Daily Délie CCXLV


Mes tant longz jours, & languissantes nuictz,
Ne me sont fors une peine eternelle:
L’Esprit estainct de cures, & ennuyz,
Se renouvelle en ma guerre immortelle.
  Car tout je sers, & vis en Dame telle,
Que le parfaict, dont sa beaulté abonde,
Enrichit tant ceste Machine ronde,
Que qui la veoit sans mourir, ne vit point:
Et qui est vif sans la scavoir au Monde,
Est trop plus mort, que si Mort l’avoit point.

noot:DÉLIE, object de plus haulte vertu” is het meesterwerk van Maurice Scève, dat voor het eerst verscheen in 1544 in Lyon. Het bestaat uit 449 dizains (tienregelige verzen) opgelucht met 50 emblemata. Omdat ik onder de titel LYLIA bezig ben met een Nederlandstalige update van dit werk, krijgt u hier (vrijwel) dagelijks een dizain uit dit al te onbekende werk voorgeschoteld. De gehele brontekst met de emblemata vind u op de prachtige website French Emblems at Glasgow’, rechtstreekse link naar de Délie: http://www.emblems.arts.gla.ac.uk/french/books.php?id=FSCa

Daily Délie CCXLIIII


Si je vois seul sans sonner mot, ne dire,
Mon peu parler te demande mercy:
Si je paslis accoup, comme plein d’ire,
A mort me point ce mien aigre soucy:
Et si pour toy je vis mort, ou transy,
Las comment puis je aller, & me movoir?
Amour me fait par un secret povoir
Jouir d’un coeur, qui est tout tien amy,
Et le nourris sans point m’appercevoir
Du mal, que fait un privé ennemy.

noot:DÉLIE, object de plus haulte vertu” is het meesterwerk van Maurice Scève, dat voor het eerst verscheen in 1544 in Lyon. Het bestaat uit 449 dizains (tienregelige verzen) opgelucht met 50 emblemata. Omdat ik onder de titel LYLIA bezig ben met een Nederlandstalige update van dit werk, krijgt u hier (vrijwel) dagelijks een dizain uit dit al te onbekende werk voorgeschoteld. De gehele brontekst met de emblemata vind u op de prachtige website French Emblems at Glasgow’, rechtstreekse link naar de Délie: http://www.emblems.arts.gla.ac.uk/french/books.php?id=FSCa

Daily Délie CCXLIII


Ces tiens, non yeulx, mais estoilles celestes,
Ont influence & sur l’Ame, & le Corps:
Combien qu’au Corps ne me soient trop molestes
En l’Ame, las, causent mille discordz,
Mille debatz, puis soubdain mille accordz,
Selon que m’est ma pensée agitée
  Parquoy vaguant en Mer tant irritée
De mes pensers, tumultueux tourment,
Je suy ta face, ou ma Nef incitée
Trouve son feu, qui son Port ne luy ment.

noot:DÉLIE, object de plus haulte vertu” is het meesterwerk van Maurice Scève, dat voor het eerst verscheen in 1544 in Lyon. Het bestaat uit 449 dizains (tienregelige verzen) opgelucht met 50 emblemata. Omdat ik onder de titel LYLIA bezig ben met een Nederlandstalige update van dit werk, krijgt u hier (vrijwel) dagelijks een dizain uit dit al te onbekende werk voorgeschoteld. De gehele brontekst met de emblemata vind u op de prachtige website French Emblems at Glasgow’, rechtstreekse link naar de Délie: http://www.emblems.arts.gla.ac.uk/french/books.php?id=FSCa

Daily Délie CCXLII


En ce sainct lieu, Peuple devotieux,
Tu as pour toy saincteté favorable:
Et a mon bien estant negotieux,
Je l’ay trouvée a moy inexorable.
  Jà reçoys tu de ton Ciel amyable
Plusieurs biensfaictz, & maintz emolumentz.
Et moy plainctz, pleurs, & pour tous monumentz
Me reste un Vent de souspirs excité.
Chassant le son de voz doulx instrumentz
Jusqu’a la double, & fameuse Cité.

