tussendoortje voor het slapengaan


Neen, niet die van De Kampioenen. Over W.B. Yeats, omdat ik daar nogal mee bezig ben, de laatste tijd.

yeatskniphuur

Het is daarbij aangenaam om te merken hoe grondig rationeel Yeats is in zijn zoektochten, ondanks alles in zijn beweringen wat wij nu (terecht, meestal) afdoen als flauwe zever. Hij zoekt bijvoorbeeld een verklaring voor instinctief gedrag en kan die enkel plaatsen in een verleden waar ergens iets iets geleerd moet hebben zodat het individu nu beseft dat X slecht is en die ‘instinctieve’ aversie voor X  kan zo voor hem enkel worden verklaard als kennis van de doden aan de ‘ontvankelijke’ levende. Hij trekt de voor hem enig mogelijke conclusie en onderbouwt die dan ook zo goed en zo kwaad hij kan. Veel korter bij een hypothetisch-deductieve vorm van wetenschappelijkheid kom je niet snel.

Bij gebrek aan onderbewuste, of enig ander ‘denkbaar’ systeem van intuïtieve kennisverwerving wordt dus de oorzaak ‘gevonden’ in ‘the dead living in their memories’ (ANIMA MUNDI  XII) en het ‘psychisch’ overdragen van gedachten en gevoelens over de grens van de dood heen.  Bij Yeats wint wel de literaire Neo-Platoonse autoriteit het nog van de ‘doctors’ in de psychologie die nog in haar kinderschoenen staat, maar Yeats blijft wel steevast uitzonderlijk ‘rationeel’ en zeker onderlegd in zijn misvattingen.

Yeats kan zich dan ook geen andere ‘ratio’ voorstellen dan diegene die gebaseerd is op wat hij kent, net zoals wij nu een totaal verkeerde “intuïtieve” omgang hebben met wat wij ‘rationeel’ achten. Hen enige voordeel dat wij hebben is de mogelijkheid om te tijdshiften binnen het heden: op sommige plaatsen is het op sommige vlakken nog 2006 in bepaalde wereld-‘delen’ elders lijkt het op diezelfde ‘vlakken’ wel 2025. Op die manier slagen sommigen van ons er in om zich (pijnlijk) bewust te worden van hun eigen misvattingen en te komen tot een nieuwe, optimistische en dynamische visie op een werkbare waarheid. Maar bon, dat is veel gevraagd ineens, natuurlijk.

Toch, dit moet enigszins bekend klinken, hoe ver we ons ook verdiepen in de ‘actuele’ stand van zaken in een of ander kennisgebied, we ontdekken steevast hetzelfde: dat we ‘er’ eigenlijk totaal verkeerd over dachten, dat onze ‘intuïtie’ niet klopt met de werkelijkheid die veel veel problematischer is dan we hadden gedacht. Dat die ‘ratio’ van ons, als we die zijn eigengereide gang laten gaan,  er eigenlijk iets heel anders over zegt dan wij, in al onze ‘redelijkheid’ er over dachten.  Het is de formule voor het nu bijna wekelijks verschijnende nieuwe-paradigma-bestsellerboek. Aan nieuwe paradigma’s geen gebrek dezer dagen.

Wat wij als evident denken, onze ‘winst’ ten opzichte van het ‘bijgeloof’ van Yeats is daarbij, en dat komt misschien hard aan bij sommigen,  zo miniem dat het verwaarloosbaar is. Het is een cliché al ondertussen maar vooruitgang is er wat betreft de omvang van onze ‘klare zone’ eigenlijk niet, enkel voortgang. En de voortgang is eerder een afgang, want de aankoekende duisternis in de breinen neemt eerder toe dan af. Dat heeft dan weer alles met de overload aan data te maken die we te verwerken krijgen, waar we alsmaar moeilijker de nodige informatie kunnen halen. Dat maakt mensen dan euh, geprikkeld.

