La Vie Sexuelle de Charles Baudelaire III, 6

Dans la brute assoupie un ange se reveille / vers les oiseaux de mer

opdat ik zwijgen kan, dien mij uw gesel toe (haar bed is leeg
en met verstomming slaat het doodgewone liggen van het
slaapkleed in een bundel op het voeteneind, de glinstering
van herkenbare haartjes in de hoekige zon of het wegkwijnen

in brak water van een bloementuil.) opdat ik zwijg (eek,
een zwarte vlek- ik schrok me rot- een kat of iets, een hond
zo zacht en rakelings m’n enkels langs op het gras
), zeg ik
(niet eindig maar een baken) maar daar komt weer als vuur

(en harig, gruwel weet je, net) die blik haar ogen in). Ontwaak


Het Gedicht van de Dag komt vandaag uit La Vie Sexuelle de Charles Baudelaire (1996 -heden).

LVdCB18
dv 2018 – LVSdCB018 – Collage Asémique – €30

La Vie Sexuelle de Charles Baudelaire III,3

Je me pris à songer près de ce corps vendu / La surface de l’invisible

en hoewel ik niet bestond (drie gezusters bij volle
maan, liefde druppelt paars uit elke porie, urenlang
staan wij met de armen hoog als hagen in de wake en
bij de stijgende verstijving der leden dissecteren wij

de holle klanken van zijn naam), niets nog (ben ik mijzelf
dan ben ik haar die jij net sloeg en ook wel dit waar jij
op geilt en zeker haar die ook mij droeg dus hou van mij)
(lichtjaren leegte bieden zich aan) van mij staande bleef,

(want ik kom je halen) dreef ik eigen pijn zo diep in jou.


Het Gedicht van de Dag komt vandaag uit La Vie Sexuelle de Charles Baudelaire (1996 -heden).

LVdCB15
dv 2018 – LVSdCB015 – Collage AsémiqueApprouvé – A4 – €32

La Vie Sexuelle de Charles Baudelaire II,6

La froide majesté de la femme stérile

ex nihilo nil (de benen bengelen) nemo
creavit : o parelend ontwenningszweet!
(binnensmonds gejubel registrerend soms
kantelt in het duister nog het evenwicht)

(open diafragma, lichtval schaduwloos
op dit dat zich verheffen wil tot dat
en het wachten samenvat met einde
lichtval, diafragma sluiten, duisternis)

ofschoon niet echt berustend in verdoemenis


Het Gedicht van de Dag komt vandaag uit La Vie Sexuelle de Charles Baudelaire (1996 -2018).

Lees verder:

LVdCB12
dv 2018 – LVSdCB012 – Collage Asémique – A4 – €30

La Vie Sexuelle de Charles Baudelaire II,4

Ô vase de tristesse, ô grande taciturne

een geijkte vorm (in stilte en dan nog)
van inspraak : in een knikker dit papiertje,-
(reciterende een waslijst kleuren soms
bij volle maan doorgrond ik het)

(zeldzaam ben je, wil je mij maar
ligt daar niet een bedding dichtgeslibt
naar syfilliete schuim te lonken. Eiland
ben je, zeg je : touch me, touch my brain)

breekt het echter uit het schone als voorheen

Het Gedicht van de Dag komt vandaag uit La Vie Sexuelle de Charles Baudelaire (1996 -heden).

Lees verder:

LVdCB10
dv 2018 – LVSdCB 010 – Collage Asémique – A4 – €30

La Vie Sexuelle de Charles Baudelaire II,2

Ramper sur le versant de ses genoux énormes,

gespleten aarde (slangen in je buik)
waar ik lallend instuik, stik in je huid,-
(indachtig kathedraalgezangen soms
op autostraden nog herken ik mij)

(liefde, herhaal je mij mijn liefde
voor het openrijten mijner wonden
en als ik hanteerbaar ben geslonken
klinkt er harpgetokkel in je na)

schoonheid lost zichzelf op waar ik ga :

Het Gedicht van de Dag komt vandaag uit La Vie Sexuelle de Charles Baudelaire (1996 -heden).

Lees verder:

LVdCB08
dv 2018 – LVSdCH008 – Collage Asémique – A4 – €30

La Vie Sexuelle de Charles Baudelaire I,5

Rien n’embellit les murs de ce cloître odieux.

happen als de goudvis die naar wolken loert
schuddebollen als de duif die koert
tot het lichaamskluwen openbarstte,
tot haar lichaamskluwen openbarst.

rust vervagend, drinkt zo zoetjes,
oorlog onverhoeds in stulpen knippert,
gulpt dan op en van hun schermen drift
tot op kraaknet glas een bloedend klompje ligt.

in korte scènes word wellicht ook ik belicht.

Het Gedicht van de Dag komt vandaag uit La Vie Sexuelle de Charles Baudelaire (1996 -heden).

Lees verder:

LVdCB05.jpg
dv 2018 – “LVSdCB005” – €25

La Vie Sexuelle de Charles Baudelaire I,4

Le succube verdâtre et le rose lutin

kruisweg in een kromhals : laait,
verkilt of smelt de droogstoof in
tot de lichaamsgrens vervaagde,
tot haar lichaamsgrens vervaagt.

armer blijft wie kundig draait
zijn lust en nijd tot stemmig grijs,
dan hij die in zijn aarden bed
tot dageraad naar zilver graaft.

tekort aan dorst wellicht wordt nooit gelaafd.

Het Gedicht van de Dag komt vandaag uit La Vie Sexuelle de Charles Baudelaire (1996 -heden).

Lees verder:

LVdCB04.jpg
dv 2018 – LVSdCB I, 4 – mixed – A4 – €20

La Vie Sexuelle de Charles Baudelaire I,3

Et vous, femmes, hélas! pâles comme des cierges

eender licht door kathedralen
als door ijs dat wellust ving,
tot het lichaam mij bedaarde,
tot haar lichaam mij bedaart.

onbewogen zie ik strakke koorden
van haar ogen naar mijn dood:
niet in cirkels boven daken
vliegen duif of meeuw of mus.

tekort aan niets wellicht gebiedt de kus.

Het Gedicht van de Dag komt vandaag uit La Vie Sexuelle de Charles Baudelaire (1996 -heden).

