Harusmuze #456


22B11

456 – de zin, aard of reden van het gebeuren gebeurt in het gebeuren en is dus niet de zin, aard of reden van het gebeuren

hexagram 50 (dǐng) –  “Ketel”

invoer

  • Harusmuze # 159 – alleen in het verval toont zich het grootse
  • P.o.H. #3: The road of excess leads to the palace of wisdom.
Advertenties

Harusmuze #414


414 – de Vrije Lyriek kiest zelf haar auteurs

hexagram 50 (dǐng) –  “Ketel”

invoer

https://dirkvekemans.com/2018/07/21/harusmuze-34-reconstructie/

commentaar

het soort auteur (m/v/o) waar ik mij in herken, waarin ik de meester (m/v/o) zie die ik wil worden en die ik in haar meesterschap wil overtreffen, dat soort auteur noem ik een Vrije Lyricus (m/v/o) . ik plak daar geen namen op omdat veel auteurs zich niet hun gehele leven bewust zijn van hun status, ja zelfs die status van ‘Vrije Lyricus’ bewust of onbewust willen ontvluchten, zich in alle denkbare en ondenkbare bochten wringen om aan de Vrije Lyriek te ontsnappen.

want de Vrije Lyriek mag zich vrij noemen, de Vrije Lyricus zelf heeft hoegenaamd geen keuze. de Vrije Lyricus (m/v/o) kan enkel schrijven wat zij te schrijven heeft, er is geen ontkomen aan.

we moeten daar niet nodeloos dramatisch over doen (de geschiedenis wijst uit dat er al drama genoeg is in de levens der Vrije Lyrici), maar het valt ook niet te ontkennen: wij schrijven alsof ons leven ervan af hangt. waarom? omdat wij dat goedschiks en kwaadschiks hebben moeten ondervinden, dat het daadwerkelijk zo is. eens je dat weet, kan je beginnen van de vloek een zegen te maken, dat is tenslotte wat iedereen met haar realiteit moet doen: accepteren hoe het nou eenmaal zit, je taak helder stellen, je eraan toewijden en oefenen tot het lukt. wie weet misschien heeft er niemand wel echt een keuze.

alleen bij de Vrije Lyricus is het gebrek aan keuze wel ewa moeilijk verteerbaar omdat het belangeloze dichterschap nou eenmaal geen al te sexy beroepskeuze is. ik heb het daar 30 jaar lang bijzonder moeilijk mee gehad, zelf, om mij daarin te schikken.

evenwel: wanneer wij het vertikken (en, geloof mij: elke Vrije Lyricus probeert dat, om, al was het maar even, aan zijn schrijfplicht, zijn schrijfneurose te ontsnappen) gaat het ogenblikkelijk en uiterst trefzeker fout met ons: ongelukken, waanzin, verslaving, geen enkele uithaal van het raastig gezusterte der Schikgodinnen blijft ons bespaard wanneer wij van Pad durven wijken.

ja, idd: dàt Pad.

vragen waarom een Vrije Lyricus schrijft wat hij schrijft, en of het niet wat vrolijker kan ofzo, en waarom doet ge niet zus of zo, al die vreselijk lompe, onnadenkende waarom-vragen, wel die getuigen dan ook van een volslagen onbegrip voor de situatie van deze auteur die enkel schrijven kan wat hij te schrijven heeft, daarbij zijn uiterste best doet ook, want als hij faalt moet de volgende het weer rechtzetten, en dat jongetje heeft het al zwaar genoeg, weer.

ja, solidair zijn we wel. uitermate en tot ver over de grens van leven en dood. dat leer je ook, dat zulks noodzakelijk is. in zekere zin schrijven we louter voor elkaar, maar lees maar hoor: besmettelijk is het niet.

scève

Plaisant repos du sejour solitaire
De cures vuyde, & de soucy delivre,
Ou l’air paisible est feal secretaire
Des haultz pensers, que sa doulceur me livre
Pour mieulx jouir de ce bienheureux vivre,
Dont les Dieux seulz ont la fruition.
Ce lieu sans paour, & sans sedition
S’escarte a soy, & son bien inventif.
Aussi j’y vis loing de l’Ambition,
Et du sot Peuple au vil gaing intentif.