Probeer een hedendaagse ‘intellectueel’ maar ’s uit te leggen hoe haar website werkt: je krijgt meer irrationele shit over je heen dan een verpleger in Merksplas, Duffel of Bierbeek.

Meer nog: we zijn qua literaire kennis en omgang met de bronnen van onze cultuur een eeuw of tien weggezakt in het verval, de Marvell-superhelden doorslagjes, dat kennen we nog, veel meer schiet er van de actieve bronnenkennis procentueel gezien niet meer over. In tv-kwissen draven universitairen op die denken dat de voornaam van Kafka Kamiel is. Wat moet doorgaan voor een ‘groot dichter’ in de Nederlandse taal publiceert rammelende flutgedichten in de krant en wordt er op ‘sociale’ media nog voor bejubeld ook. En als je dan consequent wil doorschrijven met de technische middelen die er gelukkig eindelijk zijn, word je als ‘radicaal’ gebrandmerkt, want ja tja, dat soort consequentie doorprikt wel alle illusies die letterlijk als lucht aan de argeloze burger verkocht worden. Het kan gratis, die marginale tekstdistributie voor wat er nog rest aan literaire cultuur, maar nee er moet betaald worden want anders ‘betekent’ het niks. Je zou voor minder uiterst rechts-accelerationist worden zoals Nick Land en hopen dat het zaakje maar snel onderloopt.

Erg? Tja, vraag dat aan de kakkerlakken, voor je het licht uitdoet.

Ach het is een fase, het zal wel weer beteren ooit, dat denk je maar. Er is toch niks tegen te beginnen. gewoon voortdoen is de boodschap en de problemen laten bij hen die ze veroorzaken. Ik blijf daarbij, ondanks wat u hier misschien in wil lezen, want enig doemdenken dat staat er hier niet, zeer optimistisch: ik geloof echt dat dit maar een enorm woelige overgang is, dat het ‘opklaren’ eigenlijk al wat begonnen is. Vraag is wel wie er de lijken gaat tellen, hoeveel tijd er nog nodig is vooraleer die nieuwe Aufklärung van ons kan doordringen tot in de hoofden van de bezitters die er wat mee aankunnen. In Amerika worden de wetenschappers nog net niet het land uitgezet.

Soit, dichtertjes zoals ik kunnen daar (gelukkig maar) weinig aan verhelpen.

Mijn eigen praktijk is ondertussen de facto zo goed als ‘untouchable’ geworden: ik heb niks van ‘luxe’ maar ik heb ook niks echt ‘nodig’ nog daarvan, ik vind onderdak en eten en internet al een hele luxe en ik word min of meer met rust gelaten, net omdat ik niks heb om jaloers op te zijn. Ja, kwispels zoals Francken of Homans of De Block, die zouden nog wel iets vinden om hun nijd op bot te vieren, maar bon, die zouden een stuk chocolade uit de handen van een stervende hongerige ritsen omdat die er ‘geen recht op heeft’.
Maar nee dus : dat dichtersleventje van mij dat is op zich al een enorme luxe. De Giordano Bruno’s van dit tranendal hebben het een pak erger gehad…

Wat storend is, vind ik wel, is dat aanmatigende in de verheerlijking van het NU. Het aantrekken door de meest onbekwame kinkels van het woord ‘literatuur’ als een verse Hema-onderbroek.

Maar bon, dat is dan eerder wel weer net mijn probleem è. Morgen ewa gaan wandelen misschien. Slaapwel.

Advertenties

een Ierse piloot voorziet zijn dood


mijn noodlot wacht dat weet ik
daarboven ergens in de lucht
ik haat de mensen niet die ik bevecht,
ik geef niet om hen voor wie ik vecht
mijn land dat is Kiltartan Kruis
mijn landgenoten zijn de armen daar
geen verlies is daar weldra mijn dood
niets van hier verkleint aldaar de nood
geen wet, geen plicht heeft mij verzocht
geen staatsman of gejuich wou dat ik vocht
een inval heel alleen van welbehagen
bracht mij dit gedoe der laatste dagen;
ik dacht en overwoog tot ik besloot dat
wat nog kwam verspilling leek van adem,
wat was geweest verspilling al van adem,
in balans dus met dit leven, en de dood