Lees verder:

LVdCB03
dv 2018 – LVSdCB I,3 – A4 – €25

La Vie Sexuelle de Charles Baudelaire I,2

Envoie-toi bien loin de ces miasmes morbides;

vel op derrie, roos in slijk,
op vegen nacht een vaal gezicht
tot het lichaam mij bekoorde,
tot haar lichaam mij bekoort.

vlees verhaalt de zeeën
hoe het vocht vergaat in grond.
bloemen dichten mij gedurig:
doe ik mij sluitend in haar toe,

tekort aan haar wellicht is wat ik doe.

Het Gedicht van de Dag komt vandaag uit La Vie Sexuelle de Charles Baudelaire (1996 -heden).

Lees verder:

LVdCB02
dv 2018 – “LVSdCB-I,2” – mixed – A4 – €21

of/of (3)

pamphlet.jpg
dv 2018 – “asemic pamphlet calling for action against the terrifying increase of prostitution in the arts of ever younger gestures (to further the cause deposits can be made on my IBAN account BE22 7340 2968 5847 BIC KREDBEBB)” – bister, crayon & chalks on Source paper A4 – €22,49

Noot betreffende dit tekstuele gebeuren: Ik heb over Kierkegaard ook alleen maar wat Wikipedia en het boekje uit de reeks ‘Kopstukken uit de filosofie’ gelezen, en van hemzelf enkel vluchtig ‘De Herhaling’, dus een ‘kenner’ ben ik zeker niet. Maar het boeit mij dus ik lees graag verder, samen met u, als u dat wil en zo u mij het getater erbij vergeven kan. De lezing is een ‘Kathedraalse lezing’ wat inhoudt dat ik al lezende de Neo-Kathedraalse elementen uit het gelezene uitlicht en hier ‘afschrijf’, zoals je een investering afschrijft in uw bedrijf.

*
*    *

Kierkegaard’s A hanteert een dichotomie geest-zinnelijkheid waarbij de geest haar onmiddellijke (niet-gemediëerde) uitdrukking vindt in de taal en de zinnelijkheid in de muziek (van Mozart). De taal wordt ‘klassiek’ (zuiver, perfect) als expressie van de geest als alle zinnelijkheid eruit (klank, uitspraak, signifiant) eruit lijkt te verdwijnen als de toegesprokene/lezer enkel de geest bij monde van de schrijver/spreker waarneemt.

De ‘taal’ van de muziek is klassiek-perfect als de beweging ervan samenvalt met de beweging van de begeerte (die is dan zoekend-dromend-begerend in haar drie stadia, een pure Hegeliaanse Aufhebung.
Het ‘onuitsprekelijke’ van de zinnelijkheid/muziek is een gevolg van de onuitsprekelijkheid van de beweging omdat de loutere zinnelijkheid enkel kan worden opgehouden door de zinnelijkheid van de taal.
De Geest beweegt niet, de geest is, dus taal is geen mortificatie ervan want de Geest is een Ding (een soort eeuwig superding). Dus hoe fijnbesnaard hij ook de zinnelijkheid in haar bewegen weet te beschrijven, zijn bewegingsgevoeligheid houdt op als het terrein van de geest betreden wordt.
De Geest, door haar incarnatie in Christus ‘veroorzaakt’ wel de beweging van de zinnelijkheid (God als onbewogen beweger, het goddelijke in ‘agambiet’ bepalend Binnen buiten het humane), het Christendom verzelfstandigt de zinnelijkheid op een manier die het ontstaan van de muziek mogelijk maakt (volgens K.’s A is er geen sprake van muziek bij de Grieken ofzo, de muziek is ontstaan in de ME dankzij het Christendom. tja, pech è, sullige rest van de wereld).

Dit alles ligt vervat ergens op p.87 in het origineel, p.103 in de vertaling, waar hij zich beklaagt dat het tweede stadium van de zinnelijkheid, verpersoonlijkt door de figuur van Papageno in De Toverfluit, niet in woorden te vatten is:

“Het is te onmiddellijk om in woorden te worden vastgehouden. […] Men zou mij kunnen tegenwerpen dat het überhaubt onmogelijk is om iets onmiddellijks uit te spreken. In zekere zin is dat ook volkomen juist, maar om te beginnen vindt de onmiddellijkheid van de geest haar onmiddellijke uitdrukking in de taal, en voorts blijft die, voor zover er zich door het toetreden van de gedachte een verandering mee voltrekt, toch wezenlijk dezelfde, juist omdat ze bepaling van de geest is. Hier daarentegen gaat het om een onmiddellijkheid van de zinnelijkheid, die als zodanig een heel ander medium heeft, waarbij dus de wanverhouding tussen de media de onmogelijkheid absoluut maakt.” (ISBN 978 90 8506 4787, p.103)

De ‘gedachte blijft wezenlijk dezelfde’ bij Kierkegaard omdat de gedachte gedacht wordt als een ding, een iets dat een identiteit heeft, een geheugenplaats, een pointer. De gedachte is en blijft voor K ‘bepaling van de geest’. Dezelfde fictie van het ding als in het object-georiënteerd programmeren, dezelfde fallische ‘betekenaar’, dezelfde illusie die er oorzaak van is dat we op deze manier nooit een kunstmatige intelligentie zullen kunnen vatten, laat staan er een ‘maken’.

Want de gedachte is geen ding, het denken is niet, het denken gebeurt. Je kan op een gedachte ook niet terugkomen, je kan een gedachte niet ‘echt’ herhalen, de herhaling herhaalt enkel zichzelf, een subsisteren van de fictie van het existeren.

En in de zinnelijkheid is er enkel beleving van de zinnelijkheid, een gebeuren, een beleving die wij willen afzonderen van het de beleving van het denken omdat ons dat nou eenmaal goed uitkomt, want dan kunnen we de zinnelijkheid ‘vrij’ laten, dan kunnen we zelf ‘vrij’ zijn en voor het overige toch de fictie van de rationaliteit hoog houden, dat we echt wel rationele wezens zijn.

Maar de mens is geen rationeel wezen, al was het alleen maar al omdat het sowieso al geen wezen is: de mens gebeurt.

Zie je: er is totaal niks mis met de dingen en het feit dat ze voor ons noodzaak zijn, dat we de dingen en het zijn nodig hebben om te functioneren. Waar het mis gaat, waar het soms faliekant maar vooral altijd vermijdbaar mis gaat is daar waar we beginnen te denken dat de dingen echt bestaan en dat we ze kunnen hebben, of godbetert dat we zelf een ding kunnen Zijn.

