de dageraad

en ik was onwetend als de dageraad
die al gezien had
hoe de oude koningin haar stad opmat
met de pin van een broche,
of op verweerde mannen die
pedant en Babylonisch nauwgezet
planeten zagen rommelen in hun baan,
en sterren vervagen waar verscheen de maan,
en hun sommen deden dan op kleitablet;
en ik was onwetend als de dageraad
die boven schouderwolken paard
stil stond de schitterkoets te wiegen;
was ik – want alle wetenschap is niemendal –
onwetend en baldadig als de dageraad.

vrij naarThe Dawn” van W. B. Yeats

The Dawn

I would be ignorant as the dawn
That has looked down
On that old queen measuring a town
With the pin of a brooch,
Or on the withered men that saw
From their pedantic Babylon
The careless planets in their courses,
The stars fade out where the moon comes,
And took their tablets and did sums;
I would be ignorant as the dawn
That merely stood, rocking the glittering coach
Above the cloudy shoulders of the horses;
I would be--for no knowledge is worth a straw--
Ignorant and wanton as the dawn.
dageraad
dv 2018 – “dageraad” – bister & crayon – A4 – €30

’t levend schone

ik verzocht, omdat de wiek en olie op
zijn en toegevroren de hartskanalen
mijn misnoegd hart content te zijn
om schoonheid bij een beeld te halen
in brons of dat glorieus uit marmer komt,
komt, maar als wij weg zijn, weg is weer en
die om d’eenzaamheid niet geeft veel meer
dan een verschijning. o hart, wij zijn oud;
’t levend schone is aan ’t jonger volk:
wij kunnen al die tranen niet betalen.

 

 

vrij naar’The Living Beauty’ van William Butler Yeats

 

The Living Beauty

I bade, because the wick and oil are spent
And frozen are the channels of the blood,
My discontented heart to draw content
From beauty that is cast out of a mould
In bronze, or that in dazzling marble appears,
Appears, but when we have gone is gone again,
Being more indifferent to our solitude
Than 'twere an apparition. O heart, we are old;
The living beauty is for younger men:
We cannot pay its tribute of wild tears.

 

 

iseultgeun
dv 2018 – “Iseult” – crayon, pencil, bister – A4 – €30

Lees nog YEATS-bewerkingen…-

een jeugdherinnering

de momenten liepen als op band;
ik had de wijsheid die de liefde baart
en van huis uit ook gezond verstand.
toch, wat ik ook maar zeggen kon,
hoe mijn woord haar lof ook  won,
een noordenwind blies vol venijn
plots een wolk voor Liefde’s maneschijn.

vol geloof in alles wat ik zei
prijsde ik haar lijf en haar verstand
totdat de trots haar blik opblonk
rood plezier haar wangen kleurde
en ijdelheid haar tred opfleurde.
wij zagen, zelfs met al die lof erbij
slechts duisternis waar alles in verzonk.

wij zaten stil als steen, wij wisten,
al kwam er ook geen woord uit haar
dat alle liefde eindigde in kisten:
wreed wij zouden daar zijn afgegaan
als niet de Liefde toen met zingen klaar
van ’t meest onnozele vogeltje daar
uit wolken sleurde weer zijn wondermaan.

 

voordracht ‘in hoge stem’ dv – 2/3/2018:

 

 

vrij naar A Memory of Youth van W.B. Yeats

A Memory of Youth

The moments passed as at a play,
 I had the wisdom love brings forth;
 I had my share of mother wit
 And yet for all that I could say,
 And though I had her praise for it,
 A cloud blown from the cut-throat north
 Suddenly hid love's moon away.

Believing every word I said
 I praised her body and her mind
 Till pride had made her eyes grow bright,
 And pleasure made her cheeks grow red,
 And vanity her footfall light,
 Yet we, for all that praise, could find
 Nothing but darkness overhead.

We sat as silent as a stone,
 We knew, though she'd not said a word,
 That even the best of love must die,
 And had been savagely undone
 Were it not that love upon the cry
 Of a most ridiculous little bird
 Tore from the clouds his marvellous moon.

