindige potentie in je bewustzijn. de klasse is pas echt helemaal geïnitieerd in het programma van jouw leven als ze heel erg specifiek wordt ingevuld ‘ex negativa’, bij ontstentenis.

(voor zij die niet weten wie hun vader is kan dat zeer pijnlijk worden natuurlijk, ik durf er niet aan denken. we mogen de ‘uitspraken’ van de Harusmuze echter nooit persoonlijk opvatten, zij orakelt, het zijn wij en ik vooral die van heur spreuken een verstaanbaar spreken pogen te maken.)

toch: het vanzelfsprekende is meestal het ergst diep-menselijk, het komt pas ter sprake als het niet langer vanzelfsprekend is. zo schrijdt het inzicht voort en vergeet het wat het zelf geleerd heeft tot het vergat dat het dat geleerd had.
op soortgelijke manier is jouw spreken ook altijd een onschuldig voortschrijden van de zich uitsprekende geest door jou heen. jouw wens is immers de vader van jouw gedachte, dus denk je dat maar en zeg je het, zomaar, gedachteloos. tot de noodzaak van de wens verdwijnt, of de wens om aan de noodzaak te beantwoorden.

zodoende is braaf zijn alleen maar weggelegd voor de meest onversaagde geesten onder ons.

scève

La passion de soubdaine allegresse
Va occultant soubz l’espace du front
Deux sources d’eaux, lesquelles par destresse
Confusément souvent elle desrompt.
Mais maintenant le coeur chault, & tresprompt
Les ouvre au dueil, au dueil, qui point ne ment:
Et qui ne peult guerir par oignement
De patience en sa parfection,
Pour non povoir souffrir l’esloingnement
Du sainct object de mon affection.

Harusmuze #291



// u hebt momenteel geen undorechten op uw rekening, doe een bijkomende storting om verder te gaan

291 – het schone verbergt zich om onthuld te worden

hexagram 27 – 頤 – YI – ‘voeding’

Lees over het Harusmuzeprogramma

Bekijk alle Harusmuzes

input:

https://dirkvekemans.com/2018/11/22/harusmuze-157/

commentaar:


Post coitum omne animal triste est, sive gallus et mulier‘ zo schreef de legendarisch misogyne dichter Ovidius. We moeten nog uitzoeken hoe het daar precies zat met Ovidius en de vrouwen, maar het citaat betekent zoveel als: ‘na de coïtus is ieder dier triest behalve de haan en de vrouw’.

Het duidt ewa op de spraakverwarring rond het geven en nemen in de seksuele uitwisseling: de vrouw ‘geeft’ haar lichaam, dat hoor je vaak, maar strikt biologisch gezien is zij degene die het haar benodigde zaad onttrekt aan de man.

De attractieve vrouw als ‘mensonge‘ gaan zien, inclusief de systematische Modernistische vrouwenhaat die in die vernieuwde vorm weer opgepikt werd door Baudelaire: het is allemaal het gevolg van hetzelfde aloude verhaaltje van de man die wordt ‘verleid’ tot penetratie en ejaculatie en zich daardoor in ‘zijn’ ongeluk stort.

Je kan dus dus al te makkelijk lezen als een ietwat nijdige reactie van de man op het ‘genomen’ worden door de vrouw, een meermaals gebruikte en misbruikte feminiene en feministische strategie. Het is maar wat je van een analyse van een dynamiek verwacht of waartoe je de uitleg wil aanwenden die bepaalt welke richting het uitgaat.
Elke differentie is tweepolig en kan dus op volstrekt egale wijze in beide richtingen worden ‘weaponised’: als harpoenisering van de fallus of de vagina als wolvenklem.

“Ik heb u goed bij uw pietje gehad”, ook het ‘volk’ blijft hierin wijs. En Nietzsche trapt op zijn baldadig Nietzscheaanse wijze een open deur in als hij zegt dat vrouwen enkel willen bevrucht worden (zonder erbij te willen zeggen dat mannen enkel willen penetreren en dat de bevruchting voor hen een ‘noodzakelijk kwaad’ is)

Van dit soort al dan niet veredelde volkswijsheden naar bv de Spurs-Epurons tekst van Derrida over de vrouw en over Nietzsche en de vrouw, is een minder grote stap dan het lijkt. Ook daar gaat het immers over de dynamiek van geven en nemen en over het veinzen, de waarheid en het vergeten van beiden in de vergeetput van de taal, waar elke uitlating uiteindelijk verweesd achterblijft als een vergeten paraplu.