Er is niks mis met fictie, omdat fictie – en de Rede is een soort hyperfictie –  uiteindelijk het enige is wat we hebben, we hebben de fictie ook broodnodig. Maar je mag nooit ofte nimmer vergeten dat het fictie is, anders krijg je vroeg of laat fatale klappen van het Echte, van het Gebeuren Zelve….

*
*    *

Op de volgende pagina wordt in wat A zelf een parenthese noemt, duidelijk waar voor A (en vermoedelijk ook voor K ) de grens ligt. Er wordt gerefereerd naar het gebruik van muziek als een middel dat kan worden ingezet om krankzinnigheid te genezen.

Ik citeer deze parenthese omdat nergens het beeld van het bewustzijn dat een auteur heeft duidelijker te zien is dan in zijn commentaar op een ‘ziek’ bewustzijn. Dan kan de auteur immers alle voorzichtigheid laten varen en recht voor de raap vertellen ‘hoe het zou moeten zijn, hoe het hoort te zijn’. Het is precies deze ‘ought’ die volgens rationalisten als Negarestani in hen typerende sloganeske passages voortdurend verward wordt met wat het ‘is’. Dat klopt ook denk ik, die kritiek, enkel: het zijn is net zo goed een fictie als het ideaal. Negarestani verlegt terecht de kritische grens van “het is zo omdat het zo hoort te zijn” naar het uitgezuiverde “het is zo omdat het niet anders kan zijn” . Maar dat is ontoereikend. Het is niet zo omdat het niet anders kan maar omdat het zo gebeurt want het is helemaal niet. Als het niet anders kan en toch gebeurt het niet, dan schort er wat aan het zijn en niet aan het gebeuren. Je zal zeggen, maar wat win je toch met heel die anti-zijn hetze? Het antwoord is reuze evident en tweedelig :
–  je wint alle mogelijkheden van het niet-humane dat je in het gebeuren niet kan vatten omdat het buiten het bereik van het technische zijn valt, maar wel kan beïnvloeden, omdat het gebeuren zelf wel waarneembaar is
je wint aan klaarheid omdat je het gebeuren dat in wezen altijd simpel is doelgericht en efficiënt kan scheiden van de complexiteit van het technische zijn, een complexiteit die in de expressie zit en dus transponeerbaar / translateerbaar in de perceptie en dat vooral ook berekenbaar is, dus het is complexiteit die je met gemak kan overlaten aan de (quantum)computer…

Maar goed,  K’s A dus, over muziektherapie:

“Men heeft muziek gebruikt om krankzinnigen te genezen: men heeft ook in zekere zin zijn doel bereikt, en toch is dit een illusie. Als namelijk de krankzinnigheid een mentale oorzaak heeft, dan is die altijd daarin gelegen dat het bewustzijn zich op een of ander punt verhardt. Die verharding moet overwonnen worden, maar wil ze overwonnen worden, dan moet men precies de tegengestelde weg volgen aan degene die naar de muziek leidt. Maakt men nu gebruik van muziek, dan bewandelt men precies de verkeerde weg en verergert men de kwaal, ook al lijkt de patiënt van zijn krankzinnigheid genezen.” (ISBN 978 90 8506 4787, p.104)

Ik waag mij hiermee vanwege mijn zo goed als totale onwetendheid op zeer dun ijs, maar mijn hals is toch niks waard dus nihil obstat. De passage zal bij menig lezer, denk ik, als uiterst duister overkomen. Nu heb ik wegens mijn doorgedreven praktijk van het eigenhandig redigeren van eigen teksten wel wat ervaring met ‘duistere passages’: dat zijn negen op de tien passages die getuigen van duister en dus fout  denkwerk of van wegmoffelwerk. Wel ik vermoed hier bij onze A toch iets van die aard, en de denkfout zit ‘m medunkt in  het al te letterlijk doordenken op de gebruikte metafoor.

We gaan er Kierkegaard niet van verdenken dat hij als psycholoog er eentje is van het karikaturale 19de eeuwse typetje met de schedelboor. Als hij dus spreekt van een ‘verharding’ is en blijft dat beeldspraak: de denkwegen zijn ziek, stram en niet meer soepel, dat soort ‘verharding’.

Maar toch: wat doet de muziek dan met die verharde wegen? Wel, net voor deze passage wordt gezegd dat de muziek het bewustzijn verlicht omdat het boze gedachten kan verdrijven. Deze boze gedachten zijn het dan allicht die de krankzinnigheid verklaren die optreedt naar aanleiding van de ‘verharding’. De muziek ‘omspeelt’ en omspoelt dus blijkbaar deze boze gedachten en de onderliggende verharding. De muziek geneest omdat ze de symptomen wegneemt (de boze gedachten) , maar ze laat de oorzaak intact, namelijk de ‘verharde wegen’.

Kierkegaard neemt dus geenszins de verharding letterlijk, maar de denkwegen klaarblijkelijk wel, want die kent hij een bestaan toe, los van de boze gedachten. Foei Søren toch, denk je misschien, maar ik vraag mij luide af in hoeverre hedendaagse psychologen niet op soortgelijke wijze de inhibitie een ‘bestaan’ toekennen los van de gedachten zelf, en van daaruit met monsterlijk destructieve medicatie het ziekelijke ‘obstakel’ te lijf gaan. Hoezo zou een door muziek genezen patient slechts schijnbaar genezen zijn als zijn gedachten terug de weg van de beweging en de openheid hebben gevonden en niet verder de oude ‘wegen’ volgen van de destructie en de mortificatie?
Omdat die er nog moeten ‘zijn’, misschien? Maar er moet helemaal niks en zeker niet zijn.

Aldus wordt menig krankzinnige gedwongen om het comfort van zijn waanzin te ruilen voor een waanzin die werkt zoals het hoort, want het is wat is, toch. Laat mensen toch gebeuren zoals zij zich laten gebeuren willen en zet enkel hun gebeuren op een spoor dat wegloopt van de dood in plaats van er recht naartoe!

Maar bon, soit, ook dit is slechts, zoals bij Kierkegaard, geheel terzijde.

DE BOER VAN HORATIUS*

Rustig staat de boer
te wachten tot de rivier
klaar is met stromen.