 

voordracht in high voice dv 2/3/2018 (mijn excuses voor de lamentabele dictie):

 

wondermaan
dv 2018 – “vogelmaan” – A6

ziehier het wolkenrood

ziehier het wolkenrood rond de gevallen zon,
majesteit is hij die sluit zijn brandend oog:
van de sterke slaan de zwakken alle werken aan
dra zo tuimelt ook wat hoog bleef staan
zo maakt de tweedracht eenheid ongedaan
zo worden alle dingen tot gemeen geheid.
zo ook, vriend, wanneer jouw grootse koers uit is
en soortgelijk het besluit is, zoveel te meer heb jij dan
gezel gemaakt van grootheid als een man,
al is het dan een kinderwens die jij verzucht:
ziedaar gevallen zon in wolkenlucht
een majesteit die sluit zijn brandend oog.

vrij naar ‘These are the Clouds’ van W.B. Yeats

These are the Clouds

These are the clouds about the fallen sun,
The majesty that shuts his burning eye:
The weak lay hand on what the strong has done,
Till that be tumbled that was lifted high
And discord follow upon unison,
And all things at one common level lie.
And therefore, friend, if your great race were run
And these things came, so much the more thereby
Have you made greatness your companion,
Although it be for children that you sigh:
These are the clouds about the fallen sun,
The majesty that shuts his burning eye.
closure
dv 2008-2018 – “closure” – bister & pen – A5

mannen worden beter met de jaren

ik ben met dromen uitgewassen;
verweerde triton van marmer
in de waterplassen;
de hele dag lang kijk ik er
naar de schoonheid van de dame
alsof ik schoonheid kon verrassen
voor de reeks die ik verzamel,
blij om door het oog te varen
of recht in het opmerkzaam oor,
verrukt om hier te zijn maar wijs
want mannen worden beter met de jaren;
en toch, en toch,
is het mijn droom, of is het waar?
o was het maar dat ik met haar
kon branden in mijn jonge jaren!
maar oud sta ik te dromen
verweerde triton van marmer
in de waterstromen.

vrij naar ‘Man Improve With The Years’ van W.B. Yeats

Men Improve With The Years

I am worn out with dreams;
 A weather-worn, marble triton
 Among the streams;
 And all day long I look
 Upon this lady's beauty
 As though I had found in a book
 A pictured beauty,
 pleased to have filled the eyes
 Or the discerning ears,
 Delighted to be but wise,
 For men improve with the years;
 And yet, and yet,
 Is this my dream, or the truth?
 O would that we had met
 When I had my burning youth!
 But I grow old among dreams,
 A weather-worn, marble triton
 Among the streams.

 

 

 

triton
dv 2018 – “florentijnse triton” – A5

tussendoortje voor het slapengaan

Neen, niet die van De Kampioenen. Over W.B. Yeats, omdat ik daar nogal mee bezig ben, de laatste tijd.

yeatskniphuur

Het is daarbij aangenaam om te merken hoe grondig rationeel Yeats is in zijn zoektochten, ondanks alles in zijn beweringen wat wij nu (terecht, meestal) afdoen als flauwe zever. Hij zoekt bijvoorbeeld een verklaring voor instinctief gedrag en kan die enkel plaatsen in een verleden waar ergens iets iets geleerd moet hebben zodat het individu nu beseft dat X slecht is en die ‘instinctieve’ aversie voor X  kan zo voor hem enkel worden verklaard als kennis van de doden aan de ‘ontvankelijke’ levende. Hij trekt de voor hem enig mogelijke conclusie en onderbouwt die dan ook zo goed en zo kwaad hij kan. Veel korter bij een hypothetisch-deductieve vorm van wetenschappelijkheid kom je niet snel.

Bij gebrek aan onderbewuste, of enig ander ‘denkbaar’ systeem van intuïtieve kennisverwerving wordt dus de oorzaak ‘gevonden’ in ‘the dead living in their memories’ (ANIMA MUNDI  XII) en het ‘psychisch’ overdragen van gedachten en gevoelens over de grens van de dood heen.  Bij Yeats wint wel de literaire Neo-Platoonse autoriteit het nog van de ‘doctors’ in de psychologie die nog in haar kinderschoenen staat, maar Yeats blijft wel steevast uitzonderlijk ‘rationeel’ en zeker onderlegd in zijn misvattingen.

Yeats kan zich dan ook geen andere ‘ratio’ voorstellen dan diegene die gebaseerd is op wat hij kent, net zoals wij nu een totaal verkeerde “intuïtieve” omgang hebben met wat wij ‘rationeel’ achten. Hen enige voordeel dat wij hebben is de mogelijkheid om te tijdshiften binnen het heden: op sommige plaatsen is het op sommige vlakken nog 2006 in bepaalde wereld-‘delen’ elders lijkt het op diezelfde ‘vlakken’ wel 2025. Op die manier slagen sommigen van ons er in om zich (pijnlijk) bewust te worden van hun eigen misvattingen en te komen tot een nieuwe, optimistische en dynamische visie op een werkbare waarheid. Maar bon, dat is veel gevraagd ineens, natuurlijk.