 

vrij naar ‘An Irish Airman Foresees His Death’ van W.B. Yeats

I know that I shall meet my fate,
 Somewhere among the clouds above;
 Those that I fight I do not hate,
 Those that I guard I do not love;
 My country is Kiltartan Cross,
 My countrymen Kiltartan's poor,
 No likely end could bring them loss
 Or leave them happier than before.
 Nor law, nor duty bade me fight,
 Nor public men, nor cheering crowds,
 A lonely impulse of delight
 Drove to this tumult in the clouds;
 I balanced all, brought all to mind,
 The years to come seemed waste of breath,
 A waste of breath the years behind
 In balance with this life, this death.
(1918)

 

 

balans

echt waar


“The doctors of medicine have discovered that certain dreams of the night, for I do not grant them all, are the day’s unfulfilled desire, and that our terror of desires condemned by the conscience has distorted and disturbed  our dreams.”

W.B. Yeats, Per Amica Silentia Lunae XII, 1917

-> waar is het woord wie zal het weten
wie is verantwoordelijk wie zal het
zoeken wie zal het zeggen aan welke
betrokkene wie zal geloven wie niet

wil zal niet willen wie niet hoort niet
antwoorden wie zal de hoofdrol wie
een bijrol vertolken waar is het voelen
wie staat er daar in het donker wat

heb jij gedaan voor de zaak wie ben je
ècht hoe durf je mij te verwijten weet
je wel waar je wel weet je wel wat je wel

en hoe wij lijden het verdriet de terreur
de rompslomp van het verlangen ik gun ze
niet alles die dokters want dit is nog echt

 

PASL-scheme
dv 2018 – schema van de werking van het maskerconcept als poort in Per Amica Silentia Lunae

noten hierbij:

  • merk op dat als het masker wegvalt als ‘active image’ heel het systeem alleen maar kan instorten: er moet een Daimon achter het masker zitten, de presentie is nodig anders vallen alle stromen stil, de ‘keuzes’ Dichter-Held-Heilige storten in en er rest enkel nog het fatum van de materiële noodwendigheid die als onleefbaar wordt gedacht
  • er is wel al een sterk aanvoelen van noodwendigheid in de expressie: de Dichter kan enkel spreken uit teleurstelling, de Held enkel ten onder gaan, de Heilige enkel renonceren
  • de anteros van de Heilige wordt neutraal-afstandelijk gedacht, de afkeer is slechts onthechting, heeft qua intensiteit niets van het verlangen, de lust van de Dichter. Het religieuze lijkt hier voor Yeats enkel interessant als het een eenmakingsverlangen is, van Juan de la Cruz citeert hij ook de unie-met-god-extase
  • Yeats denkt echt in ‘beelden’: de Daimon drukt de impressies (van het avondlijke schermen) op de ogen van de dichter voor hij inslaapt, de beweging in bv. sectie VIII is goed te volgen in echte ‘tekstbeelden’ zoals bij Petrarca in de Triumphi de opeenvolging van mythologische tropen de beelden in het brein worden geactiveerd, zo activeert Yeats de tekstbeelden van Goethe – Heraclitus – The Wanderer, komt zo op de Daimon uit die als ‘tegenspeler’ meteen de geliefde (‘sweetheart’) activeert dan astrologie etc: dit is geen ‘logisch’ tekstverloop (je moet niet de ‘ideeën’ volgen achter de woorden, maar de woorden toelaten de beelden te triggeren) maar een Swaanenburgse degressie, een dérive, een fatale gedrevenheid door de Daimon, een lopend programma dat haar beoogde werking op de lezer niet mist, het maakt de overtuiging van Yeats waar, van hardware op hardware.