—> lees meer over Kierkegaard in de reeks ”of/of”

*op deze bladzijden citeert Kierkegaard ook uit de Brieven van Horatius “rusticus exspectat, dum defluat amnis” (Epist. I,2 v.42): “de boer staat te wachten tot de beek nu eens eindelijk uitgestroomd is”, een ready-made haiku if ever there was one, maar het illustreert bovendien ook treffend Whitehead’s ‘fallacy of misplaced concreteness’ dat eigenlijk het leitmotif is van dit getater bij Of/Of van de meesterlijke Deen

of/of (2)

bloedmaan.jpg
dv 2018 – “bloedmaan” – bister,crayon en krijt op Bronpapier – A4 – €22,94

Bij gebrek aan god kunnen we geen categorieën van godsbewijzen meer presenteren, rijkelijk gespekt met uitgewerkte voorbeelden. Spijtig toch, want dat was best wel amusant en zeer stichtend voor het redeneervermogen van zowel het schrijverken als het publiek dat in die schielijk vervlogen tijden ook nog de tijd had om zich in het geschrevene langdurig te vermeien.

Maar niet getreurd:  we kunnen wel andere stellingen gaan bewijzen op lekker soortgelijk indeelbare wijzen. Zo de NKdeE-stelling aan de basis van het Neo-Kathedraalse Dogma dat ‘alles komt op zijn tijd’. Hierna volgt dus, ook al als uiting van mijn niet-aflatend exemplarisch activisme een non-filosofische bewijsvoering van het genoemde NKdeE-dogma met een slot dat zich triomfantelijk-Derridesk het randje sobertjes met de getuite lipjes naar binnen toe plooit (ik gebruik de term ‘non-filosofisch in Laruelliaanse zin, uiteraard).

Een beetje een absurde onderneming, ik geef het grif toe: een dogma is toch iets dat je zonder slag of stoot dient aan te nemen, maar zoals de eertijdse theologen de ketters toch ook op rationele manier wouden overtuigen van het Bestaan van God, tot in den treure en meestal ook tot bloedens toe, zo ook zou ik de rationeel geaarde medemens de toegang tot de reddende kracht van de Bewegingsleer niet willen ontzeggen. Het geloof is nu eenmaal een sprong waartoe velen de moed ontbreekt en een kaart van het onderliggende gebied verzacht het vallen niet, maar bevestigt toch al dat er überhaubt land is, daar beneden.

Dus, laat ons staven dat ‘alles op zijn tijd komt, niet vroeger, niet later, maar precies op tijd’. We beginnen met een licht prikkelend discours ontleend aan mijn Lopende Lezing van Kierkegaard, iets wat zich voornamelijk in mijn bed afspeelt, en gezien de heersende hitte, in gans ontklede lijfelijkheid. Een belegen uitstreakje Kierkegaard, als het ware.

In het tweede deel van Kierkegaards Of/Of, dat iets zinnigs wil zeggen over Mozart’s Don Giovanni als de beste opera aller tijden zonder alleen dat te zeggen, gebeuren er twee markante bewegingen: eerst prefigureert hij wat ik gemakshalve het Agambiet ben gaan noemen (de hoofdbeweging in het denken van Georgio Agamben, die het Binnen binnenstebuiten draait om zo het naakte leven te ontdekken), maar dan zet hij zowaar de Neo-Kathedraalse Bewegingsleer zelf  in gang zonder er verder veel erg in te hebben!
Parbleu!

Nu, ik ben van Agamben weer zo goed als alles vergeten wat ik ervan las maar laat mij volstaan kort te indiceren dat de verhouding zinnelijkheid-geest en de incarnatie en representatiegedachte bij Kierkegaard eigenlijk hetzelfde schema ten grondslag heeft als dat van Agamben wanneer hij de verhouding tussen de Soeverijn en de Banneling duidt.

Ziet ge, ik blufkont mij er wel door hier, maar alles is geheel wég en twee jaar terug kon ik het nog haarfijn uitleggen allemaal, weliswaar bij een stevig glas en t.o.v. een volgeling in die verslavende verdwazing: los van die omstandigheid en in tegenstelling tot al die geniale denkers alom vergeet ik gewoon die teksten met hun erg gedetailleerd verloop en zou ik ze eigenlijk moeten herlezen en herlezen om de gedachtebeweging die erin vervat is mij geheel eigen te maken. Ik begrijp dan ook niet hoe iemand zelfverzekerd kan beweren ‘Derrida’ te ‘kennen’ of welke filosoof dan ook: volgens mij moet je dan je hele leven quasi niks anders doen dan ‘Derrida meedenken’. En wie heeft er nou wat aan een doublure? Soit.

Toch: laat ons eerlijk zijn, je kan daar effen mee in je hoofd rondlopen, met een dusdanige complexiteit, maar de ervaring ervan slijt net zoals helaas ook de meest intense vrijpartijen onherroepelijk wegdeemsteren in het alsmaar zwakker schijnend licht van de herinnering. Een lezing is een gebeurtenis, je kan die niet bijhouden, want elk begrip verglijdt bij elke herdenking onmiddellijk (sic) van het volstrekt onvatbare naar die illusoire stabiliteit die het beste past bij de vereisten van de huidige toestand: begrip hecht zich aan wat voorhanden is en het geheugen past de ervaring op elk moment aan aan de ‘noodzaak’ van de onmiddellijke omgeving. Het geheugen is de hoer van het heden, net zoals de rede een windhaan is, een slapjanus die zich wriemelt tot waar het verlangen sleuven wil, gapende gaten en voldoening diep erin.

Sic.

Mijn eigen gedachten, ja die herken ik wel, als de beweging bij andere denkers een expressie aanneemt die gelijkenissen vertoont. Ik bedoel niet dat de expressie gelijkt, maar dat een soortgelijke beweging plaatsvindt in het vreemde expressieveld van de auteur.

Zo is de ‘onmiddellijkheid’ bij Kierkegaard (het niet-gemediëerde) bijna synoniem te noemen met wat ik zou noemen de gedeontologiseerde beweging: de beweging ontdaan van haar intermediaire ‘existentie’ . K. gebruikt zelf met een duidelijk verwijzing naar Hegel het woord ‘voorstelling’ waarin de verschillende stadia een schijnbare zijnsmodus aannemen, maar de stadia blijken dan allemaal vervat te zijn in het ene laatste stadium.

Men merke terloops op dat dus ook Hegel in zekere zin de Neo-Kathedraalse Zijnsverwerping voorbereid door de existentie op te schorten in functie van haar ‘vervolmaking’ in de ultieme Geest: een fictionalisering die al de nodige afstand schept, een slapte in de ervaring die door Kant met zijn onbereikbare Ding an Sich gecreëerd is al, maar die daarna ook in het ‘Alsof’ van Vaihinger is uitgewerkt en uitgediept. Het Zijn zweert zo uit tot een puntig ettertje, een verwoed om zich heen zwaaiende, spugende Basilisk, maar noch de existentialisten die in het voetspoor van Kierkegaard de walging ervoor ontdekten en de vervreemding ervan, noch de postmoderne deconstructie heeft met het uitduwen van de puist het lichaam van het denken kunnen bevrijden  van het hoogst mannelijke Zijnszweren zelf. Het Zijn blijft overeind, stijf van de viagra, maar het (be)staat!