noot:DÉLIE, object de plus haulte vertu” is het meesterwerk van Maurice Scève, dat voor het eerst verscheen in 1544 in Lyon. Het bestaat uit 449 dizains (tienregelige verzen) opgelucht met 50 emblemata. Omdat ik onder de titel LYLIA bezig ben met een Nederlandstalige update van dit werk, krijgt u hier (vrijwel) dagelijks een dizain uit dit al te onbekende werk voorgeschoteld. De gehele brontekst met de emblemata vind u op de prachtige website French Emblems at Glasgow’, rechtstreekse link naar de Délie: http://www.emblems.arts.gla.ac.uk/french/books.php?id=FSCa

Daily Délie CCXLI


Ce n’est point cy, Pellerins, que mes voeutz
 Avecques vous diversement me tiennent.
 Car vous vouez, comme pour moy je veulx,
 A Sainctz piteux, qui voz desirs obtiennent.
   Et je m’adresse a Dieux, qui me detiennent,
 Comme n’ayantz mes souhaictz entenduz.
   Vous de voz voeutz heureusement renduz
 Graces rendez, vous mettantz a dancer:
 Et quand les miens iniquement perduz
 Deussent finir, sont a recommancer.

witregelswitregelswitregels

Daily Délie: elke dag een nieuw dizain van de Délie van Maurice Scève.
De bron van de noten / besprekingen is voornamelijk de monumentale Edition critique van Gerard Defaux, Droz 2004. De vertalingen zijn vlugge pogingen tot  verduidelijking van de originele tekst in begrijpelijk Nederlands. Alternatieven, expliciteringen of on-Nederlandse vertalingen staan tussen vierkante haken. De lezing gebeurt in fazen, raadpleeg voor een klare kijk de index van de ‘affe’ lezingen.

Vertaling

Het is niet zo, Pelgrims, dat mijn wensen
mij op tegengestelde wijze bij u houden.
Want u wenst zoals ik het wens
devoot te zijn bij de Heiligen, die wat u verlangt (‘vos desirs’) verkrijgen.
Ook ik richt mij tot God, die mij weerhoudt,
als niet hebbende gehoord mijn wensen..
U die van uw gebeden gelukkig weerkeert
met Genade verkregen, zet u aan het dansen:
en  de mijne, nu ze onrechtvaardig verloren
moesten eindigen, zijn te herbeginnen.

Noten

Dit dizain vormt met CCXLII een eenheid. Van de hele embleem-context die Giordano in CCXLCCXL duidde rest hier enkel de sfeer van devotie. De Amant, verbannen naar het klooster op L’Ile Barbe, moet effen verduidelijken dat hij hier weliswaar tegen zijn wil is (hij wil bij Délie zijn) maar dat hij toch hetzelfde nastreeft (genade).

Gerard Defaux zoekt hier voedsel voor zijn ‘idolatrie’-these -de Délie zou op subversieve wijze een soort van ode aan deze zonde zijn – ik heb het daar momenteel wat moeilijk mee omdat het benadrukken van de Idool-functie van Délie misschien eerder als contra-reformatorische bevestiging gelezen dient te worden. Het werk is al bij al in ‘gevaarlijke’ tijden geschreven als het richting Geneefse beeldenstormerij dreigt te gaan, dus het directe effect daarvan is eerder een bevestiging van de officiële religie, iets wat Scève overigens als bevoorrechtte tot officieel chroniqueur van het Parijse hof te Lyon zal maken bij de Koninklijke Intrede aldaar in 1547. Voor Scève is er niks mis met het vereren van iconen of afbeeldingen, integendeel, hij maakt van zijn geliefde zelf een Idool, een baken, en heel het werk is een omslachtige poging om zijn liefde in te schrijven in de Caritas, agapé van de ‘Ferme Amour’. Dat de poging Scève toont als falende mens, da’s wat anders …