Toch, dit moet enigszins bekend klinken, hoe ver we ons ook verdiepen in de ‘actuele’ stand van zaken in een of ander kennisgebied, we ontdekken steevast hetzelfde: dat we ‘er’ eigenlijk totaal verkeerd over dachten, dat onze ‘intuïtie’ niet klopt met de werkelijkheid die veel veel problematischer is dan we hadden gedacht. Dat die ‘ratio’ van ons, als we die zijn eigengereide gang laten gaan,  er eigenlijk iets heel anders over zegt dan wij, in al onze ‘redelijkheid’ er over dachten.  Het is de formule voor het nu bijna wekelijks verschijnende nieuwe-paradigma-bestsellerboek. Aan nieuwe paradigma’s geen gebrek dezer dagen.

Wat wij als evident denken, onze ‘winst’ ten opzichte van het ‘bijgeloof’ van Yeats is daarbij, en dat komt misschien hard aan bij sommigen,  zo miniem dat het verwaarloosbaar is. Het is een cliché al ondertussen maar vooruitgang is er wat betreft de omvang van onze ‘klare zone’ eigenlijk niet, enkel voortgang. En de voortgang is eerder een afgang, want de aankoekende duisternis in de breinen neemt eerder toe dan af. Dat heeft dan weer alles met de overload aan data te maken die we te verwerken krijgen, waar we alsmaar moeilijker de nodige informatie kunnen halen. Dat maakt mensen dan euh, geprikkeld.

Probeer een hedendaagse ‘intellectueel’ maar ’s uit te leggen hoe haar website werkt: je krijgt meer irrationele shit over je heen dan een verpleger in Merksplas, Duffel of Bierbeek.

Meer nog: we zijn qua literaire kennis en omgang met de bronnen van onze cultuur een eeuw of tien weggezakt in het verval, de Marvell-superhelden doorslagjes, dat kennen we nog, veel meer schiet er van de actieve bronnenkennis procentueel gezien niet meer over. In tv-kwissen draven universitairen op die denken dat de voornaam van Kafka Kamiel is. Wat moet doorgaan voor een ‘groot dichter’ in de Nederlandse taal publiceert rammelende flutgedichten in de krant en wordt er op ‘sociale’ media nog voor bejubeld ook. En als je dan consequent wil doorschrijven met de technische middelen die er gelukkig eindelijk zijn, word je als ‘radicaal’ gebrandmerkt, want ja tja, dat soort consequentie doorprikt wel alle illusies die letterlijk als lucht aan de argeloze burger verkocht worden. Het kan gratis, die marginale tekstdistributie voor wat er nog rest aan literaire cultuur, maar nee er moet betaald worden want anders ‘betekent’ het niks. Je zou voor minder uiterst rechts-accelerationist worden zoals Nick Land en hopen dat het zaakje maar snel onderloopt.

Erg? Tja, vraag dat aan de kakkerlakken, voor je het licht uitdoet.

Ach het is een fase, het zal wel weer beteren ooit, dat denk je maar. Er is toch niks tegen te beginnen. gewoon voortdoen is de boodschap en de problemen laten bij hen die ze veroorzaken. Ik blijf daarbij, ondanks wat u hier misschien in wil lezen, want enig doemdenken dat staat er hier niet, zeer optimistisch: ik geloof echt dat dit maar een enorm woelige overgang is, dat het ‘opklaren’ eigenlijk al wat begonnen is. Vraag is wel wie er de lijken gaat tellen, hoeveel tijd er nog nodig is vooraleer die nieuwe Aufklärung van ons kan doordringen tot in de hoofden van de bezitters die er wat mee aankunnen. In Amerika worden de wetenschappers nog net niet het land uitgezet.

Soit, dichtertjes zoals ik kunnen daar (gelukkig maar) weinig aan verhelpen.

Mijn eigen praktijk is ondertussen de facto zo goed als ‘untouchable’ geworden: ik heb niks van ‘luxe’ maar ik heb ook niks echt ‘nodig’ nog daarvan, ik vind onderdak en eten en internet al een hele luxe en ik word min of meer met rust gelaten, net omdat ik niks heb om jaloers op te zijn. Ja, kwispels zoals Francken of Homans of De Block, die zouden nog wel iets vinden om hun nijd op bot te vieren, maar bon, die zouden een stuk chocolade uit de handen van een stervende hongerige ritsen omdat die er ‘geen recht op heeft’.
Maar nee dus : dat dichtersleventje van mij dat is op zich al een enorme luxe. De Giordano Bruno’s van dit tranendal hebben het een pak erger gehad…

Wat storend is, vind ik wel, is dat aanmatigende in de verheerlijking van het NU. Het aantrekken door de meest onbekwame kinkels van het woord ‘literatuur’ als een verse Hema-onderbroek.