Eigenlijk zou ik heel dit betoog met extensieve citaten moeten spijzen maar eenieder die het desbetreffende opstel van den vermaarden Deen leest (het kan: het werk is in 2000 nog vertaald en beschikbaar in de Vlaamse bibliotheken) en die een beetje met mijn denken vertrouwd is (ook dat kan) zal onmiddellijk (sic) beamen dat de evidentie klaarblijkelijk en het onloochenbare onontkenbaar is. Ik weerhoud mij daarvan omdat ik de lezer in haar rondhossende drukte niet nodeloos wil ophouden: zij wil immers ondertussen haar ongetwijfeld bloedgeile drang  tot het geheim van de Onmiddellijke Zinnelijkheid zo snel mogelijk ontraadseld en opgelost zien in een orgastische epifanie van het Gebeuren, Zelve.

Momentje, schat.

Dus, kortweg: het is alleen maar omdat het voor K. op dat moment ‘ondenkbaar’ is om het Zijn in zijn totaliteit als overbodige mediëring te verwerpen dat hij niet komt tot een pure Gignomenologie. Het is bepaald plezant om te lezen hoe Søren de beweging die enkel tot het Neo-Kathedraals Gebaar kan leiden tot in de fijnste geledingen uitdrukt om ze dan in het ongewisse te laten rusten, een rust die uitduurde tot dit eigenste ogenblik waarop de Tijd als het ware zichzelf ont-Zijnt bij monde van zijn eigens emergentie, het Neo-Kathedraalse Programma, deze loslopende gekte…

Jammer kunt ge dat niet noemen, want waar zou ik nu anders moeten over schrijven?

Ah bain voila, ziet ge wel: alles komt op zijn tijd!

 

DON JUAN

De begeerte zwijgt
begerend, het verlangen
stijgt te top. En toen?


---> lees meer over Kierkegaard in de reeks ”of/of”

of/of

 

   VERLICHT

   Verlicht wil ik zijn, 
   Ooit. Nu heb ik aambeien,
   Dat is ook al wat.

als student heb ik ooit de gehele cursus ‘Algemene Wijsbegeerte’ samengevat in één fictief woord, een anagram waarbij elke letter uitklapte naar de rest van de boomstructuur waartoe ik heel het zootje had herleid. het systeem werkte voldoende goed om mij een tripel A te bezorgen op het examen, maar misschien had mijn voorliefde voor het vak er ook wel wat mee te maken.
ik deed Germaanse node, filosofie wou ik doen maar dat bracht niks op, dus dat deed je niet.

hoe dan ook het samenvatten blijft er  blijkbaar in zitten want nu merk ik weer de drang om mijn lectuur van Kierkegaard’s magnum opus ‘Of/Of’ samen te vatten in godbetert haikoes.

ach de wereld kan aan ontiegelijk veel dingen ten onder gaan, maar dit zal het wel niet worden. en nee, een samenvatting is het ook niet echt, dat heeft geen zin: het examen daar zakken we toch allemaal voor.

opmerkingen bij Kierkegaard dus, met hier en daar een haikoe er tussendoor.
godbetert!

*
*    *

jack’s verlangen is een aangereden hermelijn wanhopig fietsend naar het verre dorp waar misschien een dokter woont.

een concept krijgt sneller haar vereiste kritische massa aan mededeelbaarheid als je het bij herhaling wentelt, vernietigd, opwekt en drenkt in de geschriften van anderen dan wanneer je poogt er met je eigen bewoordingen duidelijkheid aan te geven. ge moet uw zuigelingen niet ombrengen, dat is poëtisch-commerciële quatch, ge kunt uw schijnbaar originele gedachten beter grondig verneuken, verraden, verpesten, door de hekel halen, verkopen voor een habbekrats in ruil voor lage diensten, dat soort perversiteiten.

hoe meer je het eigen concept mishandelt, hoe zuiverder het wordt, tot het onhoudbaar wordt en opwelt, onhoudbaar opborrelt, zich uit je buik bevrijdt als een parasiterende aliën, en niks geen Sigourney Weaver in de buurt ook al niet.

net zoals je je hele leven kan beschouwen als een grote meditatie, kan je het sukkelstraatje met alsmaar sneller opdoemend einde ook lezen als de langgerekte uitspraak van het concept dat je zou zijn, moest het ‘zijn’ geen illusie zijn die reeds lang onhoudbaar is geworden: je spreekt jezelf uit, levenslang.

niemand schijnt die uitspraak te horen, maar misschien is ook het spreken en het luisteren samen vervat in één bewegen? Ik zie A’s grijsaard fluisterend vertellen aan het kind dat zich (dank zij zijn absolute onverstaanbaarheid?) alles haarfijn herinnert. zo is het, maar dat is het niet, maar het komt er wel aan zo. een kind lacht omdat het gelukkig is, en zeker nog van haar geluk, zo simpel is het.
wat herinnert zich het kind? die vraag is niet helemaal correct, want er is geen ding dat herinnert wordt: de herinnering herhaalt de singulariteit van de beweging. het meedenken met de gefluisterde expressie in het voor het kind geheel vreemde expressieveld activeert de beweging in het ‘onschuldige’ kinderbrein.

   DE GRIJSAARD VERTELT

   ja! ja, zo is het, 
   dat herinnert zich het kind, 
   maar dat is het niet.

ja, dus: deze tijd, het Kierkegaard lezen is vrij plezant als een schrijven, het loopt gesmeerd, het slijm klit goed aan in de pels en het zand kruipt diep in de groeven van de verdurende velgen.

zie ik niet wat schemer al, daar beneden?

greenChair.jpg
dv 2018 – ‘la chaise verte’, öder ‘Galathea preparing herself for the Party’ – A4, bister crayon and chalks on Source paper- €24,95

 

* 
*    *
ONBEGRIP

Luide weent het kind.
"Kindje, kindje:wat wil je?"
Da-da zegt het kind.

 

In populariserende lectuur lees je over het ‘slurvige’ bewustzijn van de olifant en je vraagt je af het water niet het externe geheugen van de vissen is. A ja , zo ging het, en weerom floept de haring langs de netten.

