reizigers in de anti-tijd (i)


Ik dacht dat het beter was de nacht in twee wachtbeurten te verdelen, opdat de nachtrust niet te veel versnipperd zou worden. Ik luisterde opnieuw naar de speaker die vervolgde … ook de opmars van een onoverzichtelijk muizenleger, dat in één dicht tegen mekaar aangedrukte massa over een oppervlakte van 400 vierkante kilometer naar onze stad oprukt, wordt gestuit met vlammenwerpers door onze vuurtroepen en speciaal uitgeruste helicopters.

In de achtentwintigste inham vonden wij de Windvis.

Intussen kneep ze de knieën tegen mekaar, en drukte nadat zij ze even weer spreidde, de hand tegen haar geslacht. In de loop van de avond groeide niet alleen het aantal artikelen op de lijst, maar beseften we spoedig dat het geen zin had kleine voorraden in te slaan. Ik bedoel van breedheid van begrip, van…Ik weet het, maar ik heb het nooit gezien. Ik heb wedstrijd gelopen met alle ambitieuze dieren. Ikzelf schonk mijn eigen woorden weinig vertrouwen. Ik zei: de taak vanuit het verleden het heden opnieuw op te bouwen, is achterhaald.

Ik kijk achterom, voorbij Apollonia die me met een vragende glimlach beziet. Ik wijs met een wijde boog hoever we nu kunnen zien.

Advertenties

het tankschip (e)


Op den oorlog, Frans, want oorlog is een zegening.

Elle avait de tout petite nichons. Er begon mij stilaan eenig licht op te gaan, maar nog zeer onbestemd, als de eerste schemering van den dageraad. Eens bracht Oscar, den oude kellner, hem spontaan een vijffrankstuk terug dat hij hem te kort had weergegeven, maar mijn buurman weerde hem af door te wuiven met zijn aristocratische hand als verjoeg hij een bromvlieg. En Jacky parkeerde voor het terras van het Café de la Plage.

En hij ging zitten.

Er werd voorzichtig gepriemd, gesnoven en geknepen onder den koelen blik van de slagersvrouw, en toen voldoende duidelijk was dat loven en bieden bij Huskin niet ritueel waren, sloeg mijn vrouw toe en kocht een prachtstuk van vier kilo en honderd gram. En zoo kwamen wij dan eindelijk in gesprek. Een zoo berooid personage als die Peeters in betaling dagen heeft geen zin en in zulk beroerd geval is geduld dan ook een internationaal parool. En om te voorkomen dat u nummer acht wordt zal ik u maar dadelijk de heilige verzekering geven dat in mijn voorgenomen schenking geen atoom liefdadigheid zit.

Op den oorlog, Frans, want oorlog is een zegening. En het kapitalisme heeft toch zijn goeden kant, is ’t waar of niet?

Antwerpen, 11 Juli 1941