    Yeats schrijft de gedachtebeweging, het leest ook in leesduur de duur van de gedachte (wat het tekstmasjientje hier ook doet: de schrijfact is weggeschreven, de auteur lost op in de geschriften).
    Op deze manier sterkt Yeats zich natuurlijk ook al schrijvende in zijn overtuiging: hij leest de eigen schriftuur en ervaart keer na keer de ‘waarheid’ ervan: “I know this to be true”

    Het is ook ‘waar’, t.t.z. niet te falsifiëren, als je alle ‘hulpklassen ‘ beschikbaar hebt, alle data inclusief informatieve ‘fermenten’, dan wèrkt het programma ook en al lezende ervaar je de beeldenreeks van Yeats inclusief zijn waarheidsgevoel.

    De ontologische status van die ervaring, van die ‘waarheid’ is N.O.P.. (Niet Ons Probleem), wij onderzoeken slechts of dit schema mits de nodige aanpassingen nog bruikbaar is, hoe dit kan bijdragen tot een beter auteursbegrip en in hoeverre we de Lyriekervaring programmeerbaar kunnen maken.

handwerk


handjes doe ter stond uw plicht
sleur de ballon van de gedachten
binnen in de schuur en duw en wacht:
zegt het ‘snik’ dan is het deurtje dicht.

vrij naar ‘The Balloon of the Mind’ van W.B. Yeats (170)

The Balloon of the Mind 

Hands, do what you’re bid;
 Bring the balloon of the mind
 That bellies and drags in the wind
 Into its narrow shed.

 

Dagsluiting

Lachwekkend natuurlijk, dit soort ongewild,  niet-herkend seksuele innuendo en ik lach graag mee hoor, maar au fond lachen we met onze eigen wanen en ons onvermogen om het verschil in ‘klare zone’ in de tijd te kunnen onderscheiden.

Zeker, wij hebben Freud op de schoolbanken onder ogen gekregen en worden dagelijks bestookt met seksuele grapjes die zich schijnbaar van alle taboes hebben ontdaan. Schijnbaar, want de nieuwe preutsheid en de repressieve moraal, het wijzende vingertje steekt overal de kop op, of moet ik al zeggen het hoofd (m/v/o)?

Het weglachen van een fantastisch lyrisch oeuvre omwille van wat wij nu als een hilarische tekortkoming zien, is een aanwezig en reëel gevaar. Net zoals we eeuwenlang de Middeleeuwen als ‘donker’ en ‘onwetend’ hebben afgedaan.
Er mag gelachen worden uiteraard, maar laat ons het houden bij een grapje effen om de spanning te ontladen, want wat het onderzoek onthult is steevast, keer op keer de  zeer ernstige en tot wanhoop drijvende consistentie van de menselijke dwaasheid en ons eigen jammerlijke falen. Oei, ernst, sorry, dat is nog 10 jaar taboe. En lering, eikes hoe vies!

In het werk van Karel van de Woestijne, een tijdgenoot van Yeats, vonden we onlangs een ‘schandalig’ vergoelijkend pederastengedicht (zie de reeks ‘Woestenij’ op de PLeE) waarin hij zijn vrouw dan nog eens een rol toebedeelt waarmee je nu zelfs een non in de gordijnen zou jagen. Hier ligt de duistere vlek midden in de hedendaagse ethische evidentie: dat wat wij gedachteloos veroordelen als ‘wat absólúut niet kan’.

Moeten we daarom dat werk links laten liggen? Of misschien toch eerder omdat die ethische miskleun er niet toevallig is en van de Woestijne toch echt wel dat grootse en dat tijdeloze mist dat Yeats wel heeft, lid ter hand of niet…? Bij het lezen gaat het er tenslotte om of je er wat aan hebt, niet of wat er beweert lijkt te worden nu ‘kan’ of niet ‘kan’. Of wat er ‘leuk’ gevonden gaat worden of niet.

Voor mij was die passage bij Kareltje genoeg om diens Verzameld Werk bij de berg ‘later misschien nog ‘s’ te doen belanden, voor het Neo-Kathedraals onderzoek naar de functie of Klasse ‘Auteur’ was het voortaan van weinig nut. Te veel ruis.