Het menselijke bewustzijn is handig, dat hebben we ooit geweten. Nu wijst en wijst het kind en blijft geheel onbegrepen.

Die kunststroming ook, al die herrie: hoe onhandig!

 

joy
dv 2018 – ‘ from Anke Veld ’s diaries – “there Anke felt a kind of joy that felt like joy written down, then read and then remembered all at once”  – A4, bister crayon and chalks on Source paper- €24,95

 

 

—> lees meer over Kierkegaard in de reeks ”of/of”

dageraad (4/5)

pictoraal verschuift het rode raam naar af
en  de voet gaat op de vloer verkleuren
van goud tot bleekte. vette aders spellen
blauwe hemel om tot hel van vuur en ijs.

trilharen in de geeuwstorm, de kijkende
bollen tollen in de gaten en de wenteltoren
waggelt nog vol onnavolgbaar vluchtende
draken die het evenwicht fataal verstoren:

welkom in de brakke bak van deze brave
morgen.
” in het laken plooit een plooi om leegte.
haar lichaam voor begeerte was een haven
en het ontbreken breekt het zinken open.

monsterlijk ontwaakt het dagelijks verdriet:
woorden, toekomst, daden zijn er verder niet.

(uit: ‘Rigorisme (losse gedichten)’ – begonnen in 1994)

dawn4.jpg
dv 2018 – “Asemische Lezing van dageraad 4”  – bister, crayon – A4 – €25

dageraad (3/5)

elke schaduw maakt op eender licht een lijn.
het zien denkt afstand tot een kras
afwijkend van de kras die beeld wil zijn,
geslepen spiegel van een zicht dat was.

de tijd wordt door elkaar gehaald op glas.
de gruwel staat met leven oog in oog
het scherpste beeld blijft altijd scherf,
lijn die van de dood het teken erft: verderf.

het gekscheerde maar, gunde zichzelf geen blik
de woorden zaten klaar in zinnen jij en ik
in monden met lippen rood van rode wijn.

een klad bloed zat in het spoelen plots,
een vleugje van een vlinder, vrij en trots.
uit de snede welde op een brede rups van pijn.

(uit: ‘Rigorisme (losse gedichten)’ – begonnen in 1994)

dawn3
dv 2018 –  “asemische lezing van dageraad 3” – bister, crayon – A4 – €25

dageraad (2/5)

zo elk moment weldra tot nooit vergaat,
is niemand ooit het anders aangedaan:
geen raad bij dag vertrouwd, geen staat
van waken houdt bij nacht nog aan.

geen muze laat zich zien bij licht:
haar bitter-zuur versleepte zoet,
het drijven zonder duur of zicht
blijft eenzaam minnen zonder goed.

en niemand wil de wensen ziften
uit wat gebeurt als wil en daad.
verlangen wil een lust die voelen laat

het leven als talent, een handvol giften
en iedereen wordt deelgenoot aan dageraad:
genot is een god die niets verduren laat.

(uit: ‘Rigorisme (losse gedichten)’ – begonnen in 1994)

dawn2.jpg
dv 2018 – “asemische lezing van dageraad 2” – bister, crayon – A4 – €25

dageraad (1/5)

het weet hoezeer de overslag, het uit
nachten uitslaan van wat was of wou
zijn, het bij het omslaan tot besluit
de opstand die nu beginnen zou

de tot de adamsappel opgeknoopte wet
het rond vertier geweven stalen net
in het zicht van de aangewezen staat
de taak, het hakkelen naar daad

in het licht ook van de voorjaarszon
die huldigt nog in gulden schittering:
dat alles toch verglijdt naar schemering.

het weet dat zilver zal tot zwart verteren,
dat goud per ons zal tot woord verzweren,
dat elk moment vergaat omdat het nooit begon.

(uit: ‘Rigorisme (losse gedichten)’ – begonnen in 1994)

dawn1.jpg
dv 2018 – “asemische lezing van dageraad 1” – bister , crayon – A4 – €25

papa maakt de lente niet

De jongste dag begon met kraaien,
naar dansend licht dat viel voor haar
door ongekuiste kinderkamerramen.

Nog winterlijk was daar
de zon in opgeknoopt
voor het stelen van paarden
uit de droom waarin zij loopt.

Zo zingen lastte zij de vogels
dat de botten afgetekend in de bomen hingen,
zo gonzen gold haar kraaien de bijen
dat het haar beloofde zou beginnen,

zo schril doorsneed zij schellend mij
dat ik mij verspreken wou aan haar
en mij allicht te dun tot land ontrolde
en laaiend wakker werd en blij.

winterkind
dv 2018 – “winterkind” – bister, crayon,acryl – A4 – €25

				

14 sonnetten – 14

Hij sluit zolang de avond uit haar naderen
en uit haar spelen, even, dat zij lopen kon,
is elke vorm van val geschrapt. Scherven
zetten hem beweend weer regelrecht

beschreven in de zetel waar alsnog
geen woord voor is. Zij let nog niet op
noten: hij maakt haar de wereld uit en is
tot haar vermaak hertekend in de lach

die hij als vanouds herkent. Zij leest
hem wel, maar spelt slaapniet als hij
de kamer toch al donker noemt. Nacht.

Het licht gaat uit. Hij is. Zij fluistert nog
in dieper donkergroen een rozenblad
voor hem en stiller nog voor haar de bloem.

joy
dv 2018 – “every child a joy for ever” – crayon,bister – A4 – €25

14 sonnetten – 11

Homeros was een sterrenkundige, verzon hij nu
als grootste deugd en wat geschreven stond,
bevreemdde hem niet meer. Hij beval haar
ten huwelijk en spon zich diep in haar:

een lila toverbol in slierten uitgezaaid,
een ritselen, gesluierd rond haar hals,
dat terminaal haar doordeweeks geklets
verbond in delicaat geraas, een gaas

met perspectief op wat er was, geweest
moet zijn misschien, dat was niet klaar.
Af en toe begroef hij haar een teder graf

en stortte zeeën stilte over haar verderf.
Zij werd zijn rijk, want sinds zijn schrielste
hanenpoot, schreef hij haar af tot in de dood.

refusalism
dv 2018 –  “refusalism” – crayon, bister – A4 – €25

14 sonnetten – 9

Onder dwarse handen spant het ribfluweel
de huid in groeven naar het graf. Haar onmin
wekt een droef doortrokken wrijven op: het spel
ontaardt tekort gedaan in ongewilde siddering,

een obligaat droget waarmee haar nijd
tot in het merg der malse knopen snijdt,
het zoemen van viraal gezag blootlegt
en zo de daad haar tegenwoordigheid ontzegt.