Hoewel het in pornokringen voornamelijk vrouwenwerk blijft kunnen de mannelijke auteurs echter uitgesproken beter ‘pijpen’ dan de vrouwen, dat is bekend.
Dat komt misschien omdat het onze natuurlijke vertreksituatie is om de zaken ‘in te wikkelen’. Wie heeft er anders dat ingewikkelde verhaaltje van de zondeval nodig? Dat over de domme vrouw, een stuk uit uw lijf dat heeft leren praten en dat van de slimme slang die het wicht in de appel doet bijten. Tja, hoe gaat ge het anders uitleggen aan de kinders dat ge u zo hebt laten vangen door moeder de vrouw, want eens ‘het’ gebeurd was kunt ge verder enkel zingen van Winitou die te laat kwam.
Het is dan ook niet zo verwonderlijk dat in diezelfde pornokringen het faciaal ejaculeren , het letterlijke volspuiten van de vrouwengezichten zo immens populair blijft: hoe heerlijk eerlijk nijdig is niet dat gebaar van “hé gij hier gij geit, f* you, hier hebt ge wat ge wilt, lap in uw gezicht zie”. Nou moe.

Ach ja. De brute schoonheid van het menselijke wezen is met internet altijd maar een klik verwijderd hè. Het kleinste kind weet dat, tegenwoordig. Letterlijk.

Een van de redenen van het gigantische succes van Facebook is natuurlijk dat ge daar gedwongen wordt om te doen alsof ge dat niet weet. In die zin is FB misschien de ultieme feministische golf: het neemt, geheel belangeloos, dat spreekt, de schuld van het voorwenden, de erfzonde van de fictie helemaal op zich en verlost zo de vrouw van de eeuwige blamage, de verzwegen waarheid van het ‘genomen worden’. 
Facebook als de Jesa Chloaca op heur Zuikerberg.

Ja zij offert zich, het Feminiene Smoelenboek. In dienst van de mensheid. Het probleem met een dynamiek die je op dergelijke manier onderbreekt is immers dat die manier neerkomt op repressie en ontkenning, op pure negativiteit dus. En dat is en blijft een garantie voor zelfdestructie, de spreekwoordelijke worm in de appel. De Zuikerberg is een sluimerende vulkaan.

Google plant evident een overname van het gebruikersvee van FB (wij allemaal dus). Dat gaat gebeuren (mijn glazen bol is weer opgekuist en ik heb de vele krasjes van fles en glas op bol kunnen wegpolijsten) via de overname van WordPress en de uitbouw daar van een nieuwe economische orde gebaseerd op kleinschalige P2P ruilhandel.

Ruilhandel’ dat klinkt alternatief en mensvriendelijk genoeg maar dat is het al veel minder als je de blockchaintechnologie in het verhaal betrekt en zo het ruilen wel vrij laat maar de handel in handen houdt. WordPress heeft al quasi al het benodigde in handen: de userbase, de shoptechnologie en de flexibele expressie-app waarin al het denkbare moeiteloos geïntegreerd kan worden. Het enige wat het nodig heeft is nog wat van die wonderlijke Googlelijm. De Californication van de planeet is gelanceerd, weer eens.

Allez ja: ‘plannen’ en ‘gaat gebeuren’, het is al gebeurd eigenlijk, hou het maar ’s tegen.

En iets Second Life-achtig qua VR-ervaring. Schoon ze: in die mooie tweede wereld op het midden van elk plein of speelplaats staat er dan een schitterend veelkleurige Orgasmatron met de nieuwste Reichsoftware! Allemaal betaalbaar voor iedereen (“sorry deplorabele overtolligen, we hebben jullie toch nog vrij netjes laten kreperen niet?”)

Joa: markeert mijn woord! Het Vierde Reich zal er een van Wimmeke zijn: Wilhelm Reich, die wist immers al dat ge alle mensen braaf en gezond kon houden als ge ze maar op tijd en stond verlossen kon van hun overtollige Orgone-energie.

De enige manier* om dit alles nog tegen te houden is natuurlijk LYRIEK-collages kopen, want zo verstevigt ge de LYRIEK, cryptomunt van de Vrije Lyriek!!

Zo ziet ge maar weer eens dat de Nieuwe Kathedraal van de erotische Ellende haar naam niet gestolen heeft!