Maar bon, dat is dan eerder wel weer net mijn probleem è. Morgen ewa gaan wandelen misschien. Slaapwel.

een Ierse piloot voorziet zijn dood

mijn noodlot wacht dat weet ik
daarboven ergens in de lucht
ik haat de mensen niet die ik bevecht,
ik geef niet om hen voor wie ik vecht
mijn land dat is Kiltartan Kruis
mijn landgenoten zijn de armen daar
geen verlies is daar weldra mijn dood
niets van hier verkleint aldaar de nood
geen wet, geen plicht heeft mij verzocht
geen staatsman of gejuich wou dat ik vocht
een inval heel alleen van welbehagen
bracht mij dit gedoe der laatste dagen;
ik dacht en overwoog tot ik besloot dat
wat nog kwam verspilling leek van adem,
wat was geweest verspilling al van adem,
in balans dus met dit leven, en de dood

 

vrij naar ‘An Irish Airman Foresees His Death’ van W.B. Yeats

I know that I shall meet my fate,
 Somewhere among the clouds above;
 Those that I fight I do not hate,
 Those that I guard I do not love;
 My country is Kiltartan Cross,
 My countrymen Kiltartan's poor,
 No likely end could bring them loss
 Or leave them happier than before.
 Nor law, nor duty bade me fight,
 Nor public men, nor cheering crowds,
 A lonely impulse of delight
 Drove to this tumult in the clouds;
 I balanced all, brought all to mind,
 The years to come seemed waste of breath,
 A waste of breath the years behind
 In balance with this life, this death.
(1918)

 

 

balans

echt waar

“The doctors of medicine have discovered that certain dreams of the night, for I do not grant them all, are the day’s unfulfilled desire, and that our terror of desires condemned by the conscience has distorted and disturbed  our dreams.”

W.B. Yeats, Per Amica Silentia Lunae XII, 1917

-> waar is het woord wie zal het weten
wie is verantwoordelijk wie zal het
zoeken wie zal het zeggen aan welke
betrokkene wie zal geloven wie niet

wil zal niet willen wie niet hoort niet
antwoorden wie zal de hoofdrol wie
een bijrol vertolken waar is het voelen
wie staat er daar in het donker wat

heb jij gedaan voor de zaak wie ben je
ècht hoe durf je mij te verwijten weet
je wel waar je wel weet je wel wat je wel

en hoe wij lijden het verdriet de terreur
de rompslomp van het verlangen ik gun ze
niet alles die dokters want dit is nog echt

 

PASL-scheme
dv 2018 – schema van de werking van het maskerconcept als poort in Per Amica Silentia Lunae

noten hierbij:

  • merk op dat als het masker wegvalt als ‘active image’ heel het systeem alleen maar kan instorten: er moet een Daimon achter het masker zitten, de presentie is nodig anders vallen alle stromen stil, de ‘keuzes’ Dichter-Held-Heilige storten in en er rest enkel nog het fatum van de materiële noodwendigheid die als onleefbaar wordt gedacht
  • er is wel al een sterk aanvoelen van noodwendigheid in de expressie: de Dichter kan enkel spreken uit teleurstelling, de Held enkel ten onder gaan, de Heilige enkel renonceren
  • de anteros van de Heilige wordt neutraal-afstandelijk gedacht, de afkeer is slechts onthechting, heeft qua intensiteit niets van het verlangen, de lust van de Dichter. Het religieuze lijkt hier voor Yeats enkel interessant als het een eenmakingsverlangen is, van Juan de la Cruz citeert hij ook de unie-met-god-extase
  • Yeats denkt echt in ‘beelden’: de Daimon drukt de impressies (van het avondlijke schermen) op de ogen van de dichter voor hij inslaapt, de beweging in bv. sectie VIII is goed te volgen in echte ‘tekstbeelden’ zoals bij Petrarca in de Triumphi de opeenvolging van mythologische tropen de beelden in het brein worden geactiveerd, zo activeert Yeats de tekstbeelden van Goethe – Heraclitus – The Wanderer, komt zo op de Daimon uit die als ‘tegenspeler’ meteen de geliefde (‘sweetheart’) activeert dan astrologie etc: dit is geen ‘logisch’ tekstverloop (je moet niet de ‘ideeën’ volgen achter de woorden, maar de woorden toelaten de beelden te triggeren) maar een Swaanenburgse degressie, een dérive, een fatale gedrevenheid door de Daimon, een lopend programma dat haar beoogde werking op de lezer niet mist, het maakt de overtuiging van Yeats waar, van hardware op hardware.