Zij laadt zich op met aan haar lust verwijt
en wil niet tot zijn spijt wat hij hardleers
steeds weer in haar verborgen zag en ziet.

Zij weet en noemt hem scheppend erfgenaam
en plukt zijn witte zwijgen tergend langzaam
uit haar goed van ruwe, vaderlandse inslag.

digging
dv 2018 – “de blote handen van de liefde graven het graf van de liefde” -bister, crayon – A4 -€25

14 sonnetten – 8

De misdaad loont. Vol schuld en boete hijst
de oude vloek zich in het stalen krijsen
van de treinen die op lijken rijden, heeft
hem die zij verdroeg een winter lang

van niets ontdaan, met herinnering
belaagd gestaag, alsof een helse drang
in hem of haar zo liefdeloos en leeg,
hen scheiden wou en tijd van alle dingen.

De stad ontwaakt. In files ingebed
hoort ieder die het wil wat opgeld maakt
en wie de ring verlaat en ’t volgen staakt,

verstaat geen vlek van wat hij morsen wil.
Schaamte overstemt in hem zijn hang naar haar
en doodt de lentezang met letters van zijn wet.

vloek
dv 2018 – “De Vloek” -bister, crayon – A4 – €25

14 sonnetten – 6

Een tak breekt af. Een late loper traint
zich in lang lopen, de vijver vijfmaal
rond of meer. Hij schrikt en schikt zich
van zijn pad een plasje in, bespat

de nieuwe blazer die hij net nog had
en hem, en wat hij toen had toegedacht,
sprong open, over, zette hem de hak
en buitenmaats geblaf, vond zijn hondje,

hoorde ’t gruwelijk teveel geketend toe
dat volgde in het zog van de reden:
een herdershond die gromde. Een tak

brak af. De laatst bewaarde ijskadavers
zakken in de brakke bak, de nieuwste kom,
vol rot dat stervend nergens aarden kon.

mad_dog
dv 2018 – “kwade hond” – bister, crayon – A4 – €25

14 sonnetten – 4

Het vallen, regelrecht door kale bomen
van onvertakte druppels, ongehinderd
haast: zo snel viel al het loof de takken
af op ’t rottend klaterdek. Waar het om

ging, gaat, is als een loze zenuwtrek
uit het gezicht vergaan. Herhaaldelijk:
een lichaam stelt zich op, stuikt in
en laat zich nooit nog lezen. Afgaande

op de vleugelslag van meeuwen en wat
voortdurend vragend zij een woord aandoet,
strekt echter hij, die stapt en in verlatenheid

haar duwt, niet eens te luid of lang niet
eens, maar in een pijnlijk grand écart
overlands haar da van zee tot zee.

da
dv 2018 – ” da” – bister, crayon – A4 –  €25

Spelen dat het donker wordt (8/8)

De kamer stelt zich in, open
als de zee en doodgewoon
van jou en geen kwaad
geweten.

Alsof niet meer dan dit
zichzelf was,

rimpelloos:

zichzelf
dv 2018 – “de spiegel verzegelt het lege paleis” -bister, crayon – A4 – €25

Spelen dat het donker wordt (6/8)

Over daken turen, naar naden speuren:
elke achtergrond een nieuwe afgrond.
Van dak op dak en heel erg wit blijft
het pluimsliertje schoorstenen tonen.

Stampvoetend
tot hier de laatste snik
van kleur verdacht
mij uitlijnt,

valt er niets te beginnen. Al hapt
de hond zich dol, sneeuw
herhaalt zich niet.

readingSnow
dv 2018 – “the forgotten art of reading snow” – bister, pastel, crayon – A4 – €25

Spelen dat het donker wordt (5/8)

Verlangen, bijvoorbeeld, dat de mist
de voorjaarsdag een glans verlenen zou,
alsof het verder niet meer hoefde.

Roerloos, hooguit, op het randje
en door heel gaarne te kijken,
zie je nog iets.

Voor beweging is de tijd te klein:
de klok vertikt een eeuwigheid, de trein
ontwikkelt zich, een wijzersprong
en alles eindigt zoals het net begon.

Verlangen, bij voorbaat al, de hoop
tot het zichtbare te beperken.

hardly
dv 2018 – “loving sight in order to see” – pastel, crayon, bister – A4 – € 25

Spelen dat het donker wordt (3/8)

Ontwaken, zo, getrouw de dag die
plots het zonlicht ziet die bij haar thee
gedroogde abrikozen eet, een dame
op haar stekje slurpend tussen vlagen
regenval in januari en die

misschien die dode aarde van zich slaat
in mostar waar het kogelketst
en moorden gaat weer zo meteen
en voor een tijd nog wel en die
zich niet door haar om de rekening
roepen laat of stopt.

Zo getrouw de dag ontwaken
dat het respectabel is en elk gerucht
van hoogste tijd gelijk de kop indrukt.

oblivion
dv 2018 – “getrouw de dag” – bister, pastel, crayon – A4 – €25

Spelen dat het donker wordt (2/8)

Van tuinwerk dromen, uitgespitte grond
en of je daar een parel trof? Niets
bleef bewaard, hoe je het ook prijsgaf
aan de tijd dat je nog bestond, hoe ook

je het van Griekse schoonheid, haar
scherpte losgewrikt en van de aarde
afgebroken vond. Restant van een gaffel,
het uitgeroeste nagelgat gebeten

op afwezigheid. Afdoende
werd het instappen op de trein
te Booischot nooit beschreven. Dood

is alles wat wij wakker zien.

gaffel
dv 2018 – “gaffel” – bister, pastel -A4 – €25

Spelen dat het donker wordt (1/8)

Spelen dat het donker wordt:
zo dook de boeman nacht
gebrild op ski’s de kamer in,
brak daverend het raam
tot een spiegel van waarachtigheid.

Kijken dat het je ernst is :
met lampen op je hoofd
en een rimpelende voetganger
waar een haarlok klefte,
voor je het gordijn dichttrok.

Dat het donker werd, speelde je
en zij die lachend aan haar fopspeen
trok, schreef nauwgezet
het gepaste getal op de lat.

playing1
dv 2018 – “it must be it” – pastel, bister, crayon – A4 – €25

NATUS ( Ovid. Met. I, 78 e.v.)