Harusmuze #290



// is het de geur of de herhaling van de geur die zich verspreidt?

290 – elke gebeurtenis vervalst het gebeuren

hexagram 50 鼎 – DING – ‘het vat’

Lees over het Harusmuzeprogramma

Bekijk alle Harusmuzes

input:

https://dirkvekemans.com/2018/11/23/harusmuze-158/

commentaar:

de gebeurtenis valt voor en valt ons ten deel: het voorvoegsel ‘ge’ heeft hier meer de betekenis van ‘mede’, zo vertelt ons toch de Etymologiebank, het duidt aan dat het ‘beuren’, het ‘ten deel vallen’ een persoon betreft.

bovendien heeft het woord met soortgelijke constructies met het achtervoegsel ‘is’ gemeen dat het gebeuren dat er in benoemd wordt afgesloten is: een betekenen is gedaan als er betekenis is, een geschieden is afgelopen als er geschiedenis is (zie verder erven, vergeven,.. we mogen echter niet te snel veralgemenen want kijk bv. naar ‘hechtenis’ waar de afleiding van hechten juist een aanduiding is dat de actie gecontinueerd wordt.

hoe dan ook : we spreken enkel van een gebeurtenis als het afgelopen is, zo lijkt het, elke gebeurtenis speelt zich af in het verleden.

nu, het benoemen van de gebeurtenis beoordeelt het gebeuren dat het wil benoemen noodzakelijkerwijs als eenmalig en uniek. de paradox gegenereerd door de taal zelf ‘wil’ dan dat het gebeuren ontkent wordt in de gebeurtenis: het voorval krijgt in de taal geen tijd om te gebeuren, het ‘is’.

beschouwen wij zo ter verduidelijking een sensorische ervaring als gebeurtenis, bijvoorbeeld het waarnemen van een geur: het aroma van koffie in het huis des ochtends, zoals zo voortreffelijk bezongen door Raymond Van Het Groenewoud: heel het gebeuren van het koffie ruiken, het openbarsten van het aroma wanneer het hete water de gemalen koffiebonen raakt, het zich verspreiden van de damp waarin de koffiemoleculen zich met waterdamp gemengd hebben, het eerste opsnuiven daarvan, het moment van exaltatie dat voorafgaat aan de herkenning van dit is de ‘geur van koffie’, heel dat uitgesponnen gebeuren wordt in de gebeurtenis ‘geur van koffie’ herleidt tot een aangehaald verleden.

Of anderzijds: de historische gebeurtenis, bv. de oproer te Brussel naar aanleiding van de vertoning van de opera ‘De Stomme van Portici’: het benoemen van de gebeurtenis als gebeurtenis is onmiskenbaar een finalisering van het gebeuren zelf: er waren immers een ontelbaar aantal gebeurtenissen die zich op die avond, op die locatie tussen de aldaar aanwezigen hebben afgespeeld, die toen zijn ‘voorgevallen’ die met de beste wil van de wereld niet in verband kunnen worden gebracht met de latere onafhankelijkheid van België.

Een dame op het eerste balkon liet een zakdoek vallen met de intentie dat een man op het zitje naast haar die zou oprapen.
Ik verzin maar wat, è, maar geef toe dat het aannemelijk is. Hebt u ooit dat verhaal gehoord? Uiteraard niet: het hele gebeuren van die avond is herleid tot de gebeurtenis ‘de vertoning van de opera ‘De Stomme van Portici’, een eenvoudige, eenduidige en unieke betekenaar in de breinen van alle kindjes die in ons landje nog wat geschiedenisonderwijs mochten ontvangen.

