2 rondeaus van Christine de Pisan


X

Puis qu’ Amours le te consent,
Par qui as empris l’emprise,
Amis, dont tu m’as surprise,
Mon cuer aussi s’i assent.

Mon vouloir du tout descent
A toy amer sanz faintise,
Puis qu’ Amours le te consent.

Si n’a il pas un en cent
Dont Amours m’eust ainsi prise;
Mais quant c’est par ta maistrise
Ne te doy estre nuisant,
Puis qu’ Amours le te consent.

.

letterlijke vertaling (dv):
Omdat de Liefde het jou toelaat
die de onderneming heeft ondernomen
waarmee je mij overrompeld hebt vriend,
stemt ook mijn hart ermee in.

Mijn wil daalt van alles neer [ziet van alles af, laat het liggen]
om zonder voorwenden te minnen
omdat de Liefde het jou toelaat.

Ook is er niet één in honderd
waarmee de Liefde mij zo heeft bemachtigd
maar als het door jouw macht is
zal ik je niet weerstaan
omdat de Liefde het jou toelaat.


XII

Pour ce que je suis longtains
De vous, belle, que tant aims,
A nulle joye n’attains,
Ains est mon bien tout estains.

Ou païs aux tremontains
Mon cuer est de doulour tains,
Pour ce que je suis longtains.

Regretant voz biens haultains
Je mourray, j’ en suis certains;
Car je searay desert ains
Qui cy n’ait joye ratains,
Pour ce que je suis longtains.

letterlijke vertaling (dv):
Omdat ik zo ver verwijderd ben 
van jou, mooie, die ik zo min,
bereik ik geen vreugde
zozeer is mijn goed helemaal weg [gedoofd].

waar het land [is] over de bergen
is mijn hart door pijn getekend [bevlekt]
omdat ik zo ver verwijderd ben.

missende jouw verheven goed
zal ik sterven, ik ben er zeker van?
want ik zal zo verlaten zijn
want ik zal zo verlaten zijn
die hier geen vreugde gehouden heeft
omdat ik zo ver verwijderd ben.

voc. XII:
http://www.atilf.fr/dmf/definition/lointain
http://www.atilf.fr/dmf/definition/éteindre 
transmontanus: https://apps.atilf.fr/lecteurFEW/lire/132/211?DMF
http://www.atilf.fr/dmf/definition/tresmontain
http://www.atilf.fr/dmf/definition/ratteindre

dv 2019 -‘myopogramme colorée de Christine de Pisan’ -A6
Advertenties

rondeau #2


voor Christine de Pisan

van al die dode dichters hier bij mij
die spreken in en door mij heen
van al die groten heeft niet een
een troostend woord voor mij.

in hun boeken, in hun woordenbrij
vond ik niets dat mij jou waardig scheen
van al die dode dichters hier bij mij.

geen woord van hen klinkt zoals jij,
geen zin heeft licht erin van een
die zoals jij in mij verscheen.
veel mooier dan hun stem was jij,
van al die dode dichters hier bij mij.

il me convient endurer


Christine de Pisan – 2 rondelen

VI


En esperant de mieulx avoir,
Me fault le temps dissimuler,
Combien que voye reculer
Toutes choses a mon vouloir.

Pour tant s’il me fault vestir noir
Et simplement moy affuler,
En esperant de mieulx avoir,

Se Fortune me fait douloir
Il me convient endurer,
Et selon le temps moy riuler
Et en bon gré tout recevoir,
En esperant de mieulx avoir.

In de hoop wat beters te bedingen,
moet ik gans de tijd verbergen,
dat ik hier zie dat alle dingen
mijn verlangen ontwijken.

Dat ik dat zwart moet dragen
en mij eenvoudig kleden moet,
in de hoop wat beters te bedingen.

En dat ’t Fortuin mij pijnigt zo
is ’t mij geboden te verdragen
en mij zodanig te gedragen
goedschiks de tijd te dragen
in de hoop wat beters te bedingen

VII

Je ne scay comment je dure;
Car mon dolent cuer fent d’yre,
Et plaindre n’oze, ne dire
Ma doulereuse aventure,

Ma dolente vie obscure,
riens, fors la mort, de desire;
Je ne scay comment je dure.

Et me fault par couverture
Chanter quant mon cuer souspire,
Et faire semblant de rire;
Mais Dieux scet ce que j’endure;
Je ne scay comment je dure.