Ik vind het einde bijzonder mooi klinken, het in teleurstelling gedoofde vuur in ‘perduz / Deussent’. Meesterlijk is zeker het minutieuze volgen van de spanning tussen de wensbeweging naar het hogere die soms wel, dan weer niet samenvalt met de hevige verlangens naar het Idool, tegen de achtergrond van een realistisch opgeroepen bedevaartsoord waar de Amant  verbannen is. Het gemoedsconflict wordt opgeroepen in de beweging maar wordt niet ‘besloten’ in een oordeel, dat niet anders dan een veroordeling van de (vleselijke) verlangens zou kunnen zijn.

Ogenschijnlijk beaamt het dizain de devotie van Scève de auteur, maar het subtiele denken van de Amant ondergraaft die helemaal. Deze obscuritas als gebrek aan klaar geloof, maakt misschien van Scève’s Amant, in al zijn bedacht  ‘intellectualisme’, ondanks het cerebrale karakter van de poëzie, een meer menselijk figuur dan de Laura-lover in de handen van de verheven auteur Petrarca. In een andere optiek kan je het wegwerken van de obscuriteit die de lezer als opdracht krijgt zien als analogie van het pad dat de Amant dient te bewandelen, van donkere zonde naar heldere Redding.

Daily Délie CCXL


vipere_FSCa028

Ma voulenté reduicte au doulx servage
 Du hault vouloir de ton commandement,
 Trouve le joug, a tous aultres saulvage,
 Le Paradis de son contentement.
   Pource asservit ce peu d’entendement
 Affin que Fame au Temps imperieuse,
 Maulgré Fortune, & force injurieuse,
 Puisse monstrer servitude non faincte,
 Me donnant mort sainctement glorieuse,
 Te donner vie immortellement saincte.

Daily Délie: elke dag een nieuw dizain van de Délie van Maurice Scève.
De bron van de noten is de monumentale Edition critique van Gerard Defaux, Droz 2004
De vertalingen zijn pogingen tot  verduidelijking van de originele tekst in begrijpelijk Nederlands. Alternatieven of on-Nederlandse vertalingen staan tussen vierkante haken.

Vertaling

Mijn wil, herleid tot zachte lijfeigenschap
aan de hoge wens van jouw gezag,
vindt het juk, voor alle anderen wreed
het Paradijs voor zijn tevredenheid.
Daarom lijft het dit weinige aan verstandhouding in
zodat de Faam die de Tijd dicteert
tegen Fortuin en weerzinwekkend geweld [kracht] in
toch ongeveinsde dienstbaarheid [‘fide non ficta’] kan tonen
die mij een heilig glorieuze dood geeft
en jou een onsterfelijk heilig leven.

Bespreking

Aan de hand van dit dizain en in combinatie met het bijhorende ‘impresa’ introduceert Giordino ( zie https://books.google.be/books?id=yyLcbGLWi6YC ) zijn benadering van de Délie met behulp van schema’s uit de christelijke meditatieinstructies van Mauburnus en Loyola. Ik geef in vogelvlucht een door mij lichtjes gekruid overzicht van Giordano’s gedachtengang.

Het embleem schept de associatieruimte waarin de meditatie kan plaatsvinden. Volgens de overlevering in o.m. de Egyptische oudheid bijten slangen zichzelf open om hun baby’s te bevrijden. Dit beeld wordt icoon voor L’Amant die zoals aangekondigd in het inleidende huitain zijn vele ‘mortz‘ sterft in dienst van zijn Idool.
In het eerste kwatrijn schetst Scève de scène, de toestand in één beeld: de wil van de Amant in zoete slavernij van het Idool ervaart zijn knechting als een zegening. Deze ‘explicatio’ die het geheugen aanspreekt (hoe zat het weer tussen de hoofdrolspelers) legt de logica van de impresa uit, volgt die logica maar overschrijft de methode daarvan met een eigen terminologie op de polen wil-servitude, juk-tevredenheid en wreedheid-Paradijs.