Die ethische evidentie zijn natuurlijk nog veel meer onderhevig aan verschuivingen dan psychologische reducties die wij dan weer als alles verklarend zien. Zo verbergt deze voor onze oren hilarisch vals klinkende noot een heel diepgaand confict tussen Yeats en de Modernisten bij monde van Joyce en Pound dat onder meer ook draait rond de onttovering van het magische door de ‘lagere’ werking van de lusten. Lees er ‘Ego Dominus Tuus’ maar op na, waar er een spanning wordt opgebouwd en opgehouden tussen twee polen die ook in onze tijd op diep-filosofische wijze weer plots brandend actueel zijn geworden (zie later).

Onze zekerheden en onze lachlust verdwijnen sneller dan dat we uitgelachen zijn.
Is het herhaaldelijk terugkerend beeld van de spuitende fontein bij Yeats (‘The abounding glittering jet‘ in The Tower o.m.)  ‘alleen maar’ een Freudiaans te duiden orgastische wensdroom? Wat als een seksuele ontlading plots op wetenschappelijk aantoonbare wijze onze breinen inderdaad in staat stelt om ‘kennis’ te verwerven die we op geen enkele andere manier bereiken kunnen omdat ze gesloten blijft voor elke logocentrische reductie? Wie gaat er dan om wat lachten en om wie?

Of hoe wisselvallig het ethische oordeel over de schriftuur wel niet is: is Lucebert plots onleesbaar geworden na de ‘onthullingen’ van zijn biograaf? Kunnen we na #metoo nog gedichten van Gerrit Achterberg de hemel inprijzen, lyriek van een veroordeeld moordenaar, verkrachter en verslaafde aan grensoverschrijdend gedrag? En de films van Woody Allen, die kan je toch niet meer gaan bekijken, laat staan aanprijzen?

Daarom lach ik graag mee om de willie’s van Bill en de in nauwe schuren weg te proppen ballon der geest die oprijst in de sleur- en rukwinden: ik hoor de mensen later lachen met onze dwaasheden nu en betreur met weinigen onder hen dan en met Yeats toen de onvermijdelijke tragiek van onze soort…

Kom Bill, steek uw ballonneke nu maar proper weg. Ik heb het even vrijgelaten en ja hoor: gelachen dat we hebben!

de dood


geen vrees of hoop kent
het stervende dier;
een mens aan ’t eind
is enkel vrees, is hoop;
vaak is hij gestorven al
en vaak verrezen weer.
een leider, trots kijkt
recht in de ogen van
moordenaars en lacht
om het stopzetten van lijf;
hij kent de dood als geen ander –
gemaakt in zijn bedrijf.

vrij naar ‘Death’ van W.B. Yeats

Nor dread nor hope attend
 A dying animal;
 A man awaits his end
 Dreading and hoping all;
 Many times he died,
 Many times rose again,
 A great man in his pride
 Confronting murderous men
 Casts derision upon
 Supersession of breath;
 He knows death to the bone –
 Man has created death.

 

 

 

dood
dv2018 – “dood” – A5

byzantium


ongezuiverd wijken de beelden van bij dag;
dronken imperiaalsoldaten liggen strijk;
nachtweerklanken wijken, nachtzwerverslied
volgt op grote kathedralengong;
onder ster- of maanlicht de koepel veracht
al wat de mens is
wat louter complex is
het razen, de dras, het menselijk ras

voor mij vlot een beeld, mens of schim,
schim meer dan mens, meer beeld dan schim
want het bobijn van hades, bol van mummiegaas,
kan de wentelweg afwinden;
een mond ontdaan van vocht en adem
roept ademloze monden aan;
ik groet de Inhumaan,
ik noem het dood in leven levend dood.

mirakel, vogel, knutselgoud,
meer mirakel dan vogel of geknutsel,
op de sterbeschenen tak van goud gepoot,
kan kraaien als de hadeshanen
of, maansverbitterd luide smalen
bij glorie van constantmetalen
de gewone vogel, of het bloempetaal
en ’t complexe in het bloed, de dras.