Ik weet niet hoe ik ’t verdragen kan
’t droeve hart dat breekt van colère
‘k durf niks zeggen of gaan klagen
van mijn pijnlijk wedervaren,

mijn droeve leven in de duisternis
niets dan dood dat nog verlangen is
Ik weet niet hoe ik ’t verdragen kan

En dat ik om te verstoppen zingen moet
dat mijn hart alleen maar zuchten doet,
en dat ik veinzen moet te lachen dan;
Maar God die weet wat ik verdragen moet
Ik weet niet hoe ik ’t verdragen kan.



Christine de Pizan Rondeau I &III


I (1396)


Com turtre suis sanz per toute seulete
Et com brebis sanz pastour esgarée;
Car par la mort fus jadis separée
De mon doulz per, qu’a toute heure regrette.

Il a sept ans que le perdi, lassette,
Mieulx me vaulsist estre lors enterrée!
Com turtre suis sans per toute seulete.

Car depuis lors en dueil et en suffrete
Et en meschief trés grief suis demourée,
Ne n’ay espoir, tant com j’aré durée,
D’avoir soulas qui en joye me mette;
Com turtre suis sans per toute seulete.

Zonder vader als een duif ben ik gans alleen
Zonder herder als een ooi dwaal ik rond
Want de dood brak uiteen wat ons verbond
Elk uur heb ik spijt sinds mijn vader verdween.

‘t Is zeven jaar heilaas sinds hij ging heen
‘k Ware beter begraven toen in de grond
Zonder vader als een duif ben ik gans alleen.

In leed en in rouw vertoef ik sinds die stond’
En er is alleen zwaar malheur om mij heen
En geen hoop is er ooit dat ik hier vond
Troost die maakt dat ik vreugde hervond;
Zonder vader als een duif ben ik gans alleen.

III

Je suis vesve, seulete et noir vestue,
A triste vis simplement affulée;
En grant courroux et maniere adoulée
Porte le dueil trés amer qui me tue.

Et bien est droit que soye rabatue,
Pleine de plour et petit enparlée;
Je suis vesve, seulete et noir vestue.

Puis qu’ay perdu cil par qui ramenteue
M’est la doulour, dont je suis affolée,
Tous mes bons jours et ma joye est alée,
En dur estat ma fortune embatue;
Je suis vesve, seulete et noir vestue.


Ik ben een weef, alleen en zwart gekleed
Een triest zicht eenvoudig aangestoken;
In groot verdriet en tristesse verdoken
Draag ik de dodende last van mijn leed.

En ‘t is goed recht dat ‘k mij verslagen weet
Vol van tranen en weinig aangesproken
Ik ben een weef, alleen en zwart gekleed.

Want ik verloor hem en ‘t doet mij wenen
Met pijn te denken aan hem doet mij leed
De goede dagen en mijn vreugd zijn henen
Mijn fortuin is een leed, hard als de stenen
Ik ben een weef, alleen en zwart gekleed.

vert. dv

https://gallica.bnf.fr/ark:/12148/bpt6k65555269/f217.image

2 Pizan rondelen


Rondeau 51

Amis, venez encore nuit,
Je vous ay aultre fois dit l’eure.
Pour en joye estre a no deduit,
Amis, venez encore nuit.
Car ce qui nous empesche et nuit
N’y est pas, pour ce, sanz demeure
Amis, venez encore nuit
Vriend, kom nog bij mij vannacht,
Je weet wanneer ik op je wacht.
Om in ‘t genieten vrij te zijn
Vriend, kom toch nog vannacht.
Want hij die ons belet en schaadt
Die is er niet dus haast je, maat
En kom nog bij mij vannacht.

Rondeau 52


Il me tarde que lundi viengne
Car mon ami doy veoir lors.
Afin qu’entre mes bras le tiengne
Il me tarde que lundi viengne.
Si lui pri qu’il lui en souviengne;
Car pour veoir son gentil corps
Il me tarde que lundi viengne

Het duurt mij eer het maandag is,
Daar ik dan mijn vriend weer zie.
Daar hem in mijn armen houden kan
Het duurt mij eer het maandag is.
‘k Bid maar dat hij ‘t onthouden kan
Want ‘k wil zijn schone lijf weer zien:
Het duurt mij eer het maandag is.

Christine de Pizan (ong. 1364-1442)