Vervolgens wordt dit verder uitgewerkt in een ‘tractatio’ à la Loyola (de boomstructuur wordt verder opengevouwen): de labiele structuur (‘ce peu de’) van ‘entendement’, het wederzijdse begrip tussen Amant en Idole wordt nu versterkt door de wil die nu de schrijvende Dichter wordt die de Faam in de hand heeft en tot een ‘fide non ficta’ dwingt (Tim. 1:3-5) zodat in haar dienst de Tijd overwonnen wordt en ook Fortuin en de verwoestende krachten (het ‘onrecht’ dat altijd wel ergens ten oorlog roept).
Op die manier komt Scève tot het vereiste besluit dat teruggrijpt naar de embleemtekst en de hele meditatie opengooit in een glorierijke overwinningsdialoog met de Geliefde, een gebeuren dat overeenkomt met het voorschrift voor affectieve besluitende ‘Gradus’ bij Mauburnus waarin ook de eeuwige terugkeer cyclus van in het embleem verwerkt is in de paranomasia-figuur (Giordano, p.30):

‘Me donnant mort sainctement glorieuse,/Te donner vie immortellement saincte’ (vv. 9–10). Both the figure and the verbal structure develop the paradoxical exchange as an unending reenactment. This resembles the notion of an endless cycle depicted in the impresa by the coiled viper. Similar sounds bring into reverential reciprocity states that would have been contradictory at the literal level. Death becomes life, glorious death becomes immortality, and both reversals are holy and blessed.

Heel de architecturale gedachtebeweging komt zo netjes op zijn pootjes terecht met het beoogde retorisch-affectieve effect…

Hieronder nog wat achtergrondinfo en enkele bedenkingen.

Scala Meditationis

Afgebeeld hier het schema ‘Scala Meditationis’ uit de ‘Rosetum exercitiorum spiritualium et sacrarum meditationum’ van Jan Mombaer, een Brussels monnik, reformist van de Moderne Devotie, wiens werk onrechtstreeks van invloed was op de Spirituële Oefeningen van Ignatius de Loyola.

Michael Giordano vindt dit soort meditatieve gedachtebewegingen terug in de Délie van Scève, waarbij Scève’s impresa de aanzet geven voor de meditatie: het decoderen van de impresa (kader-motto-afbeelding) schept de pictoraal-verbale associatieruimte, zoals bij mnemotechnieken (cfr. Frances Yates in haar ‘The Art of Memory‘ over o.m. Robert Fludd en Giordano Bruno, zie hieronder) waarop de dizains hun instructieve code verder bouwen om de lezer in een intellectueel verrijkend meditatieproces te verwikkelen.

Scala_Mauburnus

Je kan het ook vergelijken met Tibetaanse visualisatietechnieken bij het mediteren, die zijn even complex vervat in een meditatieleer, maar ja het exotisme van de afbeeldingen daarvan maakt het natuurlijk aantrekkelijker,die prentjes zijn beter voor de commerce.

De retorische technieken, de stijlfiguren, heel het paronomasiecomplex maakt zo van het dizain een radertje in een gigantische gedachtemolen. Een Neo-Platonische gebedsmolen te gebruiken ter idool-ascentie.
En dat maakt het werk bij uitstek lyrische code natuurlijk, het ziet er niet alleen duister en complex en zelfs bedreigend uit (de verwijten van obscurantisme en moeilijkdoenerij die ook bij Mallarmé of Celan kwistig worden rondgestrooid) het is ook totaal onbegrijpelijk als je de code niet als code leest, ttz als middel om de gedachtebeweging te doorlopen. Het is zo goed al letterlijk een programma voor het menselijk brein ter illuminatie. Je moet meedenken, of het wordt niks.

Literatuur als zazen: voor niks goed, maar het verlicht.

ROLAND BARTHES

Roland Barthes : Sade,Fourier, Loyola. ( ISBN 90 295 0118 9, vertaald in de Synopsis-reeks, maar in die vertaling zitten euh, duistere passages, ik heb hieronder het stuk over Loyola in de Engelse vertaling van Richard Miller , New York  1976 erbij gelinkt ).