geen rijsbos voedt, geen vuurslag sloeg de flits
om middernacht  van vlammen op ’t imperiale plein
geen storm verstoort de vlammen die van vuren vlammen
waar van bloed verkregen geesten gaan
en al ’t complexe razen laten staan,
stervend in een dans,
een agonie in trance,
een agonie van vlam die niets verschroeien kan.

schrijlings op dolfijnenbloed en dras,
geest na geest! de smissen breken de stroom
de gouden smidsen van de keizer!
marmers van de vloer van dans
breken  het verbitterd razen van ’t complexe,
die beelden zetten weer in
nieuwe beelden neer in
de dolfijndoorscheurde gonggetormenteerde zee.

vrij naar Byzantium van W.B. Yeats

The unpurged images of day recede;
 The Emperor's drunken soldiery are abed;
 Night resonance recedes, night-walkers' song
 After great cathedral gong;
 A starlit or a moonlit dome disdains
 All that man is,
 All mere complexities,
 The fury and the mire of human veins.

Before me floats an image, man or shade,
 Shade more than man, more image than a shade;
 For Hades' bobbin bound in mummy-cloth
 May unwind the winding path;
 A mouth that has no moisture and no breath
 Breathless mouths may summon;
 I hail the superhuman;
 I call it death-in-life and life-in-death.

Miracle, bird or golden handiwork,
 More miracle than bird or handiwork,
 Planted on the starlit golden bough,
 Can like the cocks of Hades crow,
 Or, by the moon embittered, scorn aloud
 In glory of changeless metal
 Common bird or petal
 And all complexities of mire or blood.

At midnight on the Emperor's pavement flit
 Flames that no faggot feeds, nor steel has lit,
 Nor storm disturbs, flames begotten of flame,
 Where blood-begotten spirits come
 And all complexities of fury leave,
 Dying into a dance,
 An agony of trance,
 An agony of flame that cannot singe a sleeve.

Astraddle on the dolphin's mire and blood,
Spirit after spirit! The smithies break the flood,
The golden smithies of the Emperor!
Marbles of the dancing floor
Break bitter furies of complexity,
Those images that yet
Fresh images beget,
That dolphin-torn, that gong-tormented sea.

 

dolfijnverscheurdegonggetormenteerdezee
dv2018 – “dolfijndoorscheurde gonggetormenteerde zee” – inkt, waterverf, krijt – A5

 

noten bij  Byzantium door A. Norman Jeffares in pdf: A._Norman_Jeffares_Byzantium

de witte maan


waanzinnig van het vele baren
te stulpen hoog staat naakt de maan;
door haar verglijdend wanhoopsoog
een manesteek ons toegedaan
wij tasten, talen tevergeefs naar
vruchten van haar lijdensbaan.

kinderen duizelig of dood!
toen zij met maagdelijke trots
voor ’t eerst de berg op trad
wat ’n woelen daar te lande plots
hoe elke voet deed wat zij bad!
welk ’n mannen toen ten dans ontbood!

vliegenvangers van de maan
de handen bleek, de vingers lijken
tot dunne naalden been vergaan
door droom verwit zo kwalijk wij
en weids dat witte spreiden wij
verscheuren al wat wij bereiken.

vrij naar The Crazed Moon van W.B. Yeats

Crazed through much child-bearing
 The moon is staggering in the sky;
 Moon-struck by the despairing
 Glances of her wandering eye
 We grope, and grope in vain,
 For children born of her pain.
 
 Children dazed or dead!
 When she in all her virginal pride
 First trod on the mountain's head
 What stir ran through the countryside
 Where every foot obeyed her glance!
 What manhood led the dance!
 
 Fly-catchers of the moon,
 Our hands are blenched, our fingers seem
 But slender needles of bone;
 Blenched by that malicious dream
 They are spread wide that each
 May rend what comes in reach.

 

witteMaan
dv 2018 – “witte maan” – waterverf, krijt – A5