    Yeats schrijft de gedachtebeweging, het leest ook in leesduur de duur van de gedachte (wat het tekstmasjientje hier ook doet: de schrijfact is weggeschreven, de auteur lost op in de geschriften).
    Op deze manier sterkt Yeats zich natuurlijk ook al schrijvende in zijn overtuiging: hij leest de eigen schriftuur en ervaart keer na keer de ‘waarheid’ ervan: “I know this to be true”

    Het is ook ‘waar’, t.t.z. niet te falsifiëren, als je alle ‘hulpklassen ‘ beschikbaar hebt, alle data inclusief informatieve ‘fermenten’, dan wèrkt het programma ook en al lezende ervaar je de beeldenreeks van Yeats inclusief zijn waarheidsgevoel.

    De ontologische status van die ervaring, van die ‘waarheid’ is N.O.P.. (Niet Ons Probleem), wij onderzoeken slechts of dit schema mits de nodige aanpassingen nog bruikbaar is, hoe dit kan bijdragen tot een beter auteursbegrip en in hoeverre we de Lyriekervaring programmeerbaar kunnen maken.

handwerk

handjes doe ter stond uw plicht
sleur de ballon van de gedachten
binnen in de schuur en duw en wacht:
zegt het ‘snik’ dan is het deurtje dicht.

vrij naar ‘The Balloon of the Mind’ van W.B. Yeats (170)

The Balloon of the Mind 

Hands, do what you’re bid;
 Bring the balloon of the mind
 That bellies and drags in the wind
 Into its narrow shed.

 

Dagsluiting

Lachwekkend natuurlijk, dit soort ongewild,  niet-herkend seksuele innuendo en ik lach graag mee hoor, maar au fond lachen we met onze eigen wanen en ons onvermogen om het verschil in ‘klare zone’ in de tijd te kunnen onderscheiden.

Zeker, wij hebben Freud op de schoolbanken onder ogen gekregen en worden dagelijks bestookt met seksuele grapjes die zich schijnbaar van alle taboes hebben ontdaan. Schijnbaar, want de nieuwe preutsheid en de repressieve moraal, het wijzende vingertje steekt overal de kop op, of moet ik al zeggen het hoofd (m/v/o)?

Het weglachen van een fantastisch lyrisch oeuvre omwille van wat wij nu als een hilarische tekortkoming zien, is een aanwezig en reëel gevaar. Net zoals we eeuwenlang de Middeleeuwen als ‘donker’ en ‘onwetend’ hebben afgedaan.
Er mag gelachen worden uiteraard, maar laat ons het houden bij een grapje effen om de spanning te ontladen, want wat het onderzoek onthult is steevast, keer op keer de  zeer ernstige en tot wanhoop drijvende consistentie van de menselijke dwaasheid en ons eigen jammerlijke falen. Oei, ernst, sorry, dat is nog 10 jaar taboe. En lering, eikes hoe vies!

In het werk van Karel van de Woestijne, een tijdgenoot van Yeats, vonden we onlangs een ‘schandalig’ vergoelijkend pederastengedicht (zie de reeks ‘Woestenij’ op de PLeE) waarin hij zijn vrouw dan nog eens een rol toebedeelt waarmee je nu zelfs een non in de gordijnen zou jagen. Hier ligt de duistere vlek midden in de hedendaagse ethische evidentie: dat wat wij gedachteloos veroordelen als ‘wat absólúut niet kan’.

Moeten we daarom dat werk links laten liggen? Of misschien toch eerder omdat die ethische miskleun er niet toevallig is en van de Woestijne toch echt wel dat grootse en dat tijdeloze mist dat Yeats wel heeft, lid ter hand of niet…? Bij het lezen gaat het er tenslotte om of je er wat aan hebt, niet of wat er beweert lijkt te worden nu ‘kan’ of niet ‘kan’. Of wat er ‘leuk’ gevonden gaat worden of niet.

Voor mij was die passage bij Kareltje genoeg om diens Verzameld Werk bij de berg ‘later misschien nog ‘s’ te doen belanden, voor het Neo-Kathedraals onderzoek naar de functie of Klasse ‘Auteur’ was het voortaan van weinig nut. Te veel ruis.

Die ethische evidentie zijn natuurlijk nog veel meer onderhevig aan verschuivingen dan psychologische reducties die wij dan weer als alles verklarend zien. Zo verbergt deze voor onze oren hilarisch vals klinkende noot een heel diepgaand confict tussen Yeats en de Modernisten bij monde van Joyce en Pound dat onder meer ook draait rond de onttovering van het magische door de ‘lagere’ werking van de lusten. Lees er ‘Ego Dominus Tuus’ maar op na, waar er een spanning wordt opgebouwd en opgehouden tussen twee polen die ook in onze tijd op diep-filosofische wijze weer plots brandend actueel zijn geworden (zie later).