Barthes analyseert daarin de ‘topiek’ bij Loyola, hoe alle ideeën in een kaske worden gestopt, een schuifke of takken in de verder groeiende ‘boom’ van de geestelijke oefening.
Want de Jezuiet is net als de ‘sadist’ Sade en de rebel Fourier een ‘logotheet’, een taalstichter. Zo’n taalstichter, nog volgens Barthes, ontdoet de natuurlijke taal eerst van het overtollige, bakent vervolgens af, knipt snijdt en plakt dat het een fetisjistische lust is en schept dan zijn dictatoriale orde in het geheel.

De aldus bekomen ‘classificatie’ van de ‘ideeën’ – ja ik begin haakskens te gebruiken want nu schuiven we toch zachtjes richting fenomenologie met de Neo-Kathedraalse gignomenologie als voorlopig einddoel – maakt het gebied van de ‘contemplatie’ op een bijna mathematische manier hanteerbaar, dus ge ziet hoe heel die Moderne Devotie-beweging de tandem Descartes-Spinoza voorbereidt en de poging tot ‘matheficatie’ van de filosofie.

Maar we mogen bij Giordano’s enthousiasme natuurlijk de Arabische instroom via het neo-platonisme niet vergeten, of de door Defaux aangetoonde andere bronteksten (Giordano minimaliseert die, blijkbaar) en het valt nog te bezien in hoeverre deze invalshoek ook voor de andere reeksen van dizaines/emblemen opgaat.

Er zijn immers wat zwakke punten in de redenering van Giordano: het is met name twijfelachtig of Scève de geschriften van Loyola überhaubt wel kende (ze verschenen na het verschijnen van de Délie, maar oké, het is ‘waarschijnlijk’ dat Scève al wel ’s gehoord zou hebben van deze Devotietechnieken.

Verder staat de verhouding tekst-impresa van de Délie erg ter discussie. Waar die soms al heeft aanleiding gegeven tot m.i. nogal ridicule numerologische ‘complottheorieën’ (mijn excuses voor deze enigszins denigrerende benaming, hihi) die een hele architectuur zoeken achter het typografische argument, stel ik mij dat allemaal een beetje meer down-to-earth voor. Hoe krijgt ge, om maar iets te zeggen, al die tekstblokskens van ‘tieners’ naar behoren in uw boekske als drukker met die 50 duur betaalde prentjes er nog ’s bij? Wanneer zijn die imprese erbij gekomen? Vaak heeft slechts het eerste gedicht verband met de afbeelding van de reeks van 9, misschien mogen we ook niet teveel belang hechten aan iets wat waarschijnlijk een commercieel maneuver van de drukker was, wie gaat er die archi-moeilijke poëzie van Scève kopen als die uitgave niet inspeelt op de toen gloednieuwe mode van de ‘embleem’ literatuur?

Ik heb, tenslotte,  vanuit de eigen praktijk van het jarenlang schrijven van dizaines, ook mijn twijfels bij al te rigide schema’s die ‘alles’ kunnen verklaren of dè sleutel zouden zijn tot een beter begrip van de Délie. Net als het grote voorbeeld, de  Canzonieri van Petrarca moeten we ons de dizaines misschien beter voorstellen als een ‘dagwerk’ (cfr het Daghwerk’ van Huygens)  van de dichter dat pas in een eindstadium de ‘vorm’ heeft gekregen waarin het ons toekomt.

Onze consumentenverblinding, die belachelijke moderne fixatie op de ‘bundel’ (begonnen bij ‘Les Fleurs du Mal’?) op het verhandelbare eindproduct maakt van de praktijk van het schrijven een mythe en de opgehemelde mythe resulteert in een taboe die op de schriftuur rust (Barthes -en Derrida met hem- heeft dat taboe slechts ten dele kunnen opheffen).
Het maakt van onze lezing van literatuur nu ook  een fetisjistische consumptie die aan de vergeten praktijk eisen stelt of ten minste regels oplegt die er totaal vreemd aan zijn.

