MIJN pornolettrisme


mijn

de aarde hoopt de aarde tot ver boven de hoofden

in het garlandse lakritme
van Under the Bamboo Tree

klak plakt de lak na maar de kalklaag lost al & op
het gelaat van de kinderwagenduwende vader
komt een grimas & in de lach van de zingende
moeder kraakt de angst laag na laag tot zij zelf

naakt op het gladde beton van de parkoprit
rozig te rillen wordt gelegd met het plukje baby
dat nog rest verschroeid naast haar & de man
die de wagen duwde net nog haar man niet meer.

de Heer daalde neer in ons midden & Hij was
een splinterbom. de Mevrouw is dood jongen.
wij leven in het tempo van die nakende dood

wij ademen de luchten van het vergeten sterven
wij spuwen galvocht bij  het huis-bereide gif,
een laatste vinding waartegen geen maagwand

[14 meerstemmige onheilsafkondigingen – tweede reeks #5]

30 gratis beklijvende 3d animaties


moistnoise

de regen draagt in de regen het water ten grave

in het tempo van afzakkende sokken
met residentiële nattigheid
aan de wormstekige kuiten

goudgeel lokt het haar heur langs de gave huid “appel-
walm”,  meukt groenig de dooie meuje in  d’r meuk & ” peer”
lurkt de myope didi de verf van de deurknop “heb vertier”
tiert de plezierverordeningsmachine &  het lachen vertist

bij het sissen van de overtijdse levensbeeindiger, snik
kist al een verdrietsfout op de hete materogine, de plakslurf
van de inseminator laat scheurvel achter in versuikerde
onderbuiken,  het kindschreeuwtje pruilt lip in de pilgrote

camera, bolt de tergwangetjes, schampert de a aan, morst
over de randen der inschikkelijke consonanten een oe & wat
i maar ziet nu toch ne keer hoe schoon zij mondloos verderrot

blauwe adertjes doorschieten het shampoovelletje, purper
de neustip verschrompelt, het zwart van de kassen kraakt
hard op de witte ruis van uw stilzwijgende goedkeuringen

[14 meerstemmige onheilsafkondigingen – tweede reeks #4]

geef uw klein gebit


superkwak

de winden wiegen de dood in de slapende winden

tempo van een dronken student
op laag druiptal
vertolkende
brokstukken niet geheel
verteerde  Supertramp

ik droomde verrukt in uitzinnig sliertige pixels haar glanshuid
vergruisde & versmolten met asfalt & rubber het affe verlangen
verstoof  & de daad  werd verkort tot inpakbare portie, genot tot
een
bod op  vijandige  sloppen,  een winderig jij-ei verloedert er

tot een brij met klamme glijdijen strijkend langszij mij maar ik was
in de droom een slopende sloep die weigert je wetten te slurpen, ik
smeerde  onze vochten kwistig als sterreglinsters  op de bast
van de nacht, ik borg het gesteun in  het donker bij het uitblijven

van het kwaad, dat verwenste substantiveren van uw  levenshaat.
Uw wekker kwam, uw woord werd wakker & de waarheid brak los
in de kamer, versplinderde schaduwen met splijtende lichten,

ze stak in plafonden het stof van uw redenen uit spleten, ze schoof
mij pantoffels om, brak mij de streelvingers & zette in ’t schelle
vol de toon & uw almachtsgalm: “kom, glij met mij, het is bijna voorbij“.

[14 meerstemmige onheilsafkondigingen – tweede reeks #3]