In de Bewegingsleer van de NKdeE noemen we dit een intentionele reductie en een finalisering van het gebeuren, een vorm van ontologische abstractie die elke gebeurlijke kwaliteit onttrekt aan het gebeuren. Het vervalst het gebeuren in functie van de fictie van de gebeurtenis om andere ficties in de geschiedenis te ondersteunen.

Op zich is daar niks mee, op voorwaarde dat ge u op elk moment bewust zijt van het fictionele karakter van uw bewerking, uw operatie, en dat die operatie altijd een ideologische operatie is omdat ze causaliteit legt in het ‘contingente’ verloop van het gebeuren (de status van de ‘contingentie’ als concept problematiseert het gebeuren verder door de humane vertekening in een eerdere recursie van het ideologische verval van de realiteit, maar dat is voor later).

Nu is het reduceren van het gebeuren tot catalogiseerbare ‘gebeurtenissen’ een van de meest repressieve, ja zelfs aggressieve totaliseringsreflexen veroorzaakt door de ziekte van de ontologie die daarmee de fallische almacht van het Zijn in een eeuwige erectie wil ‘ereignen’, het is het punt ook waar de ideologische extremen elkaar vinden, nazisme en maoisme en in hun beschaafde en gematigde verwoordingen het Zijn van Heidegger en de Gebeurtenis van Badiou.

’t Is maar dat ge het weet è.

Harusmuze #289


// ‘ik heb nooit in de stad geloofd’ (a.k. rottiers)

289 – als het vergeten verziekt, sterf je van herinnering

hexagram 50 –  鼎 – DING – ‘het vat’

Lees over het Harusmuzeprogramma

Bekijk alle Harusmuzes

input:

https://dirkvekemans.com/2018/11/24/harusmuze-159/

commentaar:

in de recursie van het rot is de toplaag van de rotresten ook meteen de toplaag van het begerenswaardige, waarna de dynamiek van de geperverteerde schoonheid inhaakt op de samenlevingsdynamiek die ook vanuit de primaire vervalimpuls die defensief op wederzijdse strijd, agressie en vernietiging is gericht waaronder de simulatie-dissimulatie wenteling van het altruisme , de liefde en de genegenheid aanvangt
en uitmondt in de brede zeestromen van het reeds gepercipieerde rot.

ik kan het bij gebrek aan degelijke kennis van de huidige verglijding in de cognitieve wetenschappen en als achterschrijverke, een nakomertje in de stinkende restplassen van het literaire meer (“‘Oed’ und leer das Meer” – T.S. Eliot, toen er nog wat meer was) enkel breed, vaag en hopeloos metaforisch-veralgemenend aanduiden in een soort amateuristisch, niet-gesponsord en nauwelijks (na-)gelezen vorm van pseudo-wetenschappelijke fictie, maar het geheugen, desalniettemin, lijkt daarbij als eerste functie het vergeten te hebben, het uitwissen van de sensitieve input: de waarheid-als-waarheid is immers niet te harden, je staart dan recht in de ogen van Medusa, om het nog maar ’s klassiek-fallisch en dus misogyn te stellen.

het geheugen is misschien wel de garbage collector van onze mentale ‘activiteit’, het bewustzijn waaraan we onderhevig zijn: als dat programma faalt raken we letterlijk bedolven onder onze eigen shit, ons bolwerk van Verbrugge wordt dan een soort Charleroi of een Tienen waar de vuilnisophaling al vijf jaar in staking is.

genadig als doodsteek is dan wellicht die ene opflitsende herinnering, van de eerste aanblik van het Gelaat, of die van het zonlicht dat gebroken door het raamglas veelkleurig danst op de plastieken darmpkens van ’t beademingsapparaat in de couveuse, een lichtflits die al’t verzameld rot in één epifanie van het kosmische verval belicht en kenbaar maakt, daar waar geen kennen of weten meer benodigd is zodat de oscillatie van leven en dood kan overgaan in ’t eentonig alarmerende van de flatline en alle strijd en tegenstrijdigheid vergaat in louter onverschilligheid…

Harusmuze #285


// elke revolte of revolutie versnelt het rot vanuit de stagnatie

285 – schoonheid is besmettelijk

hexagram 50 鼎 – DING – ‘ketel’

