de gierende cirkel


Differentieel:
het andere herhaalt altijd
wat er in het eendere nodig is
om het andere te maken.

Negatief:
het staan in de weg
is ook maar het staan
van een in de weg staan.

Verlicht:
het andere was altijd al
het antwoord op de treurnis
om wat er nooit meer eender is.

Niet:
het ene is het andere.

 

wending
dv2008 – crayon/potlood op papier – A4

het cirkelen van gieren


Ik breek het zwijgen aan. Er brult Er.
Het krast uit de oren. Het slaat de melodieën af.

(Opnieuw).
Reik me het weigeren, geef het gemis.
Ik breek en ik breek jouw zwijgen aan. Er brult Er.
Een hand verklaart mij nader dat ik mij hier
te verstrooien heb. Geschreeuw. Mijn vel valt af.
Mijn nek is niemandal. Ik zak mijn woorden uit

en de klank die je was vertekent jouw gebaren
in het licht van de hal tot het licht
een bedrieglijk verrukkelijke schijn vertoont
van weldaad,  warmte op het marmer. Zo

staan woorden keer op keer
de woorden in de weg.

(Nog eens).
Reik mij het niets aan, weiger gebrek
als ware het echt in jouw ware ik.

Er is het rode nog dat kiemen gaat.
Het legt ons een doodse stilte op. Fuck.

(En).
Niets is er hier, niets dat ik beminde.

 

gieren
dv2008 -“velverzakking” – watercolor/pastel on paper – A4

 

 

LAIS


LAIS
dv 2008 – “LAIS” – tekening

 

Zie wat ik zag toen ik weigerde te zien.
Hoor wat ik verzweeg toen ik weigerde te spreken.

Niets van jou is ooit daadwerkelijk beschreven.
Niets is van jouw lichaam ooit naar waarheid verteld.

Jij weet niet wie jij bent.
Jouw lippen sluiten niet jouw mond,
jouw ogen zien niet wat je ziet,
jouw hand heft niet een van jouw handen op.

Jij splijt de wereld. Jij
bent een diepe aarden mond.

De goddelijke tongen vlammen
aan zichzelf verwrongen gebonden
rond het uit hun hemelen
verdrongene.

Jij wint. Jij won. Met
vloek en krijsen zullen
eeuwig de goden
zichzelf moeten dwingen

om jouw naam
bij elke mens in
te branden.

Uit vuur
vuur.