I

Gouden kruin, hemeloog,
spiegelende zilverschaal,
bronsbuik en onderaan

de sijpelende brak water-
kraan, loodzwaar op
in de lassen lossende

stellage van sterrenstof :
sic, zo, het, jij, on-ik,
japetmanskunstje,

strompel je land-
inwaarts, stuik je
de eonen in.

II

Kansloos verankerd, tragisch
begint het je dan te dagen.
Kraakscheur, eerst, in het zeil,

vleesrot aan je geplante
klompen, haarklievende ijs-
winden en aan je schenen vuur-

stormen voor de stilte
van de koortsnacht : nacht,
met het zwart tot diep in de nok

en het sluipend verwoestende,
roest uitzaaiend woeden
van de oerberuchte geelzucht.

III

In sidderende repen
bladgoud steekt ’s ochtends
de zon je klamme resten aan.

Verdwaasd, verward, bij voorbaat
moe gesard, knipt ook de aarde
het je in wel duizend ogen toe.

Driemaal rinkelt dan schel
van lucht doortrillend heil
het lang verwachte belletje.

Op de zeeën der ideeën kan
jij voortaan als praatpiraat
lopend op de planken staan.

natus
dv 2018 – “natus” –  bister, crayon, pastel – A4 – €25

PHOEBE (Hor. C.S.)

Zonneklaar is deze eeuw het al
niet meer te krijgen dan toen
de maan daarin nog leider was.

Je gebaar, gewiekste kramer, is
slechts belangeloos voor hen
die ’s nachts de markt bepraten.

Openbaar gist het geraamde tal
lijken tot hun aangezicht
dit heden niet meer binnen kan.

Sluit haar maar binnenskamers, ransel
van geen kansel je ratels,
bid maar niemand aan je kralen.

phoebe
dv 2018 – “Phoebe” – bister & crayon, A4 – €25

O (Hor. C. III, 13)

In zwoelte inslaande
kilte : seizoens-
hoogstandje.

Plausibel zijn
cidergetintel, brandkus
van motten, afval-
lige Hondsster.

Blakend naast zijn gebeente:
doodsvoornaam eik,
op knapen afgeknapt.

o
dv 2018 – “O” -bister, crayon – A4 – €25

NON (HOR. C. II, 20)

Niet de scherpte noch de lus
van lucht die na mij volgt
verbrandt, noch ik, mijn naam

te rijk, niet letterlijk
wil ik in ogen ooit
nog tranen op doen wellen.

Dubbelzinnig anders
zal ik bij herhaling
niet weten te sterven, in

eigen spreuken bijgezet,
mij gelouterd met de stilte
die ik wou, herenigen.

In de wolken te Berlijn
weet men van mijn hek net
niet de naam te noemen,

laat staan in ’t volle
spitsuur van New York,
Nairobi, vast ook Tokyo.

Laat vergeefs geen klaaglied
zwellen in die leegte, ik die
mij voor jou slechts open laat.

non
dv 2018 – “NON” – bister, crayon – A4 – €25

POSCIMUR (HOR.C.I, 32)

Bezocht. Ter staving spaart
mijn hand het wit op dit
vergelende blad :

het krult en maakt zijn klank
tot wet bij het kraken
van een vingerbot.

Een golem tokkelt nu
zijn lust om steels een knop
tot moes te knijpen :

klink en kerf dan mij, o lier,
de zwartst versteende bloei
van rozen op het hoofd en klik
dit zonneleven alsnog
ondertonig vast.

poscimur
dv 2018 – “poscimur” – crayon, bister – A4 – €25

VIDUS (Hor. C. I, 9)

Kijk nu : onafwendbaar
stuikt dit licht de top af,
verheldert van de schreeuw
een sluier schijn gevat
in het nog doorzichtige ijs.

Zie nu : het kraakt zich uit
in het zwichtende bos,
en voor het klatert, breekt,
plakt de beek al haar tong
aan je roestende verweer.

Vlug nu,
toe maar,
Thaliarchus :

neem haar waar die lillend
voor je ligt, drink je
aders open, stook
vuriger de goden
het goud uit.

Hou je vingers in de gaten
van je stralende masker,
braak haaks op het ijle,
jij, jongeling, een streep
hitsig hikkende hitte.

vidus
dv 2018 – “vidus” – crayon, bister – A4 -€25

VAN BRABANT VERBASTERD

Zo klapt hij uitgebeend de ochtend in
en zingt hij schor de bloemen toe
op het van vocht verschoten behang :
harba, harba
harba lori fa.

Zo droomde hij van water : hij erin
en hij het water, urenlang
tot de zon hen riep van zwemmen moe :
harba, harba
harba lori fa.

Zo ziet hij alles staan, zijn leven lang
en nooit is er iets, dan water in
zijn dromen, dan slaan zijn ogen toe :
harba harba
harba lori fa.

 

 

VanBrabant
dv 2018 – “verwaterd”  – bister & crayon, A4 – €25

ONWEER

Hoe helder kan gehurkt bij nacht nog
de lichtknak in de loop geblazen worden ?
Hoe blauw nog bij het vervagende,
de schaduw van een ver verschoten pijl ?

Wie spreekt nog dit graf uit
en welk masker afdoende
voor het nakende geslechte ?

Soms, gruwend,
hul ik mij diep
in de plooien van haar kleed,
mijd zelfs van lucht
de verplaatsing,
heb slechts haar lijf lief
in herinnering
van lage, zwarte wolken.

 
storm
dv 2018 – “Asemisch Embleem: Onweer” –  bister/crayon, A4 –  €30

gebed in de regen

opgetrokken zijn de staketsels van bedrog,
de geulen van de leugens met geveins gedicht,
de boodschappen breed en blij uitgeboterd,
de puisten kramp en nijd met rouge bedekt.

barst en breek en stop met kloppen, hart.
de wrede nacht vreet al mijn dagen op
en zie de wereld slaat mijn ziel verrot.

verlangen is een lus rond het verlangen;
de vogel schrikt eens hij daarin raakt verstrikt,
het lichte van de veren is dan plots een teer gebrek
en vliegen vluchten slechts van ’t vallen van de wet.

barst en breek en stop met denken, kop.
als een dekzeil valt de regen op het rot
en zie mijn vingers vliezen zijn op bot.

 

traitco
dv 2018 – “Tradition, the Individual Talent and Commerce” – bister & crayon on paper, A4 – €30