Lees over het Harusmuzeprogramma

Bekijk alle Harusmuzes

input:

https://dirkvekemans.com/2018/11/28/harusmuze-163/

Commentaar:

in de biologie zien we dat schoonheid een expressie is van vruchtbaarheid, maar we kunnen aan het concept ook een eigen dynamiek gaan toekennen, los van die evidente functie in de voortplanting.
die link schoonheid-vruchtbaarheid is natuurlijk op zich al een poort naar schier eindeloos denkrot, vooral omdat wij de voortplanting vooral als seksuele voortplanting activeren, terwijl de vegetale vaak aseksueel is om van splitsende eencellige protozoïden maar te zwijgen (ik ken daar ook niks van hihi).
cultureel, binnen onze beschavingsmemes, zit ge dan al vlug bij schoonheid-als-verleiding en andere fallische mythes, en in die zin is de link schoonheid-besmettelijkheid ook via de geslachtsziektes gethematiseerd in de eindeloze stroom van misogyne literatuur : de schoonheid -mensonge-waarheid differentie die bij Derrida eerder nog essentialistisch op de deconstructietafel ligt: onze Jacques blijft de lezeressen willen ‘binnendoen’: de manier waarop hij het denken leidt blijft vaak een vorm van séduire, wat het lezen als esthetische ervaring uiteraard ten goede komt.

evenwel die primitieve identificatie van schoonheid met waarheid en vruchtbaarheid met evolutie naar het Goede is in wezen (sic) een patriarchale Platoonse mythe, ondanks alle androgyne verhullingen en abstracties naar een geïdealiseerd verleden, een soort voltooid verleden toekomst van het verleden, de stasis van de ideeënwereld.

die platoonse regressieve projectie op de toekomst blijft wel bruikbaar: ik bedoel, het afval daarvan is bruikbaar omdat er in de projectie interessante denkbewegingen worden aangemaakt die toepasbaar zijn bij het onderzoek naar het reële verleden: ge moet wat dat betreft het warm water niet willen uitvinden, want wat er werkt in de projectie werkt meestal ook wel ewa in de herziening, de perceptie van de recursie.

dat gezegd zijnde, hoe zit het dan met die ‘eigen dynamiek’ van de schoonheid, los van al die platoonse mest?

wel de schoonheid kan ook gedacht worden als de emotief-perceptuele ervaring, de dynamiek die dan meteen een verlangensproductie wordt: het zien van de schoonheid genereert schoonheid. zo maken we van de schoonheid een conceptueel laagje, het immer craquelerende laagje vernis op de onstuitbare dynamiek van het verlangen.

maar die schoonheid is natuurlijk bepaald door de perceptie en als de perceptie humaan is, is dat humane perceptie van iets wat je net zo goed als een infectiemechanisme kan lezen (noot: voorgaande zin is een voorbeeld van Scèviaanse uitrekking van de gedachte, ik kom daar nog op terug) .

om het concept van schoonheid te vrijwaren van al te makkelijke humane kwalificatie verbindt de Harusmuze dus vandaag op volstrekt indoctrinerende wijze haar ‘schoonheid’ met de besmettelijkheid van het Rot en geeft hiermee perfect expressie aan het onverbloemd dogmatische karakter van haar door en door verrotte ‘geest’.

schoon è…

Harusmuze #115


115

115 – als je stilstaat, is het lopen weg. als je loopt, het stilstaan. wie van jullie loopt er?

hexagram 50 –  dǐng – ‘ketel’

scève

Par ton regard severement piteux
Tu mesblouis premierement la veue:
Puis du regard de son feu despiteux
Surpris le Coeur, & l’Ame a l’impourveue,
Tant que despuis, apres mainte reveue,
J’ars de plus fort sans novelle achoison.
Ce mesme temps la superbe Toison
D’ambition, qui a tout mal consent,
Toute aveuglée espandit sa poison
Dessus le juste, & Royal innocent.