*Of ge kunt wachten op de Chinezen, dat gaat ook, da’s altijd een optie è…

Harusmuze #216


6

216 – als je schrijft, word je letter. als je telt, word je cijfer. als je bent, word je niets

hexagram 27  (yí) –  “Kauwen” 

input:


//no 6 will turn out 9

Rodin + Héraclite

scève

CCXVI

En divers temps, plusieurs jours, maintes heures,
D’heure en moment, de moment a tousjours
Dedans mon Ame, ô Dame, tu demeures
Toute occupée en contraires sejours.
Car tu y vis & mes nuictz, & mes jours,
Voyre exemptez des moindres fascheries:
Et je m’y meurs en telles resveries,
Que je m’en sens haultement contenté,
Et si ne puis refrener les furies
De ceste mienne ardente voulenté.

LAIS

CXLV

het telt de tijden, tientallen dagen, uren,
van ’t uur in ’t moment, van ’t nu naar altijd:
’t zijn in zijn ziel dat lijden laat duren
is wachten, is hel van de eeuwigheid
want niets wordt hier iets en nergens een feit.
tienmaal verdraait het de finish naar start
tienmaal verbreekt het de wetten van ’t hart
tienmaal negeert het het tikken van tijd
tienmaal vergeet het de eeuwige smart
tienmaal is het echt, en nergens een feit.

Harusmuze #167


167 – de schoonheid van de ander waarnemen is het geven van vertrouwen

hexagram 27  (yí) –  “Kauwen” 

input:


//schoonheid verenigt (beauty unites)

Commentaar:

schoonheid is een toestand, een configuratie zichtbaar slechts in een momentopname, geen naar buiten gerichte kwaliteit, geen expressie van een innerlijk ‘idee’ dat is nonsens.
schoonheid moet je waarnemen en ook ‘voor waar nemen’, je moet het willen zien om het te zien, het zien zelf, de perceptie is het gebaar waarmee je de schoonheid creëert.
schoonheid ‘bevindt’ zich dus op die fameuze ‘onbespreekbare’ grens tussen het waarnemen en de ‘dingen’, het ‘zijn’ van het deeltje dat net zo goed het ‘zijn’ is van een golf, enkel de waarneming bepaalt dat omdat er uiteraard geen Zijn bestaat, en de Dingen nooit echt zijn, enkel humane ficties die wij nodig hebben om te overleven
de schoonheid van de ander zien, is een gebaar van vertrouwen, een zingeven van de Ander, een geloof in de oprechtheid van haar streven om Zichzelf te zijn, een Schoon mens.
haar Gelaat (cfr. Cixous, Entre l’Écriture), de aanblik daarvan, toont dat ook, maar je moet dat willen zien, want anders is het er niet, dan is er enkel de dood, de materie die het claimt, maar die claim is meteen ook jouw eigen doodsdrang, jouw ingebakken neiging tot ogenblikkelijk verval, de collapse in de kwantiteit, het becijferbare van de GeldRuimte.
zonder dat vertrouwen te schenken, de schoonheid te willen zien, het geschenk daarvan te willen aanvaarden, gebeurt er niks, en als er niks gebeurt, is er ook niks meer, aja, want het Zijn bestaat niet, dus ‘er’ schiet niks meer over van wat je dacht dat ‘er’ was.

het menselijke Gelaat is zo het negentropisch gebaar van de Natuur die haar eigen Schoonheid wil zien, zich voortdurend bewonderen in haar eeuwige Verval. Maar dat humane gebaar is maar één van de oneindig ontelbare gebaren, het is enkel ‘speciaal’ omdat het speciaal voor ons ‘is’, het is ons gebaar, ons geschenk, onze troost.

elk schrijven is daarom, voor mij althans, nu, op dit Moment, een streling van dat Gelaat, want het Gelaat stelt die vraag, die altijd een vraag is om de erkenning door de Liefde.

Harusmuze #152


152 – wie eten zoekt, vindt honger; wie plezier zoekt, vindt verdriet; wie leven zoekt, vindt de dood: alleen wie niets zoekt, zal niets vinden.

hexagram 27  (yí) –  “Kauwen” 

input:


//Asemic Dumbo @ the boardwalk in Knokke-plage

scève

Je sens le noud de plus en plus estraindre
Mon ame au bien de sa beatitude,
Tant qu’il n’est mal qui la puisse constraindre
A delaisser si doulce servitude.
Et si n’est fiebvre en son inquietude
Augmentant plus son alteration,
Que fait en moy la variation
De cest espoir, qui, jour & nuict, me tente.
Quelle sera la delectation,
Si ainsi doulce est l’umbre de l’attente?