avondster


uit de Poëtische Schetsen van William Blake

Gij engel van de avond met de schone haren,
Nu wijl de zon zich op de bergen zet, ontvlam
Uw held’re liefdestoorts; uw stralenkroon
zet op, en lach ons toe op ’t avondbed!
Lach onze liefde toe, en wijl gij des hemels
Blauwe gordijnen trekt, strooi uw zilverdauw
Op elke bloem die nu haar zachte ogen sluit
Ter tijdige slaap. Leg uw westervleugel te slapen
Op het meer; spreek stilte met uw glimmerogen,
En was met zilver de schemer. Dra, weldra
Zult gij heen gaan; dan raast de wolf weer weids
En gluurt de leeuw door ’t dunne woud.
De vachten onzer kudden bedekken zich
met heil’ge dauw; bescherm hen met uw invloed.

vert. dv

TO THE EVENING STAR

Thou fair-haired angel of the evening,
Now, whilst the sun rests on the mountains, light
Thy bright torch of love; thy radiant crown
Put on, and smile upon our evening bed!
Smile on our loves, and while thou drawest the
Blue curtains of the sky, scatter thy silver dew
On every flower that shuts its sweet eyes
In timely sleep. Let thy west wing sleep on
The lake; speak silence with thy glimmering eyes,
And wash the dusk with silver. Soon, full soon,
Dost thou withdraw; then the wolf rages wide,
And the lion glares through the dun forest.
The fleeces of our flocks are covered with
Thy sacred dew; protect with them with thine influence. 

https://en.wikipedia.org/wiki/Poetical_Sketches

dv 2019 – ‘wolf in’t groen’ – A5
Advertenties

winter


uit de Poëtische Schetsen van William Blake

O Winter! bareer uw adamanten poort:
’t Noorden is van u; daar bouwde gij uw donker
diep-gevesten habitat. Stoot uw daken niet
En buig niet uw pilaren met uw kar van ijzer.

Hij hoort mij niet, maar scheert vervaarlijk
over ’t gapend diep, zijn stormen los, in scheden
van geribbeld staal; ik durf niet op te kijken
zo zwaait hij over de wereld zijn scepter.

Ziet! ’t vreselijk monster aan wier sterke botten
kleeft de huid, schrijdt over kermende rotsen
in stilte smoort hij ze en in zijn hand ontkleedt
hij d’ aarde en bevriest er het tere leven.

Hij zet zich op de klippen neer, de zeeman
roept vergeefs. Och arme stakker die de storm
trotseren moet; maar d’hemel lacht en ’t monster,
schreeuwend, wordt beneden Hecla dan gedreven.

TO WINTER


O Winter! bar thine adamantine doors:
The north is thine; there hast thou built thy dark
Deep-founded habitation. Shake not thy roofs
Nor bend thy pillars with thine iron car.

He hears me not, but o’er the yawning deep
Rides heavy; his storms are unchain’d, sheathed
In ribbed steel; I dare not lift mine eyes;
For he hath rear’d his scepter o’er the world.

Lo! now the direful monster, whose skin clings
To his strong bones, strides o’er the groaning rocks:
He withers all in silence, and in his hand
Unclothes the earth, and freezes up frail life.

He takes his seat upon the cliffs, the mariner
Cries in vain. Poor little wretch! that deal’st
With storms; till heaven smiles, and the monster
Is driven yelling to his caves beneath Mount Hecla.

https://en.wikipedia.org/wiki/Poetical_Sketches

dv 2019 – “de bleke slechter van het tere leven” – A4 + (tot aan de vouw is’t A4 è)

de Ijzerkar van de Bleke Slechter Leeft! het is een organisme van Vleesch en Geribbeld Staal (met groene wielen)

zomer


dv 2019 – ‘Apollo zont’ – A4

uit de Poëtische Schetsen van William Blake

O gij die ploegt door onze dalen in
Uw sterkte, toom in uw felle ruinen, bedaar
De hitte die zij briesen! gij, O Zomer, hebt
Vaak uw gouden tenten hier geslagen, en vaak
Geslapen onder onze eik, wijl wij met vreugd’
Aanschouwden uw rosse lijf en harenweelde.
Onder ons dichtste loof wij hoorden steeds
Uw stem wanneer de noen zijn vur’ge koets
Dreef o’er d’hemeldiepte; bij onze bronnen
Zit neer, en in onze bemoste dalen, op
Een bank bij ’t klare water, leg af
Uw zijden kleedsels, en werp u in de stroom:
Onze dalen houden van de Zomer in zijn glorie.

Beroemd zijn onze dichters met hun zilv’ren snaar
Straffer dan de minnaars uit het Zuiden onze jeugd
en schoner onze meiden in hun kwieke dans.
Wij hebben liederen zat en ook muziekgerief
en zachte galm, en water hemels klaar
en tegen zwoelte zijn er kransen van laurier.

TO SUMMER

O thou who passest thro’ our valleys in
Thy strength, curb thy fierce steeds, allay the heat
That flames from their large nostrils! thou, O Summer,
Oft pitched’st here thy golden tent, and oft
Beneath our oaks hast slept, while we beheld
With joy thy ruddy limbs and flourishing hair.
Beneath our thickest shades we oft have heard
Thy voice, when noon upon his fervid car
Rode o’er the deep of heaven; beside our springs
Sit down, and in our mossy valleys, on
Some bank beside a river clear, throw thy
Silk draperies off, and rush into the stream:
Our valleys love the Summer in his pride.

Our bards are fam’d who strike the silver wire:
Our youth are bolder than the southern swains:
Our maidens fairer in the sprightly dance:
We lack not songs, nor instruments of joy,
Nor echoes sweet, nor waters clear as heaven,
Nor laurel wreaths against the sultry heat.

https://en.wikipedia.org/wiki/Poetical_Sketches

dv 2019 – ‘bleke zomer’ – vanalles ewa – A6

lente


uit de Poëtische Schetsen van William Blake

O gij dauwgelokte, die neder kijkt
Door de klare vensters van de ochtend, richt
Uw engelogen op ons eiland
Dat in koorzang heilt uw komen, O Lente!

De heuvels vertellen, de luist’rende
Dalen aanhoren; al onze ogen verlangen
Uw paviljoenen licht te zien: kom verder,
En laat uw heil’ge voeten betreden dit oord.

Kom over van ’t oosten en laat onze winden
Uw geurige gewaden kussen; laat ons proeven
Van uw ocht- en avondadem; strooi uw paar’len
Op ons liefziek land dat rouwt om u.

O tooi haar voort met uw mooie vingers, gooi
Uw zachte kussen op haar boezem; en zet
Uw gouden kroon op haar verzwakte hoofd
Wier scham’le tressen opgebonden zijn voor u!

TO SPRING

O thou with dewy locks, who lookest down
Through the clear windows of the morning, turn
Thine angel eyes upon our western isle,
Which in full choir hails thy approach, O Spring!

The hills tell one another, and the listening
Valleys hear; all our longing eyes are turn’d
Up to thy bright pavilions: issue forth
And let thy holy feet visit our clime!

Come o’er the eastern hills, and let our winds
Kiss thy perfumèd garments; let us taste
Thy morn and evening breath; scatter thy pearls
Upon our lovesick land that mourns for thee.

O deck her forth with thy fair fingers; pour
Thy soft kisses on her bosom; and put
Thy golden crown upon her languish’d head,
Whose modest tresses are bound up for thee.

https://en.wikipedia.org/wiki/Poetical_Sketches

dv 2019 – ‘bleke lente’ – A6