Onze zekerheden en onze lachlust verdwijnen sneller dan dat we uitgelachen zijn.
Is het herhaaldelijk terugkerend beeld van de spuitende fontein bij Yeats (‘The abounding glittering jet‘ in The Tower o.m.)  ‘alleen maar’ een Freudiaans te duiden orgastische wensdroom? Wat als een seksuele ontlading plots op wetenschappelijk aantoonbare wijze onze breinen inderdaad in staat stelt om ‘kennis’ te verwerven die we op geen enkele andere manier bereiken kunnen omdat ze gesloten blijft voor elke logocentrische reductie? Wie gaat er dan om wat lachten en om wie?

Of hoe wisselvallig het ethische oordeel over de schriftuur wel niet is: is Lucebert plots onleesbaar geworden na de ‘onthullingen’ van zijn biograaf? Kunnen we na #metoo nog gedichten van Gerrit Achterberg de hemel inprijzen, lyriek van een veroordeeld moordenaar, verkrachter en verslaafde aan grensoverschrijdend gedrag? En de films van Woody Allen, die kan je toch niet meer gaan bekijken, laat staan aanprijzen?

Daarom lach ik graag mee om de willie’s van Bill en de in nauwe schuren weg te proppen ballon der geest die oprijst in de sleur- en rukwinden: ik hoor de mensen later lachen met onze dwaasheden nu en betreur met weinigen onder hen dan en met Yeats toen de onvermijdelijke tragiek van onze soort…

Kom Bill, steek uw ballonneke nu maar proper weg. Ik heb het even vrijgelaten en ja hoor: gelachen dat we hebben!

de dood

geen vrees of hoop kent
het stervende dier;
een mens aan ’t eind
is enkel vrees, is hoop;
vaak is hij gestorven al
en vaak verrezen weer.
een leider, trots kijkt
recht in de ogen van
moordenaars en lacht
om het stopzetten van lijf;
hij kent de dood als geen ander –
gemaakt in zijn bedrijf.

vrij naar ‘Death’ van W.B. Yeats

Nor dread nor hope attend
 A dying animal;
 A man awaits his end
 Dreading and hoping all;
 Many times he died,
 Many times rose again,
 A great man in his pride
 Confronting murderous men
 Casts derision upon
 Supersession of breath;
 He knows death to the bone –
 Man has created death.

 

 

 

dood
dv2018 – “dood” – A5

byzantium

ongezuiverd wijken de beelden van bij dag;
dronken imperiaalsoldaten liggen strijk;
nachtweerklanken wijken, nachtzwerverslied
volgt op grote kathedralengong;
onder ster- of maanlicht de koepel veracht
al wat de mens is
wat louter complex is
het razen, de dras, het menselijk ras

voor mij vlot een beeld, mens of schim,
schim meer dan mens, meer beeld dan schim
want het bobijn van hades, bol van mummiegaas,
kan de wentelweg afwinden;
een mond ontdaan van vocht en adem
roept ademloze monden aan;
ik groet de Inhumaan,
ik noem het dood in leven levend dood.

mirakel, vogel, knutselgoud,
meer mirakel dan vogel of geknutsel,
op de sterbeschenen tak van goud gepoot,
kan kraaien als de hadeshanen
of, maansverbitterd luide smalen
bij glorie van constantmetalen
de gewone vogel, of het bloempetaal
en ’t complexe in het bloed, de dras.

geen rijsbos voedt, geen vuurslag sloeg de flits
om middernacht  van vlammen op ’t imperiale plein
geen storm verstoort de vlammen die van vuren vlammen
waar van bloed verkregen geesten gaan
en al ’t complexe razen laten staan,
stervend in een dans,
een agonie in trance,
een agonie van vlam die niets verschroeien kan.

schrijlings op dolfijnenbloed en dras,
geest na geest! de smissen breken de stroom
de gouden smidsen van de keizer!
marmers van de vloer van dans
breken  het verbitterd razen van ’t complexe,
die beelden zetten weer in
nieuwe beelden neer in
de dolfijndoorscheurde gonggetormenteerde zee.

vrij naar Byzantium van W.B. Yeats

The unpurged images of day recede;
 The Emperor's drunken soldiery are abed;
 Night resonance recedes, night-walkers' song
 After great cathedral gong;
 A starlit or a moonlit dome disdains
 All that man is,
 All mere complexities,
 The fury and the mire of human veins.

Before me floats an image, man or shade,
 Shade more than man, more image than a shade;
 For Hades' bobbin bound in mummy-cloth
 May unwind the winding path;
 A mouth that has no moisture and no breath
 Breathless mouths may summon;
 I hail the superhuman;
 I call it death-in-life and life-in-death.