Enfin, aan de mijne toch. Bij de lezing van Scève, van de teksten geschreven in zijn praktijk, resulteert dat vaak in verregaande hineininterpretatie, een fenomeen dat niet geheel te vermijden is, maar de al te komische kantjes mogen er toch af. Je leest wat je wil en hoe je het wil lezen, maar bon, laten we wel wezen…

Dat in dit geval alvast de manier van denken van de  Devote meditatietechnieken zeker heeft meegespeeld bij de compositie van het dizain staat m.i. buiten kijf en de analyse van Giordano is dan ook een staaltje van eruditie. Wordt vervolgd…

Délie en OOP

Het belangrijkste van de les in onze Dagelijkse Délie vandaag is misschien wel  dat we gezien hebben hoe de superimpositie van de meditatiestructuren op het impresa-mechanisme plaatsvindt. In een OOP-taal als Java bv wordt zoiets ‘overriding’ genoemd: je gebruikt een (super)klasse met al haar methoden en sommige methoden ga je dan ‘overriden’ = overschrijven met andere methodes die jij nodig hebt voor je specifieke project. De gebruikte (super)klasse is die van het embleem/impresa waarbij de lezer weet wat er van haar verwacht wordt. Die methode (=manier van decoderen) wordt echter overschreven door de meditatietechnieken.

Ik maak de vergelijking met programmeertechnieken hier expliciet omdat Scève, zoals aangetoond in Giordano’s analyse,  ook daadwerkelijk zulk een beweging maakt. Het is hetzelfde menselijk brein hè, ge kunt in dat brein niet op vijfhonderd verschillende manieren een rechte lijn van punt a naar punt b trekken…

Wat mij tot de welhaast zondags aandoende gedachte brengt dat de mens-machine verhouding misschien in de eerste plaats een educatieve relatie is. Educatie kan enkel geslaagd genoemd worden als het een tweerichtingsverkeer is: leerling én leraar leren bij het proces omdat het aanleren de snotaap die de leraar altijd voor een stuk blijft in een ander en dus verrijkend denkperspectief dwingt.

En op een blauwe maandag is de leerling plots meester, ‘natuurlijk’.

Verdere lectuur

voor Loyola en de Christelijke mystiek zie https://en.wikipedia.org/wiki/Ignatius_of_Loyolahttps://en.wikipedia.org/wiki/Ignatius_of_Loyola

Roland Barthes over Loyola: LOYOLA-Roland-Barthes (pdf-bestand, ong. 2,2 mb)

Michael Giordano:The Art of Meditation and the French Renaissance Love Lyric op Google books

Frances YatesThe Art of Memory (pdf-bestand, ong.6mb)

Daily Délie CCXXXIX


Par long prier lon mitigue les Dieux:
Par l’oraison la fureur de Mars cesse:
Par long sermon tout courage odieux
Se pacifie: & par chansons tristesse
Se tourne a joye: & par vers lon oppresse,
Comme enchantez, les venimeux Serpentz.
  Pourquoy, ô Coeur, en larmes te despens,
Et te dissoulz en ryme pitoyable,
Pour esmouvoir celle, dont tu depens,
Mesmes qu’elle est de durté incroyable?

noot:DÉLIE, object de plus haulte vertu” is het meesterwerk van Maurice Scève, dat voor het eerst verscheen in 1544 in Lyon. Het bestaat uit 449 dizains (tienregelige verzen) opgelucht met 50 emblemata. Omdat ik onder de titel LYLIA bezig ben met een Nederlandstalige update van dit werk, krijgt u hier (vrijwel) dagelijks een dizain uit dit al te onbekende werk voorgeschoteld. De gehele brontekst met de emblemata vind u op de prachtige website French Emblems at Glasgow’, rechtstreekse link naar de Délie: http://www.emblems.arts.gla.ac.uk/french/books.php?id=FSCa