Miracle, bird or golden handiwork,
 More miracle than bird or handiwork,
 Planted on the starlit golden bough,
 Can like the cocks of Hades crow,
 Or, by the moon embittered, scorn aloud
 In glory of changeless metal
 Common bird or petal
 And all complexities of mire or blood.

At midnight on the Emperor's pavement flit
 Flames that no faggot feeds, nor steel has lit,
 Nor storm disturbs, flames begotten of flame,
 Where blood-begotten spirits come
 And all complexities of fury leave,
 Dying into a dance,
 An agony of trance,
 An agony of flame that cannot singe a sleeve.

Astraddle on the dolphin's mire and blood,
Spirit after spirit! The smithies break the flood,
The golden smithies of the Emperor!
Marbles of the dancing floor
Break bitter furies of complexity,
Those images that yet
Fresh images beget,
That dolphin-torn, that gong-tormented sea.

 

dolfijnverscheurdegonggetormenteerdezee
dv2018 – “dolfijndoorscheurde gonggetormenteerde zee” – inkt, waterverf, krijt – A5

 

noten bij  Byzantium door A. Norman Jeffares in pdf: A._Norman_Jeffares_Byzantium

de witte maan

waanzinnig van het vele baren
te stulpen hoog staat naakt de maan;
door haar verglijdend wanhoopsoog
een manesteek ons toegedaan
wij tasten, talen tevergeefs naar
vruchten van haar lijdensbaan.

kinderen duizelig of dood!
toen zij met maagdelijke trots
voor ’t eerst de berg op trad
wat ’n woelen daar te lande plots
hoe elke voet deed wat zij bad!
welk ’n mannen toen ten dans ontbood!

vliegenvangers van de maan
de handen bleek, de vingers lijken
tot dunne naalden been vergaan
door droom verwit zo kwalijk wij
en weids dat witte spreiden wij
verscheuren al wat wij bereiken.

vrij naar The Crazed Moon van W.B. Yeats

Crazed through much child-bearing
 The moon is staggering in the sky;
 Moon-struck by the despairing
 Glances of her wandering eye
 We grope, and grope in vain,
 For children born of her pain.
 
 Children dazed or dead!
 When she in all her virginal pride
 First trod on the mountain's head
 What stir ran through the countryside
 Where every foot obeyed her glance!
 What manhood led the dance!
 
 Fly-catchers of the moon,
 Our hands are blenched, our fingers seem
 But slender needles of bone;
 Blenched by that malicious dream
 They are spread wide that each
 May rend what comes in reach.

 

witteMaan
dv 2018 – “witte maan” – waterverf, krijt – A5

olie en bloed

in tomben goud en lapus lazuli
scheiden de geheiligde lijven
wonderbaarlijk olie af, violentocht.

maar onder dikke lagen drentelklei
de vampiers liggen zwaar van bloed;
hun doodskleed bloederig, met lippenvocht.

vrij naar Oil and Blood van W.B. Yeats

In tombs of gold and lapis lazuli
 Bodies of holy men and women exude
 Miraculous oil, odour of violet.
 
 But under heavy loads of trampled clay
 Lie bodies of the vampires full of blood;
 Their shrouds are bloody and their lips are wet.

 

bloedolie
dv 2018 – “teresa bij de pieren” – inkt waterverf krijt – A5

stroom en zon te Glendalough

ingewikkeld met elkaar verweven
gleed de zon doorheen de stroom
en heel mijn hart leek blij daarbij:
dat domme ding dat ik daar deed
nam echter al mijn aandacht mee

berouw grijpt vast mijn dichterslurven;
wat ben ik, hoe zou ik
denken durven dat ik
mijzelf gedragen kan
beter dan een gewone man?

welke stroomsteek , welke zoninslag
welk ooglid sloeg de glans
zo gans doorheen mijn lijf?
wat maakte mij aan hen gelijk
zo van zichzelf, zichzelf te rijk?

vrij naar Stream and Sun at Glendalouch van W.B. Yeats

Through intricate motions ran
 Stream and gliding sun
 And all my heart seemed gay:
 Some stupid thing that I had done
 Made my attention stray.
 
 Repentance keeps my heart impure;
 But what am I that dare
 Fancy that I can
 Better conduct myself or have more
 Sense than a common man?
 
 What motion of the sun or stream
 Or eyelid shot the gleam
 That pierced my body through?
 What made me live like these that seem
 Self-born, born anew?

glendalough
dv 2018 – “Glendalough”  – waterverf, inkt en krijt – A5

aarzeling V

ik blader door het zomerzonnegoud
en scheur de wolkenranden uit de lucht
of laat van wintermaan een langzaam licht
zinken in een web van storm en schicht
maar alles wat ik zo bekijk
vermaakt mij tot een respectabel lijk

wat werd gezegd, gedaan zo lang geleden
wat ik gelaten heb, wat ik niet zei
het is verleden zonder tastbaarheden
en ik wil voor mij alleen dit heden
want nu ik voel hoe ik jou binnendrong
zingt heel mijn lijf weer wat ik zong

vrij naar Vacillation V van W.B. Yeats:

V
Although the summer Sunlight gild
Cloudy leafage of the sky,
Or wintry moonlight sink the field
In storm-scattered intricacy,
I cannot look thereon,
Responsibility so weighs me down.

Things said or done long years ago,
Or things I did not do or say
But thought that I might say or do,
Weigh me down, and not a day
But something is recalled,
My conscience or my vanity appalled.

 

aarzeling 1 aarzeling IV    –   aarzeling VI

langzaamlicht
dv 2018 – ” langzaam licht ” – inkt, potlood & waterverf op papier  – a5

aarzeling I -VII

I

tussen uiterst a en uiterst b
beweegt zich onze weg;
schroeiijzer, vlammenadem
brandt de tegenstelling weg
tussen dag en nacht.
het lichaam zegt ‘dood’,
het hart ‘berouw’
maar als het dat is, wat
is dan  vreugde ?

slapkens naar Vacillation I van W.B. Yeats:

 

I
 BETWEEN extremities
 Man runs his course;
 A brand, or flaming breath.
 Comes to destroy
 All those antinomies
 Of day and night;
 The body calls it death,
 The heart remorse.
 But if these be right
 What is joy?

bad2

YE@S

buske

VII

zij: zoek het echte, laat de schijn der dingen
hij: een zanger zijn en zonder woorden zingen?
zij: klagen als isajah, wat wil je meer?
hij: stom verslagen door de eenvoud van het vuur!
zij: zie het branden daarin loopt het waarheidsuur!
ij: laat het komen en zit zo niet uw zelf te zomen!

vrij naar Vacilation VII van W.B. Yeats

VII
– {The Soul}. Seek out reality, leave things that seem.
– {The Heart.} What, be a singer born and lack a theme?
– {The Soul.} Isaiah’s coal, what more can man desire?
– {The Heart.} Struck dumb in the simplicity of fire!
– {The Soul.} Look on that fire, salvation walks within.
– {The Heart.} What theme had Homer but original sin?

aarzeling IV

zevenenveertig pas mijn cijfer
stond ik, een vader alleen,
onder een wilg aan een vijver
bij zonlicht dat op water scheen,
licht dat uit het zicht verdween.

de wilgentakken kribbelden zacht
hun wiegen in de wind op mij
en plots mijn lijf schoot vol en vrij
van daar was ik en alle pracht
lag klaar al hier voor jou en mij.

 

vrij naar  Vacillation IV van W.B. Yeats

My fiftieth year had come and gone,
I sat, a solitary man,
In a crowded London shop,
An open book and empty cup
On the marble table-top.

While on the shop and street I gazed
My body of a sudden blazed;
And twenty minutes more or less
It seemed, so great my happiness,
That I was blessed and could bless.

 

glinsters
dv 28-1-2018 – “glinsters” inkt, potlood en waterverf op papier – A5

aarzeling VI

’t rivierenland voor hem beneê
met in zijn ruiken geur van hooi
vers gedorst, de grote vorst van Choi
riep en schudde af de bergensneeuw:
“laat alle dingen maar vergaan”.

melkwit de ezel trekt de molensteen
waar Babylon of Nineve verscheen
een veroveraar nam teugels vast geheid
en riep tot mannen moe van strijd:
“laat alle dingen maar vergaan”.

van ’t bloedzompig hart zijn uitgegaan
de mensentakken dag en nacht
waarop gestoken hangt de schelle maan
wat betekent al die liederpracht?
“laat alle dingen maar vergaan”.

naar Vacillation VI van W.B. Yeats:

A rivery field spread out below,
An odour of the new-mown hay
In his nostrils, the great lord of Chou
Cried, casting off the mountain snow,
'Let all things pass away.'

Wheels by milk-white asses drawn
Where Babylon or Nineveh
Rose; some conquer drew rein
And cried to battle-weary men,
'Let all things pass away.'

From man's blood-sodden heart are sprung
Those branches of the night and day
Where the gaudy moon is hung.
What's the meaning of all song?
'Let all things pass away.'

roseroseroserose
dv2008-2018 – “EROS” -ink& water color A5